+RICHTLIJN 2003/87/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een ►M9 systeem ◄ voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de ►M9 Unie ◄ en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (Voor de EER relevante tekst)
---+HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
------+Artikel 1 Onderwerp
------+Artikel 2 Toepassingsgebied
---------+Artikel 2 1.
---------+Artikel 2 2.
---------+Artikel 2 3.
------+Artikel 3 Definities
---+HOOFDSTUK II LUCHTVAART EN MARITIEM VERVOER
------+Artikel 3 bis Toepassingsgebied
------+Artikel 3 ter Luchtvaartactiviteiten
------+Artikel 3 quater Totale hoeveelheid emissierechten voor de luchtvaart
---------+Artikel 3 quater 1.
---------+Artikel 3 quater 3.
---------+Article 3c 3a.
---------+Artikel 3 quater 4.
---------+Artikel 3 quater 5.
---------+Artikel 3 quater 6.
---------+Artikel 3 quater 7.
---------+Artikel 3 quater 8.
------+Artikel 3 quinquies Toewijzingsmethode voor emissierechten voor de luchtvaart middels veiling
---------+Artikel 3 quinquies 1.
---------+Article 3d 1a.
---------+Artikel 3 quinquies 3.
---------+Artikel 3 quinquies 4.
---------+Artikel 3 quinquies 5.
------+Artikel 3 octies Plannen voor bewaking en rapportage
------+Artikel 3 octies bis Toepassingsgebied voor maritieme vervoersactiviteiten
---------+Artikel 3 octies bis 1.
---------+Artikel 3 octies bis 2.
---------+Artikel 3 octies bis 3.
------+Artikel 3 octies ter Geleidelijke invoering van voorschriften voor maritiem vervoer
------+Artikel 3 octies quater Bepalingen betreffende de overdracht van de EU-ETS-kosten van de scheepvaartmaatschappij naar een andere entiteit
------+Artikel 3 octies quinquies Bewaking en rapportage van emissies van maritiem vervoer
------+Artikel 3 octies sexies Verificatie- en accreditatieregels voor emissies van maritiem vervoer
------+Artikel 3 octies septies Administrerende autoriteit ten aanzien van een scheepvaartmaatschappij
---------+Artikel 3 octies septies 1.
---------+Artikel 3 octies septies 2.
---------+Artikel 3 octies septies 3.
---------+Artikel 3 octies septies 4.
------+Artikel 3 octies octies Verslag en evaluatie
---------+Artikel 3 octies octies 1.
---------+Artikel 3 octies octies 2.
---------+Artikel 3 octies octies 3.
---------+Artikel 3 octies octies 4.
---------+Artikel 3 octies octies 5.
---+HOOFDSTUK III VASTE INSTALLATIES
------+Artikel 3 nonies Toepassingsgebied
------+Artikel 4 Vergunningen voor broeikasgasemissies
------+Artikel 5 Aanvragen van vergunningen voor broeikasgasemissies
------+Artikel 6 Voorwaarden voor en inhoud van de vergunning voor broeikasgasemissies
---------+Artikel 6 1.
---------+Artikel 6 2.
------+Artikel 7 Wijzigingen in installaties
------+Artikel 8 Coördinatie met Richtlijn 2010/75/EU
------+Artikel 9 Hoeveelheid emissierechten voor de hele►M9Unie◄
------+Artikel 9 bis Aanpassing van de hoeveelheid emissierechten voor de hele►M9Unie◄
---------+Artikel 9 bis 1.
---------+Artikel 9 bis 2.
---------+Artikel 9 bis 3.
---------+Artikel 9 bis 4.
------+Artikel 10 Veiling van emissierechten
---------+Artikel 10 1.
---------+Article 10 1a.
---------+Artikel 10 2.
---------+Artikel 10 3.
---------+Artikel 10 4.
---------+Artikel 10 5.
---------+Artikel 10 6.
------+Artikel 10 bis Overgangsregels voor de hele►M9Unie◄voor een geharmoniseerde kosteloze toewijzing
---------+Artikel 10 bis 1.
---------+Article 10a 1a.
---------+Artikel 10 bis 2.
---------+Artikel 10 bis 5.
---------+Article 10a 5a.
---------+Article 10a 5b.
---------+Artikel 10 bis 6.
---------+Artikel 10 bis 7.
---------+Artikel 10 bis 8.
---------+Article 10a 8a.
---------+Article 10a 8b.
---------+Artikel 10 bis 9.
---------+Artikel 10 bis 11.
---------+Artikel 10 bis 19.
---------+Artikel 10 bis 20.
---------+Artikel 10 bis 21.
---------+Artikel 10 bis 22.
------+Artikel 10 ter Overgangsmaatregelen ter ondersteuning van bepaalde energie-intensieve industrieën in geval van koolstoflekkage
---------+Artikel 10 ter 1.
---------+Artikel 10 ter 2.
---------+Artikel 10 ter 3.
---------+Artikel 10 ter 4.
---------+Artikel 10 ter 5.
------+Artikel 10 quater Optionele voorlopige kosteloze toewijzing voor de modernisering van de energiesector
---------+Artikel 10 quater 1.
---------+Artikel 10 quater 2.
---------+Artikel 10 quater 3.
---------+Artikel 10 quater 4.
---------+Artikel 10 quater 5.
---------+Artikel 10 quater 6.
---------+Artikel 10 quater 7.
------+Artikel 10 quater bis Eerdere termijn voor voorlopige kosteloze toewijzing voor de modernisering van de energiesector
------+Artikel 10 quinquies Moderniseringsfonds
---------+Artikel 10 quinquies 1.
---------+Artikel 10 quinquies 2.
---------+Artikel 10 quinquies 3.
---------+Artikel 10 quinquies 4.
---------+Artikel 10 quinquies 5.
---------+Artikel 10 quinquies 6.
---------+Artikel 10 quinquies 7.
---------+Artikel 10 quinquies 8.
---------+Artikel 10 quinquies 9.
---------+Artikel 10 quinquies 10.
---------+Artikel 10 quinquies 11.
---------+Artikel 10 quinquies 12.
------+Artikel 10 sexies Herstel- en veerkrachtfaciliteit
---------+Artikel 10 sexies 1.
---------+Artikel 10 sexies 2.
---------+Artikel 10 sexies 3.
---------+Artikel 10 sexies 4.
---------+Artikel 10 sexies 5.
---------+Artikel 10 sexies 6.
---------+Artikel 10 sexies 7.
------+Artikel 10 septies Beginsel “geen ernstige afbreuk doen”
------+Artikel 11 Nationale uitvoeringsmaatregelen
---------+Artikel 11 1.
---------+Artikel 11 2.
---------+Artikel 11 3.
---+HOOFDSTUK IV BEPALINGEN VOOR LUCHTVAART, MARITIEM VERVOER EN VASTE INSTALLATIES
------+Artikel 11 bis Gebruik van CER’s en ERU’s uit projectactiviteiten in het►M9EU-ETS◄vóór de inwerkingtreding van een internationale overeenkomst inzake klimaatverandering
---------+Artikel 11 bis 1.
---------+Artikel 11 bis 2.
---------+Artikel 11 bis 3.
---------+Artikel 11 bis 5.
---------+Artikel 11 bis 6.
---------+Artikel 11 bis 7.
---------+Artikel 11 bis 8.
------+Artikel 11 ter Projectactiviteiten
---------+Artikel 11 ter 1.
---------+Artikel 11 ter 2.
---------+Artikel 11 ter 3.
---------+Artikel 11 ter 4.
---------+Artikel 11 ter 5.
---------+Artikel 11 ter 6.
------+Artikel 12 Overdracht, inlevering en annulering van rechten
---------+Artikel 12 1.
---------+Article 12 1a.
---------+Artikel 12 2.
---------+Artikel 12 3.
---------+Article 12 3-e.
---------+Article 12 3-d.
---------+Article 12 3-c.
---------+Article 12 3-b.
---------+Article 12 3-a.
---------+Article 12 3a.
---------+Article 12 3b.
---------+Artikel 12 4.
---------+Artikel 12 5.
---------+Artikel 12 6.
---------+Artikel 12 7.
---------+Artikel 12 8.
---------+Artikel 12 9.
------+Artikel 13 Geldigheid van emissierechten
------+Artikel 14 Bewaking en rapportage van emissie
---------+Artikel 14 1.
---------+Artikel 14 2.
---------+Artikel 14 3.
---------+Artikel 14 4.
---------+Artikel 14 5.
---------+Artikel 14 6.
------+Artikel 15 Verificatie en accreditatie
------+Artikel 15 bis Openbaarmaking van informatie en beroepsgeheim
------+Artikel 16 Sancties
---------+Artikel 16 1.
---------+Artikel 16 2.
---------+Artikel 16 3.
---------+Article 16 3a.
---------+Artikel 16 4.
---------+Artikel 16 5.
---------+Artikel 16 6.
---------+Artikel 16 7.
---------+Artikel 16 8.
---------+Artikel 16 9.
---------+Artikel 16 10.
---------+Artikel 16 11.
---------+Article 16 11a.
---------+Artikel 16 12.
------+Artikel 17 Toegang tot informatie
------+Artikel 18 Bevoegde autoriteit
------+Artikel 18 bis De administrerende lidstaat
---------+Artikel 18 bis 1.
---------+Artikel 18 bis 2.
---------+Artikel 18 bis 3.
---------+Artikel 18 bis 4.
---------+Artikel 18 bis 5.
------+Artikel 18 ter Bijstand van de Commissie, het EMSA en andere relevante organisaties
---------+Artikel 18 ter 1.
---------+Artikel 18 ter 2.
------+Artikel 19 Registers
---------+Artikel 19 1.
---------+Artikel 19 2.
---------+Artikel 19 3.
---------+Artikel 19 4.
------+Artikel 20 Centrale administrateur
---------+Artikel 20 1.
---------+Artikel 20 2.
---------+Artikel 20 3.
------+Artikel 21 Rapportage door de lidstaten
---------+Artikel 21 1.
---------+Artikel 21 2.
---------+Artikel 21 3.
---------+Artikel 21 4.
------+Artikel 21 bis
------+Artikel 22 Wijziging van de bijlagen
------+Artikel 22 bis Comitéprocedure
---------+Artikel 22 bis 1.
---------+Artikel 22 bis 2.
------+Artikel 23 Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
---------+Artikel 23 1.
---------+Artikel 23 2.
---------+Artikel 23 3.
---------+Artikel 23 4.
---------+Artikel 23 5.
---------+Artikel 23 6.
------+Artikel 24 Procedures voor de unilaterale opneming van verdere activiteiten en gassen
---------+Artikel 24 1.
---------+Artikel 24 2.
---------+Artikel 24 3.
------+Artikel 24 bis Geharmoniseerde regels voor projecten die de emissies verlagen
---------+Artikel 24 bis 1.
---------+Artikel 24 bis 3.
------+Artikel 25 Koppelingen met andere regelingen voor de handel in broeikasgasemissies
---------+Artikel 25 1.
---------+Article 25 1a.
---------+Article 25 1b.
------+Artikel 25 bis Maatregelen van derde landen om het effect van de luchtvaart op de klimaatverandering te verminderen
---------+Artikel 25 bis 1.
---------+Artikel 25 bis 2.
---------+Artikel 25 bis 3.
---------+Artikel 25 bis 4.
---------+Artikel 25 bis 5.
---------+Artikel 25 bis 6.
---------+Artikel 25 bis 7.
---------+Artikel 25 bis 8.
------+Artikel 26 Wijziging van Richtlijn 96/61/EG
------+Artikel 27 Uitsluiting van kleine installaties onder voorbehoud van gelijkwaardige maatregelen
---------+Artikel 27 1.
---------+Artikel 27 2.
---------+Artikel 27 3.
---------+Artikel 27 4.
------+Artikel 27 bis Facultatieve uitsluiting van installaties die minder dan 2 500 ton uitstoten
---------+Artikel 27 bis 1.
---------+Artikel 27 bis 2.
---------+Artikel 27 bis 3.
------+Artikel 28 Aanpassingen die van toepassing worden na de goedkeuring door de►M9Unie◄van een internationale overeenkomst inzake klimaatverandering
---------+Artikel 28 1.
---------+Artikel 28 2.
---------+Artikel 28 3.
---------+Artikel 28 4.
---------+Artikel 28 5.
------+Artikel 28 bis Afwijkingen die gelden vooruitlopend op de verplichte tenuitvoerlegging van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel van de ICAO
---------+Artikel 28 bis 1.
---------+Artikel 28 bis 2.
---------+Artikel 28 bis 3.
---------+Artikel 28 bis 4.
---------+Artikel 28 bis 5.
------+Artikel 28 ter Verslaglegging en evaluatie door de Commissie over de tenuitvoerlegging van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel van de ICAO
---------+Artikel 28 ter 1.
---------+Artikel 28 ter 2.
---------+Artikel 28 ter 3.
------+Artikel 28 quater Bepalingen inzake bewaking, rapportage en verificatie voor de toepassing van de wereldwijde marktgebaseerde maatregel
------+Artikel 29 Verslag met het oog op een betere werking van de koolstofmarkt
------+Artikel 29 bis Maatregelen in geval van buitensporige prijsschommelingen
---------+Artikel 29 bis 1.
---------+Artikel 29 bis 2.
---------+Artikel 29 bis 3.
------+Artikel 30 Evaluatie in het licht van de uitvoering van de Overeenkomst van Parijs en de ontwikkeling van koolstofmarkten in andere grote economieën
---------+Artikel 30 1.
---------+Artikel 30 2.
---------+Artikel 30 3.
---------+Artikel 30 4.
---------+Artikel 30 5.
---------+Artikel 30 6.
---------+Artikel 30 7.
---------+Artikel 30 8.
---+CHAPTER IVa EMISSIONS TRADING SYSTEM FOR BUILDINGS, ROAD TRANSPORT AND ADDITIONAL SECTORS
------+Artikel 30 bis Toepassingsgebied
------+Artikel 30 ter Vergunningen voor broeikasgasemissies
---------+Artikel 30 ter 1.
---------+Artikel 30 ter 2.
---------+Artikel 30 ter 3.
---------+Artikel 30 ter 4.
---------+Artikel 30 ter 5.
---------+Artikel 30 ter 6.
------+Artikel 30 quater Hoeveelheid emissierechten voor de hele Unie
---------+Artikel 30 quater 1.
---------+Artikel 30 quater 2.
---------+Artikel 30 quater 3.
---------+Artikel 30 quater 4.
------+Artikel 30 quinquies Veiling van emissierechten voor de in bijlage III bedoelde activiteit
---------+Artikel 30 quinquies 1.
---------+Artikel 30 quinquies 2.
---------+Artikel 30 quinquies 3.
---------+Artikel 30 quinquies 4.
---------+Artikel 30 quinquies 5.
---------+Artikel 30 quinquies 6.
---------+Artikel 30 quinquies 7.
------+Artikel 30 sexies Overdracht, inlevering en annulering van emissierechten
---------+Artikel 30 sexies 1.
---------+Artikel 30 sexies 2.
---------+Artikel 30 sexies 3.
---------+Artikel 30 sexies 4.
------+Artikel 30 septies Bewaking, rapportage, verificatie van emissies en accreditatie
---------+Artikel 30 septies 1.
---------+Artikel 30 septies 2.
---------+Artikel 30 septies 3.
---------+Artikel 30 septies 4.
---------+Artikel 30 septies 5.
---------+Artikel 30 septies 6.
---------+Artikel 30 septies 7.
---------+Artikel 30 septies 8.
------+Artikel 30 octies Administratie
------+Artikel 30 nonies Maatregelen in geval van een buitensporige prijsstijging
---------+Artikel 30 nonies 1.
---------+Artikel 30 nonies 2.
---------+Artikel 30 nonies 3.
---------+Artikel 30 nonies 4.
---------+Artikel 30 nonies 5.
---------+Artikel 30 nonies 6.
---------+Artikel 30 nonies 7.
---------+Artikel 30 nonies 8.
---------+Artikel 30 nonies 9.
------+Artikel 30 decies Evaluatie van dit hoofdstuk
------+Artikel 30 undecies Procedures voor de eenzijdige uitbreiding van de in bijlage III bedoelde activiteit tot andere sectoren die niet onder hoofdstukken II en III vallen
---------+Artikel 30 undecies 1.
---------+Artikel 30 undecies 2.
------+Artikel 30 duodecies Uitstel van de emissiehandel voor de gebouwensector, de wegvervoerssector en aanvullende sectoren tot 2028 in geval van uitzonderlijk hoge energieprijzen
---------+Artikel 30 duodecies 1.
---------+Artikel 30 duodecies 2.
---+CHAPTER IVb SCIENTIFIC ADVICE AND VISIBILITY OF FUNDING
------+Artikel 30 terdecies Wetenschappelijk advies
------+Artikel 30 quaterdecies Informatie, communicatie en publiciteit
---------+Artikel 30 quaterdecies 1.
---------+Artikel 30 quaterdecies 2.
---------+Artikel 30 quaterdecies 3.
---+HOOFDSTUK V SLOTBEPALINGEN
------+Artikel 31 Uitvoering
---------+Artikel 31 1.
---------+Artikel 31 2.
------+Artikel 32 Inwerkingtreding
------+Artikel 33 Adressaten
---+BIJLAGE I CATEGORIËN ACTIVITEITEN, BEDOELD IN DEZE RICHTLIJN
---+BIJLAGE II BROEIKASGASSEN, BEDOELD IN DE ARTIKELEN 3 EN 30
---+ANNEX IIa Increases in the percentage of allowances to be auctioned by Member States pursuant to Article 10(2)(a), for the purpose of►M9Union◄solidarity and growth in order to reduce emissions and adapt to the effects of climate change
---+ANNEX IIb
---+BIJLAGE III ACTIVITEIT DIE ONDER HOOFDSTUK IV bis VALT
---+ANNEX IIIa ADJUSTMENT OF LINEAR REDUCTION FACTOR IN ACCORDANCE WITH ARTICLE 30c(2)
---+BIJLAGE IV BEGINSELEN VOOR DE BEWAKING EN RAPPORTAGE, BEDOELD IN ARTIKEL 14, LID 1
---+BIJLAGE V CRITERIA VOOR DE VERIFICATIE, BEDOELD IN ARTIKEL 15
|
English -
European Union -
Environment -
Sustainability -
RICHTLIJN 2003/87/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een ►M9 systeem ◄ voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de ►M9 Unie ◄ en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad (Voor de EER relevante tekst)
RICHTLIJN 2003/87/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 13 oktober 2003
tot vaststelling van een
►M9
systeem ◄ voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de
►M9
Unie ◄ en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad
(Voor de EER relevante tekst)
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
|
HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
|
|
HOOFDSTUK II LUCHTVAART EN MARITIEM VERVOER
|
HOOFDSTUK II LUCHTVAART EN MARITIEM VERVOER
|
|
HOOFDSTUK III VASTE INSTALLATIES
|
HOOFDSTUK III VASTE INSTALLATIES
|
|
HOOFDSTUK IV BEPALINGEN VOOR LUCHTVAART, MARITIEM VERVOER EN VASTE INSTALLATIES
|
HOOFDSTUK IV BEPALINGEN VOOR LUCHTVAART, MARITIEM VERVOER EN VASTE INSTALLATIES
|
|
CHAPTER IVa EMISSIONS TRADING SYSTEM FOR BUILDINGS, ROAD TRANSPORT AND ADDITIONAL SECTORS
|
CHAPTER IVa EMISSIONS TRADING SYSTEM FOR BUILDINGS, ROAD TRANSPORT AND ADDITIONAL SECTORS
|
|
CHAPTER IVb SCIENTIFIC ADVICE AND VISIBILITY OF FUNDING
|
CHAPTER IVb SCIENTIFIC ADVICE AND VISIBILITY OF FUNDING
|
|
HOOFDSTUK V SLOTBEPALINGEN
|
HOOFDSTUK V SLOTBEPALINGEN
|
|
BIJLAGE I CATEGORIËN ACTIVITEITEN, BEDOELD IN DEZE RICHTLIJN
|
BIJLAGE I
CATEGORIËN ACTIVITEITEN, BEDOELD IN DEZE RICHTLIJN
▼M15
|
1.
|
Installaties of delen van installaties die voor onderzoek, ontwikkeling en het testen van nieuwe producten en processen worden gebruikt, vallen niet onder deze richtlijn. Installaties waar gedurende de voorgaande desbetreffende periode van vijf jaar als bedoeld in artikel 11, lid 1, tweede alinea, gemiddeld meer dan 95 % van de totale gemiddelde broeikasgasemissies bestaat uit emissies als gevolg van de verbranding van biomassa die voldoet aan de criteria die zijn vastgesteld op grond van artikel 14, vallen niet onder deze richtlijn.
|
▼M4
|
2.
|
De hieronder genoemde drempelwaarden hebben betrekking op de productiecapaciteit of op het vermogen. Wanneer in dezelfde installatie verscheidene, onder dezelfde categorie vallende activiteiten worden uitgevoerd, worden de vermogens van de activiteiten bij elkaar opgeteld.
|
▼M15
|
3.
|
Wanneer het totale nominaal thermisch ingangsvermogen van een installatie wordt berekend met het oog op het nemen van een besluit inzake de opneming ervan in het EU-ETS, worden het nominaal thermisch ingangsvermogen van alle technische eenheden die deel uitmaken van de installatie en waarin brandstoffen worden verbrand, bij elkaar opgeteld. Die eenheden mogen onder andere alle soorten stook- of verwarmingsketels, branders, turbines, verwarmingstoestellen, (smelt)ovens, verbrandingsovens, gloeiovens, draai- of keramiekovens, droog- en bakovens, drogers, motoren, brandstofcellen, chemische looping-verbrandingseenheden, fakkels en thermische of katalytische naverbranders omvatten. Eenheden met een nominaal thermisch ingangsvermogen van minder dan 3 MW worden bij deze berekening buiten beschouwing gelaten.
|
▼M4
|
4.
|
Wanneer een eenheid gebruikt wordt voor een activiteit waarvoor de drempel niet is uitgedrukt als het totale nominaal thermisch ingangsvermogen, primeert de drempel voor deze activiteit bij het besluit inzake opneming in het
►M9
EU-ETS ◄ .
|
▼C7
|
5.
|
Indien blijkt dat de capaciteitsdrempel van een van de in deze bijlage vermelde activiteiten in een installatie wordt overschreden, worden alle eenheden waarin brandstoffen worden verbrand, met uitzondering van eenheden voor de verbranding van gevaarlijke afvalstoffen of van stedelijk afval, opgenomen in de vergunning voor broeikasgasemissie.
|
▼M4
|
6.
|
Vanaf 1 januari 2012 vallen alle vluchten die vertrekken van of aankomen op een luchtvaartterrein dat gelegen is op het grondgebied van een lidstaat waarop het Verdrag van toepassing is, onder de luchtvaartactiviteit.
|
Activiteiten
|
Broeikasgassen
|
|
▼M15
|
|
►C6
De verbranding van brandstof in installaties met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 20 MW (met uitzondering van installaties voor het verbranden van gevaarlijke afvalstoffen of stedelijk afval) ◄
Met ingang van 1 januari 2024: de verbranding van brandstoffen in installaties voor de verbranding van stedelijk afval met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 20 MW, voor de toepassing van de artikelen 14 en 15.
|
Koolstofdioxide
|
|
Raffinage van olie waarbij verbrandingseenheden met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 20 MW worden gebruikt
|
Koolstofdioxide
|
|
▼M4
|
|
Productie van cokes
|
Kooldioxide
|
|
Roosten of sinteren, met inbegrip van pelletiseren, van ertsen (met inbegrip van zwavelhoudend erts)
|
Kooldioxide
|
|
▼M15
|
|
Productie van ijzer of staal (primaire of secundaire smelting) inclusief continugieten, met een capaciteit van meer dan 2,5 ton per uur
|
Koolstofdioxide
|
|
▼M4
|
|
Productie of bewerking van ferrometalen (inclusief ferrolegeringen) waarbij verbrandingseenheden met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 20 MW worden gebruikt. Bewerking omvat, onder andere, walserijen, herverhitters, gloeiovens, smederijen, gieterijen, coating en beitsen.
|
Kooldioxide
|
|
▼M15
|
|
Productie van primair aluminium of aluminiumoxide
|
Koolstofdioxide en perfluorkoolwaterstoffen
|
|
▼M4
|
|
Productie van secundair aluminium waarbij verbrandingseenheden met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 20 MW worden gebruikt.
|
Kooldioxide
|
|
Productie of bewerking van non-ferrometalen, met inbegrip van de productie van legeringen, raffinage, gieterijen enz., waarbij verbrandingseenheden met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen (met inbegrip van brandstoffen die als reductoren worden ingezet) van meer dan 20 MW worden gebruikt.
|
Kooldioxide
|
|
Productie van cementklinkers in draaiovens met een productiecapaciteit van meer dan 500 t per dag of in andere ovens met een productiecapaciteit van meer dan 50 t per dag
|
Kooldioxide
|
|
Productie van kalk of het calcineren van dolomiet of magnesiet in draaiovens of in andere ovens met een productiecapaciteit van meer dan 50 t per dag.
|
Kooldioxide
|
|
Fabricage van glas, met inbegrip van de fabricage van glasvezels, met een smeltcapaciteit van meer dan 20 t per dag.
|
Kooldioxide
|
|
Fabricage van keramische producten door middel van verhitting, met name dakpannen, bakstenen, vuurvaste stenen, tegels, aardewerk of porselein, met een productiecapaciteit van meer dan 75 t per dag.
|
Kooldioxide
|
|
Fabricage van isolatiemateriaal uit minerale wol met gebruikmaking van glas, steen of slakken met een smeltcapaciteit van meer dan 20 t per dag.
|
Kooldioxide
|
|
▼M15
|
|
Drogen of calcineren van gips of het produceren van gipsplaten en andere gipsproducten, met een productiecapaciteit van gecalcineerd gips of droog secundair gips van meer dan 20 ton per dag
|
Koolstofdioxide
|
|
▼M4
|
|
Productie van pulp uit hout of andere vezelhoudende materialen
|
Kooldioxide
|
|
Productie van papier of karton met een productiecapaciteit van meer dan 20 t per dag
|
Kooldioxide
|
|
▼M15
|
|
Productie van roet waarbij organische stoffen zoals olie, teer, kraak- en destillatieresiduen worden verkoold, met een productiecapaciteit van meer dan 50 ton per dag
|
Koolstofdioxide
|
|
▼M4
|
|
Productie van salpeterzuur
|
Kooldioxide en distikstofoxide
|
|
Productie van adipinezuur
|
Kooldioxide en distikstofoxide
|
|
Productie van glyoxal en glyoxylzuur
|
Kooldioxide en distikstofoxide
|
|
Productie van ammoniak
|
Kooldioxide
|
|
Productie van organische bulkchemicaliën door kraken, reforming, gedeeltelijke of volledige oxidatie of vergelijkbare processen, met een productiecapaciteit van meer dan 100 t per dag.
|
Kooldioxide
|
|
▼M15
|
|
Productie van waterstof (H2) en synthesegas met een productiecapaciteit van meer dan 5 ton per dag
|
Koolstofdioxide
|
|
▼M4
|
|
Productie van natriumcarbonaat (Na2CO3) en natriumbicarbonaat (NaHCO3).
|
Kooldioxide
|
|
Afvangen van broeikasgassen van installaties die onder deze richtlijn vallen met het oog op vervoer en geologische opslag op een opslaglocatie waarvoor krachtens Richtlijn 2009/31/EG een vergunning is verleend.
|
Kooldioxide
|
|
▼M15
|
|
Vervoer van broeikasgassen voor geologische opslag in een opslaglocatie waarvoor krachtens Richtlijn 2009/31/EG een vergunning is verleend, met uitzondering van de emissies die onder een andere activiteit uit hoofde van deze richtlijn vallen
|
Koolstofdioxide
|
|
▼M4
|
|
Geologische opslag van broeikasgassen op een opslaglocatie waarvoor krachtens Richtlijn 2009/31/EG een vergunning is verleend.
|
Kooldioxide
|
|
Luchtvaart Vluchten die vertrekken vanaf of aankomen op een luchtvaartterrein op het grondgebied van een lidstaat waarop het Verdrag van toepassing is. Buiten deze activiteit vallen: a) vluchten die uitsluitend worden uitgevoerd voor het vervoer op een officiële dienstreis van een regerend vorst en zijn directe familie, staatshoofden, regeringsleiders en ministers van de regering van een ander land dan een lidstaat, wanneer dit wordt bevestigd door een overeenkomstige statusindicator in het vluchtplan; b) militaire vluchten die worden uitgevoerd door militaire luchtvaartuigen en douane- en politievluchten; c) vluchten in verband met opsporing en redding, vluchten in het kader van brandbestrijding, humanitaire vluchten en medische noodvluchten waarvoor toestemming is verleend door de ter zake bevoegde autoriteit; d) vluchten die uitsluitend worden uitgevoerd volgens zichtvliegvoorschriften als bedoeld in bijlage 2 bij het Verdrag van Chicago; e) vluchten die eindigen op het luchtvaartterrein van waar het luchtvaartuig is opgestegen en tijdens welke geen tussenlanding is gemaakt; f) lesvluchten die uitsluitend worden uitgevoerd met als doel het behalen van een vliegbrevet, of van een bevoegdverklaring in het geval van cockpitpersoneel, wanneer dit wordt bevestigd door een overeenkomstige opmerking in het vluchtplan, met uitzondering van vluchten die dienen voor het vervoer van passagiers en/of lading en van veerdienstvluchten en positioneringsvluchten; g) vluchten die uitsluitend worden uitgevoerd met als doel wetenschappelijk onderzoek of het controleren, testen of certificeren van luchtvaartuigen of van grond- of boordapparatuur, en h) vluchten die worden uitgevoerd door luchtvaartuigen met een gecertificeerde maximumstartmassa van minder dan 5 700 kg; i) vluchten, uitgevoerd in het kader van de openbaredienstverplichtingen die overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2408/92 worden opgelegd op routes in de ultraperifere gebieden, zoals gedefinieerd in artikel 299, lid 2, van het Verdrag, of op routes waar de aangeboden capaciteit
►M14
50 000 ◄ zitplaatsen per jaar niet overschrijdt; j) vluchten die zonder dit punt onder deze activiteit zouden vallen, uitgevoerd door commerciële luchtvervoersondernemingen die:
— gedurende drie opeenvolgende periodes van vier maanden minder dan 243 vluchten per periode uitvoeren, of
— vluchten met een totale emissie van minder dan 10 000 t per jaar uitvoeren.
Vluchten als bedoeld in de punten l) en m) of vluchten die uitsluitend worden uitgevoerd voor het vervoer op een officiële dienstreis van regerende vorsten en hun directe familie, staatshoofden, regeringsleiders en ministers van een regering van een lidstaat, mogen krachtens dit punt niet worden uitgesloten;
►M11
k) met ingang van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2030, vluchten die zonder dit punt onder deze activiteit zouden vallen, en die worden uitgevoerd door een niet-commerciële vliegtuigexploitant die vluchten uitvoert met een totale emissie van minder dan 1 000 ton per jaar (met inbegrip van de emissies van de in de punten l) en m) bedoelde vluchten); ◄
►M10
l) vluchten vanaf luchtvaartterreinen die gelegen zijn in Zwitserland naar luchtvaartterreinen die gelegen zijn in de EER; ◄
►M11
m) vluchten vanaf luchtvaartterreinen die gelegen zijn in het Verenigd Koninkrijk naar luchtvaartterreinen die gelegen zijn in de EER. ◄
►M14
Vluchten tussen luchtvaartterreinen die zich bevinden in twee verschillende landen die zijn opgenomen in de lijst in de op grond van artikel 25 bis, lid 3, vastgestelde uitvoeringshandeling en vluchten tussen Zwitserland of het Verenigd Koninkrijk en landen die zijn opgenomen in de op grond van artikel 25 bis, lid 3, vastgestelde uitvoeringshandeling en, voor de toepassing van artikel 12, leden 6 en 8, en artikel 28 quater, alle andere vluchten tussen luchtvaartterreinen in twee verschillende derde landen, die worden uitgevoerd door vliegtuigexploitanten die aan elk van de volgende voorwaarden voldoen: a) de vliegtuigexploitanten zijn in het bezit van een bewijs luchtvaartexploitant dat door een lidstaat is afgegeven of zijn geregistreerd in een lidstaat, met inbegrip van de ultraperifere gebieden, de onderhorigheden en de gebiedsdelen van die lidstaat, en b) zij produceren jaarlijks meer dan 10 000 ton CO2-emissies door het gebruik van luchtvaartuigen met een gecertificeerde maximale startmassa van meer dan 5 700 kg voor onder deze bijlage vallende vluchten, met uitzondering van vluchten die in dezelfde lidstaat — met inbegrip van de ultraperifere gebieden van die lidstaat — vertrekken en aankomen, vanaf 1 januari 2021; voor de toepassing van dit punt wordt geen rekening gehouden met emissies van de volgende soorten vluchten: i) staatsvluchten; ii) humanitaire vluchten; iii) medische vluchten; iv) militaire vluchten; v) brandbestrijdingsvluchten; vi) vluchten voorafgaand aan of volgend op een humanitaire, medische of brandbestrijdingsvlucht, op voorwaarde dat dergelijke vluchten met hetzelfde luchtvaartuig werden uitgevoerd en nodig waren om de desbetreffende humanitaire, medische of brandbestrijdingsactiviteiten uit te voeren of het luchtvaartuig na die activiteiten voor zijn volgende activiteit te verplaatsen. ◄
|
Kooldioxide
|
|
▼M15
|
|
Maritiem vervoer
Maritieme vervoersactiviteiten die onder Verordening (EU) 2015/757 vallen, met uitzondering van de maritieme vervoersactiviteiten die onder artikel 2, lid 1 bis, en, tot en met 31 december 2026, artikel 2, lid 1 ter, van die verordening vallen
|
Koolstofdioxide
Vanaf 1 januari 2026, methaan en distikstofoxide
|
|
|
|
BIJLAGE II BROEIKASGASSEN, BEDOELD IN DE ARTIKELEN 3 EN 30
|
BIJLAGE II
BROEIKASGASSEN, BEDOELD IN DE ARTIKELEN 3 EN 30
Kooldioxide (CO2)
Methaan (CH4)
Distikstofoxide (N2O)
Onvolledig gehalogeneerde fluorkoolwaterstoffen (HFK's)
Perfluorkoolwaterstoffen (PFK's)
Zwavelhexafluoride (SF6)
▼M4
|
|
ANNEX IIa Increases in the percentage of allowances to be auctioned by Member States pursuant to Article 10(2)(a), for the purpose of►M9Union◄solidarity and growth in order to reduce emissions and adapt to the effects of climate change
|
ANNEX IIa
Increases in the percentage of allowances to be auctioned by Member States pursuant to Article 10(2)(a), for the purpose of
►M9
Union ◄ solidarity and growth in order to reduce emissions and adapt to the effects of climate change
|
|
Member State share
|
|
▼M9 —————
|
|
▼M4
|
|
Bulgaria
|
53 %
|
|
Czech Republic
|
31 %
|
|
Estonia
|
42 %
|
|
Greece
|
17 %
|
|
Spain
|
13 %
|
|
▼A1
|
|
Croatia
|
26 %
|
|
▼M9 —————
|
|
▼M4
|
|
Cyprus
|
20 %
|
|
Latvia
|
56 %
|
|
Lithuania
|
46 %
|
|
▼M9 —————
|
|
▼M4
|
|
Hungary
|
28 %
|
|
Malta
|
23 %
|
|
Poland
|
39 %
|
|
Portugal
|
16 %
|
|
Romania
|
53 %
|
|
Slovenia
|
20 %
|
|
Slovakia
|
41 %
|
|
▼M9 —————
|
|
|
ANNEX IIb
|
ANNEX IIb
PART A
DISTRIBUTION OF FUNDS FROM THE MODERNISATION FUND CORRESPONDING TO ARTICLE 10(1), THIRD SUBPARAGRAPH
|
|
Share
|
|
Bulgaria
|
5,84 %
|
|
Czechia
|
15,59 %
|
|
Estonia
|
2,78 %
|
|
Croatia
|
3,14 %
|
|
Latvia
|
1,44 %
|
|
Lithuania
|
2,57 %
|
|
Hungary
|
7,12 %
|
|
Poland
|
43,41 %
|
|
Romania
|
11,98 %
|
|
Slovakia
|
6,13 %
|
PART B
DISTRIBUTION OF FUNDS FROM THE MODERNISATION FUND CORRESPONDING TO ARTICLE 10(1), FOURTH SUBPARAGRAPH
|
|
Share
|
|
Bulgaria
|
4,9 %
|
|
Czechia
|
12,6 %
|
|
Estonia
|
2,1 %
|
|
Greece
|
10,1 %
|
|
Croatia
|
2,3 %
|
|
Latvia
|
1,0 %
|
|
Lithuania
|
1,9 %
|
|
Hungary
|
5,8 %
|
|
Poland
|
34,2 %
|
|
Portugal
|
8,6 %
|
|
Romania
|
9,7 %
|
|
Slovakia
|
4,8 %
|
|
Slovenia
|
2,0 %
|
|
|
BIJLAGE III ACTIVITEIT DIE ONDER HOOFDSTUK IV bis VALT
|
BIJLAGE III
ACTIVITEIT DIE ONDER HOOFDSTUK IV bis VALT
|
Activiteit:
|
Broeikasgassen
|
|
Uitslag tot verbruik van brandstoffen die worden gebruikt voor verbranding in de gebouwensector, de wegvervoerssector en aanvullende sectoren. Buiten deze activiteit vallen:
a) de uitslag tot verbruik van brandstoffen die worden gebruikt bij de in bijlage I opgesomde activiteiten, behalve wanneer zij worden gebruikt voor verbranding bij de activiteiten voor het vervoer van broeikasgassen voor geologische opslag als opgenomen in de tabel, rij zevenentwintig, van die bijlage of wanneer zij worden gebruikt voor verbranding in installaties die worden uitgezonderd krachtens artikel 27 bis;
b) de uitslag tot verbruik van brandstoffen waarvoor de emissiefactor nul is;
c) de uitslag tot verbruik van gevaarlijk of stedelijk afval dat als brandstof wordt gebruikt.
De gebouwensector en de wegvervoerssector komen overeen met de volgende emissiebronnen, zoals gedefinieerd in de IPCC-richtsnoeren inzake nationale broeikasgasinventarissen van 2006, met de hiernavolgende noodzakelijke wijzigingen van die definities:
a) Warmtekrachtkoppeling (WKK) (broncategoriecode 1A1a ii) en warmtecentrales (broncategoriecode 1A1a iii), voor zover zij warmte produceren voor de in punten c) en d) van deze alinea genoemde categorieën, hetzij rechtstreeks, hetzij via stadsverwarmingsnetten;
|
Koolstofdioxide
|
|
b) Wegvervoer (broncategoriecode 1A3b), met uitzondering van het gebruik van landbouwvoertuigen op verharde wegen;
c) Commercieel / Institutioneel (broncategoriecode 1A4a);
d) Voor bewoning bestemd (broncategoriecode 1A4b).
Aanvullende sectoren komen overeen met de volgende emissiebronnen, zoals gedefinieerd in de IPCC-richtsnoeren inzake nationale broeikasgasinventarissen van 2006:
a) Energie-industrieën (broncategoriecode 1A1), met uitzondering van de in de tweede alinea, punt a), van deze bijlage gedefinieerde categorieën;
b) Be- en verwerkende industrie en bouw (broncategoriecode 1A2).
|
|
|
|
ANNEX IIIa ADJUSTMENT OF LINEAR REDUCTION FACTOR IN ACCORDANCE WITH ARTICLE 30c(2)
|
ANNEX IIIa
ADJUSTMENT OF LINEAR REDUCTION FACTOR IN ACCORDANCE WITH ARTICLE 30c(2)
1. If the average emissions reported under Chapter IVa for the years 2024 to 2026 are more than 2 % higher compared to the value of the 2025 quantity defined in accordance with Article 30c(1), and if those differences are not due to the difference of less than 5 % between the emissions reported under Chapter IVa and the inventory data of 2025 Union greenhouse gas emissions from UNFCCC source categories for the sectors covered under Chapter IVa, the linear reduction factor shall be calculated by adjusting the linear reduction factor referred to in Article 30c(1).
2. The adjusted linear reduction factor in accordance with point 1 shall be determined as follows:
LRFadj = 100%* [MRV[2024-2026] – (ESR[2024] - 6* LRF[2024]* ESR[2024])]/ (5* MRV[2024-2026]), where,
LRFadj is the adjusted linear reduction factor;
MRV[2024-2026] is the average of verified emissions under Chapter IVa for the years 2024 to 2026;
ESR[2024] is the value of 2024 emissions defined in accordance with Article 30c(1) for the sectors covered under Chapter IVa;
LRF[2024] is the linear reduction factor referred to in Article 30c(1).
|
|
BIJLAGE IV BEGINSELEN VOOR DE BEWAKING EN RAPPORTAGE, BEDOELD IN ARTIKEL 14, LID 1
|
BIJLAGE IV
BEGINSELEN VOOR DE BEWAKING EN RAPPORTAGE, BEDOELD IN ARTIKEL 14, LID 1
▼M2
DEEL A — Bewaking van en rapportage over emissies door vaste installaties
▼B
Bewaking van kooldioxide-emissies
De emissies moeten door middel van berekeningen of metingen worden bewaakt.
Berekeningen
De emissies worden met behulp van de volgende formule berekend:
Activiteitsgegevens × emissiefactor × oxidatiefactor
Activiteitsgegevens (gebruikte brandstof, productieomvang enz.) worden bewaakt op basis van toevoergegevens of metingen.
Er worden geaccepteerde emissiefactoren gebruikt. Voor de activiteit specifieke emissiefactoren zijn voor alle brandstoffen aanvaardbaar. Default-factoren zijn aanvaardbaar voor alle brandstoffen, behalve niet-commerciële (afvalbrandstoffen zoals banden en industriële procesgassen). Laagspecifieke defaults voor steenkool, en voor de EU of het producentland specifieke defaults voor aardgas worden verder uitgewerkt. IPCC-defaults zijn voor raffinaderijproducten aanvaardbaar.
►M15
De emissiefactor voor biomassa die voldoet aan de duurzaamheidscriteria en de criteria inzake broeikasgasemissiereductie voor het gebruik van biomassa zoals vastgesteld bij Richtlijn (EU) 2018/2001, met alle nodige aanpassingen voor toepassing uit hoofde van deze richtlijn, zoals uiteengezet in de in artikel 14 van deze richtlijn bedoelde uitvoeringshandelingen, is nul. ◄
Als de emissiefactor geen rekening houdt met het feit dat een deel van de koolstof niet wordt geoxideerd, wordt een oxidatiefactor gebruikt. Als voor de activiteit specifieke emissiefactoren zijn berekend die al rekening houden met oxidatie, behoeft geen oxidatiefactor te worden toegepast.
▼M15
Er worden default-oxidatiefactoren op grond van Richtlijn 2010/75/EU gebruikt, tenzij de exploitant kan aantonen dat voor de activiteit specifieke factoren nauwkeuriger zijn.
▼B
Voor elke activiteit, elke installatie en elke brandstof wordt een afzonderlijke berekening gemaakt.
Metingen
Bij de meting van de emissies wordt gebruik gemaakt van genormaliseerde of aanvaarde methoden en het resultaat moet worden bevestigd door een ondersteunende emissieberekening.
Bewaking van de emissies van andere broeikasgassen
▼M9
Er worden genormaliseerde of aanvaarde methoden gebruikt die door de Commissie in samenwerking met alle belanghebbenden worden ontwikkeld en op grond van artikel 14, lid 1, worden goedgekeurd.
▼B
Emissierapportage
Elke exploitant neemt in zijn verslag over een installatie de onderstaande informatie op.
A.
Gegevens ter identificatie van de installatie, waaronder:
—
adres van de installatie, met postcode en land;
—
soort en aantal van de activiteiten als bedoeld in bijlage I, die in de installatie worden verricht;
—
adres, telefoon-, fax- en e-mailgegevens van een contactpersoon, en
—
naam van de eigenaar van de installatie en van een eventuele moedermaatschappij.
B.
Voor elke in bijlage I genoemde activiteit die wordt verricht op het terrein waarvoor de emissies worden berekend:
C.
Voor elke in bijlage I genoemde activiteit die wordt verricht op het terrein waarvoor de emissies worden gemeten:
—
informatie over de betrouwbaarheid van de meetmethoden, en
D.
Voor de emissies als gevolg van verbranding ten behoeve van energieproductie wordt in het verslag ook de oxidatiefactor vermeld, tenzij bij de uitwerking van een voor de activiteit specifieke emissiefactor al met de oxidatie rekening is gehouden.
De lidstaten treffen de nodige maatregelen om de rapportagevoorschriften te coördineren met eventuele reeds bestaande rapportagevoorschriften, teneinde het bedrijfsleven in dit opzicht zo veel mogelijk werk te besparen.
▼M2
DEEL B — Bewaking van en rapportage over emissies door luchtvaartactiviteiten
Bewaking van kooldioxide-emissies
De emissies moeten door middel van berekeningen worden bewaakt. De emissies worden met behulp van de volgende formule berekend:
Brandstofverbruik × emissiefactor
Het brandstofverbruik omvat tevens de brandstof die wordt verbruikt door het hulpaggregaat. Waar mogelijk wordt het daadwerkelijke brandstofverbruik voor elke vlucht gebruikt, dat met behulp van de volgende formule wordt berekend:
Hoeveelheid brandstof in de brandstoftanks van het luchtvaartuig na het tanken voor de vlucht - hoeveelheid brandstof in de brandstoftanks van het luchtvaartuig na het tanken voor de volgende vlucht + hoeveelheid getankte brandstof voor die volgende vlucht.
Als er geen gegevens beschikbaar zijn over het daadwerkelijke brandstofverbruik, wordt een gedifferentieerde standaardmethode gebruikt om op basis van de beste beschikbare informatie de gegevens over het brandstofverbruik te schatten.
Tenzij activiteitspecifieke emissiefactoren die door onafhankelijke, erkende laboratoria met behulp van aanvaarde analysemethoden zijn afgeleid, nauwkeuriger zijn, worden de standaardemissiefactoren van het IPCC gebruikt, die worden ontleend aan de IPCC-richtsnoeren voor nationale inventarissen van broeikasgassen van 2006 of latere herzieningen van deze richtsnoeren. De emissiefactor voor biomassa is nul.
►M15
De emissiefactor voor biomassa die voldoet aan de duurzaamheidscriteria en de criteria inzake broeikasgasemissiereductie voor het gebruik van biomassa zoals vastgesteld bij Richtlijn (EU) 2018/2001, met alle nodige aanpassingen voor toepassing uit hoofde van deze richtlijn, zoals uiteengezet in de in artikel 14 van deze richtlijn bedoelde uitvoeringshandelingen, is nul. ◄
►M14
De emissiefactor voor vliegtuigkerosine (JET A1 of JET A) is 3,16 (t CO2/t brandstof). ◄
▼M14
Emissies van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong waarbij waterstof uit hernieuwbare bronnen wordt gebruikt en die aan artikel 25 van Richtlijn (EU) 2018/2001 voldoen, worden voor de vliegtuigexploitanten die ze gebruiken, gelijkgesteld aan nul totdat de in artikel 14, lid 1, van deze richtlijn bedoelde uitvoeringshandeling is vastgesteld.
▼M2
Voor iedere vlucht en voor iedere brandstof wordt een aparte berekening gemaakt.
Rapportage over emissies
Elke vliegtuigexploitant dient de volgende informatie op te nemen in zijn verslag uit hoofde van artikel 14, lid 3:
A.
Gegevens voor het identificeren van de vliegtuigexploitant, waaronder:
—
naam van de vliegtuigexploitant;
—
zijn administrerende lidstaat;
—
zijn adres, inclusief postcode en land, en, indien afwijkend, zijn contactadres in de administrerende lidstaat;
—
de registratienummers van de luchtvaartuigen en de typen luchtvaartuigen die in de periode waarop het verslag betrekking heeft, zijn gebruikt voor de uitoefening van de in bijlage I genoemde luchtvaartactiviteiten waarvoor hij de exploitant is;
—
het nummer en de afgevende instantie van het bewijs luchtvaartexploitant en de exploitatievergunning waaronder de in bijlage I genoemde luchtvaartactiviteiten waarvoor hij de exploitant is, zijn uitgeoefend;
—
adres, telefoonnummer, fax en e-mailadres van een contactpersoon, en
—
naam van de eigenaar van het luchtvaartuig.
B.
Voor ieder type brandstof waarvoor de emissies worden berekend:
—
het totaal van de cumulatieve emissies van alle vluchten die zijn uitgevoerd gedurende de periode waarop het verslag betrekking heeft, en die vallen onder de in bijlage I genoemde luchtvaartactiviteiten waarvoor hij de exploitant is;
—
de cumulatieve emissies van:
—
alle vluchten die zijn uitgevoerd gedurende de periode waarop het verslag betrekking heeft, en die vallen onder de in bijlage I genoemde luchtvaartactiviteiten waarvoor hij de exploitant is, en die zijn vertrokken van een luchtvaartterrein op het grondgebied van een lidstaat en zijn aangekomen op een luchtvaartterrein op het grondgebied van dezelfde lidstaat;
—
alle andere vluchten die zijn uitgevoerd gedurende de periode waarop het verslag betrekking heeft, en die vallen onder de in bijlage I genoemde luchtvaartactiviteiten waarvoor hij de exploitant is;
—
de cumulatieve emissies van alle vluchten die zijn uitgevoerd gedurende de periode waarop het verslag betrekking heeft, en die vallen onder de in bijlage I genoemde luchtvaartactiviteiten waarvoor hij de exploitant is, en die:
—
zijn vertrokken vanuit elke lidstaat, en
—
zijn aangekomen in elke lidstaat vanuit een derde land;
Bewaking van de tonkilometergegevens voor de toepassing van artikel 3 sexies en artikel 3 septies
Voor het aanvragen van een toewijzing van emissierechten overeenkomstig artikel 3 sexies, lid 1, of artikel 3 septies, lid 2, wordt de omvang van de luchtvaartactiviteit in tonkilometers berekend met de volgende formule:
tonkilometers = afstand × vracht
waarbij:
„afstand”: de orthodromische afstand tussen het luchtvaartterrein van vertrek en het luchtvaartterrein van aankomst, plus een extra vaste component van 95 km, en
„vracht”: de totale massa aan vracht, post en passagiers die wordt vervoerd.
Voor het berekenen van de vracht:
—
is het aantal passagiers het aantal personen aan boord exclusief bemanningsleden;
—
mag een vliegtuigexploitant in zijn documentatie over massa en zwaartepunt voor de desbetreffende vluchten naar keuze de werkelijke of de standaardmassa’s voor passagiers en geregistreerde bagage gebruiken, of een standaardwaarde van 100 kg voor iedere passagier, en diens geregistreerde bagage.
Rapportage over de tonkilometergegevens voor de toepassing van artikel 3 sexies en artikel 3 septies
Elke vliegtuigexploitant neemt de volgende informatie op in zijn aanvraag uit hoofde van artikel 3 sexies, lid 1, of artikel 3 septies, lid 2:
A.
Gegevens voor het identificeren van de vliegtuigexploitant, waaronder:
—
naam van de vliegtuigexploitant;
—
zijn administrerende lidstaat;
—
zijn adres, inclusief postcode en land, en, indien afwijkend, zijn contactadres in de administrerende lidstaat;
—
de registratienummers van de luchtvaartuigen en de typen luchtvaartuigen die in de periode waarop het verslag betrekking heeft, zijn gebruikt voor de uitoefening van de in bijlage I genoemde luchtvaartactiviteiten waarvoor hij de exploitant is;
—
het nummer en de afgevende instantie van het bewijs luchtvaartexploitant en de exploitatievergunning waaronder de in bijlage I genoemde luchtvaartactiviteiten waarvoor hij de exploitant is, zijn uitgeoefend;
—
adres, telefoonnummer, fax en e-mailadres van een contactpersoon, en
—
naam van de eigenaar van het luchtvaartuig.
B.
Tonkilometergegevens:
—
aantal vluchten per luchtvaartterreincombinatie;
—
aantal passagierskilometers per luchtvaartterreincombinatie;
—
aantal tonkilometers per luchtvaartterreincombinatie;
—
gekozen methode voor de berekening van de massa van passagiers en geregistreerde bagage;
—
totaal aantal tonkilometers voor alle vluchten die zijn uitgevoerd gedurende de periode waarop het verslag betrekking heeft, en die vallen onder de in bijlage I genoemde luchtvaartactiviteiten waarvoor hij de vliegtuigexploitant is.
▼M15
DEEL C
Bewaking en rapportage van emissies die overeenstemmen met de in bijlage III bedoelde activiteit
Bewaking van emissies
De emissies moeten door middel van berekeningen worden gemonitord.
Berekening
Emissies worden met de volgende formule berekend:
Tot verbruik uitgeslagen brandstof × emissiefactor
Tot verbruik uitgeslagen brandstof omvat de hoeveelheid brandstof die door de gereglementeerde entiteit tot verbruik is uitgeslagen.
Tenzij brandstofspecifieke emissiefactoren die door onafhankelijke, erkende laboratoria met behulp van aanvaarde analysemethoden zijn afgeleid, nauwkeuriger zijn, worden de standaardemissiefactoren van het IPCC gebruikt, die worden ontleend aan de IPCC-richtsnoeren voor nationale inventarissen van broeikasgassen van 2006 of latere herzieningen van die richtsnoeren.
Voor iedere gereglementeerde entiteit en voor iedere brandstof wordt een aparte berekening gemaakt.
Rapportage van emissies
Iedere gereglementeerde entiteit neemt in haar verslag de volgende informatie op:
A.
Gegevens ter identificatie van de gereglementeerde entiteit, met inbegrip van:
—
de naam van de gereglementeerde entiteit;
—
het adres van de entiteit, met postcode en land;
—
de soorten tot verbruik uitgeslagen brandstoffen en de activiteiten waarmee zij de brandstoffen uitslaat tot verbruik, met inbegrip van de gebruikte technologie;
—
het adres, telefoonnummer, faxnummer en e-mailadres van een contactpersoon; en
—
de naam van de eigenaar van de gereglementeerde entiteit en van een eventuele moedermaatschappij.
B.
Voor elk type brandstof dat tot verbruik wordt uitgeslagen en gebruikt voor verbranding in de sectoren bedoeld in bijlage III, waarvoor de emissies worden berekend:
—
de hoeveelheid tot verbruik uitgeslagen brandstof;
—
het eindgebruik van de tot verbruik uitgeslagen brandstof; en
De lidstaten treffen de nodige maatregelen om de rapportagevoorschriften te coördineren met eventuele reeds bestaande rapportagevoorschriften, teneinde het bedrijfsleven in dit opzicht zo veel mogelijk werk te besparen.
▼B
|
|
BIJLAGE V CRITERIA VOOR DE VERIFICATIE, BEDOELD IN ARTIKEL 15
|
BIJLAGE V
CRITERIA VOOR DE VERIFICATIE, BEDOELD IN ARTIKEL 15
▼M2
DEEL A — Verificatie van emissies door vaste installaties
▼B
Algemene beginselen
1. De emissies van elke in bijlage I genoemde activiteit moeten aan een verificatie worden onderworpen.
2. Bij het verificatieproces moeten het verslag uit hoofde van artikel 14, lid 3, en de bewaking tijdens het voorafgaande jaar worden bezien. Hierbij wordt gekeken naar de betrouwbaarheid, de geloofwaardigheid en de nauwkeurigheid van de bewakingssystemen en de gerapporteerde gegevens, en naar informatie inzake de emissies, in het bijzonder:
a)
de gerapporteerde activiteitsgegevens en daarmee verband houdende metingen en berekeningen;
b)
de keuze en het gebruik van emissiefactoren;
c)
de berekeningen die leiden tot de bepaling van de totale emissies, en
d)
indien er metingen zijn gebruikt, de juistheid van de keuze en de wijze van toepassing van de meetmethoden.
3. De emissies waarover verslag is uitgebracht kunnen alleen worden gevalideerd als betrouwbare, geloofwaardige gegevens en informatie het mogelijk maken de emissies te bepalen met een hoge mate van zekerheid. Voor een hoge mate van zekerheid moet de exploitant aantonen dat:
a)
de gerapporteerde gegevens vrij zijn van inconsistenties;
b)
de gegevens zijn verzameld overeenkomstig de toepasselijke wetenschappelijke normen, en
c)
de desbetreffende documenten van de installatie volledig en consistent zijn.
4. De verificateur krijgt toegang tot alle bedrijfsterreinen en tot alle informatie in verband met het onderwerp van de verificatie.
5. De verificateur houdt rekening met de vraag of de installatie geregistreerd is in het kader van EMAS (het communautaire milieubeheer- en milieuauditsysteem).
Methode
Strategische analyse
6. De verificatie moet worden gebaseerd op een strategische analyse van alle in de installatie verrichte activiteiten. Hiertoe heeft de verificateur een overzicht nodig van alle activiteiten en hun betekenis voor het emissieniveau van de installatie.
Procesanalyse
7. De verificatie van de overgelegde informatie vindt zo nodig plaats op het terrein van de installatie. De verificateur neemt steekproeven om de betrouwbaarheid van de gerapporteerde gegevens en informatie vast te stellen.
Risicoanalyse
8. De verificateur moet alle bronnen van emissies in de installatie evalueren met het oog op de betrouwbaarheid van de gegevens van elke bron die tot de totale emissies van de installatie bijdraagt.
9. Aan de hand van deze analyse identificeert de verificateur uitdrukkelijk de bronnen met een groot foutenpotentieel en andere aspecten van de bewakings- en rapportageprocedure die waarschijnlijk zullen bijdragen tot fouten bij de bepaling van de totale emissies. Het betreft hier met name de keuze van de emissiefactoren en de berekeningen die nodig zijn om de emissies van afzonderlijke emissiebronnen vast te stellen. Bijzondere aandacht wordt besteed aan bronnen met een groot foutenpotentieel en aan de desbetreffende aspecten van de bewakingsprocedure.
10. De verificateur houdt rekening met alle risicobeheersingsmethoden die de exploitant toepast om de mate van onzekerheid zo klein mogelijk te houden.
Verslag
11. De verificateur stelt een verslag op over het valideringsproces, waarin wordt vermeld of het verslag bedoeld in artikel 14, lid 3, bevredigend is. In dit verslag komen alle onderwerpen aan de orde die voor het verrichte werk van belang zijn. Er kan worden verklaard dat het verslag bedoeld in artikel 14, lid 3, bevredigend is, als, naar de mening van de verificateur, de totale emissies niet wezenlijk verkeerd zijn weergegeven.
Aan de bevoegdheid van de verificateur te stellen minimumeisen
12. De verificateur is onafhankelijk van de exploitant, voert zijn werk serieus uit op een objectieve, professionele wijze en is vertrouwd met:
a)
de bepalingen van deze richtlijn, alsmede de door de Commissie conform artikel 14, lid 1, goedgekeurde normen en richtsnoeren;
b)
de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die van toepassing zijn op te verifiëren activiteiten, en
c)
de totstandkoming van alle informatie over elke emissiebron in de installatie, met name wat de verzameling, meting, berekening en rapportage van gegevens betreft.
▼M2
DEEL B — Verificatie van emissies door luchtvaartactiviteiten
13. De algemene beginselen en de methode die in deze bijlage worden beschreven, zijn van toepassing op de verificatie van emissieverslagen over vluchten die vallen onder een in bijlage I genoemde luchtvaartactiviteit.
Te dien einde:
a)
dient in punt 3, de verwijzing naar „exploitant” te worden gelezen alsof het een verwijzing betrof naar een vliegtuigexploitant en dient in punt c) daarvan, de verwijzing naar „installatie” te worden gelezen alsof het een verwijzing betrof naar het voor de uitoefening van de luchtvaartactiviteiten waarop het verslag betrekking heeft, gebruikte luchtvaartuig;
b)
dient in punt 5 de verwijzing naar „installatie” te worden gelezen alsof het een verwijzing betrof naar de vliegtuigexploitant;
c)
dient in punt 6 de verwijzing naar „in de installatie verrichte activiteiten” te worden gelezen alsof het een verwijzing betrof naar door de vliegtuigexploitant verrichte luchtvaartactiviteiten waarop het verslag betrekking heeft;
d)
dient in punt 7 de verwijzing naar „het terrein van de installatie” te worden gelezen alsof het een verwijzing betrof naar de locaties die de vliegtuigexploitant heeft gebruikt voor de uitoefening van de luchtvaartactiviteiten waarop het verslag betrekking heeft;
e)
dient in de punten 8 en 9 de verwijzing naar „bronnen van emissies in de installatie” te worden gelezen alsof het een verwijzing betrof naar het luchtvaartuig waarvoor de vliegtuigexploitant verantwoordelijk is, en
f)
dient in de punten 10 en 12 de verwijzing naar „exploitant” te worden gelezen alsof het een verwijzing betrof naar een vliegtuigexploitant.
Aanvullende bepalingen voor de verificatie van luchtvaartemissieverslagen
14. De verificateur moet zich er in het bijzonder van vergewissen dat:
a)
alle onder de in bijlage I genoemde luchtvaartactiviteiten vallende vluchten in aanmerking zijn genomen. De verificateur zal in deze taak worden ondersteund door middel van gegevens over dienstregelingen en andere gegevens over het verkeer van de vliegtuigexploitant, waaronder door hem opgevraagde gegevens van Eurocontrol;
b)
de cumulatieve gegevens over het brandstofverbruik en de gegevens over de voor het luchtvaartuig dat de luchtvaartactiviteit verricht, aangekochte of anderszins verschafte brandstof, consistent zijn.
Aanvullende bepalingen voor de verificatie van voor de toepassing van artikel 3 sexies en artikel 3 septies overgelegde tonkilometergegevens
15. De in deze bijlage beschreven algemene beginselen en methode voor de verificatie van verslagen uit hoofde van artikel 14, lid 3, vinden, indien van toepassing, overeenkomstige toepassing voor de verificatie van luchtvaart-tonkilometergegevens.
16. De verificateur dient zich er in het bijzonder van te vergewissen dat alleen daadwerkelijk uitgevoerde en onder een in bijlage I genoemde luchtvaartactiviteit vallende vluchten waarvoor de vliegtuigexploitant verantwoordelijk is, in aanmerking zijn genomen in de aanvraag van die exploitant uit hoofde van artikel 3 sexies, lid 1, en artikel 3 septies, lid 2. De verificateur zal in deze taak worden ondersteund door middel van gegevens over het verkeer van de exploitant, waaronder door de exploitant opgevraagde gegevens van Eurocontrol. Bovendien dient de verificateur na te gaan of de door de vliegtuigexploitant gerapporteerde vracht overeenkomt met de door hem voor veiligheidsdoeleinden bijgehouden documenten over de vracht.
▼M15
Deel C
Verificatie van de emissies die overeenstemmen met de in bijlage III bedoelde activiteit
Algemene beginselen
1. Emissies die overeenkomen met de in bijlage III bedoelde activiteit worden aan verificatie onderworpen.
2. Bij het verificatieproces moeten het verslag uit hoofde van artikel 14, lid 3, en de bewaking tijdens het voorafgaande jaar worden bezien. Hierbij wordt gekeken naar de betrouwbaarheid, de geloofwaardigheid en de nauwkeurigheid van de bewakingssystemen en de gerapporteerde gegevens, en naar informatie inzake de emissies, en in het bijzonder:
a)
de gerapporteerde tot verbruik uitgeslagen brandstoffen en de daarmee samenhangende berekeningen;
b)
de keuze en het gebruik van emissiefactoren;
c)
de berekeningen die leiden tot de bepaling van de totale emissies.
3. De emissies waarover verslag is uitgebracht kunnen alleen worden gevalideerd als betrouwbare, geloofwaardige gegevens en informatie het mogelijk maken de emissies met een hoge mate van zekerheid te bepalen. Voor een hoge mate van zekerheid moet de gereglementeerde entiteit aantonen dat:
a)
de gerapporteerde gegevens vrij zijn van inconsistenties;
b)
de gegevens zijn verzameld overeenkomstig de toepasselijke wetenschappelijke normen; en
c)
de desbetreffende documenten van de gereglementeerde entiteit volledig en consistent zijn.
4. De verificateur krijgt toegang tot alle bedrijfsterreinen en tot alle informatie in verband met het onderwerp van de verificatie.
5. De verificateur houdt rekening met de vraag of de gereglementeerde entiteit geregistreerd is in het kader van het milieubeheer- en milieuauditsysteem van de Unie (EMAS).
Methodologie
Strategische analyse
6. De verificatie is gebaseerd op een strategische analyse van alle hoeveelheden brandstoffen die door de gereguleerde entiteit tot verbruik zijn uitgeslagen. Dit vereist dat de verificateur een overzicht heeft van alle activiteiten waarmee de gereglementeerde entiteit de brandstoffen uitslaat tot verbruik en van het belang van deze brandstoffen voor emissies.
Procesanalyse
7. De verificatie van de gegevens en overgelegde informatie vindt zo nodig bij de gereglementeerde entiteit plaats. De verificateur neemt steekproeven om de betrouwbaarheid van de gerapporteerde gegevens en informatie vast te stellen.
Risicoanalyse
8. De verificateur moet alle middelen waarmee de brandstoffen door de gereglementeerde entiteit tot verbruik worden uitgeslagen, evalueren met het oog op de betrouwbaarheid van de gegevens over de totale emissies van de gereglementeerde entiteit.
9. Aan de hand van deze analyse identificeert de verificateur uitdrukkelijk alle elementen met een groot foutenpotentieel en andere aspecten van de bewakings- en rapportageprocedure die waarschijnlijk zullen bijdragen tot fouten bij de bepaling van de totale emissies. Het betreft hier met name de berekeningen die nodig zijn om de emissies van afzonderlijke emissiebronnen vast te stellen. Bijzondere aandacht wordt besteed aan elementen met een groot foutenpotentieel en aan de desbetreffende aspecten van de bewakingsprocedure.
10. De verificateur houdt rekening met alle risicobeheersingsmethoden die de gereglementeerde entiteit toepast om de mate van onzekerheid zo klein mogelijk te houden.
Verslag
11. De verificateur stelt een verslag op over het valideringsproces, waarin wordt vermeld of het verslag op grond van artikel 14, lid 3, bevredigend is. In dit verslag komen alle onderwerpen aan de orde die voor het verrichte werk van belang zijn. Er kan worden verklaard dat het verslag op grond van artikel 14, lid 3, bevredigend is, als, naar de mening van de verificateur, de totale emissies niet wezenlijk verkeerd zijn weergegeven.
Aan de bevoegdheid van de verificateur te stellen minimumeisen
12. De verificateur is onafhankelijk van de gereglementeerde entiteit, voert zijn of haar werk serieus uit op een objectieve, professionele wijze en is vertrouwd met:
a)
de bepalingen van deze richtlijn, alsmede de door de Commissie op grond van artikel 14, lid 1, goedgekeurde normen en richtsnoeren;
b)
de wet- en regelgevende en administratieve vereisten die van toepassing zijn op de geverifieerde activiteiten; en
c)
de totstandkoming van alle informatie over alle middelen waarmee de brandstoffen door de gereglementeerde entiteit tot verbruik worden uitgeslagen, met name wat betreft de verzameling, meting, berekening en rapportage van gegevens.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|