+►C1 VERORDENING (EG) Nr. 166/2006 ◄ VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 18 januari 2006 betreffende de instelling van een Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen en tot wijziging van de Richtlijnen 91/689/EEG en 96/61/EG van de Raad (Voor de EER relevante tekst)
---+Artikel 1 Onderwerp
---+Artikel 2 Definities
---+Artikel 3 Inhoud van het Europees PRTR
---+Artikel 4 Opzet en structuur
------+Article 4 1.
------+Article 4 2.
------+Article 4 3.
---+Artikel 5 Rapportage door de exploitanten
------+Article 5 1.
------+Article 5 2.
------+Article 5 3.
------+Article 5 4.
------+Article 5 5.
---+Artikel 6 Uitstoot in de bodem
---+Artikel 7 Rapportage door de lidstaten
------+Article 7 1.
------+Article 7 2.
------+Article 7 3.
---+Artikel 8 Uitstoot vanuit diffuse bronnen
------+Article 8 1.
------+Article 8 2.
------+Article 8 3.
---+Artikel 9 Kwaliteitsborging en -beoordeling
------+Article 9 1.
------+Article 9 2.
------+Article 9 3.
------+Article 9 4.
---+Artikel 10 Toegang tot informatie
------+Article 10 1.
------+Article 10 2.
---+Artikel 11 Vertrouwelijkheid
---+Artikel 12 Inspraak van het publiek
------+Article 12 1.
------+Article 12 2.
------+Article 12 3.
---+Artikel 13 Toegang tot de rechter
---+Artikel 14 Document met richtsnoeren
------+Article 14 1.
------+Article 14 2.
---+Artikel 15 Bewustmaking
---+Artikel 18 Wijzigingen in de bijlagen
---+Article 18a Exercise of the delegation
------+Article 18a 1.
------+Article 18a 2.
------+Article 18a 3.
------+Article 18a 4.
------+Article 18a 5.
------+Article 18a 6.
---+Artikel 19 Comitéprocedure
------+Article 19 1.
------+Article 19 2.
---+Artikel 20 Sancties
------+Article 20 1.
------+Article 20 2.
---+Artikel 21 Wijziging van Richtlijn 91/689/EEG en Richtlijn 96/61/EG
------+Article 21 1.
------+Article 21 2.
---+Artikel 22 Inwerkingtreding
---+ANNEX I Activities
---+ANNEX II Pollutants (*1)
|
English -
European Union -
Environment -
►C1 VERORDENING (EG) Nr. 166/2006 ◄ VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 18 januari 2006 betreffende de instelling van een Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen en tot wijziging van de Richtlijnen 91/689/EEG en 96/61/EG van de Raad (Voor de EER relevante tekst)
►C1
VERORDENING (EG) Nr. 166/2006 ◄ VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 18 januari 2006 betreffende de instelling van een Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen en tot wijziging van de Richtlijnen 91/689/EEG en 96/61/EG van de Raad (Voor de EER relevante tekst)
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 1 Onderwerp
|
Artikel 1 Onderwerp Deze verordening voorziet in de instelling van een geïntegreerd register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen op Gemeenschapsniveau (hierna „het Europees PRTR” genoemd) in de vorm van een publiek toegankelijke elektronische databank, en stelt de regels vast voor het functioneren daarvan, teneinde uitvoering te geven aan het VN-ECE-Protocol betreffende registers inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen (hierna „het protocol” genoemd) en inspraak van het publiek bij de besluitvorming op milieugebied te vergemakkelijken, alsmede bij te dragen aan de preventie en vermindering van milieuverontreiniging.
|
|
Artikel 2 Definities
|
Artikel 2 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
1. „het publiek”: een of meer natuurlijke personen of rechtspersonen en, overeenkomstig de nationale wetgeving of gebruiken, hun verenigingen, organisaties of groeperingen;
2. „bevoegde instantie”: de nationale autoriteit of autoriteiten, of enigerlei andere bevoegde instantie of instanties, die door een lidstaat is (zijn) aangewezen;
3. „installatie”: een vaste technische eenheid waarin een of meer in bijlage I vermelde activiteiten alsmede andere daarmee rechtstreeks samenhangende activiteiten plaatsvinden die technisch in verband staan met de op het terrein in kwestie ten uitvoer gebrachte activiteiten en die gevolgen kunnen hebben voor de emissies en de verontreiniging;
4. „inrichting”: een of meer installaties op hetzelfde terrein die door een en dezelfde natuurlijke persoon of rechtspersoon worden geëxploiteerd;
5. „terrein”: de geografische vestigingsplaats van de inrichting;
6. „exploitant”: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de inrichting exploiteert of beheert of, indien de nationale wetgeving daarin voorziet, aan wie de economische zeggenschap over het technisch functioneren van de installatie overgedragen is;
7. „verslagjaar”: het kalenderjaar waarvoor gegevens over de uitstoot van verontreinigende stoffen en overbrengingen van terreinen naar elders moeten worden verzameld;
8. „stof”: een chemisch element en de verbindingen daarvan, met uitzondering van radioactieve stoffen;
9. „verontreinigende stof”: een stof of groep van stoffen die, vanwege zijn eigenschappen en de introductie ervan in het milieu, schadelijk kan zijn voor het milieu of de menselijke gezondheid;
10. „uitstoot”: iedere handeling waarbij verontreinigende stoffen in het milieu worden gebracht als gevolg van enigerlei menselijke activiteit, ongeacht de vraag of dit opzettelijk of accidenteel, routinematig of anderszins gebeurt, met inbegrip van morsen, emitteren, lozen, injecteren, verwijderen of storten, dan wel via rioleringen zonder voorziening voor de eindbehandeling van afvalwater;
11. „overbrenging van het terrein naar elders”: de overbrenging, naar een plaats buiten de grenzen van de inrichting, hetzij van afval bestemd voor nuttige toepassing of verwijdering, hetzij van verontreinigende stoffen in voor zuivering bestemd afvalwater;
12. „diffuse bronnen”: de talrijke kleinere of verspreide bronnen van waaruit verontreinigende stoffen in de bodem, in de lucht of in het water terecht kunnen komen, wier gecombineerd effect op die milieucompartimenten significant kan zijn en waarvoor het ondoenlijk zou zijn van alle individuele bronnen verslagen te verzamelen;
13. „afval”: elke stof of elk voorwerp als omschreven in artikel 1, onder a), van Richtlijn 75/442/EEG van de Raad van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen (
1
);
14. „gevaarlijk afval”: elke stof of elk voorwerp als omschreven in artikel 1, lid 4, van Richtlijn 91/689/EEG;
15. „afvalwater”: stedelijk, huishoudelijk en industrieel afvalwater als omschreven in artikel 2, leden 1, 2 en 3, van Richtlijn 91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater (
2
), alsook elk ander gebruikt water dat, vanwege de stoffen of voorwerpen die het bevat, onder regelingen van het Gemeenschapsrecht valt;
16. „verwijdering”: elk van de in bijlage II. A van Richtlijn 75/442/EEG bedoelde handelingen;
17. „nuttige toepassing”: de in bijlage II. B van Richtlijn 75/442/EEG bedoelde handelingen.
