+VERORDENING (EU) 2022/869 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 30 mei 2022 betreffende richtsnoeren voor de trans-Europese energie-infrastructuur, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2009, (EU) 2019/942 en (EU) 2019/943, en Richtlijnen 2009/73/EG en (EU) 2019/944, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 347/2013
---+HOOFDSTUK I Algemene bepalingen
------+Artikel 1 Onderwerp, doelstellingen en toepassingsgebied
---------+Artikel 1 1.
---------+Artikel 1 2.
------+Artikel 2 Definities
---+HOOFDSTUK II Projecten van gemeenschappelijk belang en projecten van wederzijds belang
------+Artikel 3 Unielijst van projecten van gemeenschappelijk belang en projecten van wederzijds belang
---------+Artikel 3 1.
---------+Artikel 3 2.
---------+Artikel 3 3.
---------+Artikel 3 4.
---------+Artikel 3 5.
---------+Artikel 3 6.
---------+Artikel 3 7.
------+Artikel 4 Criteria voor de beoordeling van projecten door de groepen
---------+Artikel 4 1.
---------+Artikel 4 2.
---------+Artikel 4 3.
---------+Artikel 4 4.
---------+Artikel 4 5.
------+Artikel 5 Uitvoering en monitoring van projecten op de Unielijst
---------+Artikel 5 1.
---------+Artikel 5 2.
---------+Artikel 5 3.
---------+Artikel 5 4.
---------+Artikel 5 5.
---------+Artikel 5 6.
---------+Artikel 5 7.
---------+Artikel 5 8.
---------+Artikel 5 9.
---------+Artikel 5 10.
------+Artikel 6 Europese coördinatoren
---------+Artikel 6 1.
---------+Artikel 6 2.
---------+Artikel 6 3.
---------+Artikel 6 4.
---------+Artikel 6 5.
---+HOOFDSTUK III Vergunningverlening en inspraak van het publiek
------+Artikel 7 „Prioriteitsstatus” van projecten op de Unielijst
---------+Artikel 7 1.
---------+Artikel 7 2.
---------+Artikel 7 3.
---------+Artikel 7 4.
---------+Artikel 7 5.
---------+Artikel 7 6.
---------+Artikel 7 7.
---------+Artikel 7 8.
------+Artikel 8 Organisatie van het vergunningverleningsproces
---------+Artikel 8 1.
---------+Artikel 8 2.
---------+Artikel 8 3.
---------+Artikel 8 4.
---------+Artikel 8 5.
---------+Artikel 8 6.
------+Artikel 9 Transparantie en inspraak van het publiek
---------+Artikel 9 1.
---------+Artikel 9 2.
---------+Artikel 9 3.
---------+Artikel 9 4.
---------+Artikel 9 5.
---------+Artikel 9 6.
---------+Artikel 9 7.
------+Artikel 10 Duur en verloop van het vergunningverleningsproces
---------+Artikel 10 1.
---------+Artikel 10 2.
---------+Artikel 10 3.
---------+Artikel 10 4.
---------+Artikel 10 5.
---------+Artikel 10 6.
---------+Artikel 10 7.
---------+Artikel 10 8.
---------+Artikel 10 9.
---+HOOFDSTUK IV Sectoroverschrijdende infrastructuurplanning
------+Artikel 11 Kosten-batenanalyse voor het gehele energiesysteem
---------+Artikel 11 1.
---------+Artikel 11 2.
---------+Artikel 11 3.
---------+Artikel 11 4.
---------+Artikel 11 5.
---------+Artikel 11 6.
---------+Artikel 11 7.
---------+Artikel 11 8.
---------+Artikel 11 9.
---------+Artikel 11 10.
---------+Artikel 11 11.
---------+Artikel 11 12.
---------+Artikel 11 13.
---------+Artikel 11 14.
------+Artikel 12 Scenario’s voor de tienjarige netontwikkelingsplannen
---------+Artikel 12 1.
---------+Artikel 12 2.
---------+Artikel 12 3.
---------+Artikel 12 4.
---------+Artikel 12 5.
---------+Artikel 12 6.
---------+Artikel 12 7.
---------+Artikel 12 8.
------+Artikel 13 In kaart brengen van leemten in de infrastructuur
---------+Artikel 13 1.
---------+Artikel 13 2.
---------+Artikel 13 3.
---------+Artikel 13 4.
---------+Artikel 13 5.
---------+Artikel 13 6.
---+HOOFDSTUK V Offshorenetwerken voor de integratie van hernieuwbare energie
------+Artikel 14 Planning van offshorenetwerken
---------+Artikel 14 1.
---------+Artikel 14 2.
---------+Artikel 14 3.
---------+Artikel 14 4.
---------+Artikel 14 5.
------+Artikel 15 Grensoverschrijdende kostendeling ten aanzien van offshorenetwerken voor hernieuwbare energie
---------+Artikel 15 1.
---------+Artikel 15 2.
---+HOOFDSTUK VI Reguleringskader
------+Artikel 16 Het mogelijk maken van investeringen met een grensoverschrijdend effect
---------+Artikel 16 1.
---------+Artikel 16 2.
---------+Artikel 16 3.
---------+Artikel 16 4.
---------+Artikel 16 5.
---------+Artikel 16 6.
---------+Artikel 16 7.
---------+Artikel 16 8.
---------+Artikel 16 9.
---------+Artikel 16 10.
---------+Artikel 16 11.
---------+Artikel 16 12.
------+Artikel 17 Stimulansen op reguleringsgebied
---------+Artikel 17 1.
---------+Artikel 17 2.
---------+Artikel 17 3.
---------+Artikel 17 4.
---------+Artikel 17 5.
---------+Artikel 17 6.
---------+Artikel 17 7.
---+HOOFDSTUK VII Financiering
------+Artikel 18 Projecten die in aanmerking komen voor financiële bijstand van de Unie uit hoofde van Verordening (EU) 2021/1153
---------+Artikel 18 1.
---------+Artikel 18 2.
---------+Artikel 18 3.
---------+Artikel 18 4.
---------+Artikel 18 5.
------+Artikel 19 Richtsnoeren tot vaststelling van criteria voor toekenning van financiële bijstand van de Unie
---+HOOFDSTUK VIII Slotbepalingen
------+Artikel 20 Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
---------+Artikel 20 1.
---------+Artikel 20 2.
---------+Artikel 20 3.
---------+Artikel 20 4.
---------+Artikel 20 5.
---------+Artikel 20 6.
------+Artikel 21 Verslaglegging en evaluatie
------+Artikel 22 Evaluatie
------+Artikel 23 Informatie en publiciteit
------+Artikel 24 Afwijking voor interconnecties voor Cyprus en Malta
---------+Artikel 24 1.
---------+Artikel 24 2.
---------+Artikel 24 3.
---------+Artikel 24 4.
---------+Artikel 24 5.
------+Artikel 25 Wijziging in Verordening (EG) nr. 715/2009
------+Artikel 26 Wijziging in Verordening (EU) 2019/942
------+Artikel 27 Wijziging in Verordening (EU) 2019/943
------+Artikel 28 Wijziging in Richtlijn 2009/73/EG
------+Artikel 29 Wijziging in Richtlijn (EU) 2019/944
------+Artikel 30 Overgangsbepalingen
------+Artikel 31 Overgangsperiode
---------+Artikel 31 1.
---------+Artikel 31 2.
---------+Artikel 31 3.
---------+Artikel 31 4.
---------+Artikel 31 5.
------+Artikel 32 Intrekking
---------+Artikel 32 1.
---------+Artikel 32 2.
---------+Artikel 32 3.
------+Artikel 33 Inwerkingtreding
---+BIJLAGE I PRIORITAIRE CORRIDORS EN GEBIEDEN VOOR ENERGIE-INFRASTRUCTUUR
---+BIJLAGE II CATEGORIEËN ENERGIE-INFRASTRUCTUUR
---+BIJLAGE III REGIONALE LIJST VAN PROJECTEN
---+BIJLAGE IV REGELS EN INDICATOREN BETREFFENDE CRITERIA VOOR PROJECTEN
---+BIJLAGE V KOSTEN-BATENANALYSE VOOR HET GEHELE ENERGIESYSTEEM
---+BIJLAGE VI RICHTSNOEREN VOOR TRANSPARANTIE EN INSPRAAK VAN HET PUBLIEK
---+BIJLAGE VII UNIELIJST VAN PROJECTEN VAN GEMEENSCHAPPELIJK BELANG EN PROJECTEN VAN GEMEENSCHAPPELIJK BELANG („UNIELIJST”)
English - European Union - Energy -

VERORDENING (EU) 2022/869 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 30 mei 2022 betreffende richtsnoeren voor de trans-Europese energie-infrastructuur, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2009, (EU) 2019/942 en (EU) 2019/943, en Richtlijnen 2009/73/EG en (EU) 2019/944, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 347/2013

VERORDENING (EU) 2022/869 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 30 mei 2022

betreffende richtsnoeren voor de trans-Europese energie-infrastructuur, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2009, (EU) 2019/942 en (EU) 2019/943, en Richtlijnen 2009/73/EG en (EU) 2019/944, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 347/2013

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
HOOFDSTUK I Algemene bepalingen HOOFDSTUK I Algemene bepalingen
HOOFDSTUK II Projecten van gemeenschappelijk belang en projecten van wederzijds belang HOOFDSTUK II Projecten van gemeenschappelijk belang en projecten van wederzijds belang
HOOFDSTUK III Vergunningverlening en inspraak van het publiek HOOFDSTUK III Vergunningverlening en inspraak van het publiek
HOOFDSTUK IV Sectoroverschrijdende infrastructuurplanning HOOFDSTUK IV Sectoroverschrijdende infrastructuurplanning
HOOFDSTUK V Offshorenetwerken voor de integratie van hernieuwbare energie HOOFDSTUK V Offshorenetwerken voor de integratie van hernieuwbare energie
HOOFDSTUK VI Reguleringskader HOOFDSTUK VI Reguleringskader
HOOFDSTUK VII Financiering HOOFDSTUK VII Financiering
HOOFDSTUK VIII Slotbepalingen HOOFDSTUK VIII Slotbepalingen
BIJLAGE I PRIORITAIRE CORRIDORS EN GEBIEDEN VOOR ENERGIE-INFRASTRUCTUUR




BIJLAGE I

PRIORITAIRE CORRIDORS EN GEBIEDEN VOOR ENERGIE-INFRASTRUCTUUR

(als bedoeld in artikel 1, lid 1)

Deze verordening is van toepassing op de volgende prioritaire corridors en gebieden voor trans-Europese energie-infrastructuur:

1.   PRIORITAIRE ELEKTRICITEITSCORRIDORS

1) Noord-zuid elektriciteitsinterconnecties in West-Europa („NSI-West Electricity”): interconnecties tussen lidstaten van de regio onderling en met de mediterrane regio, met inbegrip van het Iberisch schiereiland, met name met het oog op de integratie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen en de versterking van de interne netwerkinfrastructuren om de marktintegratie in de regio te bevorderen en een einde te maken aan het isolement van Ierland, en ervoor te zorgen dat de offshore-netwerken voor hernieuwbare energie worden doorgetrokken naar het vasteland en dat het binnenlandse net wordt versterkt om te zorgen voor een adequaat en betrouwbaar transmissienet en om offshore opgewekte elektriciteit te leveren aan niet aan zee grenzende lidstaten.

Betrokken lidstaten: België, Denemarken, Frankrijk, Duitsland, Ierland, Spanje, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk en Portugal.

2) Noord-zuid elektriciteitsinterconnecties in middenoostelijk en zuidoostelijk Europa („NSI-East Electricity”): interconnecties en interne lijnen in noord-zuidelijke en oost-westelijke richting met het oog op de voltooiing van de interne markt en de integratie van uit hernieuwbare bronnen opgewekte elektriciteit en een einde te maken aan het isolement van Cyprus, en ervoor te zorgen dat de offshore-netwerken voor hernieuwbare energie worden doorgetrokken naar het vasteland en dat het binnenlandse net wordt versterkt om te zorgen voor een adequaat en betrouwbaar transmissienet en om offshore opgewekte elektriciteit te leveren aan niet aan zee grenzende lidstaten.

Betrokken lidstaten: Bulgarije, Tsjechië, Duitsland, Kroatië, Griekenland, Cyprus, Italië, Hongarije, Oostenrijk, Polen, Roemenië, Slovenië en Slowakije.

3) Interconnectieplan voor de energiemarkt in het Oostzeegebied voor elektriciteit („BEMIP Electricity”): interconnecties tussen lidstaten en interne lijnen in de Oostzeeregio om de marktintegratie te bevorderen en tegelijkertijd een toenemend aandeel van uit hernieuwbare bronnen opgewekte energie in de regio te integreren.

Betrokken lidstaten: Denemarken, Duitsland, Estland, Letland, Litouwen, Polen, Finland en Zweden.

2.   PRIORITAIRE CORRIDORS VOOR OFFSHORE-ELEKTRICITEITSNETWERKEN

4) Offshorenetwerken in de noordelijke zeeën („NSOG”): ontwikkeling van offshore-elektriciteitsnetwerken, ontwikkeling van geïntegreerde offshore-elektriciteits- en, waar passend, -waterstofnetwerken en de daaraan gekoppelde interconnectoren in de Noordzee, de Ierse Zee, de Keltische Zee, het Kanaal en de naburige wateren om elektriciteit of, waar passend, waterstof uit hernieuwbare offshore-energiebronnen te transporteren naar centra van verbruik en opslag of om de grensoverschrijdende uitwisseling van hernieuwbare energie te vergroten.

Betrokken lidstaten: België, Denemarken, Duitsland, Ierland, Frankrijk, Luxemburg, Nederland en Zweden.

5) Interconnectieplan voor de energiemarkt in het Oostzeegebied voor offshore-elektriciteitsnetwerken („BEMIP offshore”): ontwikkeling van offshore-elektriciteitsnetwerken, ontwikkeling van geïntegreerde offshore-elektriciteits- en, waar passend, -waterstofnetwerken en de daaraan gekoppelde interconnectoren in de Oostzee en de naburige wateren om elektriciteit of, waar passend, waterstof uit hernieuwbare offshore-energiebronnen te transporteren naar centra van verbruik en opslag of om de grensoverschrijdende uitwisseling van hernieuwbare energie te vergroten.

Betrokken lidstaten: Denemarken, Duitsland, Estland, Letland, Litouwen, Polen, Finland en Zweden.

6) Offshore-elektriciteitsnetwerken voor Zuid- en West-Europa (SW offshore): ontwikkeling van offshore-elektriciteitsnetwerken, ontwikkeling van geïntegreerde offshore-elektriciteits- en, waar passend, -waterstofnetwerken en de daaraan gekoppelde interconnectoren in de Middellandse Zee, met inbegrip van de Golf van Cádiz, en de naburige wateren om elektriciteit of, waar passend, waterstof uit hernieuwbare offshore-energiebronnen te transporteren naar centra van verbruik en opslag of om de grensoverschrijdende uitwisseling van hernieuwbare energie te vergroten.

Betrokken lidstaten: Griekenland, Spanje, Frankrijk, Italië, Malta en Portugal.

7) Offshore-elektriciteitsnetwerken voor Zuid- en Oost-Europa (SE offshore): ontwikkeling van offshore-elektriciteitsnetwerken, ontwikkeling van geïntegreerde offshore-elektriciteits- en, waar passend, -waterstofnetwerken en de daaraan gekoppelde interconnectoren in de Middellandse Zee, de Zwarte Zee en de naburige wateren om elektriciteit of, waar passend, waterstof uit hernieuwbare offshore-energiebronnen te transporteren naar centra van verbruik en opslag of om de grensoverschrijdende uitwisseling van hernieuwbare energie te vergroten.

Betrokken lidstaten: Bulgarije, Kroatië, Griekenland, Italië, Cyprus, Roemenië en Slovenië.

8) Atlantische offshorenetwerken: ontwikkeling van offshore-elektriciteitsnetwerken, geïntegreerde offshore-elektriciteitsnetwerken en de daaraan gekoppelde interconnectoren in de wateren van de Noord-Atlantische Oceaan om elektriciteit uit hernieuwbare offshore-energiebronnen te transporteren naar centra van verbruik en opslag en om de grensoverschrijdende uitwisseling van elektriciteit te vergroten.

Betrokken lidstaten: Ierland, Spanje, Frankrijk en Portugal.

3.   PRIORITAIRE CORRIDORS VOOR WATERSTOF EN ELEKTROLYSE-INSTALLATIES

9) Waterstofinterconnecties in West-Europa („HI-West”): waterstofinfrastructuur en de herbestemming van gasinfrastructuur die de opkomst mogelijk maakt van een geïntegreerde waterstofhoofdketen, op directe dan wel indirecte wijze (via interconnectie met een derde land), die de landen in de regio met elkaar verbindt en tegemoetkomt aan hun specifieke behoeften op het gebied van infrastructuur voor waterstof, ter ondersteuning van de totstandkoming van een Unienetwerk voor waterstofvervoer en daarnaast, wat eilanden en eilandsystemen betreft, het energie-isolement van eilanden vermindert, innovatieve en andere oplossingen ondersteunt waarbij ten minste twee lidstaten betrokken zijn, met een aanzienlijk positief effect voor het behalen van de streefcijfers voor klimaat en energie van de Unie voor 2030 en van haar doelstelling inzake klimaatneutraliteit voor 2050, en aanzienlijk bijdraagt tot de duurzaamheid van het energiesysteem van eilanden en van de Unie.

Elektrolyse-installaties: het ondersteunen van de uitrol van toepassingen voor de omzetting van elektrische energie in gas om broeikasgasreductie mogelijk te maken en bij te dragen tot een veilig, efficiënt en betrouwbaar systeembeheer en slimme-energiesysteemintegratie, en daarnaast, wat eilanden en eilandsystemen betreft, het ondersteunen van innovatieve en andere oplossingen waarbij ten minste twee lidstaten betrokken zijn, met een aanzienlijk positief effect voor het behalen van de streefcijfers voor klimaat en energie van de Unie voor 2030 en van haar doelstelling inzake klimaatneutraliteit voor 2050, en het aanzienlijk bijdragen tot de duurzaamheid van het energiesysteem van eilanden en van de Unie.

Betrokken lidstaten: België, Tsjechië, Denemarken, Duitsland, Ierland, Spanje, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk en Portugal.

10) Waterstofinterconnecties in middenoostelijk en zuidoostelijk Europa („HI-East”): waterstofinfrastructuur en de herbestemming van gasinfrastructuur die de opkomst mogelijk maakt van een geïntegreerde waterstofhoofdketen, op directe dan wel indirecte wijze (via interconnectie met een derde land), die de landen in de regio met elkaar verbindt en tegemoetkomt aan hun specifieke behoeften op het gebied van infrastructuur voor waterstof, ter ondersteuning van de totstandkoming van een EU-netwerk voor waterstofvervoer en daarnaast, wat eilanden en eilandsystemen betreft, het energie-isolement van eilanden vermindert, innovatieve en andere oplossingen ondersteunt waarbij ten minste twee lidstaten betrokken zijn, met een aanzienlijk positief effect voor het behalen van de streefcijfers voor klimaat en energie van de Unie voor 2030 en van haar doelstelling inzake klimaatneutraliteit voor 2050, en een aanzienlijke bijdrage levert aan de duurzaamheid van het energiesysteem van eilanden en van de Unie.

Elektrolyse-installaties: het ondersteunen van de uitrol van toepassingen voor de omzetting van elektrische energie in gas om broeikasgasreductie mogelijk te maken en bij te dragen tot een veilig, efficiënt en betrouwbaar systeembeheer en slimme-energiesysteemintegratie, en daarnaast, wat eilanden en eilandsystemen betreft, het ondersteunen van innovatieve en andere oplossingen waarbij ten minste twee lidstaten betrokken zijn, met een aanzienlijk positief effect voor het behalen van de streefcijfers voor klimaat en energie van de Unie voor 2030 en van haar doelstelling inzake klimaatneutraliteit voor 2050, en het aanzienlijk bijdragen tot de duurzaamheid van het energiesysteem van eilanden en van de Unie.

Betrokken lidstaten: Bulgarije, Tsjechië, Duitsland, Griekenland, Kroatië, Italië, Cyprus, Hongarije, Oostenrijk, Polen, Roemenië, Slovenië en Slowakije.

11) Interconnectieplan voor de energiemarkt in het Oostzeegebied voor waterstof („BEMIP Hydrogen”): waterstofinfrastructuur en de herbestemming van gasinfrastructuur die de opkomst mogelijk maakt van een geïntegreerde waterstofhoofdketen, op directe dan wel indirecte wijze (via interconnectie met een derde land), die de landen in de regio met elkaar verbindt en tegemoetkomt aan hun specifieke behoeften op het gebied van infrastructuur voor waterstof, ter ondersteuning van de totstandkoming van een Uniebreed netwerk voor waterstofvervoer en daarnaast, wat eilanden en eilandsystemen betreft, het energie-isolement vermindert, innovatieve en andere oplossingen ondersteunt waarbij ten minste twee lidstaten betrokken zijn, met een aanzienlijk positief effect voor het behalen van de streefcijfers voor klimaat en energie van de Unie voor 2030 en van haar doelstelling inzake klimaatneutraliteit voor 2050, en een aanzienlijke bijdrage levert aan de duurzaamheid van het energiesysteem van eilanden en van de Unie.

Elektrolyse-installaties: het ondersteunen van de uitrol van toepassingen voor de omzetting van elektrische energie in gas om broeikasgasreductie mogelijk te maken en bij te dragen tot een veilig, efficiënt en betrouwbaar systeembeheer en slimme-energiesysteemintegratie, en daarnaast, wat eilanden en eilandsystemen betreft, het ondersteunen van innovatieve en andere oplossingen te ondersteunen waarbij ten minste twee lidstaten betrokken zijn, met een aanzienlijk positief effect voor het behalen van de streefcijfers voor klimaat en energie van de Unie voor 2030 en van haar doelstelling inzake klimaatneutraliteit voor 2050, en het aanzienlijk bijdragen tot de duurzaamheid van het energiesysteem van eilanden en van de Unie.

Betrokken lidstaten: Denemarken, Duitsland, Estland, Letland, Litouwen, Polen; Finland en Zweden.

4.   PRIORITAIRE THEMATISCHE GEBIEDEN

12) Uitrol van slimme elektriciteitsnetten: de invoering van technologieën voor slimme netwerken in het geheel van de Unie teneinde het gedrag en de acties van alle met het netwerk verbonden gebruikers op efficiënte wijze te integreren, met name de productie van grote hoeveelheden elektriciteit uit hernieuwbare of gedecentraliseerde energiebronnen en vraagrespons van klanten, energieopslag, elektrische voertuigen en andere flexibiliteitsbronnen en daarnaast, wat eilanden en eilandsystemen betreft, het energie-isolement te verminderen, innovatieve en andere oplossingen te ondersteunen waarbij ten minste twee lidstaten betrokken zijn, met een aanzienlijk positief effect voor het behalen van de streefcijfers voor klimaat en energie van de Unie voor 2030 en van haar doelstelling inzake klimaatneutraliteit voor 2050, en het aanzienlijk bijdragen tot de duurzaamheid van het energiesysteem van eilanden en van de Unie.

Betrokken lidstaten: alle.

13) Grensoverschrijdend koolstofdioxidenetwerk: ontwikkeling van infrastructuur voor het transport en opslag van koolstofdioxide tussen lidstaten onderling en met naburige derde landen met het oog op de afvang en opslag van koolstofdioxide afkomstig van industriële installaties met het oog op permanente geologische opslag en het gebruik van koolstofdioxide voor synthetische brandstofgassen, leidend tot de permanente neutralisatie van koolstofdioxide.

Betrokken lidstaten: alle.

14) Slimme gasnetten: invoering van technologieën voor slimme gasnetten in de hele Unie om op efficiënte wijze een veelvoud aan koolstofarme en met name hernieuwbare gasbronnen in het gasnet te integreren, de toepassing van innovatieve en digitale oplossingen voor netwerkbeheer te ondersteunen en de integratie van de slimme-energiesector en de vraagrespons te vergemakkelijken, met inbegrip van de daarmee verband houdende fysieke verbeteringen indien die onontbeerlijk zijn voor de werking van de apparatuur en installaties voor de integratie van koolstofarme en met name hernieuwbare gassen.

Betrokken lidstaten: alle.

BIJLAGE II CATEGORIEËN ENERGIE-INFRASTRUCTUUR




BIJLAGE II

CATEGORIEËN ENERGIE-INFRASTRUCTUUR

De energie-infrastructuurcategorieën die moeten worden ontwikkeld om de in bijlage I beschreven prioriteiten qua energie-infrastructuur uit te voeren, zijn de volgende:

1) 

betreffende elektriciteit:

a) 

bovengrondse hoogspannings- en ultrahoogspanningstransmissielijnen die een grens oversteken of zich op het grondgebied van een lidstaat bevinden, met inbegrip van de exclusieve economische zone, mits zij zijn ontworpen voor een spanning van 220 kV of meer, en ondergrondse of onder de zee lopende transmissiekabels, mits zij zijn ontworpen voor een spanning van 150 kV of meer. Voor lidstaten en kleinschalige geïsoleerde systemen met een algemeen transmissiesysteem met een lagere spanning zijn deze spanningsdrempels gelijk aan het hoogste spanningsniveau in hun respectieve elektriciteitssystemen;

b) 

elke uitrusting of installatie die onder de in punt a) bedoelde energie-infrastructuurcategorie valt en de transmissie van elektriciteit uit hernieuwbare offshore-energiebronnen vanaf de offshore-productielocaties mogelijk maakt (energie-infrastructuur voor elektriciteit uit hernieuwbare offshore-energiebronnen);

c) 

energieopslagfaciliteiten, in individuele of geaggregeerde vorm, gebruikt voor de permanente of tijdelijke opslag van energie in boven- of ondergrondse infrastructuur of geologische locaties, mits ze direct zijn verbonden met hoogspanningstransmissielijnen en distributielijnen ontworpen voor een spanning van 110 kV of meer. Voor lidstaten en kleinschalige geïsoleerde systemen met een algemeen transmissiesysteem met een lagere spanning zijn deze spanningsdrempels gelijk aan het hoogste spanningsniveau in hun respectieve elektriciteitssystemen;

d) 

elke uitrusting of installatie die essentieel is om ervoor te zorgen dat de in de punten a), b) en c) bedoelde systemen op een veilige, beveiligde en efficiënte wijze kunnen functioneren, met inbegrip van beschermings-, monitoring- en toezichtsystemen op alle spanningsniveaus en onderstations;

e) 

slimme elektriciteitsnetten: elke uitrusting of installatie, digitale systemen en componenten die informatie- en communicatietechnologieën (ICT) integreren, via operationele digitale platforms, toezichtsystemen en sensortechnologieën, zowel op transmissie- als op midden- en hoogspanningsdistributieniveau, gericht op een efficiënter en intelligenter elektriciteitstransmissie- en distributienetwerk, verhoogde capaciteit om nieuwe vormen van productie, energieopslag en verbruik te integreren en nieuwe bedrijfsmodellen en marktstructuren te vergemakkelijken, met inbegrip van investeringen in eilanden en eilandsystemen ter vermindering van het energie-isolement, ter ondersteuning van innovatieve en andere oplossingen waarbij ten minste twee lidstaten betrokken zijn, met een aanzienlijk positief effect voor het behalen van de streefcijfers voor klimaat en energie van de Unie voor 2030 en van haar doelstelling inzake klimaatneutraliteit voor 2050, en met het oog op het aanzienlijk bijdragen tot de duurzaamheid van het energiesysteem van eilanden en van de Unie;

f) 

elke uitrusting of installatie die valt binnen de energie-infrastructuurcategorie als bedoeld in punt a) met dubbele functionaliteit: interconnectie en offshorenetaansluitsysteem vanuit de offshore-productielocaties van hernieuwbare energie naar twee of meer lidstaten en derde landen die deelnemen aan projecten op de Unielijst, met inbegrip van het doortrekken van deze uitrusting naar het vasteland tot het eerste onderstation in het onshore transmissiesysteem, evenals alle aangrenzende offshore-uitrusting of installaties die van essentieel belang zijn voor een veilige, betrouwbare en efficiënte exploitatie, met inbegrip van beschermings-, monitoring- en toezichtsystemen, en noodzakelijke onderstations als deze ook zorgen voor technologie-interoperabiliteit, onder meer interfacecompatibiliteit tussen verschillende technologieën („offshorenetwerken voor hernieuwbare energie”).

2) 

betreffende slimme gasnetten: elk van de volgende uitrusting of installaties om de integratie van een veelvoud aan koolstofarme en met name hernieuwbare gassen (met inbegrip van biomethaan of waterstof) in het netwerk mogelijk te maken en te vergemakkelijken: digitale systemen en componenten die ICT integreren, toezichtssystemen en sensortechnologieën om interactieve en intelligente monitoring, meting, kwaliteitscontrole en beheer van gasproductie, -transmissie, -distributie, -opslag en -verbruik binnen een gasnet mogelijk te maken. Bovendien kunnen dergelijke projecten ook uitrusting omvatten om bidirectionele stromen vanaf het distributieniveau naar het transmissieniveau mogelijk te maken, alsook daarmee verband houdende fysieke upgrades indien deze noodzakelijk zijn voor de werking van de uitrusting en de installaties voor de integratie van koolstofarme en met name hernieuwbare gassen.

3) 

betreffende waterstof:

a) 

transmissiepijpleidingen voor het transport, voornamelijk onder hoge druk, van waterstof, met inbegrip van herbestemde aardgasinfrastructuur, waardoor meerdere netgebruikers op transparante en niet-discriminerende wijze toegang hebben;

b) 

de met in punt a) bedoelde hogedrukwaterstofpijpleidingen verbonden opslaginstallaties;

c) 

faciliteiten voor de ontvangst, opslag en hervergassing of decompressie van vloeibaar gemaakte waterstof of in andere chemische stoffen ingebedde waterstof met als doel de injectie van waterstof, in voorkomend geval, in het netwerk;

d) 

alle uitrusting of installaties die van essentieel belang zijn voor een veilige, betrouwbare en efficiënte exploitatie van het waterstofnet of om een bidirectionele capaciteit mogelijk te maken, met inbegrip van compressorstations;

e) 

alle uitrusting of installaties die het gebruik van waterstof of van brandstoffen op basis van waterstof in de vervoerssector binnen het TEN-T-kernnetwerk mogelijk maken, vastgesteld overeenkomstig hoofdstuk III van Verordening (EU) nr. 1315/2013 van het Europees Parlement en de Raad ( 11 ).

Elk van de in de punten a) tot en met d) opgesomde activa kunnen nieuw gebouwde activa zijn of activa die worden herbestemd van aardgas naar waterstof, of een combinatie van beide;

4) 

betreffende voorzieningen voor elektrolyse-installaties:

a) 

elektrolyse-installaties die:

i) 

een capaciteit hebben van ten minste 50 MW, geleverd door één elektrolyse-installatie of door een reeks elektrolyse-installaties die één enkel gecoördineerd project vormen;

ii) 

de productie voldoet aan de vereiste voor een broeikasgasemissiereductie gedurende de hele levenscyclus van 70 % ten opzichte van een vergelijkbare fossiele brandstof van 94 g CO2eq/MJ zoals uiteengezet in artikel 25, lid 2, en bijlage V bij Richtlijn (EU) 2018/2001. Broeikasgasemissiereducties gedurende de levenscyclus worden berekend met behulp van de in artikel 28, lid 5, van Richtlijn (EU) 2018/2001 bedoelde methodologie of, als alternatief, met ISO 14067 of ISO 14064-1. In de broeikasgasemissies gedurende de hele levenscyclus moeten indirecte emissies begrepen zijn. Gekwantificeerde broeikasgasemissiereducties gedurende de levenscyclus worden, indien van toepassing, geverifieerd in overeenstemming met artikel 30 van Richtlijn (EU) 2018/2001, of door een onafhankelijke derde, en

iii) 

hebben een netwerkgerelateerde functie, met name in verband met de algemene systeemflexibiliteit en de algemene systeemefficiëntie van elektriciteits- en waterstofnetwerken;

b) 

aanverwante uitrusting, waaronder pijplijnverbindingen met het netwerk;

5) 

betreffende koolstofdioxide:

a) 

specifieke pijpleidingen, die niet tot het upstreampijpleidingnet behoren, gebruikt voor het transport van koolstofdioxide uit meer dan één bron, met het oog op de permanente geologische opslag van die koolstofdioxide op grond van Richtlijn 2009/31/EG;

b) 

vaste faciliteiten voor het vloeibaar maken, de bufferopslag en converters van kooldioxide met het oog op het verdere transport ervan via pijpleidingen en in specifieke vormen van transport zoals schepen, binnenschepen, vrachtwagens en treinen;

c) 

onverminderd een eventueel verbod op de geologische opslag van koolstofdioxide in een lidstaat, faciliteiten aan de oppervlakte en injectiefaciliteiten die deel uitmaken van infrastructuur binnen een geologische formatie die overeenkomstig Richtlijn 2009/31/EG wordt gebruikt voor de permanente geologische opslag van koolstofdioxide, voor zover zij geen betrekking hebben op het gebruik van koolstofdioxide voor de verbeterde terugwinning van koolwaterstoffen en noodzakelijk zijn om het grensoverschrijdende transport en de grensoverschrijdende opslag van koolstofdioxide mogelijk te maken;

d) 

elke uitrusting of installatie die essentieel is om het mogelijk te maken dat het systeem in kwestie op een behoorlijke, veilige en efficiënte wijze functioneert, met inbegrip van beschermings-, monitorings- en toezichtssystemen.

BIJLAGE III REGIONALE LIJST VAN PROJECTEN




BIJLAGE III

REGIONALE LIJST VAN PROJECTEN

1.   REGELS VOOR GROEPEN

1) In het geval van energie-infrastructuur die onder de bevoegdheid van nationale regulerende instanties valt, wordt elke groep samengesteld uit vertegenwoordigers van de lidstaten, nationale regulerende instanties, TSB’s, alsmede de Commissie, het Agentschap, de EU-DSB-entiteit en ofwel het ENTSB voor elektriciteit, ofwel het ENTSB voor gas.

In het geval van andere energie-infrastructuurcategorieën wordt elke groep samengesteld uit de Commissie en vertegenwoordigers van de lidstaten en projectontwikkelaars die betrokken zijn bij elk van de in bijlage I genoemde prioriteiten.

2) Afhankelijk van het aantal projectvoorstellen voor de Unielijst, regionale leemten in de infrastructuur en marktontwikkelingen, kunnen de groepen en de besluitvormingsorganen van de groepen zich opsplitsen, zich samenvoegen of vergaderen in verschillende samenstellingen, indien nodig, om kwesties te bespreken die alle groepen raken of slechts betrekking hebben op specifieke regio’s. Het kan daarbij onder meer kwesties betreffen die relevant zijn voor de transregionale consistentie of het aantal in de regionale ontwerplijsten voorgestelde projecten dat onbeheersbaar dreigt te worden.

3) Elke groep organiseert zijn werkzaamheden in lijn met regionale samenwerkingsinspanningen op grond van artikel 12 van Verordening (EG) nr. 715/2009, artikel 34 van Verordening (EU) 2019/943, artikel 7 van Richtlijn 2009/73/EG en artikel 61 van Richtlijn (EU) 2019/944, en andere bestaande regionale samenwerkingsverbanden.

4) Elke groep nodigt, indien nuttig voor de uitvoering van de betreffende in bijlage I vastgestelde prioritaire corridors en gebieden voor energie-infrastructuur, ontwikkelaars uit van projecten die in aanmerking komen om te worden geselecteerd als project van gemeenschappelijk belang, evenals vertegenwoordigers van nationale administraties, regulerende instanties, maatschappelijke organisaties en TSB’s uit derde landen. Het besluit om vertegenwoordigers van een derde land uit te nodigen wordt gebaseerd op consensus.

5) Met betrekking tot de in bijlage I, afdeling 2), genoemde prioritaire corridors voor energie-infrastructuur nodigt elke groep, indien nuttig, vertegenwoordigers uit van de niet aan zee grenzende lidstaten, bevoegde instanties, nationale regulerende instanties en TSB’s.

6) Elke groep nodigt, waar nodig, de organisaties die de relevante belanghebbenden vertegenwoordigen, met inbegrip van vertegenwoordigers van derde landen — en, indien zulks passend wordt geacht, de belanghebbenden zelf — met inbegrip van producenten, DSB’s, leveranciers, consumenten, lokale bevolkingsgroepen en in de Unie gevestigde organisaties voor milieubescherming, uit om hun specifieke deskundigheid te delen. Wanneer dat nuttig is voor de verwezenlijking van zijn taken organiseert de groep hoorzittingen of raadplegingen.

7) Met betrekking tot de vergaderingen van de groepen worden de interne voorschriften, een geactualiseerde lijst van ledenorganisaties, regelmatig bijgewerkte informatie omtrent de voortgang van de werkzaamheden, vergaderagenda’s, evenals de notulen van vergaderingen, indien beschikbaar, door de Commissie gepubliceerd op een voor belanghebbenden toegankelijk platform. De beraadslagingen van de besluitvormingsorganen van de groepen en de rangschikking van projecten overeenkomstig artikel 4, lid 5, zijn vertrouwelijk. Alle besluiten met betrekking tot het functioneren en de werkzaamheden van de regionale groepen worden door de lidstaten en de Commissie bij consensus genomen.

8) De Commissie, het Agentschap en de groepen streven naar consistentie tussen de Groepen. Met het oog daarop zien de Commissie en het Agentschap erop toe dat er waar nodig tussen de betrokken groepen informatie wordt uitgewisseld over alle werkzaamheden die van interregionaal belang zijn.

9) De deelname van nationale regulerende instanties en het Agentschap aan de groepen brengt de verwezenlijking van hun doelstellingen en de vervulling van hun taken uit hoofde van deze verordening of uit hoofde van Verordening (EU) 2019/942, de artikelen 40 en 41 van Richtlijn 2009/73/EG en de artikelen 58, 59 en 60 van Richtlijn (EU) 2019/944 niet in gevaar.

2.   PROCEDURE VOOR DE OPSTELLING VAN REGIONALE LIJSTEN

1) Ontwikkelaars van een project dat potentieel in aanmerking komt voor selectie als project op de Unielijst waarvoor deze status wordt geambieerd, dienen bij de groep een aanvraag in voor selectie als project op de Unielijst, die het volgende omvat:

a) 

een beoordeling van de projecten uit het oogpunt van hun bijdrage tot de uitvoering van de in bijlage I genoemde prioriteiten;

b) 

een aanduiding van de relevante projectcategorie als vermeld in bijlage II;

c) 

een analyse van de wijze waarop is voldaan aan de in artikel 4 omschreven relevante criteria;

d) 

voor projecten die een voldoende mate van rijpheid hebben bereikt, een projectspecifieke kosten-batenanalyse die strookt met de op grond van artikel 11 opgestelde methodologieën;

e) 

voor projecten van wederzijds belang, de steunbrieven van de regeringen van de direct betroffen landen waarin zij hun steun uitspreken voor het project of andere niet-bindende overeenkomsten;

f) 

alle andere voor de beoordeling van het project relevante informatie.

2) Alle begunstigden nemen de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie in acht.

3) De voorgestelde elektriciteitstransmissie- en -opslagprojecten van gemeenschappelijk belang die vallen binnen de energie-infrastructuurcategorieën van punt 1), a), b), c), d) en f) van bijlage II bij deze verordening, zijn projecten die een onderdeel vormen van het meest recente Uniebreed tienjarig netontwikkelingsplan voor elektriciteit, vastgesteld door het ENTSB voor elektriciteit op grond van artikel 30 van Verordening (EU) 2019/943. De voorgestelde elektriciteitstransmissieprojecten van gemeenschappelijk belang die vallen binnen de energie-infrastructuurcategorieën van punt 1), b) en f) van bijlage II bij deze verordening, vloeien voort uit en stroken met de geïntegreerde ontwikkelingsplannen voor offshorenetwerken en netwerkversterkingen bedoeld in artikel 14, lid 2, van deze verordening.

4) Vanaf 1 januari 2024 zijn de voorgestelde waterstofprojecten van gemeenschappelijk belang die vallen binnen de energie-infrastructuurcategorieën van punt 3) van bijlage II bij deze verordening projecten die een onderdeel vormen van het meest recente tienjarig netontwikkelingsplan voor gas op het niveau van de Unie, vastgesteld door het ENTSB voor gas op grond van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 715/2009.

5) Uiterlijk op 30 juni 2022, en vervolgens voor alle Uniebrede tienjarige netontwikkelingsplannen, vaardigen het ENTSB voor elektriciteit en het ENTSB voor gas geactualiseerde richtsnoeren uit voor de opname van projecten in hun respectieve Uniebrede tienjarige netontwikkelingsplannen, als bedoeld in de punten 3) en 4), om gelijke behandeling en transparantie van het proces te waarborgen. Voor alle projecten die zijn opgenomen in de Unielijst die op dat moment van kracht is, wordt in de richtsnoeren een vereenvoudigd proces voor opname van projecten in de Uniebrede tienjarige netontwikkelingsplannen gedefinieerd, in het kader waarvan rekening wordt gehouden met de documentatie en gegevens die reeds tijdens het vorige proces voor het Uniebreed tienjarig netontwikkelingsplan zijn ingediend, mits de reeds ingediende gegevens geldig blijven.

Het ENTSB voor elektriciteit en het ENTSB voor gas overleggen met de Commissie en het Agentschap over hun respectieve ontwerprichtsnoeren voor de opname van projecten in de Uniebrede tienjarige netontwikkelingsplannen en houden terdege rekening met de aanbevelingen van de Commissie en het Agentschap voordat zij de definitieve richtlijnen publiceren.

6) Voorgestelde projecten voor het transport en de opslag van koolstofdioxide die vallen binnen de energie-infrastructuurcategorieën van bijlage II, punt 5), worden ingediend als onderdeel van een door ten minste twee lidstaten uitgewerkt plan voor de ontwikkeling van grensoverschrijdend transport en grensoverschrijdende opslag van koolstofdioxide, bij de Commissie in te dienen door de betrokken lidstaten of door die lidstaten aangewezen entiteiten.

7) Het ENTSB voor elektriciteit en het ENTSB voor gas verstrekken de groepen informatie over de wijze waarop zij de richtsnoeren hebben toegepast om de opname in de Uniebrede tienjarige netontwikkelingsplannen te evalueren.

8) Voor projecten die onder hun bevoegdheid vallen, verifiëren de nationale regulerende instanties en, zo nodig, het Agentschap — indien mogelijk in het kader van de regionale samenwerking op grond van artikel 7 van Richtlijn 2009/73/EG en artikel 61 van Richtlijn (EU) 2019/944 —de consistente toepassing van de criteria en van de voor de kosten-batenanalyse gebezigde methodologie, en evalueren zij de grensoverschrijdende relevantie daarvan. Zij leggen hun beoordeling voor aan de groep. De Commissie zorgt ervoor dat de in artikel 4 van deze verordening en bijlage IV bedoelde criteria en methodologieën op geharmoniseerde wijze worden toegepast om de samenhang tussen de regionale groepen te waarborgen.

9) Voor alle niet door punt 8) van deze bijlage bestreken projecten beoordeelt de Commissie de inachtneming van de criteria van artikel 4 van deze verordening. De Commissie houdt tevens rekening met het potentieel voor toekomstige uitbreiding met nieuwe lidstaten. De Commissie legt haar beoordeling voor aan de groep. Voor projecten waarvoor de status van project van wederzijds belang wordt aangevraagd, worden vertegenwoordigers van derde landen en regulerende instanties uitgenodigd bij de presentatie van de beoordeling.

10) Elke lidstaat op wiens grondgebied een voorgesteld project geen betrekking heeft, maar waarop het voorgestelde project eventueel een netto positief effect of een potentieel significant effect kan hebben, bijvoorbeeld op het milieu of op de werking van de energie-infrastructuur op zijn grondgebied, kan aan de groep een advies voorleggen met vermelding van zijn bezwaren.

11) De groep onderzoekt op verzoek van een lidstaat van de groep de door een lidstaat op grond van artikel 3, lid 3, voldoende onderbouwde redenen die hem ertoe hebben aangezet een project met betrekking tot zijn grondgebied niet goed te keuren.

12) De groep neemt in overweging of het „energie-efficiëntie eerst”-beginsel wordt toegepast bij de vaststelling van de regionale infrastructuurbehoeften en bij elk van de kandidaat-projecten. De groep neemt met name oplossingen in overweging zoals vraagzijdebeheer, oplossingen voor de marktordening, toepassing van digitale oplossingen en renovatie van gebouwen als prioritaire oplossingen, indien deze vanuit een systeemperspectief kostenefficiënter worden geacht dan de aanleg van nieuwe aanbodgestuurde infrastructuur.

13) De groep komt bijeen om de voorgestelde projecten te onderzoeken en te rangschikken op basis van een transparante beoordeling van de projecten aan de hand van de criteria van artikel 4, rekening houdend met de beoordeling van de regulators of, met betrekking tot projecten die niet onder de bevoegdheid van nationale regulerende instanties vallen, de beoordeling van de Commissie.

14) De door de Groepen uitgewerkte regionale ontwerplijsten van voorgestelde projecten die onder de bevoegdheid van nationale regulerende instanties vallen, worden samen met eventuele adviezen als bedoeld in punt 10) van deze afdeling, zes maanden vóór de datum waarop de Unielijst wordt vastgesteld bij het Agentschap ingediend. De regionale ontwerplijsten en de bijbehorende adviezen worden binnen drie maanden na de datum van ontvangst door het Agentschap beoordeeld. Het Agentschap brengt advies uit over de regionale ontwerplijsten, met name over de consistente toepassing van de criteria en de transregionale kosten-batenanalyse. Het advies van het Agentschap wordt goedgekeurd volgens de procedure van artikel 22, lid 5, van Verordening (EU) 2019/942.

15) Binnen een maand na de datum van ontvangst van het advies van het Agentschap stelt het besluitvormingsorgaan van elke groep met inachtneming van de bepalingen van artikel 3, lid 3, zijn definitieve regionale lijst van voorgestelde projecten vast op basis van het voorstel van de groepen en rekening houdend met het overeenkomstig punt 8) voorgelegde advies van het Agentschap en de beoordeling van de nationale regulerende instanties, of met de overeenkomstig punt 9) voorgelegde beoordeling van de Commissie met betrekking tot projecten die niet onder de bevoegdheid van nationale regulerende instanties vallen, alsook met het advies van de Commissie dat ertoe strekt het aantal projecten op de Unielijst beheersbaar te houden, met name bij grenzen met concurrerende of mogelijk concurrerende projecten. De besluitvormingsorganen van de groepen leggen de definitieve regionale lijsten voor aan de Commissie, samen met alle adviezen als omschreven in punt 10).

16) Indien het totale aantal voorgestelde projecten op de Unielijst, op basis van de regionale ontwerplijsten en na rekening te hebben gehouden met het advies van het Agentschap, groter is dan beheersbaar wordt geacht, adviseert de Commissie iedere betrokken groep om in de regionale lijst geen projecten op te nemen die door de betrokken groep op de op grond van artikel 4, lid 5, opgestelde ranglijst het laagst gerangschikt zijn.

BIJLAGE IV REGELS EN INDICATOREN BETREFFENDE CRITERIA VOOR PROJECTEN




BIJLAGE IV

REGELS EN INDICATOREN BETREFFENDE CRITERIA VOOR PROJECTEN

1) Een project van gemeenschappelijk belang met een aanzienlijk grensoverschrijdend effect is een project op het grondgebied van een lidstaat en voldoet aan de volgende voorwaarden:

a) 

bij elektriciteitstransmissie: het project versterkt de nettransmissiecapaciteit of de voor commerciële stromen beschikbare capaciteit aan de grens van die lidstaat met één of meer andere lidstaten, waardoor de grensoverschrijdende nettransmissiecapaciteit aan de grens van die lidstaat met één of meer andere lidstaten wordt verhoogd met minimaal 500 megawatt (MW) ten opzichte van de situatie bij niet-inbedrijfstelling van het project, of het project vermindert het energie-isolement van niet onderling verbonden systemen in een of meer lidstaten en verhoogt de grensoverschrijdende nettransmissiecapaciteit aan de grens tussen twee lidstaten met ten minste 200 MW;

b) 

bij elektriciteitsopslag: het project voorziet in een geïnstalleerde capaciteit van minimaal 225 MW en heeft een opslagcapaciteit die een jaarlijkse elektriciteitsproductie van ten minste 250 GW/jaar mogelijk maakt;

c) 

bij slimme elektriciteitsnetten: het project is ontworpen voor apparatuur en installaties op hoogspannings- en middenspanningsniveau en bij het project zijn TSB’s, TSB’s en DSB’s, of DSB’s uit ten minste twee lidstaten betrokken. Bij het project mogen DSB’s betrokken zijn “mits zij uit ten minste twee lidstaten afkomstig zijn en de interoperabiliteit verzekerd is. Het project voldoet aan ten minste twee van de volgende criteria: er zijn 50 000 gebruikers, producenten, consumenten of prosumenten van elektriciteit bij betrokken, het bestrijkt een verbruiksgebied van ten minste 300 GW uur/jaar, ten minste 20 % van het elektriciteitsverbruik in verband met het project is afkomstig van variabele hernieuwbare bronnen, of het vermindert het energie-isolement van niet met elkaar verbonden systemen in een of meer lidstaten. Het project hoeft geen fysieke gemeenschappelijke grens te omvatten. Bij projecten in verband met kleinschalige geïsoleerde systemen als omschreven in artikel 2, punt 42), van Richtlijn (EU) 2019/944, waaronder eilanden, zijn die spanningsniveaus gelijk aan het hoogste spanningsniveau in het relevante elektriciteitssysteem;

d) 

bij waterstoftransmissie: het project maakt de transmissie van waterstof over de grenzen van de betrokken lidstaten heen mogelijk of verhoogt de bestaande grensoverschrijdende waterstoftransportcapaciteit op een grens tussen twee lidstaten met ten minste 10 % ten opzichte van de situatie vóór de inbedrijfstelling van het project, en het project toont voldoende aan dat het een essentieel onderdeel is van een gepland grensoverschrijdend waterstofnetwerk en levert voldoende bewijs van bestaande plannen en samenwerking met buurlanden en netwerkbeheerders, of, voor projecten die het energie-isolement van niet met elkaar verbonden systemen in een of meer lidstaten verminderen, het project heet tot doel om op directe of indirecte wijze ten minste twee lidstaten te bedienen;

e) 

bij waterstofopslag- of waterstofontvangstvoorzieningen als bedoeld in punt 3) van bijlage II: het project heeft tot doel om op directe of indirecte wijze ten minste twee lidstaten te bedienen;

f) 

bij elektrolyse-installaties: het project levert een geïnstalleerde capaciteit van ten minste 50 MW, afkomstig van één enkele elektrolyse-installatie of van een reeks elektrolyse-installaties die één enkel gecoördineerd project vormen en komt ten minste twee lidstaten op directe op indirecte wijze ten goede, en ondersteunt specifiek, in geval van projecten met betrekking tot eilanden en eilandsystemen, innovatieve en andere oplossingen waarbij ten minste twee lidstaten betrokken zijn, met een aanzienlijk positief effect op het behalen van de streefcijfers voor klimaat en energie van de Unie voor 2030 en van haar doelstelling inzake klimaatneutraliteit voor 2050, en draagt aanzienlijk bij tot de duurzaamheid van het energiesysteem van de eilanden en dat van de Unie;

g) 

bij slimme gasnetten: bij het project zijn TSB’s, TSB’s en DSB’s of DSB’s van ten minste twee lidstaten betrokken. Als bij het project DSB’s betrokken zijn, is aan de voorwaarden voldaan als deze gesteund worden door de TSB’s van ten minste twee lidstaten, die nauw betrokken zijn bij het project en zorgen voor interoperabiliteit.

h) 

bij transmissie van elektriciteit uit hernieuwbare offshore-energiebronnen: het project is ontworpen voor de transmissie van elektriciteit van offshore-productielocaties met een capaciteit van ten minste 500 MW en maakt transmissie mogelijk van elektriciteit naar het onshorenetwerk van een specifieke lidstaat waardoor het volume aan op de interne markt beschikbare hernieuwbare elektriciteit wordt vergroot. Het project wordt ontwikkeld in gebieden met een lage penetratie van hernieuwbare offshore-elektriciteit en heeft een aanzienlijk positief effect op het behalen van de streefcijfers voor klimaat en energie van de Unie voor 2030 en van haar doelstelling inzake klimaatneutraliteit voor 2050, en draagt aanzienlijk bij tot de duurzaamheid van het energiesysteem en de marktintegratie, zonder de grensoverschrijdende capaciteit en stromen te belemmeren;

i) 

bij koolstofdioxideprojecten: het project wordt gebruikt voor het transport of, waar van toepassing, de opslag van koolstofdioxide van menselijke oorsprong afkomstig uit ten minste twee lidstaten.

2) Een project van wederzijds belang met een aanzienlijk grensoverschrijdend effect is een project en voldoet aan de volgende voorwaarden:

a) 

bij projecten van wederzijds belang die vallen binnen de categorie van bijlage II, punt 1), a) en f): het project versterkt de transmissiecapaciteit van het net, dan wel de voor commerciële stromen beschikbare capaciteit, aan de grens van die lidstaat met één of meer derde landen en levert volgens de specifieke criteria van artikel 4, lid 3, op directe dan wel indirecte wijze (via interconnectie met een derde land), op het niveau van de Unie aanzienlijke voordelen op. De berekening van de voordelen voor de lidstaten wordt uitgevoerd en gepubliceerd door het ENTSB voor elektriciteit in het kader van een Uniebreed tienjarig netontwikkelingsplan;

b) 

bij projecten van wederzijds belang die vallen binnen de categorie van bijlage II, punt 3): het waterstofproject zorgt voor de transmissie van waterstof over de grenzen van een lidstaat met één of meer derde landen heen en levert volgens de specifieke criteria van artikel 4, lid 3, op directe dan wel indirecte wijze (via interconnectie met een derde land), op het niveau van de Unie aanzienlijke voordelen op. De berekening van de voordelen voor de lidstaten wordt uitgevoerd en gepubliceerd door het ENTSB voor gas in het kader van een Uniebreed tienjarig netontwikkelingsplan;

c) 

bij projecten van wederzijds belang die vallen binnen de categorie van bijlage II, punt 5): het project kan worden gebruikt voor het transport en de opslag van koolstofdioxide van menselijke oorsprong door ten minste twee lidstaten en een derde land.

3) Wat betreft projecten die vallen binnen de energie-infrastructuurcategorieën van bijlage II, punt 1), a), b), c), d) en f), worden de criteria van artikel 4 als volgt geëvalueerd:

a) 

transmissie van hernieuwbare energie naar belangrijke verbruikscentra en opslagfaciliteiten, bepaald in lijn met de analyse gemaakt in het meest recente Uniebreed tienjarig netontwikkelingsplan voor elektriciteit, in het bijzonder:

i) 

bij elektriciteitstransmissie: door raming van de capaciteit voor productie uit hernieuwbare energiebronnen (per technologie, in MW) die dankzij het project met het netwerk is verbonden en wordt getransporteerd, in vergelijking met de hoeveelheid geplande totale productiecapaciteit uit deze typen van hernieuwbare energiebronnen in de betrokken lidstaat in 2030 overeenkomstig de nationale energie- en klimaatplannen die door de lidstaten zijn ingediend in overeenstemming met Verordening (EU) 2018/1999;

ii) 

of bij energieopslag: door vergelijking van de door het project geleverde nieuwe capaciteit met de totale bestaande capaciteit voor dezelfde opslagtechnologie binnen het analysegebied als beschreven in bijlage V;

b) 

marktintegratie, concurrentie en systeemflexibiliteit, bepaald in lijn met de analyse in het meest recente Uniebreed tienjarig netontwikkelingsplan voor elektriciteit, in het bijzonder door:

i) 

berekening, voor grensoverschrijdende projecten inclusief herinvesteringsprojecten, van het effect van de nettransmissiecapaciteit in beide stroomrichtingen, gemeten als hoeveelheid vermogen (in MW) en hun bijdrage aan het bereiken van het streefcijfer van ten minste 15 % interconnectie, en voor projecten met aanzienlijke grensoverschrijdende effecten, van het effect op de nettransmissiecapaciteit aan de grenzen tussen de betrokken lidstaten, tussen betrokken lidstaten en derde landen of binnen de betrokken lidstaten en het effect op de vraag-aanbodbalancering en het netbeheer in de betrokken lidstaten;

ii) 

evaluatie van het effect, voor het analysegebied beschreven in bijlage V, in termen van de productie- en transmissiekosten voor het hele energiesysteem en de ontwikkeling en convergentie van de marktprijzen ten gevolge van een project overeenkomstig verschillende planningsscenario’s, in het bijzonder rekening houdend met de variaties die worden teweeggebracht op de „merit order” (rangorde van in te zetten capaciteit);

c) 

leveringszekerheid, de interoperabiliteit en het veilige systeembeheer, bepaald in lijn met de analyse gemaakt in het meest recente Uniebreed tienjarig netontwikkelingsplan voor elektriciteit, met name door evaluatie van de effecten van het project op de Loss-of-Load-Expectation (het verwachte aantal uren tijdens dewelke de vraag naar elektriciteit niet gedekt is door de productiecapaciteit op het net) voor het analysegebied beschreven in bijlage V in termen van adequaatheid van productie en transmissie voor een reeks karakteristieke belastingperioden, rekening houdend met de verwachte wijzigingen op het gebied van klimaatgerelateerde extreme weersomstandigheden en het effect daarvan op de veerkracht van infrastructuur. Indien van toepassing wordt ook het effect van het project op onafhankelijke en betrouwbare controle van systeembeheer en dienstverlening bepaald.

4) Wat betreft projecten die vallen binnen de energie-infrastructuurcategorie van bijlage II, punt 1), e), worden de criteria van artikel 4 als volgt beoordeeld:

a) 

duurzaamheidsniveau, bepaald aan de hand van een beoordeling van de mate waarin de netten in staat zijn om variabele hernieuwbare energie aan te sluiten en te transporteren;

b) 

leveringszekerheid, bepaald aan de hand van een beoordeling van de verliezen in de transmissie- en/of distributienetwerken, het percentage gebruik (d.w.z. de gemiddelde belasting) van elektriciteitsnetcomponenten, de beschikbaarheid van netwerkcomponenten (gerelateerd aan al dan niet geplande onderhoudswerkzaamheden) en het effect daarvan op de netwerkprestaties, en op de duur en frequentie van stroomonderbrekingen, inclusief klimaatgerelateerde storingen;

c) 

marktintegratie, bepaald aan de hand van een beoordeling van de innovatieve toepassing binnen het systeembeheer, het terugdringen van energie-isolement, interconnectie, de mate van integratie van andere sectoren en de mate waarin nieuwe bedrijfsmodellen en marktstructuren gefaciliteerd worden;

d) 

netwerkveiligheid, flexibiliteit en kwaliteit van de levering, bepaald aan de hand van een beoordeling van de innovatieve benadering van systeemflexibiliteit, cyberbeveiliging, efficiënte operabiliteit tussen TSB- en DSB-niveau, de capaciteit om oplossingen voor vraagrespons te integreren, opslag, energie-efficiëntiemaatregelen, het kostenefficiënte gebruik van digitale instrumenten en ICT voor monitoring- en controledoeleinden, de stabiliteit van het elektriciteitssysteem en de prestaties op het gebied van de spanningskwaliteit.

5) Wat betreft waterstof die valt binnen de energie-infrastructuurcategorie van bijlage II, punt 3), worden de criteria van artikel 4 als volgt beoordeeld:

a) 

duurzaamheid, bepaald als de bijdrage van een project aan de vermindering van broeikasgasemissies bij verschillende eindtoepassingen in sectoren waar de transitie moeilijk te verwezenlijken is, zoals industrie of vervoer; flexibiliteit en seizoensgebonden opslagmogelijkheden voor de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen; of de integratie van hernieuwbare en koolstofarme waterstof met het oog op de marktbehoeften en het bevorderen van hernieuwbare waterstof;

b) 

marktintegratie en interoperabiliteit, bepaald aan de hand van een berekening van de toegevoegde waarde van het project voor de integratie van marktgebieden en de tariefconvergentie, evenals voor de algemene flexibiliteit van het systeem;

c) 

leveringszekerheid en flexibiliteit, bepaald aan de hand van een berekening van de toegevoegde waarde van het project voor de veerkracht, diversiteit en flexibiliteit van de waterstoflevering;

d) 

mededinging, bepaald aan de hand van een beoordeling van de bijdrage van het project aan de diversifiëring van de levering, met inbegrip van de facilitering van de toegang tot inheemse waterstofleveringsbronnen.

6) Wat betreft projecten voor slimme gasnetten die vallen binnen de energie-infrastructuurcategorie van bijlage II, punt 2), worden de criteria van artikel 4 als volgt beoordeeld:

a) 

duurzaamheid, bepaald aan de hand van een beoordeling van het aandeel in het gasnet opgenomen hernieuwbare en koolstofarme gassen, de daarmee samenhangende broeikasgasemissiereducties voor het volledig koolstofvrij maken van het systeem en de adequate detectie van lekkage;

b) 

leveringskwaliteit en -zekerheid, bepaald aan de hand van een beoordeling van de verhouding tussen het gasaanbod dat op een betrouwbare manier beschikbaar is en de gasvraag op piekmomenten, het aandeel door lokale hernieuwbare en koolstofarme gassen vervangen import, de stabiliteit van het systeembeheer en de duur en frequentie van stroomonderbrekingen per klant;

c) 

het mogelijk maken van flexibiliteitsdiensten zoals vraagrespons en opslag door de vergemakkelijking van de integratie van de slimme-energiesector door koppelingen te maken met andere energiedragers en sectoren, bepaald aan de hand van een beoordeling van de kostenbesparingen die kunnen worden bereikt in verbonden energiesectoren en -systemen, zoals het verwarmings- en elektriciteitssysteem, transport en industrie.

7) Wat betreft projecten voor elektrolyse-installaties die vallen binnen de energie-infrastructuurcategorie van bijlage II, punt 4), worden de criteria van artikel 4 als volgt beoordeeld:

a) 

duurzaamheid, bepaald aan de hand van een beoordeling van het aandeel hernieuwbare waterstof of koolstofarme waterstof, met name uit hernieuwbare bronnen, dat voldoet aan de criteria omschreven in bijlage II, punt 4), a), ii), dat in het netwerk is opgenomen, of een schatting van de omvang van het gebruik van synthetische brandstoffen afkomstig van dergelijke bronnen, en de daarmee samenhangende broeikasgasemissiereducties;

b) 

leveringszekerheid, bepaald aan de hand van een beoordeling van de bijdrage ervan aan de veiligheid, stabiliteit en efficiëntie van het netbeheer, ook door de beoordeling van de mate waarin inkrimping van de hoeveelheid hernieuwbare energie wordt vermeden;

c) 

het mogelijk maken van flexibiliteitsdiensten zoals vraagrespons en opslag door de vergemakkelijking van de integratie van de slimme-energiesector door koppelingen te maken met andere energiedragers en sectoren, bepaald aan de hand van een beoordeling van de kostenbesparingen die kunnen worden bereikt in verbonden energiesectoren en -systemen, zoals gas-, waterstof-, energie- en warmtenetten en de transport- en industriesector.

8) Wat betreft infrastructuur voor koolstofdioxide die valt binnen de energie-infrastructuurcategorieën van bijlage II, punt 5), worden de criteria van artikel 4 als volgt beoordeeld:

a) 

duurzaamheid, bepaald aan de hand van een beoordeling van de totale verwachte broeikasgasreducties gedurende de levensduur van het project en het ontbreken van alternatieve technologische oplossingen zoals, maar niet beperkt tot, energie-efficiëntie, elektrificatie met integratie van hernieuwbare bronnen, om hetzelfde niveau van broeikasgasreductie te bereiken als de hoeveelheid koolstofdioxide die in verbonden industriële installaties tegen vergelijkbare kosten binnen een vergelijkbaar tijdschema moet worden afgevangen, rekening houdend met de broeikasgasemissies van de energie die nodig is om de koolstofdioxide af te vangen, te transporteren en op te slaan, voor zover van toepassing, rekening houdend met de infrastructuur, met inbegrip van, indien van toepassing, andere potentiële toekomstige toepassingen;

b) 

veerkracht en zekerheid, bepaald aan de hand van een beoordeling van de zekerheid van de infrastructuur;

c) 

de beperking van de belasting en het risico voor het milieu door de permanente neutralisering van koolstofdioxide.

BIJLAGE V KOSTEN-BATENANALYSE VOOR HET GEHELE ENERGIESYSTEEM




BIJLAGE V

KOSTEN-BATENANALYSE VOOR HET GEHELE ENERGIESYSTEEM

De door het ENTSB voor elektriciteit en het ENTSB voor gas ontwikkelde methodologieën voor kosten-batenanalyses stroken met elkaar, met inachtneming van de eigen kenmerken van de sector. De methodologieën voor een geharmoniseerde en transparante kosten-batenanalyse voor het gehele energiesysteem voor projecten op de Unielijst zijn voor alle infrastructuurcategorieën gelijk, tenzij specifieke verschillen gerechtvaardigd zijn. Zij hebben betrekking op kosten in bredere zin, met inbegrip van externe kosten, in het licht van de streefcijfers voor klimaat en energie van de Unie voor 2030 en de doelstelling van de Unie om uiterlijk in 2050 klimaatneutraliteit te bereiken, en voldoen aan de volgende beginselen:

1) 

de analyse van een specifiek project bestrijkt alle lidstaten en derde landen op het grondgebied waarvan het project wordt uitgevoerd, alle directe naburige lidstaten en alle andere lidstaten waar het project een aanzienlijk effect heeft. Daartoe werken het ENTSB voor elektriciteit en het ENTSB voor gas samen met alle relevante systeembeheerders in de relevante derde landen. Bij projecten die vallen binnen de energie-infrastructuurcategorie van bijlage II, punt 3), werken het ENTSB voor elektriciteit en het ENTSB voor gas samen met de projectontwikkelaar, ook wanneer deze geen systeembeheerder is;

2) 

elke kosten-batenanalyse omvat gevoeligheidsanalyses inzake de inputdata, met inbegrip van de kosten van opwekking en broeikasgassen, alsmede de verwachte ontwikkeling van vraag en aanbod, inclusief ten aanzien van hernieuwbare energiebronnen, en inclusief de flexibiliteit van beide, en de beschikbaarheid van opslag, de datum van inbedrijfstelling van verschillende projecten in hetzelfde analysegebied, klimaateffecten en andere relevante parameters;

3) 

zij leggen de analyse vast die moet worden uitgevoerd, op basis van de relevante multisectorale inputdata door het bepalen van het effect met en zonder het project en beschreven tevens de onderlinge afhankelijkheden met andere projecten;

4) 

zij bieden een leidraad voor de ontwikkeling en het gebruik van de voor de kosten-batenanalyse noodzakelijke netwerk- en marktmodellering. Met deze modellen kan een volledige beoordeling worden gemaakt van de economische voordelen, waaronder marktintegratie, leveringszekerheid en concurrentie, de opheffing van isolement op energiegebied, en van de sociale en milieu- en klimaateffecten, met inbegrip van de sectoroverschrijdende effecten. De methodologie is geheel transparant en bevat gedetailleerde gegevens over waarom en hoe alle baten en kosten worden berekend en om welke baten en kosten het gaat;

5) 

zij bevatten een uitleg over de wijze waarop het „energie-efficiëntie eerst”-beginsel wordt geïmplementeerd in alle stappen van de Uniebrede tienjarige netontwikkelingsplannen;

6) 

zij leggen uit dat het project de ontwikkeling en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen niet zal belemmeren;

7) 

zij zorgen ervoor dat wordt vastgesteld op welke lidstaten het project een netto positief effect heeft, wie de begunstigden zijn, op welke lidstaten het project een netto negatief effect heeft, en wie de kostendragers zijn, wat andere lidstaten kunnen zijn dan de lidstaten op wier grondgebied de infrastructuur wordt gebouwd;

8) 

zij houden in ieder geval rekening met de kapitaaluitgaven, operationele en onderhoudskosten en de kosten voor het desbetreffende systeem gedurende de technische levensduur van het project in zijn geheel, zoals ontmantelings- en afvalbeheerkosten, met inbegrip van externe kosten. Zij vormen een leidraad voor de bij de kosten-batenberekeningen in aanmerking te nemen discontovoeten, technische levensduur en restwaarde. Voorts bevatten zij een verplichte methodologie voor de berekening van de kosten-batenverhouding en de netto contante waarde, alsook een differentiatie van de baten in overeenstemming met de mate van betrouwbaarheid van de ramingsmethoden. Daarnaast wordt rekening gehouden met methoden voor het berekenen van het klimaat- en milieueffect van de projecten en de bijdrage aan energiedoelstellingen van de Unie, zoals de doelstelling om hernieuwbare energie meer ingang te doen vinden en de doelstellingen inzake energie-efficiëntie en interconnectie;

9) 

zij zorgen ervoor dat de maatregelen ter aanpassing aan de klimaatverandering die voor elk project worden genomen, worden beoordeeld en de kosten van de broeikasgasemissies weerspiegelen en dat de voor de beoordeling gebruikte methode solide is en consistent is met andere beleidsmaatregelen van de Unie, zodat een vergelijking mogelijk is met andere oplossingen waarvoor geen nieuwe infrastructuur nodig is.

BIJLAGE VI RICHTSNOEREN VOOR TRANSPARANTIE EN INSPRAAK VAN HET PUBLIEK




BIJLAGE VI

RICHTSNOEREN VOOR TRANSPARANTIE EN INSPRAAK VAN HET PUBLIEK

1) De in artikel 9, lid 1, bedoelde handleiding betreffende de procedures omvat ten minste de volgende elementen:

a) 

een nadere aanduiding van de relevante wetgeving waarop de besluiten en adviezen inzake de verschillende types projecten van gemeenschappelijk belang worden gebaseerd, met inbegrip van milieuwetgeving;

b) 

de lijst van relevante besluiten en in te winnen adviezen;

c) 

de namen en contactgegevens van de bevoegde instantie, andere betrokken instanties en voornaamste betrokken partijen;

d) 

de workflow, met een overzicht van alle fasen van het proces, met een indicatief tijdschema en een beknopt overzicht van het besluitvormingsproces voor de verschillende types projecten van gemeenschappelijk belang;

e) 

informatie over de inhoud, structuur en gedetailleerdheid van de documenten die samen met de aanvragen voor besluiten moeten worden ingediend, inclusief een checklist;

f) 

de fasen van het proces en de manieren waarop het grote publiek aan het proces kan deelnemen;

g) 

de wijze waarop de bevoegde instantie, andere betrokken instanties en de projectontwikkelaar dienen aan te tonen dat rekening is gehouden met de standpunten die tijdens de openbare raadpleging naar voren zijn gebracht, bijvoorbeeld door te laten zien welke wijzigingen zijn doorgevoerd wat betreft de locatie van het project of het projectontwerp of door te motiveren waarom geen rekening is gehouden met deze standpunten;

h) 

voor zover mogelijk, vertalingen van de inhoud ervan in alle talen van de aangrenzende lidstaten, in overleg met de respectieve aangrenzende lidstaten.

2) Het in artikel 10, lid 6, punt b), bedoelde gedetailleerde schema omvat ten minste de volgende elementen:

a) 

de vast te stellen besluiten en in te winnen adviezen;

b) 

de autoriteiten, belanghebbenden en bevolkingsgroepen die naar verwachting gevolgen zullen ondervinden;

c) 

de diverse fasen van de procedure en de duur daarvan;

d) 

de belangrijkste mijlpalen en de daarvoor geldende termijnen met het oog op het vast te stellen raambesluit;

e) 

de door de autoriteiten voorziene middelen en de eventuele behoefte aan extra middelen.

3) Om het publiek meer inspraak te geven in het kader van het vergunningsverleningsproces en het vooraf informatie te verstrekken en ermee in dialoog te gaan, worden, onverminderd de vereisten inzake openbare raadpleging op grond van de milieuwetgeving, de volgende beginselen toegepast:

a) 

de partijen voor wie een project van gemeenschappelijk belang gevolgen heeft, inclusief de relevante nationale, regionale en lokale autoriteiten, landbezitters en in de omgeving van het project wonende burgers, het algemene publiek en verenigingen, organisaties of groepen daarvan worden in een vroege fase van het project, wanneer met potentiële bezwaren bij het publiek nog rekening kan worden gehouden, uitvoerig geïnformeerd en geraadpleegd op een inclusieve, open en transparante manier. In voorkomend geval ondersteunt de bevoegde instantie op actieve wijze de door de projectontwikkelaar opgezette activiteiten;

b) 

de bevoegde instanties zien erop toe dat de openbare raadplegingsprocedures voor projecten van gemeenschappelijk belang waar mogelijk worden gegroepeerd, waaronder openbare raadplegingen die al krachtens de nationale wetgeving vereist zijn. Elke openbare raadpleging heeft betrekking op alle aspecten die van betekenis zijn voor de specifieke fase van de procedure en een aspect dat van betekenis is voor een specifieke fase van het project wordt niet behandeld in meer dan één openbare raadpleging; een individuele openbare raadpleging kan echter op meer dan één geografische locatie plaatsvinden. In de kennisgeving van openbare raadpleging worden de bij die raadpleging behandelde aspecten duidelijk omschreven;

c) 

opmerkingen en bezwaren kunnen alleen worden ingediend van het begin van de openbare raadpleging tot het verstrijken van de vastgestelde termijn;

d) 

projectontwikkelaars zorgen ervoor dat raadplegingen plaatsvinden gedurende een periode die een open en inclusieve participatie van het publiek mogelijk maakt.

4) Het ontwerp betreffende de inspraak van het publiek bevat ten minste informatie over:

a) 

de bij de raadpleging te betrekken belanghebbenden;

b) 

de geplande maatregelen, waaronder de voorgestelde algemene locaties en data van de geplande bijeenkomsten;

c) 

de tijdlijn;

d) 

de personele middelen die voor verschillende taken worden vrijgemaakt.

5) In de context van de openbare raadpleging die moet plaatsvinden voordat het aanvraagdossier wordt ingediend, doen de betrokken partijen minimaal het volgende:

a) 

zij publiceren, in elektronische en indien nodig papieren vorm, een informatiefolder van maximaal 15 bladzijden waarin op een duidelijke en beknopte wijze een overzicht wordt gegeven van de beschrijving en het doel van het project met een voorlopig tijdschema voor de ontwikkelingsfasen van het project, het nationale netontwikkelingsplan, de bestudeerde alternatieve routes, vormen en kenmerken van het potentiële effect, inclusief van grensoverschrijdende aard, en eventuele mitigatiemaatregelen; deze informatiefolder moet vóór het begin van de raadpleging worden gepubliceerd en bevat voorts een lijst van de in artikel 9, lid 7, bedoelde website van het project van gemeenschappelijk belang, de internetadressen van het in artikel 23 bedoelde transparantieplatform, alsmede de handleiding voor de in punt 1) van deze bijlage bedoelde procedures;

b) 

zij publiceren de informatie over de raadpleging op de website van het project van gemeenschappelijk belang als bedoeld in artikel 9, lid 7, en op de mededelingenborden van de kantoren van lokale besturen, en maken deze informatie tevens bekend via een of, in voorkomend geval, twee plaatselijke mediakanalen;

c) 

zij nodigen de betrokken belanghebbenden, verenigingen, organisaties en groepen voor wie het project gevolgen heeft schriftelijk of langs elektronische weg uit voor specifieke bijeenkomsten waarop de zorgpunten van die belanghebbenden, verenigingen, organisaties en groepen worden besproken.

6) Op de in artikel 9, lid 7, bedoelde website van het project wordt ten minste de volgende informatie verstrekt:

a) 

de datum waarop de website van het project voor het laatst is bijgewerkt;

b) 

vertalingen van de inhoud ervan in alle talen van de lidstaten die bij het project betrokken zijn of waarop het project een aanzienlijk grensoverschrijdend effect heeft overeenkomstig bijlage IV, punt 1);

c) 

de in punt 5) bedoelde folder, bijgewerkt met de laatste gegevens over het project;

d) 

een op gezette tijden geactualiseerde niet-technische samenvatting met de stand van zaken in verband met het project op dat moment, inclusief geografische informatie, en, in het geval van een actualisering, een duidelijk overzicht van de wijzigingen ten opzichte van vorige versies;

e) 

het in artikel 5, lid 1, beschreven uitvoeringsplan, bijgewerkt met de laatste gegevens over het project;

f) 

de door de Unie toegewezen en uitbetaalde financiële middelen in verband met het project;

g) 

de planning voor het project en voor de openbare raadpleging, met duidelijke opgave van datum en plaats van openbare raadplegingen en hoorzittingen, en de onderwerpen die naar verwachting tijdens die hoorzittingen aan de orde gesteld zullen worden;

h) 

contactgegevens met het oog op het verkrijgen van aanvullende gegevens of documenten;

i) 

contactgegevens met het oog op het toezenden van opmerkingen en bezwaren tijdens de openbare raadplegingen.

BIJLAGE VII UNIELIJST VAN PROJECTEN VAN GEMEENSCHAPPELIJK BELANG EN PROJECTEN VAN GEMEENSCHAPPELIJK BELANG („UNIELIJST”)




BIJLAGE VII

UNIELIJST VAN PROJECTEN VAN GEMEENSCHAPPELIJK BELANG EN PROJECTEN VAN GEMEENSCHAPPELIJK BELANG („UNIELIJST”)

(zoals bedoeld in artikel 3, lid 4)

A.   BEGINSELEN DIE ZIJN TOEGEPAST BIJ HET VASTSTELLEN VAN DE UNIELIJST

1) Clusters van PGB’s en PWB’s

Sommige PGB’s/PWB’s maken deel uit van een cluster omdat zij onderling afhankelijk zijn of potentieel of daadwerkelijk met elkaar concurreren. De volgende typen clusters van PGB’s/PWB’s zijn opgesteld:

a) 

een cluster van onderling afhankelijke PGB’s/PWB’s wordt gedefinieerd als een „Cluster X waarvan de volgende PGB’s/PWB’s deel uitmaken:”. Een dergelijk cluster wordt gevormd om PGB’s/PWB’s vast te stellen die allemaal nodig zijn om hetzelfde grensoverschrijdende knelpunt aan te pakken en die tot synergie leiden als zij samen worden uitgevoerd. In dit geval moeten alle betrokken PGB’s/PWB’s worden uitgevoerd om de voordelen op EU-schaal te bewerkstelligen;

b) 

een cluster van potentieel concurrerende PGB’s/PWB’s wordt gedefinieerd als een „Cluster X waarvan een of meer van de volgende PGB’s/PWB’s deel uitmaken:”. Een dergelijk cluster wordt gevormd als niet zeker is wat de omvang van het grensoverschrijdende knelpunt is. In dit geval hoeven niet alle in de clusters opgenomen PGB’s/PWB’s te worden uitgevoerd. Het wordt aan de markt overgelaten of slechts één, verschillende of alle PGB’s/PWB’s worden uitgevoerd, mits de nodige goedkeuringen inzake ruimtelijke ordening, vergunningen e.d. kunnen worden verkregen. Of de PGB’s/PWB’s noodzakelijk zijn — ook wat de benodigde capaciteit betreft — wordt opnieuw beoordeeld in het kader van een daaropvolgend PGB/PWB-selectieproces;

c) 

een cluster van concurrerende PGB’s/PWB’s wordt gedefinieerd als een „Cluster X waarvan een van de volgende PGB’s/PWB’s deel uitmaakt:”. Een dergelijk cluster heeft betrekking op één specifiek knelpunt. De omvang van het knelpunt is echter zekerder dan bij een cluster van potentieel concurrerende PGB’s/PWB’s, en daarom is besloten dat slechts één van de PGB’s/PWB’s hoeft te worden uitgevoerd. Het wordt aan de markt overgelaten te bepalen welk PGB/PWB wordt uitgevoerd, mits de nodige goedkeuringen inzake ruimtelijke ordening, vergunningen e.d. kunnen worden verkregen. Zo nodig wordt de noodzakelijkheid van de PGB’s/PWB’s opnieuw beoordeeld in het kader van een daaropvolgend PGB/PWB-selectieproces.

Voor alle PGB’s/PWB’s gelden dezelfde, bij Verordening (EU) 2022/869 vastgestelde rechten en plichten.

2) Behandeling van onderstations en compressorstations

Onderstations, rug-aan-rug-elektriciteitsstations en compressorstations worden beschouwd als onderdeel van PGB’s/PWB’s indien zij, naargelang het geval, geografisch op distributielijnen of naast pijpleidingen liggen. Onderstations, rug-aan-rug-stations en compressorstations worden beschouwd als op zichzelf staande PGB’s en zijn expliciet opgenomen op de Unielijst indien hun geografische locatie geen deel uitmaakt van distributielijnen of pijpleidingen, naargelang het geval. Hiervoor gelden de bij Verordening (EU) 2022/869 vastgestelde rechten en plichten.

3) Projecten die niet meer als PGB’s/PWB’s worden beschouwd, en projecten die deel zijn geworden van andere PGB’s/PWB’s

Verschillende projecten die in de eerste Unielijst waren opgenomen, worden om een of meer van de volgende redenen niet langer als PGB’s/PWB’s beschouwd:

a) 

het project is al opgeleverd of wordt uiterlijk in maart 2026 opgeleverd, en zou dus geen baat hebben bij de toepassing van Verordening (EU) 2022/869;

b) 

op basis van nieuwe gegevens blijkt dat het project niet aan de algemene criteria voldoet;

c) 

het project is niet opnieuw ingediend om als PGB/PMI te worden geselecteerd;

d) 

een lidstaat op het grondgebied waarvan het project betrekking heeft, heeft geen goedkeuring verleend, of

e) 

het project stond bij het selectieproces lager in de rangorde dan andere PGB/PWB-kandidaten.

Deze projecten (met uitzondering van de opgeleverde projecten en de projecten die uiterlijk in maart 2026 worden opgeleverd) kunnen in aanmerking komen om in de volgende Unielijst te worden opgenomen indien de redenen die ertoe hebben geleid dat zij niet op de huidige lijst staan, niet meer van toepassing zijn.

Dergelijke projecten zijn geen PGB’s/PWB’s, maar zijn om redenen van transparantie en duidelijkheid met hun oorspronkelijke PGB/PWB-nummers opgenomen in deze bijlage, deel C, als „Projecten die niet meer als PGB’s/PWB’s worden beschouwd”.

Sommige projecten die in de eerste Unielijst waren opgenomen, werden tijdens het uitvoeringsproces integraal deel van andere (clusters van) PGB’s/PWB’s.

Dergelijke projecten worden niet langer beschouwd als onafhankelijke PGB’s/PWB’s, maar zijn om redenen van transparantie en duidelijkheid met hun oorspronkelijke PGB/PWB-nummers opgenomen in deze bijlage, deel C, als „Projecten die thans integrale delen van andere PGB’s/PWB’s zijn”.

4) Niet in aanmerking komende onderdelen van de PGB/PWB-projecten

Sommige PGB/PWB-projecten omvatten een of meer niet-subsidiabele investeringen. De volgende investeringen mogen niet worden beschouwd als deel uitmakend van de Unielijst:

a) 

interne versterkingen voor het „Medlink”-project (deel van PWB 1.35), namelijk de wisselstroomtransmissielijn tussen Annaba en Tougourt in Algerije, en de wisselstroomtransmissielijn tussen De Jebil en Marsa Dhib in Tunesië;

b) 

interne versterkingen voor de Interconnector tussen Subotica (RS) en Sándorfalva (HU) (deel van PWB 2.12), namelijk de bovenleiding tussen Novi Sad 3 en Sombor 3, de bovenleiding tussen Srbobran en Sremska Mitrovica 2, en de wederopbouw van onderstation Subotica 3;

c) 

interne versterkingen voor de verbinding tussen Wadi El Natroon (EG) en Mesogeia/St Stefanos (EL) [momenteel bekend als de „GREGY Interconnector”] (deel van PWB 2.13) — interne secties in EG;

d) 

interne versterkingen voor de interconnectie tussen Bobov Dol (BG) en Leskovac 2 (RS) [momenteel bekend als de „Central Balkan Corridor”] (deel van PWB 2.26), namelijk de verbetering van de bovenleiding tussen Nis 2 en Krusevac 1, de verbetering van onderstation Krusevac 1, de verbetering van de bovenleiding Krusevac 1 en Kraljevo 3, de verbetering van de bovenleiding tussen Kraljevo en Pozega, het nieuwe onderstation Pozega, de nieuwe bovenleiding tussen Jagodina en Pozarevac, de verbetering van de bovenleiding tussen Pozega en Vardiste en het nieuwe onderstation in Pozarevac 3;

e) 

interne delen van de Spaanse backbone (deel van PGB 9.1.3): Coruña-Zamora, Huelva-Algeciras, Castilla y León (tussen Zamora-Haro), Guitiriz-Zamora, en de verbinding Castilla La Mancha-Madrid;

f) 

het interne gedeelte Freiburg-Offenbach in Duitsland (deel van PGB 9.2.1);

g) 

het gedeelte Limburg en de verbinding daarvan met de noord-zuidbackbone in het oosten van Nederland (deel van PGB 9.6);

h) 

het interne gedeelte in Duitsland, dat in de buurt van Bremen begint en naar Hannover gaat (deel van PGB 9.7.4);

i) 

het interne gedeelte in Frankrijk van Port-de-la-Nouvelle via Barbaira (deel van PGB 9.27.2);

j) 

het interne gedeelte in Frankrijk Bordeaux-Lussagnet (deel van PGB 9.27.3);

k) 

het interne gedeelte in Duitsland, dat in de buurt van Bremen begint en naar het zuiden gaat (deel van PGB 9.28);

l) 

het interne gedeelte in het VK van Bacton naar het interne Britse waterstofnet (deel van PWB 9.35);

m) 

de interne gedeelten in Tunesië van de Noord-Afrikaanse waterstofcorridor (deel van PWB 10.12);

n) 

het interne gedeelte in Zweden dat Kiruna verbindt met Luleå van de Nordic Hydrogen Route — Bothnian Bay (deel van PGB 11.1);

o) 

de interne delen in Finland (geografische verwijzingen als aanduidingen): Mäntsälä, Imatra, Kouvola, Kotka; de interne lijn van de Nordic-Baltic Hydrogen Corridor in LT die verbinding maakt met Klaipėda (deel van PGB 11.2);

p) 

het gedeelte Zweden-Finland en de verbinding van de waterstofcollector in de Oostzee met het eiland Gotland (deel van PGB 11.3).

5) Nummering van de projecten op de Unielijst

Projecten die in de eerste Unielijst zijn opgenomen, behouden hun oorspronkelijke PGB/PWB-nummer in de huidige Unielijst. Aan projecten die voor het eerst in de huidige Unielijst zijn opgenomen, wordt een nieuw uniek PGB/PWB-nummer toegekend.

B.   UNIELIJST VAN PROJECTEN VAN GEMEENSCHAPPELIJK BELANG EN PROJECTEN VAN WEDERZIJDS BELANG

1) Noord-zuid elektriciteitsinterconnecties in West-Europa (NSI West Electricity)

In de regio ontwikkelde projecten van gemeenschappelijk belang:



Nr.

Omschrijving

1.1

Interconnectie Portugal-Spanje tussen Beariz-Fontefría (ES), Fontefría (ES)-Ponte de Lima (PT) en Ponte de Lima-Vila Nova de Famalicão (PT), met inbegrip van onderstations in Beariz (ES), Fontefría (ES) en Ponte de Lima (PT)

1.2

Interconnectie tussen Gatica (ES) en Cubnezais (FR) [momenteel bekend als „Biscay Gulf”]

1.3

Interconnectie tussen La Martyre (FR) en Great Island of Knockraha (IE) [momenteel bekend als „Celtic Interconnector”]

1.4

1.4.1  Interne lijn van Emden-Oost naar Osterath om de capaciteit van Noord-Duitsland naar het Rijnland te vergroten [momenteel bekend als „A-Nord”]

1.5

Interne lijn in Duitsland tussen Brunsbüttel/Wilster naar Großgartach/Grafenrheinfeld om de capaciteit aan de noordelijke en zuidelijke grenzen te vergroten [momenteel bekend als „Südlink”]

1.6

Interne lijn tussen Osterath en Philippsburg (DE) om de capaciteit in het westelijk grensgebied te vergroten [momenteel bekend als „Ultranet”]

1.7

1.7.1  Interconnectie tussen Navarra (ES) en Landes (FR) [momenteel bekend als „Pyrenean crossing 1”]

1.7.2  Interconnectie tussen regio Aragón (ES) en Marsillon (FR) [momenteel bekend als „Pyrenean crossing 2”]

1.8

Interconnectie tussen Lonny (FR) en Gramme (BE)

1.9

Interne lijnen bij de noordelijke grens van België tussen Zandvliet en Lillo-Liefkenshoek (BE), en tussen Liefkenshoek en Mercator, met inbegrip van een onderstation in Lillo (BE) [momenteel bekend als „BRABO II + III”]

1.10

Interconnectie tussen Corsica (FR) en Sardinië (IT) en het Italiaanse vasteland [momenteel bekend als „SACOI 3”]

1.11

Opslaguitbreidingsproject Kaunertal (AT)

1.12

Zuiverende pompopslag van waterkracht Navaleo (ES)

1.13

Pompopslag van waterkracht Silvermines (IE)

1.14

Pompopslag van waterkracht RIEDL (DE)

1.16

Groene waterstofhub persluchtopslag (DK)

1.17

Pompopslag van waterkracht WSK PULS (DE)

1.18

Omkeerbare hydraulische pompopslag AGUAYO II (ES)

1.22

Interne lijn tussen het gebied Bordeaux en het gebied Nantes (FR) [momenteel bekend als „GiLA”]

1.23

Interne lijn tussen Montalto en Avenza (IT) [momenteel bekend als „HG North Tyrrhenian Corridor”]

1.24

Interne lijn tussen Ovelgönne/Rastede/Wiefelstede/Westerstede en Bürstadt en Marxheim (Taunus) (DE) [momenteel bekend als „Rhine-Main-Link”]

1.25

Online Grid Controller „PSKW-Rio” (DE)

1.26

Pompopslag van waterkracht CHR IRENE (ES)

1.27

Pompopslag van waterkracht PSP CONSO II (ES)

1.28

Pompopslag van waterkracht Villarosa (IT)

1.29

Pompopslag van waterkracht Taccu Sa Pruna (IT)

1.30

Pompopslag van waterkracht Favazzina (IT)

1.31

Pompopslag van waterkracht Serra Del Corvo (IT)

1.32

Persluchtopslag „CAES Ahaus, Duitsland” (DE)

In de regio ontwikkelde projecten van wederzijds belang:



Nr.

Omschrijving

1.19

Interconnectie tussen Sicilië (IT) en knooppunt Tunesië (TN) [momenteel bekend als „ELMED”]

1.20

Interconnectie tussen Zeebrugge (BE) en Kemsley, Kent (UK) [momenteel bekend als „Cronos”]

1.21

Interconnectie tussen gebieden bij Emden (DE) en Corringham, Essex (UK) [momenteel bekend als „Tarchon”]

1.33

Interconnectie tussen Woodland (IE) en Turleenan (UK) [momenteel bekend als „North-South interconnector”] (nr. 2.13.1 op de vierde PGB-lijst)

1.34

Interconnectie tussen Maynooth (IE) en Bodelwyddan (UK) [momenteel bekend als „MaresConnect”]

1.35

Interconnectie tussen La Spezia (IT) en Annaba (DZ) en tussen Suvereto (IT) en Marsa Dhib (TN) [momenteel bekend als „Medlink”]

2) Noord-zuid elektriciteitsinterconnecties in middenoostelijk en zuidoostelijk Europa (NSI East Electricity)

In de regio ontwikkelde projecten van gemeenschappelijk belang:



Nr.

Omschrijving

2.1

Cluster Oostenrijk-Duitsland, waarvan de volgende PGB’s deel uitmaken:

2.1.1  Interconnectie tussen Isar/Altheim/Ottenhofen (DE) en St. Peter (AT)

2.1.3  Interne lijn tussen Westtirol en Zell-Ziller (AT)

2.1.4  Interconnector tussen Pleinting (DE) en St. Peter (AT)

2.2

Interne lijn in Duitsland tussen Wolmirstedt en Isar [momenteel bekend als „SuedOstLink”]

2.3

Cluster van interne lijnen in Tsjechië, waarvan de volgende PGB’s deel uitmaken:

2.3.2  Interne lijn tussen Prestice en Kocin

2.3.3  Interne lijn tussen Kocin en Mirovka

2.4

Interconnector tussen Würmlach (AT) en Somplago (IT)

2.5

Cluster Hongarije-Roemenië, waarvan de volgende PGB’s deel uitmaken:

2.5.1  Interconnector tussen Józsa (HU) en Oradea (RO)

2.5.2  Interne lijn tussen Urechesti (RO) en Targu Jiu (RO)

2.5.3  Interne lijn tussen Targu Jiu (RO) en Paroseni (RO)

2.5.4  Interne lijn tussen Paroseni (RO) en Baru Mare (RO)

2.5.5  Interne lijn tussen Baru Mare (RO) en Hasdat (RO)

2.5.6  Verbetering van onderstation Rosiori (RO)

2.5.7  Interconnector tussen Nadab (RO) en Bekescsaba (HU)

2.6

Cluster Israël-Cyprus-Griekenland [momenteel bekend als „Great Sea Interconnector”], waarvan de volgende PGB’s deel uitmaken:

2.6.1  Interconnectie tussen Hadera (IL) en Kofinou (CY)

2.6.2  Interconnectie tussen Kofinou (CY) en Korakia op Kreta (EL)

2.7

Interconnector tussen Otrokovice (CZ) en Ladce (SK)

2.8

Interconnector tussen Lienz (AT) en regio Veneto (IT)

2.9

Pompopslag in Amfilochia (EL)

2.10

Batterijsysteem voor energieopslag Ptolemaida (EL)

2.11

Modernisering van de pompopslag van waterkracht in Čierny Váh (SK) [momenteel bekend als „SE Integrator”]

2.14

Interne lijn tussen Villanova en Fano (IT) [momenteel bekend als „Adriatic HVDC link”]

2.15

Interne lijn tussen Lienz, Malta en Obersielach (AT) (nr. 3.28 op de vijfde PGB-lijst)

2.16

Interconnectie tussen Hradec (CZ) en Röhrsdorf (DE)

2.17

Interconnectie tussen Galatina (IT) en Thesprotia (EL) [moment bekend als „GRITA 2”]

2.18

Interne lijn tussen St. Peter en Dürnrohr (AT)

2.19

Interne lijn tussen Foggia en Forli (IT) [momenteel bekend als „HG Adriatic Corridor”]

2.20

Interconnectie tussen Sajóivánka (HU) en Rimavská Sobota (SK) (nr. 3.17 op de vierde PGB-lijst)

2.21

Pompopslag in Yadenitsa (BG) (nr. 3.23 op de vierde PGB-lijst)

2.22

Pompopslag in Kozjak (SI)

2.23

Pompopslag in Batak (BG)

2.24

Pompopslag Dospat (BG)

In de regio ontwikkelde projecten van wederzijds belang:



Nr.

Omschrijving

2.12

Interconnector tussen Subotica (RS) en Sándorfalva (HU) [momenteel bekend als „Pannonian Corridor”]

2.13

Interconnectie tussen Sidi Barrani shore (EG) en Mesogeia/St Stefanos (EL) [momenteel bekend als „GREGY Interconnector”]

2.25

Tweede interconnectie tussen Villanova (IT) en Lastva (ME)

2.26

Interconnectie tussen Bobov Dol (BG) en Leskovac 2 (RS) [momenteel bekend als „Central Balkan Corridor”]

2.27

Interconnectie tussen Anaklia (GE) en Constanta Sud (RO) [momenteel bekend als „Black Sea interconnection cable”]

2.28

Interconnectie tussen Mukacheve (UA) en Veľké Kapušany (SK)

2.29

Interconnectie tussen Artsyz (UA) en Isaccea (RO)

3) Interconnectieplan voor de energiemarkt in het Oostzeegebied voor elektriciteit (BEMIP Electricity)

In de regio ontwikkelde projecten van gemeenschappelijk belang:



Nr.

Omschrijving

3.2

Pompopslag van elektriciteit in Estland

3.3

Integratie en synchronisatie van het elektriciteitssysteem van de Baltische staten met de Europese netten, waarvan de volgende PGB’s deel uitmaken:

3.3.3  Interne lijn tussen Paide en Sindi (EE)

3.3.5  Verdere infrastructuuraspecten van de synchronisatie van het elektriciteitssysteem van de Baltische staten met het Europese continentale netwerk

3.3.6  Interconnectie tussen Litouwen en Polen [momenteel bekend als „Harmony Link”]

3.3.11  Interne lijn tussen Dunowo en Żydowo Kierzkowo (PL)

3.3.12  Interne lijn tussen Piła Krzewina en Żydowo Kierzkowo (PL)

3.3.13  Interne lijn tussen Morzyczyn-Dunowo-Słupsk-Żarnowiec (PL)

3.3.14  Interne lijn tussen Żarnowiec-Gdańsk/Gdańsk Przyjaźń-Gdańsk Błonia (PL)

3.5

Vierde interconnectie tussen Finland en Zweden [momenteel bekend als „Aurora line 2”]

3.6

Interconnectie tussen Finland en Estland [momenteel bekend als „Estlink 3”]

3.7

Interconnectie tussen Finland en Zweden [momenteel bekend als „Fenno-Skan 3”]

3.8

Interconnectie tussen Zweden en Denemarken [momenteel bekend als „Upgrade to Konti-Skan”]

3.9

Project voor grensoverschrijdende versterking Letland en Litouwen

3.10

Pompopslag van elektriciteit in Finland [momenteel bekend als „Kemijoki PSP”]

4) Offshore-elektriciteitsnetten in de noordelijke zeeën (NSOG):

In de regio ontwikkelde projecten van gemeenschappelijk belang:



Nr.

Omschrijving

4.2

Hybride offshore-interconnector tussen België en Denemarken [momenteel bekend als „Triton Link”]

4.3

Offshore-hoogspanningsonderstation en aansluiting op Menuel (FR) [momenteel bekend als „Offshore Wind connection Centre Manche 1”]

4.4

Offshore-hoogspanningsonderstation en aansluiting op Tourbe (FR) [momenteel bekend als „Offshore Wind connection Centre Manche 2”]

4.7

Offshore Wind Connection Fécamp-Grand Large 1 (FR)

4.8

Offshore Wind Connection Fécamp-Grand Large 2 (FR)

4.9

Hybride offshore-interconnector tussen Duitsland en Nederland

In de regio ontwikkelde projecten van wederzijds belang:



Nr.

Omschrijving

4.5

Multifunctionele interconnector tussen Princess Elisabeth Island (BE) en Kent (UK) [momenteel bekend als „Nautilus”]

4.6

Multifunctionele HVDC-interconnectie tussen Groot-Brittannië en Nederland [momenteel bekend als „LionLink”]

4.10

Hybride offshore-interconnector tussen het Verenigd Koninkrijk en Duitsland [momenteel bekend als „HansaLink — Phase 1”]

5) Interconnectieplan voor de energiemarkt in het Oostzeegebied voor offshore-elektriciteitsnetwerk (BEMIP offshore):

In de regio ontwikkelde projecten van gemeenschappelijk belang:



Nr.

Omschrijving

5.1

Hybride offshore-interconnector tussen Letland en Estland [momenteel bekend als „Elwind”]

5.2

Bornholm Energy Island (BEI) Hybride offshore-interconnector tussen Denemarken en Duitsland

6) Offshore-elektriciteitsnetten voor Zuid- en West-Europa (SW offshore):

In de regio ontwikkelde projecten van gemeenschappelijk belang:



Nr.

Omschrijving

6.1

Aansluiting offshore-windenergie Occitanië (FR)

6.2

Aansluiting offshore-windenergie PACA (FR)

6.3

Aansluiting offshore-windenergie Golfe de Lion Centre (FR)

7) Offshore-elektriciteitsnetten voor Zuid- en Oost-Europa (SE offshore):

Voor deze corridor zijn geen projecten ingediend.

8) Atlantische offshorenetwerken:

In de regio ontwikkelde projecten van gemeenschappelijk belang:



Nr.

Omschrijving

8.1

Aansluiting offshore-windenergie Zuid-Bretagne (FR)

8.2

Aansluiting offshore-windenergie regio Sud Atlantique Oléron 1 (FR)

8.3

Aansluiting offshore-windenergie regio Sud Atlantique Oléron 2 (FR)

8.4

Aansluiting offshore-windenergie Golfe de Gascogne Sud (FR)

8.5

Aansluiting offshore-windenergie Bretagne Nord-Ouest (FR)

9) Waterstofinterconnecties in West-Europa (HI West):

In de regio ontwikkelde projecten van gemeenschappelijk belang:



Nr.

Omschrijving

9.1

Corridor Portugal-Spanje-Frankrijk-Duitsland:

9.1.1  Interne waterstofinfrastructuur in Portugal

9.1.2  Waterstofinterconnector Portugal-Spanje

9.1.3  Interne waterstofinfrastructuur in Spanje

9.1.4  Waterstofinterconnector Spanje-Frankrijk [momenteel bekend als „BarMar”]

9.1.5  Interne waterstofinfrastructuur in Frankrijk, die in verbinding staat met Duitsland [momenteel bekend als „HyFen”]

9.1.6  Interne waterstofinfrastructuur in Duitsland, die in verbinding staat met Frankrijk [momenteel bekend als „H2Hercules South-West”]

9.2

Grensoverschrijdende waterstofvalleien Frankrijk-Duitsland:

9.2.1  Waterstofvallei in Duitsland tot aan de Franse grens [momenteel bekend als „RHYn”]

9.2.2  Waterstofvallei in Frankrijk tot aan de Duitse grens [momenteel bekend als „Mosahyc”]

9.3

Interne waterstofinfrastructuur in Frankrijk tot aan de grens met België [momenteel bekend als „Franco-Belgian H2 corridor”]

9.4

Interne waterstofinfrastructuur in Duitsland [momenteel bekend als „H2ercules West”]

9.5

Interne waterstofinfrastructuur in België [momenteel bekend als „Belgian Hydrogen Backbone”]

9.6

Interne waterstofinfrastructuur in Nederland [momenteel bekend als „National Hydrogen Backbone”]

9.7

Waterstofinterconnectoren National Hydrogen Backbone (NL) met Duitsland:

Duits deel:

9.7.1  Waterstofinterconnector van de noord-zuidbackbone in het oosten naar Oude (NL) [momenteel bekend als „H2ercules North”]

9.7.2  Waterstofinterconnector van de noord-zuidbackbone in het oosten naar Vlieghuis (NL)-Vlieghuis-Ochtrup (DE)

9.7.3  Waterstofinterconnector van Nederland naar Duitsland [momenteel bekend als „Delta Rhine Corridor H2”]

9.7.4  Waterstofinterconnector Duitsland-Nederland 2 [momenteel bekend als „Hyperlink”]

9.7.5  Waterstofinterconnector van de noord-zuid-ruggengraat in Winterswijk/Vreden naar Duitsland [momenteel bekend als „H2ercules North-West”]

9.8

Offshorewaterstofpijpleiding Duitsland [momenteel bekend als „AquaDuctus”]

9.9

Waterstofinterconnector Denemarken-Duitsland:

9.9.1  Interne waterstofinfrastructuur in Duitsland [momenteel bekend als „HyperLink III”]

9.9.2  Interne waterstofinfrastructuur in Denemarken [momenteel bekend als „DK Hydrogen Pipeline West”]

9.10

Ammoniakontvangstvoorziening in België:

9.10.1  Ammoniakontvangstvoorziening Antwerpen

9.10.2  Ammoniakontvangstvoorziening Amplifhy Antwerpen

9.10.3  Ontwikkeling van ammoniakontvangstvoorziening New Molecules Zeebrugge

9.10.4  Ammoniakontvangstvoorziening Antwerpen Vepa

9.11

Ammoniakontvangstvoorziening in Duitsland:

9.11.1  Ammoniakontvangstvoorziening terminal Brunsbüttel

9.11.3  Ammoniakontvangstvoorziening Wilhelmshaven (Uniper)

9.12

9.12.2  Ammoniakontvangstvoorziening Amplifhy Rotterdam

9.13

Ammoniakontvangstvoorziening Duinkerken (FR)

9.15

Elektrolyse-installaties in Spanje:

9.15.4  Elektrolyse-installatie Valle Andaluz del hidrógeno verde — Huelva

9.15.5  Elektrolyse-installatie Asturias H2 valley

9.15.6  Elektrolyse-installatie Valdo Eume

9.15.7  Elektrolyse-installatie Catalina

9.15.8  Elektrolyse-installatie ErasmoPower2X

9.16

Elektrolyse-installaties in Frankrijk:

9.16.6  Elektrolyse-installatie GHYga H2

9.16.7  Elektrolyse-installatie H2V 59

9.17

9.17.4  Elektrolyse-installatie ScheldeH2 (NL)

9.18

Elektrolyse-installaties in Duitsland:

9.18.3  Elektrolyse-installatie Rheinfelden

9.18.4  Elektrolyse-installatie GreenRoot

9.20

Deense waterstofopslag (DK)

9.21

Waterstofopslag HyStock (NL)

9.22

Waterstofopslag in Duitsland:

9.22.1  Waterstofopslag in zoutlaag Harsefeld

9.22.3  Waterstofopslag in zoutlaag Harsefeld II A+B

9.22.4  EWE Waterstofopslag Huntorf

9.22.5  UST Waterstofopslag Krummhörn

9.22.6  NWKG H2 Opslag

9.22.7  EWE Waterstofopslag Jemgum

9.22.8  Gasunie SpHyGER Etzel

9.22.9  RWE H2 Uitbreiding opslag Gronau-Epe (nr. 9.22.2 op de eerste Unielijst)

9.22.10  RWE H2 Opslag Gronau-Epe — 2e uitbreiding

9.22.11  UST Waterstofopslag Epe

9.24

Waterstofopslag in Spanje:

9.24.1  H2-opslag Noord — 1

9.24.2  H2-opslag Noord — 2

9.26

Waterstofinterconnectoren Frankrijk-Luxemburg-België:

9.26.1  Waterstofinterconnector Frankrijk-Luxemburg [momenteel bekend als „Hy4link (FR)”]

9.26.2  Interne waterstofpijpleiding in Luxemburg naar de Belgische grens [momenteel bekend als „Hy4link (LU)”]

9.27

Interne waterstofinfrastructuur in Frankrijk van Bordeaux tot de Middellandse Zee:

9.27.1  MidHY

9.27.2  HySoW Mediterranean

9.27.3  HySoW Atlantic

9.28

Interne waterstofinfrastructuur in Duitsland [momenteel bekend als „Hyperlink 4-5”]

9.29

Waterstofcorridor Italië-Zwitserland-Duitsland:

9.29.1  Interne waterstofinfrastructuur in Italië van Poggio Renatico naar de Zwitserse grens

9.29.2  Interne waterstofinfrastructuur in Duitsland [momenteel bekend als „Alpine HyWay”]

9.30

Elektrolyse-installaties in Denemarken:

9.30.1  Elektrolyse-installatie HØST PtX Esbjerg (voorheen Jyske Banke Nord PtX) (nr. 9.19 op de eerste Unielijst)

9.30.2  Elektrolyse-installatie Hela

9.30.3  Elektrolyse-installatie Vidar

9.30.4  Elektrolyse-installatie Plug Idomlund

9.30.5  Elektrolyse-installatie Esbjerg

9.31

H2Oostenrijk-Bavaria+Store elektrolyse-installatie (AT)

9.32

Elektrolyse-installatie CHYMIA (BE)

9.33

Waterstofopslag in Frankrijk:

9.33.1  Opslag GeoH2 (nr. 9.23 op de eerste Unielijst)

9.33.2  HyPSTER_3 Opslag

9.33.3  HySoW opslag

In de regio ontwikkelde projecten van wederzijds belang:



Nr.

