+VERORDENING (EU) 2018/1845 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK van 21 november 2018 inzake de uitoefening van haar manoeuvreerruimte krachtens artikel 178, lid 2, onder d), van Verordening (EU) nr. 575/2013 betreffende de drempel voor de beoordeling van de materialiteit van achterstallige kredietverplichtingen (ECB/2018/26)
---+Artikel 1 Voorwerp en toepassingsgebied
---+Artikel 2 Definities
---+Artikel 3 Artikel 178, lid 2, onder d), van Verordening (EU) nr. 575/2013: drempelwaarde voor de beoordeling van de materialiteit van een achterstallige kredietverplichting
------+Article 3 1.
------+Article 3 2.
------+Article 3 3.
---+Artikel 4 Datum van toepassing van de materialiteitsdrempel
---+Artikel 5 Inwerkingtreding
English - European Union - Financial Industry - Banking -

VERORDENING (EU) 2018/1845 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK van 21 november 2018 inzake de uitoefening van haar manoeuvreerruimte krachtens artikel 178, lid 2, onder d), van Verordening (EU) nr. 575/2013 betreffende de drempel voor de beoordeling van de materialiteit van achterstallige kredietverplichtingen (ECB/2018/26)

VERORDENING (EU) 2018/1845 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 21 november 2018

inzake de uitoefening van haar manoeuvreerruimte krachtens artikel 178, lid 2, onder d), van Verordening (EU) nr. 575/2013 betreffende de drempel voor de beoordeling van de materialiteit van achterstallige kredietverplichtingen (ECB/2018/26)

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
Artikel 1 Voorwerp en toepassingsgebied

Artikel 1

Voorwerp en toepassingsgebied

De ECB oefent hierbij de discretionaire bevoegdheid uit die overeenkomstig artikel 178, lid 2, onder d), van Verordening (EU) nr. 575/2013 aan de bevoegde autoriteiten is toegekend met betrekking tot de drempel voor de beoordeling van de materialiteit van achterstallige kredietverplichtingen. Deze verordening is uitsluitend van toepassing inzake kredietinstellingen die als belangrijk geclassificeerd worden overeenkomstig artikel 6, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1024/2013 en deel IV en artikel 147, lid 1, van Verordening (EU) nr. 468/2014 (ECB/2014/17) en ongeacht de gebruikte methode voor de berekening van hun risicogewogen posten.

Artikel 2 Definities

Artikel 2

Definities

Binnen het kader van deze verordening zijn de definities van artikel 4 van Verordening (EU) nr. 575/2013, artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1024/2013 en artikel 2 van Verordening (EU) nr. 468/2014 (ECB/2014/17) van toepassing.

Artikel 3 Artikel 178, lid 2, onder d), van Verordening (EU) nr. 575/2013: drempelwaarde voor de beoordeling van de materialiteit van een achterstallige kredietverplichting

Artikel 3

Artikel 178, lid 2, onder d), van Verordening (EU) nr. 575/2013: drempelwaarde voor de beoordeling van de materialiteit van een achterstallige kredietverplichting

1.  Binnen het kader van artikel 178, lid 2, onder d), van Verordening (EU) nr. 575/2013 moeten kredietinstellingen de materialiteit van een achterstallige kredietverplichting beoordelen tegen de volgende drempelwaarde, die twee componenten bevat:

a) 

een grens in termen van de som van alle achterstallige bedragen verschuldigd door de debiteur aan de kredietinstelling, de moederonderneming van de kredietinstelling of een van haar dochterondernemingen (hierna: de „achterstallige kredietverplichting”), gelijk aan:

i) 

voor blootstellingen met betrekking tot particulieren, tot 100 EUR;

ii) 

voor andere blootstellingen dan blootstellingen met betrekking tot particulieren, tot 500 EUR;

b) 

een grens in termen van het bedrag van de achterstallige kredietverplichting in verhouding tot het totaalbedrag van alle blootstellingen binnen de balanstelling voor de kredietinstelling, de moederonderneming van de kredietinstelling of een van haar dochterondernemingen aan deze debiteur, met uitzondering van blootstellingen in aandelen, gelijk aan 1 %.

2.  Voor kredietinstellingen die de definitie van wanbetaling vervat in artikel 178, lid 1, eerste alinea, onder a) en b), van Verordening (EU) nr. 575/2013 toepassen voor blootstellingen met betrekking tot particulieren op het niveau van een individuele kredietlijn, geldt de in lid 1 bedoelde drempelwaarde op het niveau van de individuele kredietlijn die aan de debiteur wordt verleend door de kredietinstelling, de moederonderneming of een van haar dochterondernemingen.

▼C1

3.  Wanbetaling wordt geacht zich te hebben voorgedaan wanneer beide in lid 1, onder a) en b), uiteengezette grenzen gedurende meer dan negentig opeenvolgende dagen worden overschreden.

▼B

Artikel 4 Datum van toepassing van de materialiteitsdrempel

Artikel 4

Datum van toepassing van de materialiteitsdrempel

Kredietinstellingen moeten de drempelwaarde voor de beoordeling van de materialiteit van een achterstallige kredietverplichting ten laatste op 31 december 2020 toepassen. Zij moeten de ECB voor 1 juni 2019 in kennis stellen van de exacte datum waarop zij ermee beginnen een dergelijke drempelwaarde toe te passen.

Artikel 5 Inwerkingtreding

Artikel 5

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat, overeenkomstig de Verdragen.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis