+GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) Nr. 342/2014 VAN DE COMMISSIE van 21 januari 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van technische reguleringsnormen voor de toepassing van de berekeningsmethoden voor kapitaaltoereikendheidsvereisten voor financiële conglomeraten (Voor de EER relevante tekst)
---+Preamble: 1
---+HOOFDSTUK I VOORWERP EN DEFINITIES
------+Artikel 1 Voorwerp
------+Artikel 2 Definities
---------+Article 2 (1)
---------+Article 2 (2)
---+HOOFDSTUK II TECHNISCHE BEGINSELEN
------+Artikel 3 Uitsluiting van meervoudige hefboomwerking en de schepping van eigen vermogen binnen een groep
------+Artikel 4 Overdraagbaarheid en beschikbaarheid van eigen vermogen
---------+Artikel 4 1
---------+Artikel 4 2
------+Artikel 5 Sectorspecifiek eigen vermogen
---------+Artikel 5 1
---------+Artikel 5 2
------+Artikel 6 Tekort aan eigen vermogen op het niveau van het financieel conglomeraat
---------+Artikel 6 1
---------+Artikel 6 2
---------+Artikel 6 3
------+Artikel 7 Consistentie
------+Artikel 8 Consolidatie
------+Artikel 9 Solvabiliteitsvereisten
---------+Artikel 9 1
---------+Artikel 9 2
------+Artikel 10 Het eigen vermogen en de solvabiliteitsvereisten van het financieel conglomeraat
---------+Artikel 10 1
---------+Artikel 10 2
---------+Artikel 10 3
------+Artikel 11 Behandeling van sector overschrijdende deelnemingen
---------+Artikel 11 1
---------+Artikel 11 2
------+Artikel 12 Notioneel eigen vermogen en notionele solvabiliteitsvereisten voor niet-gereglementeerde entiteiten uit de financiële sector
---------+Artikel 12 1
---------+Artikel 12 2
------+Artikel 13 Sectorale overgangs- en grandfatheringregelingen
---+HOOFDSTUK III TECHNISCHE BEREKENINGSMETHODEN
------+Artikel 14 Specificatie van de technische berekening volgens methode 1 ingevolge Richtlijn 2002/87/EG
---------+Artikel 14 1
---------+Artikel 14 2
---------+Artikel 14 3
---------+Artikel 14 4
---------+Artikel 14 5
---------+Artikel 14 6
---------+Artikel 14 7
---------+Artikel 14 8
---------+Artikel 14 9
---------+Artikel 14 10
---------+Artikel 14 11
------+Artikel 15 Specificatie van de technische berekening volgens methode 2 ingevolge Richtlijn 2002/87/EG
---------+Artikel 15 1
---------+Artikel 15 2
---------+Artikel 15 3
---------+Artikel 15 4
------+Artikel 16 Specificatie van de omstandigheden voor het gebruik van methode 3 ingevolge Richtlijn 2002/87/EG
---------+Artikel 16 1
---------+Artikel 16 2
---------+Artikel 16 3
---+HOOFDSTUK IV SLOTBEPALINGEN
------+Artikel 17 Inwerkingtreding
---+BIJLAGE Berekeningsmethodologie voor methode 2 ingevolge Richtlijn 2002/87/EG Aftrek en aggregatie
------+1. de som van het eigen vermogen ( OF i ) van elke gereglementeerde en niet-gereglementeerde …
------+2. de som van de solvabiliteitsvereisten (REQi) voor elke gereglementeerde en niet-gereglementeerde …
|
English -
European Union -
Financial Industry -
Insurance -
Banking -
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) Nr. 342/2014 VAN DE COMMISSIE van 21 januari 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van technische reguleringsnormen voor de toepassing van de berekeningsmethoden voor kapitaaltoereikendheidsvereisten voor financiële conglomeraten (Voor de EER relevante tekst)
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) Nr. 342/2014 VAN DE COMMISSIE
van 21 januari 2014
tot aanvulling van Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van technische reguleringsnormen voor de toepassing van de berekeningsmethoden voor kapitaaltoereikendheidsvereisten voor financiële conglomeraten
(Voor de EER relevante tekst)
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Preamble: 1
|
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) Nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (1), en met name artikel 49, lid 6, derde alinea,
Gezien Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat en tot wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG, 79/267/EEG, 92/49/EEG, 92/96/EEG, 93/6/EEG en 93/22/EEG van de Raad en van de Richtlijnen 98/78/EG en 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad (2), en met name artikel 21 bis, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1)
|
Voor financiële conglomeraten die aanzienlijke bank- of beleggingsactiviteiten en verzekeringsactiviteiten uitoefenen moet meervoudig gebruik van elementen die in aanmerking komen voor de berekening van het eigen vermogen op het niveau van het financieel conglomeraat, dat wil zeggen meervoudige hefboomwerking alsook elke ongepaste schepping van eigen vermogen binnen de groep, worden uitgesloten teneinde nauwkeurig de beschikbaarheid te weerspiegelen van het eigen vermogen van conglomeraten om verliezen te absorberen en aanvullende kapitaaltoereikendheid op het niveau van het financieel conglomeraat te garanderen.
|
|
(2)
|
Het is belangrijk te garanderen dat het eigen vermogen dat het eigen vermogen overschrijdt dat nodig is om aan de sectorale solvabiliteitsvereisten te voldoen op het niveau van een financieel conglomeraat alleen wordt meegeteld als er geen belemmeringen zijn voor de overdracht van activa of de terugbetaling van passiva tussen verschillende entiteiten van financiële conglomeraten, daaronder begrepen tussen sectoren.
|
|
(3)
|
Een financieel conglomeraat moet in de berekening van zijn eigen vermogen het eigen vermogen dat de sectorale solvabiliteitsvereisten overschrijdt alleen meetellen als dat eigen vermogen tussen de entiteiten binnen het financieel conglomeraat overdraagbaar is.
|
|
(4)
|
Middels passende regels moet er rekening mee worden gehouden dat sectorspecifieke eigenvermogensvereisten bestemd zijn om risico's betreffende die sector te dekken en niet om risico's buiten die sector te dekken.
|
|
(5)
|
Om consistente toepassing van de berekening van de aanvullende kapitaaltoereikendheid te garanderen, moeten de sectorale vereisten die met het oog hierop solvabiliteitsvereisten omvatten, worden opgesomd. Die vereisten moeten de sectorale bepalingen onverlet laten betreffende de maatregelen die moeten worden genomen na een inbreuk op sectorale solvabiliteitsvereisten. Met name indien op het niveau van een financieel conglomeraat een tekort ontstaat als gevolg van een inbreuk op het gecombineerde buffervereiste ingevolge hoofdstuk 4 van titel VII van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad (3), moeten de vereiste maatregelen gebaseerd zijn op die welke in dat hoofdstuk zijn vastgesteld.
|
|
(6)
|
Bij de berekening van de aanvullende kapitaaltoereikendheidsvereiste van een financieel conglomeraat moet voor niet-gereglementeerde financiële entiteiten binnen het financieel conglomeraat zowel een notioneel solvabiliteitsvereiste als een notioneel niveau van eigen vermogen worden berekend.
|
|
(7)
|
In deel II van bijlage I bij Richtlijn 2002/87/EG zijn drie technische methoden vastgesteld voor het berekenen van de kapitaaltoereikendheidsvereisten op het niveau van het financieel conglomeraat: „methode op basis van consolidatie van jaarrekeningen” (methode 1), „aftrek en aggregatie” (methode 2) en „combinatiemethode” (methode 3), waarbij methode 1 en methode 2 kunnen worden gecombineerd. De technische berekeningsmethoden 1 en 2 moeten worden gespecificeerd teneinde de consistente toepassing ervan te verzekeren. Bovendien moeten de omstandigheden voor het gebruik van methode 3 worden gespecificeerd en moet ervoor worden gezorgd dat de bevoegde autoriteiten het gebruik van die methode in vergelijkbare omstandigheden toelaten, gemeenschappelijke criteria toepassen en vereisen dat de methode op een voor alle financiële conglomeraten consistente wijze wordt toegepast. De bevoegde autoriteiten mogen de toepassing van methode 3 alleen toelaten indien een financieel conglomeraat kan aantonen dat het redelijkerwijs niet doenbaar is om alleen methode 1 of 2 toe te passen. Het gebruik van methode 3 moet in de tijd consistent zijn om gelijkwaardige voorwaarden te garanderen. Aangezien de technische berekeningsmethoden overeenkomstig de technische beginselen als bedoeld in deel I van bijlage I bij Richtlijn 2002/87/EG worden uitgevoerd, is het noodzakelijk die beginselen eveneens te specificeren.
|
|
(8)
|
Methode 1 voor het berekenen van de solvabiliteit van de groep, als vastgesteld in Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad (4) en methode 1 voor het berekenen van de aanvullende kapitaaltoereikendheidsvereisten, als vastgesteld in Richtlijn 2002/87/EG, moeten als gelijkwaardig worden beschouwd aangezien beide methoden consistent zijn met de hoofddoelstellingen van het aanvullend toezicht. Beide methoden garanderen de uitsluiting van de schepping van eigen vermogen binnen de groep en de berekening van eigen vermogen overeenkomstig de definities en grenzen die in de betrokken sectorale regels zijn vastgesteld.
|
|
(9)
|
De machtiging om technische reguleringsnormen vast te stellen in artikel 49, lid 6, van Verordening (EU) nr. 575/2013 houdt nauw verband met de machtiging in artikel 21 bis, lid 3, van Richtlijn 2002/87/EG, aangezien beide betrekking hebben op consistente toepassing van de methoden van berekening die in de bijlage bij die richtlijn zijn neergelegd. Om voor coherentie te zorgen in de methoden van berekening die ten behoeve van die wetgevingshandelingen zijn gespecificeerd en een volledig beeld ervan en compacte toegang ertoe te vergemakkelijken voor personen die aan die verplichtingen onderworpen zijn, is het wenselijk de ingevolge die machtigingen vastgestelde technische reguleringsnormen in één verordening neer te leggen.
|
|
(10)
|
Deze verordening moet gebaseerd zijn op de nieuwe sectorale solvabiliteitsregelingen die in de Unie zijn ingesteld om de meest consistente toepassing van de berekeningsmethoden te waarborgen. Deze verordening mag derhalve niet gelden vóór de datum van toepassing van Verordening (EU) nr. 575/2013. De regels die afhankelijk zijn van de toepassing van Richtlijn 2009/138/EG moeten ingaan op de datum van toepassing van die richtlijn. De bestaande nationale tenuitvoerlegging van de berekening van aanvullende kapitaaltoereikendheidsvereisten moet dan ook verder worden gebruikt op die gebieden welke niet door deze verordening zijn geharmoniseerd in de periode vóór deze volledig geldt, en onderliggende berekeningen die gebaseerd zijn op de sectorale verzekeringsregels moeten gebaseerd zijn op de sectorale verzekeringsregels welke gelden op het tijdstip van de berekening.
|
|
(11)
|
Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische reguleringsnormen die gezamenlijk door de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit)(EBA), de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) (Eiopa) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) (ESMA) aan de Commissie zijn voorgelegd.
|
|
(12)
|
De EBA, Eiopa en ESMA hebben openbare publieksraadplegingen gehouden over de ontwerpen van technische reguleringsnormen waarop deze verordening is gebaseerd, de mogelijke betrokken kosten en baten geanalyseerd, overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad (5), artikel 10 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad (6) en artikel 10 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (7), en het advies ingewonnen van de overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 opgerichte Stakeholdergroep Bankwezen, de overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 opgerichte Stakeholdergroep Verzekeringen en de overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 opgerichte Stakeholdergroep Effecten en Markten,
|
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 21 januari 2014.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
|
|
HOOFDSTUK I VOORWERP EN DEFINITIES
|
HOOFDSTUK I VOORWERP EN DEFINITIES
|
|
HOOFDSTUK II TECHNISCHE BEGINSELEN
|
HOOFDSTUK II TECHNISCHE BEGINSELEN
|
|
HOOFDSTUK III TECHNISCHE BEREKENINGSMETHODEN
|
HOOFDSTUK III TECHNISCHE BEREKENINGSMETHODEN
|
|
HOOFDSTUK IV SLOTBEPALINGEN
|
HOOFDSTUK IV SLOTBEPALINGEN
|
|
BIJLAGE Berekeningsmethodologie voor methode 2 ingevolge Richtlijn 2002/87/EG Aftrek en aggregatie
|
BIJLAGE Berekeningsmethodologie voor methode 2 ingevolge Richtlijn 2002/87/EG Aftrek en aggregatie
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|