Omschrijving

9.34

Interne waterstofinfrastructuur in Zwitserland (deel van de waterstofcorridor Italië-Zwitserland-Duitsland) [momenteel bekend als „Alpine H2-corridor”]

9.35

Waterstofinterconnector België-Verenigd Koninkrijk

10) Waterstofinterconnecties in middenoostelijk en zuidoostelijk Europa (HI East):

In de regio ontwikkelde projecten van gemeenschappelijk belang:



Nr.

Omschrijving

10.1

SouthH2 corridor Tunesië-Italië-Oostenrijk-Duitsland:

10.1.1  Interne waterstofinfrastructuur in Italië [momenteel bekend als „Italian H2 Backbone”]

10.1.2  Interne waterstofinfrastructuur in Oostenrijk [momenteel bekend als „H2 Readiness of the TAG pipeline system”]

10.1.3  Interne waterstofinfrastructuur in Oostenrijk [momenteel bekend als „H2 Backbone WAG en Penta West”]

10.1.4  Interne waterstofinfrastructuur in Duitsland [momenteel bekend als „HyPipe Bavaria — The Hydrogen Hub”]

10.2

Tsjechisch-Duitse waterstofinterconnectie:

10.2.1  Interne waterstofinfrastructuur in Tsjechië naar Duitsland [momenteel bekend als „Czech H2 Backbone West”]

10.2.2  Interne waterstofinfrastructuur in Duitsland [momenteel bekend als „FLOW East — Making Hydrogen Happen”]

10.2.3  Interne waterstofinfrastructuur in Duitsland [momenteel bekend als „H2ercules Network South-East”]

10.3

Waterstofinterconnectie Griekenland-Bulgarije:

10.3.1  Interne waterstofinfrastructuur in Griekenland richting de Bulgaarse grens [momenteel bekend als „H2DRIA pipeline”]

10.3.2  Interne waterstofinfrastructuur in Bulgarije richting de Griekse grens

10.5

Central European Hydrogen Corridor Oekraïne-Slowakije-Tsjechië-Duitsland:

10.5.1  Interne waterstofinfrastructuur in Slowakije [momenteel bekend als „Slovak Hydrogen Backbone”]

10.5.2  Interne waterstofinfrastructuur in Tsjechië [momenteel bekend als „Czech Hydrogen Backbone North”]

10.6

Waterstofinterconnectie Slowakije-Hongarije:

10.6.1  Interne waterstofinfrastructuur in Slowakije [momenteel bekend als „SK-HU H2-corridor”]

10.6.2  Interne waterstofinfrastructuur in Hongarije [momenteel bekend als „HU/SK hydrogen corridor”]

10.7

Waterstofcorridor Griekenland-Italië:

10.7.1  Interne waterstofinfrastructuur in Griekenland [momenteel bekend als „Komnina-Florovouni pipeline”]

10.7.2  Offshore waterstofpijpleiding die Griekenland en Italië met elkaar verbindt [momenteel bekend als „H2 Poseidon Pipeline”]

10.8

Ammoniakontvangstvoorziening Ionian Energy Terminal (GR)

10.9

Elektrolyse-installatie Thalis 1 (GR)

10.10

EWE waterstofopslag Ruedersdorf (DE)

10.11

Fiume Treste Livello ondergrondse waterstofopslag (IT)

In de regio ontwikkelde projecten van wederzijds belang:



Nr.

Omschrijving

10.12

Offshore-waterstofpijpleiding tussen Tunesië en Italië [momenteel bekend als „North Africa Hydrogen Corridor”] (onderdeel van de SoutH2-corridor)

10.13

Interne waterstofinfrastructuur in Oekraïne [momenteel bekend als „Central European Hydrogen Corridor (UKR part)”]

11) Interconnectieplan voor de energiemarkt in het Oostzeegebied voor waterstof (BEMIP Hydrogen):

In de regio ontwikkelde projecten van gemeenschappelijk belang:



Nr.

Omschrijving

11.1

Waterstofinterconnector tussen Zweden en Finland [momenteel bekend als „Nordic Hydrogen Route-Bothnian Bay”]

11.2

Waterstofinterconnector tussen Finland, Estland, Letland, Litouwen, Polen en Duitsland [momenteel bekend als „Nordic-Baltic Hydrogen Corridor”]

11.3

Waterstofinterconnector tussen Finland en Duitsland [momenteel bekend als „Baltic Sea Hydrogen Collector”]

11.4

H2 interconnecties Duitsland-Polen [momenteel bekend als „Pomeranian Green Hydrogen cluster”]

11.5

Elektrolyse-installaties in Finland:

11.5.1  Porvoo Phase 2

11.5.2  Project FOX

11.5.3  Plug Power Kristinestad project

12) Prioritair thematisch gebied Invoering van slimme elektriciteitsnetten:

Op dit thematische gebied ontwikkelde projecten van gemeenschappelijk belang:



Nr.

Omschrijving

12.2

CARMEN (BG, RO) versterkt de grensoverschrijdende onderlinge samenwerking tussen DSB’s en gegevensuitwisseling, verbetert de onderlinge samenwerking tussen DSB’s, investeert in de uitbreiding van het net en vergroot de integratiecapaciteit van nieuwe hernieuwbare energiebronnen en verbetert de stabiliteit, veiligheid en flexibiliteit van het net

12.3

Danube InGrid (HU, SK) integreert het gedrag en de acties van alle op de elektriciteitsnetten in Hongarije en Slowakije aangesloten marktgebruikers op een efficiënt manier

12.4

Gabreta Smart Grids (CZ, DE) vergroot de netwerkhostingcapaciteit, maakt monitoring en controle op afstand van MV-netten mogelijk en verbetert de netobservatie en netwerkplanning

12.5

GreenSwitch (AT, HR, SI) vergroot de hostingcapaciteit voor gedistribueerde hernieuwbare energiebronnen en de efficiënte integratie van nieuwe belastingen, verbetert de mogelijkheden om het distributienetwerk te monitoren en vergroot de grensoverschrijdende capaciteit

12.6

Selena (CZ, HU, SK) verbetert de energiezekerheid, -efficiëntie en -veerkracht in Tsjechië, Hongarije en Slowakije door hun elektriciteitsdistributienetten te moderniseren en te integreren

12.7

Tune (HU, SI, SK) vergroot de controleerbaarheid en versterkt de elektriciteitsnetwerken in Slovenië, Slowakije en Hongarije

13) Prioritair thematisch gebied Grensoverschrijdend koolstofdioxidenetwerk:

Op dit thematische gebied ontwikkelde projecten van gemeenschappelijk belang:



Nr.

Omschrijving

13.1

CO2 TransPorts zal infrastructuur tot stand brengen om zo de grootschalige afvang, transport en opslag van CO2 uit de havengebieden Rotterdam, Antwerpen en Noordzee te vergemakkelijken

13.2

Aramis — grensoverschrijdend project voor vervoer en opslag van CO2, opname van emittenten in het achterland van het Rotterdamse havengebied en transport via pijpleiding naar opslag op het Nederlandse continentale plat

13.4

Bifrost — transport- en opslagproject met offshore-opslag in DK van uitstoters uit Denemarken, Duitsland en Polen

13.5

Callisto — ontwikkeling van multimodale CO2-hubs in het Middellandse Zeegebied waar CO2-emissies uit Frankrijk en Italië worden opgeslagen in opslaglocaties voor de kust van Ravenna

13.6

CCS-Baltic Consortium — grensoverschrijdend CO2-vervoer via pijpleidingen en per spoor/vrachtwagens tussen Letland en Litouwen met een multimodale LCO2-terminal in Klaipeda

13.7

Delta Rhine Corridor — project voor het vervoer van CO2 via pijpleidingen van uitstoters in het Ruhrgebied in Duitsland en de regio Rotterdam in Nederland naar offshore-opslag voor de Nederlandse kust

13.8

EU2NSEA — grensoverschrijdend CO2-netwerk ontwikkeld door België, Duitsland en Noorwegen om ook CO2 te verzamelen uit DK, FR, LV, NL, PL en SE, met opslag op het Noors continentaal plat

13.10

Norne — vervoersinfrastructuur in Denemarken met onshore- en mogelijk offshore-opslag, waarbij vooral uitstoters uit DK, SE, BE en het VK per schip CO2 naar DK zullen vervoeren

13.11

Prinos-Apollo CO2 — offshore-opslag in het Prinos-veld voor emissies uit EL (transport via een pijpleiding) en uit BG, HR, CY, EL, IT en SI (transport per schip)

13.12

Pycasso — transport en opslag van CO2 van industriële uitstoters uit FR en ES op een onshore-opslaglocatie in het zuidwesten van FR

13.15

BaltiCO2Net — het project omvat 17 afvanginitiatieven op industriële emissielocaties in vijf EU-lidstaten (DK, DE, LV, PL, SE) met geplande opslag aan land in Denemarken

13.16

ECO2CEE — LCO2 terminal in Gdansk voor ontvangst van CO2 uit de industrie in Polen via pijpleiding en terminal Klaipeda voor ontvangst van CO2 uit Litouwse centrale via pijpleiding/spoor/vrachtwagen (nr. 13.3 op de eerste Unielijst)

Op dit thematische gebied ontwikkelde projecten van wederzijds belang:



Nr.

Omschrijving

13.13

Northern Lights — een project voor een grensoverschrijdende CO2-verbinding tussen verschillende Europese afvanginitiatieven (onder meer in België, Duitsland, Ierland, Frankrijk en Zweden) per schip naar opslag op het Noorse continentaal plat

13.14

Nautilus CCS — Emissies uit de regio’s Le Havre, Duinkerken, Duisburg en Rogaland die worden afgevangen en per schip vervoerd naar verschillende putten in de Noordzee (uitbreiding van nr. 12.8 op de vijfde PGB-lijst)

13.17

Atlas — opslag op offshore Atlas site (NO) en transport via CO2 shuttleschepen met capaciteit voor direct verladen en „Floating Collection, Storage and Offloading” unit (FCSO) als optie voor CO2 die is afgevangen op industrieterreinen in de EU

13.18

Carbon Connect — een grensoverschrijdende onderzeese pijpleiding van ongeveer 200 km voor het vervoer en de opslag van antropogene CO2 van Zeebrugge (België) naar de Britse sector van de zuidelijke Noordzee

13.19

German Carbon Transport Grid — het project is gericht op de aanleg en exploitatie van een uitgebreid netwerk van CO2-pijpleidingen in Duitsland, het vervoer van emissies naar CO2-putten in Noord-Europa en het koppelen van het net aan verschillende nationale netten

14) Prioritair thematisch gebied Invoering van slimme gasnetten Invoering van slimme gasnetten:



Nr.

Omschrijving

14.1

GREENCONNECT (Grid for Renewable gas Enabling Efficient Networks and Cross-border Operation for New Net-zero Energy interConnection and Transmission)

14.2

Project voor slim gasnet Kroatië en Slovenië

14.3

SmartSwitch-project — slimmer maken van het bestaande Griekse en Bulgaarse gastransmissiesysteem voor de integratie van waterstof en hernieuwbare gassen in het netwerk

15) Projecten die hun status van project van gemeenschappelijk belang behouden (afwijking van artikel 24):



Nr.

Omschrijving

15.1

Connectie van Malta met het Europese gasnet — pijpleidinginterconnectie met Italië te Gela

15.2

Pijpleiding van de gasreserves in de oostelijke Middellandse Zee naar het vasteland van Griekenland via Cyprus en Kreta [momenteel bekend als „EastMed Pipeline”], met meet- en regelstation in Megalopoli

C.   LIJSTEN VAN „PROJECTEN DIE NIET MEER ALS PGB’S/PWB’S WORDEN BESCHOUWD” EN VAN „PROJECTEN DIE THANS INTEGRALE DELEN VAN ANDERE PGB’S/PWB’S ZIJN”

1) Noord-zuid elektriciteitsinterconnecties in West-Europa (NSI West Electricity)

PGB/PWB-nummers van de projecten die niet meer als PGB’s/PWB’s worden beschouwd



1.4.2

1.4.3

1.15

2) Noord-zuid elektriciteitsinterconnecties in middenoostelijk en zuidoostelijk Europa (NSI East Electricity)

PGB/PWB-nummers van de projecten die niet meer als PGB’s/PWB’s worden beschouwd



2.1.2

2.3.1

3) Interconnectieplan voor de energiemarkt in het Oostzeegebied voor elektriciteit (BEMIP Electricity)

PGB/PWB-nummers van de projecten die niet meer als PGB’s/PWB’s worden beschouwd



3.1

3.3.1

3.3.2

3.3.4

3.3.7

3.3.8

3.3.9

3.3.10

3.3.15

3.4.1

3.4.2

4) Offshore-elektriciteitsnetten in de noordelijke zeeën (NSOG)

PGB/PWB-nummers van de projecten die niet meer als PGB’s/PWB’s worden beschouwd



4.1

9) Waterstofinterconnecties in West-Europa (HI West)

PGB/PWB-nummers van de projecten die niet meer als PGB’s/PWB’s worden beschouwd



9.11.2

9.12.1

9.12.3

9.14

9.15.1

9.15.2

9.15.3

9.16.1

9.16.2

9.16.3

9.16.4

9.16.5

9.17.1

9.17.2

9.17.3

9.18.1

9.18.2

9.19

9.22.2

9.25

10) Waterstofinterconnecties in middenoostelijk en zuidoostelijk Europa (HI East)

Projecten die thans integrale delen van andere PGB’s/PWB’s zijn



Oorspronkelijk PGB/PWB-nummer van het project

Nummer van het PGB/PWB waarin het project thans is geïntegreerd

10.4

10.5 en 10.13

12) Prioritair thematisch gebied Invoering van slimme elektriciteitsnetten

PGB/PWB-nummers van de projecten die niet meer als PGB’s/PWB’s worden beschouwd



12.1

13) Prioritair thematisch gebied Grensoverschrijdend koolstofdioxidenetwerk

PGB/PWB-nummers van de projecten die niet meer als PGB’s/PWB’s worden beschouwd



13.9

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis