+VERORDENING (EU) 2015/751 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 29 april 2015 betreffende afwikkelingsvergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties (Voor de EER relevante tekst)
---+Preamble: 1
---+HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
------+Artikel 1 Toepassingsgebied
---------+Artikel 1 1
---------+Artikel 1 2
---------+Artikel 1 3
---------+Artikel 1 4
---------+Artikel 1 5
------+Artikel 2 Definities
---------+Article 2 (1)
---------+Article 2 (2)
---------+Article 2 (3)
---------+Article 2 (4)
---------+Article 2 (5)
---------+Article 2 (6)
---------+Article 2 (7)
---------+Article 2 (8)
---------+Article 2 (9)
---------+Article 2 (10)
---------+Article 2 (11)
---------+Article 2 (12)
---------+Article 2 (13)
---------+Article 2 (14)
---------+Article 2 (15)
---------+Article 2 (16)
---------+Article 2 (17)
---------+Article 2 (18)
---------+Article 2 (19)
---------+Article 2 (20)
---------+Article 2 (21)
---------+Article 2 (22)
---------+Article 2 (23)
---------+Article 2 (24)
---------+Article 2 (25)
---------+Article 2 (26)
---------+Article 2 (27)
---------+Article 2 (28)
---------+Article 2 (29)
---------+Article 2 (30)
---------+Article 2 (31)
---------+Article 2 (32)
---------+Article 2 (33)
---------+Article 2 (34)
---------+Article 2 (35)
---+HOOFDSTUK II AFWIKKELINGSVERGOEDINGEN
------+Artikel 3 Afwikkelingsvergoedingen voor debetkaarttransacties van consumenten
---------+Artikel 3 1
---------+Artikel 3 2
---------+Artikel 3 3
---------+Artikel 3 4
---------+Artikel 3 5
------+Artikel 4 Afwikkelingsvergoedingen voor kredietkaarttransacties van consumenten
------+Artikel 5 Omzeilingsverbod
---+HOOFDSTUK III BEDRIJFSREGELS
------+Artikel 6 Licentieverlening
---------+Artikel 6 1
---------+Artikel 6 2
------+Artikel 7 Scheiding tussen het betaalkaartschema en de verwerkingsentiteiten
---------+Artikel 7 1
---------+Artikel 7 2
---------+Artikel 7 3
---------+Artikel 7 4
---------+Artikel 7 5
---------+Artikel 7 6
------+Artikel 8 Co-badging en keuze van betaalmerk of betalingsapplicatie
---------+Artikel 8 1
---------+Artikel 8 2
---------+Artikel 8 3
---------+Artikel 8 4
---------+Artikel 8 5
---------+Artikel 8 6
------+Artikel 9 Samenvoegingsverbod
---------+Artikel 9 1
---------+Artikel 9 2
------+Artikel 10 Verplichting alle kaarten te honoreren
---------+Artikel 10 1
---------+Artikel 10 2
---------+Artikel 10 3
---------+Artikel 10 4
---------+Artikel 10 5
------+Artikel 11 Sturingsregels
---------+Artikel 11 1
---------+Artikel 11 2
---------+Artikel 11 3
------+Artikel 12 Aan de begunstigde te verstrekken informatie over afzonderlijke op kaarten gebaseerde betalingstransacties
---------+Artikel 12 1
---------+Artikel 12 2
---+HOOFDSTUK IV SLOTBEPALINGEN
------+Artikel 13 Bevoegde autoriteiten
---------+Artikel 13 1
---------+Artikel 13 2
---------+Artikel 13 3
---------+Artikel 13 4
---------+Artikel 13 5
---------+Artikel 13 6
------+Artikel 14 Sancties
---------+Artikel 14 1
---------+Artikel 14 2
------+Artikel 15 Geschillenbeslechting, buitengerechtelijke klachten- en verhaalprocedures
---------+Artikel 15 1
---------+Artikel 15 2
------+Artikel 16 Universele kaarten
---------+Artikel 16 1
---------+Artikel 16 2
------+Artikel 17 Evaluatieclausule
---------+Artikel 17 a)
---------+Artikel 17 b)
---------+Artikel 17 c)
---------+Artikel 17 d)
---------+Artikel 17 e)
---------+Artikel 17 f)
---------+Artikel 17 g)
---------+Artikel 17 h)
---------+Artikel 17 i)
---------+Artikel 17 j)
---------+Artikel 17 k)
---------+Artikel 17 2
------+Artikel 18 Inwerkingtreding
---------+Artikel 18 1
---------+Artikel 18 2
English - European Union - Financial Industry -

VERORDENING (EU) 2015/751 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 29 april 2015 betreffende afwikkelingsvergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties (Voor de EER relevante tekst)

VERORDENING (EU) 2015/751 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 29 april 2015

betreffende afwikkelingsvergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties

(Voor de EER relevante tekst)

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
Preamble: 1

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank (1),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Een versnipperde interne markt is schadelijk voor het concurrentievermogen, de groei en de banenschepping in de Unie. Het wegwerken van belemmeringen voor de goede werking en de voltooiing van een geïntegreerde markt voor elektronische betalingen, zonder onderscheid tussen binnenlandse en grensoverschrijdende betalingen, is noodzakelijk voor de goede werking van de interne markt.

