+VERORDENING (EG) Nr. 66/2010 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 25 november 2009 betreffende de EU-milieukeur (Voor de EER relevante tekst)
---+Artikel 1 Onderwerp
---+Artikel 2 Werkingssfeer
------+Article 2 1.
------+Article 2 2.
---+Artikel 3 Definities
---+Artikel 4 Bevoegde instanties
------+Article 4 1.
------+Article 4 2.
------+Article 4 3.
------+Article 4 4.
---+Artikel 5 Bureau voor de milieukeur van de Europese Unie
------+Article 5 1.
------+Article 5 2.
---+Artikel 6 Algemene criteria voor de toekenning van de EU-milieukeur
------+Article 6 1.
------+Article 6 2.
------+Article 6 3.
------+Article 6 4.
------+Article 6 5.
------+Article 6 6.
------+Article 6 7.
---+Artikel 7 Uitwerking en herziening van de EU-milieukeurcriteria
------+Article 7 1.
------+Article 7 2.
------+Article 7 3.
------+Article 7 4.
---+Artikel 8 Vaststelling van de EU-milieukeurcriteria
------+Article 8 1.
------+Article 8 2.
------+Article 8 3.
------+Article 8 4.
---+Artikel 9 Toekenning van de EU-milieukeur en voorwaarden voor het gebruik
------+Article 9 1.
------+Article 9 2.
------+Article 9 3.
------+Article 9 4.
------+Article 9 5.
------+Article 9 6.
------+Article 9 7.
------+Article 9 8.
------+Article 9 9.
------+Article 9 10.
------+Article 9 11.
------+Article 9 12.
------+Article 9 13.
---+Artikel 10 Marktbewaking en toezicht op het gebruik van de EU-milieukeur
------+Article 10 1.
------+Article 10 2.
------+Article 10 3.
------+Article 10 4.
------+Article 10 5.
------+Article 10 6.
---+Artikel 11 Milieukeursystemen in de lidstaten
------+Article 11 1.
------+Article 11 2.
---+Artikel 12 Bevordering van het gebruik van de EU-milieukeur
------+Article 12 1.
------+Article 12 2.
------+Article 12 3.
---+Artikel 13 Uitwisseling van gegevens en ervaringen
------+Article 13 1.
------+Article 13 2.
---+Artikel 14 Rapportering
---+Artikel 15 Wijziging van de bijlagen
---+Artikel 16 Comité
------+Article 16 1.
------+Article 16 2.
---+Artikel 17 Sancties
---+Artikel 18 Intrekking
---+Artikel 19 Overgangsbepalingen
---+Artikel 20 Inwerkingtreding
---+ANNEX I PROCEDURE FOR THE DEVELOPMENT AND REVISION OF EU ECOLABEL CRITERIA
---+BIJLAGE II
---+BIJLAGE III
---+ANNEX IV STANDARD CONTRACT COVERING THE TERMS OF USE OF THE EU ECOLABEL
---+ANNEX V REQUIREMENTS RELATING TO COMPETENT BODIES
English - European Union - Environment -

VERORDENING (EG) Nr. 66/2010 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 25 november 2009 betreffende de EU-milieukeur (Voor de EER relevante tekst)

VERORDENING (EG) Nr. 66/2010 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 25 november 2009

betreffende de EU-milieukeur

(Voor de EER relevante tekst)

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
Artikel 1 Onderwerp

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening worden de regels vastgesteld voor de invoering en toepassing van het vrijwillige systeem van EU-milieukeuren.

Artikel 2 Werkingssfeer

Artikel 2

Werkingssfeer

1.  Deze verordening is van toepassing op alle goederen en diensten die worden geleverd ten behoeve van distributie, consumptie of gebruik op de communautaire markt, tegen betaling dan wel kosteloos (hierna „producten”).

2.  Deze richtlijn is niet van toepassing op geneesmiddelen voor menselijk gebruik als omschreven in Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik ( 1 ), of voor diergeneeskundig gebruik als omschreven in Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik ( 2 ), noch op enig soort medische hulpmiddelen.

Artikel 3 Definities

Artikel 3

Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

1) „productgroep”: een reeks producten die soortgelijke doeleinden hebben en vergelijkbaar zijn in termen van gebruik, of functionele eigenschappen en die vergelijkbaar zijn in termen van perceptie van de consument;

2) „marktdeelnemer”: elke producent, fabrikant, importeur, dienstverlener, groothandelaar of detailhandelaar;

3) „milieueffect”: elke verandering in het milieu die geheel of gedeeltelijk het gevolg is van een product tijdens zijn levenscyclus;

4) „milieuprestaties”: de resultaten van het beheer door de fabrikant van die kenmerken van een product die een milieueffect hebben;

5) „verificatie”: procedure om te certificeren dat een product voldoet aan de vermelde EU-milieukeurcriteria.

Artikel 4 Bevoegde instanties

Artikel 4

Bevoegde instanties

1.  Elke lidstaat wijst de instantie(s) binnen of buiten ministeries aan die belast worden met de uitvoering van de uit deze verordening voortvloeiende taken („de bevoegde instantie” of „de bevoegde instanties”) en waakt erover dat zij operationeel zijn. Wanneer meer dan één bevoegde instantie wordt aangewezen, bakent de relevante lidstaat de respectieve bevoegdheden van deze instanties af en legt zij de nodige coördinatie-eisen vast.

2.  De lidstaten zien erop toe dat de samenstelling van de bevoegde instanties hun onafhankelijkheid en neutraliteit waarborgt en dat hun huishoudelijk reglement de transparantie bij de uitvoering van hun activiteiten en de betrokkenheid van alle belanghebbenden verzekert.

3.  De lidstaten verzekeren dat de bevoegde instanties voldoen aan de voorwaarden vastgelegd in bijlage V.

4.  De bevoegde instanties zorgen ervoor dat de verificatieprocedure op consistente, neutrale en betrouwbare wijze wordt uitgevoerd door een partij die onafhankelijk is van de marktdeelnemer die wordt geverifieerd, en op basis van internationale, Europese of nationale normen en procedures inzake instanties die productcertificatiesystemen uitvoeren.

Artikel 5 Bureau voor de milieukeur van de Europese Unie

Artikel 5

Bureau voor de milieukeur van de Europese Unie

1.  De Commissie richt een Bureau voor de milieukeur van de Europese Unie (BMEU) op dat bestaat uit de vertegenwoordigers van de in artikel 4 bedoelde bevoegde instanties van alle lidstaten en andere betrokken partijen. Het BMEU kiest zijn voorzitter overeenkomstig zijn reglement van orde. Het draagt bij tot de uitwerking en aanpassing van de EU-milieukeurcriteria en tot elke evaluatie van de tenuitvoerlegging van het systeem van EU-milieukeuren. Het dient de Commissie tevens van advies en levert bijstand op deze gebieden en doet met name aanbevelingen inzake minimummilieuprestatienormen.