|
|
Artikel 3 Inhoud van het Europees PRTR
|
Artikel 3 Inhoud van het Europees PRTR Het Europees PRTR bevat informatie over:
a) de in artikel 5, lid 1, onder a), bedoelde uitstoot van verontreinigende stoffen waarover moet worden gerapporteerd door de exploitanten van de inrichtingen waar de in bijlage I genoemde activiteiten plaatsvinden;
b) de overbrengingen van het terrein naar elders van afval als bedoeld in artikel 5, lid 1, onder b), en van verontreinigende stoffen in afvalwater als bedoeld in artikel 5, lid 1, onder c), waarover moet worden gerapporteerd door de exploitanten van de inrichtingen waar de in bijlage I genoemde activiteiten plaatsvinden;
c) de uitstoot van verontreinigende stoffen door diffuse bronnen als bedoeld in artikel 8, lid 1, voorzover deze informatie beschikbaar is.
|
|
Artikel 4 Opzet en structuur
|
Artikel 4 Opzet en structuur 1. De Commissie publiceert het Europees PRTR en presenteert daarbij de gegevens zowel in geaggregeerde als in niet-geaggregeerde vorm, zodat uitstoot en overbrengingen kunnen worden opgezocht en geïdentificeerd volgens:
a) de inrichtingen, waaronder, indien van toepassing, het moederbedrijf daarvan, en hun geografische vestigingsplaats, waaronder het stroomgebied;
b) de activiteiten in kwestie;
c) het voorkomen op lidstaat- of Gemeenschapsniveau;
d) de verontreinigende stof of het afval, naar gelang van het geval;
e) elk van de milieucompartimenten (lucht, water, bodem) waarin een verontreinigende stof wordt uitgestoten;
f) de overbrengingen van afval van terreinen naar elders en, in voorkomend geval, de bestemming ervan;
g) de overbrengingen van verontreinigende stoffen in afvalwater van terreinen naar elders;
i) eigenaar of exploitant van de inrichting.
2. Het Europees PRTR wordt op zodanige wijze opgezet dat de toegankelijkheid ervan voor het publiek zoveel mogelijk wordt vergemakkelijkt, zodat de informatie in normale bedrijfsomstandigheden continu en gemakkelijk toegankelijk is via het internet en andere elektronische media. Bij de opzet ervan wordt rekening gehouden met de mogelijkheid van een toekomstige uitbreiding, en worden daarin alle gerapporteerde gegevens over de voorbije verslagjaren, ten minste van de laatste tien voorbije verslagjaren, opgenomen. 3. Het Europees PRTR bevat koppelingen naar:
a) de nationale PRTR’s van de lidstaten, en
b) andere relevante bestaande, publiek toegankelijke databanken over met PRTR’s samenhangende onderwerpen, met inbegrip van de nationale PRTR’s van andere partijen bij het protocol en, voorzover mogelijk, de PRTR’s van andere landen;
c) de websites van de inrichtingen, voorzover die bestaan en koppelingen door de inrichtingen vrijwillig beschikbaar worden gemaakt.
|
|
Artikel 5 Rapportage door de exploitanten
|
Artikel 5 Rapportage door de exploitanten 1. De exploitant van elke inrichting waar één of meer van de in bijlage I genoemde activiteiten plaatsvinden in een mate die de daarin gespecificeerde toepasselijke capaciteitsdrempelwaarde overtreft, rapporteert jaarlijks aan de bevoegde instantie de hoeveelheden, vergezeld van de vermelding of het gaat om informatie gebaseerd op metingen, berekeningen of ramingen, voor de volgende grootheden:
a) de uitstoot in de lucht, in het water en in de bodem van alle in bijlage II genoemde verontreinigende stoffen waarvoor de in bijlage II gespecificeerde toepasselijke drempelwaarde is overschreden;
b) de overbrenging van terreinen naar elders van gevaarlijk afval ten belope van meer dan twee ton per jaar en van ongevaarlijk afval ten belope van meer dan 2 000 ton per jaar voor alle activiteiten met betrekking tot nuttige toepassing of verwijdering, met uitzondering van de verwijderingshandelingen „behandeling op of in de bodem” en „injectie in de diepe ondergrond”, als bedoeld in artikel 6, waarbij met „R” respectievelijk „D” wordt aangegeven of dit afval bestemd is voor nuttige toepassing of verwijdering, en waarbij, in het geval van grensoverschrijdende overbrengingen van gevaarlijk afval, de naam en het adres van degene die de nuttige toepassing of de verwijdering van het afval uitvoert en het feitelijke terrein van nuttige toepassing of verwijdering worden aangegeven;
c) de overbrenging van terreinen naar elders van alle in bijlage II gespecificeerde verontreinigende stoffen in afvalwater dat bestemd is voor afvalwaterzuivering en waarvoor de in bijlage II, kolom 1b, gespecificeerde drempelwaarde is overschreden.
▼M2
Exploitanten van inrichtingen waar één of meer van de in bijlage I genoemde activiteiten plaatsvinden in een mate die de daarin gespecificeerde toepasselijke capaciteitsdrempelwaarde overtreft, leveren de gegevens die voor de identificatie van de inrichtingen nodig zijn op elektronische wijze en in het in artikel 7, lid 2, bedoelde format bij de bevoegde instantie aan, tenzij de bevoegde instantie reeds over die gegevens beschikt.
▼B
In het geval van gegevens waarvan wordt vermeld dat zij op metingen of berekeningen zijn gebaseerd, wordt de analysemethode en/of de berekeningsmethode gerapporteerd. Rapportage ingevolge punt a) van uitstoot als bedoeld in bijlage II omvat alle uitstoot van alle bronnen op het terrein van de inrichting als bedoeld in bijlage I. 2. De in lid 1 bedoelde informatie omvat informatie over de totaliteit van de uitstoot en overbrengingen die het resultaat zijn van alle opzettelijke, accidentele, routinematige en niet-routinematige activiteiten. Bij het verstrekken van die informatie leveren de exploitanten voorzover beschikbaar gegevens over accidentele uitstoot. 3. De exploitant van elke inrichting vergaart met de gepaste frequentie de informatie die nodig is om te bepalen welke uitstoot van de inrichting en welke overbrengingen van het terrein naar elders onder de rapportagevoorschriften van lid 1 vallen. 4. Bij het opstellen van het verslag maakt de betrokken exploitant gebruik van de beste beschikbare informatie, in voorkomend geval met inbegrip van monitoringgegevens, emissiefactoren, massabalansvergelijkingen, indirecte monitoring of andere berekeningen, ramingen van technisch deskundigen en andere methoden die in overeenstemming zijn met artikel 9, lid 1, en met internationaal aanvaarde methodieken, voorzover die voorhanden zijn. 5. De exploitant van elke betrokken inrichting houdt gedurende een periode van vijf jaar, te rekenen vanaf het einde vanaf het betrokken verslagjaar, de documentatie van de gegevens waarop de gerapporteerde informatie is gebaseerd, ter beschikking van de bevoegde instanties van de lidstaat. Die documentatie bevat ook een beschrijving van de voor de gegevensinzameling gebruikte methodiek.
|
|
Artikel 6 Uitstoot in de bodem
|
Artikel 6 Uitstoot in de bodem Afval dat wordt onderworpen aan de verwijderingshandelingen „behandeling op of in de bodem” of „injectie in de diepe ondergrond”, als omschreven in bijlage II. A van Richtlijn 75/442/EEG, wordt slechts door de exploitant van de inrichting waarvan het afval afkomstig is, als een uitstoot in de bodem gerapporteerd.
|
|
Artikel 7 Rapportage door de lidstaten
|
Artikel 7 Rapportage door de lidstaten 1. De lidstaten stellen, rekening houdend met de eisen van de leden 2 en 3, de termijn vast waarbinnen de exploitanten alle in artikel 5, leden 1 en 2, bedoelde gegevens en de in artikel 5, leden 3, 4 en 5, bedoelde informatie bij de bevoegde instantie moeten indienen.
▼M2
2. De lidstaten verstrekken elk jaar alle in artikel 5, leden 1 en 2, bedoelde gegevens via elektronische gegevensoverdracht aan de Commissie, in het format en binnen een termijn die door de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen moeten worden vastgesteld. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 19, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. De gegevens worden uiterlijk elf maanden na het einde van het verslagjaar verstrekt. 3. De diensten van de Commissie, bijgestaan door het Europees Milieuagentschap, verwerken de door de lidstaten verstrekte informatie in het Europees PRTR binnen één maand na afronding van de verslaglegging door de lidstaten in overeenstemming met lid 2.
▼B
|
|
Artikel 8 Uitstoot vanuit diffuse bronnen
|
Artikel 8 Uitstoot vanuit diffuse bronnen 1. De Commissie neemt, bijgestaan door het Europees Milieuagentschap, informatie over de uitstoot vanuit diffuse bronnen in het Europees PRTR op, voorzover deze informatie bestaat en door de lidstaten reeds gerapporteerd is. 2. De in lid 1 bedoelde informatie wordt op zodanige wijze geordend dat de gebruikers in staat worden gesteld de uitstoot van verontreinigende stoffen vanuit diffuse bronnen op te zoeken en te identificeren volgens een passende ruimtelijke desaggregatieprocedure, en gaat vergezeld van informatie over het type methodiek dat is gebruikt om die informatie te verkrijgen.
▼M3
3. Indien zij vaststelt dat er geen gegevens over de uitstoot vanuit diffuse bronnen bestaan, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanvulling van deze verordening door het invoeren van rapportage inzake de uitstoot van relevante verontreinigende stoffen vanuit één of meer diffuse bronnen, in voorkomend geval met gebruikmaking van internationaal aanvaarde methoden.
▼B
|
|
Artikel 9 Kwaliteitsborging en -beoordeling
|
Artikel 9 Kwaliteitsborging en -beoordeling 1. De exploitant van elke inrichting waarop de rapportage-eisen van artikel 5 van toepassing zijn, garandeert de kwaliteit van de door hem verstrekte informatie. 2. De bevoegde instanties evalueren de kwaliteit van de gegevens die door de exploitanten van de in lid 1 bedoelde inrichtingen worden verstrekt, met name wat betreft hun volledigheid, consistentie en geloofwaardigheid. 3. De Commissie coördineert de werkzaamheden inzake kwaliteitsborging en kwaliteitsbeoordeling in overleg met het in artikel 19, lid 1, bedoelde comité. 4. De Commissie kan richtsnoeren voor de monitoring en de rapportage van emissies vaststellen overeenkomstig de in artikel 19, lid 2, bedoelde procedure. Deze richtsnoeren zijn, waar passend, in overeenstemming met internationaal aanvaarde methodologieën en zijn consistent met de overige communautaire wetgeving.
|
|
Artikel 10 Toegang tot informatie
|
Artikel 10 Toegang tot informatie 1. De Commissie, bijgestaan door het Europees Milieuagentschap, maakt het Europees PRTR toegankelijk voor het publiek door kosteloze verspreiding via het internet in overeenstemming met de termijnen van artikel 7, lid 3. 2. Waar de in het Europees PRTR opgenomen informatie niet gemakkelijk toegankelijk is voor het publiek via directe elektronische weg, vergemakkelijken de betrokken lidstaat en de Commissie de elektronische toegang tot het Europees PRTR op publiek toegankelijke plaatsen.
▼M2
|
|
Artikel 11 Vertrouwelijkheid
|
Artikel 11 Vertrouwelijkheid Telkens wanneer informatie door een lidstaat als vertrouwelijk wordt beschouwd overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad (
3
), wordt in het in artikel 7, lid 2, van deze verordening bedoeld verslag voor het betrokken verslagjaar en voor elke inrichting afzonderlijk vermeld welke informatie niet openbaar mag worden gemaakt en de redenen daarvoor.
▼B
|
|
Artikel 12 Inspraak van het publiek
|
Artikel 12 Inspraak van het publiek 1. De Commissie biedt het publiek in een vroeg stadium effectieve mogelijkheden tot inspraak in de verdere ontwikkeling van het Europees PRTR, met inbegrip van de capaciteitsopbouw en de voorbereiding van wijzigingen van deze verordening. 2. Het publiek dient de mogelijkheid te hebben om binnen een redelijke termijn relevante opmerkingen, informatie, analysen of adviezen in te dienen. 3. De Commissie houdt naar behoren rekening met deze bijdragen en stelt het publiek in kennis van het resultaat van de inspraak.
|
|
Artikel 13 Toegang tot de rechter
|
Artikel 13 Toegang tot de rechter Toegang tot de rechter in samenhang met de toegang van het publiek tot milieu-informatie wordt verleend overeenkomstig artikel 6 van Richtlijn 2003/4/EG en, wat de instellingen van de Gemeenschap betreft, overeenkomstig de artikelen 6, 7 en 8 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (
4
).
|
|
Artikel 14 Document met richtsnoeren
|
Artikel 14 Document met richtsnoeren 1. De Commissie stelt zo spoedig mogelijk doch niet later dan vier maanden voor het begin van het eerste verslagjaar en in overleg met het in artikel 19, lid 1, bedoelde comité een document met richtsnoeren op ter ondersteuning van de totstandbrenging van het Europees PRTR. 2. Het document met richtsnoeren voor de totstandbrenging van het Europees PRTR bevat met name nadere bijzonderheden betreffende:
b) de te rapporteren gegevens;
c) kwaliteitsborging en -beoordeling;
d) in het geval van vertrouwelijke gegevens, een aanduiding van het type gegevens dat wordt geheimgehouden en de redenen waarom zij worden geheimgehouden;
e) een verwijzing naar internationaal erkende methoden voor de bepaling en analyse van uitstoot en bemonsteringsmethodieken;
f) de aanduiding van moederbedrijven;
g) de codes voor activiteiten overeenkomstig bijlage I bij deze verordening en bij Richtlijn 96/61/EG.
|
|
Artikel 15 Bewustmaking
|
Artikel 15 Bewustmaking De Commissie en de lidstaten bevorderen de bewustwording van het publiek ten aanzien van het Europees PRTR en zorgen ervoor dat assistentie wordt verleend bij de toegang tot het Europees PRTR en het verwerven van inzicht in en het gebruik van de daarin aanwezige informatie.
▼M2 —————
▼M3
|
|
Artikel 18 Wijzigingen in de bijlagen
|
Artikel 18 Wijzigingen in de bijlagen De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 18 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen II en III met het oog op:
a) het aanpassen van deze bijlagen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang;
b) het aanpassen van deze bijlagen als gevolg van wijzigingen van de bijlagen bij het protocol zoals besloten op de bijeenkomst van de partijen bij het protocol.
▼M3
Artikel 18 bis Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie 1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden. 2. De in artikel 8, lid 3, en artikel 18 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van 26 juli 2019. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet. 3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 8, lid 3, en artikel 18 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. 4. Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (
5
). 5. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad. 6. Een overeenkomstig artikel 8, lid 3, en artikel 18 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.
▼B
|
|
Article 18a Exercise of the delegation
|
|
|
Artikel 19 Comitéprocedure
|
Artikel 19 Comitéprocedure 1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité. 2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van de bepalingen van artikel 8 van dat besluit. De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt op drie maanden vastgesteld.
▼M3 —————
▼B
|
|
Artikel 20 Sancties
|
Artikel 20 Sancties 1. De lidstaten stellen de regels vast betreffende de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op deze verordening en zij treffen alle nodige maatregelen om de daadwerkelijke toepassing van die sancties te garanderen. De sancties waarin wordt voorzien, moeten doeltreffend, evenredig en afschrikwekkend zijn. 2. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk één jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening in kennis van die bepalingen en delen haar onverwijld alle latere wijzigingen van die bepalingen mee.
|
|
Artikel 21 Wijziging van Richtlijn 91/689/EEG en Richtlijn 96/61/EG
|
Artikel 21 Wijziging van Richtlijn 91/689/EEG en Richtlijn 96/61/EG 1. Artikel 8, lid 3, van Richtlijn 91/689/EEG wordt geschrapt. 2. Artikel 15, lid 3, van Richtlijn 96/61/EG wordt geschrapt.
|
|
Artikel 22 Inwerkingtreding
|
Artikel 22 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
|
|
ANNEX I Activities
|
ANNEX I
Activities
|
No
|
Activity
|
Capacity threshold
|
|
1.
|
Energy sector
|
|
|
(a)
|
Mineral oil and gas refineries
|
* (1)
|
|
(b)
|
Installations for gasification and liquefaction
|
*
|
|
(c)
|
Thermal power stations and other combustion installations
|
With a heat input of 50 megawatts (MW)
|
|
(d)
|
Coke ovens
|
*
|
|
(e)
|
Coal rolling mills
|
With a capacity of 1 tonne per hour
|
|
(f)
|
Installations for the manufacture of coal products and solid smokeless fuel
|
*
|
|
2.
|
Production and processing of metals
|
|
|
(a)
|
Metal ore (including sulphide ore) roasting or sintering installations
|
*
|
|
(b)
|
Installations for the production of pig iron or steel (primary or secondary melting) including continuous casting
|
With a capacity of 2,5 tonnes per hour
|
|
(c)
|
Installations for the processing of ferrous metals:
|
|
|
(i) Hot-rolling mills
|
With a capacity of 20 tonnes of crude steel per hour
|
|
(ii) Smitheries with hammers
|
With an energy of 50 kilojoules per hammer, where the calorific power used exceeds 20 MW
|
|
(iii) Application of protective fused metal coats
|
With an input of 2 tonnes of crude steel per hour
|
|
(d)
|
Ferrous metal foundries
|
With a production capacity of 20 tonnes per day
|
|
(e)
|
Installations:
|
|
|
(i) For the production of non-ferrous crude metals from ore, concentrates or secondary raw materials by metallurgical, chemical or electrolytic processes
|
*
|
|
(ii) For the smelting, including the alloying, of non-ferrous metals, including recovered products (refining, foundry casting, etc.)
|
With a melting capacity of 4 tonnes per day for lead and cadmium or 20 tonnes per day for all other metals
|
|
(f)
|
Installations for surface treatment of metals and plastic materials using an electrolytic or chemical process
|
Where the volume of the treatment vats equals 30 m3
|
|
3.
|
Mineral industry
|
|
|
(a)
|
Underground mining and related operations
|
*
|
|
(b)
|
Opencast mining and quarrying
|
Where the surface of the area effectively under extractive operation equals 25 hectares
|
|
(c)
|
Installations for the production of:
|
|
|
(i) Cement clinker in rotary kilns
|
With a production capacity of 500 tonnes per day
|
|
(ii) Lime in rotary kilns
|
With a production capacity of 50 tonnes per day
|
|
(iii) Cement clinker or lime in other furnaces
|
With a production capacity of 50 tonnes per day
|
|
(d)
|
Installations for the production of asbestos and the manufacture of asbestos-based products
|
*
|
|
(e)
|
Installations for the manufacture of glass, including glass fibre
|
With a melting capacity of 20 tonnes per day
|
|
(f)
|
Installations for melting mineral substances, including the production of mineral fibres
|
With a melting capacity of 20 tonnes per day
|
|
(g)
|
Installations for the manufacture of ceramic products by firing, in particular roofing tiles, bricks, refractory bricks, tiles, stoneware or porcelain
|
With a production capacity of 75 tonnes per day, or with a kiln capacity of 4 m3 and with a setting density per kiln of 300 kg/m3
|
|
4.
|
Chemical industry
|
|
|
(a)
|
Chemical installations for the production on an industrial scale of basic organic chemicals, such as:
(i) Simple hydrocarbons (linear or cyclic, saturated or unsaturated, aliphatic or aromatic)
(ii) Oxygen-containing hydrocarbons such as alcohols, aldehydes, ketones, carboxylic acids, esters, acetates, ethers, peroxides, epoxy resins
(iii) Sulphurous hydrocarbons
(iv) Nitrogenous hydrocarbons such as amines, amides, nitrous compounds, nitro compounds or nitrate compounds, nitriles, cyanates, isocyanates
(v) Phosphorus-containing hydrocarbons
(vi) Halogenic hydrocarbons
(vii) Organometallic compounds
(viii) Basic plastic materials (polymers, synthetic fibres and cellulose-based fibres)
(ix) Synthetic rubbers
(x) Dyes and pigments
(xi) Surface-active agents and surfactants
|
*
|
|
(b)
|
Chemical installations for the production on an industrial scale of basic inorganic chemicals, such as:
(i) Gases, such as ammonia, chlorine or hydrogen chloride, fluorine or hydrogen fluoride, carbon oxides, sulphur compounds, nitrogen oxides, hydrogen, sulphur dioxide, carbonyl chloride
(ii) Acids, such as chromic acid, hydrofluoric acid, phosphoric acid, nitric acid, hydrochloric acid, sulphuric acid, oleum, sulphurous acids
(iii) Bases, such as ammonium hydroxide, potassium hydroxide, sodium hydroxide
(iv) Salts, such as ammonium chloride, potassium chlorate, potassium carbonate, sodium carbonate, perborate, silver nitrate
(v) Non-metals, metal oxides or other inorganic compounds such as calcium carbide, silicon, silicon carbide
|
*
|
|
(c)
|
Chemical installations for the production on an industrial scale of phosphorous-, nitrogen- or potassium-based fertilisers (simple or compound fertilisers)
|
*
|
|
(d)
|
Chemical installations for the production on an industrial scale of basic plant health products and of biocides
|
*
|
|
(e)
|
Installations using a chemical or biological process for the production on an industrial scale of basic pharmaceutical products
|
*
|
|
(f)
|
Installations for the production on an industrial scale of explosives and pyrotechnic products
|
*
|
|
5.
|
Waste and wastewater management
|
|
|
(a)
|
Installations for the recovery or disposal of hazardous waste
|
Receiving 10 tonnes per day
|
|
(b)
|
Installations for the incineration of non-hazardous waste in the scope of Directive 2000/76/EC of the European Parliament and of the Council of 4 December 2000 on the incineration of waste (2)
|
With a capacity of 3 tonnes per hour
|
|
(c)
|
Installations for the disposal of non-hazardous waste
|
With a capacity of 50 tonnes per day
|
|
(d)
|
Landfills (excluding landfills of inert waste and landfills, which were definitely closed before 16.7.2001 or for which the after-care phase required by the competent authorities according to Article 13 of Council Directive 1999/31/EC of 26 April 1999 on the landfill of waste (3) has expired)
|
Receiving 10 tonnes per day or with a total capacity of 25 000 tonnes
|
|
(e)
|
Installations for the disposal or recycling of animal carcasses and animal waste
|
With a treatment capacity of 10 tonnes per day
|
|
(f)
|
Urban waste-water treatment plants
|
With a capacity of 100 000 population equivalents
|
|
(g)
|
Independently operated industrial waste-water treatment plants which serve one or more activities of this annex
|
With a capacity of 10 000 m3 per day (4)
|
|
6.
|
Paper and wood production and processing
|
|
|
(a)
|
Industrial plants for the production of pulp from timber or similar fibrous materials
|
*
|
|
(b)
|
Industrial plants for the production of paper and board and other primary wood products (such as chipboard, fibreboard and plywood)
|
With a production capacity of 20 tonnes per day
|
|
(c)
|
Industrial plants for the preservation of wood and wood products with chemicals
|
With a production capacity of 50 m3 per day
|
|
7.
|
Intensive livestock production and aquaculture
|
|
|
(a)
|
Installations for the intensive rearing of poultry or pigs
|
(i) With 40 000 places for poultry
(ii) With 2 000 places for production pigs (over 30 kg)
(iii) With 750 places for sows
|
|
(b)
|
Intensive aquaculture
|
With a production capacity of 1 000 tonnes of fish or shellfish per year
|
|
8.
|
Animal and vegetable products from the food and beverage sector
|
|
|
(a)
|
Slaughterhouses
|
With a carcass production capacity of 50 tonnes per day
|
|
(b)
|
Treatment and processing intended for the production of food and beverage products from:
|
|
|
(i) Animal raw materials (other than milk)
|
With a finished product production capacity of 75 tonnes per day
|
|
(ii) Vegetable raw materials
|
With a finished product production capacity of 300 tonnes per day (average value on a quarterly basis)
|
|
(c)
|
Treatment and processing of milk
|
With a capacity to receive 200 tonnes of milk per day (average value on an annual basis)
|
|
9.
|
Other activities
|
|
|
(a)
|
Plants for the pre-treatment (operations such as washing, bleaching, mercerisation) or dyeing of fibres or textiles
|
With a treatment capacity of 10 tonnes per day
|
|
(b)
|
Plants for the tanning of hides and skins
|
With a treatment capacity of 12 tonnes of finished product per day
|
|
(c)
|
Installations for the surface treatment of substances, objects or products using organic solvents, in particular for dressing, printing, coating, degreasing, waterproofing, sizing, painting, cleaning or impregnating
|
With a consumption capacity of 150 kg per hour or 200 tonnes per year
|
|
(d)
|
Installations for the production of carbon (hard-burnt coal) or electro-graphite by means of incineration or graphitisation
|
*
|
|
(e)
|
Installations for the building of, and painting or removal of paint from ships
|
With a capacity for ships 100 m long
|
(1)
An asterisk (*) indicates that no capacity threshold is applicable (all facilities are subject to reporting).
(2)
OJ L 332, 28.12.2000, p. 91.
(3)
OJ L 182, 16.7.1999, p. 1. Directive as amended by Regulation (EC) No 1882/2003.
(4)
The capacity threshold shall be reviewed by 2010 at the latest in the light of the results of the first reporting cycle.
|
|
|
ANNEX II Pollutants (*1)
|
ANNEX II
Pollutants (
*1
)
|
No
|
CAS number
|
Pollutant (1)
|
Threshold for releases
(column 1)
|
|
to air
(column 1a)
kg/year
|
to water
(column 1b)
kg/year
|
to land
(column 1c)
kg/year
|
|
1
|
74-82-8
|
Methane (CH4)
|
100 000
|
— (2)
|
—
|
|
2
|
630-08-0
|
Carbon monoxide (CO)
|
500 000
|
—
|
—
|
|
3
|
124-38-9
|
Carbon dioxide (CO2)
|
100 million
|
—
|
—
|
|
4
|
|
Hydro-fluorocarbons (HFCs) (3)
|
100
|
—
|
—
|
|
5
|
10024-97-2
|
Nitrous oxide (N2O)
|
10 000
|
—
|
—
|
|
6
|
7664-41-7
|
Ammonia (NH3)
|
10 000
|
—
|
—
|
|
7
|
|
Non-methane volatile organic compounds (NMVOC)
|
100 000
|
—
|
—
|
|
8
|
|
Nitrogen oxides (NOx/NO2)
|
100 000
|
—
|
—
|
|
9
|
|
Perfluorocarbons (PFCs) (4)
|
100
|
—
|
—
|
|
10
|
2551-62-4
|
Sulphur hexafluoride (SF6)
|
50
|
—
|
—
|
|
11
|
|
Sulphur oxides (SOx/SO2)
|
150 000
|
—
|
—
|
|
12
|
|
Total nitrogen
|
—
|
50 000
|
50 000
|
|
13
|
|
Total phosphorus
|
—
|
5 000
|
5 000
|
|
14
|
|
Hydrochlorofluorocarbons (HCFCs) (5)
|
1
|
—
|
—
|
|
15
|
|
Chlorofluorocarbons (CFCs) (6)
|
1
|
—
|
—
|
|
16
|
|
Halons (7)
|
1
|
—
|
—
|
|
17
|
|
Arsenic and compounds (as As) (8)
|
20
|
5
|
5
|
|
18
|
|
Cadmium and compounds (as Cd) (8)
|
10
|
5
|
5
|
|
19
|
|
Chromium and compounds (as Cr) (8)
|
100
|
50
|
50
|
|
20
|
|
Copper and compounds (as Cu) (8)
|
100
|
50
|
50
|
|
21
|
|
Mercury and compounds (as Hg) (8)
|
10
|
1
|
1
|
|
22
|
|
Nickel and compounds (as Ni) (8)
|
50
|
20
|
20
|
|
23
|
|
Lead and compounds (as Pb) (8)
|
200
|
20
|
20
|
|
24
|
|
Zinc and compounds (as Zn) (8)
|
200
|
100
|
100
|
|
25
|
15972-60-8
|
Alachlor
|
—
|
1
|
1
|
|
26
|
309-00-2
|
Aldrin
|
1
|
1
|
1
|
|
27
|
1912-24-9
|
Atrazine
|
—
|
1
|
1
|
|
28
|
57-74-9
|
Chlordane
|
1
|
1
|
1
|
|
29
|
143-50-0
|
Chlordecone
|
1
|
1
|
1
|
|
30
|
470-90-6
|
Chlorfenvinphos
|
—
|
1
|
1
|
|
31
|
85535-84-8
|
Chloro-alkanes, C10-C13
|
—
|
1
|
1
|
|
32
|
2921-88-2
|
Chlorpyrifos
|
—
|
1
|
1
|
|
33
|
50-29-3
|
DDT
|
1
|
1
|
1
|
|
34
|
107-06-2
|
1,2-dichloroethane (EDC)
|
1 000
|
10
|
10
|
|
35
|
75-09-2
|
Dichloromethane (DCM)
|
1 000
|
10
|
10
|
|
36
|
60-57-1
|
Dieldrin
|
1
|
1
|
1
|
|
37
|
330-54-1
|
Diuron
|
—
|
1
|
1
|
|
38
|
115-29-7
|
Endosulphan
|
—
|
1
|
1
|
|
39
|
72-20-8
|
Endrin
|
1
|
1
|
1
|
|
40
|
|
Halogenated organic compounds (as AOX) (9)
|
—
|
1 000
|
1 000
|
|
41
|
76-44-8
|
Heptachlor
|
1
|
1
|
1
|
|
42
|
118-74-1
|
Hexachlorobenzene (HCB)
|
10
|
1
|
1
|
|
43
|
87-68-3
|
Hexachlorobutadiene (HCBD)
|
—
|
1
|
1
|
|
44
|
608-73-1
|
1,2,3,4,5,6-hexachlorocyclohexane(HCH)
|
10
|
1
|
1
|
|
45
|
58-89-9
|
Lindane
|
1
|
1
|
1
|
|
46
|
2385-85-5
|
Mirex
|
1
|
1
|
1
|
|
47
|
|
PCDD + PCDF (dioxins + furans) (as Teq) (10)
|
0,0001
|
0,0001
|
0,0001
|
|
48
|
608-93-5
|
Pentachlorobenzene
|
1
|
1
|
1
|
|
49
|
87-86-5
|
Pentachlorophenol (PCP)
|
10
|
1
|
1
|
|
50
|
1336-36-3
|
Polychlorinated biphenyls (PCBs)
|
0,1
|
0,1
|
0,1
|
|
51
|
122-34-9
|
Simazine
|
—
|
1
|
1
|
|
52
|
127-18-4
|
Tetrachloroethylene (PER)
|
2 000
|
10
|
—
|
|
53
|
56-23-5
|
Tetrachloromethane (TCM)
|
100
|
1
|
—
|
|
54
|
12002-48-1
|
Trichlorobenzenes (TCBs) (all isomers)
|
10
|
1
|
—
|
|
55
|
71-55-6
|
1,1,1-trichloroethane
|
100
|
—
|
—
|
|
56
|
79-34-5
|
1,1,2,2-tetrachloroethane
|
50
|
—
|
—
|
|
57
|
79-01-6
|
Trichloroethylene
|
2 000
|
10
|
—
|
|
58
|
67-66-3
|
Trichloromethane
|
500
|
10
|
—
|
|
59
|
8001-35-2
|
Toxaphene
|
1
|
1
|
1
|
|
60
|
75-01-4
|
Vinyl chloride
|
1 000
|
10
|
10
|
|
61
|
120-12-7
|
Anthracene
|
50
|
1
|
1
|
|
62
|
71-43-2
|
Benzene
|
1 000
|
200
(as BTEX) (11)
|
200
(as BTEX) (11)
|
|
63
|
|
Brominated diphenylethers (PBDE) (12)
|
—
|
1
|
1
|
|
64
|
|
Nonylphenol and Nonylphenol ethoxylates (NP/NPEs)
|
—
|
1
|
1
|
|
65
|
100-41-4
|
Ethyl benzene
|
—
|
200
(as BTEX) (11)
|
200
(as BTEX) (11)
|
|
66
|
75-21-8
|
Ethylene oxide
|
1 000
|
10
|
10
|
|
67
|
34123-59-6
|
Isoproturon
|
—
|
1
|
1
|
|
68
|
91-20-3
|
Naphthalene
|
100
|
10
|
10
|
|
69
|
|
Organotin compounds(as total Sn)
|
—
|
50
|
50
|
|
70
|
117-81-7
|
Di-(2-ethyl hexyl) phthalate (DEHP)
|
10
|
1
|
1
|
|
71
|
108-95-2
|
Phenols (as total C) (13)
|
—
|
20
|
20
|
|
72
|
|
Polycyclic aromatic hydrocarbons (PAHs) (14)
|
50
|
5
|
5
|
|
73
|
108-88-3
|
Toluene
|
—
|
200
(as BTEX) (11)
|
200
(as BTEX) (11)
|
|
74
|
|
Tributyltin and compounds (15)
|
—
|
1
|
1
|
|
75
|
|
Triphenyltin and compounds (16)
|
—
|
1
|
1
|
|
76
|
|
Total organic carbon (TOC) (as total C or COD/3)
|
—
|
50 000
|
—
|
|
77
|
1582-09-8
|
Trifluralin
|
—
|
1
|
1
|
|
78
|
1330-20-7
|
Xylenes (17)
|
—
|
200
(as BTEX) (11)
|
200
(as BTEX) (11)
|
|
79
|
|
Chlorides (as total Cl)
|
—
|
2 million
|
2 million
|
|
80
|
|
Chlorine and inorganic compounds (as HCl)
|
10 000
|
—
|
—
|
|
81
|
1332-21-4
|
Asbestos
|
1
|
1
|
1
|
|
82
|
|
Cyanides (as total CN)
|
—
|
50
|
50
|
|
83
|
|
Fluorides (as total F)
|
—
|
2 000
|
2 000
|
|
84
|
|
Fluorine and inorganic compounds (as HF)
|
5 000
|
—
|
—
|
|
85
|
74-90-8
|
Hydrogen cyanide (HCN)
|
200
|
—
|
—
|
|
86
|
|
Particulate matter (PM10)
|
50 000
|
—
|
—
|
|
87
|
1806-26-4
|
Octylphenols and Octylphenol ethoxylates
|
—
|
1
|
—
|
|
88
|
206-44-0
|
Fluoranthene
|
—
|
1
|
—
|
|
89
|
465-73-6
|
Isodrin
|
—
|
1
|
—
|
|
90
|
36355-1-8
|
Hexabromobiphenyl
|
0,1
|
0,1
|
0,1
|
|
91
|
191-24-2
|
Benzo(g,h,i)perylene
|
|
1
|
|
(1)
Unless otherwise specified any pollutant specified in Annex II shall be reported as the total mass of that pollutant or, where the pollutant is a group of substances, as the total mass of the group.
(2)
A hyphen (—) indicates that the parameter and medium in question do not trigger a reporting requirement.
(3)
Total mass of hydrogen fluorocarbons: sum of HFC23, HFC32, HFC41, HFC4310mee, HFC125, HFC134, HFC134a, HFC152a, HFC143, HFC143a, HFC227ea, HFC236fa, HFC245ca, HFC365mfc.
(4)
Total mass of perfluorocarbons: sum of CF4, C2F6, C3F8, C4F10, c-C4F8, C5F12, C6F14.
(5)
Total mass of substances including their isomers listed in Group VIII of Annex I to Regulation (EC) No 2037/2000 of the European Parliament and of the Council of 29 June 2000 on substances that deplete the ozone layer (OJ L 244, 29.9.2000, p. 1). Regulation as amended by Regulation (EC) No 1804/2003 (OJ L 265, 16.10.2003, p. 1).
(6)
Total mass of substances including their isomers listed in Group I and II of Annex I to Regulation (EC) No 2037/2000.
(7)
Total mass of substances including their isomers listed in Group III and VI of Annex I to Regulation (EC) No 2037/2000.
(8)
All metals shall be reported as the total mass of the element in all chemical forms present in the release.
(9)
Halogenated organic compounds which can be adsorbed to activated carbon expressed as chloride.
(11)
Single pollutants are to be reported if the threshold for BTEX (the sum parameter of benzene, toluene, ethyl benzene, xylenes) is exceeded.
(12)
Total mass of the following brominated diphenylethers: penta-BDE, octa-BDE and deca-BDE.
(13)
Total mass of phenol and simple substituted phenols expressed as total carbon.
(14)
Polycyclic aromatic hydrocarbons (PAHs) are to be measured for reporting of releases to air as benzo(a)pyrene (50-32-8), benzo(b)fluoranthene (205-99-2), benzo(k)fluoranthene (207-08-9), indeno(1,2,3-cd)pyrene (193-39-5) (derived from Regulation (EC) No 850/2004 of the European Parliament and of the Council of 29 April 2004 on persistent organic pollutants (OJ L 229, 29.6.2004, p. 5)).
(15)
Total mass of tributyltin compounds, expressed as mass of tributyltin.
(16)
Total mass of triphenyltin compounds, expressed as mass of triphenyltin.
(17)
Total mass of xylene (ortho-xylene, meta-xylene, para-xylene).
|
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|