+VERORDENING (EU) 2019/1021 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 20 juni 2019 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen (herschikking) (Voor de EER relevante tekst)
---+Artikel 1 Doel en onderwerp
---+Artikel 2 Definities
---+Artikel 3 Regulering van de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik, en de lijst van stoffen
------+Artikel 3 1.
------+Artikel 3 2.
------+Artikel 3 3.
------+Artikel 3 4.
------+Artikel 3 5.
------+Artikel 3 6.
---+Artikel 4 Vrijstelling van regulerende maatregelen
------+Artikel 4 1.
------+Artikel 4 2.
------+Artikel 4 3.
------+Artikel 4 4.
---+Artikel 5 Voorraden
------+Artikel 5 1.
------+Artikel 5 2.
------+Artikel 5 3.
---+Artikel 6 Beperking van de vrijkoming, minimalisering en eliminatie
------+Artikel 6 1.
------+Artikel 6 2.
------+Artikel 6 3.
---+Artikel 7 Afvalbeheer
------+Artikel 7 1.
------+Artikel 7 2.
------+Artikel 7 3.
------+Artikel 7 4.
------+Artikel 7 5.
------+Artikel 7 6.
---+Artikel 8 Taken van het Agentschap en het Forum
------+Artikel 8 1.
------+Article 8 1a.
------+Artikel 8 2.
------+Artikel 8 3.
---+Artikel 9 Uitvoeringsplannen
------+Artikel 9 1.
------+Artikel 9 2.
------+Artikel 9 3.
------+Artikel 9 4.
---+Artikel 10 Toezicht
------+Artikel 10 1.
------+Artikel 10 2.
---+Artikel 11 Informatie-uitwisseling
------+Artikel 11 1.
------+Artikel 11 2.
------+Artikel 11 3.
---+Artikel 12 Technische bijstand
---+Artikel 13 Toezicht op de uitvoering
------+Artikel 13 1.
------+Artikel 13 2.
------+Artikel 13 3.
------+Artikel 13 4.
------+Artikel 13 5.
---+Artikel 14 Sancties
---+Artikel 15 Wijziging van de bijlagen
------+Artikel 15 1.
------+Artikel 15 2.
---+Artikel 16 Begroting van het Agentschap
------+Artikel 16 1.
------+Artikel 16 2.
---+Artikel 17 Formulieren en software voor de bekendmaking of kennisgeving van informatie
---+Artikel 18 Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
------+Artikel 18 1.
------+Artikel 18 2.
------+Artikel 18 3.
------+Artikel 18 4.
------+Artikel 18 5.
------+Artikel 18 6.
---+Artikel 19 Bevoegde instanties
---+Artikel 20 Comitéprocedure
------+Artikel 20 1.
------+Artikel 20 2.
------+Artikel 20 3.
---+Artikel 21 Intrekking
---+Artikel 21 bis Overgangsbepaling
------+Artikel 21 bis 1.
------+Artikel 21 bis 2.
---+Artikel 21ter Evaluatie
---+Artikel 22 Inwerkingtreding
---+BIJLAGE I
---+BIJLAGE II
---+BIJLAGE III
---+BIJLAGE IV
---+BIJLAGE V
---+BIJLAGE VI
---+BIJLAGE VII
|
English -
European Union -
Environment -
VERORDENING (EU) 2019/1021 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 20 juni 2019 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen (herschikking) (Voor de EER relevante tekst)
VERORDENING (EU) 2019/1021 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 20 juni 2019
betreffende persistente organische verontreinigende stoffen
(herschikking)
(Voor de EER relevante tekst)
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 1 Doel en onderwerp
|
Artikel 1
In het bijzonder rekening houdend met het voorzorgbeginsel heeft deze verordening tot doel de gezondheid van de mens en het milieu te beschermen tegen POP's door de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van stoffen die vallen onder het Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen, hierna „het verdrag” genoemd, dan wel onder het Protocol van 1998 inzake persistente organische verontreinigende stoffen bij het Verdrag van 1979 betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand, hierna „het protocol” genoemd, te verbieden, zo spoedig mogelijk geleidelijk af te schaffen of te beperken, door de vrijkoming van dergelijke stoffen te minimaliseren met het oog op het zo spoedig mogelijk elimineren ervan waar mogelijk, en door bepalingen vast te stellen betreffende afval dat geheel of gedeeltelijk uit die stoffen bestaat of daarmee verontreinigd is.
De lidstaten kunnen, waar passend, strengere vereisten opleggen dan deze waarin deze verordening voorziet, in overeenstemming met het VWEU.
|
|
Artikel 2 Definities
|
Artikel 2
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
|
1)
|
„in de handel brengen” : in de handel brengen als gedefinieerd in artikel 3, punt 12, van Verordening (EG) nr. 1907/2006;
|
|
2)
|
„voorwerp” : voorwerp als gedefinieerd in artikel 3, punt 3, van Verordening (EG) nr. 1907/2006;
|
|
3)
|
„stof” : stof als gedefinieerd in artikel 3, punt 1, van Verordening (EG) nr. 1907/2006;
|
|
4)
|
„mengsel” : mengsel als gedefinieerd in artikel 3, punt 2, van Verordening (EG) nr. 1907/2006;
|
|
5)
|
„vervaardiging” : vervaardiging als gedefinieerd in artikel 3, punt 8, van Verordening (EG) nr. 1907/2006;
|
|
6)
|
„gebruik” : gebruik als gedefinieerd in artikel 3, punt 24, van Verordening (EG) nr. 1907/2006;
|
|
7)
|
„invoer” : invoer als gedefinieerd in artikel 3, punt 10, van Verordening (EG) nr. 1907/2006;
|
|
8)
|
„afvalstof” of „afval” : afvalstof als gedefinieerd in artikel 3, punt 1, van Richtlijn 2008/98/EG;
|
|
9)
|
„verwijdering” : verwijdering als gedefinieerd in artikel 3, punt 19, van Richtlijn 2008/98/EG;
|
|
10)
|
„nuttige toepassing” : nuttige toepassing als gedefinieerd in artikel 3, punt 15, van Richtlijn 2008/98/EG;
|
|
11)
|
„tussenproduct in een tot de locatie beperkt gesloten systeem” : een stof die wordt vervaardigd in en verbruikt bij of gebruikt voor chemische verwerking om in een andere stof te worden omgezet („synthese”), waarbij de vervaardiging van het tussenproduct en de synthese van een of meer andere stoffen uit dit tussenproduct op dezelfde locatie worden uitgevoerd, en wel door een of meer rechtspersonen en onder strikt gecontroleerde voorwaarden, wat inhoudt dat zij gedurende haar hele levenscyclus met technische middelen strikt wordt ingeperkt;
|
|
12)
|
„onopzettelijke sporenverontreiniging” : een incidenteel voorkomende minimale concentratie van een stof, laag genoeg om betekenisvol gebruik van de stof uit te sluiten, maar hoog genoeg om te worden gedetecteerd door bestaande detectiemethoden die controle en handhaving mogelijk maken;
|
|
13)
|
„voorraad” : een door de houder aangelegde voorraad stoffen, mengsels of voorwerpen die geheel of gedeeltelijk uit een in bijlage I of II vermelde stof bestaat;
|
|
|
Artikel 3 Regulering van de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik, en de lijst van stoffen
|
|
|
Artikel 4 Vrijstelling van regulerende maatregelen
|
|
|
Artikel 5 Voorraden
|
|
|
Artikel 6 Beperking van de vrijkoming, minimalisering en eliminatie
|
|
|
Artikel 7 Afvalbeheer
|
|
|
Artikel 8 Taken van het Agentschap en het Forum
|
|
|
Artikel 9 Uitvoeringsplannen
|
|
|
Artikel 10 Toezicht
|
|
|
Artikel 11 Informatie-uitwisseling
|
|
|
Artikel 12 Technische bijstand
|
Artikel 12
Overeenkomstig de artikelen 12 en 13 van het verdrag werken de Commissie en de lidstaten samen om ontwikkelingslanden en landen met een overgangseconomie afdoende en tijdige technische en financiële bijstand te verlenen, teneinde hen desgevraagd en binnen het kader van de beschikbare middelen en rekening houdend met hun specifieke behoeften, bij te staan bij de ontwikkeling en verbetering van hun mogelijkheden om te voldoen aan hun verplichtingen krachtens het verdrag. Dergelijke steun kan ook worden verstrekt via krachtens het verdrag vastgestelde regionale centra, niet-gouvernementele organisaties of het Agentschap.
|
|
Artikel 13 Toezicht op de uitvoering
|
|
|
Artikel 14 Sancties
|
Artikel 14
De lidstaten stellen voorschriften vast ten aanzien van sancties die van toepassing zijn op overtredingen van deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze sancties worden uitgevoerd. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. Lidstaten die de Commissie vóór de inwerkingtreding van deze verordening nog niet van die voorschriften en maatregelen in kennis hebben gesteld, doen dat uiterlijk op 16 juli 2020 en delen haar onverwijld alle latere wijzigingen daarvan mede.
|
|
Artikel 15 Wijziging van de bijlagen
|
|
|
Artikel 16 Begroting van het Agentschap
|
|
|
Artikel 17 Formulieren en software voor de bekendmaking of kennisgeving van informatie
|
Artikel 17
Formulieren en software voor de bekendmaking of kennisgeving van informatie
Het Agentschap ontwikkelt in samenwerking met de lidstaten formulieren en software voor de bekendmaking of kennisgeving van gegevens door lidstaten overeenkomstig deze verordening, en stelt deze kosteloos beschikbaar op zijn website. Wat verzamelingen van en diensten voor ruimtelijke gegevens betreft, stellen de lidstaten en het Agentschap de formulieren op in overeenstemming met de eisen van Richtlijn 2007/2/EG. De lidstaten en andere onder deze verordening vallende partijen gebruiken die formulieren en software voor het beheer of de uitwisseling van gegevens met het Agentschap.
|
|
Artikel 18 Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
|
|
|
Artikel 19 Bevoegde instanties
|
Artikel 19
Elke lidstaat wijst een of meer bevoegde instantie of instanties aan die verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van voor deze verordening noodzakelijke beheerstaken en handhaving. Hij stelt de Commissie uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening van deze aanwijzing in kennis, tenzij hij dit reeds heeft gedaan vóór de inwerkingtreding van deze verordening, en stelt de Commissie ook van elke wijziging van een aangewezen bevoegde instantie in kennis.
|
|
Artikel 20 Comitéprocedure
|
|
|
Artikel 21 Intrekking
|
Artikel 21
Verordening (EG) nr. 850/2004 wordt ingetrokken.
Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage VII.
|
|
Artikel 21 bis Overgangsbepaling
|
|
|
Artikel 21ter Evaluatie
|
Artikel 21 ter
Rekening houdend met eventuele ontwikkelingen in de regelgeving met betrekking tot de staat van de middelen en de governance van de wetenschappelijke comités van het Europees Agentschap voor chemische stoffen, monitort de Commissie de situatie met betrekking tot de taken, werklast en bevoegdheden van de wetenschappelijke comités en dient zij indien passend een wetgevingsvoorstel in om deze verordening dienovereenkomstig te wijzigen.
|
|
Artikel 22 Inwerkingtreding
|
Artikel 22
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
|
|
BIJLAGE I
|
BIJLAGE I
Deel A
Stoffen die in het verdrag en in het protocol zijn opgenomen en stoffen die uitsluitend in het verdrag zijn opgenomen
|
Stof
|
CAS-nr.
|
EG-nr.
|
Specifieke vrijstelling voor gebruik als tussenproduct of andere specificatie
|
|
Tetrabroomdifenylether
C12H6Br4O
|
40088-47-9 en andere
|
254-787-2 en andere
|
1. In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, onder b), van toepassing op concentraties tetrabroomdifenylether van ten hoogste 10 mg/kg (0,001 massaprocent) wanneer de stof voorkomt in stoffen.
►M16
2. In verband met de vermeldingen betreffende tetra-, penta-, hexa-, hepta- en decaBDE is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op de volgende som van de concentraties van die stoffen: a) 10 mg/kg bij de inwerkingtreding van deze verordening wanneer zij voorkomen in mengsels of voorwerpen, met uitzondering van materialen die met levensmiddelen in contact komen en onder Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad (10) vallen; b) in afwijking van punt a), 500 mg/kg bij de inwerkingtreding van deze verordening, 350 mg/kg vanaf 30 december 2025 en 200 mg/kg vanaf 30 december 2027 wanneer zij voorkomen in mengsels of voorwerpen die tetra-, penta-, hexa-, hepta- of decaBDE-houdende teruggewonnen materialen bevatten of ervan zijn vervaardigd, met uitzondering van materialen die met levensmiddelen in contact komen en onder Verordening (EG) nr. 1935/2004 vallen; c) in afwijking van punt a), 500 mg/kg bij de inwerkingtreding van deze verordening, 350 mg/kg vanaf 30 december 2025 en 10 mg/kg vanaf 17 mei 2027 wanneer zij voorkomen in speelgoed dat valt onder Richtlijn 2009/48/EG van het Europees Parlement en de Raad (11), of in elk product ter ondersteuning van het zitten, de slaap, de relaxatie, de hygiëne, de verschoning en algemene lichaamsverzorging, de voeding, het zuigen, het vervoer en de bescherming van kinderen, dat tetra-, penta-, hexa-, hepta- of decaBDE-houdende teruggewonnen materialen bevat of ervan is vervaardigd, met uitzondering van materialen die met levensmiddelen in contact komen en onder Verordening (EG) nr. 1935/2004 vallen. ◄
3. In afwijking hiervan zijn de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van de volgende voorwerpen toegestaan: elektrische en elektronische apparatuur die onder Richtlijn 2011/65/EU van het Europees Parlement en de Raad (1) valt. 4. Het gebruik van voorwerpen met tetrabroomdifenylether als bestanddeel die al in de Unie in gebruik waren vóór 25 augustus 2010 is toegestaan. Op zulke voorwerpen is artikel 4, lid 2, derde en vierde alinea, van toepassing.
|
|
Pentabroomdifenylether
C12H5Br5O
|
32534-81-9 en andere
|
251-084-2 en andere
|
1. In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, onder b), van toepassing op concentraties pentabroomdifenylether van ten hoogste 10 mg/kg (0,001 massaprocent) wanneer het voorkomt in stoffen.
►M16
2. In verband met de vermeldingen betreffende tetra-, penta-, hexa-, hepta- en decaBDE is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op de volgende som van de concentraties van die stoffen: a) 10 mg/kg bij de inwerkingtreding van deze verordening wanneer zij voorkomen in mengsels of voorwerpen, met uitzondering van materialen die met levensmiddelen in contact komen en onder Verordening (EG) nr. 1935/2004 vallen; b) in afwijking van punt a), 500 mg/kg bij de inwerkingtreding van deze verordening, 350 mg/kg vanaf 30 december 2025 en 200 mg/kg vanaf 30 december 2027 wanneer zij voorkomen in mengsels of voorwerpen die tetra-, penta-, hexa-, hepta- of decaBDE-houdende teruggewonnen materialen bevatten of ervan zijn vervaardigd, met uitzondering van materialen die met levensmiddelen in contact komen en onder Verordening (EG) nr. 1935/2004 vallen; c) in afwijking van punt a), 500 mg/kg bij de inwerkingtreding van deze verordening, 350 mg/kg vanaf 30 december 2025 en 10 mg/kg vanaf 17 mei 2027 wanneer zij voorkomen in speelgoed dat valt onder Richtlijn 2009/48/EG, of in elk product ter ondersteuning van het zitten, de slaap, de relaxatie, de hygiëne, de verschoning en algemene lichaamsverzorging, de voeding, het zuigen, het vervoer en de bescherming van kinderen, dat tetra-, penta-, hexa-, hepta- of decaBDE-houdende teruggewonnen materialen bevat of ervan is vervaardigd, met uitzondering van materialen die met levensmiddelen in contact komen en onder Verordening (EG) nr. 1935/2004 vallen. ◄
3. In afwijking hiervan zijn de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van de volgende voorwerpen toegestaan: elektrische en elektronische apparatuur die onder Richtlijn 2011/65/EU valt. 4. Het gebruik van voorwerpen met pentabroomdifenylether als bestanddeel die al in de Unie in gebruik waren vóór 25 augustus 2010 is toegestaan. Op zulke voorwerpen is artikel 4, lid 2, derde en vierde alinea, van toepassing.
|
|
Hexabroomdifenylether
C12H4Br6O
|
36483-60-0 en andere
|
253-058-6 en andere
|
1. In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, onder b), van toepassing op concentraties hexabroomdifenylether van ten hoogste 10 mg/kg (0,001 massaprocent) wanneer deze voorkomt in stoffen.
►M16
2. In verband met de vermeldingen betreffende tetra-, penta-, hexa-, hepta- en decaBDE is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op de volgende som van de concentraties van die stoffen: a) 10 mg/kg bij de inwerkingtreding van deze verordening wanneer zij voorkomen in mengsels of voorwerpen, met uitzondering van materialen die met levensmiddelen in contact komen en onder Verordening (EG) nr. 1935/2004 vallen; b) in afwijking van punt a), 500 mg/kg bij de inwerkingtreding van deze verordening, 350 mg/kg vanaf 30 december 2025 en 200 mg/kg vanaf 30 december 2027 wanneer zij voorkomen in mengsels of voorwerpen die tetra-, penta-, hexa-, hepta- of decaBDE-houdende teruggewonnen materialen bevatten of ervan zijn vervaardigd, met uitzondering van materialen die met levensmiddelen in contact komen en onder Verordening (EG) nr. 1935/2004 vallen; c) in afwijking van punt a), 500 mg/kg bij de inwerkingtreding van deze verordening, 350 mg/kg vanaf 30 december 2025 en 10 mg/kg vanaf 17 mei 2027 wanneer zij voorkomen in speelgoed dat valt onder Richtlijn 2009/48/EG, of in elk product ter ondersteuning van het zitten, de slaap, de relaxatie, de hygiëne, de verschoning en algemene lichaamsverzorging, de voeding, het zuigen, het vervoer en de bescherming van kinderen, dat tetra-, penta-, hexa-, hepta- of decaBDE-houdende teruggewonnen materialen bevat of ervan is vervaardigd, met uitzondering van materialen die met levensmiddelen in contact komen en onder Verordening (EG) nr. 1935/2004 vallen. ◄
3. In afwijking hiervan zijn de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van de volgende voorwerpen toegestaan: elektrische en elektronische apparatuur die onder Richtlijn 2011/65/EU valt. 4. Het gebruik van voorwerpen met hexabroomdifenylether als bestanddeel die al in de Unie in gebruik waren vóór 25 augustus 2010 is toegestaan. Op zulke voorwerpen is artikel 4, lid 2, derde en vierde alinea, van toepassing.
|
|
Heptabroomdifenylether
C12H3Br7O
|
68928-80-3 en andere
|
273-031-2 en andere
|
1. In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, onder b), van toepassing op concentraties heptabroomdifenylether van ten hoogste 10 mg/kg (0,001 massaprocent) wanneer deze voorkomt in stoffen.
►M16
2. In verband met de vermeldingen betreffende tetra-, penta-, hexa-, hepta- en decaBDE is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op de volgende som van de concentraties van die stoffen: a) 10 mg/kg bij de inwerkingtreding van deze verordening wanneer zij voorkomen in mengsels of voorwerpen, met uitzondering van materialen die met levensmiddelen in contact komen en onder Verordening (EG) nr. 1935/2004 vallen; b) in afwijking van punt a), 500 mg/kg bij de inwerkingtreding van deze verordening, 350 mg/kg vanaf 30 december 2025 en 200 mg/kg vanaf 30 december 2027 wanneer zij voorkomen in mengsels of voorwerpen die tetra-, penta-, hexa-, hepta- of decaBDE-houdende teruggewonnen materialen bevatten of ervan zijn vervaardigd, met uitzondering van materialen die met levensmiddelen in contact komen en onder Verordening (EG) nr. 1935/2004 vallen; c) in afwijking van punt a), 500 mg/kg bij de inwerkingtreding van deze verordening, 350 mg/kg vanaf 30 december 2025 en 10 mg/kg vanaf 17 mei 2027 wanneer zij voorkomen in speelgoed dat valt onder Richtlijn 2009/48/EG, of in elk product ter ondersteuning van het zitten, de slaap, de relaxatie, de hygiëne, de verschoning en algemene lichaamsverzorging, de voeding, het zuigen, het vervoer en de bescherming van kinderen, dat tetra-, penta-, hexa-, hepta- of decaBDE-houdende teruggewonnen materialen bevat of ervan is vervaardigd, met uitzondering van materialen die met levensmiddelen in contact komen en die onder Verordening (EG) nr. 1935/2004 vallen. ◄
3. In afwijking hiervan zijn de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van de volgende voorwerpen toegestaan: elektrische en elektronische apparatuur die onder Richtlijn 2011/65/EU valt. 4. Het gebruik van voorwerpen met heptabroomdifenylether als bestanddeel die al in de Unie in gebruik waren vóór 25 augustus 2010 is toegestaan. Op zulke voorwerpen is artikel 4, lid 2, derde en vierde alinea, van toepassing.
|
|
Bis(pentabroomfenyl)ether (decabroomdifenylether; decaBDE)
|
1163-19-5
|
214-604-9
|
1. In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, onder b), van toepassing op concentraties decaBDE van ten hoogste 10 mg/kg (0,001 massaprocent) wanneer het voorkomt in stoffen.
►M16
2. In verband met de vermeldingen betreffende tetra-, penta-, hexa-, hepta- en decaBDE is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op de volgende som van de concentraties van die stoffen: a) 10 mg/kg bij de inwerkingtreding van deze verordening wanneer zij voorkomen in mengsels of voorwerpen, met uitzondering van materialen die met levensmiddelen in contact komen en onder Verordening (EG) nr. 1935/2004 vallen; b) in afwijking van punt a), 500 mg/kg bij de inwerkingtreding van deze verordening, 350 mg/kg vanaf 30 december 2025 en 200 mg/kg vanaf 30 december 2027 wanneer zij voorkomen in mengsels of voorwerpen die tetra-, penta-, hexa-, hepta- of decaBDE-houdende teruggewonnen materialen bevatten of ervan zijn vervaardigd, met uitzondering van materialen die met levensmiddelen in contact komen en onder Verordening (EG) nr. 1935/2004 vallen; c) in afwijking van punt a), 500 mg/kg bij de inwerkingtreding van deze verordening, 350 mg/kg vanaf 30 december 2025 en 10 mg/kg vanaf 17 mei 2027 wanneer zij voorkomen in speelgoed dat valt onder Richtlijn 2009/48/EG, of in elk product ter ondersteuning van het zitten, de slaap, de relaxatie, de hygiëne, de verschoning en algemene lichaamsverzorging, de voeding, het zuigen, het vervoer en de bescherming van kinderen, dat tetra-, penta-, hexa-, hepta- of decaBDE-houdende teruggewonnen materialen bevat of ervan is vervaardigd, met uitzondering van materialen die met levensmiddelen in contact komen en onder Verordening (EG) nr. 1935/2004 vallen. ◄
3. In afwijking hiervan zijn de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van decaBDE toegestaan voor de volgende doeleinden, op voorwaarde dat de lidstaten uiterlijk in december 2019 overeenkomstig het verdrag aan de Commissie verslag uitbrengen: a) bij de vervaardiging van een luchtvaartuig waarvoor vóór 2 maart 2019 typegoedkeuring werd aangevraagd en vóór december 2022 werd verkregen, tot 18 december 2023, of, indien de voortdurende behoefte gerechtvaardigd is, tot 2 maart 2027; b) bij de vervaardiging van reserveonderdelen voor: i) een luchtvaartuig waarvoor vóór 2 maart 2019 typegoedkeuring werd aangevraagd en vóór december 2022 werd verkregen, dat vóór 18 december 2023, of, indien de voortdurende behoefte gerechtvaardigd is, vóór 2 maart 2027 werd geproduceerd, tot het einde van de levensduur van dat luchtvaartuig; ii) binnen de werkingssfeer van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (2) vallende motorvoertuigen, die vóór 15 juli 2019 werden geproduceerd, tot 2036, of, indien dat vroeger valt, tot het einde van de levensduur van die motorvoertuigen; c) elektrische en elektronische apparatuur die onder Richtlijn 2011/65/EU valt. 4. De specifieke vrijstellingen voor reserveonderdelen voor gebruik in de in punt 3, onder b), ii), bedoelde motorvoertuigen zijn van toepassing op de vervaardiging en het gebruik van commercieel decaBDE dat onder een of meer van de volgende categorieën valt: a) aandrijflijn en voorzieningen onder de motorkap, zoals massakabels van de accu, interconnectiekabels van de accu, buizen van de klimaatregelingsapparatuur, aandrijflijn, bussen van het uitlaatspruitstuk, isolatie onder de motorkap, kabels en kabelboom onder de motorkap (bekabeling van de motor enz.), snelheidssensoren, slangen, ventilatormodules en klopsensoren; b) voorzieningen van het brandstofsysteem zoals brandstofslangen en al dan niet aan de onderzijde van de carrosserie bevestigde brandstoftanks; c) pyrotechnische voorzieningen en voorzieningen die daardoor worden beïnvloed, zoals ontstekingskabels van de airbags, stoelhoezen/-bekleding (alleen voor zover relevant met het oog op de airbags) en airbags (frontaal en lateraal). 5. Het gebruik van voorwerpen met decaBDE als bestanddeel die al in de Unie in gebruik waren vóór 15 juli 2019 is toegestaan. Op zulke voorwerpen is artikel 4, lid 2, derde en vierde alinea, van toepassing. 6. Onverminderd de toepassing van andere EU-bepalingen inzake de indeling, verpakking en etikettering van stoffen en mengsels, zijn voorwerpen waarin decaBDE zijn gebruikt gedurende de gehele levenscyclus identificeerbaar door middel van etikettering of andere middelen.
►C1
7. Het in de handel brengen en het gebruik van voorwerpen met decaBDE als bestanddeel die voor de toepassing van de specifieke vrijstellingen in punt 3 worden ingevoerd, is toegestaan tot het verstrijken van die vrijstellingen. Punt 6 is van toepassing alsof deze voorwerpen in overeenstemming met de vrijstelling van punt 3 zijn geproduceerd. Als zulke voorwerpen al in gebruik waren op de datum waarop de desbetreffende vrijstelling is verstreken, mogen zij verder worden gebruikt. ◄
8. Voor de toepassing van deze vermelding wordt onder „luchtvaartuig” verstaan: a) een burgerluchtvaartuig dat is geproduceerd overeenkomstig een typecertificaat afgegeven krachtens Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (3), of overeenkomstig de goedkeuring van een ontwerp die is afgegeven krachtens de nationale regelgeving van een verdragsluitende staat van de ICAO, of waarvoor een bewijs van luchtwaardigheid is afgegeven door een verdragsluitende staat van de ICAO krachtens bijlage 8 bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart; b) een militair luchtvaartuig.
|
|
►M12
Perfluoroctaansulfonzuur (PFOS), zouten daarvan en aanverwante verbindingen C8F17SO2X (X = OH, metaalzout (O-M+), halogenide, amide en andere aanverwante verbindingen inclusief polymeren) ◄
|
1763-23-1
2795-39-3
29457-72-5
29081-56-9
70225-14-8
56773-42-3
251099-16-8
4151-50-2
31506-32-8
1691-99-2
24448-09-7
307-35-7 en andere
|
217-179-8
220-527-1
249-644-6
249-415-0
274-460-8
260-375-3
223-980-3
250-665-8
216-887-4
246-262-1
206-200-6 en andere
|
►M12
1. In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op concentraties PFOS of zouten daarvan van ten hoogste 0,025 mg/kg (0,0000025 massaprocent) wanneer deze voorkomen in stoffen, mengsels of voorwerpen. ◄
►M12
2. In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op de som van concentraties van alle aan PFOS verwante verbindingen van ten hoogste 1 mg/kg (0,0001 massaprocent) wanneer deze voorkomen in stoffen, mengsels of voorwerpen. ◄
3. Het gebruik van voorwerpen met PFOS als bestanddeel die al in de Unie in gebruik waren vóór 25 augustus 2010, is toegestaan. Op zulke voorwerpen is artikel 4, lid 2, derde en vierde alinea, van toepassing.
►M12
4. Als de in het milieu vrijkomende hoeveelheid tot een minimum wordt beperkt, worden de vervaardiging en het in de handel brengen voor het gebruik als nevelonderdrukker voor niet-decoratieve hardverchroming met chroom (VI) in systemen met gesloten cyclus toegestaan tot en met 7 september 2025. Op voorwaarde dat de lidstaten waar PFOS wordt gebruikt, uiterlijk op 7 september 2024 bij de Commissie verslag uitbrengen over de vorderingen bij de eliminatie van PFOS en de voortdurende behoefte aan dit gebruik rechtvaardigen, onderzoekt de Commissie uiterlijk op 7 september 2025 de noodzaak van een verlenging van de afwijking voor dit gebruik van PFOS voor maximaal vijf jaar. Wanneer een dergelijke uitzondering betrekking heeft op de productie of het gebruik in een installatie die valt binnen de werkingssfeer van Richtlijn 2008/1/EG van het Europees Parlement en de Raad (4), zijn de relevante beste beschikbare technieken voor de preventie en minimalisering van de uitstoot van PFOS van toepassing, die worden beschreven in de door de Commissie krachtens artikel 17, lid 2, tweede alinea, van Richtlijn 2008/1/EG gepubliceerde informatie.
►M2
Zodra nieuwe informatie beschikbaar komt met nadere bijzonderheden over het gebruik en veiliger alternatieve stoffen of technologieën, evalueert de Commissie de in de tweede alinea genoemde uitzondering, zodat: a) het gebruik van PFOS geleidelijk wordt uitgebannen zodra het gebruik van veiliger alternatieven technisch en economisch haalbaar is; b) een uitzondering alleen nog kan blijven gelden voor essentiële toepassingen waarvoor geen veiliger alternatieven bestaan, op voorwaarde dat verslag is uitgebracht over de inspanningen die zijn gedaan om veiliger alternatieven te vinden; c) de vrijkoming van PFOS in het milieu door toepassing van de beste beschikbare technieken tot een minimum is beperkt. ◄
◄
►M12
5. Zodra door het Europees Comité voor Normalisatie (CEN) normen worden vastgesteld, worden deze als analysemethoden gebruikt om aan te tonen dat stoffen, mengsels en voorwerpen aan de punten 1 en 2 voldoen. Als alternatief voor de CEN-normen kunnen ook andere analysemethoden worden gebruikt indien de gebruiker kan bewijzen dat deze gelijkwaardig zijn. ◄
|
|
DDT (1,1,1-trichloor-2,2-bis(4-chloorfenyl)ethaan)
|
50-29-3
|
200-024-3
|
—
|
|
Chloordaan
|
57-74-9
|
200-349-0
|
—
|
|
Hexachloorcyclohexanen, inclusief lindaan
|
58-89-9
|
200-401-2
|
—
|
|
319-84-6
|
206-270-8
|
|
319-85-7
|
206-271-3
|
|
608-73-1
|
210-168-9
|
|
Dieldrin
|
60-57-1
|
200-484-5
|
—
|
|
Endrin
|
72-20-8
|
200-775-7
|
—
|
|
Heptachloor
|
76-44-8
|
200-962-3
|
—
|
|
Endosulfan
|
115-29-7
959-98-8
33213-65-9
|
204-079-4
|
1. Voorwerpen met endosulfan als bestanddeel die al in gebruik waren vóór of op 10 juli 2012, mogen in de handel gebracht en gebruikt worden.
2. Artikel 4, lid 2, derde en vierde alinea, is van toepassing op de in punt 1 bedoelde voorwerpen.
|
|
Hexachloorbenzeen
|
118-74-1
|
204-273-9
|
►M6
In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op concentraties hexachloorbenzeen van ten hoogste 10 mg/kg (0,001 massaprocent) wanneer de stof in stoffen, mengsels of voorwerpen voorkomt. ◄
|
|
Chloordecon
|
143-50-0
|
205-601-3
|
—
|
|
Aldrin
|
309-00-2
|
206-215-8
|
—
|
|
Pentachloorbenzeen
|
608-93-5
|
210-172-0
|
—
|
|
Polychloorbifenylen (pcb's)
|
1336-36-3 en andere
|
215-648-1 en andere
|
Onverminderd Richtlijn 96/59/EG mogen voorwerpen die ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening al in gebruik zijn, worden gebruikt.
De lidstaten moeten apparatuur (bv. transformatoren, condensatoren of andere apparatuur die vloeistoffen bevatten) die meer dan 0,005 % pcb's en een volume van meer dan 0,05 dm3 bevat zo spoedig mogelijk maar uiterlijk op 31 december 2025 identificeren en uit gebruik nemen.
|
|
Mirex
|
2385-85-5
|
219-196-6
|
—
|
|
Toxafeen
|
8001-35-2
|
232-283-3
|
—
|
|
Hexabroombifenyl
|
36355-01-8
|
252-994-2
|
—
|
|
►C1
Hexabroom-cyclododecaan ◄
„Hexabroomcyclo-dodecaan” omvat: hexabroomcyclododecaan, 1,2,5,6,9,10-hexabroomcyclododecaan en zijn voornaamste diastereo-isomeren: α-hexabroomcyclododecaan, β-hexabroomcyclododecaan, en γ-hexabroomcyclododecaan
|
25637-99-4,
3194-55-6,
134237-50-6,
134237-51-7,
134237-52-8
|
247-148-4,
221-695-9
|
►M10
1. Voor de toepassing van deze vermelding is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op concentraties hexabroomcyclododecaan van ten hoogste 75 mg/kg (0,0075 massaprocent) wanneer de stof voorkomt in stoffen, mengsels of voorwerpen of als bestanddeel van de brandvertraagde voorwerpen. Voor het gebruik van gerecycleerd polystyreen bij de productie van EPS- en XPS-isolatiemateriaal voor gebruik in gebouwen of civieltechnische werken, is punt b) van toepassing op concentraties hexabroomcyclododecaan van ten hoogste 100 mg/kg (0,01 massaprocent). De in dit punt 1 bedoelde vrijstellingen worden uiterlijk op 1 januari 2026 beoordeeld en herzien door de Commissie. ◄
2. Voorwerpen van geëxpandeerd polystyreen met hexabroomcyclododecaan als bestanddeel die al in gebruik waren in gebouwen vóór 21 februari 2018 overeenkomstig Verordening (EU) 2016/293 van de Commissie (5) en Uitvoeringsbesluit 2016/C 12/06 van de Commissie (6), en voorwerpen van geëxtrudeerd polystyreen met hexabroomcyclododecaan als bestanddeel die al in gebruik waren in gebouwen vóór 23 juni 2016, mogen verder worden gebruikt. Op dergelijke voorwerpen is artikel 4, lid 2, derde en vierde alinea, van toepassing. 3. Onverminderd de toepassing van andere EU-bepalingen inzake de indeling, verpakking en etikettering van stoffen en mengsels, is geëxpandeerd polystyreen dat na 23 maart 2016 in de handel is gebracht en waarin hexabroomcyclododecaan werd gebruikt, gedurende de gehele levenscyclus identificeerbaar door middel van etikettering of andere middelen.
|
|
Hexachloorbutadieen
|
87-68-3
|
201-765-5
|
1. Voorwerpen met hexachloorbutadieen als bestanddeel die vóór of op 10 juli 2012 al in gebruik waren, mogen in de handel gebracht en gebruikt worden.
2. Artikel 4, lid 2, derde en vierde alinea, is van toepassing op de in punt 1 bedoelde voorwerpen.
|
|
Pentachloorfenol en de zouten en esters daarvan
|
87-86-5 en andere
|
201-778-6 en andere
|
►M5
In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, onder b), van toepassing op concentraties van pentachloorfenol en zouten en esters daarvan van ten hoogste 5 mg/kg (0,0005 gewichtsprocent) wanneer deze voorkomen in stoffen, mengsels of voorwerpen. ◄
|
|
Polychloornaftalenen (7)
|
70776-03-3 en andere
|
274-864-4 en andere
|
1. Voorwerpen met polychloornaftaleen als bestanddeel die vóór of op 10 juli 2012 al in gebruik waren, mogen in de handel gebracht en gebruikt worden.
2. Artikel 4, lid 2, derde en vierde alinea, is van toepassing op de in punt 1 bedoelde voorwerpen.
|
|
Alkanen, C10-C13, chloor (gechloreerde paraffinen met een korte keten) (SCCP's)
|
85535-84-8 en andere
|
287-476-5
|
1. In afwijking hiervan zijn de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van stoffen of mengsels met SCCP's als bestanddeel in concentraties van minder dan 1 gewichtspercent of voorwerpen met SCCP's als bestanddeel in concentraties van minder dan 0,15 gewichtspercent toegestaan.
2. Het gebruik wordt toegestaan van:
a) transportbanden in de mijnbouwindustrie en afdichtingsrubbers van waterkeringen met SCCP's als bestanddeel die vóór of op 4 december 2015 al in gebruik waren, en
b) andere dan de onder a) bedoelde voorwerpen met SCCP's als bestanddeel die vóór of op 10 juli 2012 al in gebruik waren.
3. Artikel 4, lid 2, derde en vierde alinea, is van toepassing op de in punt 2 bedoelde voorwerpen.
|
|
▼M1
|
|
Perfluoroctaanzuur (PFOA), zouten daarvan en aanverwante verbindingen
Perfluoroctaanzuur (PFOA), zouten daarvan en aanverwante verbindingen:
i) perfluoroctaanzuur, met inbegrip van vertakte isomeren daarvan;
ii) de zouten daarvan;
iii) aanverwante verbindingen die voor de toepassing van het verdrag stoffen zijn die worden omgezet in PFOA, met inbegrip van alle stoffen (waaronder zouten en polymeren) die een lineaire of vertakte perfluoroheptylgroep met het (C7F15)C-gedeelte hebben als een van de structurele elementen.
De volgende verbindingen zijn geen aanverwante verbindingen:
i) C8F17-X, waar X = F, Cl, Br;
ii) fluoropolymeren die behoren tot CF3[CF2]n-R”, waar R’= eender welke groep, n > 16;
iii) perfluoralkylcarbonzuren (met inbegrip van zouten, esters, halogeniden en anhydriden) met ≥ 8 geperfluoreerde koolstof;
iv) perfluoralkaansulfonzuren en perfluorfosfonzuren (met inbegrip van zouten, esters, halogeniden en anhydriden) met ≥ 9 geperfluoreerde koolstof;
v)
►M13
perfluoroctaansulfonzuur (PFOS), zouten daarvan en aanverwante verbindingen, zoals opgenomen in deze bijlage. ◄
|
335-67-1 en andere
|
206-397-9 en andere
|
1. In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, onder b), van toepassing op concentraties PFOA of zouten daarvan van ten hoogste 0,025 mg/kg (0,0000025 massaprocent) wanneer deze voorkomen in stoffen, mengsels of voorwerpen. 2. In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, onder b), van toepassing op concentraties afzonderlijke aanverwante verbindingen of een combinatie van aanverwante verbindingen van ten hoogste 1 mg/kg (0,0001 massaprocent) wanneer deze voorkomen in stoffen, mengsels of voorwerpen.
►M4
3. In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, onder b), van toepassing op concentraties aanverwante verbindingen van ten hoogste 20 mg/kg (0,002 massaprocent) wanneer deze voorkomen in een stof die moet worden gebruikt als een vervoerd geïsoleerd tussenproduct in de zin van artikel 3, punt 15, onder c), van Verordening (EG) nr. 1907/2006 en die voldoet aan de strikt gecontroleerde voorwaarden van artikel 18, lid 4, onder a) tot en met f), van die verordening voor de productie van fluorchemicaliën met een perfluorkoolstofketen van ten hoogste zes atomen. ◄
►M13
►M8
De Commissie evalueert en beoordeelt deze vrijstelling uiterlijk op 25 augustus 2023. ◄
◄
►M8
4. In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, punt b), tot en met 18 augustus 2023 van toepassing op concentraties PFOA en zouten daarvan van ten hoogste 1 mg/kg (0,0001 massaprocent) wanneer deze voorkomen in polytetrafluorethyleenmicropoeder (PTFE-micropoeder) die wordt geproduceerd door ioniserende doorstraling of door thermische afbraak, of in mengsels en voorwerpen voor industrieel en professioneel gebruik die PTFE-micropoeders bevatten. Alle PFOA-uitstoot tijdens de vervaardiging en het gebruik van PTFE-micropoeder moeten worden vermeden en, indien niet mogelijk, zo veel mogelijk worden beperkt. De grenswaarde van 1 mg/kg (0,0001 massaprocent) is alleen van toepassing op de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van PFOA en zouten daarvan wanneer zij voorkomen in PTFE-micropoeders die worden vervoerd of worden behandeld om de concentratie van PFOA en zouten daarvan te verlagen tot onder de grenswaarde van 0,025 mg/kg (0,0000025 % massaprocent). ◄
►M13
4 bis. In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op concentraties PFOA of zouten daarvan van ten hoogste 1 mg/kg (0,0001 massaprocent) en op concentraties afzonderlijke aanverwante verbindingen of een combinatie van aanverwante verbindingen van ten hoogste 10 mg/kg (0,001 massaprocent) wanneer deze voorkomen in blusschuim voor de bestrijding van dampen van vloeibare brandstoffen en branden van vloeibare brandstoffen (branden van klasse B), dat al in geïnstalleerde installaties aanwezig is. Deze grenswaarde geldt tot en met 3 augustus 2028. 4 ter. In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op de som van de concentratie van PFOA, zouten daarvan en aanverwante verbindingen van ten hoogste 10 mg/kg (0,001 massaprocent) wanneer zij voorkomen in fluorvrij blusschuim en afkomstig zijn van brandbestrijdingsapparatuur die volgens de beste beschikbare technieken is gereinigd. ◄
5. In afwijking hiervan zijn de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van PFOA, zouten daarvan en aanverwante verbindingen toegestaan voor de volgende toepassingen: a) fotolithografische of etsprocessen bij de vervaardiging van halfgeleiders, tot en met 4 juli 2025; b) fotografische coatings voor films, tot en met 4 juli 2025; c) olie- en waterafstotend textiel voor de bescherming van werknemers tegen gevaarlijke vloeistoffen die risico’s voor hun gezondheid en veiligheid inhouden, tot en met 4 juli 2023; d) invasieve en implanteerbare medische hulpmiddelen, tot en met 4 juli 2025.
►M8
e) vervaardiging van polytetrafluorethyleen (PTFE) en polyvinylideenfluoride (PVDF) voor de vervaardiging van: i) hoogwaardige, corrosiebestendige en gasfiltermembranen, waterfiltermembranen en membranen voor medisch textiel, ii) warmtewisselaar op basis van industriële afvalstoffen, iii) industriële afdichtingsmiddelen die het weglekken van vluchtige organische stoffen en PM2.5-deeltjes kunnen voorkomen, tot en met 4 juli 2023. ◄
6. In afwijking hiervan zijn het gebruik van PFOA, zouten daarvan en aanverwante verbindingen toegestaan in blusschuim voor de bestrijding van dampen van vloeibare brandstoffen en branden van vloeibare brandstoffen (branden van klasse B), dat al in geïnstalleerde, zowel mobiele als vaste, installaties aanwezig is, tot en met
►M13
3 december 2025 ◄ , met inachtneming van de volgende voorwaarden: a) blusschuim dat PFOA, zouten daarvan en/of aanverwante verbindingen bevat of kan bevatten, wordt niet voor opleidingsdoeleinden gebruikt; b) blusschuim dat PFOA, zouten daarvan en/of aanverwante verbindingen bevat of kan bevatten, wordt niet voor testdoeleinden gebruikt, tenzij alle vrijgekomen stoffen worden opgevangen; c) vanaf 1 januari 2023 wordt het gebruik van blusschuim dat PFOA, zouten daarvan en/of aanverwante verbindingen bevat of kan bevatten, alleen toegestaan in sites waar alle vrijgekomen stoffen kunnen worden opgevangen; d) voorraden van blusschuim dat PFOA, zouten daarvan en/of aanverwante verbindingen bevat of kan bevatten, worden beheerd overeenkomstig artikel 5. Onder „blusschuim” wordt verstaan elk mengsel voor de bestrijding van branden met schuim, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, blusschuimconcentraten en blusschuimoplossingen voor de productie van schuim. 7. In afwijking hiervan is het gebruik van perfluoroctylbromide met perfluoroctyljodide voor de productie van farmaceutische producten toegestaan, onder voorbehoud van een herziening en beoordeling door de Commissie uiterlijk op 31 december 2026 en daarna om de vier jaar, en uiterlijk op 31 december 2036. 8. Het gebruik van voorwerpen met PFOA, zouten daarvan en/of aanverwante verbindingen die al in de Unie in gebruik waren vóór 4 juli 2020 is toegestaan. Op zulke voorwerpen is artikel 4, lid 2, derde en vierde alinea, van toepassing. 9.
►C2
In afwijking hiervan zijn de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van PFOA, zouten daarvan en aanverwante verbindingen tot en met 3 december 2020 toegestaan voor de volgende toepassingen: ◄
a) niet-implanteerbare medische hulpmiddelen in de zin van Verordening (EU) 2017/745 (8), b) latex drukinkten, c) nanocoatings met plasma.
►M4
10. In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, onder b), van toepassing op concentraties PFOA en zouten daarvan en/of aanverwante verbindingen van ten hoogste 2 mg/kg (0,0002 massaprocent) wanneer zij aanwezig zijn in andere medische hulpmiddelen dan invasieve hulpmiddelen en implanteerbare hulpmiddelen.
►M13
—22 februari 2023— ◄
◄
►M13
11. Voorwerpen die PFOA, zouten daarvan of aanverwante verbindingen bevatten en die reeds in de Unie in gebruik waren vóór of op de datum waarop de in de punten 5, a) tot en met d), vastgestelde vrijstelling verstrijkt, mogen na die datum gebruikt blijven worden. ◄
|
|
▼M3
|
|
Dicofol
|
115-32-2
|
204-082-0
|
Geen
|
|
▼M9
|
|
Perfluorhexaansulfonzuur (PFHxS), de zouten daarvan en aan PFHxS verwante verbindingen
Onder „perfluorhexaansulfonzuur (PFHxS), de zouten daarvan en aan PFHxS verwante verbindingen” wordt verstaan:
i) perfluorhexaansulfonzuur, met inbegrip van vertakte isomeren daarvan;
ii) de zouten daarvan;
iii) aan PFHxS verwante verbindingen, waaronder — wat het verdrag betreft — wordt verstaan elke stof die de C6F13S-groep als een van de structurele elementen bevat en die wordt afgebroken tot PFHxS.
|
355-46-4 en andere
|
206-587-1 en andere
|
1. In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op concentraties PFHxS of de zouten daarvan van ten hoogste 0,025 mg/kg (0,0000025 massaprocent) wanneer deze voorkomen in stoffen, mengsels of voorwerpen.
2. In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op de som van concentraties van alle aan PFHxS verwante verbindingen van ten hoogste 1 mg/kg (0,0001 massaprocent) wanneer zij in stoffen, mengsels of voorwerpen voorkomen.
3. In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op concentraties PFHxS, de zouten daarvan en aan PFHxS verwante verbindingen van ten hoogste 0,1 mg/kg (0,00001 massaprocent) wanneer het aanwezig is in geconcentreerde mengsels van blusschuim die bestemd zijn of worden gebruikt voor de productie van andere mengsels van blusschuim. De Commissie zal deze uitzondering uiterlijk op 28 augustus 2026 beoordelen en herzien.
|
|
▼M11
|
|
Methoxychloor
„Methoxychloor” verwijst naar elk mogelijk isomeer van dimethoxydifenyltrichloorethaan of een combinatie daarvan.
|
72-43-5
30667-99-3
76733-77-2
255065-25-9
255065-26-0
59424-81-6
1348358-72-4
en andere
|
200-779-9
|
In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op concentraties methoxychloor van ten hoogste 0,01 mg/kg (0,000001 % massaprocent) wanneer zij in stoffen, mengsels of voorwerpen voorkomen.
|
|
▼M14
|
|
2-(2H-benzotriazool-2-yl)-4,6-di-tert-pentylfenol
(UV-328)
|
25973-55-1
|
247-384-8
|
1. In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op concentraties UV-328 van ten hoogste:
a) 100 mg/kg (0,01 massaprocent) met ingang van 4 augustus 2025,
b) 10 mg/kg (0,001 massaprocent) met ingang van 4 augustus 2027,
c) 1 mg/kg (0,0001 massaprocent) met ingang van 4 augustus 2029,
wanneer zij voorkomen in stoffen, mengsels of voorwerpen.
2. In afwijking hiervan zijn het in de handel brengen van in voorwerpen voorkomend UV-328 en het gebruik van dergelijke voorwerpen toegestaan voor de volgende toepassingen:
a) in motorvoertuigen op het land, tot en met 4 augustus 2030;
b) in industriële coatings voor motorvoertuigen op het land, technische machines, spoorvoertuigen en in resistente coatings voor grote staalconstructies, tot en met 4 augustus 2030;
c) in separatoren in bloedafnamebuisjes, tot en met 4 augustus 2030;
d) in folie van cellulosetriacetaat in polarisatoren, tot en met 4 augustus 2030;
e) in fotografisch papier, tot en met 4 augustus 2030;
f) in civiele en militaire luchtvaartuigen, tot en met 4 augustus 2030;
g) in reserveonderdelen voor:
i) motorvoertuigen op het land;
ii) stationaire industriële machines voor gebruik in de landbouw, de bosbouw en de bouw;
iii) schermen met vloeibare kristallen in andere dan voor medische toepassingen bestemde instrumenten voor analyse, metingen, controle, toezicht, tests, productie en inspectie;
indien UV-328 oorspronkelijk bij de productie ervan werd gebruikt, tot het einde van de levensduur van die producten of, indien dat eerder is, tot en met 31 december 2043;
h) in reserveonderdelen voor:
i) schermen met vloeibare kristallen in hulpmiddelen die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2017/745 en van Verordening (EU) 2017/746 van het Europees Parlement en de Raad (9) vallen;
ii) schermen met vloeibare kristallen in instrumenten voor analyse, metingen, controle, tests, productie en inspectie;
indien UV-328 oorspronkelijk bij de productie ervan werd gebruikt, tot het einde van de levensduur van die producten;
i) in reserveonderdelen voor civiele en militaire luchtvaartuigen indien UV-328 oorspronkelijk bij de productie ervan werd gebruikt, tot en met 31 december 2030.
3. Voorwerpen die UV-328 bevatten en die reeds in de Unie in gebruik waren vóór of op de datum waarop de in punt 2, a) tot en met i), vastgestelde vrijstelling verstrijkt, mogen na die datum gebruikt blijven worden.
|
|
▼M15
|
|
Dechlorane Plus
„Dechlorane Plus” omvat het syn-isomeer en het anti-isomeer
|
13560-89-9
135821-03-3
135821-74-8
|
236-948-9
|
1. In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op concentraties Dechlorane Plus:
a) van ten hoogste 1 000 mg/kg (0,1 massaprocent) wanneer zij in stoffen, mengsels of voorwerpen voorkomen, tot en met 15 april 2028;
b) van ten hoogste 1 mg/kg (0,0001 massaprocent) wanneer zij in stoffen, mengsels of voorwerpen voorkomen, na 15 april 2028.
2. In afwijking hiervan zijn het in de handel brengen en het gebruik van Dechlorane Plus toegestaan voor de volgende toepassingen:
a) luchtvaart-, ruimtevaart- en defensietoepassingen, tot en met 26 februari 2030;
b) toepassingen voor medische beeldvorming, tot en met 26 februari 2030;
c) apparaten en installaties voor radiotherapie, tot en met 26 februari 2030;
d) reserveonderdelen voor, en de reparatie van:
i) motorvoertuigen op het land;
ii) stationaire industriële machines voor gebruik in de landbouw, de bosbouw en de bouw;
iii) andere dan de in punt ii) bedoelde scheeps-, tuin- en bosbouwuitrusting en motoraangedreven buitenapparatuur;
iv) luchtvaart-, ruimtevaart- en defensietoepassingen;
v) instrumenten voor analyse, metingen, controle, toezicht, tests, productie en inspectie;
indien Dechlorane Plus oorspronkelijk bij de productie ervan werd gebruikt, tot het einde van de levensduur van die producten of, indien dat eerder is, tot en met 31 december 2043.
e) reserveonderdelen voor, en de reparatie van:
i) medische hulpmiddelen en toebehoren van medische hulpmiddelen die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2017/745 vallen;
ii) medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek en toebehoren van medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2017/746 vallen;
indien Dechlorane Plus oorspronkelijk bij de productie ervan werd gebruikt, tot het einde van de levensduur van die producten.
3. De Commissie beoordeelt uiterlijk op 1 april 2028 de noodzaak van een verlenging van de specifieke vrijstellingen in de punt 2, a), b) en c).
4. Voorwerpen die Dechlorane Plus bevatten en die reeds in de Unie in gebruik waren vóór of op de datum waarop de in de punt 2, a) tot en met d), vastgestelde vrijstelling verstrijkt, mogen na die datum gebruikt blijven worden.
5. Het in de handel brengen en het gebruik van reserveonderdelen die Dechlorane Plus bevatten als bedoeld in punt 2, d), iv), die vóór of op 31 december 2043 op het grondgebied van de Unie aanwezig zijn, zijn toegestaan.
|
|
▼M18
|
|
Chloorpyrifos
|
2921-88-2
|
220-864-4
|
In verband met deze vermelding is artikel 4, lid 1, punt b), van toepassing op concentraties chloorpyrifos van ten hoogste 0,01 mg/kg (0,000001 massaprocent) wanneer zij in stoffen, mengsels of voorwerpen voorkomen.
|
|
▼B
|
(1)
Richtlijn 2011/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (PB L 174 van 1.7.2011, blz. 88).
(2)
Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (kaderrichtlijn) (PB L 263 van 9.10.2007, blz. 1).
(3)
Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG van de Raad, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG (PB L 79 van 19.3.2008, blz. 1).
(4)
Richtlijn 2008/1/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2008 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (PB L 24 van 29.1.2008, blz. 8).
(5)
Verordening (EU) 2016/293 van de Commissie van 1 maart 2016 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 850/2004 van het Europees Parlement en de Raad betreffende persistente organische verontreinigende stoffen met betrekking tot bijlage I (PB L 55 van 2.3.2016, blz. 4).
(6)
PB C 10 van 13.1.2016, blz. 3.
(7)
Polychloornaftalenen zijn op het naftaleenringsysteem gebaseerde chemische verbindingen, waarbij een of meer waterstofatomen zijn vervangen door chlooratomen.
►M1
(8)
Verordening (EU) 2017/745 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2017 betreffende medisch hulpmiddelen, tot wijziging van Richtlijn 2001/83/EG, Verordening (EG) nr. 178/2002 en Verordening (EG) nr. 1223/2009, en tot intrekking van Richtlijnen 90/385/EEG en 93/42/EEG van de Raad.
◄
(9)
Verordening (EU) 2017/746 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2017 betreffende medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek en tot intrekking van Richtlijn 98/79/EG en Besluit 2010/227/EU van de Commissie (PB L 117, 5.5.2017, blz. 176, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/746/oj).
(10)
Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen en houdende intrekking van de Richtlijnen 80/590/EEG en 89/109/EEG (PB L 338, 13.11.2004, blz. 4, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2004/1935/oj).
(11)
Richtlijn 2009/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de veiligheid van speelgoed (PB L 170, 30.6.2009, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2009/48/oj).
|
Deel B
Stoffen die uitsluitend in het protocol zijn opgenomen
|
Stof
|
CAS-nr.
|
EG-nr.
|
Specifieke vrijstelling voor gebruik als tussenproduct of andere specificatie
|
|
|
|
|
|
|
|
BIJLAGE II
|
BIJLAGE II
LIJST VAN STOFFEN WAARVOOR BEPERKINGEN GELDEN
Deel A
Stoffen die in het verdrag en in het protocol zijn opgenomen
|
Stof
|
CAS-nr.
|
EG-nr.
|
Beperkingsvoorwaarden
|
|
|
|
|
|
Deel B
Stoffen die uitsluitend in het protocol zijn opgenomen
|
Stof
|
CAS-nr.
|
EG-nr.
|
Beperkingsvoorwaarden
|
|
|
|
|
|
|
|
BIJLAGE III
|
BIJLAGE III
LIJST VAN STOFFEN WAARVOOR BEPALINGEN INZAKE BEPERKING VAN DE VRIJKOMING GELDEN
DEEL A
Stof (CAS-nr.)
Polychloordibenzo-p-dioxinen en -dibenzofuranen (PCDD's/PCDF's)
Polychloorbifenylen (pcb's)
▼C1
Deel B
Stof (CAS-nr.)
▼B
Hexachloorbenzeen (HCB) (CAS-nr. 118-74-1)
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) (
4
)
Pentachloorbenzeen (CAS-nr. 608-93-5)
Hexachloorbutadieen (CAS-nr. 87-68-3)
Polychloornaftalenen (CAS-nr. 70776-03-3 en andere)
|
|
BIJLAGE IV
|
BIJLAGE IV
Lijst van stoffen waarvoor de in artikel 7 vermelde bepalingen inzake afvalbeheer gelden
|
Stof
|
CAS-nr.
|
EG-nr.
|
In artikel 7, lid 4, onder a), bedoelde concentratie-grenswaarde
|
|
Endosulfan
|
115-29-7
959-98-8
33213-65-9
|
204-079-4
|
50 mg/kg
|
|
Hexachloorbutadieen
|
87-68-3
|
201-765-5
|
100 mg/kg
|
|
Polychloornaftalenen (1)
|
|
|
10 mg/kg
|
|
▼M7
|
|
Alkanen, C10-C13, chloor (gechloreerde paraffinen met een korte keten) (SCCP’s)
|
85535-84-8
|
287-476-5
|
►M17
1 500 mg/kg Uiterlijk op 30 december 2027 evalueert de Commissie die concentratiegrenswaarde en stelt zij indien passend overeenkomstig artikel 15, lid 2, een gedelegeerde handeling vast ter verlaging van die grenswaarde. ◄
|
|
Tetrabroomdifenylether C12H6Br4O
|
40088-47-9
en andere
|
254-787-2
en andere
|
Som van de concentraties van tetrabroomdifenylether C12H6Br4O, pentabroomdifenylether C12H5Br5O, hexabroomdifenylether C12H4Br6O, heptabroomdifenylether C12H3Br7O en decabroomdifenylether C12Br10O:
►C3
a) tot en met 29 december 2025, 500 mg/kg; ◄
►C3
b) vanaf 30 december 2025 tot en met 29 december 2027: 350 mg/kg of, indien meer, de som van de concentratie van die stoffen indien die stoffen in mengsels of voorwerpen voorkomen, voor de stoffen tetrabroomdifenylether, pentabroomdifenylether, hexabroomdifenylether, heptabroomdifenylether en decabroomdifenylether als uiteengezet in bijlage I, vierde kolom, punt 2; ◄
c) vanaf 30 december 2027: 200 mg/kg of, indien meer, de som van de concentratie van die stoffen indien die stoffen in mengsels of voorwerpen voorkomen, voor de stoffen tetrabroomdifenylether, pentabroomdifenylether, hexabroomdifenylether, heptabroomdifenylether en decabroomdifenylether als uiteengezet in bijlage I, vierde kolom, punt 2.
|
|
Pentabroomdifenylether C12H5Br5O
|
32534-81-9
en andere
|
251-084-2
en andere
|
|
Hexabroomdifenylether C12H4Br6O
|
36483-60-0
en andere
|
253-058-6
en andere
|
|
Heptabroomdifenylether C12H3Br7O
|
68928-80-3
en andere
|
273-031-2
en andere
|
|
Bis(pentabroomfenyl)ether (decabroomdifenylether; decaBDE) C12Br10O
|
1163-19-5
en andere
|
214-604-9
en andere
|
|
▼B
|
|
Perfluoroctaansulfonzuur en derivaten daarvan (PFOS) C8F17SO2X
(X = OH, metaalzout (O-M+), halogenide, amide en andere derivaten inclusief polymeren)
|
1763-23-1
2795-39-3
29457-72-5
29081-56-9
70225-14-8
56773-42-3
251099-16-8
4151-50-2
31506-32-8
1691-99-2
24448-09-7
307-35-7 en andere
|
217-179-8
220-527-1
249-644-6
249-415-0
274-460-8
260-375-3
223-980-3
250-665-8
216-887-4
246-262-1
206-200-6 en andere
|
50 mg/kg
|
|
▼M7
|
|
Polychloordibenzo-p-dioxinen en polychloordibenzofuranen (PCDD’s/PCDF’s) en dioxineachtige polychloorbifenylen (dl-pcb’s)
|
|
|
►M17
5 μg/kg (2)
Uiterlijk op 30 december 2027 evalueert de Commissie die concentratiegrenswaarde en stelt zij indien passend overeenkomstig artikel 15, lid 2, een gedelegeerde handeling vast ter verlaging van die grenswaarde. ◄
|
|
▼B
|
|
DDT (1,1,1-trichloor-2,2-bis (4-chloorfenyl)ethaan)
|
50-29-3
|
200-024-3
|
50 mg/kg
|
|
Chloordaan
|
57-74-9
|
200-349-0
|
50 mg/kg
|
|
Hexachloorcyclohexanen, inclusief lindaan
|
58-89-9
319-84-6
319-85-7
608-73-1
|
210-168-9
200-401-2
206-270-8
206-271-3
|
50 mg/kg
|
|
Dieldrin
|
60-57-1
|
200-484-5
|
50 mg/kg
|
|
Endrin
|
72-20-8
|
200-775-7
|
50 mg/kg
|
|
Heptachloor
|
76-44-8
|
200-962-3
|
50 mg/kg
|
|
Hexachloorbenzeen
|
118-74-1
|
204-273-9
|
50 mg/kg
|
|
Chloordecon
|
143-50-0
|
205-601-3
|
50 mg/kg
|
|
Aldrin
|
309-00-2
|
206-215-8
|
50 mg/kg
|
|
Pentachloorbenzeen
|
608-93-5
|
210-172-0
|
50 mg/kg
|
|
Polychloorbifenylen (pcb's)
|
1336-36-3 en andere
|
215-648-1
|
50 mg/kg (3)
|
|
Mirex
|
2385-85-5
|
219-196-6
|
50 mg/kg
|
|
Toxafeen
|
8001-35-2
|
232-283-3
|
50 mg/kg
|
|
Hexabroombifenyl
|
36355-01-8
|
252-994-2
|
50 mg/kg
|
|
▼M7
|
|
Hexabroomcyclododecaan (4)
|
25637-99-4, 3194-55-6, 134237-50-6, 134237-51-7, 134237-52-8
|
►C4
247-148-4 221-695-9 ◄
|
►M17
500 mg/kg Uiterlijk op 30 december 2027 evalueert de Commissie die concentratiegrenswaarde en stelt zij indien passend overeenkomstig artikel 15, lid 2, een gedelegeerde handeling vast ter verlaging van die grenswaarde tot ten hoogste 200 mg/kg. ◄
|
|
▼M7
|
|
Pentachloorfenol en de zouten en esters daarvan
|
87-86-5 en andere
|
201-778-6 en andere
|
100 mg/kg
|
|
Dicofol
|
115-32-2
|
204-082-0
|
50 mg/kg
|
|
Perfluoroctaanzuur (PFOA), zouten daarvan en aanverwante verbindingen, als bedoeld in bijlage I
|
335-67-1 en andere
|
206-397-9 en andere
|
►M17
1 mg/kg (PFOA en zouten daarvan) 40 mg/kg (som van de aan PFOA verwante verbindingen) Uiterlijk op 30 december 2027 evalueert de Commissie die concentratiegrenswaarde en stelt zij indien nodig overeenkomstig artikel 15, lid 2, een gedelegeerde handeling vast ter verlaging van die grenswaarde. ◄
|
|
▼C4
|
|
Perfluorhexaansulfonzuur (PFHxS), zouten daarvan en aanverwante verbindingen
|
355-46-4 en andere
|
206-587-1 en andere
|
►M17
1 mg/kg (PFHxS en zouten daarvan) 40 mg/kg (som van de aan PFHxS verwante verbindingen) Uiterlijk op 30 december 2027 evalueert de Commissie die concentratiegrenswaarde en stelt zij indien nodig overeenkomstig artikel 15, lid 2, een gedelegeerde handeling vast ter verlaging van die grenswaarde. ◄
|
|
▼B
|
(1)
Polychloornaftalenen zijn op het naftaleenringsysteem gebaseerde chemische verbindingen, waarbij een of meer waterstofatomen zijn vervangen door chlooratomen.
(2)
De grenswaarde wordt berekend als de som van PCDD’s, PCDF’s en dl-pcb’s met gebruikmaking van de toxische-equivalentiefactoren (TEF’s) als vermeld in de tabel in bijlage V, deel 2, derde alinea.
(3)
Hiervoor wordt de berekeningsmethode van de Europese normen EN 12766-1 en EN 12766-2 gebruikt.
(4)
„Hexabroomcyclododecaan” omvat hexabroomcyclododecaan, 1,2,5,6,9,10-hexabroomcyclododecaan en zijn voornaamste diastereo-isomeren: α-hexabroomcyclododecaan, β-hexabroomcyclododecaan en γ-hexabroomcyclododecaan.
|
|
|
BIJLAGE V
|
BIJLAGE V
AFVALBEHEER
Deel 1
Verwijdering en nuttige toepassing overeenkomstig artikel 7, lid 2
De volgende verwijderings- en nuttige toepassingsmethoden overeenkomstig de bijlagen I en II bij Richtlijn 2008/98/EG, zijn toegestaan voor de doeleinden van artikel 7, lid 2, wanneer deze op een zodanige wijze worden toegepast dat wordt verzekerd dat de inhoud aan persistente organische verontreinigende stoffen wordt vernietigd of onomkeerbaar wordt omgezet:
|
D9
|
chemische/fysische behandeling,
|
|
D10
|
verbranding op land
|
|
R1
|
hoofdgebruik als brandstof of andere middelen voor het opwekken van energie, met uitzondering van afvalstoffen die pcb's bevatten.
|
|
R4
|
recycling/terugwinning van metalen en metaalverbindingen onder de volgende voorwaarden: De behandelingen worden beperkt tot residuen van ijzer- en staalproductieprocedés zoals stof of slib van gasreiniging of walshuid of zinkhoudend filterstof van staalfabrieken, stof van gasreinigingsinrichtingen van kopersmelterijen en vergelijkbare afvalstoffen en loodhoudende loogresiduen uit de productie van non-ferrometalen. Afvalstoffen die pcb's bevatten, zijn uitgesloten. De behandelingen worden beperkt tot procedés voor de nuttige toepassing van ijzer en ijzerlegeringen (hoogoven, schachtoven en haardoven) en non-ferrometalen (Waelz-draaiovenprocedé, smeltbadprocedés met gebruik van verticale of horizontale ovens), mits de installaties ten minste voldoen aan de overeenkomstig Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad (1) vastgestelde emissiegrenswaarden voor PCDD's en PCDF's, ongeacht of deze procedés al dan niet onder die richtlijn vallen en onverminderd de andere toepasselijke bepalingen van de richtlijn.
|
(1)
Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 17).
|
Voorbehandeling voorafgaand aan vernietiging of onomkeerbare omzetting overeenkomstig dit gedeelte van deze bijlage is toegestaan, mits een in bijlage IV vermelde stof die bij de voorbehandeling van het afval is geïsoleerd, vervolgens overeenkomstig dit gedeelte van deze bijlage wordt verwijderd. Wanneer slechts een deel van een product of afvalstof, zoals afgedankte apparatuur, persistente organische verontreinigende stoffen bevat of daarmee is verontreinigd, wordt dit deel van de overige delen gescheiden en vervolgens overeenkomstig de eisen van deze verordening verwijderd. Bovendien is het opnieuw verpakken en het tijdelijk opslaan voorafgaand aan een dergelijke voorbehandeling of voorafgaand aan vernietiging of onomkeerbare omzetting overeenkomstig dit gedeelte van deze bijlage toegestaan.
Deel 2
Afvalstoffen en behandelingen waarop artikel 7, lid 4, onder b), van toepassing is
De navolgende handelingen zijn toegestaan voor de doeleinden van artikel 7, lid 4, onder b), met betrekking tot de vermelde afvalstoffen, die worden aangegeven met de zescijferige code overeenkomstig Beschikking 2000/532/EG van de Commissie (
5
).
Voorbehandeling voorafgaand aan permanente opslag overeenkomstig dit gedeelte van deze bijlage is toegestaan, mits een in bijlage IV vermelde stof die bij de voorbehandeling van het afval is geïsoleerd, vervolgens overeenkomstig deel 1 van deze bijlage wordt verwijderd. Bovendien is het opnieuw verpakken en het tijdelijk opslaan voorafgaand aan een dergelijke voorbehandeling of voorafgaand aan permanente opslag overeenkomstig dit gedeelte van deze bijlage toegestaan.
|
Afvalstoffen overeenkomstig Beschikking 2000/532/EG
|
Maximale concentratiegrenswaarde voor in bijlage IV vermelde stoffen (1)
|
Handeling
|
|
10
|
AFVAL VAN THERMISCHE PROCESSEN
|
Alkanen, C10-C13, chloor (gechloreerde paraffinen met een korte keten) (SCCP's): 10 000 mg/kg
DDT (1,1,1-trichloor-2,2-bis (4-chloorfenyl)ethaan): 5 000 mg/kg
Hexabroombifenyl: 5 000 mg/kg
Hexabroomcyclododecaan (3): 1 000 mg/kg
Hexachloorbenzeen: 5 000 mg/kg
Hexachloorbutadieen: 1 000 mg/kg
Hexachloorcyclohexanen, inclusief lindaan: 5 000 mg/kg
Pentachloorbenzeen: 5 000 mg/kg
Perfluoroctaansulfonzuur en derivaten daarvan (PFOS) (C8F17SO2X) (X = OH, metaalzout (O-M+), halogenide, amide en andere derivaten inclusief polymeren): 50 mg/kg
Polychloorbifenylen (pcb's) (6): 50 mg/kg
►M7
Polychloordibenzo-p-dioxinen, polychloordibenzofuranen en dioxineachtige polychloorbifenylen (dl-pcb’s): 5 mg/kg
◄
Polychloornaftalenen (*): 1 000 mg/kg
►M7
Som van de concentraties van tetrabroomdifenylether (C12H6Br4O), pentabroomdifenylether (C12H5Br5O), hexabroomdifenylether (C12H4Br6O), heptabroomdifenylether (C12H3Br7O) en decabroomdifenylether (C12Br10O): 10 000 mg/kg
◄
►M7
Pentachloorfenol en de zouten en esters daarvan: 1 000 mg/kg;
Dicofol: 5 000 mg/kg;
Perfluoroctaanzuur (PFOA), zouten daarvan en aanverwante verbindingen: 50 mg/kg (PFOA en zouten daarvan), 2 000 mg/kg (aan PFOA verwante verbindingen);
Perfluorhexaansulfonzuur (PFHxS), zouten daarvan en aanverwante verbindingen:
50 mg/kg (PFHxS en zouten daarvan), 2 000 mg/kg (aan PFHxS verwante verbindingen).
◄
|
Permanente opslag wordt uitsluitend toegestaan wanneer aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
1) de opslag gebeurt in een van de volgende locaties:
— veilige, diepe, ondergrondse, harde rotsformaties;
— een stortplaats voor gevaarlijke afvalstoffen, mits de afvalstoffen voor zover technisch mogelijk zijn verhard of gedeeltelijk gestabiliseerd, zoals vereist voor de indeling van de afvalstoffen in subhoofdstuk 19 03 van Beschikking 2000/532/EG;
2) de bepalingen van Richtlijn 1999/31/EG van de Raad (4) en Beschikking 2003/33/EG van de Raad (5) zijn in acht genomen;
3) er is aangetoond dat de gekozen handeling uit milieuoogpunt de voorkeur verdient.
|
|
10 01
|
Afval van elektriciteitscentrales en andere verbrandingsinstallaties (exclusief 19)
|
|
►M7
10 01 03 ◄
|
►M7
Vliegas van turf en onbehandeld hout ◄
|
|
10 01 14 * (2)
|
Bij bijstoken vrijkomende bodemas, slakken en ketelstof die gevaarlijke stoffen bevatten
|
|
10 01 16 *
|
Bij bijstoken vrijkomende vliegas die gevaarlijke stoffen bevat
|
|
10 02
|
Afval van de ijzer- en staalindustrie
|
|
10 02 07 *
|
Vast afval van gaszuivering dat gevaarlijke stoffen bevat
|
|
10 03
|
Afval van thermische processen in de aluminiummetallurgie
|
|
10 03 04 *
|
Slakken van primaire productie
|
|
10 03 08 *
|
Zoutslakken van secundaire productie
|
|
10 03 09 *
|
Black drosses van secundaire productie
|
|
10 03 19 *
|
Rookgasstof dat gevaarlijke stoffen bevat
|
|
10 03 21 *
|
Overige deeltjes en stof (inclusief kogelmolenstof) die gevaarlijke stoffen bevatten
|
|
10 03 29 *
|
Afval van de behandeling van zoutslakken en black drosses dat gevaarlijke stoffen bevat
|
|
10 04
|
Afval van thermische processen in de loodmetallurgie
|
|
10 04 01 *
|
Slakken van primaire en secundaire productie
|
|
10 04 02 *
|
Dross en skimmings van primaire en secundaire productie
|
|
10 04 04 *
|
Rookgasstof
|
|
10 04 05 *
|
Overige deeltjes en stof
|
|
10 04 06 *
|
Vast afval van gasreiniging
|
|
10 05
|
Afval van thermische processen in de zinkmetallurgie
|
|
10 05 03 *
|
Rookgasstof
|
|
10 05 05 *
|
Vast afval van gasreiniging
|
|
10 06
|
Afval van thermische processen in de kopermetallurgie
|
|
10 06 03 *
|
Rookgasstof
|
|
10 06 06 *
|
Vast afval van gasreiniging
|
|
10 08
|
Afval van thermische processen in de overige non-ferrometallurgie
|
|
10 08 08 *
|
Zoutslakken van primaire en secundaire productie
|
|
10 08 15 *
|
Rookgasstof dat gevaarlijke stoffen bevat
|
|
10 09
|
Afval van ijzergieten
|
|
10 09 09 *
|
Rookgasstof dat gevaarlijke stoffen bevat
|
|
16
|
NIET ELDERS IN DE LIJST GENOEMDE AFVAL
|
|
16 11
|
Ovenpuin
|
|
16 11 01 *
|
Koolstofhoudend ovenpuin van metallurgische processen dat gevaarlijke stoffen bevat
|
|
16 11 03 *
|
Overig ovenpuin van metallurgische processen dat gevaarlijke stoffen bevat
|
|
17
|
BOUW- EN SLOOPAFVAL (INCLUSIEF AFGEGRAVEN GROND VAN VERONTREINIGDE LOCATIES)
|
|
17 01
|
Beton, stenen, tegels en keramische producten
|
|
17 01 06 *
|
Mengsels van beton, stenen, tegels of keramische producten, of afzonderlijke fracties daarvan, die gevaarlijke stoffen bevatten
|
|
17 05
|
Grond (inclusief afgegraven grond van verontreinigde locaties), stenen en baggerspecie
|
|
17 05 03 *
|
Grond en stenen die gevaarlijke stoffen bevatten
|
|
►M7
17 05 04 ◄
|
►M7
Niet onder 17 05 03 vallende grond en stenen ◄
|
|
17 09
|
Overig bouw- en sloopafval
|
|
17 09 02 *
|
Bouw- en sloopafval dat pcb's bevat met uitzondering van pcb-houdend materieel
|
|
17 09 03 *
|
Overig bouw- en sloopafval (met inbegrip van gemengd afval) dat gevaarlijke stoffen bevat
|
|
19
|
AFVAL VAN INSTALLATIES VOOR AFVALBEHEER, OFFSITE WATERZUIVERINGSINSTALLATIES EN DE BEREIDING VAN VOOR MENSELIJKE CONSUMPTIE BESTEMD WATER EN WATER VOOR INDUSTRIEEL GEBRUIK
|
|
19 01
|
Afval van de verbranding of pyrolyse van afval
|
|
19 01 07 *
|
Vast afval van gasreiniging
|
|
19 01 11 *
|
Bodemas en slakken die gevaarlijke stoffen bevatten
|
|
19 01 13 *
|
Vliegas die gevaarlijke stoffen bevat
|
|
19 01 15 *
|
Ketelas die gevaarlijke stoffen bevat
|
|
19 04
|
Verglaasd afval en afval van verglazen
|
|
19 04 02 *
|
Vliegas en ander rookgasreinigingsafval
|
|
19 04 03 *
|
Niet-verglaasde vaste fase
|
|
►M7
20 ◄
|
►M7
STEDELIJK AFVAL (HUISHOUDELIJK AFVAL EN SOORTGELIJK BEDRIJFSAFVAL, INDUSTRIEEL AFVAL EN AFVAL VAN INSTELLINGEN) INCLUSIEF GESCHEIDEN INGEZAMELDE FRACTIES ◄
|
|
►M7
20 01 ◄
|
►M7
Gescheiden ingezamelde fracties (exclusief 15 01) ◄
|
|
►M7
20 01 41 ◄
|
►M7
Afval van het vegen van schoorstenen ◄
|
(1)
Deze grenswaarden gelden alleen voor stortplaatsen voor gevaarlijk afval en zijn niet van toepassing op permanente ondergrondse opslagvoorzieningen voor gevaarlijk afval, waaronder zoutkoepels.
(2)
Elke met een asterisk „*” aangegeven afvalstof wordt beschouwd als een gevaarlijke afvalstof overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG en is onderworpen aan de bepalingen van die richtlijn.
(3)
„Hexabroomcyclododecaan” omvat hexabroomcyclododecaan, 1,2,5,6,9,10-hexabroomcyclododecaan en zijn voornaamste diastereo-isomeren: α-hexabroomcyclododecaan, β-hexabroomcyclododecaan en γ-hexabroomcyclododecaan.
(4)
Richtlijn 1999/31/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen (PB L 182 van 16.7.1999, blz. 1)
(5)
Beschikking 2003/33/EG van de Raad van 19 december 2002 tot vaststelling van criteria en procedures voor het aanvaarden van afvalstoffen op stortplaatsen overeenkomstig artikel 16 van en bijlage II bij Richtlijn 1999/31/EG (PB L 11 van 16.1.2003, blz. 27).
(6)
Hiervoor wordt de berekeningsmethode van de Europese normen EN 12766-1 en EN 12766-2 gebruikt.
|
▼M7
De maximale concentratiegrenswaarde van polychloordibenzo-p-dioxinen (PCDD’s), polychloordibenzofuranen (PCDF’s) en dioxineachtige polychloorbifenylen (dl-pcb’s) wordt berekend met gebruikmaking van de volgende toxische-equivalentiefactoren (TEF’s):
Toxische-equivalentiefactoren (TEF’s) voor PCDD’s, PCDF’s en dl-pcb’s
|
PCDD
|
TEF
|
|
2,3,7,8-TeCDD
|
1
|
|
1,2,3,7,8-PeCDD
|
1
|
|
1,2,3,4,7,8-HxCDD
|
0,1
|
|
1,2,3,6,7,8-HxCDD
|
0,1
|
|
1,2,3,7,8,9-HxCDD
|
0,1
|
|
1,2,3,4,6,7,8-HpCDD
|
0,01
|
|
OCDD
|
0,0003
|
|
PCDF
|
TEF
|
|
2,3,7,8-TeCDF
|
0,1
|
|
1,2,3,7,8-PeCDF
|
0,03
|
|
2,3,4,7,8-PeCDF
|
0,3
|
|
1,2,3,4,7,8-HxCDF
|
0,1
|
|
1,2,3,6,7,8-HxCDF
|
0,1
|
|
1,2,3,7,8,9-HxCDF
|
0,1
|
|
2,3,4,6,7,8-HxCDF
|
0,1
|
|
1,2,3,4,6,7,8-HpCDF
|
0,01
|
|
1,2,3,4,7,8,9-HpCDF
|
0,01
|
|
OCDF
|
0,0003
|
|
Dl-pcb’s
|
TEF
|
|
PCB 77
|
0,0001
|
|
PCB 81
|
0,0003
|
|
PCB 105
|
0,00003
|
|
PCB 114
|
0,00003
|
|
PCB 118
|
0,00003
|
|
PCB 123
|
0,00003
|
|
PCB 126
|
0,1
|
|
PCB 169
|
0,03
|
|
PCB 156
|
0,00003
|
|
PCB 157
|
0,00003
|
|
PCB 167
|
0,00003
|
|
PCB 189
|
0,00003
|
▼B
|
|
BIJLAGE VI
|
BIJLAGE VI
Ingetrokken verordening en lijst van de opeenvolgende wijzigingen ervan
|
Verordening (EG) nr. 850/2004 van het Europees Parlement en de Raad
(PB L 158 van 30.4.2004, blz. 7)
|
|
|
Verordening (EG) nr. 1195/2006 van de Raad
(PB L 217 van 8.8.2006, blz. 1)
|
|
|
Verordening (EG) nr. 172/2007 van de Raad
(PB L 55 van 23.2.2007, blz. 1)
|
|
|
Verordening (EG) nr. 323/2007 van de Commissie
(PB L 85 van 27.3.2007, blz. 3)
|
|
|
Verordening (EG) nr. 219/2009 van het Europees Parlement en de Raad
(PB L 87 van 31.3.2009, blz. 109)
|
Alleen punt 3.7 van de bijlage
|
|
Verordening (EG) nr. 304/2009 van de Commissie
(PB L 96 van 15.4.2009, blz. 33)
|
|
|
Verordening (EU) nr. 756/2010 van de Commissie
(PB L 223 van 25.8.2010, blz. 20)
|
|
|
Verordening (EU) nr. 757/2010 van de Commissie
(PB L 223 van 25.8.2010, blz. 29)
|
|
|
Verordening (EU) nr. 519/2012 van de Commissie
(PB L 159 van 20.6.2012, blz. 1)
|
|
|
Verordening (EU) nr. 1342/2014 van de Commissie
(PB L 363 van 18.12.2014, blz. 67)
|
|
|
Verordening (EU) 2015/2030 van de Commissie
(PB L 298 van 14.11.2015, blz. 1)
|
|
|
Verordening (EU) 2016/293 van de Commissie
(PB L 55 van 2.3.2016, blz. 4)
|
|
|
Verordening (EU) 2016/460 van de Commissie
(PB L 80 van 31.3.2016, blz. 17)
|
|
|
|
BIJLAGE VII
|
BIJLAGE VII
CONCORDANTIETABEL
|
Verordening (EG) nr. 850/2004
|
Deze verordening
|
|
Artikel 1, lid 1
|
Artikel 1
|
|
Artikel 2, inleidende paragraaf
|
Artikel 2, inleidende paragraaf
|
|
Artikel 2, onder a) tot en met d)
|
Artikel 2, punten 1 tot en met 4
|
|
—
|
Artikel 2, punten 5 tot en met 7
|
|
Artikel 2, onder e)
|
Artikel 2, punt 8
|
|
Artikel 2, onder f)
|
Artikel 2, punt 9
|
|
Artikel 2, onder g)
|
Artikel 2, punt 10
|
|
—
|
Artikel 2, punten 11 tot en met 13
|
|
Artikel 3
|
Artikel 3, leden 1 tot en met 3
|
|
—
|
Artikel 3, leden 4 en 5
|
|
Artikel 1, lid 2
|
Artikel 3, lid 6
|
|
Artikel 4, leden 1 tot en met 3
|
Artikel 4, leden 1 tot en met 3
|
|
—
|
Artikel 4, lid 3, onder d)
|
|
Artikel 1, lid 2
|
Artikel 4, lid 4
|
|
Artikel 5
|
Artikel 5
|
|
Artikel 6
|
Artikel 6
|
|
Artikel 7, leden 1 tot en met 4
|
Artikel 7, leden 1 tot en met 4
|
|
Artikel 7, lid 6
|
Artikel 7, lid 5
|
|
—
|
Artikel 7, lid 6
|
|
Artikel 7, lid 7
|
—
|
|
—
|
Artikel 8
|
|
Artikel 8
|
Artikel 9
|
|
Artikel 9
|
Artikel 10
|
|
Artikel 10
|
Artikel 11
|
|
Artikel 11
|
Artikel 12
|
|
Artikel 12, lid 1
|
Artikel 13, lid 1, onder a)
|
|
Artikel 12, lid 3, onder a)
|
Artikel 13, lid 1, onder b)
|
|
Artikel 12, lid 3, onder b)
|
Artikel 13, lid 1, onder c)
|
|
—
|
Artikel 13, lid 1, onder d)
|
|
Artikel 12, lid 3, onder c)
|
Artikel 13, lid 1, onder e)
|
|
Artikel 12, lid 2
|
Artikel 13, lid 1, onder f)
|
|
—
|
Artikel 13, lid 2
|
|
Artikel 12, lid 4
|
—
|
|
Artikel 12, lid 5
|
Artikel 13, lid 3
|
|
Artikel 12, lid 6
|
—
|
|
—
|
Artikel 13, leden 4 en 5
|
|
Artikel 13
|
Artikel 14
|
|
Artikel 14
|
Artikel 15, lid 1
|
|
Artikel 7, lid 5
|
Artikel 15, lid 2
|
|
—
|
Artikel 16
|
|
—
|
Artikel 17
|
|
—
|
Artikel 18
|
|
Artikel 15
|
Artikel 19
|
|
Artikelen 16 en 17
|
Artikel 20
|
|
Artikel 18
|
—
|
|
—
|
Artikel 21
|
|
Artikel 19
|
Artikel 22
|
|
Bijlagen I tot en met V
|
Bijlagen I tot en met V
|
|
—
|
Bijlage VI
|
|
—
|
Bijlage VII
|
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|