2.  De Commissie waakt erover dat het BMEU bij de uitvoering van zijn activiteiten zorgt voor een evenwichtige deelname van alle relevante partijen die bij een productgroep betrokken zijn, zoals de bevoegde instanties, de producenten, fabrikanten, importeurs, dienstverleners, groothandelaars, detailhandelaars, met name MKB/KMO's, en milieubeschermingsgroepen en consumentenorganisaties.

Artikel 6 Algemene criteria voor de toekenning van de EU-milieukeur

Artikel 6

Algemene criteria voor de toekenning van de EU-milieukeur

1.  De EU-milieukeurcriteria worden gebaseerd op de milieuprestatie van producten, rekening houdend met de meest recente doelstellingen van de Gemeenschap op milieugebied.

2.  De EU-milieukeurcriteria behelzen de milieueisen waaraan een product moet voldoen om de EU-milieukeur te mogen dragen.

3.  De EU-milieukeurcriteria worden bepaald op een wetenschappelijk onderbouwde basis, waarbij rekening wordt gehouden met de hele levenscyclus van producten. Bij de bepaling van deze criteria wordt gekeken naar:

a) de belangrijkste milieueffecten, met name het effect op de klimaatverandering, de effecten op de natuur en de biodiversiteit, het verbruik van energie en hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, de emissie naar alle milieucompartimenten, de verontreiniging door fysische effecten en het gebruik en het vrijkomen van gevaarlijke stoffen;

b) de vervanging van gevaarlijke stoffen door veiliger substanties als zodanig of middels het gebruik van alternatieve materialen of ontwerpen, waar dit technisch mogelijk is;

c) het potentieel om milieueffecten te verminderen vanwege de duurzaamheid en de mogelijkheid tot hergebruik van de producten;

d) de netto milieubalans tussen milieubaten en milieuschade, inclusief gezondheids- en veiligheidsaspecten in de verschillende levensfasen van het product;

e) wanneer van toepassing, sociale en ethische aspecten, bijvoorbeeld door een verwijzing naar gerelateerde internationale verdragen en overeenkomsten zoals relevante IAO-normen en gedragscodes;

f) criteria voor andere milieukeuren, met name nationaal of regionaal officieel erkende, EN ISO 14024 type I-milieukeurregelingen wanneer die voor de desbetreffende productgroep bestaan, om synergieën te vergroten;

g) voor zover mogelijk de doelstelling dat dierproeven moeten worden teruggedrongen.

4.  Deze EU-milieukeurcriteria omvatten eisen die ervoor moeten zorgen dat producten waaraan een EU-milieukeur is toegekend, adequaat en overeenkomstig hun bedoeld gebruik functioneren.

5.  Alvorens over te gaan tot de ontwikkeling van EU-milieukeurcriteria voor voedings- en voederproducten, als omschreven in Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden ( 3 ), voert de Commissie uiterlijk vóór 31 december 2011 een onderzoek uit om na te gaan of het haalbaar is betrouwbare criteria vast te stellen voor de milieuprestatie gedurende de gehele levenscyclus van dit soort producten, met inbegrip van visserij- en aquacultuurproducten. In dit onderzoek wordt met name aandacht besteed aan de vraag welke impact EU-milieukeurcriteria kunnen hebben op voedings- en voederproducten, alsmede onverwerkte landbouwproducten die onder Verordening (EG) nr. 834/2007 vallen. Het onderzoek bestudeert de optie om alleen gecertificeerde biologisch producten in aanmerking te laten komen voor de EU-milieukeur, om verwarring voor de consument te vermijden.

De Commissie besluit, rekening houdend met de resultaten van het onderzoek en het advies van het BMEU, òf en voor welke groep voedings- en voederproducten, de ontwikkeling van EU-milieukeurcriteria uitvoerbaar is, in overeenstemming met de in artikel 16, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

6.  De EU-milieukeur wordt niet toegekend aan waren die stoffen, preparaten of mengsels bevatten die beantwoorden aan de criteria voor classificatie als giftig, gevaarlijk voor het milieu, kankerverwekkend, mutageen of giftig voor de voortplanting (CMR) volgens Richtlijn 1272/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels ( 4 ), noch aan stoffen waarnaar verwezen wordt in artikel 57 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap ( 5 ).

7.  Voor bepaalde productcategorieën die de in lid 6 bedoelde stoffen bevatten, en alleen wanneer het technisch niet mogelijk is deze als zodanig of via gebruik van alternatieve materialen of alternatieve ontwerpen te vervangen, of wanneer het producten betreft met een significant hogere algemene milieuprestatie in vergelijking tot andere producten van dezelfde categorie, kan de Commissie maatregelen nemen om uitzonderingen te verlenen op het bepaalde in lid 6. Er worden geen uitzonderingen gemaakt voor stoffen die beantwoorden aan de criteria van artikel 57 van Verordening (EG) nr. 1907/2006 en vastgesteld volgens de procedure van artikel 59, lid 1, van deze verordening, en die aanwezig zijn in mengsels, in een artikel of in een homogeen deel van een samengesteld artikel in een concentratie van meer dan 0,1 % (gewichtsprocent). Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn te wijzigen, moeten worden vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing waarnaar in artikel 16, lid 2, wordt verwezen.

Artikel 7 Uitwerking en herziening van de EU-milieukeurcriteria

Artikel 7

Uitwerking en herziening van de EU-milieukeurcriteria

1.  Na raadpleging van het BMEU kunnen de Commissie, de lidstaten, bevoegde instanties en andere belanghebbenden het proces van uitwerking of herziening van de EU-milieukeurcriteria opstarten en leiden. Wanneer andere belanghebbenden worden belast met het aansturen van de uitwerking van die criteria, moeten zij kunnen aantonen dat zij beschikken over deskundigheid in de productsector en het vermogen het proces neutraal en overeenkomstig de doelstellingen van de verordening aan te sturen. In dit verband wordt de voorkeur gegeven aan consortia die bestaan uit meer dan een belangengroep.

De partij die het proces van uitwerking of herziening van de EU-milieukeurcriteria opstart en leidt, legt, overeenkomstig de procedure van bijlage I, deel A, de volgende documenten voor:

a) een voorbereidend verslag;

b) een ontwerp-voorstel voor criteria;

c) een technisch verslag ter ondersteuning van het ontwerp-voorstel voor criteria;

d) een eindverslag;

e) een handleiding voor mogelijke gebruikers van de EU-milieukeur en de relevante bevoegde instanties;

f) een handleiding voor de autoriteiten die openbare aanbestedingen uitschrijven.

Deze documenten worden voorgelegd aan de Commissie en het BMEU.

2.  Wanneer voor een productgroep waarvoor nog geen EU-milieukeurcriteria zijn vastgesteld, reeds milieukeurcriteria zijn uitgewerkt in het kader van een andere milieukeurregeling die voldoet aan de vereisten van EN ISO 14024 type 1-milieukeurregelingen, kan elke lidstaat waarin die andere milieukeurregeling is erkend, na raadpleging van de Commissie en het BMEU, die criteria voorstellen als vertrekpunt voor de uitwerking van EU-milieukeurcriteria.

In dergelijke gevallen kan de verkorte procedure voor de uitwerking van EU-milieukeurcriteria, als neergelegd in deel B van bijlage I, worden gebruikt op voorwaarde dat de voorgestelde criteria zijn uitgewerkt overeenkomstig het bepaalde in deel A van bijlage I. De procedure wordt geleid door de Commissie of door de lidstaat die overeenkomstig alinea 1 de verkorte procedure heeft voorgesteld.

3.  Wanneer er noodzaak bestaat aan een niet-essentiële herziening van de criteria, kan een verkorte procedure, zoals uiteengezet in deel C van bijlage I, worden toegepast.

4.  Uiterlijk 19 februari 2011, komen het BMEU en de Commissie een werkprogramma overeen, dat tevens een strategie inhoudt en een niet-uitputtende lijst van productgroepen. In dit plan worden andere communautaire maatregelen overwogen (bijvoorbeeld op het gebied van duurzame overheidsaankopen); tevens kan het worden aangepast aan de meest recente doelstellingen van de Gemeenschap op milieugebied. Het werkprogramma wordt op gezette tijden bijgewerkt.

Artikel 8 Vaststelling van de EU-milieukeurcriteria

Artikel 8

Vaststelling van de EU-milieukeurcriteria

1.  De ontwerp EU-milieukeurcriteria worden ontwikkeld volgens de procedure van bijlage I, met inachtneming van het werkprogramma.

2.  Uiterlijk negen maanden na raadpleging van het BMEU stelt de Commissie maatregelen vast om specifieke EU-milieukeurcriteria voor elke productgroep vast te stellen. Die maatregelen worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

In haar definitieve voorstel houdt de Commissie rekening met de opmerkingen van het BMEU en geeft met een toelichting en documentatie duidelijk aan wat de redenen zijn voor eventuele veranderingen in het definitieve voorstel ten opzichte van het ontwerp die na de raadpleging van het BMEU zijn aangebracht.

Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn te wijzigen, door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

3.  In het kader van de in lid 2 bedoelde maatregelen, zal de Commissie:

a) voorschriften vaststellen voor de beoordeling van de wijze waarop specifieke producten al dan niet voldoen aan de EU-milieukeurcriteria („beoordelingsvereisten”);

b) voor elke productiegroep specificeren welke drie essentiële milieukenmerken van die in het facultatief etiket met tekstruimte van bijlage II kunnen worden vermeld;

c) voor elke productgroep de toepasselijke geldigheidsperiode van de criteria en van de beoordelingsvoorschriften specificeren;

d) de toegelaten mate van productvariabiliteit tijdens de onder c) bedoelde geldigheidsduur specificeren.

4.  Bij de vaststelling van de EU-milieukeurcriteria wordt erop toegezien dat er geen maatregelen worden ingevoerd die een onevenredig grote administratieve en economische belasting van het MKB/KMO's met zich meebrengen.

Artikel 9 Toekenning van de EU-milieukeur en voorwaarden voor het gebruik

Artikel 9

Toekenning van de EU-milieukeur en voorwaarden voor het gebruik

1.  Elke marktdeelnemer die de EU-milieukeur wenst te gebruiken wendt zich tot in artikel 4 bedoelde bevoegde instanties en volgt daarbij de volgende regels:

a) wanneer een product afkomstig is uit één lidstaat, wordt de aanvraag ingediend bij een bevoegde instantie van die lidstaat;

b) wanneer een product in dezelfde vorm afkomstig is uit verscheidene lidstaten, kan de aanvraag worden ingediend bij een bevoegde instantie in één van deze lidstaten;

c) wanneer een product afkomstig is van buiten de Gemeenschap, wordt de aanvraag ingediend bij een bevoegde instantie in een van de lidstaten waar het product in de handel wordt of is gebracht.

2.  De EU-milieukeur heeft de in bijlage II afgebeelde vorm.

De EU-milieukeur mag alleen worden gebruikt voor producten die voldoen aan de EU-milieukeurcriteria welke gelden voor de producten in kwestie en waarvoor de EU-milieukeur is toegekend.

3.  De aanvraag bevat de volledige contactgegevens van de marktdeelnemer, de relevante productgroep en een volledige beschrijving van het product, alsmede elke andere informatie die door de bevoegde instantie wordt verlangd.

Bij de aanvraag wordt alle relevante documentatie gevoegd, zoals vermeld in de relevante maatregel van de Commissie tot vaststelling van EU-milieukeurcriteria voor de desbetreffende productgroep.

4.  De bevoegde instantie waarbij een aanvraag wordt ingediend, brengt een vergoeding in rekening overeenkomstig bijlage III. De EU-milieukeur mag slechts worden gebruikt nadat die vergoeding binnen de gestelde termijn is betaald.

5.  Uiterlijk twee maanden na ontvangst van een aanvraag verifieert de betrokken bevoegde instantie of de documentatie volledig is en stelt de marktdeelnemer hiervan in kennis. De bevoegde instantie kan de aanvraag afwijzen indien de marktdeelnemer niet binnen zes maanden na kennisgeving de volledige documentatie heeft gestuurd.

Als de documentatie volledig is en de bevoegde instantie heeft gecontroleerd dat het product voldoet aan de EU-milieukeurcriteria en aan de beoordelingseisen die overeenkomstig artikel 8 zijn bekendgemaakt, kent de bevoegde instantie het product een registratienummer toe.

De marktdeelnemer draagt de kosten van de tests en de beoordeling van conformiteit met de EU-milieukeurcriteria. De marktdeelnemer kan gevraagd worden de reis- en verblijfskosten te vergoeden wanneer een verificatie ter plaatse nodig is buiten de lidstaat waar de bevoegde instantie is gevestigd.

6.  Wanneer de criteria voor de EU-milieukeur eisen dat de productiefaciliteiten aan bepaalde voorschriften voldoen, gelden deze voor alle faciliteiten waar het product met de EU-milieukeur wordt vervaardigd. Zo nodig voert de bevoegde instantie ter plaatse verificaties uit of wijst een bevoegde vertegenwoordiger aan voor dat doel.

7.  Bevoegde instanties erkennen bij voorkeur volgens ISO 17025 geaccrediteerde tests en controles door organen die zijn geaccrediteerd krachtens de EN 45011 norm of een equivalente internationale norm. De bevoegde instanties werken samen om een effectieve en consistente uitvoering van de beoordelings- en controleprocedures te waarborgen, met name via de in artikel 13 bedoelde werkgroep.

8.  De bevoegde instantie sluit met iedere marktdeelnemer een contract over de voorwaarden voor het gebruik van de EU-milieukeur (waarin bepalingen zijn opgenomen voor de toelating en de intrekking van de EU-milieukeur, met name als gevolg van de herziening van de criteria). Daartoe wordt een standaardcontract gebruikt, waarvan het model in bijlage IV staat.

9.  De marktdeelnemer mag de EU-milieukeur pas na sluiting van het contract op het product aanbrengen. De marktdeelnemer brengt ook het registratienummer op het product aan, met vermelding van de EU-milieukeur.

10.  De bevoegde instantie die de EU-milieukeur aan een product heeft toegekend, stelt de Commissie daarvan in kennis. De Commissie stelt een gemeenschappelijk register samen en actualiseert dit op gezette tijd. Bedoeld register kan via een speciale website over de EU-milieukeur geraadpleegd worden door het publiek.

11.  De EU-milieukeur mag worden aangebracht op producten waaraan de EU-milieukeur is toegekend alsook op het desbetreffend reclamemateriaal.

12.  De toekenning van de EU-milieukeur laat milieu- of andere regelgevingseisen van communautaire of nationale wetgeving die van toepassing is op de verschillende levensfasen van het product, onverlet.

13.  Het recht om de EU-milieukeur te gebruiken strekt zich niet uit tot het gebruik van de EU-milieukeur als onderdeel van een handelsmerk.

Artikel 10 Marktbewaking en toezicht op het gebruik van de EU-milieukeur

Artikel 10

Marktbewaking en toezicht op het gebruik van de EU-milieukeur

1.  Leugenachtige of misleidende reclame die, of het gebruik van een keurmerk of logo dat kan leiden tot verwarring met de EU-milieukeur is verboden.

2.  De bevoegde instantie verricht op gezette tijden controles om na te gaan of de producten waaraan zij de EU-milieukeur heeft toegekend, aan de volgens artikel 8 bekendgemaakte criteria van de EU-milieukeur en beoordelingsvoorschriften voldoen. Zo nodig verricht de bevoegde instantie deze controles ook na een klacht. Deze controles kunnen de vorm aannemen van steekproeven.

De bevoegde instantie die de EU-milieukeur aan het product heeft toegekend, stelt de gebruiker van een EU-milieukeur op de hoogte van klachten betreffende het product waarop de EU-milieukeur is aangebracht, en kan de gebruiker van de keur verzoeken die klachten te beantwoorden. De bevoegde instantie kan de persoonsgegevens van de klager afschermen van de gebruiker van de milieukeur.

3.  De gebruiker van de EU-milieukeur stelt de bevoegde instantie die de EU-milieukeur aan het product heeft toegekend, in de gelegenheid elk nodig onderzoek te verrichten om de inachtneming van de productgroepcriteria en de naleving van artikel 9 te verifiëren.

4.  De gebruiker van de EU-milieukeur verleent de bevoegde instantie die de EU-milieukeur aan het product heeft toegekend, op haar verzoek toegang tot de faciliteiten waarin het desbetreffende product wordt vervaardigd.

Dit verzoek kan op elk redelijk tijdstip en zonder voorafgaande kennisgeving worden gedaan.

5.  Wanneer een bevoegde instantie, na de gebruiker van de EU-milieukeur de gelegenheid te hebben gegeven opmerkingen in te dienen, tot de bevinding komt dat een product dat de EU-milieukeur draagt niet voldoet aan de relevante productgroepcriteria of dat de EU-milieukeur niet wordt gebruikt overeenkomstig het bepaalde in artikel 9, verbiedt zij het gebruik van de EU-milieukeur voor dat product of brengt zij, indien de EU-milieukeur door een andere bevoegde instantie is verleend, die instantie daarvan op de hoogte. De gebruiker van de EU-milieukeur heeft geen recht op gehele of gedeeltelijke in artikel 9, lid 3, bedoelde terugbetaling van de vergoedingen.

De bevoegde instantie stelt alle overige bevoegde instanties en de Commissie onverwijld van het verbod in kennis.

6.  De bevoegde instantie die de EU-milieukeur aan het product heeft toegekend, onthult geen informatie, of gebruikt geen informatie voor andere doeleinden dan de toekenning voor gebruik van de EU-milieukeur, die zij heeft verkregen in het kader van de beoordeling van de naleving door een gebruiker van de EU-milieukeur van de in artikel 9 neergelegde regels voor het gebruik van de EU-milieukeur.

Zij neemt alle redelijke maatregelen om de haar toevertrouwde documenten te beschermen tegen vervalsing en verduistering.

Artikel 11 Milieukeursystemen in de lidstaten

Artikel 11

Milieukeursystemen in de lidstaten

1.  Wanneer voor een bepaalde productgroep EU-milieukeurcriteria zijn gepubliceerd, kunnen andere, nationaal of regionaal officieel erkende, EN ISO 14024 type I-milieukeurregelingen die op het tijdstip van publicatie die productgroep niet omvatten, geen betrekking hebben op die productgroep, uitsluitend tot die productgroep worden uitgebreid als de in het kader van dergelijke regelingen vastgestelde criteria ten minste even strikt zijn als de EU-milieukeurcriteria.

2.  Met het oog op de harmonisatie van de criteria van de Europese milieukeursystemen (EN ISO 14024 type I), wordt bij de criteria van de EU-milieukeur ook rekening gehouden met de bestaande criteria die ontwikkeld zijn in officieel erkende milieukeursystemen in de lidstaten.

Artikel 12 Bevordering van het gebruik van de EU-milieukeur

Artikel 12

Bevordering van het gebruik van de EU-milieukeur

1.  In samenwerking met het BMEU zullen de lidstaten en de Commissie een specifiek actieplan aannemen om het gebruik van de EU-milieukeur te bevorderen via:

a) bewustmakingsacties en informatie- en openbare educatiecampagnes, gericht op consumenten, producenten, fabrikanten, groothandelaars, dienstverleners, uitschrijvers van openbare aanbestedingen, handelaars, detailhandelaars en het publiek,

b) bevordering van gebruikmaking van het systeem, in het bijzonder door het MKB/KMO's,

en zo de ontwikkeling van het systeem ondersteunen.

2.  De communataire EU-milieukeur kan worden bevorderd via de EU-milieukeur-website, die basisinformatie en reclamemateriaal over de EU-milieukeur biedt, alsmede informatie over verkooppunten van EU-milieukeurproducten in alle talen van de Gemeenschap.

3.  De lidstaten bevorderen het gebruik van de „Handleiding voor instanties die openbare aanbestedingen uitschrijven”, als gespecificeerd in bijlage I, Deel A, punt 5. Met het oog hierop overwegende lidstaten bijvoorbeeld het vaststellen van streefdoelen voor de aanschaf van producten die voldoen aan de criteria in die Handleiding.

Artikel 13 Uitwisseling van gegevens en ervaringen

Artikel 13

Uitwisseling van gegevens en ervaringen

1.  Teneinde een consistente toepassing van deze verordening te bevorderen, wisselen de bevoegde instanties regelmatig informatie en ervaringen uit, met name over de toepassing van de artikelen 9 en 10.

2.  Daartoe richt de Commissie een werkgroep van bevoegde instanties op. De werkgroep komt ten minste tweemaal per jaar bijeen. De reiskosten zijn ten laste van de Commissie. De werkgroep kiest haar voorzitter en stelt haar reglement van orde op.

Artikel 14 Rapportering

Artikel 14

Rapportering

Uiterlijk 19 februari 2015 brengt de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de tenuitvoerlegging van het systeem van EU-milieukeuren. In dit verslag worden eveneens de elementen voor een eventuele herziening van het systeem nader gespecificeerd.

Artikel 15 Wijziging van de bijlagen

Artikel 15

Wijziging van de bijlagen

De Commissie kan de bijlagen wijzigen, met inbegrip van de maximumvergoedingen als bedoeld in bijlage III, rekening houdend met de noodzaak van vergoedingen die de kosten van de werking van het milieukeurprogramma dekken.

Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze richtlijn te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Artikel 16 Comité

Artikel 16

Comité

1.  De Commissie wordt bijgestaan door een comité.

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

Artikel 17 Sancties

Artikel 17

Sancties

De lidstaten stellen voorschriften vast voor de bestraffing van overtredingen van deze verordening en treffen alle maatregelen om erop toe te zien dat die straffen ook worden toegepast. De straffen moeten doeltreffend zijn, in verhouding staan tot de overtreding en een ontradend karakter hebben. De lidstaten delen deze bepalingen mee onverwijld aan de Commissie, en zij stellen de Commissie onverwijld in kennis van elke latere wijziging daarvan.

Artikel 18 Intrekking

Artikel 18

Intrekking

Verordening (EG) nr. 1980/2000 wordt hierbij ingetrokken.

Artikel 19 Overgangsbepalingen

Artikel 19

Overgangsbepalingen

Verordening (EG) nr. 1980/2000 blijft van toepassing op overeenkomstig artikel 9 gesloten contracten tot de in deze contracten gespecificeerde einddatum, behalve voor de bepalingen betreffende vergoedingen.

Artikel 9, lid 4, en bijlage III bij deze verordening zijn van toepassing op zulke contracten.

Artikel 20 Inwerkingtreding

Artikel 20

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

ANNEX I PROCEDURE FOR THE DEVELOPMENT AND REVISION OF EU ECOLABEL CRITERIA




ANNEX I

PROCEDURE FOR THE DEVELOPMENT AND REVISION OF EU ECOLABEL CRITERIA

A.   Standard procedure

The following documents must be drawn up:

1.   Preliminary report

The preliminary report must contain the following elements:

— 
Quantitative indication of the potential environmental benefits related to the product group, including consideration of the benefits from other similar European and national or regional EN ISO 14024 type I ecolabelling schemes,
— 
Reasoning for choice and scope of product group,
— 
Consideration of any possible trade issues,
— 
Analysis of other environmental labels' criteria,
— 
Current laws and ongoing legislative initiatives related to the product group sector,
— 
Analysis of the possibilities of substitution of hazardous substances by safer substances, as such or via the use of alternative materials or designs, wherever technically feasible, in particular with regard to substances of very high concern as referred to in Article 57 of Regulation (EC) No 1907/2006,
— 
Intra-community market data for the sector, including volumes and turnover,
— 
Current and future potential for market penetration of the products bearing the EU Ecolabel,
— 
Extent and overall relevance of the environmental impacts associated with the product group, based on new or existing life cycle assessment studies. Other scientific evidence may also be used. Critical and controversial issues shall be reported in detail and evaluated,
— 
References of data and information collected and used for issuing the report.

The preliminary report shall be made available on the Commission's dedicated EU Ecolabel website for comment and reference during the development of the criteria.

Where criteria are to be developed for food and feed product groups, the preliminary report must, with reference to the study undertaken according to Article 6(5), demonstrate the following:

— 
there is a real added environmental value in developing EU Ecolabel criteria for the chosen product,
— 
the EU Ecolabel has considered the whole life cycle of the product, and
— 
the use of the EU Ecolabel on the chosen product will not cause confusion when compared with other food labels.

2.   Proposal for draft criteria and associated technical report

Following the publication of the preliminary report, a proposal for draft criteria and a technical report in support of the proposal shall be established.

The draft criteria shall comply with the following requirements:

— 
they shall be based on the best products available on the Community market in terms of environmental performance throughout the life cycle, and they shall correspond indicatively to the best 10-20 % of the products available on the Community market in terms of environmental performance at the moment of their adoption,
— 
in order to allow for the necessary flexibility the exact percentage shall be defined on a case-by-case basis and in each case with the aim of promoting the most environmentally friendly products and ensuring that consumers are provided with sufficient choice,
— 
they shall take into consideration the net environmental balance between the environmental benefits and burdens, including health and safety aspects; where appropriate, social and ethical aspects shall be considered, e.g. by making reference to related international conventions and agreements such as relevant ILO standards and codes of conduct,
— 
they shall be based on the most significant environmental impacts of the product, be expressed as far as reasonably possible via technical key environmental performance indicators of the product, and be suitable for assessment according to the rules of this Regulation,
— 
they shall be based on sound data and information which are representative as far as possible of the entire Community market,
— 
they shall be based on life cycle data and quantitative environmental impacts, where applicable in compliance with the European Reference Life Cycle Data Systems (ELCD),
— 
they shall take into consideration the views of all interested parties involved in the consultation process,
— 
they shall guarantee harmonisation with existing legislation applicable to the product group when considering definitions, test methods and technical and administrative documentation,
— 
they shall take into account relevant Community policies and work done on other related product groups.

The proposal for draft criteria shall be written in a way that is easily accessible to those wishing to use them. It shall provide justification for each criterion and explain the environmental benefits related to each criterion. It shall highlight the criteria corresponding to the key environmental characteristics.

The technical report shall include at least the following elements:

— 
the scientific explanations of each requirement and criterion,
— 
a quantitative indication of the overall environmental performance that the criteria are expected to achieve in their totality, when compared to that of the average products on the market,
— 
an estimation of the expected environmental/economic/social impacts of the criteria as a whole,
— 
the relevant test methods for assessment of the different criteria,
— 
an estimation of testing costs,
— 
for each criterion, information about all tests, reports and other documentation that shall be produced by users on request from a competent body in accordance with Article 10(3).

The proposal for draft criteria and the technical report shall be made available for public consultation on the Commission's dedicated EU Ecolabel website for comment. The party leading the product group development shall distribute the proposal and the report to all interested parties.

At least two open working group meetings shall be held on the draft criteria, to which all interested parties, such as competent bodies, industry (including SMEs), trade unions, retailers, importers, environmental and consumer organisations, shall be invited. The Commission shall also participate in those meetings.

The proposal for draft criteria and the technical report shall be made available at least one month before the first working group meeting. Any subsequent proposal for draft criteria shall be made available at least one month before subsequent meetings. The reasoning behind any changes to the criteria in subsequent drafts shall be fully explained and documented with reference to discussions in the open working groups meetings and comments received in public consultation.

Responses shall be given to all comments received during the criteria development process, indicating whether they are accepted or rejected and why.

3.   Final report and draft criteria

The final report shall contain the following elements:

Clear responses to all comments and proposals, indicating whether they are accepted or rejected and why. European Union and non-European Union interested parties shall be treated on an equal footing.

It shall also include the following elements:

— 
a one-page summary of the level of support for the draft criteria by the competent bodies,
— 
a summary list of all documents circulated in the course of the criteria development work, together with an indication of the date of circulation of each document and to whom each document has been circulated, and a copy of the documents in question,
— 
a list of the interested parties involved in the work or which have been consulted or have expressed an opinion, together with their contact information,
— 
an executive summary,
— 
three key environmental characteristics for the product group that may be displayed in the optional label with text box described in Annex II,
— 
a proposal for a marketing and communication strategy for the product group.

Any observations received on the final report shall be taken into consideration, and information on the follow-up to the comments shall be provided on request.

4.   Manual for potential users of the EU Ecolabel and competent bodies

A manual shall be established in order to assist potential users of the EU Ecolabel and competent bodies in assessing the compliance of products with the criteria.

5.   Manual for authorities awarding public contracts

A manual providing guidance for the use of EU Ecolabel criteria to authorities awarding public contracts shall be established.

The Commission will provide templates translated into all official Community languages for the manual for potential users and competent bodies and for the manual for authorities awarding public contracts.

B.   Shortened procedure where criteria have been developed by other EN ISO 14024 type I ecolabelling schemes

A single report shall be submitted to the Commission. This report shall include a section demonstrating that the technical and consultation requirements set out in Part A have been met, along with a proposal for draft criteria, a manual for potential users of the EU Ecolabel and competent bodies, and a manual for authorities awarding public contracts.

If the Commission is satisfied that the report and criteria meet the requirements set out in Part A, the report and the proposal for draft criteria shall be made available for public consultation on the Commission's dedicated EU Ecolabel website for a period of two months for comment.

Responses shall be given to all comments received during the public consultation period, indicating whether each comment is accepted or rejected and why.

Subject to any changes made during the public consultation period, and if no Member State requests an open working group meeting, the Commission may adopt the criteria pursuant to Article 8.

Upon request from any Member State, an open working group meeting shall be held on the draft criteria, in which all interested parties, such as competent bodies, industry (including SMEs), trade unions, retailers, importers, environmental and consumer organisations, shall participate. The Commission shall also participate in that meeting.

Subject to any changes made during the public consultation period or during the working group meeting, the Commission may adopt the criteria pursuant to Article 8.

C.   Shortened procedure for non-substantial revision of the criteria

The Commission shall produce a report containing the following:

— 
a justification explaining why there is no need for a full revision of the criteria and why a simple updating of the criteria and their stringency levels is sufficient,
— 
a technical section updating the previous market data used for the setting of the criteria,
— 
a proposal for draft revised criteria,
— 
a quantitative indication of the overall environmental performance that the revised criteria are expected to achieve in their totality, when compared to that of the average products on the market,
— 
a revised manual for potential users of the EU Ecolabel and competent bodies, and
— 
a revised manual for authorities awarding public contracts.

The report and the proposal for draft criteria shall be made available for public consultation on the Commission's dedicated EU Ecolabel website for a period of two months for comment.

Responses shall be given to all comments received during the public consultation period, indicating whether each comment is accepted or rejected and why.

Subject to any changes made during the public consultation period, and if no Member State requests an open working group meeting, the Commission may adopt the criteria pursuant to Article 8.

Upon request from any Member State, an open working group meeting shall be held on the draft revised criteria, in which all interested parties, such as competent bodies, industry (including SMEs), trade unions, retailers, importers, environmental and consumer organisations, shall participate. The Commission shall also participate in that meeting.

Subject to any changes made during the public consultation period or during the working group meeting, the Commission may adopt the criteria pursuant to Article 8.

BIJLAGE II

BIJLAGE II

Vorm van de EU-milieukeur

De EU-milieukeur heeft de volgende vorm:

Etiket:

image

Facultatief etiket met tekstruimte (in de productgroepcriteria wordt gespecificeerd welk gebruik de marktdeelnemer kan maken van de tekstruimte en welke tekst kan worden gebruikt):

image

Ook het registratienummer van de EU-milieukeur moet op het product worden vermeld. Dit neemt de volgende vorm aan:

image

In dit registratienummer verwijst „xxxx” naar het land van registratie, „yyy” naar de productgroep en „zzzzz” naar het door de bevoegde instantie gegeven registratienummer.

De Europese Commissie zal, na raadpleging van het BMEU, in afzonderlijke richtsnoeren nadere instructies verstrekken over het ontwerp en gebruik van het logo van de EU-milieukeur.

▼M1

BIJLAGE III

BIJLAGE III

1.    Aanvraagvergoeding

De bevoegde instantie waarbij een aanvraag wordt ingediend, brengt een vergoeding in rekening voor de verwerking van de aanvraag. Deze vergoeding bedraagt minimaal 200 EUR en maximaal 2 000 EUR.

Voor kleine en middelgrote ondernemingen ( 6 ) en marktdeelnemers in de ontwikkelingslanden bedraagt de aanvraagvergoeding maximaal 600 EUR.

▼C1

Voor micro-ondernemingen ( 7 ) bedraagt de aanvraagvergoeding maximaal 350 EUR.

▼M1

De aanvraagvergoeding wordt verminderd met 30 % voor aanvragers die geregistreerd zijn via het EU-milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) of met 15 % voor aanvragers die gecertificeerd zijn overeenkomstig de ISO 14001-norm. De kortingen zijn niet cumulatief. Wanneer aan beide systemen wordt voldaan, wordt de hoogste van de twee kortingen toegepast.

Deze korting geldt op voorwaarde dat de aanvrager zich er uitdrukkelijk toe verbindt te waarborgen dat zijn producten met de milieukeur volledig beantwoorden aan de relevante EU-milieukeurcriteria gedurende de geldigheidsperiode van de overeenkomst en dat deze toezegging op passende wijze meegenomen is in zijn milieubeleid en specifieke milieudoelstellingen.

De bevoegde instantie mag een vergoeding heffen voor wijziging of verlenging van een vergunning. Deze vergoeding mag niet meer bedragen dan die voor de aanvraag, en bovengenoemde kortingen zijn eveneens van toepassing.

De kosten voor onderzoek en controle door derden of de eventueel door een derde partij of een bevoegde instantie verlangde inspecties ter plaatse worden niet gedekt door de aanvraagvergoeding: zij komen voor rekening van de aanvrager.

2.    Jaarlijkse vergoeding

De bevoegde instantie kan van elke aanvrager aan wie een EU-milieukeur is toegekend een jaarlijkse vergoeding verlangen. Deze vergoeding kan uit een vast bedrag bestaan, of worden berekend op basis van de jaarlijkse verkoopcijfers in de Unie van het product met de EU-milieukeur.

De periode waarop de vergoeding betrekking heeft, begint op de datum van toekenning van de EU-milieukeur aan de aanvrager.

Wanneer de vergoeding bestaat uit een percentage van de jaarlijkse verkoop mag deze niet meer bedragen dan 0,15 % daarvan. Als het product waaraan de EU-milieukeur is toegekend een goed is, wordt de vergoeding gebaseerd op de prijzen af-fabriek. Wanneer het om een dienst gaat, wordt de vergoeding gebaseerd op de leveringsprijs.

De jaarlijkse vergoeding bedraagt maximaal 25 000 EUR per productengroep per aanvrager.

In het geval van kleine en middelgrote ondernemingen, micro-ondernemingen of aanvragers uit de ontwikkelingslanden wordt de jaarlijkse vergoeding verminderd met ten minste 25 %.

De kosten voor onderzoek, controle of eventueel verlangde inspecties ter plaatse worden niet gedekt door de jaarlijkse vergoeding: zij komen voor rekening van de aanvrager.

3.    Inspectievergoeding

De bevoegde instantie kan een inspectievergoeding in rekening brengen.

▼B

ANNEX IV STANDARD CONTRACT COVERING THE TERMS OF USE OF THE EU ECOLABEL




ANNEX IV

STANDARD CONTRACT COVERING THE TERMS OF USE OF THE EU ECOLABEL

PREAMBLE

The competent body(full title) hereinafter called ‘the competent body’,

registered at(full address), which for the purposes of the signature of this contract is represented by(name of person responsible),(full name of holder), in his capacity as producer, manufacturer, importer, service provider, wholesaler or retailer whose official registered address is(full address), hereafter called ‘the holder’, represented by(name of person responsible), have agreed the following with regard to the use of the EU Ecolabel, pursuant to Regulation (EC) No 66/2010 of the European Parliament and of the Council of 25 November 2009 on the EU Ecolabel ( 8 ), hereinafter ‘the EU Ecolabel Regulation’:

1.   USE OF THE EU ECOLABEL

1.1.

The competent body grants the holder the right to use the EU Ecolabel for his products as described in the annexed product specifications, which conform to the relevant product group criteria in force for the periodadopted by the Commission of the European Communities on(date), published in the Official Journal of the European Union of(full reference), and annexed to this contract.

1.2.

The EU Ecolabel shall be used only in the forms stipulated in Annex II to the EU Ecolabel Regulation.

1.3.

The holder shall ensure that the product to be labelled complies throughout the duration of this contract with all the terms of use and provisions set out in Article 9 of the EU Ecolabel Regulation, at all times. No new application will be required for modifications in the characteristics of the products which do not affect compliance with the criteria. The holder shall however inform the competent body of such modifications by registered letter. The competent body may carry out appropriate verifications.

1.4.

The contract may be extended to a wider range of products than those initially foreseen, subject to agreement by the competent body, and subject to the condition that they belong to the same product group and that they also comply with its criteria. The competent body may verify that these conditions are met. The Annex detailing the product specifications shall be modified accordingly.

1.5.

The holder shall not advertise or make any statement or use any label or logo in a way which is false or misleading or which results in confusion with, or calls into question the integrity of, the EU Ecolabel.

1.6.

The holder shall be responsible under this contract for the manner in which the EU Ecolabel is used in relation to his product, especially in the context of advertising.

1.7.

The competent body, including its agents authorised for such purpose, may undertake all necessary investigations to monitor the ongoing compliance by the holder with both the product group criteria and the terms of use and provisions of this contract in accordance with the rules laid down in Article 10 of the EU Ecolabel Regulation.

2.   SUSPENSION AND WITHDRAWAL

2.1.

In the event that the holder becomes aware that he is failing to meet the terms of use or provisions contained in Article 1 of this contract, the holder shall notify the competent body and refrain from using the EU Ecolabel until those terms for use or provisions have been fulfilled and the competent body has been notified thereof.

2.2.

Where the competent body considers that the holder has contravened any of the terms of use or provisions of this contract, the competent body shall be entitled to suspend or withdraw its authorisation to the holder to use the EU Ecolabel, and to take such measures as are necessary to prevent the holder from using it further, including such measures as are provided for in Articles 10 and 17 of the EU Ecolabel Regulation.

3.   LIMITATION OF LIABILITY AND INDEMNITY

3.1.

The holder shall not include the EU Ecolabel as part of any guarantee or warranty in relation to the product referred to in Article 1.1 of this contract.

3.2.

The competent body, including its authorised agents, shall not be liable for any loss or damage sustained by the holder arising out of the award and/or use of the EU Ecolabel.

3.3.

The competent body, including its authorised agents, shall not be liable for any loss or damage sustained by a third party and arising out of the award and/or use, including advertising, of the EU Ecolabel.

3.4.

The holder shall indemnify and keep indemnified the competent body and its authorised agents against any loss, damage or liability sustained by the competent body, or its authorised agents, as a result of a breach of this contract by the holder or as a result of reliance by the competent body on information or documentation provided by the holder, including any claims by a third party.

4.   FEES

4.1.

The amount of application fee and annual fee shall be defined in accordance with Annex III of the EU Ecolabel Regulation.

4.2.

Use of the EU Ecolabel is conditional upon all relevant fees having been paid in due time.

5.   CONTRACT DURATION AND APPLICABLE LAW

5.1.

Except as provided for in Article 5.2, 5.3 and 5.4, this contract shall run from the date on which it is signed until (…) or until expiry of the product group criteria, whichever is sooner.

5.2.

Where the holder has contravened any of the terms of use or provisions of this contract within the meaning of Article 2.2, the competent body shall be entitled to treat this as a breach of contract entitling the competent body, in addition to the provisions in Article 2.2, to terminate the contract, by registered letter to the holder, at an earlier date than that set out in Article 5.1, within (a time period to be determined by the competent body).

5.3.

The holder may terminate the contract by giving the competent body three months' notice by registered letter.

5.4.

If the product group criteria as stated in Article 1.1 are extended without amendments for any period, and if no written notice of termination from the competent body has been given at least three months before the expiry of the product group criteria and of this contract, the competent body shall inform the holder at least three months in advance that the contract shall be automatically renewed for as long as the product group criteria remain in force.

5.5.

After the termination of this contract the holder may not use the EU Ecolabel in relation to the product specified in Article 1.1 and in the Annex to this contract, either as labelling or for advertising purposes. The EU Ecolabel may nevertheless, for a period of six months after the termination, be displayed on stock held by the holder or others and manufactured before the termination. This latter provision shall not apply if the contract has been terminated for the reasons set out in Article 5.2.

5.6.

Any dispute between the competent body and the holder or any claim by one party against the other based on this contract which has not been settled by amicable agreement between the contracting parties, shall be subject to the applicable law determined in accordance with Regulation (EC) No 593/2008 of the European Parliament and of the Council of 17 June 2008 on the law applicable to contractual obligations (Rome I) ( 9 ) and Regulation (EC) No 864/2007 of the European Parliament and of the Council of 11 July 2007 on the law applicable to non-contractual obligations (Rome II ( 10 )).

The following Annexes shall form part of this contract:

— 
a copy of Regulation (EC) No 66/2010 of the European Parliament and of the Council of 25 November 2009 on the EU Ecolabel, in (the relevant Community language(s)),
— 
product specifications, which shall at least include details of the names, and/or the manufacturer's internal reference numbers, the manufacturing sites, and the related EU Ecolabel registration number or numbers,
— 
a copy of Commission Decision (… on product group criteria),

Done at date

…

(Competent body)

Designated person

…

(Legally binding signature)

…

(Holder)

Designated person

…

(Legally binding signature)

ANNEX V REQUIREMENTS RELATING TO COMPETENT BODIES




ANNEX V

REQUIREMENTS RELATING TO COMPETENT BODIES

1.

A competent body shall be independent of the organisation or the product it assesses.

A body belonging to a business association or professional federation representing undertakings involved in the design, manufacturing, provision, assembly, use or maintenance of products which it assesses, may, on condition that its independence and the absence of any conflict of interest are demonstrated, be designated as a competent body.

2.

A competent body, its top-level management and the personnel responsible for carrying out the conformity assessment tasks shall not be the designer, manufacturer, supplier, installer, purchaser, owner, user or maintainer of the products which they assess, nor the authorised representative of any of those parties. This shall not preclude the use of assessed products that are necessary for the operations of the competent body or the use of such products for personal purposes.

A competent body, its top-level management and the personnel responsible for carrying out the conformity assessment tasks shall not be directly involved in the design, manufacture or construction, the marketing, installation, use or maintenance of those products, or represent the parties engaged in those activities. They shall not engage in any activity that may conflict with their independence of judgment or integrity in relation to conformity assessment activities for which they are designated. This shall in particular apply to consultancy services.

Competent bodies shall ensure that the activities of their subsidiaries or subcontractors do not affect the confidentiality, objectivity or impartiality of their conformity assessment activities.

3.

Competent bodies and their personnel shall carry out the conformity assessment activities with the highest degree of professional integrity and the requisite technical competence in the specific field and shall be free from all pressures and inducements, particularly financial, which might influence their judgment or the results of their conformity assessment activities, especially as regards persons or groups of persons with an interest in the results of those activities.

4.

A competent body shall be capable of carrying out all the conformity assessment tasks assigned to it by this Regulation, whether those tasks are carried out by the competent body itself or on its behalf and under its responsibility.

At all times and for each conformity assessment procedure and each kind or category of products in relation to which it has been designated, a competent body shall have at its disposal the necessary:

(a) 

technical knowledge and sufficient and appropriate experience to perform the conformity assessment tasks;

(b) 

descriptions of procedures in accordance with which conformity assessment is carried out, ensuring the transparency and the ability of reproduction of those procedures. It shall have appropriate policies and procedures in place that distinguish between tasks it carries out as a competent body and other activities;

(c) 

procedures for the performance of activities which take due account of the size of an undertaking, the sector in which it operates, its structure, the degree of complexity of the product technology in question and the mass or serial nature of the production process.

It shall have the means necessary to perform the technical and administrative tasks connected with the conformity assessment activities in an appropriate manner and shall have access to all necessary equipment or facilities.

5.

The personnel responsible for carrying out conformity assessment activities shall have the following:

(a) 

sound knowledge covering all the conformity assessment activities in relation to which the competent body has been designated;

(b) 

the ability to draw up certificates, records and reports demonstrating that assessments have been carried out.

6.

The impartiality of the competent bodies, of their top level management and of the assessment personnel shall be guaranteed.

The remuneration of the top-level management and assessment personnel of a competent body shall not depend on the number of assessments carried out or on the results of those assessments.

7.

Competent bodies shall participate in, or ensure that their assessment personnel are informed of, the relevant standardisation activities and the activities of the working group of competent bodies referred to in Article 13 of this Regulation and apply as general guidance the administrative decisions and documents produced as a result of the work of that group.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis