+GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2016/778 VAN DE COMMISSIE van 2 februari 2016 tot aanvulling van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad voor wat betreft de omstandigheden en voorwaarden waaronder de betaling van buitengewone achteraf te betalen bijdragen geheel of gedeeltelijk kan worden opgeschort, en inzake de criteria voor de vaststelling van de activiteiten, diensten en bedrijfsactiviteiten ten aanzien van kritieke functies alsook inzake de criteria voor de vaststelling van de bedrijfsonderdelen en daarmee samenhangende diensten ten aanzien van kernbedrijfsonderdelen (Voor de EER relevante tekst)
---+Preamble: 1
---+HOOFDSTUK I GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN
------+Artikel 1 Onderwerp
---------+Artikel 1 a)
---------+Artikel 1 b)
---------+Artikel 1 c)
---------+Artikel 1 2
------+Artikel 2 Definities
---------+Article 2 (1)
---------+Article 2 (2)
---------+Article 2 (3)
---+HOOFDSTUK II OPSCHORTING VAN ACHTERAF TE BETALEN BIJDRAGEN
------+Artikel 3 Opschorting van buitengewone achteraf te betalen bijdragen
---------+Artikel 3 1
---------+Artikel 3 2
---------+Artikel 3 3
---------+Artikel 3 4
---------+Artikel 3 5
------+Artikel 4 Beoordeling van de gevolgen van de opschorting voor de solvabiliteit
---------+Artikel 4 1
---------+Artikel 4 2
---------+Artikel 4 3
------+Artikel 5 Beoordeling van de gevolgen van de opschorting voor de liquiditeit
---------+Artikel 5 1
---------+Artikel 5 2
---------+Artikel 5 3
---------+Artikel 5 4
---+HOOFDSTUK III CRITERIA VOOR DE VASTSTELLING VAN KRITIEKE FUNCTIES EN KERNBEDRIJFSONDERDELEN
------+Artikel 6 Criteria voor de vaststelling van kritieke functies
---------+Artikel 6 1
---------+Artikel 6 2
---------+Artikel 6 3
---------+Artikel 6 4
---------+Artikel 6 5
------+Artikel 7 Criteria voor de vaststelling van kernbedrijfsonderdelen
---------+Artikel 7 1
---------+Artikel 7 2
---------+Artikel 7 3
---+HOOFDSTUK IV SLOTBEPALINGEN
------+Artikel 8 Inwerkingtreding
|
English -
European Union -
Financial Industry -
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2016/778 VAN DE COMMISSIE van 2 februari 2016 tot aanvulling van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad voor wat betreft de omstandigheden en voorwaarden waaronder de betaling van buitengewone achteraf te betalen bijdragen geheel of gedeeltelijk kan worden opgeschort, en inzake de criteria voor de vaststelling van de activiteiten, diensten en bedrijfsactiviteiten ten aanzien van kritieke functies alsook inzake de criteria voor de vaststelling van de bedrijfsonderdelen en daarmee samenhangende diensten ten aanzien van kernbedrijfsonderdelen (Voor de EER relevante tekst)
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2016/778 VAN DE COMMISSIE
van 2 februari 2016
tot aanvulling van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad voor wat betreft de omstandigheden en voorwaarden waaronder de betaling van buitengewone achteraf te betalen bijdragen geheel of gedeeltelijk kan worden opgeschort, en inzake de criteria voor de vaststelling van de activiteiten, diensten en bedrijfsactiviteiten ten aanzien van kritieke functies alsook inzake de criteria voor de vaststelling van de bedrijfsonderdelen en daarmee samenhangende diensten ten aanzien van kernbedrijfsonderdelen
(Voor de EER relevante tekst)
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Preamble: 1
|
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (1), en met name artikel 2, lid 2, en artikel 104, lid 4,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1)
|
De opschorting van de betaling van buitengewone achteraf te betalen bijdragen als bedoeld in artikel 104 van Richtlijn 2014/59/EU, dient door de afwikkelingsautoriteit op verzoek van een instelling te worden verleend ten einde de beoordeling door die afwikkelingsautoriteit van de vraag of die instelling voldoet aan de voorwaarden voor de opschorting van de betaling als bedoeld in artikel 104, lid 3, van Richtlijn 2014/59/EU, te vergemakkelijken. De betrokken instelling moet alle informatie verstrekken die de afwikkelingsautoriteit nodig acht om deze beoordeling te verrichten. De afwikkelingsautoriteit dient rekening te houden met alle informatie waarover de betrokken nationale bevoegde autoriteiten beschikken om duplicatie van kennisgevingsvereisten te voorkomen.
|
|
(2)
|
Bij de beoordeling van de gevolgen van de betaling van buitengewone achteraf te betalen bijdragen voor de solvabiliteit of de liquiditeitspositie van de instelling moet de afwikkelingsautoriteit het effect van de betaling op de vermogens- en liquiditeitspositie van de instelling analyseren. In het kader van deze analyse moet zij uitgaan van een verlies op de balans van de instelling dat gelijk is aan het te betalen bedrag op het tijdstip waarop dit verschuldigd is, en een projectie maken van de kapitaalratio's van de instelling na dit verlies gedurende een passende termijn. Bovendien moet zij een uitstroom van vermogen veronderstellen die gelijk is aan het te betalen bedrag op het tijdstip waarop dit verschuldigd is en moet zij het liquiditeitsrisico beoordelen.
|
|
(3)
|
Het is in het kader van herstel- en afwikkelingsplannen onontbeerlijk dat instellingen en afwikkelingsautoriteiten in staat zijn de kritieke functies van instellingen en groepen te identificeren en de continuïteit van die kritieke functies te waarborgen.
|
|
(4)
|
De continuïteit van de kritieke functies van de instelling in afwikkeling vormt een van de belangrijkste doelstellingen van de afwikkeling; de continuïteit van deze functies moet de financiële stabiliteit en de reële economie beschermen en speelt derhalve een cruciale rol in het planningsproces betreffende herstel en afwikkeling. Kritieke functies kunnen het aantrekken van deposito's, kredietverlening en -diensten, betalingen, clearing, bewaarnemings- en afwikkelingsdiensten, activiteiten op wholesalefinancieringsmarkten en kapitaalmarkt- en beleggingsactiviteiten omvatten.
|
|
(5)
|
De kritieke functies van een instelling of groep worden in haar herstelplan vermeld. Het herstelplan moet door de afwikkelingsautoriteit worden beoordeeld en de basis vormen voor het afwikkelingsplan. De afwikkelingsautoriteit dient bij de opstelling van het afwikkelingsplan een eigen beoordeling van de kritieke functies te verrichten en aan te geven op welke wijze deze kritieke functies en de kernbedrijfsonderdelen juridisch en economisch kunnen worden gescheiden van de overige functies, zodat in geval van faillissement van de instelling de continuïteit wordt gewaarborgd.
|
|
(6)
|
Bij de beoordeling van de afwikkelbaarheid van een instelling moeten de afwikkelingsautoriteiten zich afvragen of de gekozen strategie de continuïteit van de kritieke functies waarborgt, en of het vermogen om belemmeringen voor de afwikkelbaarheid aan te pakken of weg te nemen met kritieke functies samenhangt. Evenzo zouden, in een bail-in-scenario, passiva van het toepassingsgebied van de bail-in kunnen worden uitgesloten indien dat een strikt noodzakelijke en evenredige maatregel vormt om de continuïteit van de kritieke functies te waarborgen. Kritieke functies kunnen ook van belang zijn wanneer het instrument van de overbruggingsinstelling wordt toegepast, omdat een dergelijke instelling kritieke functies in stand moet houden.
|
|
(7)
|
De identificatie van de kritieke functies dient in twee stappen te geschieden: in de eerste plaats verrichten de instellingen een zelfbeoordeling wanneer zij hun herstelplannen opstellen, en ten tweede onderwerpen de afwikkelingsautoriteiten de herstelplannen van de individuele instellingen aan een grondige evaluatie om de consistentie en de samenhang van de door de banken toegepaste methoden te waarborgen. Aangezien de afwikkelingsautoriteiten een totaaloverzicht hebben van de functies die van wezenlijk belang zijn voor de handhaving van de algehele financiële stabiliteit, dienen zij uiteindelijk kritieke functies als zodanig aan te merken met het oog op de planning en uitvoering van de afwikkeling.
|
|
(8)
|
Als kritieke diensten moeten worden beschouwd de onderliggende transacties, activiteiten en diensten die worden verricht voor één (specifieke diensten) of meer bedrijfsonderdelen of rechtspersonen (gedeelde dienstverlening) binnen de groep die nodig zijn om één of meer kritieke functies te kunnen verrichten. Kritieke diensten kunnen worden verricht door één of meer entiteiten (zoals een afzonderlijke rechtspersoon of een interne eenheid) binnen de groep (interne dienst) of worden uitbesteed aan een externe dienstverlener (externe dienst). Een dienst moet als kritieke dienst worden beschouwd wanneer de verstoring ervan de verrichting van kritieke functies ernstig kan belemmeren of volledig kan verhinderen omdat zij onlosmakelijk verbonden zijn met de kritieke functies die de instelling ten behoeve van derden verricht. De identificatie van een kritieke dienst vindt plaats na de identificatie van een kritieke functie.
|
|
(9)
|
Instellingen en afwikkelingsautoriteiten moeten ook de kritieke diensten in de herstel- en afwikkelingsplannen identificeren. Indien kritieke diensten aan derden worden uitbesteed, moet de afwikkelingsautoriteit haar beoordeling kunnen beperken tot hetgeen noodzakelijk is om na te gaan of de instelling over een passend bedrijfscontinuïteitsplan beschikt.
|
|
(10)
|
Het aanmerken van een dienst als een kritieke dienst moet instellingen in staat stellen de doorlopende beschikbaarheid van dergelijke diensten te waarborgen door deze aan te bieden via entiteiten of eenheden die tegen een faillissement bestand zijn, of door passende regelingen te treffen waarbij deze diensten door een externe dienstverlener worden geleverd.
|
|
(11)
|
Het belangrijkste verschil tussen een kritieke functie en een kernbedrijfsonderdeel is gelegen in het effect van de betrokken activiteiten. Terwijl kritieke functies moeten worden beoordeeld op grond van het belang ervan voor de werking van de reële economie en de financiële markten en derhalve voor de financiële stabiliteit als geheel, dienen kernbedrijfsonderdelen te worden beoordeeld aan de hand van het belang ervan voor de instelling zelf, zoals de mate waarin zij een bijdrage leveren aan de inkomsten en de winst van de instelling.
|
|
(12)
|
Zoals het herstelplan een gedetailleerde beschrijving dient te bevatten van de procedures voor het bepalen van de waarde en de verkoopbaarheid van de kernbedrijfsonderdelen, bedrijfsactiviteiten en activa van de instelling, moet het afwikkelingsplan een overzicht bevatten van de kritieke bedrijfsactiviteiten en kernbedrijfsonderdelen van de instelling en aangeven op welke wijze de kritieke functies en kernbedrijfsonderdelen juridisch en economisch van de overige functies kunnen worden gescheiden om bij faillissement van de instelling de continuïteit te waarborgen. In geval van afwikkeling kan het, met het oog op de continuïteit van kritieke functies en kernbedrijfsonderdelen, gerechtvaardigd zijn bepaalde passiva van de toepassing van het instrument van bail-in vrij te stellen en die passiva eventueel in een overbruggingsbank onder te brengen.
|
|
(13)
|
Hoewel kernbedrijfsonderdelen dikwijls als zodanig worden aangemerkt op grond van hun bijdrage aan de financiële resultaten van de instelling, worden bij een dergelijke benadering wellicht niet alle kernbedrijfsonderdelen volledig in aanmerking genomen omdat een instelling een dienst kan verrichten die niet rechtstreeks winstgevend is (of die zelfs verlieslatend kan zijn), maar die wel een aanzienlijke franchisewaarde oplevert en daarom van belang is voor haar activiteiten als geheel,
|
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 2 februari 2016.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
|
|
HOOFDSTUK I GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN
|
HOOFDSTUK I GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN
|
|
HOOFDSTUK II OPSCHORTING VAN ACHTERAF TE BETALEN BIJDRAGEN
|
HOOFDSTUK II OPSCHORTING VAN ACHTERAF TE BETALEN BIJDRAGEN
|
|
HOOFDSTUK III CRITERIA VOOR DE VASTSTELLING VAN KRITIEKE FUNCTIES EN KERNBEDRIJFSONDERDELEN
|
HOOFDSTUK III CRITERIA VOOR DE VASTSTELLING VAN KRITIEKE FUNCTIES EN KERNBEDRIJFSONDERDELEN
|
|
HOOFDSTUK IV SLOTBEPALINGEN
|
HOOFDSTUK IV SLOTBEPALINGEN
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|