(2)

Met Richtlijn 2007/64/EG van het Europees Parlement en de Raad (4) is de juridische grondslag gelegd voor de totstandbrenging van een Uniebrede interne markt voor betalingsverkeer. Deze richtlijn, waarbij uniforme voorschriften voor het verlenen van betalingsdiensten zijn vastgesteld, heeft immers de activiteit van betalingsdienstaanbieders aanzienlijk vergemakkelijkt.

(3)

In Verordening (EG) nr. 924/2009 van het Europees Parlement en de Raad (5) is het beginsel vastgelegd dat gebruikers voor een grensoverschrijdende betaling in euro dezelfde kosten betalen als voor een overeenkomstige betaling binnen een lidstaat, met inbegrip van de onder deze verordening vallende op kaarten gebaseerde betalingstransacties.

(4)

Bij Verordening (EU) nr. 260/2012 van het Europees Parlement en de Raad (6) zijn de voorschriften vastgesteld voor de uitvoering van overmakingen en automatische afschrijvingen in euro in de interne markt, maar op kaarten gebaseerde betalingstransacties vallen niet onder het toepassingsgebied ervan.

(5)

Bij Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad (7) zijn bepaalde voorschriften voor tussen consumenten en handelaren gesloten overeenkomsten geharmoniseerd, waaronder voorschriften betreffende vergoedingen voor het gebruik van betaalmiddelen. In de richtlijn is bepaald dat de lidstaten handelaren verbieden consumenten voor het gebruik van een bepaald betaalmiddel vergoedingen aan te rekenen die de door de handelaar hiervoor gedragen kosten overschrijden.

(6)

Veilig, efficiënt, concurrerend en innovatief elektronisch betalingsverkeer is van cruciaal belang om consumenten, handelaren en ondernemingen ten volle te laten profiteren van de voordelen die de interne markt te bieden heeft, vooral omdat de wereld steeds meer op elektronische handel overstapt.

(7)

In sommige lidstaten is wetgeving vastgesteld of in voorbereiding om afwikkelingsvergoedingen direct of indirect te reguleren en die betrekking heeft op diverse aspecten, waaronder de vaststelling van maxima voor afwikkelingsvergoedingen op verschillende niveaus, handelarenvergoedingen, de verplichting om alle kaarten te honoreren en sturingsmaatregelen. De bestaande administratieve besluiten van die lidstaten lopen sterk uiteen. Verwacht wordt dat, om de niveaus van de afwikkelingsvergoedingen meer consistent te maken, verdere nationale regelgevingsmaatregelen zullen worden geïntroduceerd die erop gericht zijn om niveaus van, of verschillen tussen, afwikkelingsvergoedingen aan te pakken. Het probleem met dergelijke nationale maatregelen is dat zij de voltooiing van de interne markt voor op kaarten gebaseerde betalingen en op kaarten gebaseerde internet- en mobiele betalingen waarschijnlijk in aanzienlijke mate zullen belemmeren, en daardoor de vrijheid van dienstverrichting in de weg zullen staan.

(8)

Betaalkaarten zijn het vaakst gebruikte elektronische betaalinstrument voor aankopen in detailhandelszaken. De integratie van de betaalkaartmarkt in de Unie is echter verre van voltooid omdat vele betalingsoplossingen zich niet over de landsgrenzen heen kunnen ontwikkelen en nieuwe pan-Europese spelers wordt belet de markt te betreden. Het is noodzakelijk de belemmeringen voor de efficiënte werking van de betaalkaartmarkt, ook op het gebied van op kaarten gebaseerde betalingen en op kaarten gebaseerde mobiele en internetbetalingen, weg te nemen.

(9)

Om de interne markt efficiënter te doen functioneren moet elektronisch betalingsverkeer in het belang van handelaren en consumenten worden aangemoedigd en vergemakkelijkt. Kaarten en andere elektronische betaalinstrumenten kunnen op een veelzijdiger manier worden gebruikt, onder meer om onlinebetalingen te verrichten en van de interne markt en de elektronische handel te profiteren, terwijl elektronische betalingen ook potentieel veiliger betalingen zijn voor handelaren. Op kaarten gebaseerde betalingstransacties kunnen derhalve voor handelaren en consumenten voordeliger uitvallen dan contante betalingen, op voorwaarde dat de vergoedingen voor het gebruik van de betaalkaartschema's op een economisch efficiënt niveau zijn vastgesteld, en tegelijkertijd bijdragen tot eerlijke concurrentie, innovatie en de toetreding van nieuwkomers tot de markt.

(10)

Afwikkelingsvergoedingen zijn vergoedingen die gewoonlijk worden toegepast tussen de kaartaccepterende en de kaartuitgevende betalingsdienstaanbieders die van een bepaald betaalkaartschema deel uitmaken. Afwikkelingsvergoedingen vormen een belangrijk deel van de vergoedingen die accepterende betalingsdienstaanbieders voor elke op een kaart gebaseerde betalingstransactie aan handelaren in rekening brengen. Handelaren verwerken deze kaartkosten, net als al hun andere kosten, op hun beurt in de algemene prijzen van goederen en diensten. De concurrentie tussen betaalkaartschema's om betalingsdienstaanbieders ervan te overtuigen kaarten van hun schema uit te geven, werkt eerder een verhoging dan een verlaging van de afwikkelingsvergoedingen in de hand, terwijl concurrentie in een markteconomie normaal gezien prijsverlagend zou moeten werken. Naast een consequente toepassing van de mededingingsregels op afwikkelingsvergoedingen, zou de regulering van die vergoedingen een betere werking van de interne markt teweegbrengen en bijdragen tot een vermindering van de transactiekosten voor consumenten.

