+VERORDENING (EU) 2023/956 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 10 mei 2023 tot instelling van een mechanisme voor koolstofgrenscorrectie (Voor de EER relevante tekst)
---+HOOFDSTUK I ONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES
------+Artikel 1 Onderwerp
---------+Artikel 1 1.
---------+Artikel 1 2.
---------+Artikel 1 3.
------+Artikel 2 Toepassingsgebied
---------+Artikel 2 1.
---------+Artikel 2 2.
---------+Artikel 2 3.
---------+Article 2 3a.
---------+Artikel 2 4.
---------+Artikel 2 5.
---------+Artikel 2 6.
---------+Artikel 2 7.
---------+Artikel 2 8.
---------+Artikel 2 9.
---------+Artikel 2 10.
---------+Artikel 2 11.
---------+Artikel 2 12.
------+Artikel 2bis De-minimisvrijstelling
---------+Artikel 2bis 1.
---------+Artikel 2bis 2.
---------+Artikel 2bis 3.
---------+Artikel 2bis 4.
------+Artikel 3 Definities
---+HOOFDSTUK II RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN TOEGELATEN CBAM-AANGEVERS
------+Artikel 4 Invoer van goederen
------+Artikel 5 Toelatingsaanvraag
---------+Artikel 5 1.
---------+Article 5 1a.
---------+Article 5 1b.
---------+Artikel 5 2.
---------+Article 5 2a.
---------+Artikel 5 3.
---------+Artikel 5 4.
---------+Artikel 5 5.
---------+Artikel 5 6.
---------+Artikel 5 7.
---------+Article 5 7a.
---------+Artikel 5 8.
------+Artikel 6 CBAM-aangifte
---------+Artikel 6 1.
---------+Artikel 6 2.
---------+Artikel 6 3.
---------+Artikel 6 4.
---------+Artikel 6 5.
---------+Artikel 6 6.
------+Artikel 7 Berekening van ingebedde emissies
---------+Artikel 7 1.
---------+Artikel 7 2.
---------+Artikel 7 3.
---------+Artikel 7 4.
---------+Artikel 7 5.
---------+Artikel 7 6.
---------+Artikel 7 7.
------+Artikel 8 Verificatie van ingebedde emissies
---------+Artikel 8 1.
---------+Artikel 8 2.
---------+Artikel 8 3.
------+Artikel 9 In een derde land betaalde koolstofprijs
---------+Artikel 9 1.
---------+Artikel 9 2.
---------+Artikel 9 3.
---------+Artikel 9 4.
---------+Artikel 9 5.
------+Artikel 10 Registratie van exploitanten en van installaties in derde landen
---------+Artikel 10 1.
---------+Artikel 10 2.
---------+Artikel 10 3.
---------+Artikel 10 4.
---------+Artikel 10 5.
---------+Artikel 10 6.
---------+Artikel 10 7.
---------+Artikel 10 8.
------+Artikel 10bis Registratie van geaccrediteerde verificateurs
---------+Artikel 10bis 1.
---------+Artikel 10bis 2.
---------+Artikel 10bis 3.
---------+Artikel 10bis 4.
---------+Artikel 10bis 5.
---------+Artikel 10bis 6.
---+HOOFDSTUK III BEVOEGDE AUTORITEITEN
------+Artikel 11 Bevoegde autoriteiten
---------+Artikel 11 1.
---------+Artikel 11 2.
---------+Artikel 11 3.
------+Artikel 12 Commissie
------+Artikel 13 Beroepsgeheim en openbaarmaking van informatie
---------+Artikel 13 1.
---------+Artikel 13 2.
------+Artikel 14 CBAM-register
---------+Artikel 14 1.
---------+Artikel 14 2.
---------+Artikel 14 3.
---------+Artikel 14 4.
---------+Artikel 14 5.
---------+Artikel 14 6.
------+Artikel 15 Risicoanalyse
---------+Artikel 15 1.
---------+Artikel 15 2.
------+Artikel 16 Rekeningen in het CBAM-register
---------+Artikel 16 1.
---------+Artikel 16 2.
---------+Artikel 16 3.
---------+Artikel 16 4.
------+Artikel 17 Toelating
---------+Artikel 17 1.
---------+Artikel 17 2.
---------+Artikel 17 3.
---------+Artikel 17 4.
---------+Artikel 17 5.
---------+Artikel 17 6.
---------+Artikel 17 7.
---------+Article 17 7a.
---------+Artikel 17 8.
---------+Artikel 17 9.
---------+Artikel 17 10.
------+Artikel 18 Accreditatie van verificateurs
---------+Artikel 18 2.
---------+Artikel 18 3.
------+Artikel 19 Beoordeling van CBAM-aangiften
---------+Artikel 19 1.
---------+Artikel 19 2.
---------+Artikel 19 3.
---------+Artikel 19 4.
---------+Artikel 19 5.
---------+Artikel 19 6.
---+HOOFDSTUK IV CBAM-CERTIFICATEN
------+Artikel 20 Verkoop van CBAM-certificaten
---------+Artikel 20 1.
---------+Artikel 20 2.
---------+Artikel 20 3.
---------+Artikel 20 4.
---------+Artikel 20 5.
---------+Article 20 5a.
---------+Artikel 20 6.
------+Artikel 21 Prijs van CBAM-certificaten
---------+Artikel 21 1.
---------+Article 21 1a.
---------+Artikel 21 2.
---------+Artikel 21 3.
------+Artikel 22 Inlevering van CBAM-certificaten
---------+Artikel 22 1.
---------+Artikel 22 2.
---------+Article 22 2a.
---------+Artikel 22 3.
------+Artikel 23 Terugkoop van CBAM-certificaten
---------+Artikel 23 1.
---------+Artikel 23 2.
---------+Article 23 2a.
---------+Artikel 23 3.
------+Artikel 24 Annulering van CBAM-certificaten
---------+Artikel 24 1.
---------+Artikel 24 2.
---------+Artikel 24 3.
---+HOOFDSTUK V REGELS VOOR DE INVOER VAN GOEDEREN
------+Artikel 25 Regels voor de invoer van goederen
---------+Artikel 25 1.
---------+Artikel 25 2.
---------+Artikel 25 3.
---------+Artikel 25 4.
---------+Artikel 25 5.
---------+Artikel 25 6.
------+Artikel 25bis Toezicht op en handhaving van de unieke op massa gebaseerde drempelwaarde
---------+Artikel 25bis 1.
---------+Artikel 25bis 2.
---------+Artikel 25bis 3.
---------+Artikel 25bis 4.
---------+Artikel 25bis 5.
---+HOOFDSTUK VI HANDHAVING
------+Artikel 26 Boetes
---------+Artikel 26 1.
---------+Article 26 1a.
---------+Artikel 26 2.
---------+Article 26 2a.
---------+Artikel 26 3.
---------+Artikel 26 4.
---------+Article 26 4a.
---------+Artikel 26 5.
---------+Artikel 26 6.
------+Artikel 27 Ontwijking
---------+Artikel 27 1.
---------+Artikel 27 2.
---------+Artikel 27 3.
---------+Artikel 27 4.
---------+Artikel 27 5.
---------+Artikel 27 6.
---+HOOFDSTUK VII UITOEFENING VAN DE BEVOEGDHEIDSDELEGATIE EN COMITÉPROCEDURE
------+Artikel 28 Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
---------+Artikel 28 1.
---------+Artikel 28 2.
---------+Artikel 28 3.
---------+Artikel 28 4.
---------+Artikel 28 5.
---------+Artikel 28 6.
---------+Artikel 28 7.
------+Artikel 29 Comitéprocedure
---------+Artikel 29 1.
---------+Artikel 29 2.
---+HOOFDSTUK VIII RAPPORTAGE EN HERZIENING
------+Artikel 30 Herziening en rapportage door de Commissie
---------+Artikel 30 1.
---------+Artikel 30 2.
---------+Artikel 30 3.
---------+Artikel 30 4.
---------+Artikel 30 5.
---------+Artikel 30 6.
---------+Artikel 30 7.
---------+Artikel 30 8.
---+HOOFDSTUK IX COÖRDINATIE MET DE GRATIS TOEWIJZING VAN EMISSIERECHTEN IN HET KADER VAN HET EU-ETS
------+Artikel 31 Gratis toewijzing van emissierechten in het kader van het EU-ETS en verplichte inlevering van CBAM-certificaten
---------+Artikel 31 1.
---------+Artikel 31 2.
---+HOOFDSTUK X OVERGANGSBEPALINGEN
------+Artikel 32 Toepassingsgebied van de overgangsperiode
------+Artikel 33 Invoer van goederen
---------+Artikel 33 1.
---------+Artikel 33 2.
---------+Artikel 33 3.
------+Artikel 34 Rapportageverplichting voor bepaalde douaneregelingen
---------+Artikel 34 1.
---------+Artikel 34 2.
------+Artikel 35 Rapportageverplichting
---------+Artikel 35 1.
---------+Artikel 35 2.
---------+Artikel 35 3.
---------+Artikel 35 4.
---------+Artikel 35 5.
---------+Artikel 35 6.
---------+Artikel 35 7.
---+HOOFDSTUK XI SLOTBEPALINGEN
------+Artikel 36 Inwerkingtreding
---------+Artikel 36 1.
---------+Artikel 36 2.
---+BIJLAGE I Lijst van goederen en broeikasgassen
---+BIJLAGE II Lijst van goederen waarvoor op grond van artikel 7, lid 1, alleen directe emissies in aanmerking moeten worden genomen
---+BIJLAGE III Derde landen en gebieden die buiten het toepassingsgebied van deze verordening vallen voor de toepassing van artikel 2
---+BIJLAGE IV Methoden voor de berekening van ingebedde emissies voor de toepassing van artikel 7
---+BIJLAGE V Boekhoudkundige vereisten voor informatie die wordt gebruikt voor de berekening van ingebedde emissies voor de toepassing van artikel 7, lid 5
---+BIJLAGE VI Verificatiebeginselen en inhoud van verificatieverslagen voor de toepassing van artikel 8
---+BIJLAGE VII De unieke op massa gebaseerde drempelwaarde
|
English -
European Union -
Environment -
VERORDENING (EU) 2023/956 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 10 mei 2023 tot instelling van een mechanisme voor koolstofgrenscorrectie (Voor de EER relevante tekst)
VERORDENING (EU) 2023/956 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 10 mei 2023
tot instelling van een mechanisme voor koolstofgrenscorrectie
(Voor de EER relevante tekst)
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
HOOFDSTUK I ONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES
|
HOOFDSTUK I ONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES
|
|
HOOFDSTUK II RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN TOEGELATEN CBAM-AANGEVERS
|
HOOFDSTUK II RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN TOEGELATEN CBAM-AANGEVERS
|
|
HOOFDSTUK III BEVOEGDE AUTORITEITEN
|
HOOFDSTUK III BEVOEGDE AUTORITEITEN
|
|
HOOFDSTUK IV CBAM-CERTIFICATEN
|
HOOFDSTUK IV CBAM-CERTIFICATEN
|
|
HOOFDSTUK V REGELS VOOR DE INVOER VAN GOEDEREN
|
HOOFDSTUK V REGELS VOOR DE INVOER VAN GOEDEREN
|
|
HOOFDSTUK VI HANDHAVING
|
HOOFDSTUK VI HANDHAVING
|
|
HOOFDSTUK VII UITOEFENING VAN DE BEVOEGDHEIDSDELEGATIE EN COMITÉPROCEDURE
|
HOOFDSTUK VII UITOEFENING VAN DE BEVOEGDHEIDSDELEGATIE EN COMITÉPROCEDURE
|
|
HOOFDSTUK VIII RAPPORTAGE EN HERZIENING
|
HOOFDSTUK VIII RAPPORTAGE EN HERZIENING
|
|
HOOFDSTUK IX COÖRDINATIE MET DE GRATIS TOEWIJZING VAN EMISSIERECHTEN IN HET KADER VAN HET EU-ETS
|
HOOFDSTUK IX COÖRDINATIE MET DE GRATIS TOEWIJZING VAN EMISSIERECHTEN IN HET KADER VAN HET EU-ETS
|
|
HOOFDSTUK X OVERGANGSBEPALINGEN
|
HOOFDSTUK X OVERGANGSBEPALINGEN
|
|
HOOFDSTUK XI SLOTBEPALINGEN
|
HOOFDSTUK XI SLOTBEPALINGEN
|
|
BIJLAGE I Lijst van goederen en broeikasgassen
|
BIJLAGE I
Lijst van goederen en broeikasgassen
1. Met het oog op de identificatie van goederen, is deze verordening van toepassing op de goederen die onder de hierna vermelde codes van de gecombineerde nomenclatuur („GN”) vallen. De GN-codes zijn die van Verordening (EEG) nr. 2658/87.
2. Voor de toepassing van deze verordening zijn de broeikasgassen met betrekking tot de in punt 1 bedoelde goederen die welke in de onderstaande tabel voor de betrokken goederen zijn opgenomen.
Cement
|
GN-code
|
Broeikasgas
|
|
►M1
ex 2507 00 80 — Andere kaolienhoudende klei met uitzondering van niet-gebrande kaolienhoudende klei ◄
|
Koolstofdioxide
|
|
2523 10 00 — Cementklinker
|
Koolstofdioxide
|
|
2523 21 00 — Wit portlandcement, ook indien kunstmatig gekleurd
|
Koolstofdioxide
|
|
2523 29 00 — Ander portlandcement
|
Koolstofdioxide
|
|
2523 30 00 — Aluminiumcement
|
Koolstofdioxide
|
|
2523 90 00 — Ander hydraulisch cement
|
Koolstofdioxide
|
Elektriciteit
|
GN-code
|
Broeikasgas
|
|
2716 00 00 — Elektrische energie
|
Koolstofdioxide
|
Meststoffen
|
GN-code
|
Broeikasgas
|
|
2808 00 00 — Salpeterzuur; nitreerzuren
|
Koolstofdioxide en distikstofoxide
|
|
2814 — Ammoniak, watervrij of in waterige oplossing (ammonia)
|
Koolstofdioxide
|
|
2834 21 00 — Kaliumnitraat
|
Koolstofdioxide en distikstofoxide
|
|
3102 — Minerale of chemische stikstofhoudende meststoffen
|
Koolstofdioxide en distikstofoxide
|
|
3105 — Minerale of chemische meststoffen die twee of drie van de vruchtbaarmakende elementen stikstof, fosfor en kalium bevatten; andere meststoffen; producten bedoeld bij dit hoofdstuk, in tabletten of in dergelijke vormen, dan wel in verpakkingen met een brutogewicht van niet meer dan 10 kg
Met uitzondering van: 3105 60 00 — Minerale of chemische meststoffen die de twee vruchtbaarmakende elementen fosfor en kalium bevatten
|
Koolstofdioxide en distikstofoxide
|
Gietijzer, ijzer en staal
|
GN-code
|
Broeikasgas
|
|
72 — Gietijzer, ijzer en staal
Met uitzondering van:
7202 30 00 — Ferrosilicomangaan
7202 50 00 — Ferrosilicochroom
7202 70 00 — Ferromolybdeen
7202 80 00 — Ferrowolfraam en ferrosilicowolfraam
7202 91 00 — Ferrotitaan en ferrosilicotitaan
7202 92 00 — Ferrovanadium
7202 93 00 — Ferroniobium
7202 99 30 — Ferrosilicomagnesium
7204 — Resten en afval, van gietijzer, van ijzer of van staal (schroot); afvalingots van ijzer of van staal
|
Koolstofdioxide
|
|
2601 12 00 — IJzererts en concentraten daarvan, geagglomereerd, m.u.v. geroost ijzerkies (pyrietas)
|
Koolstofdioxide
|
|
7301 — Damwandprofielen van ijzer of van staal, ook indien van gaten voorzien of bestaande uit aaneengezette delen; gelaste profielen van ijzer of van staal
|
Koolstofdioxide
|
|
7302 — Bestanddelen van spoorbanen, van gietijzer, van ijzer of van staal: spoorstaven (rails), contrarails en heugels voor tandradbanen, wisseltongen, puntstukken, wisselstangen en andere bestanddelen van kruisingen en wissels, dwarsliggers, lasplaten, spoorstoelen, wiggen, onderlegplaten, klemplaten, dwarsplaten en dwarsstangen en andere bestanddelen, voor het leggen, het verbinden of het bevestigen van rails
|
Koolstofdioxide
|
|
7303 00 — Buizen, pijpen en holle profielen, van gietijzer
|
Koolstofdioxide
|
|
7304 — Buizen, pijpen en holle profielen, naadloos, van ijzer of van staal
|
Koolstofdioxide
|
|
7305 — Andere buizen en pijpen (bijvoorbeeld gelast, geklonken, genageld, gefelst), met een rond profiel en met een uitwendige diameter van meer dan 406,4 mm, van ijzer of van staal
|
Koolstofdioxide
|
|
7306 — Andere buizen, pijpen en holle profielen (bijvoorbeeld gelast, geklonken, genageld, gefelst of met enkel tegen elkaar liggende randen), van ijzer of van staal
|
Koolstofdioxide
|
|
7307 — Hulpstukken (fittings) voor buisleidingen (bijvoorbeeld verbindingsstukken, ellebogen, moffen), van gietijzer, van ijzer of van staal
|
Koolstofdioxide
|
|
7308 — Constructiewerken en delen van constructiewerken (bijvoorbeeld bruggen, brugdelen, sluisdeuren, vakwerkmasten en andere masten, pijlers, kolommen, kapconstructies, deuren en ramen, alsmede kozijnen daarvoor, drempels, luiken, balustrades), van gietijzer, van ijzer of van staal, andere dan de geprefabriceerde bouwwerken bedoeld bij post 9406 ; platen, staven, profielen, buizen en dergelijke, van gietijzer, van ijzer of van staal, gereedgemaakt voor gebruik in constructiewerken
|
Koolstofdioxide
|
|
7309 00 — Reservoirs, voeders, kuipen en dergelijke bergingsmiddelen, voor ongeacht welke goederen (andere dan voor gecomprimeerd of vloeibaar gemaakt gas), van gietijzer, van ijzer of van staal, met een inhoudsruimte van meer dan 300 l, niet voorzien van een mechanische inrichting of van een inrichting om te koelen of te warmen, ook indien inwendig bekleed of voorzien van een warmte-isolerende bekleding
|
Koolstofdioxide
|
|
7310 — Reservoirs, fusten, trommels, bussen, blikken en dergelijke bergingsmiddelen, voor ongeacht welke goederen (andere dan voor gecomprimeerd of vloeibaar gemaakt gas), van gietijzer, van ijzer of van staal, met een inhoudsruimte van niet meer dan 300 l, niet voorzien van een mechanische inrichting of van een inrichting om te koelen of te warmen, ook indien inwendig bekleed of voorzien van een warmte-isolerende bekleding
|
Koolstofdioxide
|
|
7311 00 — Bergingsmiddelen voor gecomprimeerd of vloeibaar gemaakt gas, van gietijzer, van ijzer of van staal
|
Koolstofdioxide
|
|
7318 — Schroeven, bouten, moeren, kraagschroeven, schroefhaken, massieve klinknagels en klinkbouten, splitpennen en splitbouten, stelpennen en stelbouten, spieën, sluitringen (veerringen en andere verende sluitringen daaronder begrepen) en dergelijke artikelen, van gietijzer, van ijzer of van staal
|
Koolstofdioxide
|
|
7326 — Andere werken van ijzer of staal
|
Koolstofdioxide
|
Aluminium
|
GN-code
|
Broeikasgas
|
|
7601 — Ruw aluminium
|
Koolstofdioxide en perfluorkoolstoffen
|
|
7603 — Poeders en schilfers, van aluminium
|
Koolstofdioxide en perfluorkoolstoffen
|
|
7604 — Staven en profielen, van aluminium
|
Koolstofdioxide en perfluorkoolstoffen
|
|
7605 — Draad van aluminium
|
Koolstofdioxide en perfluorkoolstoffen
|
|
7606 — Platen, bladen en strippen, van aluminium, met een dikte van meer dan 0,2 mm
|
Koolstofdioxide en perfluorkoolstoffen
|
|
7607 — Bladaluminium (ook indien bedrukt of op een drager van papier, van karton, van kunststof of op dergelijke dragers) met een dikte van niet meer dan 0,2 mm (de dikte van de drager niet meegerekend)
|
Koolstofdioxide en perfluorkoolstoffen
|
|
7608 — Buizen en pijpen, van aluminium
|
Koolstofdioxide en perfluorkoolstoffen
|
|
7609 00 00 — Hulpstukken (fittings) voor buisleidingen (bijvoorbeeld verbindingsstukken, ellebogen, moffen), van aluminium
|
Koolstofdioxide en perfluorkoolstoffen
|
|
7610 — Constructiewerken en delen van constructiewerken (bijvoorbeeld bruggen, brugdelen, torens, vakwerkmasten en andere masten, pijlers, kolommen, kapconstructies, deuren en ramen, alsmede kozijnen daarvoor, drempels, luiken, balustrades), van aluminium, andere dan de geprefabriceerde bouwwerken bedoeld bij post 9406 ; platen, staven, profielen, buizen en dergelijke, van aluminium, gereedgemaakt voor gebruik in constructiewerken
|
Koolstofdioxide en perfluorkoolstoffen
|
|
7611 00 00 — Reservoirs, voeders, kuipen en dergelijke bergingsmiddelen, voor ongeacht welke goederen (andere dan voor gecomprimeerd of vloeibaar gemaakt gas), van aluminium, met een inhoudsruimte van meer dan 300 l, niet voorzien van een mechanische inrichting of van een inrichting om te koelen of te warmen, ook indien inwendig bekleed of voorzien van een warmte-isolerende bekleding
|
Koolstofdioxide en perfluorkoolstoffen
|
|
7612 — Reservoirs, fusten, trommels, bussen, blikken en dergelijke bergingsmiddelen (buisjes en tubes daaronder begrepen), voor ongeacht welke goederen (andere dan voor gecomprimeerd of vloeibaar gemaakt gas), van aluminium, met een inhoudsruimte van niet meer dan 300 l, niet voorzien van een mechanische inrichting of van een inrichting om te koelen of te warmen, ook indien inwendig bekleed of voorzien van een warmte-isolerende bekleding
|
Koolstofdioxide en perfluorkoolstoffen
|
|
7613 00 00 — Bergingsmiddelen voor gecomprimeerd of voor vloeibaar gemaakt gas, van aluminium
|
Koolstofdioxide en perfluorkoolstoffen
|
|
7614 — Kabels, strengen en dergelijke artikelen, van aluminium, niet geïsoleerd voor het geleiden van elektriciteit
|
Koolstofdioxide en perfluorkoolstoffen
|
|
7616 — Andere werken van aluminium
|
Koolstofdioxide en perfluorkoolstoffen
|
Chemische stoffen
|
GN-code
|
Broeikasgas
|
|
2804 10 00 — Waterstof
|
Koolstofdioxide
|
|
|
BIJLAGE II Lijst van goederen waarvoor op grond van artikel 7, lid 1, alleen directe emissies in aanmerking moeten worden genomen
|
BIJLAGE II
Lijst van goederen waarvoor op grond van artikel 7, lid 1, alleen directe emissies in aanmerking moeten worden genomen
Gietijzer, ijzer en staal
|
GN-code
|
Broeikasgas
|
|
72 — Gietijzer, ijzer en staal
Met uitzondering van:
7202 30 00 — Ferrosilicomangaan
7202 50 00 — Ferrosilicochroom
7202 70 00 — Ferromolybdeen
7202 80 00 — Ferrowolfraam en ferrosilicowolfraam
7202 91 00 — Ferrotitaan en ferrosilicotitaan
7202 92 00 — Ferrovanadium
7202 93 00 — Ferroniobium
7202 99 30 — Ferrosilicomagnesium
7204 — Resten en afval, van gietijzer, van ijzer of van staal (schroot); afvalingots van ijzer of van staal
|
Koolstofdioxide
|
|
7301 — Damwandprofielen van ijzer of van staal, ook indien van gaten voorzien of bestaande uit aaneengezette delen; gelaste profielen van ijzer of van staal
|
Koolstofdioxide
|
|
7302 — Bestanddelen van spoorbanen, van gietijzer, van ijzer of van staal: spoorstaven (rails), contrarails en heugels voor tandradbanen, wisseltongen, puntstukken, wisselstangen en andere bestanddelen van kruisingen en wissels, dwarsliggers, lasplaten, spoorstoelen, wiggen, onderlegplaten, klemplaten, dwarsplaten en dwarsstangen en andere bestanddelen, voor het leggen, het verbinden of het bevestigen van rails
|
Koolstofdioxide
|
|
7303 00 — Buizen, pijpen en holle profielen, van gietijzer
|
Koolstofdioxide
|
|
7304 — Buizen, pijpen en holle profielen, naadloos, van ijzer of van staal
|
Koolstofdioxide
|
|
7305 — Andere buizen en pijpen (bijvoorbeeld gelast, geklonken, genageld, gefelst), met een rond profiel en met een uitwendige diameter van meer dan 406,4 mm, van ijzer of van staal
|
Koolstofdioxide
|
|
7306 — Andere buizen, pijpen en holle profielen (bijvoorbeeld gelast, geklonken, genageld, gefelst of met enkel tegen elkaar liggende randen), van ijzer of van staal
|
Koolstofdioxide
|
|
7307 — Hulpstukken (fittings) voor buisleidingen (bijvoorbeeld verbindingsstukken, ellebogen, moffen), van gietijzer, van ijzer of van staal
|
Koolstofdioxide
|
|
7308 — Constructiewerken en delen van constructiewerken (bijvoorbeeld bruggen, brugdelen, sluisdeuren, vakwerkmasten en andere masten, pijlers, kolommen, kapconstructies, deuren en ramen, alsmede kozijnen daarvoor, drempels, luiken, balustrades), van gietijzer, van ijzer of van staal, andere dan de geprefabriceerde bouwwerken bedoeld bij post 9406 ; platen, staven, profielen, buizen en dergelijke, van gietijzer, van ijzer of van staal, gereedgemaakt voor gebruik in constructiewerken
|
Koolstofdioxide
|
|
7309 00 — Reservoirs, voeders, kuipen en dergelijke bergingsmiddelen, voor ongeacht welke goederen (andere dan voor gecomprimeerd of vloeibaar gemaakt gas), van gietijzer, van ijzer of van staal, met een inhoudsruimte van meer dan 300 l, niet voorzien van een mechanische inrichting of van een inrichting om te koelen of te warmen, ook indien inwendig bekleed of voorzien van een warmte-isolerende bekleding
|
Koolstofdioxide
|
|
7310 — Reservoirs, fusten, trommels, bussen, blikken en dergelijke bergingsmiddelen, voor ongeacht welke goederen (andere dan voor gecomprimeerd of vloeibaar gemaakt gas), van gietijzer, van ijzer of van staal, met een inhoudsruimte van niet meer dan 300 l, niet voorzien van een mechanische inrichting of van een inrichting om te koelen of te warmen, ook indien inwendig bekleed of voorzien van een warmte-isolerende bekleding
|
Koolstofdioxide
|
|
7311 00 — Bergingsmiddelen voor gecomprimeerd of vloeibaar gemaakt gas, van gietijzer, van ijzer of van staal
|
Koolstofdioxide
|
|
7318 — Schroeven, bouten, moeren, kraagschroeven, schroefhaken, massieve klinknagels en klinkbouten, splitpennen en splitbouten, stelpennen en stelbouten, spieën, sluitringen (veerringen en andere verende sluitringen daaronder begrepen) en dergelijke artikelen, van gietijzer, van ijzer of van staal
|
Koolstofdioxide
|
|
7326 — Andere werken van ijzer of staal
|
Koolstofdioxide
|
Aluminium
|
GN-code
|
Broeikasgas
|
|
7601 — Ruw aluminium
|
Koolstofdioxide en perfluorkoolstoffen
|
|
7603 — Poeders en schilfers, van aluminium
|
Koolstofdioxide en perfluorkoolstoffen
|
|
7604 — Staven en profielen, van aluminium
|
Koolstofdioxide en perfluorkoolstoffen
|
|
7605 — Draad van aluminium
|
Koolstofdioxide en perfluorkoolstoffen
|
|
7606 — Platen, bladen en strippen, van aluminium, met een dikte van meer dan 0,2 mm
|
Koolstofdioxide en perfluorkoolstoffen
|
|
7607 — Bladaluminium (ook indien bedrukt of op een drager van papier, van karton, van kunststof of op dergelijke dragers) met een dikte van niet meer dan 0,2 mm (de dikte van de drager niet meegerekend)
|
Koolstofdioxide en perfluorkoolstoffen
|
|
7608 — Buizen en pijpen, van aluminium
|
Koolstofdioxide en perfluorkoolstoffen
|
|
7609 00 00 — Hulpstukken (fittings) voor buisleidingen (bijvoorbeeld verbindingsstukken, ellebogen, moffen), van aluminium
|
Koolstofdioxide en perfluorkoolstoffen
|
|
7610 — Constructiewerken en delen van constructiewerken (bijvoorbeeld bruggen, brugdelen, torens, vakwerkmasten en andere masten, pijlers, kolommen, kapconstructies, deuren en ramen, alsmede kozijnen daarvoor, drempels, luiken, balustrades), van aluminium, andere dan de geprefabriceerde bouwwerken bedoeld bij post 9406 ; platen, staven, profielen, buizen en dergelijke, van aluminium, gereedgemaakt voor gebruik in constructiewerken
|
Koolstofdioxide en perfluorkoolstoffen
|
|
7611 00 00 — Reservoirs, voeders, kuipen en dergelijke bergingsmiddelen, voor ongeacht welke goederen (andere dan voor gecomprimeerd of vloeibaar gemaakt gas), van aluminium, met een inhoudsruimte van meer dan 300 l, niet voorzien van een mechanische inrichting of van een inrichting om te koelen of te warmen, ook indien inwendig bekleed of voorzien van een warmte-isolerende bekleding
|
Koolstofdioxide en perfluorkoolstoffen
|
|
7612 — Reservoirs, fusten, trommels, bussen, blikken en dergelijke bergingsmiddelen (buisjes en tubes daaronder begrepen), voor ongeacht welke goederen (andere dan voor gecomprimeerd of vloeibaar gemaakt gas), van aluminium, met een inhoudsruimte van niet meer dan 300 l, niet voorzien van een mechanische inrichting of van een inrichting om te koelen of te warmen, ook indien inwendig bekleed of voorzien van een warmte-isolerende bekleding
|
Koolstofdioxide en perfluorkoolstoffen
|
|
7613 00 00 — Bergingsmiddelen voor gecomprimeerd of voor vloeibaar gemaakt gas, van aluminium
|
Koolstofdioxide en perfluorkoolstoffen
|
|
7614 — Kabels, strengen en dergelijke artikelen, van aluminium, niet geïsoleerd voor het geleiden van elektriciteit
|
Koolstofdioxide en perfluorkoolstoffen
|
|
7616 — Andere werken van aluminium
|
Koolstofdioxide en perfluorkoolstoffen
|
Chemische stoffen
|
GN-code
|
Broeikasgas
|
|
2804 10 00 — Waterstof
|
Koolstofdioxide
|
▼M1
Elektriciteit
|
GN-code
|
Broeikasgas
|
|
2716 00 00 — Elektrische energie
|
Koolstofdioxide
|
▼B
|
|
BIJLAGE III Derde landen en gebieden die buiten het toepassingsgebied van deze verordening vallen voor de toepassing van artikel 2
|
BIJLAGE III
Derde landen en gebieden die buiten het toepassingsgebied van deze verordening vallen voor de toepassing van artikel 2
1. DERDE LANDEN EN GEBIEDEN DIE BUITEN HET TOEPASSINGSGEBIED VAN DEZE VERORDENING VALLEN
Deze verordening is niet van toepassing op goederen van oorsprong uit de volgende landen:
Deze verordening is niet van toepassing op goederen van oorsprong uit de volgende gebieden:
2. DERDE LANDEN EN GEBIEDEN DIE BUITEN HET TOEPASSINGSGEBIED VAN DEZE VERORDENING VALLEN WAT BETREFT DE INVOER VAN ELEKTRICITEIT IN HET DOUANEGEBIED VAN DE UNIE
[Door de Commissie op grond van artikel 2, lid 11, toe te voegen of te verwijderen derde landen of gebieden.]
|
|
BIJLAGE IV Methoden voor de berekening van ingebedde emissies voor de toepassing van artikel 7
|
BIJLAGE IV
Methoden voor de berekening van ingebedde emissies voor de toepassing van artikel 7
1. DEFINITIES
Voor de toepassing van deze bijlage en de bijlagen V en VI wordt verstaan onder:
a)
„eenvoudige goederen”: goederen die zijn vervaardigd in een productieproces dat uitsluitend inputmaterialen (precursoren) en brandstoffen vereist met nul ingebedde emissies;
b)
„samengestelde goederen”: andere dan eenvoudige goederen;
c)
„specifieke ingebedde emissies”: de ingebedde emissies van één ton goederen, uitgedrukt als ton CO2-equivalente emissies per ton goederen;
d)
„CO2-emissiefactor”: het gewogen gemiddelde van de CO2-intensiteit van uit fossiele brandstoffen opgewekte elektriciteit in een geografisch gebied; de CO2-emissiefactor wordt berekend als het quotiënt van de CO2-emissiegegevens van de elektriciteitssector, en de bruto-elektriciteitsopwekking uit fossiele brandstoffen in het relevante geografische gebied; deze wordt uitgedrukt in ton CO2 per megawattuur;
e)
„emissiefactor voor elektriciteit”: de standaardwaarde, uitgedrukt in CO2-equivalent, die gelijk is aan de emissie-intensiteit van de elektriciteit die wordt verbruikt tijdens de productie van goederen;
f)
„stroomafnameovereenkomst”: een contract waarbij een persoon zich ertoe verbindt elektriciteit rechtstreeks van een elektriciteitsproducent af te nemen;
g)
„transmissiesysteembeheerder”: een beheerder als gedefinieerd in artikel 2, punt 35, van Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad (
7
).
2. VASTSTELLING VAN DE SPECIFIEKE WERKELIJKE INGEBEDDE EMISSIES VOOR EENVOUDIGE GOEDEREN
Om de specifieke werkelijke ingebedde emissies van eenvoudige goederen te bepalen die in een gegeven installatie zijn geproduceerd, worden directe en, in voorkomend geval, indirecte emissies in aanmerking genomen. Dit gebeurt aan de hand van de volgende vergelijking:
waarbij:
|
SEEg
|
de specifieke ingebedde emissies van de goederen g zijn, uitgedrukt in CO2-equivalent per ton;
|
|
AttrEmg
|
de toegekende emissies van de goederen g zijn, en
|
|
ALg
|
het activiteitsniveau van de goederen is, zijnde de hoeveelheid goederen die in de verslagperiode in die installatie geproduceerd is.
|
Onder „toegekende emissies” wordt verstaan het deel van de emissies van de installatie gedurende de verslagperiode dat wordt veroorzaakt door het productieproces dat resulteert in de goederen g bij toepassing van de systeemgrenzen van het productieproces dat is omschreven in de op grond van artikel 7, lid 7, vastgestelde uitvoeringshandelingen. De toegekende emissies worden berekend aan de hand van de volgende vergelijking:
waarbij:
|
DirEm
|
de directe emissies zijn als gevolg van het productieproces, uitgedrukt in ton CO2-equivalent, binnen de systeemgrenzen als bedoeld in de op grond van artikel 7, lid 7, vastgestelde uitvoeringshandeling, en
|
|
IndirEm
|
de indirecte emissies zijn als gevolg van de productie van elektriciteit die wordt verbruikt in de productieprocessen van goederen, uitgedrukt in ton CO2-equivalent, binnen de systeemgrenzen als bedoeld in de op grond van artikel 7, lid 7, vastgestelde uitvoeringshandeling.
|
▼M1
3.
VASTSTELLING VAN DE WERKELIJKE INGEBEDDE EMISSIES VOOR SAMENGESTELDE GOEDEREN
Om de specifieke werkelijke ingebedde emissies van samengestelde goederen te bepalen die in een gegeven installatie zijn geproduceerd, wordt de volgende vergelijking toegepast:
waarbij:
|
AttrEmg
|
de toegekende emissies van de goederen g zijn,
|
|
ALg
|
het activiteitsniveau van de goederen is, dat wil zeggen de hoeveelheid goederen die in de verslagperiode in die installatie geproduceerd is, en
|
|
EEInpMat
|
de ingebedde emissies zijn van de inputmaterialen (precursoren) die in het productieproces zijn verbruikt. Alleen inputmaterialen (precursoren) die zijn opgenomen in bijlage I en van oorsprong zijn uit derde landen en gebieden die niet zijn vrijgesteld op grond van bijlage III, punt 1, worden in aanmerking genomen. De relevante EEInpMat worden als volgt berekend:
|
waarbij:
|
Mi
|
de massa is van het in het productieproces gebruikte inputmateriaal (precursor) i en
|
|
SEEi
|
de specifieke ingebedde emissies zijn voor het inputmateriaal (precursor) i. Voor SEEi gebruikt de exploitant van de installatie de waarde van de emissies voor de installatie waar het inputmateriaal (precursor) is geproduceerd, mits de gegevens van die installatie voldoende nauwkeurig kunnen worden gemeten.
|
4.
VASTSTELLING VAN STANDAARDWAARDEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 7, LEDEN 2 EN 3
Om standaardwaarden te bepalen, wordt voor de vaststelling van ingebedde emissies alleen gebruikgemaakt van werkelijke waarden. Als er geen werkelijke waarden voorhanden zijn, mogen waarden uit de literatuur worden gebruikt. De standaardwaarden worden vastgesteld op basis van de beste beschikbare gegevens. De beste beschikbare gegevens worden gebaseerd op betrouwbare en openbaar beschikbare informatie. De standaardwaarden worden periodiek herzien door middel van de op grond van artikel 7, lid 7, vastgestelde uitvoeringshandelingen op basis van de meest actuele en betrouwbare informatie, inclusief informatie die door een derde land of groep van derde landen is verstrekt.
4.1.
Standaardwaarden als bedoeld in artikel 7, lid 2
Standaardwaarden worden vastgesteld op de gemiddelde emissie-intensiteit van elk land van uitvoer en voor elk van de in bijlage I vermelde goederen, met uitzondering van elektriciteit, verhoogd met een evenredig ontwikkelde toeslag. Deze toeslag wordt bepaald in de op grond van artikel 7, lid 7, vastgestelde uitvoeringshandelingen en wordt op een passend niveau vastgesteld om de milieu-integriteit van het CBAM te waarborgen, voortbouwend op de meest actuele en betrouwbare informatie, onder meer op basis van informatie die tijdens de overgangsperiode is verzameld. Wanneer er voor een goederensoort geen betrouwbare gegevens voor het land van uitvoer kunnen worden toegepast, worden de standaardwaarden gebaseerd op de gemiddelde emissie-intensiteit van de tien landen van uitvoer met de hoogste emissie-intensiteiten waarvoor betrouwbare gegevens kunnen worden toegepast voor die goederensoort.
▼B
4.2. Standaardwaarden voor ingevoerde elektriciteit als bedoeld in artikel 7, lid 3
De standaardwaarden voor ingevoerde elektriciteit worden voor een derde land, een groep van derde landen of een regio in een derde land vastgesteld op basis van specifieke standaardwaarden, overeenkomstig punt 4.2.1, of, indien die waarden niet beschikbaar zijn, op basis van alternatieve standaardwaarden, overeenkomstig punt 4.2.2.
Wanneer de elektriciteit wordt geproduceerd in een derde land, een groep van derde landen of een regio in een derde land, en via derde landen, groepen van derde landen, regio’s in een derde land of lidstaten wordt doorgevoerd met het oog op de invoer in de Unie, zijn de te gebruiken standaardwaarden de waarden uit het derde land, de groep van derde landen of de regio in een derde land waar de elektriciteit werd geproduceerd.
4.2.1. Specifieke standaardwaarden voor een derde land, groep van derde landen of regio in een derde land
Specifieke standaardwaarden worden vastgesteld op de CO2-emissiefactor in het derde land, de groep van derde landen of de regio in een derde land, op basis van de beste gegevens waarover de Commissie beschikt.
4.2.2. Alternatieve standaardwaarden
Wanneer er geen specifieke standaardwaarde beschikbaar is voor een derde land, een groep van derde landen of een regio in een derde land, wordt de alternatieve standaardwaarde voor elektriciteit vastgesteld op de CO2-emissiefactor in de Unie.
Wanneer op basis van betrouwbare gegevens kan worden aangetoond dat de CO2-emissiefactor in een derde land, een groep van derde landen of een regio in een derde land lager is dan de door de Commissie bepaalde specifieke standaardwaarde of lager is dan de CO2-emissiefactor in de Unie, mag voor dat derde land, die groep van derde landen of die regio in een derde land een alternatieve standaardwaarde op basis van die CO2-emissiefactor worden gebruikt.
4.3 Standaardwaarden voor ingebedde indirecte emissies
De standaardwaarden voor de indirecte emissies die zijn ingebed in een goed dat in een derde land is geproduceerd, worden bepaald op basis van een standaardwaarde die wordt berekend op basis van het gemiddelde van hetzij de emissiefactor van het elektriciteitsnet van de Unie, hetzij de emissiefactor van het elektriciteitsnet van het land van oorsprong, hetzij de CO2-emissiefactor van de prijsbepalingsbronnen in het land van oorsprong van de elektriciteit die voor de productie van dat goed wordt gebruikt.
Wanneer een derde land, of een groep derde landen, aan de Commissie op basis van betrouwbare gegevens aantoont dat de gemiddelde elektriciteitsmix-emissiefactor of de CO2-emissiefactor van prijsbepalende bronnen in het derde land of de groep van derde landen lager is dan de standaardwaarde voor indirecte emissies, wordt voor dat land of die groep van landen een alternatieve standaardwaarde vastgesteld op basis van die gemiddelde CO2-emissiefactor.
De Commissie stelt uiterlijk op 30 juni 2025 op grond van artikel 7, lid 7, een uitvoeringshandeling vast om nader te specificeren welke van de overeenkomstig de eerste alinea bepaalde berekeningsmethoden van toepassing is voor de berekening van standaardwaarden. Daartoe baseert de Commissie zich op de meest actuele en betrouwbare gegevens, met inbegrip van gegevens die tijdens de overgangsperiode zijn verzameld, met betrekking tot de hoeveelheid elektriciteit die wordt gebruikt voor de productie van de in bijlage I vermelde goederen, alsmede over het land van oorsprong, de productiebron en de emissiefactoren in verband met die elektriciteit. De specifieke berekeningsmethode wordt bepaald op basis van de meest geschikte manier om aan beide volgende criteria te voldoen:
—
het voorkomen van koolstoflekkage;
—
het waarborgen van de milieu-integriteit van het CBAM.
5. VOORWAARDEN VOOR DE TOEPASSING VAN WERKELIJKE INGEBEDDE EMISSIES IN INGEVOERDE ELEKTRICITEIT
Een toegelaten CBAM-aangever kan werkelijke ingebedde emissies in plaats van standaardwaarden toepassen voor de in artikel 7, lid 3, bedoelde berekening indien de volgende cumulatieve criteria zijn vervuld:
a)
de hoeveelheid elektriciteit waarvoor het gebruik van werkelijke ingebedde emissies wordt gevraagd, valt onder een stroomafnameovereenkomst tussen de toegelaten CBAM-aangever en een elektriciteitsproducent die zich in een derde land bevindt;
b)
de elektriciteitsproductie-installatie is rechtstreeks aangesloten op het transmissiesysteem van de Unie of er kan worden aangetoond dat er op het tijdstip van uitvoer nergens in het netwerk sprake was van congestie tussen de installatie en het transmissiesysteem van de Unie;
c)
de elektriciteitsproductie-installatie heeft een uitstoot van niet meer dan 550 gram CO2 uit fossiele brandstoffen per kilowattuur elektriciteit;
d)
alle verantwoordelijke transmissiesysteembeheerders in het land van oorsprong, het land van bestemming en, in voorkomend geval, elk land van doorvoer hebben aan de toegewezen interconnectiecapaciteit definitief de hoeveelheid elektriciteit genomineerd waarvoor het gebruik van werkelijke ingebedde emissies wordt gevraagd, en de genomineerde capaciteit en de elektriciteitsproductie door de installatie hebben betrekking op dezelfde periode van maximaal één uur;
e)
de vervulling van bovengenoemde criteria wordt gecertificeerd door een geaccrediteerde verificateur, aan wie ten minste maandelijkse tussenverslagen worden verstrekt die aantonen hoe bovenstaande criteria worden nageleefd.
De totale hoeveelheid elektriciteit in het kader van de stroomafnameovereenkomst en de overeenkomstige werkelijke ingebedde emissies worden buiten beschouwing gelaten bij de berekening van de landspecifieke emissiefactor of de CO2-emissiefactor die wordt gebruikt voor de berekening van indirecte in elektriciteit ingebedde emissies in goederen overeenkomstig punt 4.3.
6. VOORWAARDEN VOOR DE TOEPASSING VAN WERKELIJKE INGEBEDDE EMISSIES VOOR INDIRECTE EMISSIES
Een toegelaten CBAM-aangever mag daadwerkelijke ingebedde emissies toepassen in plaats van standaardwaarden voor de in artikel 7, lid 4, bedoelde berekening, indien de CBAM-aangever een rechtstreeks technisch verband kan aantonen tussen de installatie waarin het ingevoerde goed wordt geproduceerd en de elektriciteitsopwekkingsbron, of indien de exploitant van die installatie met een in een derde land gevestigde elektriciteitsproducent een overeenkomst voor de aankoop van elektriciteit heeft gesloten voor een hoeveelheid elektriciteit die gelijk is aan de hoeveelheid waarvoor het gebruik van een specifieke waarde wordt geclaimd.
7. AANPASSING VAN STANDAARDWAARDEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 7, LID 2, OP BASIS VAN REGIOSPECIFIEKE KENMERKEN
Standaardwaarden kunnen worden aangepast aan specifieke gebieden en regio’s binnen derde landen met specifieke kenmerken wat betreft objectieve emissiefactoren. Wanneer gegevens beschikbaar zijn die aan die specifieke lokale kenmerken zijn aangepast en nauwkeurigere standaardwaarden kunnen worden vastgesteld, mogen deze waarden worden gebruikt.
▼M1
Indien aangevers van in een derde land geproduceerde goederen, een groep van derde landen of een regio in een derde land op basis van betrouwbare gegevens kunnen aantonen dat de alternatieve regiospecifieke aanpassingen van standaardwaarden lager zijn dan de door de Commissie vastgestelde standaardwaarden, kunnen dergelijke regiospecifieke aanpassingen worden gebruikt.
▼B
|
|
BIJLAGE V Boekhoudkundige vereisten voor informatie die wordt gebruikt voor de berekening van ingebedde emissies voor de toepassing van artikel 7, lid 5
|
BIJLAGE V
Boekhoudkundige vereisten voor informatie die wordt gebruikt voor de berekening van ingebedde emissies voor de toepassing van artikel 7, lid 5
1. MINIMAAL DOOR EEN TOEGELATEN CBAM-AANGEVER TE BEWAREN GEGEVENS VAN INGEVOERDE GOEDEREN:
1.
Gegevens over de identiteit van de toegelaten CBAM-aangever:
2.
Gegevens over de ingevoerde goederen:
a)
soort en hoeveelheid van iedere soort goederen;
c)
werkelijke emissies of standaardwaarden.
2. MINIMAAL DOOR EEN TOEGELATEN CBAM-AANGEVER TE BEWAREN GEGEVENS VAN INGEBEDDE EMISSIES IN INGEVOERDE GOEDEREN DIE ZIJN VASTGESTELD OP BASIS VAN WERKELIJKE EMISSIES
Voor elk type ingevoerde goederen waarbij de ingebedde emissies worden vastgesteld op basis van werkelijke emissies, worden de volgende aanvullende gegevens bewaard:
a)
identificatie van de installatie waar de goederen zijn geproduceerd;
b)
contactgegevens van de exploitant van de installatie waar de goederen zijn geproduceerd;
c)
de in bijlage VI bepaalde verificatieverslagen;
d)
de specifieke ingebedde emissies van de goederen;
▼M1
e)
de informatie en de methode die zijn gebruikt om de ingebedde emissies te berekenen.
▼B
|
|
BIJLAGE VI Verificatiebeginselen en inhoud van verificatieverslagen voor de toepassing van artikel 8
|
BIJLAGE VI
Verificatiebeginselen en inhoud van verificatieverslagen voor de toepassing van artikel 8
1. BEGINSELEN VAN VERIFICATIE
De navolgende beginselen zijn van toepassing:
a)
verificateurs voeren hun verificaties uit met een kritische professionele houding;
b)
de totale ingebedde emissies die in de CBAM-aangifte moeten worden opgegeven, worden slechts als geverifieerd beschouwd indien de verificateur met redelijke zekerheid vaststelt dat het verificatieverslag geen materiële onjuistheden en materiële onregelmatigheden met betrekking tot de berekening van ingebedde emissies overeenkomstig de regels van bijlage IV bevat;
c)
een verificateur is verplicht installaties te bezoeken tenzij is voldaan aan specifieke criteria op grond waarvan een installatiebezoek niet nodig is;
d)
om te bepalen of onjuistheden of onregelmatigheden materieel zijn, baseert de verificateur zich op drempels die in de overeenkomstig artikel 8, lid 3, vastgestelde uitvoeringshandelingen zijn bepaald.
Voor parameters waarvoor er geen dergelijke drempels zijn bepaald, doet de verificateur een beroep op een deskundig oordeel om te beslissen of onjuistheden of onregelmatigheden, afzonderlijk of in combinatie met andere onjuistheden of onregelmatigheden, rekening houdend met de aard en de omvang ervan, als materieel moeten worden aangemerkt.
2. INHOUD VAN EEN VERIFICATIEVERSLAG
De verificateur stelt een verificatieverslag op waarin de ingebedde emissies van de goederen worden vastgesteld en alle kwesties worden gespecificeerd die van belang zijn voor de uitgevoerde werkzaamheden, met inbegrip van ten minste de volgende informatie:
a)
identificatie van de installaties waar de goederen zijn geproduceerd;
b)
contactgegevens van de exploitant van de installaties waar de goederen zijn geproduceerd;
c)
de toepasselijke verslagperiode;
d)
naam en contactgegevens van de verificateur;
e)
accreditatienummer van de verificateur en naam van de accreditatie-instantie;
f)
datum van de bezoeken aan de installaties, indien van toepassing, of de redenen waarom de installatie niet is bezocht;
g)
hoeveelheden van iedere soort aangegeven goederen die in de verslagperiode zijn geproduceerd;
h)
berekening van de hoeveelheid directe emissies van de installatie tijdens de verslagperiode;
i)
een beschrijving van de wijze waarop de emissies van de installatie aan de verschillende soorten goederen worden toegewezen;
j)
kwantitatieve informatie over de goederen, emissies en energiestromen die geen verband houden met die goederen;
k)
in geval van samengestelde goederen:
i)
hoeveelheden van elk gebruikt inputmateriaal (precursor);
ii)
de specifieke ingebedde emissies die verband houden met elk van de gebruikte uitgangsmaterialen (precursoren);
▼M1
iii)
de identificatie van de installaties waar het inputmateriaal (precursor) is geproduceerd en de werkelijke emissies bij de productie van dat materiaal;
▼B
l)
de verklaring van de verificateur waarin hij of zij bevestigt met redelijke zekerheid te hebben vastgesteld dat het verslag geen materiële onjuistheden en materiële onregelmatigheden met betrekking tot de berekeningsregels van bijlage IV bevat;
m)
informatie over vastgestelde en gecorrigeerde materiële onjuistheden;
n)
informatie over vastgestelde en gecorrigeerde materiële onregelmatigheden met betrekking tot de in bijlage IV vastgestelde berekeningsregels._________
|
|
BIJLAGE VII De unieke op massa gebaseerde drempelwaarde
|
BIJLAGE VII
De unieke op massa gebaseerde drempelwaarde
1. De in artikel 2 bis bedoelde unieke op massa gebaseerde drempelwaarde wordt vastgesteld op 50 ton nettomassa.
2. Voor de toepassing van artikel 2 bis, lid 3, geldt de volgende methode:
|
|
zo gekozen dat
|
Waarbij:
|
99 %
|
het streefaandeel is van de emissies;
|
|
|
de massadrempel is in ton waarmee een bepaald streefaandeel van de emissies kan worden afgevangen;
|
jaarlijkse emissies per importeur
|
qi,j
|
de hoeveelheid invoer in ton door importeur i van de GN-code j is;
|
|
Ji
|
het aantal GN-codes is dat door importeur i is ingevoerd in de vier betrokken sectoren (aluminium, cement, meststoffen, ijzer en staal);
|
|
EIj
|
de emissie-intensiteit voor GN-code j (
8
) is;
|
|
Total emissions:
|
de totale emissies in CO2 van de vier betrokken CBAM-sectoren, d.w.z. de som van de overeenkomstige emissies voor alle importeurs:
,
waarbij N het aantal importeurs is;
|
|
:
|
de totale hoeveelheid (in ton) van de door importeur i ingevoerde goederen die zijn opgenomen in bijlage I;
|
|
|
een indicatorfunctie is die gelijk is aan 1 wanneer (d.w.z. wanneer een importeur hoeveelheden invoert die hoger zijn dan de massadrempel ), anders 0.
|
Om onzekerheid over veranderingen in handelspatronen op te vangen en tegelijkertijd de milieudoelstelling van deze verordening te behouden, wordt een marge van 0,25 procentpunten toegevoegd aan het bovengenoemde streefaandeel van emissies.
De unieke op massa gebaseerde drempelwaarde wordt afgerond op de dichtstbijzijnde tien.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|