(11)

Het brede scala aan afwikkelingsvergoedingen en het niveau ervan beletten de opkomst van nieuwe pan-Europese spelers met bedrijfsmodellen waarin lagere of geen afwikkelingsvergoedingen worden aangerekend, wat ten koste gaat van potentiële schaal- en synergievoordelen en de daaruit voortvloeiende efficiëntiewinsten. Deze toestand heeft negatieve gevolgen voor handelaren en consumenten en staat innovatie in de weg. Pan-Europese spelers die een bepaalde markt willen betreden, zien zich immers tenminste verplicht uitgevende banken de hoogste op die markt gangbare afwikkelingsvergoeding te bieden, waardoor de versnippering van de markt in stand wordt gehouden. Een ander risico is dat bestaande binnenlandse schema's die lagere of geen afwikkelingsvergoedingen toepassen, onder druk van banken die hogere inkomsten uit afwikkelingsvergoedingen nastreven, zich niet op de markt kunnen handhaven. Dit alles heeft tot gevolg dat consumenten en handelaren het met een beperktere keuze, hogere prijzen en betalingsdiensten van mindere kwaliteit moeten doen, terwijl zij ook maar op beperkte wijze van pan-Europese betalingsoplossingen gebruik kunnen maken. Daarbij komt nog dat handelaren de verschillen in vergoedingen niet kunnen ondervangen door gebruik te maken van kaartacceptatiediensten die door banken in andere lidstaten worden aangeboden. Volgens de specifieke regels van de betaalkaartschema's geldt, op basis van hun territoriale beleid inzake licentieverlening, voor elke betalingstransactie immers de afwikkelingsvergoeding van het „verkooppunt” (land van de handelaar). Dit belet accepteerders hun diensten met succes over de grenzen heen aan te bieden. Tevens kan het handelaren beletten hun betalingskosten in het voordeel van consumenten te reduceren.

(12)

De toepassing van de bestaande wetgeving door de Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten heeft deze situatie niet kunnen verhelpen.

(13)

Om versnippering van de interne markt en ernstige verstoringen van de concurrentie als gevolg van uiteenlopende wetten en bestuursrechtelijke besluiten te voorkomen, moeten er derhalve overeenkomstig artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie maatregelen worden genomen om het probleem van hoge en uiteenlopende afwikkelingsvergoedingen aan te pakken, alsook om betalingsdienstaanbieders in staat te stellen hun diensten over de grenzen heen aan te bieden en consumenten en handelaren de gelegenheid te bieden van grensoverschrijdende diensten gebruik te maken.

(14)

De toepassing van deze verordening dient de toepassing van de mededingingsregels van de Unie en van de lidstaten onverlet te laten. Zij dient de lidstaten niet te beletten lagere maxima te handhaven of in te voeren, of door middel van nationale wetgeving maatregelen met een gelijkwaardig oogmerk of gevolg te nemen.

(15)

Ten behoeve van de goede werking van een interne markt voor op kaarten gebaseerde betalingen en op kaarten gebaseerde internet- en mobiele betalingen, met alle positieve gevolgen van dien voor consumenten en handelaren, dient deze verordening van toepassing te zijn op de grensoverschrijdende en binnenlandse uitgifte en acceptatie van op kaarten gebaseerde betalingstransacties. Als handelaren een accepteerder van buiten hun eigen lidstaat kunnen kiezen (grensoverschrijdende acceptatie), hetgeen zal worden gefaciliteerd door het opleggen van hetzelfde maximumniveau voor binnenlandse en grensoverschrijdende afwikkelingsvergoedingen voor geaccepteerde transacties en het verbod op territoriale licentieverlening, moet het mogelijk zijn de noodzakelijke juridische duidelijkheid te scheppen en concurrentieverstoringen tussen betaalkaartschema's te voorkomen.

(16)

Als gevolg van unilaterale toezeggingen en verbintenissen die in het kader van mededingingsprocedures zijn aanvaard, worden in de Unie reeds veel grensoverschrijdende op kaarten gebaseerde betalingstransacties uitgevoerd met inachtneming van de maximale afwikkelingsvergoedingen. Om voor eerlijke concurrentie op de markt voor acceptatiediensten te zorgen, moeten de bepalingen met betrekking tot grensoverschrijdende en binnenlandse transacties tezelfdertijd en binnen een redelijke termijn na de inwerkingtreding van deze verordening worden toegepast, rekening houdend met de moeilijkheid en de complexiteit van de migratie van betaalkaartschema's, die deze verordening nodig maakt.

(17)

Er zijn in hoofdzaak twee soorten kredietkaarten beschikbaar op de markt. Met kaarten met uitgestelde debitering wordt de rekening van de kaarthouder op een vooraf afgesproken specifieke datum, meestal één keer per maand, gedebiteerd met het totale bedrag van de transacties, zonder dat er rente moet worden betaald. Met andere kredietkaarten kan de kaarthouder gebruikmaken van een kredietfaciliteit teneinde een deel van de verschuldigde bedragen op een later tijdstip dan gespecificeerd terug te betalen, met rente of andere kosten.

(18)

Voor alle op een debet- of kredietkaart gebaseerde betalingstransacties moet een maximumpercentage voor de afwikkelingsvergoeding gelden.

(19)

Uit de effectbeoordeling blijkt dat een verbod op afwikkelingsvergoedingen voor debetkaarttransacties gunstig zou zijn voor de acceptatie en het gebruik van kaarten en voor de ontwikkeling van de eengemaakte markt, en meer voordelen voor handelaren en consumenten zou opleveren dan een op een hoger niveau vastgesteld maximum. Bovendien zouden de negatieve effecten die een hoger maximum op nationale schema's zonder of met zeer lage afwikkelingsvergoedingen voor debettransacties zou hebben omdat grensoverschrijdende uitbreiding of nieuwkomers op de markt in dat geval de vergoedingenniveaus tot het maximumniveau zouden doen stijgen, worden voorkomen. Met een verbod op afwikkelingsvergoedingen voor debetkaarttransacties wordt ook de dreiging van de uitvoer van het model voor afwikkelingsvergoedingen naar nieuwe innoverende betalingsdiensten, zoals mobiele en onlinesystemen, aangepakt.

(20)

De in deze verordening vastgestelde maxima zijn gebaseerd op de in de economische literatuur ontwikkelde „Merchant Indifference Test”, waarmee wordt bepaald welke vergoeding een handelaar zou willen betalen als hij de kosten van het gebruik van betaalkaarten door klanten zou vergelijken met de kosten van niet met een kaart gedane (contante) betalingen (rekening houdend met de vergoeding die aan de accepterende bank moet worden betaald, d.w.z. de handelarenvergoeding en de afwikkelingsvergoeding). Met dergelijke maxima wordt het gebruik van efficiënte betaalinstrumenten in de hand gewerkt, doordat betalen met kaarten die hogere transactievoordelen opleveren, wordt gestimuleerd, terwijl onevenredig hoge handelarenvergoedingen — die verborgen kosten voor andere consumenten met zich brengen — worden voorkomen. Zo niet zouden de handelarenvergoedingen, als gevolg van de collectieve regelingen voor afwikkelingsvergoedingen, buitensporig hoog kunnen worden, omdat handelaren niet snel dure betaalinstrumenten zullen weigeren uit vrees klanten te verliezen. De ervaring heeft aangetoond dat de maxima evenredig zijn omdat zij geen problemen met zich brengen voor de werking van internationale kaartschema's en betalingsdienstaanbieders. Zij leveren tevens voordelen voor handelaren en consumenten op en bieden rechtszekerheid.

(21)

Niettemin hebben de afwikkelingsvergoedingen, zoals in de effectbeoordeling wordt aangetoond, in sommige lidstaten een zodanige ontwikkeling ondergaan dat consumenten kunnen profiteren van doeltreffende debetkaartmarkten wat betreft kaartacceptatie en kaartgebruik met afwikkelingsvergoedingen die onder het door de handelaren geaccepteerde niveau („merchant indifference level”) liggen. De lidstaten moeten derhalve kunnen besluiten voor binnenlandse debetkaarttransacties lagere afwikkelingsvergoedingen vast te stellen.

(22)

Voorts dient, om te garanderen dat vergoedingen voor debetkaarten op een economisch efficiënt niveau worden vastgesteld, rekening houdend met de structuur van de binnenlandse markten voor debetkaarten, de mogelijkheid te worden gehandhaafd om maxima voor afwikkelingsvergoedingen uit te drukken als een vast tarief. Een vast tarief kan ook een stimulans zijn om kleine bedragen (microbetalingen) met behulp van een kaart te betalen. Het moet ook mogelijk zijn dat vaste tarief in combinatie met een procentueel tarief toe te passen, op voorwaarde dat de som van die afwikkelingsvergoedingen niet groter is dan het aangegeven percentage van de totale jaarlijkse transactiewaarde op binnenlands niveau binnen elk betaalkaartschema. Tevens moet het mogelijk zijn een procentuele maximale afwikkelingsvergoeding per transactie vast te stellen die lager is en een vast maximumbedrag voor de vergoeding op te leggen als limiet voor het bedrag van de vergoeding dat het resultaat is van het toepasselijke procentuele tarief per transactie.

(23)

Voorts is het, in overweging genomen dat met deze verordening voor het eerst naar de harmonisatie van afwikkelingsvergoedingen wordt gestreefd in een context waarin bestaande debetkaartschema's en afwikkelingsvergoedingen zeer verschillend zijn, noodzakelijk om in flexibiliteit voor binnenlandse betaalkaartmarkten te voorzien. Daarom moet het de lidstaten mogelijk zijn gedurende een redelijke overgangstermijn met betrekking tot alle binnenlandse debetkaarttransacties binnen elk betaalkaartschema een gewogen gemiddelde afwikkelingsvergoeding van maximum 0,2 % van de gemiddelde jaarlijkse transactiewaarde van alle binnenlandse debetkaarttransacties binnen elk betaalkaartschema toe te passen. Wanneer de maximale afwikkelingsvergoeding binnen een betaalkaartschema op basis van die gemiddelde jaarlijkse transactiewaarde wordt vastgesteld, volstaat het dat een betalingsdienstaanbieder deelneemt aan een betaalkaartschema (of bepaalde andere soorten overeenkomsten tussen betalingsdienstaanbieders) waarin voor alle binnenlandse debetkaarttransacties een gewogen gemiddelde afwikkelingsvergoeding van maximum 0,2 % wordt toegepast. Ook hier kan een forfaitaire vergoeding of een procentuele vergoeding of een combinatie van de twee worden toegepast, op voorwaarde dat het gewogen gemiddelde maximum in acht wordt genomen.

(24)

Teneinde de relevante maximale afwikkelingsvergoedingen voor binnenlandse debetkaarttransacties te kunnen vaststellen, is het passend de nationale bevoegde autoriteiten die deze verordening moeten doen naleven, toe te laten informatie te verzamelen over het volume en de referentiewaarde van alle debetkaarttransacties binnen één betaalkaartschema of van de debetkaarttransacties van een of meer betalingsdienstaanbieders. Hierdoor moeten betaalkaartschema's en betalingsdienstaanbieders worden verplicht de desbetreffende gegevens aan de bevoegde nationale autoriteiten te verstrekken met inachtneming van de door die autoriteiten vastgestelde voorschriften en termijnen. De rapportageverplichtingen moeten niet alleen voor de betaalkaartschema's, maar ook voor betalingsdienstaanbieders zoals uitgevers of accepteerders gelden, zodat alle relevante informatie beschikbaar is voor de bevoegde autoriteiten, die in elk geval kunnen eisen dat die informatie via het betaalkaartschema wordt verzameld. Bovendien is het belangrijk dat lidstaten ervoor zorgen dat de relevante informatie over de toepasselijke maxima voor afwikkelingsvergoedingen voldoende bekend is bij het publiek. Aangezien betaalkaartschema's in het algemeen geen betalingsdienstaanbieders zijn die onder prudentieel toezicht staan, kunnen de bevoegde autoriteiten eisen dat de door deze entiteiten verstuurde informatie door een onafhankelijke auditor wordt gecertificeerd.

(25)

Sommige betaalinstrumenten op binnenlands niveau stellen de betaler in staat om op kaarten gebaseerde betalingstransacties te initiëren waarbij het betaalkaartschema geen onderscheid kan maken tussen een debet- of een kredietkaarttransactie. Wat de kaarthouder beslist, is bij het betaalkaartschema of de accepteerder niet bekend, waardoor de betaalkaartschema's onmogelijk de verschillende maxima kunnen toepassen waarin de verordening voorziet voor debet- en kredietkaarttransacties (waartussen een onderscheid bestaat op grond van het moment waarop de betalingstransactie wordt gedebiteerd). Om de functionaliteit van bestaande bedrijfsmodellen te waarborgen en ongerechtvaardigde of buitensporige kosten voor het naleven van de wettelijke voorschriften te voorkomen en tegelijk een passend gelijk speelveld tussen de verschillende soorten betaalkaarten te garanderen, is het passend om op zulke binnenlandse betalingstransacties met „universele kaarten” dezelfde regel toe te passen als deze waarin deze verordening voorziet voor debetkaarttransacties. Niettemin moet voor die betaalinstrumenten in een langere aanpassingstijd worden voorzien. Daarom moeten de lidstaten, bij wijze van uitzondering en gedurende een overgangsperiode van 18 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening, een maximaal aandeel kunnen vaststellen van de binnenlandse betalingstransacties met „universele kaarten” die als gelijkwaardig met kredietkaarttransacties worden beschouwd. Zo zou het kredietkaartmaximum kunnen worden toegepast op het vastgestelde aandeel van de totale waarde van de transacties voor handelaren of accepteerders. Het mathematische resultaat van de bepalingen zou dan in overeenstemming zijn met de toepassing van één maximum voor afwikkelingsvergoedingen voor binnenlandse betalingstransacties die met universele kaarten worden verricht.

(26)

Deze verordening moet betrekking hebben op alle transacties waarbij de betalingsdienstaanbieder van de betaler en de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde zich in de Unie bevinden.

(27)

Conform het in de digitale agenda voor Europa beschreven beginsel van technologische neutraliteit dient deze verordening betrekking te hebben op alle op kaarten gebaseerde betalingstransacties, ongeacht de omgeving (daaronder begrepen instrumenten en diensten voor betalingen in de detailhandel welke offline, online of mobiel kunnen zijn) waarin de transactie plaatsvindt.

(28)

Op kaarten gebaseerde betalingstransacties worden doorgaans uitgevoerd volgens twee belangrijke bedrijfsmodellen, zogeheten „driepartijenbetaalkaartschema's” (kaarthouder — accepterend en uitgevend schema — handelaar) en „vierpartijenbetaalkaartschema's” (kaarthouder — uitgevende bank — accepterende bank — handelaar). Tal van vierpartijenbetaalkaartschema's hanteren een expliciete, meestal multilaterale afwikkelingsvergoeding. Om het bestaan van impliciete afwikkelingsvergoedingen te erkennen en tot de verwezenlijking van gelijke concurrentievoorwaarden bij te dragen, moeten driepartijenbetaalkaartschema's die van betalingsdienstaanbieders als uitgevers of accepteerders gebruikmaken, als vierpartijenbetaalkaartschema's worden aangemerkt en horen zij dezelfde voorschriften in acht te nemen; transparantie- en andere maatregelen in verband met bedrijfsregels dienen op alle aanbieders van toepassing te zijn. Rekening houdend met de specifieke situatie die zich voor dergelijke driepartijenbetaalkaartschema's kan voordoen, is het echter passend te voorzien in een overgangsperiode gedurende welke de lidstaten kunnen beslissende regels voor het maximum voor afwikkelingsvergoedingen niet toe te passen indien deze schema's in de betrokken lidstaat een zeer beperkt marktaandeel hebben.

(29)

De uitgiftedienst is gebaseerd op een contractuele relatie tussen de uitgever van het betaalinstrument en de betaler, ongeacht of de uitgever het geld houdt namens de betaler. De uitgever stelt betaalkaarten ter beschikking van de betaler, machtigt tot transacties met terminals of soortgelijke instrumenten en kan betaling aan de accepteerder garanderen voor transacties die conform de regels van het desbetreffende schema worden verricht. Daarom wordt de loutere verdeling van betaalkaarten of technische diensten, zoals het louter verwerken en bewaren van gegevens, niet aangemerkt als uitgifte.

(30)

De acceptatiedienst vormt een keten van verrichtingen, gaande van de initiatie van een op kaarten gebaseerde betalingstransactie tot de overmaking van de geldmiddelen naar de betaalrekening van de begunstigde. Afhankelijk van de lidstaat en van het bestaande bedrijfsmodel is de acceptatie in elke lidstaat verschillend georganiseerd. Daarom sluit de betalingsdienstaanbieder die de afwikkelingsvergoeding betaalt, niet altijd direct met de begunstigde een overeenkomst. Intermediairs die een deel van de acceptatiediensten verstrekken zonder daarom een directe contractuele betrekking met begunstigden te hebben, dienen niettemin onder de in deze verordening vervatte definitie van accepteerder te vallen. De acceptatiedienst wordt verstrekt los van de vraag of de accepteerder het geld houdt namens de begunstigde. Technische diensten, zoals het louter verwerken en bewaren van gegevens of de aandrijving van terminals, worden niet aangemerkt als acceptatiedienst.

(31)

Er moet op worden toegezien dat de bepalingen betreffende de door betalingsdienstaanbieders te betalen of te ontvangen afwikkelingsvergoedingen niet worden omzeild met alternatieve vergoedingenstromen naar de uitgevers. Om dit te voorkomen dient de „nettocompensatie” van de vergoedingen, met inbegrip van mogelijke vergunningskosten, die de uitgever heeft betaald aan of ontvangen van een betaalkaartschema, een accepteerder of enige andere intermediair, als de afwikkelingsvergoeding te worden aangemerkt. Om na te gaan of er van omzeiling sprake is, dient bij de berekening van de afwikkelingsvergoeding rekening te worden gehouden met het totaalbedrag aan betalingen of stimulansen die een uitgever met betrekking tot de gereglementeerde transacties van een betaalkaartschema heeft ontvangen, verminderd met de vergoedingen die de uitgever aan het betaalkaartschema heeft betaald. De in aanmerking genomen betalingen, stimulansen en vergoedingen kunnen een direct karakter (d.w.z. op basis van het volume of de specifieke transactie) of een indirect karakter (onder meer verkoopstimulansen, bonussen, kortingen voor bepaalde transactievolumes) hebben. Bij het nagaan of de bepalingen van deze verordening worden omzeild, moet met name rekening worden gehouden met de voordelen die uitgevers van kaarten halen uit speciale programma's die gezamenlijk worden uitgevoerd door uitgevers en betaalkaartschema's, en met de inkomsten uit verwerkings-, licentieverlenings- en andere vergoedingen die inkomsten opleveren voor kaartorganisaties. De uitgifte van betaalkaarten in derde landen moet, in voorkomend geval en indien zulks door andere objectieve elementen wordt bevestigd, ook in aanmerking kunnen worden genomen bij het beoordelen van een eventuele omzeiling van deze verordening.

(32)

Consumenten zijn vaak niet op de hoogte van de vergoedingen die handelaren betalen voor het betaalinstrument dat zij gebruiken. Tegelijkertijd kunnen uitgevers er met een aantal stimulansen (in de vorm van onder meer reisvouchers, bonussen, kortingen, terugboekingen, gratis verzekeringen enz.) op aansturen dat consumenten gebruikmaken van betaalinstrumenten, waardoor voor uitgevers hoge vergoedingen worden gegenereerd. Om daaraan tegenwicht te bieden, mogen de maatregelen die ertoe strekken afwikkelingsvergoedingen te beperken, alleen maar betrekking hebben op betaalkaarten die massaproducten zijn geworden, en die handelaren doorgaans moeilijk kunnen weigeren omdat de uitgifte en het gebruik ervan zo wijdverspreid zijn (debet- en kredietkaarten van consumenten). Teneinde tot een doeltreffender marktwerking in de niet-gereglementeerde delen van de sector te komen en de overheveling van activiteiten van de gereglementeerde naar de niet-gereglementeerde delen van de sector te beperken, is het noodzakelijk een reeks maatregelen vast te stellen betreffende, onder meer, het scheiden van schema en infrastructuur, het door de begunstigde sturen van het gedrag van de betaler en de selectieve acceptatie van betaalinstrumenten door de begunstigde.

(33)

Het aanbrengen van een scheiding tussen schema en infrastructuur moet alle verwerkingsentiteiten in de gelegenheid stellen te concurreren om klanten van de schema's. Aangezien verwerkingskosten een aanzienlijk deel van de totale kosten van kaartacceptatie vertegenwoordigen, is het van belang ervoor te zorgen dat voor deze schakel in de waardeketen van daadwerkelijke concurrentie sprake is. De scheiding van schema en infrastructuur houdt in dat kaartschema's en verwerkingsentiteiten onafhankelijk moeten zijn wat boekhouding, organisatie en besluitvormingsproces betreft. Zij mogen niet discrimineren door, bijvoorbeeld, elkaar een voorkeursbehandeling te bieden, elkaar vertrouwelijke informatie te verstrekken die niet beschikbaar is voor hun concurrenten in hun respectieve marktsegment, hun concurrent in hun respectieve marktsegment buitensporige informatievereisten op te leggen, tot kruissubsidiëring van hun respectieve activiteiten over te gaan of governanceregelingen met elkaar te delen. Dergelijke discriminerende praktijken werken een versnippering van de markt in de hand, staan de toegang van nieuwkomers tot de markt in de weg en beletten de opkomst van pan-Europese marktspelers, waardoor de voltooiing van de interne markt op het gebied van op kaarten gebaseerde betalingen en op kaarten gebaseerde internet- en mobiele betalingen wordt belemmerd, met alle negatieve gevolgen van dien voor handelaren, ondernemingen en consumenten.

(34)

De door betaalkaartschema's toegepaste regels en de praktijken van betalingsdienstaanbieders zorgen er veelal voor dat handelaren en consumenten zich niet van de verschillen in vergoeding bewust zijn, en ze verminderen tevens de markttransparantie. Zo worden vergoedingen „samengevoegd”, of wordt het handelaren verboden op kaarten die aan andere kaartmerken zijn gekoppeld (co-badged cards) een goedkoper kaartmerk te kiezen, of op het gebruik van dergelijke goedkopere kaarten aan te sturen. Ook als handelaren van de diverse kosten op de hoogte zijn, beletten de regels van het schema hen vaak actie te ondernemen om de vergoedingen te verlagen.

(35)

Betaalinstrumenten brengen voor de begunstigde verschillende kosten met zich mee, waarbij sommige instrumenten duurder zijn dan andere. Behalve wanneer een bepaald betaalinstrument voor bepaalde categorieën betalingen bij wet verplicht is of wanneer een betaalinstrument niet kan worden geweigerd omdat het de status van wettig betaalmiddel heeft, moet het de begunstigde vrij staan, overeenkomstig Richtlijn 2007/64/EG, erop aan te sturen dat betalers van een specifiek betaalinstrument gebruikmaken. Kaartschema's en betalingsdienstaanbieders leggen begunstigden in dit verband tal van restricties op, onder meer betreffende de vrijheid van de begunstigde om voor de betaling van kleine bedragen bepaalde betaalinstrumenten te weigeren of om de betaler te informeren over de vergoedingen die de begunstigde voor specifieke betaalinstrumenten verschuldigd is, of betreffende het aantal kassa's in de winkel van de begunstigde die specifieke betaalinstrumenten accepteren. Deze restricties moeten worden afgeschaft.

(36)

In situaties waarin de begunstigde erop aanstuurt dat de betaler van een bepaald betaalinstrument gebruik maakt, mag de begunstigde de betaler echter geen kosten aanrekenen voor het gebruik van betaalinstrumenten waarvoor de afwikkelingsvergoedingen bij deze verordening zijn gereglementeerd, omdat in die situaties de voordelen van het in rekening brengen van toeslagen beperkt zijn en voor complexiteit op de markt zorgen.

(37)

De verplichting om alle kaarten te honoreren is een tweeledige verplichting die uitgevers en betaalkaartschema's begunstigden opleggen alle kaarten van hetzelfde merk te accepteren, ongeacht de verschillende kosten die aan deze kaarten verbonden zijn (het onderdeel „honoreren van alle producten”) en ongeacht de individuele uitgevende bank die de kaart heeft uitgegeven (het onderdeel „honoreren van alle uitgevers”). Het is in het belang van de consument dat de begunstigde voor eenzelfde categorie kaarten niet tussen uitgevers of kaarthouders kan discrimineren, en dat betaalkaartschema's en betalingsdienstaanbieders begunstigden die verplichting kunnen opleggen. Het element „honoreren van alle uitgevers” van de verplichting om alle kaarten te honoreren is derhalve een gerechtvaardigde verplichting binnen een betaalkaartschema, omdat begunstigden op die manier wordt belet te discrimineren tussen de individuele banken die een kaart hebben uitgegeven. Het element „honoreren van alle producten” is in wezen een koppelverkooppraktijk die tot gevolg heeft dat de acceptatie van kaarten met lage vergoedingen aan de acceptatie van kaarten met hoge vergoedingen wordt gekoppeld. Het schrappen van het element „honoreren van alle producten” uit de verplichting alle kaarten te honoreren zou handelaren de mogelijkheid bieden de door hen aangeboden keuze aan betaalkaarten te beperken tot uitsluitend betaalkaarten met lage(re) kosten, wat dankzij de geringere door handelaren te betalen kosten ook consumenten ten goede zou komen. Handelaren die debetkaarten accepteren, zouden dan niet gedwongen zijn ook kredietkaarten te accepteren, en handelaren die kredietkaarten accepteren, zouden niet gedwongen zijn commerciële kaarten te accepteren. Om de consument te beschermen en hem in staat te stellen de betaalkaarten zo vaak mogelijk te gebruiken, zou de verplichting voor handelaren om kaarten waarvoor dezelfde gereglementeerde afwikkelingsvergoeding wordt toegepast, te accepteren alleen mogen gelden voor kaarten die binnen hetzelfde merk zijn uitgegeven en tot dezelfde categorie behoren (vooraf betaalde kaart, debetkaart of kredietkaart). Met deze beperking zou tevens een meer concurrerende omgeving ontstaan voor kaarten waarvoor de afwikkelingsvergoedingen niet bij deze verordening zijn gereglementeerd, omdat handelaren sterker zouden staan in de onderhandelingen over de voorwaarden waaronder zij die kaarten accepteren. Deze restricties moeten beperkt blijven en mogen alleen als aanvaardbaar worden beschouwd indien ze de bescherming van consumenten ten goede komen en hen een passende mate van zekerheid geven dat hun betaalkaarten door de handelaren zullen worden geaccepteerd.

(38)

Door de betalingsdienstaanbieders moet een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen consumentenkaarten en commerciële kaarten, zowel op technische als op commerciële grond. Eveneens is het belangrijk de commerciële kaart te definiëren als een betaalinstrument dat alleen dient voor bedrijfsuitgaven die direct van de rekening van de onderneming of het publiekrechtelijk lichaam, dan wel de zelfstandige natuurlijke persoon, worden gedebiteerd.

(39)

Begunstigden en betalers moeten de verschillende categorieën kaarten kunnen herkennen. Daarom moet het mogelijk zijn de diverse merken en categorieën elektronisch, en voor pas uitgegeven op kaarten gebaseerde betaalinstrumenten ook op zicht, op de drager af te lezen. Voorts moet de betaler over de acceptatie van zijn betaalinstrument(en) in een bepaald verkooppunt worden geïnformeerd. Het is noodzakelijk dat de mededeling door de begunstigde aan de betaler van elke beperking op het gebruik van een bepaald merk op hetzelfde moment en onder dezelfde voorwaarden geschiedt als de mededeling dat een gegeven merk wordt geaccepteerd.

(40)

Om te garanderen dat de concurrentie tussen merken efficiënt is, is het belangrijk dat de keuze van de betaalapplicatie wordt gemaakt door de gebruikers, en niet wordt opgelegd door de upstreammarkt, bestaande uit betaalkaartschema's, betalingsdienstaanbieders of verwerkers. Deze regeling mag de betalers en begunstigden niet beletten een standaardkeuze van de toepassing vast te stellen, waar dat technisch mogelijk is, op voorwaarde dat die keuze voor elke transactie kan worden gewijzigd.

(41)

Om ervoor te zorgen dat verhaal mogelijk is wanneer deze verordening verkeerd is toegepast of wanneer er geschillen tussen betalingsdienstgebruikers en betalingsdienstaanbieders ontstaan, moeten de lidstaten passende en effectieve buitengerechtelijke klachten- en verhaalprocedures opzetten, of in equivalente maatregelen voorzien. De lidstaten moeten voorschriften vaststellen inzake de sancties die gelden voor inbreuken op deze verordening en moeten waarborgen dat deze sancties doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn, en dat ze worden uitgevoerd.

(42)

De Commissie moet een rapport indienen waarin de verschillende effecten van deze verordening op de werking van de markt worden bestudeerd. Het is noodzakelijk dat de Commissie over de mogelijkheid beschikt om de informatie te verzamelen die vereist is voor de opstelling van dit rapport, en dat de bevoegde autoriteiten voor het verzamelen van gegevens nauw samenwerken met de Commissie.

(43)

Daar de doelstellingen van deze verordening, met name het vaststellen van uniforme vereisten voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties en op kaarten gebaseerde internet- en mobiele betalingen, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar wegens de omvang ervan beter op het niveau van de Unie kunnen worden bewerkstelligd, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(44)

Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en strookt met de beginselen die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn erkend, en in het bijzonder het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht, de vrijheid van ondernemerschap en consumentenbescherming, en moet overeenkomstig deze rechten en beginselen worden toegepast,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 29 april 2015.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

M. SCHULZ

Voor de Raad

De voorzitter

Z. KALNIŅA-LUKAŠEVICA

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK II AFWIKKELINGSVERGOEDINGEN HOOFDSTUK II AFWIKKELINGSVERGOEDINGEN
HOOFDSTUK III BEDRIJFSREGELS HOOFDSTUK III BEDRIJFSREGELS
HOOFDSTUK IV SLOTBEPALINGEN HOOFDSTUK IV SLOTBEPALINGEN

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis