+VERORDENING (EU) 2025/40 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 19 december 2024 betreffende verpakkingen en verpakkingsafval, tot wijziging van Verordening (EU) 2019/1020 en Richtlijn (EU) 2019/904, en tot intrekking van Richtlijn 94/62/EG (Voor de EER relevante tekst)
---+Preamble: 1
---+HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
------+Artikel 1 Onderwerp
---------+Artikel 1 1
---------+Artikel 1 2
---------+Artikel 1 3
------+Artikel 2 Toepassingsgebied
---------+Artikel 2 1
---------+Artikel 2 2
------+Artikel 3 Definities
---------+Artikel 3 1
---------+Artikel 3 2
------+Artikel 4 Vrij verkeer
---------+Artikel 4 1
---------+Artikel 4 2
---------+Artikel 4 3
---------+Artikel 4 4
---+HOOFDSTUK II DUURZAAMHEIDSEISEN
------+Artikel 5 Eisen voor stoffen in verpakkingen
---------+Artikel 5 1
---------+Artikel 5 2
---------+Artikel 5 3
---------+Artikel 5 4
---------+Artikel 5 5
---------+Artikel 5 6
---------+Artikel 5 7
---------+Artikel 5 8
---------+Artikel 5 9
------+Artikel 6 Recyclebare verpakkingen
---------+Artikel 6 1
---------+Artikel 6 2
---------+Artikel 6 3
---------+Artikel 6 4
---------+Artikel 6 5
---------+Artikel 6 6
---------+Artikel 6 7
---------+Artikel 6 8
---------+Artikel 6 9
---------+Artikel 6 10
---------+Artikel 6 11
---------+Artikel 6 12
------+Artikel 7 Minimumgehalte aan gerecycled materiaal in kunststof verpakkingen
---------+Artikel 7 1
---------+Artikel 7 2
---------+Artikel 7 3
---------+Artikel 7 4
---------+Artikel 7 5
---------+Artikel 7 6
---------+Artikel 7 7
---------+Artikel 7 8
---------+Artikel 7 9
---------+Artikel 7 10
---------+Artikel 7 11
---------+Artikel 7 12
---------+Artikel 7 13
---------+Artikel 7 14
---------+Artikel 7 15
------+Artikel 8 Biogebaseerde grondstoffen in kunststof verpakkingen
---------+Artikel 8 1
---------+Artikel 8 2
------+Artikel 9 Composteerbare verpakkingen
---------+Artikel 9 1
---------+Artikel 9 2
---------+Artikel 9 3
---------+Artikel 9 4
---------+Artikel 9 5
---------+Artikel 9 6
------+Artikel 10 Minimalisering van verpakkingen
---------+Artikel 10 1
---------+Artikel 10 2
---------+Artikel 10 3
---------+Artikel 10 4
------+Artikel 11 Herbruikbare verpakkingen
---------+Artikel 11 1
---------+Artikel 11 2
---------+Artikel 11 3
---+HOOFDSTUK III EISEN INZAKE ETIKETTERING, MARKERING EN INFORMATIE
------+Artikel 12 Etikettering van verpakkingen
---------+Artikel 12 1
---------+Artikel 12 2
---------+Artikel 12 3
---------+Artikel 12 4
---------+Artikel 12 5
---------+Artikel 12 6
---------+Artikel 12 7
---------+Artikel 12 8
---------+Artikel 12 9
---------+Artikel 12 10
---------+Artikel 12 11
---------+Artikel 12 12
------+Artikel 13 Etikettering van afvalrecipiënten voor de inzameling van verpakkingsafval
---------+Artikel 13 1
---------+Artikel 13 2
------+Artikel 14 Milieuclaims
---------+Artikel 14 a)
---------+Artikel 14 b)
---------+Artikel 14 2
---+HOOFDSTUK IV ALGEMENE VERPLICHTINGEN
------+Artikel 15 Verplichtingen van fabrikanten
---------+Artikel 15 1
---------+Artikel 15 2
---------+Artikel 15 3
---------+Artikel 15 4
---------+Artikel 15 5
---------+Artikel 15 6
---------+Artikel 15 7
---------+Artikel 15 8
---------+Artikel 15 9
---------+Artikel 15 10
---------+Artikel 15 11
---------+Artikel 15 12
------+Artikel 16 Informatieverplichtingen voor leveranciers van verpakkingen of verpakkingsmaterialen
---------+Artikel 16 1
---------+Artikel 16 2
------+Artikel 17 Gemachtigde vertegenwoordigers
---------+Artikel 17 1
---------+Artikel 17 2
------+Artikel 18 Verplichtingen van importeurs
---------+Artikel 18 1
---------+Artikel 18 2
---------+Artikel 18 3
---------+Artikel 18 4
---------+Artikel 18 5
---------+Artikel 18 6
---------+Artikel 18 7
---------+Artikel 18 8
---------+Artikel 18 9
------+Artikel 19 Verplichtingen van distributeurs
---------+Artikel 19 1
---------+Artikel 19 2
---------+Artikel 19 3
---------+Artikel 19 4
---------+Artikel 19 5
---------+Artikel 19 6
------+Artikel 20 Verplichtingen van fulfilmentdienstverleners
------+Artikel 21 Gevallen waarin de verplichtingen van fabrikanten van toepassing zijn op importeurs en distributeurs
------+Artikel 22 Identificatie van marktdeelnemers
---------+Artikel 22 1
---------+Artikel 22 2
------+Artikel 23 Informatieverplichtingen van verpakkingsafvalverwerkers
---------+Artikel 23 2
---------+Artikel 23 3
---+HOOFDSTUK V VERPLICHTINGEN VAN MARKTDEELNEMERS OM VERPAKKINGEN EN VERPAKKINGSAFVAL TE VERMINDEREN
------+Artikel 24 Verplichting in verband met overtollige verpakkingen
---------+Artikel 24 1
---------+Artikel 24 2
---------+Artikel 24 3
---------+Artikel 24 4
---------+Artikel 24 5
---------+Artikel 24 6
------+Artikel 25 Beperking van het gebruik van bepaalde verpakkingsformaten
---------+Artikel 25 1
---------+Artikel 25 2
---------+Artikel 25 3
---------+Artikel 25 4
---------+Artikel 25 5
---------+Artikel 25 6
------+Artikel 26 Verplichting in verband met herbruikbare verpakkingen
---------+Artikel 26 1
---------+Artikel 26 2
------+Artikel 27 Verplichting met betrekking tot systemen voor hergebruik
---------+Artikel 27 1
---------+Artikel 27 2
---------+Artikel 27 3
---------+Artikel 27 4
------+Artikel 28 Verplichtingen met betrekking tot navulling
---------+Artikel 28 1
---------+Artikel 28 2
---------+Artikel 28 3
---------+Artikel 28 4
---------+Artikel 28 5
------+Artikel 29 Doelstellingen voor hergebruik
---------+Artikel 29 1
---------+Artikel 29 2
---------+Artikel 29 3
---------+Artikel 29 4
---------+Artikel 29 5
---------+Artikel 29 6
---------+Artikel 29 7
---------+Artikel 29 8
---------+Artikel 29 9
---------+Artikel 29 10
---------+Artikel 29 11
---------+Artikel 29 12
---------+Artikel 29 13
---------+Artikel 29 14
---------+Artikel 29 15
---------+Artikel 29 16
---------+Artikel 29 17
---------+Artikel 29 18
---------+Artikel 29 19
------+Artikel 30 Regels om te berekenen of de doelstellingen voor hergebruik zijn gehaald
---------+Artikel 30 1
---------+Artikel 30 2
---------+Artikel 30 3
---------+Artikel 30 4
------+Artikel 31 Verslaglegging over doelstellingen voor hergebruik aan de bevoegde autoriteiten
---------+Artikel 31 1
---------+Artikel 31 2
---------+Artikel 31 3
---------+Artikel 31 4
---------+Artikel 31 5
---------+Artikel 31 6
---------+Artikel 31 7
------+Artikel 32 Verplichte navulling voor de afhaalsector
---------+Artikel 32 1
---------+Artikel 32 2
------+Artikel 33 Verplichting inzake aanbod van hergebruik in de afhaalsector
---------+Artikel 33 1
---------+Artikel 33 2
---------+Artikel 33 3
---------+Artikel 33 4
---------+Artikel 33 5
---------+Artikel 33 6
---+HOOFDSTUK VI KUNSTSTOF DRAAGTASSEN
------+Artikel 34 Kunststof draagtassen
---------+Artikel 34 1
---------+Artikel 34 2
---------+Artikel 34 3
---------+Artikel 34 4
---------+Artikel 34 5
---+HOOFDSTUK VII CONFORMITEIT VAN VERPAKKINGEN
------+Artikel 35 Test-, meet- en berekeningsmethoden
------+Artikel 36 Vermoeden van conformiteit
---------+Artikel 36 1
---------+Artikel 36 2
---------+Artikel 36 3
------+Artikel 37 Gemeenschappelijke specificaties
---------+Artikel 37 1
---------+Artikel 37 2
---------+Artikel 37 3
---------+Artikel 37 4
---------+Artikel 37 5
------+Artikel 38 Conformiteitsbeoordelingsprocedure
------+Artikel 39 EU-conformiteitsverklaring
---------+Artikel 39 1
---------+Artikel 39 2
---------+Artikel 39 3
---------+Artikel 39 4
---------+Artikel 39 5
---+HOOFDSTUK VIII BEHEER VAN VERPAKKINGEN EN VERPAKKINGSAFVAL
------+Afdeling 1 Algemene bepalingen
---------+Artikel 40 Bevoegde autoriteit
------------+Artikel 40 1
------------+Artikel 40 2
------------+Artikel 40 3
---------+Artikel 41 Verslag vroegtijdige waarschuwing
------------+Artikel 41 1
------------+Artikel 41 2
---------+Artikel 42 Afvalbeheerplannen en afvalpreventieprogramma’s
------------+Artikel 42 1
------------+Artikel 42 2
------+Afdeling 2 Afvalpreventie
---------+Artikel 43 Preventie van verpakkingsafval
------------+Artikel 43 1
------------+Artikel 43 2
------------+Artikel 43 3
------------+Artikel 43 4
------------+Artikel 43 5
------------+Artikel 43 6
------------+Artikel 43 7
------------+Artikel 43 8
------------+Artikel 43 9
------+Afdeling 3 Producentenregister en uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
---------+Artikel 44 Producentenregister
------------+Artikel 44 1
------------+Artikel 44 2
------------+Artikel 44 3
------------+Artikel 44 4
------------+Artikel 44 5
------------+Artikel 44 6
------------+Artikel 44 7
------------+Artikel 44 8
------------+Artikel 44 9
------------+Artikel 44 10
------------+Artikel 44 11
------------+Artikel 44 12
------------+Artikel 44 13
------------+Artikel 44 14
---------+Artikel 45 Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
------------+Artikel 45 1
------------+Artikel 45 2
------------+Artikel 45 3
------------+Artikel 45 4
------------+Artikel 45 5
------------+Artikel 45 6
------------+Artikel 45 7
------------+Artikel 45 8
------------+Artikel 45 9
---------+Artikel 46 Organisatie voor producentenverantwoordelijkheid
------------+Artikel 46 1
------------+Artikel 46 2
------------+Artikel 46 3
------------+Artikel 46 4
------------+Artikel 46 5
---------+Artikel 47 Goedkeuring inzake de nakoming van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
------------+Artikel 47 1
------------+Artikel 47 2
------------+Artikel 47 3
------------+Artikel 47 4
------------+Artikel 47 5
------------+Artikel 47 6
------+Afdeling 4 Inlever-, inzamel- en statiegeldsystemen
---------+Artikel 48 Inlever- en inzamelsystemen
------------+Artikel 48 1
------------+Artikel 48 2
------------+Artikel 48 3
------------+Artikel 48 4
------------+Artikel 48 5
------------+Artikel 48 6
------------+Artikel 48 7
---------+Artikel 49 Verplichte inzameling
---------+Artikel 50 Statiegeldsystemen
------------+Artikel 50 1
------------+Artikel 50 2
------------+Artikel 50 3
------------+Artikel 50 4
------------+Artikel 50 5
------------+Artikel 50 6
------------+Artikel 50 7
------------+Artikel 50 8
------------+Artikel 50 9
------------+Artikel 50 10
------------+Artikel 50 11
------------+Artikel 50 12
------+Afdeling 5 Hergebruik en navulling
---------+Artikel 51 Hergebruik en navulling
------------+Artikel 51 1
------------+Artikel 51 2
------------+Artikel 51 3
------+Afdeling 6 Doelstellingen en stimulansen voor recycling
---------+Artikel 52 Doelstellingen en stimulansen voor recycling
------------+Artikel 52 1
------------+Artikel 52 2
------------+Artikel 52 3
------------+Artikel 52 4
------------+Artikel 52 5
------------+Artikel 52 6
---------+Artikel 53 Regels om te berekenen of de doelstellingen voor recycling zijn gehaald
------------+Artikel 53 1
------------+Artikel 53 2
------------+Artikel 53 3
------------+Artikel 53 4
------------+Artikel 53 5
------------+Artikel 53 6
------------+Artikel 53 7
------------+Artikel 53 8
------------+Artikel 53 9
------------+Artikel 53 10
------------+Artikel 53 11
---------+Artikel 54 Regels om te berekenen of de doelstellingen voor recycling met hergebruik zijn gehaald
------------+Artikel 54 1
------------+Artikel 54 2
------+Afdeling 7 Informatie en verslaglegging
---------+Artikel 55 Informatie over de preventie en het beheer van verpakkingsafval
------------+Artikel 55 1
------------+Artikel 55 2
------------+Artikel 55 3
---------+Artikel 56 Verslaglegging aan de Commissie
------------+Artikel 56 1
------------+Artikel 56 2
------------+Artikel 56 3
------------+Artikel 56 4
------------+Artikel 56 5
------------+Artikel 56 6
------------+Artikel 56 7
------------+Artikel 56 8
---------+Artikel 57 Verpakkingsdatabanken
------------+Artikel 57 1
------------+Artikel 57 2
------------+Artikel 57 3
---+HOOFDSTUK IX VRIJWARINGSPROCEDURES
------+Artikel 58 Procedure voor verpakkingen die op nationaal niveau een risico inhouden
---------+Artikel 58 1
---------+Artikel 58 2
---------+Artikel 58 3
---------+Artikel 58 4
---------+Artikel 58 5
---------+Artikel 58 6
---------+Artikel 58 7
---------+Artikel 58 8
---------+Artikel 58 9
------+Artikel 59 Vrijwaringsprocedure van de Unie
---------+Artikel 59 1
---------+Artikel 59 2
---------+Artikel 59 3
---------+Artikel 59 4
------+Artikel 60 Conforme verpakking die een risico inhoudt
---------+Artikel 60 1
---------+Artikel 60 2
---------+Artikel 60 3
---------+Artikel 60 4
---------+Artikel 60 5
------+Artikel 61 Controle van verpakkingen die de markt van de Unie binnenkomen
---------+Artikel 61 1
---------+Artikel 61 2
---------+Artikel 61 3
---------+Artikel 61 4
---------+Artikel 61 5
------+Artikel 62 Formele niet-conformiteit
---------+Artikel 62 1
---------+Artikel 62 2
---------+Artikel 62 3
---+HOOFDSTUK X GROENE OVERHEIDSOPDRACHTEN
------+Artikel 63 Groene overheidsopdrachten
---------+Artikel 63 1
---------+Artikel 63 2
---------+Artikel 63 3
---------+Artikel 63 4
---------+Artikel 63 5
---+HOOFDSTUK XI GEDELEGEERDE BEVOEGDHEDEN EN COMITÉPROCEDURE
------+Artikel 64 Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
---------+Artikel 64 1
---------+Artikel 64 2
---------+Artikel 64 3
---------+Artikel 64 4
---------+Artikel 64 5
---------+Artikel 64 6
------+Artikel 65 Comitéprocedure
---------+Artikel 65 1
---------+Artikel 65 2
---------+Artikel 65 3
---+HOOFDSTUK XII WIJZIGINGEN
------+Artikel 66 Wijziging van Verordening (EU) 2019/1020
---------+Artikel 66 1)
---------+Artikel 66 2)
------+Artikel 67 Wijziging van Richtlijn (EU) 2019/904
---------+Artikel 67 1)
---------+Artikel 67 2)
---------+Artikel 67 3)
---------+Artikel 67 4)
---------+Artikel 67 5)
---+HOOFDSTUK XIII SLOTBEPALINGEN
------+Artikel 68 Sancties
---------+Artikel 68 1
---------+Artikel 68 2
---------+Artikel 68 3
------+Artikel 69 Evaluatie
------+Artikel 70 Intrekking en overgangsbepalingen
---------+Artikel 70 1
---------+Artikel 70 2
---------+Artikel 70 3
---------+Artikel 70 4
---------+Artikel 70 5
------+Artikel 71 Inwerkingtreding en toepassing
---------+Artikel 71 2
---------+Artikel 71 3
---+BIJLAGE I Indicatieve lijst van artikelen die onder de definitie van “verpakking” in artikel 3, lid 1, punt 1), vallen
------+1. Artikelen die verpakking zijn: Bonbondozen Kunststof folie om een cd-doosje Verzendzakjes voor …
------+2. Artikelen die geen verpakking zijn: Bloem- en plantenpotten, met inbegrip van zaaibakken die …
------+1. Artikelen die verpakking zijn: Etiketten die rechtstreeks aan een product worden gehangen of …
------+2. Artikelen die geen verpakking zijn: Radiofrequentie-identificatielabels (RFID) Bandenetiket in …
------+1. Artikelen die verpakking zijn, indien ontworpen en bedoeld om op het verkooppunt te worden …
------+2. Artikelen die geen verpakking zijn: Roerstaafjes Bestek voor eenmalig gebruik Inpakpapier (apart …
---+BIJLAGE II Categorieën en parameters voor de beoordeling van de recyclebaarheid van verpakkingen
---+BIJLAGE III Composteerbare verpakkingen
---+BIJLAGE IV Beoordelingsmethode voor de minimalisering van verpakkingen
------+1. Bescherming van het product: met het verpakkingsontwerp moet worden gewaarborgd dat het product …
------+2. Productieproces van verpakkingen: het verpakkingsontwerp moet overeenstemmen met de processen …
------+3. Logistiek: met het verpakkingsontwerp moet worden gewaarborgd dat het verpakte product correct …
------+4. Functionaliteit van de verpakking: het verpakkingsontwerp waarborgt de functionaliteit ervan …
------+5. Informatie-eisen: met het verpakkingsontwerp moet worden gewaarborgd dat alle nodige informatie …
------+6. Hygiëne en veiligheid: met het verpakkingsontwerp moeten de veiligheid en de hygiëne van …
------+7. Wettelijke eisen: met het verpakkingsontwerp moet worden gewaarborgd dat de verpakking en het …
------+8. Gerecycled materiaal, recyclebaarheid en hergebruik: met het verpakkingsontwerp moeten de …
---+BIJLAGE V Beperking van het gebruik van verpakkingsformaten
---+BIJLAGE VI Specifieke eisen voor systemen voor hergebruik en navulstations
------+1. Algemene eisen voor systemen voor hergebruik
------+2. Eisen voor systemen met een gesloten kringloop
------+3. Eisen voor systemen met een open kringloop
------+1. Het herstelproces mag geen risico opleveren voor de gezondheid en veiligheid van degenen die …
------+2. Het herstel omvat de volgende handelingen, die zijn aangepast aan het herbruikbare …
------+3. Indien nodig worden verpakkingen in verschillende fasen van het herstel schoongemaakt en …
------+4. Het herstelde product moet aan de daarop van toepassing zijnde gezondheids- en veiligheidseisen …
---+BIJLAGE VII Conformiteitsbeoordelingsprocedure
------+1. Met “interne productiecontrole” wordt de conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarmee de …
------+2. Technische documentatie
------+3. Fabricage
------+4. Conformiteitsverklaring
------+5. Gemachtigd vertegenwoordiger
---+BIJLAGE VIII EU-conformiteitsverklaring nr. … ( *1 )
---+BIJLAGE IX Informatie voor registratie in en verslaglegging aan het in artikel 44 bedoelde register
------+1. De door de producent of de door de producent gemachtigd vertegenwoordiger voor de uitgebreide …
------+2. Indien een organisatie voor producentenverantwoordelijkheid belast is met de uitvoering van de …
------+3. Indien een organisatie voor producentenverantwoordelijkheid die door de producent is belast met …
------+1. Voor de verslaglegging overeenkomstig artikel 44, lid 7, te verstrekken informatie: a) de …
------+2. Voor de verslaglegging overeenkomstig artikel 44, lid 8, te verstrekken informatie: a) de …
------+3. Voor de verslaglegging overeenkomstig artikel 44, lid 10, te verstrekken informatie: a) de …
---+BIJLAGE X
---+BIJLAGE XI Krachtens artikel 52, lid 2, punt d), in te dienen uitvoeringsplan
---+BIJLAGE XII Door de lidstaten in hun databanken op te nemen gegevens over verpakking en verpakkingsafval (overeenkomstig de tabellen 1 tot en met 4)
---+BIJLAGE XIII Concordantietabel
English - European Union - Environment -

VERORDENING (EU) 2025/40 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 19 december 2024 betreffende verpakkingen en verpakkingsafval, tot wijziging van Verordening (EU) 2019/1020 en Richtlijn (EU) 2019/904, en tot intrekking van Richtlijn 94/62/EG (Voor de EER relevante tekst)

VERORDENING (EU) 2025/40 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 19 december 2024

betreffende verpakkingen en verpakkingsafval, tot wijziging van Verordening (EU) 2019/1020 en Richtlijn (EU) 2019/904, en tot intrekking van Richtlijn 94/62/EG

(Voor de EER relevante tekst)

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
Preamble: 1

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Producten moeten op de juiste manier worden verpakt zodat zij beschermd zijn en gemakkelijk kunnen worden vervoerd van de plaats waar zij worden gemaakt naar de plaats waar zij worden gebruikt of geconsumeerd. Voor de efficiënte werking van de interne markt voor producten is het essentieel dat belemmeringen op de interne markt voor verpakkingen worden voorkomen. Versnipperde regelgeving en onduidelijke eisen leiden tot onzekerheid en extra kosten voor marktdeelnemers.

(2)

Uit de statistieken van de Commissie (Eurostat) over verpakkingsafval voor de periode 2010-2021 blijkt dat in verpakkingen grote hoeveelheden primaire grondstoffen worden gebruikt (nieuwe materialen); 40 % van de in de Unie gebruikte kunststoffen en 50 % van het papier wordt gebruikt voor verpakkingen, en verpakkingen maken 36 % van het vaste stedelijk afval uit. Het feit dat steeds grotere hoeveelheden verpakkingen worden geproduceerd, vormt, samen met het feit dat die verpakkingen weinig worden hergebruikt en ingezameld en onvoldoende worden gerecycled, een grote belemmering voor de totstandkoming van een koolstofarme circulaire economie. Daarom moeten in deze verordening regels worden vastgelegd voor de gehele levenscyclus van verpakkingen, waarmee wordt bijgedragen aan een efficiënte werking van de interne markt door nationale maatregelen te harmoniseren en tegelijkertijd de negatieve effecten van verpakkingen en verpakkingsafval op het milieu en de gezondheid van de mens te voorkomen en te beperken. Door te voorzien in maatregelen die zijn afgestemd op de in Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad (3) vastgelegde afvalhiërarchie (“afvalhiërarchie”), moet deze verordening bijdragen tot de transitie naar een circulaire economie.

(3)

Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad (4) bevat, wat verpakkingen betreft, verplichtingen inzake samenstelling, herbruikbaarheid en geschiktheid voor terugwinning (“essentiële eisen voor verpakking”), en voorziet ten aanzien van de lidstaten in doelstellingen voor terugwinning en recycling.

(4)

In 2014 deed de Commissie in het kader van haar geschiktheidscontrole van Richtlijn 94/62/EG de aanbeveling om de essentiële eisen voor verpakkingen, die werden gezien als een belangrijk instrument om de milieuprestaties van verpakkingen te verbeteren, aan te passen teneinde deze eisen concreter en gemakkelijker afdwingbaar te maken en te versterken.

(5)

Overeenkomstig de Europese Green Deal, zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie van 11 december 2019, wordt in de mededeling van de Commissie van 11 maart 2020, getiteld “Een nieuw actieplan voor de circulaire economie — Voor een schoner en concurrerender Europa”, toegezegd de essentiële eisen voor verpakking te versterken om tussen nu en 2030 alle verpakkingen herbruikbaar of recyclebaar te maken, en andere maatregelen te overwegen om (overtollige) verpakkingen en verpakkingsafval te verminderen, het ontwerp voor hergebruik en recyclebaarheid van verpakkingen te stimuleren, de complexiteit van verpakkingsmaterialen te verminderen en eisen voor het gehalte aan gerecycled materiaal in kunststof verpakkingen in te voeren. Ook wordt in het nieuwe actieplan voor de circulaire economie benadrukt dat voedselverspilling moet worden teruggedrongen. De Commissie verbindt zich ertoe de haalbaarheid van Uniebrede etikettering die de correcte scheiding van verpakkingsafval aan de bron vergemakkelijkt, te beoordelen.

(6)

Kunststof is het meest koolstofintensieve verpakkingsmateriaal en het recyclen van kunststofafval is wat het verbruik van fossiele brandstoffen betreft ongeveer vijfmaal beter dan verbranding met energieterugwinning. Zoals vermeld in de Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie, die is te vinden in de mededeling van de Commissie van 16 januari 2018, bevat het nieuwe actieplan voor de circulaire economie het voornemen om meer gerecyclede kunststoffen te gebruiken, en bij te dragen aan een duurzamer gebruik van kunststoffen. De begroting en het stelsel van eigen middelen van de Unie dragen bij tot de vermindering van de vervuiling door kunststof verpakkingsafval. Sinds 1 januari 2021 is bij Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 van de Raad (5) een nationale bijdrage ingevoerd die evenredig is aan de hoeveelheid niet-gerecycled kunststof verpakkingsafval in iedere lidstaat. Die categorie eigen middelen is een onderdeel van de stimulansen om het verbruik van kunststoffen voor eenmalig gebruik te verminderen, recycling te bevorderen en de circulaire economie aan te jagen.

(7)

In zijn conclusies, getiteld “Naar een circulair en groen herstel”, van 11 december 2020 benadrukte de Raad dat bij de herziening van Richtlijn 94/62/EG daarin geactualiseerde, concretere, doeltreffendere en gemakkelijker te implementeren bepalingen moeten worden opgenomen om het gebruik van duurzame verpakkingen op de interne markt te bevorderen en om de complexiteit van verpakkingen tot een minimum te beperken teneinde economisch haalbare oplossingen te bevorderen, de herbruikbaarheid en recyclebaarheid van verpakkingen te verbeteren alsook zorgwekkende stoffen in verpakkingsmateriaal tot een minimum te beperken, met name in materialen voor levensmiddelenverpakkingen. Daarnaast benadrukte de Raad dat bij de herziening van Richtlijn 94/62/EG ook moet worden voorzien in eenvoudig te begrijpen etikettering van verpakkingen om consumenten te informeren over de recyclebaarheid van verpakkingen en over waar verpakkingsafval moet worden weggegooid om recycling te vergemakkelijken.

(8)

In zijn resolutie van 10 februari 2021 over het nieuwe actieplan voor de circulaire economie (6) wees het Europees Parlement nogmaals op de doelstelling dat alle verpakkingsmaterialen uiterlijk in 2030 op een rendabele manier herbruikbaar of recyclebaar moeten zijn, en vroeg het de Commissie met een wetsvoorstel te komen ter herziening van Richtlijn 94/62/EG dat maatregelen en doelstellingen voor afvalvermindering en ambitieuze essentiële eisen zou omvatten, teneinde overtollige verpakkingen, ook in de elektronische handel, te beperken, de recyclebaarheid te verbeteren en de complexiteit van verpakkingen tot een minimum te beperken, het gehalte aan gerecyclede materialen te verhogen, gevaarlijke en schadelijke stoffen geleidelijk uit te bannen en hergebruik te bevorderen.

(9)

Deze verordening vormt een aanvulling op Verordening (EU) 2024/1781 van het Europees Parlement en de Raad (7), waarin verpakking niet als een specifieke productcategorie wordt behandeld. Er moet echter op worden gewezen dat in op grond van Verordening (EU) 2024/1781 vastgestelde gedelegeerde handelingen aanvullende of gedetailleerdere vereisten voor verpakkingen van specifieke producten kunnen worden vastgelegd, met name met betrekking tot het tot een minimum beperken van verpakkingen indien het ontwerp of het herontwerp van producten verpakkingen kan opleveren die minder schadelijk zijn voor het milieu.

(10)

Deze verordening moet van toepassing zijn op alle verpakkingen die in de Unie in de handel worden gebracht en op alle verpakkingsafval, ongeacht het soort verpakking of het gebruikte materiaal. Ten behoeve van de juridische duidelijkheid moet de definitie van “verpakking” in Richtlijn 94/62/EG worden geherformuleerd zonder dat de inhoud wordt gewijzigd. De begrippen “verkoopverpakking”, “verzamelverpakking” en “verzendverpakking” moeten afzonderlijk worden gedefinieerd. Overlappende terminologie moet worden voorkomen. In deze verordening is daarom “verkoopverpakking” hetzelfde als primaire verpakking, “verzamelverpakking” hetzelfde als secundaire verpakking, en “verzendverpakking” hetzelfde als tertiaire verpakking.

(11)

Bekers, voedselverpakkingen, broodzakjes of andere artikelen die een verpakkingsfunctie kunnen vervullen, mogen niet worden beschouwd als verpakkingen die ontworpen en bedoeld zijn om door de einddistributeur leeg te worden verkocht. Die artikelen mogen alleen als verpakkingen worden beschouwd wanneer zij ontworpen en bedoeld zijn om op het verkooppunt te worden gevuld, in welk geval zij als “serviceverpakkingen” moeten worden beschouwd, of door de einddistributeur te koop worden aangeboden na met voedsel of drank te zijn gevuld, mits die artikelen een verpakkingsfunctie vervullen.

(12)

De definitie van primaireproductieverpakking mag niet leiden tot een uitbreiding van producten die als verpakking uit hoofde van deze verordening worden beschouwd. De invoering van die definitie en het gebruik ervan in de definitie van “producent” moet ervoor zorgen dat de natuurlijke of rechtspersoon die dat soort verpakkingen voor het eerst ter beschikking stelt, wordt beschouwd als de producent uit hoofde van deze verordening, en niet de bedrijven in de primaire sector, zoals landbouwers, die dat soort verpakkingen gebruiken.

(13)

Een artikel dat integrerend deel uitmaakt van een product en nodig is om dat product tijdens zijn levensduur te bevatten, te ondersteunen of te bewaren, en waarvan alle elementen bedoeld zijn om samen gebruikt, verbruikt of weggegooid te worden, mag niet als verpakking worden beschouwd, aangezien de functie ervan intrinsiek verbonden is met het feit dat het deel uitmaakt van het product. Aangezien consumenten zakjes voor koffie en thee, alsook objecten bestemd voor eenmalig gebruik voor koffie en thee doorgaans samen met de productresten weggooien, waardoor de stromen van composteerbaar en recyclebaar afval verontreinigd raken, moeten die specifieke producten echter wel als verpakkingen worden behandeld. Die benadering strookt met de doelstelling om de gescheiden inzameling van bioafval te bevorderen, zoals krachtens artikel 22 van Richtlijn 2008/98/EG is vereist, en waarborgt samenhang met de financiële en operationele verplichtingen aan het einde van de levensduur. Verven, inkten, vernissen, lakken en kleefstoffen die rechtstreeks op een product zijn aangebracht, mogen niet als verpakking worden beschouwd. Etiketten die rechtstreeks op een product worden gehangen of daarop zijn aangebracht, waaronder op groenten en fruit aangebrachte stickeretiketten, moeten echter wel als verpakking worden beschouwd, aangezien de lijm op het etiket weliswaar een kleefstof is, maar het etiket zelf niet. Voorts mag, indien een bepaald materiaal slechts een onbeduidend deel van een verpakkingseenheid, en in ieder geval niet meer dan 5 % van de totale massa van de verpakkingseenheid, uitmaakt, die verpakkingseenheid niet als samengestelde verpakking worden beschouwd. De definitie van samengestelde verpakking in deze verordening mag verpakkingen voor eenmalig gebruik die gedeeltelijk van kunststof zijn gemaakt, ongeacht het drempelniveau, niet vrijstellen van de vereisten van Richtlijn (EU) 2019/904 van het Europees Parlement en de Raad (8).

(14)

Een verpakking mag alleen op de markt worden gebracht indien zij voldoet aan de in of op grond van deze verordening vastgestelde duurzaamheidsvoorschriften en etiketteringsvoorschriften. Een verpakking moet worden geacht in de handel te zijn gebracht wanneer de verpakking voor het eerst op de markt van de Unie wordt aangeboden, d.w.z. door de fabrikant of importeur geleverd voor distributie, consumptie of gebruik in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling. Verpakkingen die reeds vóór de datum van toepassing van de desbetreffende voorschriften in de Unie in de handel zijn gebracht en zich in de voorraden van distributeurs bevinden, met inbegrip van klein- en groothandelaren, hoeven dus niet te voldoen aan de in of op grond van deze verordening vastgestelde duurzaamheidsvoorschriften en etiketteringsvoorschriften.

(15)

In overeenstemming met de afvalhiërarchie en de levenscyclusbenadering om algemeen beschouwd het beste milieuresultaat op te leveren, moet met de maatregelen in deze verordening worden beoogd om zowel qua volume als qua gewicht minder verpakkingen in de handel te brengen, de productie van verpakkingsafval te voorkomen, met name door zo weinig mogelijk verpakkingen te gebruiken, het gebruik van verpakking te voorkomen waar dat niet nodig is en meer verpakkingen te hergebruiken. Daarnaast zijn de maatregelen in deze verordening erop gericht meer gerecycled materiaal in verpakkingen te gebruiken, met name in kunststof verpakkingen, waarin tot dusverre erg weinig gerecycled materiaal wordt gebruikt, door hoogwaardige recyclingsystemen te versterken en zo een groter aandeel van verpakkingen te recyclen en de kwaliteit van de daaruit voortvloeiende secundaire grondstoffen te verbeteren, en tegelijkertijd andere vormen van terugwinning en definitieve verwijdering te beperken.

(16)

In overeenstemming met de afvalhiërarchie, waarbinnen het storten van afval als minst wenselijke optie wordt aangemerkt, moeten de maatregelen in deze verordening erop gericht zijn de hoeveelheid verpakkingsafval dat wordt gestort, te verminderen.

(17)

Verpakkingen moeten zo worden ontworpen, geproduceerd en aangeboden dat zij zo vaak mogelijk kunnen worden hergebruikt of dat zij recycling van hoge kwaliteit kunnen ondergaan en dat de milieueffecten gedurende de gehele levenscyclus van de verpakking en het product waarvoor de verpakking is ontworpen, tot een minimum worden beperkt. Teneinde die doelstelling te bereiken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) handelingen vast te stellen tot vaststelling van een minimumaantal omlopen voor herbruikbare verpakkingen voor verpakkingsformaten die het vaakst worden gebruikt voor hergebruik.

(18)

In overeenstemming met de doelstellingen van het actieplan voor de circulaire economie en de mededeling van de Commissie van 14 oktober 2020, getiteld “Strategie voor duurzame chemische stoffen — Op weg naar een gifvrij milieu” (“strategie voor duurzame chemische stoffen”), moet, om te waarborgen dat chemische stoffen gedurende hun hele levenscyclus goed worden beheerd, te zorgen voor de transitie naar een gifvrije en circulaire economie, en gelet op het belang van verpakkingen in het dagelijks leven, met deze verordening het door verpakkingen teweeggebrachte effect op de gezondheid van de mens, het milieu en duurzaamheidsprestaties in het algemeen gedurende hun hele levenscyclus, waaronder circulariteit, als gevolg van de aanwezigheid van zorgwekkende stoffen gedurende de hele levenscyclus van verpakkingen worden aangepakt, van de productie tot het gebruik en het einde van de levensduur ervan, met inbegrip van afvalbeheer.

(19)

Rekening houdend met de wetenschappelijke en technologische vooruitgang moeten verpakkingen zo worden ontworpen en geproduceerd dat de aanwezigheid van bepaalde zware metalen en andere zorgwekkende stoffen in de samenstelling ervan wordt beperkt. Zoals vermeld in de strategie voor duurzame chemische stoffen moet de aanwezigheid van zorgwekkende stoffen tot een minimum worden beperkt en moeten die stoffen zoveel mogelijk worden vervangen, waarbij de aanwezigheid van de schadelijkste stoffen voor niet-essentiële maatschappelijke toepassingen, met name in consumentenproducten, geleidelijk naar nul moet worden gebracht. Bijgevolg moeten zorgwekkende stoffen in verpakkingsmateriaal of verpakkingsonderdelen tot een minimum worden beperkt om te waarborgen dat verpakkingen en uit verpakkingen gerecyclede materialen gedurende hun hele levenscyclus geen nadelige gevolgen hebben voor de gezondheid van de mens of voor het milieu.

(20)

Per- en polyfluoralkylstoffen (PFAS) zijn een groep van duizenden synthetische chemische stoffen die zowel in de Unie als in de rest van de wereld op grote schaal voor een breed scala van toepassingen worden gebruikt. Voor de hoeveelheid PFAS zijn materialen en verpakkingen die met levensmiddelen in contact komen een van de relevantste sectoren. Alle PFAS die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen, zijn zelf zeer persistent of worden afgebroken tot zeer persistente PFAS in het milieu. Bij specifieke beschouwing van die eindpunten wat betreft de gezondheid van de mens die na langdurige blootstelling van mensen het meest zorgwekkend worden geacht, d.w.z. carcinogeniteit, mutageniteit, reprotoxiciteit, waaronder effecten op of via lactatie, en specifieke doelorgaantoxiciteit, zijn veel PFAS voor ten minste een van die eindpunten geclassificeerd. Wegens de fysische eigenschappen van PFAS, met name hun persistentie, samen met de vastgestelde gezondheidseffecten voor sommige PFAS, vormen PFAS een gevaar voor het milieu en voor de gezondheid van de mens.

(21)

PFAS in materialen die met levensmiddelen in contact komen, zullen onvermijdelijk leiden tot de blootstelling van mensen aan PFAS. Aangezien de PFAS-gevaren niet aan een drempelwaarde gekoppeld zijn, is blootstelling aan PFAS in materialen die met levensmiddelen in contact komen een onaanvaardbaar risico voor de gezondheid van de mens. PFAS moeten daarom in verpakkingen die met levensmiddelen in contact komen, worden beperkt. Om overlappingen met in andere rechtshandelingen van de Unie vastgelegde beperkingen op het gebruik van PFAS te voorkomen, moet de Commissie evalueren of de in deze verordening vastgelegde beperking van PFAS in verpakkingen die met levensmiddelen in contact komen, moet worden gewijzigd of ingetrokken.

(22)

Bisfenol A (BPA) is een chemische verbinding die gebruikt wordt bij de productie van materialen die in contact komen met levensmiddelen, zoals herbruikbaar kunststof keukengerei en bekledingen van blikjes, voornamelijk als beschermingslaag. Volgens een in 2023 door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) gepubliceerde beoordeling kan blootstelling aan BPA, die kan plaatsvinden door migratie naar voedsel en drank en vervolgens ingestie door consumenten, voor consumenten een risico vormen, zelfs op een laag niveau.

(23)

In het licht van de lopende procedure van BPA, zal, in overeenstemming met de uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad (9) aan de Commissie toegekende bevoegdheden inzake materialen die met levensmiddelen in contact komen, naar verwachting vóór eind 2024 een beperking op het gebruik van BPA worden aangenomen. Wanneer deze is aangenomen, zal de beperking op het gebruik van BPA gelden voor alle verpakkingen van levensmiddelen en voor materialen die met levensmiddelen in aanraking komen, met een algemene overgangsperiode van 18 maanden.

(24)

In overeenstemming met het EU-actieplan “Verontreiniging van lucht, water en bodem naar nul” in de mededeling van de Commissie van 12 mei 2021 moet het beleid van de Unie gebaseerd zijn op het beginsel dat er preventief moet worden opgetreden aan de bron. De Commissie benadrukt in de strategie voor duurzame chemische stoffen dat de Verordeningen (EG) nr. 1907/2006 (10) en (EG) nr. 1272/2008 (11) van het Europees Parlement en de Raad als hoekstenen voor de regulering van chemische stoffen in de Unie moeten worden versterkt en moeten worden aangevuld met coherente benaderingen voor het beoordelen en beheren van chemische stoffen in de bestaande sectorale wetgeving. Daarom worden chemische stoffen in verpakkingen en in verpakkingsonderdelen aan de bron beperkt en in eerste instantie aangepakt in Verordening (EG) nr. 1907/2006 in overeenstemming met de voorschriften en procedures van titel VIII van die verordening, om de gezondheid van de mens en het milieu te beschermen gedurende de hele levenscyclus van de stof, waaronder de afvalfase. Daarom moet eraan worden herinnerd dat Verordening (EG) nr. 1907/2006 van toepassing is op de vaststelling of wijziging van beperkingen op stoffen die worden geproduceerd voor gebruik in of worden gebruikt voor de productie van verpakkingen of verpakkingsonderdelen, en op het in de handel brengen van stoffen in verpakkingen of verpakkingsonderdelen. Wat betreft verpakkingen die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 1935/2004 vallen, moet eraan worden herinnerd dat die verordening tot doel heeft om een hoge mate van bescherming van consumenten van verpakte levensmiddelen te waarborgen. Voorts is het mogelijk dat stoffen in verpakkingen, in verpakkingsonderdelen of in verpakkingsafval ook vallen onder in andere rechtshandelingen van de Unie vastgelegde beperkingen, zoals de beperkingen en verboden die uit hoofde van Verordening (EU) 2019/1021 van het Europees Parlement en de Raad (12) zijn vastgesteld voor persistente organische verontreinigende stoffen.

(25)

Naast de beperkingen die van toepassing zijn op materialen en voorwerpen die met levensmiddelen in contact komen van bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006, en van Verordening (EG) nr. 1935/2004, moeten de beperkingen voor lood, cadmium, kwik en zeswaardig chroom in verpakkingen en verpakkingsonderdelen omwille van de consistentie worden gehandhaafd.

(26)

De Beschikkingen 2001/171/EG (13) en 2009/292/EG (14) van de Commissie bevatten voorwaarden voor afwijkingen met betrekking tot de concentraties van lood, cadmium, kwik en zeswaardig chroom in verpakkingen of verpakkingsonderdelen die uit hoofde van Richtlijn 94/62/EG zijn vastgesteld, en die in het kader van deze verordening moeten worden gehandhaafd. Om echter rekening te houden met de technische en wetenschappelijke vooruitgang, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen met betrekking tot het verlagen van de concentraties van een van die metalen in deze verordening of tot vaststelling van de voorwaarden waaronder de som van de concentraties van die metalen niet van toepassing is op gerecyclede materialen of op productkringlopen die zich in een gesloten en gecontroleerde keten bevinden, of op bepaalde verpakkingstypen of -formaten. Op basis van de strategie voor duurzame chemische stoffen moeten dezelfde concentraties voor gevaarlijke stoffen in beginsel van toepassing zijn op nieuwe en gerecyclede materialen. Er kunnen zich evenwel uitzonderlijke omstandigheden voordoen waarin een afwijking van dat beginsel noodzakelijk kan zijn. Die uitzonderlijke omstandigheden waarin het gerechtvaardigd is dat concentraties voor gerecyclede materialen verschillend zijn van die voor primaire grondstoffen, moeten worden gebaseerd op een analyse per geval. De Commissie moet met dat beginsel rekening houden wanneer zij de bestaande vrijstellingen met betrekking tot de concentraties van lood, cadmium, kwik en zeswaardig chroom wijzigt.

(27)

Onverminderd de beperking van PFAS, mag deze verordening enkel voorzien in de mogelijkheid om het gebruik van stoffen te beperken omwille van de chemische veiligheid of de voedselveiligheid indien er sprake is van een onaanvaardbaar risico voor de gezondheid van de mens of voor het milieu, zoals onder meer, maar niet uitsluitend, de beperkingen voor lood, cadmium, kwik en zeswaardig chroom, waarvoor reeds beperkingen zijn vastgesteld op grond van Richtlijn 94/62/EG, die in het kader van deze verordening moeten worden gehandhaafd, aangezien die beperkingen in het kader van andere rechtshandelingen van de Unie worden aangepakt. Niettemin moet deze verordening tevens de mogelijkheid bieden om voornamelijk om andere redenen dan de chemische veiligheid of de voedselveiligheid, beperkingen op te leggen aan stoffen die in verpakkingen en verpakkingsonderdelen aanwezig zijn of in de productieprocessen daarvan worden gebruikt en die negatieve gevolgen hebben voor de duurzaamheid van verpakkingen, vooral wat betreft de circulariteit, en met name het hergebruik of de recycling, van die verpakkingen.

(28)

Verpakkingen die zijn ontworpen met het oog op de recycling ervan wanneer zij verpakkingsafval worden, is een van de efficiëntste manieren om de circulariteit van verpakkingen te verbeteren, het recyclingpercentage van verpakkingen te verhogen en ervoor te zorgen dat meer gerecycled materiaal in verpakkingen wordt gebruikt. De industrie, via vrijwillige sectorale regelingen, en sommige lidstaten hebben voor een aantal verpakkingsformaten ontwerpcriteria voor recycling opgesteld om de vergoedingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid te kunnen afstemmen. Om belemmeringen op de interne markt te voorkomen, de industrie een gelijk speelveld te bieden en de duurzaamheid van verpakkingen te bevorderen, is het belangrijk om bindende eisen voor de recyclebaarheid van verpakkingen vast te stellen door de criteria en de methode voor de beoordeling van de recyclebaarheid van verpakkingen te harmoniseren op basis van een methode voor het ontwerp van recycling op Unieniveau. Om te voldoen aan de in het actieplan voor de circulaire economie vastgelegde doelstelling dat alle verpakkingen uiterlijk in 2030 op economisch haalbare wijze recyclebaar moeten zijn, moeten recyclebare verpakkingen worden ontworpen voor materiaalrecycling, en wanneer zij afval worden, afzonderlijk kunnen worden ingezameld, gesorteerd in specifieke afvalstromen, zonder dat dit afdoet aan de recyclebaarheid van andere afvalstromen, en op grote schaal worden gerecycled. Recyclebaarheid van verpakkingen moet worden uitgedrukt in prestatieklassen voor recyclebaarheid vastgesteld op basis van ontwerpcriteria voor recycling vanaf 2030 en op basis van zowel ontwerpcriteria voor recycling als criteria voor recycling op grote schaal vanaf 2035 voor de in bijlage II vermelde verpakkingscategorieën, uitgedrukt in klasse A, B of C. Verpakkingen in die klassen moeten als recyclebaar worden beschouwd en er moet bijgevolg toestemming worden verleend om deze in de handel te brengen. Verpakkingen die niet voldoen aan de criteria van klasse C moeten als technisch niet-recyclebaar worden beschouwd en het in de handel brengen van die verpakkingen moet worden beperkt. Om marktdeelnemers voldoende tijd te bieden om zich aan te passen, hoeven verpakkingen echter pas vanaf 1 januari 2030 aan die criteria te voldoen. Vanaf 1 januari 2038 moeten verpakkingen, om in de handel te kunnen worden gebracht, ten minste voldoen aan klasse B.

(29)

De definitie van materiaalrecycling in deze verordening moet een aanvulling vormen op de definities van recycling en materiaalterugwinning in Richtlijn 2008/98/EG. Bij materiaalrecycling blijven hulpbronnen circuleren in de materialeneconomie. Biologische afvalverwerking mag daar derhalve niet onder vallen. De definitie van materiaalrecycling mag geen invloed hebben op de berekening van de doelstellingen voor recycling die krachtens deze verordening voor de lidstaten zijn vastgesteld. Die doelstellingen en de berekening daarvan zijn gebaseerd op de definitie van recycling in Richtlijn 2008/98/EG.

(30)

Recycling van hoge kwaliteit houdt in dat de gerecyclede materialen, op basis van hun behouden technische eigenschappen, kwalitatief gelijkwaardig of beter zijn dan het oorspronkelijke materiaal en kunnen worden gebruikt als een vervanging voor primaire grondstoffen voor verpakking of soortgelijke toepassingen. Het gerecyclede materiaal kan meerdere keren worden gerecycled. De inzameling van naar behoren gesorteerd verpakkingsafval is cruciaal om de productie van grondstoffen op basis van recycling van hoge kwaliteit mogelijk te maken. Het verschil tussen materiaalrecycling en recycling van hoge kwaliteit is dat bij materiaalrecycling het verpakkingsmateriaal tot materiaal wordt gerecycled, terwijl het verpakkingsmateriaal bij recycling van hoge kwaliteit wordt gerecycled tot materialen van een dusdanige kwaliteit dat die materialen kunnen worden gebruikt in dezelfde kwaliteitsklasse voor verpakking of andere toepassingen waarbij de kwaliteit van het gerecyclede materiaal behouden blijft.

(31)

Het feit dat een beoordeling van het ontwerp voor recycling is uitgevoerd, is op zich niet voldoende om te waarborgen dat de verpakkingen in de praktijk worden gerecycled. Om uniforme voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om een uniforme methode en een mechanisme van doorlopende controle vast te stellen om te waarborgen dat het verpakkingsafval daadwerkelijk op grote schaal wordt gerecycled op basis van de volgens de huidige stand van de techniek meest geavanceerde processen voor gescheiden inzameling, en gevestigde processen voor sortering en recycling die reeds in een operationele omgeving zijn getest. Bijgevolg moet vanaf 2035 een nieuwe beoordeling worden verricht op basis van de hoeveelheid materiaal, d.w.z. qua gewicht, die daadwerkelijk wordt gerecycled, voor elke verpakkingscategorie overeenkomstig de methode en de drempels van deze verordening. De drempels voor recycling op grote schaal moeten worden vastgesteld met in aanmerkingneming van het gestelde streefdoel voor het jaarlijks gerecycled materiaal waarin in deze verordening is voorzien. De lidstaten worden verwacht uiterlijk in 2030 de eerste gegevens aan de Commissie te hebben verstrekt over de per verpakkingscategorie gerecyclede hoeveelheden verpakkingsafval omwille van de monitoring. De producenten, in het geval van individuele nakoming van de verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid waaraan de nakoming van die verplichtingen is toevertrouwd of de verpakkingsafvalverwerkers ingeval de overheid verantwoordelijk is voor de organisatie van het verpakkingsafvalbeheer, moeten ervoor zorgen dat het verpakkingsafval gescheiden wordt ingezameld, gesorteerd en dat het materiaal wordt gerecycled in geïnstalleerde infrastructuur met gebruikmaking van gevestigde processen in een operationele omgeving die is getest, en moeten de fabrikant alle technische documentatie verstrekken waaruit blijkt dat verpakkingen op grote schaal worden gerecycled.

(32)

Teneinde geharmoniseerde voorschriften voor het ontwerp van verpakkingen vast te stellen waarmee de recyclebaarheid ervan wordt gewaarborgd, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen tot vaststelling van ontwerpcriteria voor recycling en prestatieklassen voor recyclebaarheid, tot vaststelling van de wijze waarop recyclebaarheidsprestaties kunnen worden beoordeeld en de resultaten daarvan kunnen worden uitgedrukt, tot vaststelling van een beschrijving van de voorwaarden voor de naleving van de respectieve prestatieklassen voor recyclebaarheid voor elke verpakkingscategorie, tot vaststelling van een kader voor het afstemmen van de financiële bijdragen die producenten moeten betalen om aan hun verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid te voldoen, alsmede tot wijziging van de desbetreffende bijlagen bij deze verordening.

(33)

Teneinde innovatie op het gebied van verpakkingen te stimuleren, moet voor verpakkingen met innovatieve kenmerken die leiden tot een aanzienlijke verbetering van de kernfunctie van verpakkingen en die aantoonbare milieuvoordelen opleveren, een extra tijd worden geboden om aan de eisen inzake recyclebaarheid te voldoen. Die innovatieve kenmerken moeten gerechtvaardigd zijn, met name ten aanzien van het gebruik van nieuwe materialen, en de geplande ontwikkeling van een recyclingtraject moet in de technische documentatie bij de verpakking worden toegelicht. Die informatie moet onder andere, waar nodig, worden gebruikt voor wijzigingen in de uitvoeringshandelingen inzake ontwerpcriteria voor recycling. De marktdeelnemer moet tevens de Commissie en de bevoegde autoriteit in kennis stellen voordat hij innovatieve verpakkingen in de handel brengt.

(34)

Om de gezondheid en de veiligheid van mens en dier te beschermen, mogen de vereisten inzake recyclebaarheid vanwege de aard van de verpakte producten en de daaruit voortvloeiende eisen niet verplicht zijn voor primaire verpakkingen, overeenkomstig Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad (15) en Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad (16), die rechtstreeks in contact staan met het geneesmiddel, en voor buitenverpakkingen, zoals gedefinieerd in die wetgevingshandelingen, indien die verpakkingen nodig zijn om te voldoen aan specifieke eisen voor het behoud van de kwaliteit van het geneesmiddel. Daarnaast mogen de recyclebaarheidseisen niet verplicht zijn voor contactgevoelige kunststof verpakkingen voor medische hulpmiddelen die vallen onder Verordening (EU) 2017/745 van het Europees Parlement en de Raad (17), of voor contactgevoelige kunststof verpakkingen voor medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek die vallen onder Verordening (EU) 2017/746 van het Europees Parlement en de Raad (18), en evenmin voor contactgevoelige kunststof verpakkingen van voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen en van voeding voor medisch gebruik die vallen onder Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad (19), of voor verpakkingen die worden gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke goederen in overeenstemming met Richtlijn 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad (20). Ook verkoopverpakkingen van licht hout, kurk, textiel, rubber, keramiek of porselein moeten worden vrijgesteld, aangezien die materialen in zeer kleine hoeveelheden in de handel worden gebracht: elk van die categorieën vertegenwoordigt minder dan 1 % van het gewicht van de verpakkingen die in de Unie in de handel worden gebracht. De verplichting om financiële bijdragen te betalen overeenkomstig de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid mag niet onder die vrijstelling vallen.

(35)

Sommige lidstaten ondernemen actie om de recyclebaarheid van verpakkingen aan te moedigen door afstemming van de vergoedingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Die initiatieven op nationaal niveau kunnen voor onzekerheid onder marktdeelnemers zorgen over de regelgeving, met name zij die verpakkingen in verschillende lidstaten leveren. Tegelijkertijd is de afstemming van vergoedingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid een doeltreffend economisch instrument om een duurzamer ontwerp van verpakkingen te stimuleren, hetgeen leidt tot verpakkingen die gemakkelijker te recyclen zijn en tot een betere werking van de interne markt. Daarom moeten de criteria voor afstemming van vergoedingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid op basis van de door de beoordeling van de recyclebaarheid verkregen prestatieklasse voor recyclebaarheid worden geharmoniseerd, zonder de exacte bedragen voor die vergoedingen vast te stellen. Aangezien die criteria verband moeten houden met de criteria inzake recyclebaarheid, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden verleend om die geharmoniseerde criteria vast te stellen samen met de gedetailleerde ontwerpcriteria voor recycling per verpakkingscategorie.

(36)

Om de circulariteit van verpakkingen te waarborgen, moeten verpakkingen zodanig worden ontworpen dat primaire grondstoffen steeds meer kunnen worden vervangen door gerecyclede materialen. Door meer gerecyclede materialen te gebruiken, wordt bijgedragen tot de ontwikkeling van een circulaire economie met goed functionerende markten voor gerecyclede materialen, worden kosten, afhankelijkheden en negatieve milieueffecten als gevolg van het gebruik van primaire grondstoffen teruggedrongen, en wordt het mogelijk gemaakt materialen op een hulpbronnenefficiëntere wijze te gebruiken. Van alle verschillende verpakkingsmaterialen worden in kunststof verpakkingen de minste gerecyclede materialen gebruikt. Om die problemen op de meest geschikte manier aan te pakken, moet ervoor worden gezorgd dat meer gerecyclede kunststof wordt gebruikt door doelstellingen voor het gehalte aan gerecycled materiaal in kunststof verpakkingen vast te stellen op verschillende niveaus afhankelijk van de contactgevoeligheid (21) van verschillende toepassingen van kunststof verpakkingen en door ervoor te zorgen dat die doelstellingen uiterlijk in 2030 bindend worden. Om ervoor te zorgen dat de circulariteit van verpakkingen een stijgende lijn blijft vertonen, moeten er vanaf 2040 hogere doelstellingen gelden.

(37)

Papiermateriaal dat afkomstig is van de vervaardiging van pulp mag niet worden geacht onder de definitie van kunststof in deze verordening te vallen.

(38)

Om overeenkomstig het Unierecht een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van mens en dier te waarborgen en om risico’s voor de voorzieningszekerheid of de veiligheid van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen te voorkomen, moeten bepaalde soorten kunststof verpakkingen worden vrijgesteld van de verplichting inzake een minimumgehalte aan gerecycled materiaal. Die soorten kunststof verpakkingen zijn primaire verpakkingen, zoals gedefinieerd in Richtlijn 2001/83/EG en Verordening (EU) 2019/6, contactgevoelige kunststof verpakkingen voor medische hulpmiddelen die onder Verordening (EU) 2017/745 vallen, contactgevoelige verpakkingen voor medische hulpmiddelen voor in-vitrodiagnostiek die onder Verordening (EU) 2017/746 vallen, contactgevoelige kunststof verpakkingen van voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen en contactgevoelige kunststof verpakkingen van voeding voor medisch gebruik die onder Verordening (EU) nr. 609/2013 vallen. Die vrijstelling moet ook gelden voor de buitenverpakking voor geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik, zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2019/6 en Richtlijn 2001/83/EG, in gevallen waarin de verpakking moet voldoen aan specifieke eisen om de kwaliteit van het geneesmiddel te behouden.

(39)

Om de doelstellingen van deze verordening voor de integratie van het gehalte aan gerecycled materiaal te halen, moet de Commissie uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening een evaluatie van de stand van de technologische ontwikkeling en de milieuprestaties van biogebaseerde kunststof verpakkingen uitbrengen en zo nodig een wetgevingsvoorstel met duurzaamheidsvereisten en -doelstellingen indienen.

(40)

Om belemmeringen op de interne markt te voorkomen en de doeltreffende uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten marktdeelnemers ervoor zorgen dat elk kunststof deel in verpakkingen een minimumpercentage aan gerecycled materiaal dat na consumptie uit kunststofafval is teruggewonnen bevat, bepaald per verpakkingssoort en -formaat zoals vermeld in deze verordening en berekend als een gemiddelde per fabriek en per jaar.

(41)

Het gebruik van de fabriek als berekeningsbasis zorgt ervoor dat verpakkingsfabrikanten een zekere flexibiliteit hebben om het minimumpercentage aan gerecycled materiaal te halen. Onder “fabriek” moet uitsluitend worden verstaan een industriële installatie waar verpakkingen worden vervaardigd.

(42)

Marktdeelnemers moeten worden gestimuleerd om het gehalte aan gerecycled materiaal in het kunststof deel van verpakkingen te verhogen. Eén manier om dit te bereiken is het afstemmen van vergoedingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid op het percentage gerecycled materiaal in verpakkingen. De afstemming van vergoedingen moet in die gevallen gebaseerd zijn op gemeenschappelijke regels voor het berekenen en verifiëren van het gehalte aan gerecyclede materialen in die verpakkingen. In dat verband moeten de lidstaten bestaande systemen die voorafgaande eerlijke toegang tot gerecycled materiaal verlenen, kunnen behouden om de minimumdoelstellingen voor het gehalte aan gerecycled materiaal te halen, mits zij aan deze verordening voldoen. Voorts moet voor de gerecyclede materialen prioritaire toegang tegen marktprijzen worden verleend, en moet de hoeveelheid gerecyclede materialen waarvoor prioritaire toegang wordt verleend, overeenstemmen met de hoeveelheid verpakkingen die de marktdeelnemer op het grondgebied van de betrokken lidstaat binnen een bepaalde termijn heeft aangeboden.

(43)

Aan de Commissie moeten uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om te zorgen voor uniforme voorwaarden voor het toepassen van de regels voor het berekenen en verifiëren van het percentage aan gerecycled materiaal verkregen door terugwinning uit kunststofafval na consumptie, berekend per verpakkingssoort en -formaat als een gemiddelde per fabriek en per jaar, rekening houdend met het milieueffect van recycling, en om het formaat van de technische documentatie vast te stellen.

(44)

Om te zorgen voor een interne markt voor kunststofrecycling van hoge kwaliteit en het gebruik van secundaire grondstoffen, moet elk kunststof deel in verpakkingen die in de handel worden gebracht, een bepaald minimumpercentage gerecycled materiaal bevatten dat is teruggewonnen uit kunststofafval na consumptie, bepaald per verpakkingssoort en -formaat, zoals vermeld in deze verordening en berekend als een gemiddelde per fabriek en per jaar. Onder verpakkingssoort moet worden verstaan het polymeer waarvan de verpakking hoofdzakelijk is gemaakt, terwijl het verpakkingsformaat moet worden begrepen als de grootte en de vorm van een specifieke verpakkingseenheid.

(45)

Om verschillende redenen moet een hoog niveau van bescherming van het milieu en de gezondheid van de mens worden gegarandeerd, met name wat betreft het niveau van emissies in de lucht, het water en de bodem. Ten eerste is klimaatverandering een mondiaal verschijnsel dat geen grenzen kent en waarvan de gevolgen niet rechtstreeks verband houden met de bron van de broeikasgasemissies: landen met lage broeikasgasemissies kunnen gevolgen van klimaatverandering ondervinden die onevenredig groot zijn in vergelijking met hun eigen aandeel in de wereldwijde broeikasgasemissies. Ten tweede zijn watersystemen onderling verbonden, bijvoorbeeld via oceaanstromingen, en uit ervaringen uit het verleden blijkt dat verontreiniging, ook vervuiling door kunststofafval, die zich op een bepaalde plaats op onze planeet voordoet, zich op grote schaal kan verspreiden naar andere oceanen en continenten. Ten derde kunnen emissies in de bodem niet alleen plaatselijke maar ook grensoverschrijdende effecten hebben, met name wanneer die emissies in de waterlopen terechtkomen. Het gebruik van gerecycled materiaal in kunststof verpakkingen moet worden gestimuleerd, ervan uitgaande dat het gerecyclede materiaal zelf op een ecologisch duurzame manier is geproduceerd, zodat de koolstofvoetafdruk wordt verkleind en de circulaire economie wordt aangemoedigd. Daartoe moeten er bepaalde waarborgen worden ingebouwd om te voorkomen dat de milieubaten van het gebruik van dat gerecycled materiaal in latere kunststof verpakkingen teniet worden gedaan door de manier waarop het wordt verkregen. Daarom moeten de daarmee verband houdende milieuproblemen op niet-discriminerende wijze worden aangepakt ten aanzien van zowel in de lidstaten geproduceerde als ingevoerde kunststof verpakkingen. Voor invoer in de Unie moeten daartoe gelijkwaardige voorwaarden betreffende emissies en gescheiden inzameling en duurzaamheidscriteria voor recyclingtechnologieën gelden.

(46)

Gescheiden inzameling van kunststofafval is van essentieel belang, aangezien dit een rechtstreeks positief effect heeft op het inzamelingspercentage en op de kwaliteit van het ingezamelde en van het gerecycleerde materiaal. Gescheiden inzameling maakt recycling van hoge kwaliteit mogelijk en stimuleert het gebruik van hoogwaardige secundaire grondstoffen. Door toe te groeien naar een “recyclingmaatschappij” kunnen we in toenemende mate afvalproductie voorkomen en wordt het gebruik van afval als hulpbron aangemoedigd, zodat hulpbronnen niet langer beneden in de afvalhiërarchie opgesloten blijven waardoor nadelige milieueffecten vermeden worden en afval op een voor het milieu verantwoorde wijze kan worden beheerd. Gescheiden inzameling voorkomt ook vermenging van gevaarlijke en niet-gevaarlijke afvalstoffen, waardoor de veiligheid van de afvalstoffen en van de overbrenging ervan wordt gewaarborgd en verontreiniging wordt vermeden, in overeenstemming met internationale regels zoals het Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan (22) van 22 maart 1989, het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 10 december 1982 (23), het Verdrag ter voorkoming van verontreiniging van de zee door het storten van afval en andere stoffen, gedaan te Londen op 29 december 1972, en het bijbehorende protocol van 1996, en bijlage V bij het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen van 2 november 1973 (“Marpol-verdrag”), zoals gewijzigd bij het Protocol van 1978 bij dat verdrag.

(47)

Voorts is uit internationale besprekingen in de verschillende vergaderingen van het Intergouvernementeel Onderhandelingscomité (“Intergovernmental Negotiating Committee — INC”) ter ontwikkeling van een internationaal wettelijk bindend instrument inzake verontreiniging door kunststoffen, onder meer in het mariene milieu, in het kader van het Milieuprogramma van de Verenigde Naties gebleken dat de inspanningen met betrekking tot de gescheiden inzameling van kunststoffen op internationaal niveau moeten worden opgevoerd om de milieueffecten ervan te beperken en de circulaire economie te stimuleren teneinde afvalproductie te voorkomen en de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen te verminderen. Het gaf ook blijk van de wil van de verdragsluitende partijen om maatregelen in die zin te nemen. Het Verdrag betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand (24), gedaan te Genève op 14 november 1979, verplicht de partijen bij het verdrag ertoe het milieu tegen luchtverontreiniging te beschermen en ernaar te streven luchtverontreiniging, waaronder grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand, te beperken en, voor zover mogelijk, geleidelijk te verminderen en te voorkomen. Krachtens het Verdrag inzake de bescherming en het gebruik van grensoverschrijdende waterlopen en internationale meren (25), gedaan te Helsinki op 17 maart 1992, moeten de partijen maatregelen nemen om grensoverschrijdende gevolgen van waterverontreiniging te voorkomen, te beheersen en te verminderen. In overeenstemming met de Verklaring van Rio de Janeiro in het kader van de Conferentie van de Verenigde Naties over milieu en ontwikkeling van 1992 moet in beginsel de vervuiler de kosten van verontreiniging dragen. Daarom moeten industriële activiteiten, zoals recycling van kunststoffen, gepaard gaan met maatregelen ter voorkoming en vermindering van verontreiniging.

(48)

De milieudoelstelling om het gebruik van gerecycled materiaal uit kunststofafval na consumptie aan te moedigen, vereist dat de recycling van kunststoffen zo gebeurt dat de eruit voortvloeiende verontreiniging tot een minimum wordt beperkt. Als dit niet gebeurt, dan zouden de industriële vervuilende stoffen die bij recycling vrijkomen, de milieumeerwaarde van het aanmoedigen van het gebruik van gerecycled kunststof geheel of gedeeltelijk tenietdoen. Er moeten duurzaamheidscriteria worden ontwikkeld met betrekking tot recyclingtechnologieën voor kunststofafval na consumptie. Deze moeten een hoog niveau van bescherming van het milieu en de gezondheid van de mens waarborgen, met name wat betreft het niveau van emissies in de lucht, het water en de bodem, en wat betreft hulpbronnenefficiëntie. Daartoe moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen met betrekking tot de vaststelling van duurzaamheidscriteria voor kunststofrecyclingtechnologieën. Daarom moet recycling op milieuhygiënisch verantwoorde wijze worden uitgevoerd, wat moet leiden tot recyclingprocessen en producten van hoge kwaliteit, en hoge normen voor de recyclingsectoren moet garanderen. Een passende verduurzaming van de recyclingtechnologie, en bijgevolg van de gerecyclede materialen, maakt van het aanmoedigen van het gebruik van gerecycled materiaal in kunststof verpakkingen een milieuverantwoorde maatregel. Tijdens de vergaderingen van het INC inzake verontreiniging door kunststoffen werd ook benadrukt hoe belangrijk het is ervoor te zorgen dat recyclingtechnologieën op een milieuverantwoorde wijze werken.

(49)

De methode voor het beoordelen, verifiëren en certificeren, onder meer door middel van audits door derden, van de gelijkwaardigheid van de regels die gelden wanneer het uit kunststofafval na consumptie teruggewonnen gerecycled materiaal in een derde land wordt gerecycled of ingezameld, moet een hoog niveau van bescherming van het milieu en de gezondheid van de mens waarborgen, met name wat betreft het niveau van emissies in de lucht, het water en de bodem, rekening houdend met de noodzaak ervoor te zorgen dat recycling op milieuverantwoorde wijze geschiedt, de mogelijkheid om recycling van hoge kwaliteit te waarborgen, de hoogte van de kwaliteitsnormen voor de recyclingsectoren en de mate van hulpbronnenefficiëntie. Die overwegingen zijn van cruciaal belang voor het bereiken van circulariteit van hulpbronnen, waardoor uitputbare natuurlijke hulpbronnen minder onder druk worden gezet. Om uniforme voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om die methode vast te stellen.

(50)

Materialen die met levensmiddelen in contact komen en gerecyclede kunststof bevatten, moeten voldoen aan de voorschriften, mede inzake recyclingtechnologieën, van Verordening (EU) 2022/1616 van de Commissie (26). Voor kunststof verpakkingen, behalve als die verpakkingen gemaakt zijn van polyethyleentereftalaat (pet), is het passend de beschikbaarheid van geschikte recyclingtechnologieën tijdig voor de datum van toepassing van de desbetreffende eisen voor het gehalte aan gerecycled materiaal opnieuw te beoordelen. Bij de beoordeling moet ook rekening worden gehouden met de toelatingsstatus volgens de desbetreffende Unievoorschriften en de daadwerkelijke invoering van die technologieën. Op basis van die beoordeling kan het voor bepaalde contactgevoelige kunststof verpakkingen nodig zijn om in afwijkingen van de eisen inzake het gehalte aan gerecycled materiaal te voorzien, of om de in deze verordening vastgestelde lijst van uitzonderingen te wijzigen. Daarom moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen.

(51)

Teneinde rekening te houden met de risico’s in verband met een mogelijk ontoereikend aanbod van een specifieke soort kunststofafval voor recycling, dat zou kunnen leiden tot buitensporige prijzen of negatieve gevolgen voor de gezondheid, de veiligheid en het milieu, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen om de minimumpercentages gerecycled materiaal dat uit kunststofafval na consumptie wordt teruggewonnen, aan te passen. Wanneer de Commissie beoordeelt of die gedelegeerde handeling gerechtvaardigd is, moet zij terdege gemotiveerde verzoeken van natuurlijke en rechtspersonen beoordelen.

(52)

Het is duidelijk dat primaire grondstoffen van andere materialen dan kunststoffen, zoals glas of aluminium, steeds meer worden vervangen door gerecycled materiaal, en gezien de juridische en economische ontwikkelingen en de verwachtingen van consumenten zal die trend naar verwachting aanhouden. De Commissie moet niettemin nauwlettend toezien op het gebruik van gerecycled materiaal in ander verpakkingsmateriaal dan kunststof, en moet beoordelen of het passend is verdere maatregelen te treffen, waaronder het vaststellen van doelstellingen, teneinde meer gerecycled materiaal te gebruiken in andere verpakkingen dan kunststof verpakkingen.

(53)

De bioafvalstroom is vaak verontreinigd met conventionele kunststoffen en de materiaalrecyclingstromen zijn vaak verontreinigd met composteerbare kunststoffen. Deze kruisverontreiniging leidt tot verspilling van hulpbronnen en tot een lagere kwaliteit van secundaire grondstoffen, en moet daarom bij de bron worden voorkomen. Met het oog op dit punt van zorg moeten de lidstaten voor composteerbare verpakkingen specificeren welke afvalbeheeroptie geschikt is voor hun grondgebied. Aangezien het voor consumenten steeds onduidelijker wordt waar zij composteerbare kunststof verpakkingen moeten weggooien, is het gerechtvaardigd en noodzakelijk duidelijke en gemeenschappelijke voorschriften voor het gebruik van die verpakkingen vast te stellen, en deze alleen verplicht te stellen wanneer het gebruik ervan duidelijk nut heeft voor het milieu en de gezondheid van de mens. Dit is met name het geval wanneer het gebruik van composteerbare verpakkingen bijdraagt tot het inzamelen of weggooien van bioafval, bijvoorbeeld bij producten waarvoor het scheiden van de inhoud en de verpakking bijzonder complex is, zoals theezakjes.

(54)

Voor een beperkt aantal verpakkingstoepassingen van biologisch afbreekbare kunststof polymeren levert het gebruik van composteerbare verpakkingen aantoonbaar milieuvoordelen op als die verpakkingen in gecontroleerde omstandigheden composteerinstallaties, waaronder installaties voor anaerobe vergisting, binnenkomen. Een lidstaat die artikel 22, lid 1, tweede alinea, van Richtlijn 2008/98/EG toepast en over passende afvalinzamelingsregelingen en een adequate afvalverwerkingsinfrastructuur beschikt, moet de nodige flexibiliteit krijgen om het al dan niet voor het eerst op zijn grondgebied aanbieden van composteerbare niet-metalen verpakkingen voor eenmalig gebruik voor dranksystemen (koffie, thee of andere dranken), zeer lichte en lichte kunststof draagtassen toe te staan en het voor het eerst op zijn grondgebied ander verpakkingsmateriaal waarvan de composteerbaarheid aldaar reeds voor de datum van toepassing van deze verordening verplicht was, toe te staan. Om verwarring onder consumenten over de juiste manier van weggooien te voorkomen en de milieubaten van circulariteit van koolstof in aanmerking te nemen, moet het materiaal van alle andere verpakkingen worden gerecycled en moet met het ontwerp daarvan worden voorkomen dat dit afbreuk doet aan de recyclebaarheid van ander afvalstromen.

(55)

Daarnaast mogen er als gevolg van biologisch afbreekbaar afval geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de geproduceerde compost. De vereisten van geharmoniseerde norm EN 13432:2000 “Verpakking — Eisen voor verpakking terugwinbaar door compostering en biodegradatie — Beproevingsschema en evaluatiecriteria voor de eindacceptatie van verpakking” moeten worden herzien met betrekking tot de composteertijden, de toegestane niveaus van verontreiniging en de beperkingen op de hoeveelheden microplastics die vrijkomen om die materialen op passende wijze te kunnen verwerken in installaties voor de verwerking van bioafval. Daarnaast moet er in de Unie een vergelijkbare norm voor thuiscompostering worden vastgesteld.

(56)

Zoals beschreven in het “EU-beleidskader inzake biogebaseerde, biologisch afbreekbare en composteerbare kunststoffen”, in de mededeling van de Commissie van 30 november 2022, valt biologisch afbreken bij thuiscompostering niet onder de normen voor industriële compostering. Industriële compostering vereist hoge temperaturen en hoge vochtigheidsniveaus. Bij thuiscompostering, die wordt uitgevoerd door particulieren, ook in gemeenschappen, hangen de feitelijke omstandigheden sterk af van de plaatselijke klimaatomstandigheden en consumentenpraktijken. Daarom bestaat het risico dat de biologische afbraak bij thuiscompostering trager verloopt dan bij industriële compostering of niet wordt voltooid. Met name thuiscompostering voor kunststof verpakkingen mag alleen worden overwogen voor specifieke toepassingen en in de context van specifieke lokale omstandigheden onder toezicht van de betrokken autoriteiten.

(57)

Indien dat vanwege de technologische en regelgevingsontwikkelingen die van invloed zijn op het weggooien van composteerbare kunststoffen gerechtvaardigd en passend is en onder de specifieke voorwaarden die waarborgen dat het gebruik van die materialen gunstig is voor het milieu en de gezondheid van de mens, moet de Commissie in voorkomend geval, een wetgevingsvoorstel indienen om de lijst van verpakkingen die mogen worden gecomposteerd, te wijzigen.

(58)

Om de beoordeling van de conformiteit met betrekking tot de eisen in deze verordening inzake composteerbare verpakkingen te vergemakkelijken, moet worden voorzien in een vermoeden van conformiteit voor composteerbare verpakkingen dat in overeenstemming is met de op grond van Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad (27) vastgestelde geharmoniseerde normen. Bij het bepalen of het vermoeden van toepassing is, moet rekening worden gehouden met de gedetailleerde technische specificaties van die eisen, in overeenstemming met de meest recente wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen. Die parameters, onder meer composteertijden en toegestane verontreinigingsniveaus, moeten een afspiegeling vormen van de reële omstandigheden in installaties voor de verwerking van bioafval, waaronder anaerobevergistingsprocessen. De huidige norm voor industriële compostering kan niet dienen als basis voor een vermoeden van conformiteit, aangezien die norm moet worden herzien en vervangen door een bijgewerkte versie. Tot er een nieuwe of bijgewerkte geharmoniseerde norm beschikbaar is, kan evenwel de huidige norm als richtsnoer worden gebruikt. Voor thuiscomposteerbare verpakkingen moet de Commissie naargelang het geval om ontwikkeling van een EN-normering verzoeken.

(59)

Alle verpakkingen die bestemd zijn om met levensmiddelen in contact te komen of daar nu reeds mee in contact komen, waaronder composteerbare verpakkingen, moeten aan de eisen van Verordening (EG) nr. 1935/2004 voldoen. Indien passend, moet het mogelijk zijn om de documentatie en de informatie die vereist zijn krachtens de wetgevingshandelingen van de Unie inzake materialen die met levensmiddelen in contact komen, als onderdeel van de krachtens deze verordening vereiste informatie en documentatie te gebruiken.

(60)

Verpakkingen moeten worden ontworpen op een manier die het volume en gewicht ervan tot een minimum beperkt en die de recyclebaarheid ervan mogelijk maakt zonder dat dit afdoet aan de verpakkingsfunctie. De fabrikant moet de verpakking beoordelen aan de hand van de in deze verordening opgenomen prestatiecriteria. Gezien de doelstellingen van deze verordening om de productie van verpakkingen en verpakkingsafval te verminderen en de circulariteit van verpakkingen op de hele interne markt te verbeteren, moeten de bestaande criteria nader worden aangevuld, verduidelijkt en aangescherpt. De lijst van prestatiecriteria voor verpakkingen als opgenomen in geharmoniseerde norm EN 13428:2004 “Verpakking — Specifieke eisen voor fabricage en samenstelling — Preventie door reductie aan de bron” moet daarom worden gewijzigd. Tot er een nieuwe of bijgewerkte geharmoniseerde norm beschikbaar is, mag evenwel EN 13428:2004 worden gebruikt. Hoewel marketing en aanvaarding door de consument relevant blijven voor het ontwerp van verpakkingen, mogen zij geen prestatiecriteria zijn waarmee zwaardere en grotere verpakkingen zouden worden gerechtvaardigd. Dit mag echter geen afbreuk doen aan productspecificaties voor ambachtelijke en industriële producten en levensmiddelen en landbouwproducten die zijn geregistreerd en beschermd uit hoofde van de EU-regeling voor de bescherming van geografische aanduidingen als onderdeel van de doelstelling van de Unie om cultureel erfgoed en traditionele kennis te beschermen, onder meer in het kader van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad (28) voor wijn, Verordening (EU) 2019/787 van het Europees Parlement en de Raad (29) voor gedistilleerde dranken, of Verordening (EU) 2023/2411 van het Europees Parlement en de Raad (30) voor ambachtelijke en industriële producten of onder de in Verordening (EU) nr. 2024/1143 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde kwaliteitsregelingen valt (31). Een en ander mag evenmin afbreuk doen aan verpakkingsontwerpen die zijn beschermd door Unie- of nationale wetgeving inzake ontwerp of handelsmerken of internationale overeenkomsten die in een van de lidstaten van toepassing zijn. De uitzondering voor die verpakkingen is slechts gerechtvaardigd voor zover de nieuwe regels inzake de minimalisering van verpakkingen de vorm van de verpakking zodanig beïnvloeden dat bij een handelsmerk het merkproduct niet langer te onderscheiden valt van de producten van een andere onderneming, en het ontwerp zijn nieuwe en individuele kenmerken niet langer kan behouden. Om het risico van misbruik te voorkomen, mag de uitzondering enkel van toepassing zijn op handelsmerken en modelrechten die vóór 11 februari 2025 zijn beschermd. Recyclebaarheid, het gebruik van gerecycled materiaal en hergebruik van verpakkingen zouden echter zwaardere en grotere verpakkingen kunnen rechtvaardigen, en moeten daarom aan de prestatiecriteria worden toegevoegd. Verpakkingen met een dubbele laag, valse bodems of andere kenmerken die uitsluitend zijn bedoeld om de indruk van een groter productvolume te wekken, mogen niet in de handel worden gebracht, aangezien die verpakkingen niet voldoen aan de eis om de verpakking tot een minimum te beperken. Voor overbodige verpakkingen die niet noodzakelijk zijn om de verpakkingsfunctie te waarborgen, moet hetzelfde gelden.

(61)

Om aan de eisen met betrekking tot de minimalisering van verpakkingen te voldoen, moet bijzondere aandacht worden besteed aan het beperken van lege ruimte in verzamelverpakkingen en verzendverpakkingen, met inbegrip van verpakkingen voor de elektronische handel.

(62)

Om de beoordeling van de conformiteit met betrekking tot de in deze verordening vastgelegde eisen inzake minimalisering van verpakkingen te faciliteren, moet een vermoeden van conformiteit gelden ten aanzien van verpakkingen die in overeenstemming zijn met overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012 vastgestelde geharmoniseerde normen die voorzien in gedetailleerde technische specificaties voor die eisen en in meetbare ontwerpcriteria, in voorkomend geval met inbegrip van een maximumgewicht of grenswaarden voor lege ruimte voor specifieke verpakkingsformaten en gestandaardiseerde verpakkingsontwerpen die aan de eisen inzake minimalisering van verpakkingen voldoen.

(63)

Om de circulariteit en het duurzame gebruik van verpakking te bevorderen, moeten herbruikbare verpakkingen en systemen voor hergebruik worden gestimuleerd. Daartoe moet het begrip “herbruikbare verpakking” worden verduidelijkt en moet ervoor worden gezorgd dat dit begrip niet alleen verband houdt met het ontwerp van verpakkingen, maar ook met het opzetten van systemen voor hergebruik die aan de minimumeisen van deze verordening voldoen. Met het ontwerp van verpakkingen moet voor het hoogst mogelijke aantal omlopen worden gezorgd en moeten de veiligheids-, kwaliteits- en hygiëne-eisen bij het legen, uitladen, navullen of herladen worden gehandhaafd. Om de beoordeling van de conformiteit met betrekking tot de in deze verordening vastgelegde eisen inzake herbruikbare verpakkingen te faciliteren, moet worden voorzien in een vermoeden van conformiteit voor verpakkingen die in overeenstemming zijn met overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012 vastgestelde geharmoniseerde normen die voorzien in gedetailleerde technische specificaties op grond van die verordening en in de vaststelling van criteria en formaten voor herbruikbare verpakkingen, met inbegrip van het minimale aantal trajecten of omlopen, gestandaardiseerde ontwerpen en eisen voor systemen voor hergebruik, waaronder hygiëne-eisen.

(64)

Consumenten moeten worden geïnformeerd en in staat worden gesteld om verpakkingsafval op correcte wijze weg te gooien. Daarvoor moet een geharmoniseerd etiketteringssysteem worden vastgesteld voor het scheiden van afval op basis van de materialen waaruit de verpakking is samengesteld, in combinatie met overeenkomstige etiketten op afvalrecipiënten. Het feit dat dat geharmoniseerd etiketteringssysteem door alle burgers moet kunnen worden herkend, ongeacht hun omstandigheden, zoals leeftijd en talenkennis, moet een bepalende factor zijn bij het ontwerp van de etiketten. Dat systeem kan worden bereikt door pictogrammen te gebruiken, en zo min mogelijk woorden. Die ontwerpen helpen ook om de kosten van de vertaling te drukken die anders zouden moeten worden betaald.

(65)

Sortering is essentieel om een grotere circulariteit van verpakkingen te waarborgen. Het verbeteren van de sorteercapaciteiten, in het bijzonder door middel van technologische innovaties, moet worden aangemoedigd om de doeltreffendheid van de sortering, en dus de kwaliteit van de grondstoffen voor recycling, te verhogen.

(66)

Om consumenten te helpen bij het scheiden en weggooien van verpakkingsafval moet een systeem worden ingevoerd van geharmoniseerde symbolen, die zowel op de verpakking als op de afvalrecipiënten moeten worden aangebracht, waardoor consumenten de symbolen kunnen vergelijken om hun afval weg te gooien. Met die symbolen moet een correct afvalbeheer mogelijk worden gemaakt, aangezien zij consumenten informatie moeten bieden over de eigenschappen inzake compostering van die verpakkingen. Die informatie moet met name verwarring onder consumenten voorkomen met betrekking tot composteerbare verpakkingen die niet per definitie geschikt zijn voor thuiscompostering, maar alleen in industrieel gecontroleerde omstandigheden composteerbaar zijn. Die informatie moet daarom voorkomen dat composteerbare verpakkingen in de natuur worden weggegooid. Die aanpak zal leiden tot een betere gescheiden inzameling van verpakkingsafval, waardoor verpakkingsafval beter wordt gerecycled, en moet leiden tot een zekere mate van harmonisatie van de systemen voor de inzameling van verpakkingsafval op de interne markt. Ook moeten de symbolen in verband met de verplichte statiegeldsystemen die na de inwerkingtreding van deze verordening zijn ingesteld, worden geharmoniseerd. Het moet voor lidstaten mogelijk zijn om het gebruik van die geharmoniseerde etiketten te eisen op verpakkingen die onderworpen zijn aan een statiegeldsysteem dat vóór de inwerkingtreding van deze verordening krachtens het nationale recht is ingesteld. Het gebruik van die symbolen mag niet verplicht zijn voor verzendverpakkingen, met uitzondering van verpakkingen voor elektronische handel, aangezien verzendverpakkingen niet via systemen voor de inzameling van stedelijk afval worden ingezameld.

(67)

Het weergeven van het gehalte aan gerecycled materiaal in verpakkingen op het etiket mag niet verplicht zijn, aangezien die informatie niet essentieel is om een correcte behandeling van verpakkingen aan het einde van de levensduur te waarborgen. Fabrikanten zullen echter verplicht zijn om de doelstellingen voor gerecycled materiaal van deze verordening te halen, en misschien willen zij die informatie op hun verpakking aanbrengen om consumenten te informeren over het gehalte aan gerecycled materiaal in de verpakking. Om ervoor te zorgen dat die informatie in de hele Unie op geharmoniseerde wijze wordt gecommuniceerd, moet worden voorzien in een geharmoniseerd etiket waarop het gehalte aan gerecycled materiaal wordt vermeld.

(68)

De etikettering van het gehalte aan biogebaseerde kunststoffen in verpakkingen mag evenmin verplicht worden, aangezien die kunststoffen aan een aantal voorwaarden moeten voldoen om duurzaamheid te waarborgen en er meer wetenschappelijk bewijs nodig is om ervoor te zorgen dat het gebruik van biogebaseerde kunststoffen gedurende hun gehele levenscyclus in overeenstemming is met de beginselen van de circulaire economie, zoals uiteengezet in de mededeling van de Commissie van 30 november 2022 over een Uniebeleidskader inzake biogebaseerde, biologisch afbreekbare en composteerbare kunststoffen. Niettemin willen sommige fabrikanten die informatie misschien op hun verpakking vermelden om consumenten te informeren over het gehalte aan biogebaseerde kunststoffen in de verpakking. Om ervoor te zorgen dat die informatie in de hele Unie op geharmoniseerde wijze wordt gecommuniceerd, moet worden voorzien in een geharmoniseerd etiket waarop het gehalte aan gerecycled materiaal wordt vermeld.

(69)

Om eindgebruikers met betrekking tot herbruikbare verpakkingen te informeren over de herbruikbaarheid, de beschikbaarheid van systemen voor hergebruik en de inzamelkanalen, moeten die verpakkingen voorzien zijn van een QR-code of een andere gestandaardiseerde, open en digitale gegevensdrager met die informatie. De QR-code of gegevensdrager moet informatie bevatten die het volgen en berekenen van trajecten en omlopen vergemakkelijkt, of een gemiddelde schatting indien die berekeningen niet haalbaar zijn. Dat etiket moet facultatief zijn voor openkringloopsystemen zonder systeembeheerder. Daarnaast moeten herbruikbare verkoopverpakkingen duidelijk op het verkooppunt worden geïdentificeerd.

(70)

Er mag geen wildgroei aan etiketten op verpakkingen plaatsvinden. Om dit te voorkomen, moeten, wanneer in andere rechtshandelingen van de Unie is voorgeschreven dat informatie over het verpakte product via een gegevensdrager digitaal beschikbaar moet zijn, de informatie die krachtens deze verordening voor de verpakking vereist is en de informatie die krachtens de andere rechtshandeling van de Unie voor het verpakte product vereist is, via dezelfde gegevensdrager beschikbaar zijn. Die gegevensdrager moet voldoen aan de eisen van deze verordening of van andere toepasselijke wetgeving van de Unie. Met name wanneer het verpakte product valt onder Verordening (EU) 2024/1781 of andere wetgeving van de Unie op grond waarvan een digitaal productpaspoort vereist is, moet dat digitale productpaspoort ook worden gebruikt om de relevante informatie op grond van deze verordening te verstrekken. Verpakkingen die zorgwekkende stoffen bevatten, moeten worden gemarkeerd met behulp van een gestandaardiseerde, open, digitale markeringstechnologie zoals bepaald in door de Commissie vastgestelde uitvoeringshandelingen. Die informatie moet ervoor zorgen dat afvalverwerkers toegang hebben tot relevante informatie over de chemische samenstelling van de verpakking om, overeenkomstig de afvalhiërarchie, de meest geschikte afvalbeheeroptie te bepalen en zo de circulariteit van verpakkingen te bevorderen.

(71)

Om bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening, moeten consumenten worden beschermd tegen misleidende en verwarrende informatie over de eigenschappen van verpakkingen en de correcte verwerking ervan aan het einde van de levensduur, waarvoor in deze verordening geharmoniseerde etiketten worden bepaald. Het zou mogelijk moeten zijn verpakkingen die onder de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid vallen, te identificeren door middel van een overeenkomstig symbool op het gehele grondgebied waar die regeling van toepassing is, teneinde aan te geven dat de producent zijn verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid nakomt. Die identificatie mag alleen worden bereikt aan de hand van een QR-code of een andere gestandaardiseerde, open, digitale markerings-technologie om. Dat symbool moet voor consumenten duidelijk en ondubbelzinnig zijn wat betreft de recyclebaarheid van verpakkingen.

(72)

Verpakkingen die onder een verplicht statiegeldsysteem vallen, moeten voorzien zijn van een etiket waarmee de consumenten worden geïnformeerd dat de verpakking onder dat systeem valt en daarom moet worden ingezameld via specifieke inzamelkanalen die daartoe door de nationale autoriteiten zijn toegestaan. Dat etiket moet een geharmoniseerd EU-etiket zijn dat door de Commissie wordt bepaald. Het moet voor lidstaten mogelijk zijn om het gebruik van die geharmoniseerde etiketten te eisen op verpakkingen die onderworpen zijn aan een statiegeldsysteem dat vóór de inwerkingtreding van deze verordening krachtens het nationale recht is ingesteld.

(73)

Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad (32) fungeert als een “vangnet” dat in alle sectoren een hoog niveau van consumentenbescherming waarborgt en vormt een aanvulling op meer gedetailleerde vereisten in sectorspecifieke of productspecifieke wetgeving van de Unie, tenzij in geval van strijdigheid tussen die richtlijn en andere regels van de Unie met betrekking tot specifieke aspecten van oneerlijke handelspraktijken, waarbij deze laatste voorrang moeten hebben met betrekking tot die specifieke aspecten. Richtlijn (EU) 2024/825 van het Europees Parlement en de Raad (33) bepaalt dat het weergeven van een vrijwillig duurzaamheidskeurmerk dat niet aan bepaalde vereisten voldoet een oneerlijke handelspraktijk vormt.

(74)

Om voor uniforme voorwaarden voor de uitvoering van de etiketteringsvoorschriften te zorgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om de scheiding van afval verder te verbeteren, om een methode vast te stellen voor het identificeren van de materiële samenstelling van verpakkingen en voor het identificeren van zorgwekkende stoffen door middel van gestandaardiseerde, open, digitale technologieën en om een geharmoniseerd etiket en specificaties en een formaat vast te stellen voor de in deze verordening vastgelegde etiketteringsvoorschriften voor verpakkingen en afvalrecipiënten. Bij het opstellen van die specificaties moet de Commissie de linguïstische elementen tot een minimum beperken en rekening houden met wetenschappelijke of andere beschikbare technische informatie, met inbegrip van relevante internationale normen. Bij het ontwerpen van de geharmoniseerde etikettering van verpakkingen waarvoor een statiegeldsysteem geldt, moet er rekening mee worden gehouden dat de statiegeldtarieven verschillen tussen de lidstaten. Met het oog op het nieuwe systeem moet Beschikking 97/129/EG van de Commissie (34) worden ingetrokken met ingang van 12 augustus 2028, en moet de inhoud ervan in de uitvoeringshandeling worden opgenomen.

(75)

Marktdeelnemers moeten waarborgen dat de verpakkingen voldoen aan de voorschriften van deze verordening. Zij moeten passende maatregelen treffen om de naleving te waarborgen met betrekking tot hun respectieve rol in de toeleveringsketen, teneinde het vrije verkeer van verpakkingen op de interne markt te waarborgen en de duurzaamheid ervan te verbeteren.

(76)

De fabrikant, die op de hoogte is van de details van het ontwerp- en productieproces, is het best in staat om de conformiteitsbeoordeling in het kader van deze verordening uit te voeren. De conformiteitsbeoordeling in het kader van deze verordening moet daarom uitsluitend de verantwoordelijkheid van de fabrikant blijven.

(77)

Er moet worden gewaarborgd dat de leveranciers van verpakkingen of verpakkingsmateriaal de fabrikant alle informatie en documentatie verstrekken die de fabrikant nodig heeft om de conformiteit van de verpakkingen en het verpakkingsmateriaal aan te tonen. Die informatie en documentatie moeten op papier of elektronisch worden verstrekt.

(78)

Om de werking van de interne markt te waarborgen, moet ervoor worden gezorgd dat verpakkingen uit derde landen die de markt van de Unie binnenkomen, aan deze verordening voldoen, ongeacht of deze worden ingevoerd als afzonderlijke verpakking of in combinatie met een verpakt product. Er moet in het bijzonder worden gewaarborgd dat fabrikanten de juiste conformiteitsbeoordelingsprocedures hebben uitgevoerd voor die verpakkingen. Daarom moeten importeurs waarborgen dat de verpakkingen die zij in de handel brengen aan die eisen voldoen en dat de door de fabrikanten opgestelde documenten ter inspectie beschikbaar zijn voor de bevoegde nationale autoriteiten.

(79)

Wanneer importeurs verpakkingen in de handel brengen, moeten zij hierop hun naam, geregistreerde handelsnaam of het geregistreerde handelsmerk en hun postadres vermelden, alsook in voorkomend geval een manier waarop op elektronische wijze contact met de importeur kan worden opgenomen. Er moet worden voorzien in uitzonderingen indien dit voor een verpakking niet mogelijk is.

(80)

Aangezien de distributeur verpakkingen op de markt aanbiedt nadat de fabrikant of importeur deze in de handel heeft gebracht, moet deze de nodige zorgvuldigheid betrachten in verband met de toepasselijke eisen van deze verordening. De distributeur moet er ook voor zorgen dat de wijze waarop hij de verpakkingen hanteert geen afbreuk doet aan de naleving van die voorschriften.

(81)

Aangezien distributeurs en importeurs dicht bij de markt staan en belangrijk zijn voor het waarborgen van de conformiteit van verpakkingen, moeten zij worden betrokken bij de markttoezichttaken van de bevoegde nationale autoriteiten en moeten zij bereid zijn actief medewerking te verlenen door die autoriteiten alle nodige informatie over de desbetreffende verpakking te verstrekken.

(82)

Elke importeur of distributeur die verpakkingen onder zijn eigen naam of handelsmerk in de handel brengt of al in de handel gebrachte verpakkingen zodanig wijzigt dat de naleving van deze verordening in het gedrang kan komen, moet als fabrikant worden beschouwd en de verantwoordelijkheid voor de verplichtingen van de fabrikant op zich nemen.

(83)

Als de traceerbaarheid van verpakkingen in de gehele toeleveringsketen wordt gewaarborgd, vergemakkelijkt dit de taak van de markttoezichtautoriteiten om marktdeelnemers te traceren die niet-conforme verpakkingen in de handel hebben gebracht of op de markt hebben aangeboden. Marktdeelnemers moeten daarom worden verplicht de informatie over hun transacties gedurende een bepaalde periode te bewaren.

(84)

Het probleem van de overmatige productie van verpakkingsafval kan niet volledig worden aangepakt door verplichtingen voor het ontwerp van verpakkingen vast te stellen. Voor bepaalde soorten verpakkingen moeten verplichtingen om het percentage lege ruimte te verminderen worden opgelegd aan marktdeelnemers die die verpakkingen vullen of anderszins gebruiken. Voor verzamel- en verzendverpakkingen en verpakkingen voor de elektronische handel die worden gebruikt voor het leveren van producten aan einddistributeurs of eindgebruikers, mag er niet meer dan 50 % lege ruimte zijn. Die verplichting moet niet gelden voor herbruikbare verpakkingen. In overeenstemming met de afvalhiërarchie en om de innovatie op het gebied van verpakkingen te bevorderen met het oog op een vermindering van de hoeveelheid verpakkingsafval, moeten marktdeelnemers die verkoopverpakkingen als verpakkingen voor elektronische handel gebruiken, van die verplichting kunnen worden vrijgesteld. Om te zorgen voor uniforme voorwaarden voor de berekening van het percentage lege ruimte, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om de methode voor de berekening ervan vast te stellen.

(85)

Om een hoge mate van milieubescherming op de interne markt en een hoog niveau van voedselveiligheid en voedselhygiëne te waarborgen en het halen van de doelstellingen voor de preventie van verpakkingsafval te vergemakkelijken, moeten overtollige of vermijdbare verpakkingen niet in de handel worden gebracht. De lijst van die verpakkingsformaten is opgenomen in deze verordening. De Commissie moet richtsnoeren bekendmaken om die lijst nader toe te lichten, onder meer door voorbeelden van de verpakkingen en richtsnoeren over de vrijstellingen van de beperkingen te verstrekken.

(86)

Om de doelstelling van circulariteit en duurzaam gebruik van verpakkingen te bevorderen, moet het risico dat als herbruikbaar in de handel gebrachte verpakkingen in de praktijk niet worden hergebruikt, worden beperkt, en moet ervoor worden gezorgd dat consumenten herbruikbare verpakkingen inleveren. De meest geschikte manier om dit te realiseren, is marktdeelnemers die herbruikbare verpakkingen gebruiken, te verplichten om ervoor te zorgen dat een systeem voor hergebruik wordt ingevoerd, waardoor die verpakkingen kunnen circuleren en rouleren en meermaals kunnen worden gebruikt. Om de voordelen van die systemen optimaal te benutten, moeten minimumeisen worden vastgesteld voor systemen met een open kringloop en met een gesloten kringloop. De bevestiging dat herbruikbare verpakkingen in overeenstemming zijn met een systeem voor hergebruik moet ook deel uitmaken van de technische documentatie van die verpakkingen. Systemen voor hergebruik kunnen variëren in omvang en geografische dekking, en van kleinere lokale systemen tot grotere systemen die zich over het grondgebied van een of meer lidstaten kunnen uitstrekken.

(87)

Herbruikbare verpakkingen moeten veilig zijn voor de gebruikers ervan. Daarom moeten marktdeelnemers die hun producten in herbruikbare verpakkingen aanbieden, waarborgen dat herbruikbare verpakkingen vóór het hergebruik een herstelproces ondergaan, waarvoor eisen moeten worden vastgesteld.

(88)

Herbruikbare verpakkingen worden afval (afvalstoffen) in de zin van artikel 3, punt 1, van Richtlijn 2008/98/EG wanneer de houder zich ervan ontdoet, voornemens is zich ervan te ontdoen of zich ervan moet ontdoen. Herbruikbare verpakkingen in een herstelproces worden doorgaans niet als afval beschouwd.

(89)

Om afvalpreventie te stimuleren, moet een nieuw begrip van “navulling” worden ingevoerd. Navulling moet worden begrepen als een specifieke afvalpreventiemaatregel die bijdraagt tot en nodig is voor het halen van de in deze verordening opgenomen doelstellingen voor preventie.

(90)

Indien marktdeelnemers producten via navulling te koop aanbieden, moeten zij ervoor zorgen dat hun navulstations aan bepaalde eisen voldoen om de gezondheid en veiligheid van de consument te waarborgen. Als consumenten hun eigen houders gebruiken, moeten de marktdeelnemers hen in dat verband informeren over de voorwaarden voor het veilig navullen en gebruiken van die houders. Om navulling aan te moedigen, mogen marktdeelnemers op de navulstations geen verpakkingen aanbieden die gratis zijn of die niet onder een statiegeldsysteem vallen. Marktdeelnemers moeten worden ontheven van aansprakelijkheid voor voedselveiligheidsproblemen die kunnen voortvloeien uit het gebruik van door consumenten meegenomen houders.

(91)

Om het toenemende aandeel van verpakkingen voor eenmalig gebruik en de toenemende hoeveelheid verpakkingsafval dat wordt geproduceerd, terug te dringen, moeten doelstellingen voor hergebruik van verpakkingen worden vastgesteld in sectoren waarvan is vastgesteld dat zij het grootste potentieel hebben voor de vermindering van verpakkingsafval, namelijk afhaalmaaltijden en -dranken, grote witgoedproducten en verzendverpakkingen. Die doelstellingen zijn gebaseerd op factoren zoals bestaande systemen voor hergebruik, de noodzaak van verpakkingen en de mogelijkheden om aan de functionele eisen voor insluiting, netheid, gezondheid, hygiëne en veiligheid te voldoen. Ook is rekening gehouden met de verschillen tussen de producten en de distributiesystemen van die producten. Bij de uitvoering van de doelstellingen moet rekening worden gehouden met de milieuvoordelen die gedurende de gehele levenscyclus van een product worden behaald. Met het vaststellen van de doelstellingen wordt naar verwachting innovatie ondersteund en het aandeel van oplossingen voor hergebruik van verpakkingen en navullingen verhoogd. In de horecasector moeten kunststof verpakkingen voor eenmalig gebruik voor het vullen en consumeren van eten en drinken ter plaatse verboden zijn. Consumenten moeten te allen tijde de mogelijkheid hebben afhaalmaaltijden en -dranken in herbruikbare of hun eigen houders te kopen tegen voorwaarden die niet minder gunstig zijn dan de voorwaarden voor de aankoop van eten en drinken dat in verpakkingen voor eenmalig gebruik wordt aangeboden. Marktdeelnemers die afhaalmaaltijden of -dranken verkopen, moeten consumenten de mogelijkheid bieden om de maaltijden of dranken in hun eigen houders te kopen en om maaltijden en dranken in herbruikbare verpakkingen te kopen.

(92)

De lidstaten moeten onder bepaalde voorwaarden marktdeelnemers kunnen vrijstellen van verplichtingen inzake hergebruik voor een verlengbare periode van vijf jaar. Die voorwaarden moeten gebaseerd zijn op hoge recyclingpercentages en toepasselijke afvalpreventiepercentages in de vrijstellende lidstaat, met inbegrip van een eerste tussentijds afvalpreventiepercentage van 3 % uiterlijk in 2028, en de vaststelling van een bedrijfsplan voor afvalpreventie en -recycling door de marktdeelnemers.

(93)

Het in de handel brengen van verpakkingen die onderhevig zijn aan de beperkingen van het gebruik van bepaalde verpakkingsformaten van deze verordening voor grensoverschrijdende vervoermiddelen met boordrestauratiediensten, zoals luchtvaartuigen, vliegtuigen, treinen, cruiseschepen, veerboten, jachten en boten, moet worden geacht betrekking te hebben op reizen met die verpakkingen naar of binnen de Unie. Onder “reizen binnen de Unie” moeten situaties worden verstaan waarin het vervoermiddel vertrekt van en aankomt op een locatie binnen de Unie.

(94)

Om de doeltreffendheid van de doelstellingen voor hergebruik te vergroten en de gelijke behandeling van marktdeelnemers te waarborgen, moeten de doelstellingen aan de marktdeelnemers worden opgelegd. Doelstellingen voor hergebruik voor dranken moeten worden opgelegd aan einddistributeurs die dranken in verkoopverpakkingen aanbieden aan consumenten. Bepaalde dranken die bederfelijk worden geacht omdat zij gevoelig zijn voor microbiologisch bederf door bacteriën of gisten, hebben specifieke aseptische technologie nodig om ze te beschermen tegen bederf en tegelijkertijd lang houdbaar te blijven. Daarom moeten melk en andere bederfelijke dranken worden vrijgesteld van de verplichting om de doelstellingen voor hergebruik van verpakkingen te halen. De doelstellingen moeten worden berekend als een percentage van de verkoop, het volume of het gewicht verkocht in herbruikbare verpakkingen binnen een systeem voor hergebruik of, in het geval van verzendverpakkingen, als een percentage van het aantal keer dat deze zijn gebruikt. De doelstellingen gelden ongeacht het gebruikte materiaal. Om uniforme voorwaarden voor de uitvoering van doelstellingen voor hergebruik te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot de methode voor de berekening ervan.

(95)

In sommige gevallen is het gebruik van formaten voor verzendverpakkingen voor eenmalig gebruik niet nodig, aangezien er een brede waaier aan goed functionerende herbruikbare alternatieven bestaat. Om ervoor te zorgen dat die alternatieven op een doeltreffende manier worden gebruikt, moeten marktdeelnemers worden verplicht bij het transport van producten tussen verschillende locaties van dezelfde marktdeelnemer, of tussen locaties van de marktdeelnemer en de verbonden of partnerondernemingen, enkel herbruikbare verzendverpakkingen te gebruiken voor verpakkingsformaten zoals pallets, inklapbare kunststof dozen, kunststof kratten, vaste of soepele bergingsmiddelen voor bulkgoederen (intermediate bulk containers — IBC’s), en vaten. Om dezelfde redenen moet deze verplichting gelden voor marktdeelnemers die producten binnen één lidstaat vervoeren voor bepaalde soorten verzend- of verkoopverpakkingen zijn herbruikbare alternatieven geen optie. Dit is het geval voor kartonnen dozen, waarvoor het aantal omlopen zeer laag is, en voor verpakkingen die worden gebruikt voor bepaalde contactgevoelige producten die tussen elk gebruik specifiek moeten worden gewassen. Daarom moeten die verpakkingen worden vrijgesteld van de verplichting om de doelstellingen voor hergebruik van verzendverpakkingen en verkoopverpakkingen die worden gebruikt voor het vervoer van producten te halen.

(96)

Het halen van de doelstellingen voor hergebruik en navulling kan voor kleinere marktdeelnemers moeilijk zijn. Daarom moeten bepaalde marktdeelnemers worden vrijgesteld van de verplichting om de doelstellingen voor hergebruik van verpakkingen te halen indien zij minder dan een bepaald volume verpakkingen in de handel brengen en voldoen aan de definitie van micro-onderneming in Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie (35), zoals van toepassing op 11 februari 2025, of indien een einddistributeur een verkoopoppervlakte heeft die kleiner is dan een bepaalde oppervlaktelimiet. Daartoe moet aan de Commissie de bevoegdheid worden toegekend om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen met betrekking tot het wijzigen van de drempel inzake de verkoopoppervlakte, het bepalen en specificeren van de gedetailleerde voorwaarden en verslagleggingsvereisten die moeten worden toegepast op groepsafspraken van einddistributeurs, het wijzigen van de omvangsdrempel voor de vrijstelling van marktdeelnemers, en het vaststellen van aanvullende vrijstellingen voor bepaalde andere marktdeelnemers of specifieke verpakkingsformaten waarop de doelstellingen voor hergebruik en navulling van toepassing zijn, in geval die doelstellingen niet kunnen worden gehaald wegens bijzondere economische beperkingen, ernstige problemen met betrekking tot de hygiëne-, voedselveiligheid- of milieukwesties.

(97)

Om de naleving van de doelstellingen voor hergebruik te kunnen controleren, moeten de betrokken marktdeelnemers verslag uitbrengen aan de bevoegde autoriteiten. Marktdeelnemers moeten de relevante gegevens voor elk kalenderjaar met ingang van het kalenderjaar 2030 rapporteren. De lidstaten moeten die gegevens openbaar maken.

(98)

Aangezien het mogelijk is dat marktdeelnemers verschillende verpakkingsformaten gebruiken, moet het behalen van de doelstellingen voor hergebruik worden berekend op basis van de totale hoeveelheid levensmiddelen of dranken dat op de markt beschikbaar wordt gesteld, met verwijzing naar het totale aantal verkoopeenheden of naar het gewicht aan levensmiddelen of het volume aan dranken, naargelang het geval.

(99)

Aangezien kunststof draagtassen nog steeds veel worden verbruikt, zorgen voor een inefficiënt gebruik van hulpbronnen en een grote potentiële bron van zwerfafval vormen, moeten bepalingen die gericht zijn op een blijvende vermindering van het verbruik van kunststof draagtassen, zoals reeds vastgesteld bij Richtlijn 94/62/EG als gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2015/720 van het Europees Parlement en de Raad (36), worden behouden. Gezien de huidige uiteenlopende benaderingen en beperkte verslagleggingsvereisten met betrekking tot kunststof draagtassen, is het moeilijk te beoordelen of met de door de lidstaten getroffen maatregelen de doelstelling van “blijvende” vermindering van het verbruik van die draagtassen is verwezenlijkt en of die niet hebben geleid tot meer verbruik van andere soorten kunststof draagtassen. Daarom moet de definitie van “blijvende vermindering van het verbruik van kunststof draagtassen” worden geharmoniseerd en moeten een gemeenschappelijke doelstelling en strenge verslagleggingsvereisten worden vastgesteld.

(100)

Naar aanleiding van de resultaten van de evaluatiestudie van 2021 naar kunststof draagtassen getiteld “Scoping study to assess the feasibility of further EU measures on waste prevention and implementation of the Plastic Bags Directive. Part II, Implementation of the Plastic Bags Directive”, moeten verdere maatregelen worden getroffen om het verbruik van lichte kunststof draagtassen te verminderen en moeten de mogelijke effecten van de vervanging daarvan door zeer lichte kunststof draagtassen en kunststof draagtassen dikker dan 50 micron worden beoordeeld.

(101)

Aangezien het aannemelijk is dat zeer lichte kunststof draagtassen, met een dikte van minder dan 15 micron, afval worden en bijdragen tot mariene verontreiniging, moeten maatregelen worden genomen om te garanderen dat zij alleen voor strikt noodzakelijke toepassingen in de handel worden gebracht. Die kunststof tassen mogen niet in de handel worden gebracht als verpakking voor levensmiddelen in bulk, behalve omwille van de hygiëne of voor verpakking van natte levensmiddelen in bulk, zoals rauw vlees, rauwe vis of zuivelproducten.

(102)

Om het verbruik van lichte kunststof draagtassen op hun grondgebied blijvend te verminderen, moeten de lidstaten maatregelen kunnen vaststellen, zoals een verbod op dit soort kunststof draagtassen, de uitvoering van nationale reductiedoelstellingen, de handhaving of invoering van economische instrumenten en andere beperkingen op het in de handel brengen, op voorwaarde dat die maatregelen evenredig en niet-discriminerend zijn. Die maatregelen kunnen verschillend zijn naargelang het effect op het milieu van de terugwinning of verwijdering van lichte kunststof draagtassen, en de composteringskenmerken, de duurzaamheid of het specifieke beoogde gebruik ervan. Mits de beoogde resultaten van deze verordening voor kunststof draagtassen worden bereikt, moet het voor lidstaten mogelijk zijn de bepalingen inzake die kunststof draagtassen uit te voeren door middel van overeenkomsten tussen de bevoegde autoriteiten en de betrokken bedrijfssectoren.

(103)

Een vermindering van het gebruik van kunststof draagtassen mag niet leiden tot de vervanging daarvan door tassen van andere verpakkingsmaterialen. De Commissie moet het gebruik van andere verpakkingsmaterialen monitoren en een doelstelling en, in voorkomend geval, maatregelen voor vermindering van het verbruik van die verpakkingsmaterialen voorstellen.

(104)

Om te waarborgen dat de in of op grond van deze verordening vastgelegde duurzaamheidseisen op doeltreffende en geharmoniseerde wijze worden toegepast, moet de naleving van die eisen worden gemeten door middel van betrouwbare, accurate en reproduceerbare methoden, waarin rekening wordt gehouden met de algemeen erkende, geavanceerde methoden.

(105)

Om te waarborgen dat er geen belemmeringen voor de handel op de interne markt zijn, moeten de eisen inzake de duurzaamheid van verpakkingen, met inbegrip van eisen inzake zorgwekkende stoffen in verpakkingen, composteerbare verpakkingen, minimalisering van verpakkingen, herbruikbare verpakkingen en systemen voor hergebruik, op het niveau van de Unie worden geharmoniseerd. Om de beoordeling van de conformiteit met betrekking tot die eisen, onder meer inzake testmethoden, metingen of berekeningen, te vergemakkelijken, moet worden voorzien in een vermoeden van conformiteit voor verpakkingen en verpakte producten die in overeenstemming zijn met geharmoniseerde normen die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012 zijn vastgesteld om gedetailleerde technische specificaties voor die eisen vast te leggen.

(106)

Indien er geen geharmoniseerde normen zijn, moeten als terugvaloplossing gemeenschappelijke specificaties worden gebruikt om de fabrikant te helpen voldoen aan zijn verplichting om de duurzaamheidseisen na te leven, bijvoorbeeld als er onnodige vertragingen optreden bij het opstellen van een geharmoniseerde norm. Bovendien moeten gemeenschappelijke specificaties als terugvaloplossing kunnen worden ingezet indien de Commissie de referenties van de betrokken geharmoniseerde normen heeft beperkt of ingetrokken overeenkomstig artikel 11, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1025/2012. Ook overeenstemming met door de Commissie middels uitvoeringshandelingen vastgelegde gemeenschappelijke specificaties moet een vermoeden van conformiteit vestigen.

(107)

Om uniforme voorwaarden voor de inzet van gemeenschappelijke specificaties te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om gemeenschappelijke specificaties voor de eisen inzake duurzaamheid, etikettering en systemen voor hergebruik vast te leggen, te wijzigen of in te trekken, en om test-, meet- of berekeningsmethoden vast te stellen. De Commissie moet rekening houden met de standpunten van de bevoegde lichamen en deskundigengroepen en moet alle belanghebbenden raadplegen bij het opstellen van de ontwerpuitvoeringshandelingen.

(108)

Om coherentie met andere Uniewetgeving te waarborgen, moet de conformiteitsbeoordelingsprocedure de module voor interne productiecontrole van deze verordening zijn, die is gebaseerd op de modules uit Besluit nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad (37).

(109)

Op de CE-markering op de verpakking mag niet worden aangegeven of de verpakking aan de eisen van deze verordening voldoet, maar in voorkomend geval alleen of het verpakte product in overeenstemming is met de toepasselijke productwetgeving van de Unie. Krachtens de productwetgeving van de Unie moet de CE-markering voor het product immers doorgaans op het product zelf of op de verpakking ervan worden aangebracht. Vereisen dat CE-markering op de verpakking wordt aangebracht om overeenstemming met de eisen van deze verordening aan te tonen, kan leiden tot verwarring en misverstanden met betrekking tot de vraag of de markering betrekking heeft op de verpakking zelf of op het verpakte product, en uiteindelijk tot onduidelijkheden over de daadwerkelijke veiligheid en conformiteit van de desbetreffende verpakte producten.

(110)

Er moet aan de hand van de EU-conformiteitsverklaring worden aangetoond dat de verpakking van een product aan de eisen van deze verordening voldoet.

(111)

Fabrikanten moeten een EU-conformiteitsverklaring opstellen om informatie over de overeenstemming van verpakkingen met deze verordening te verschaffen. Het is mogelijk dat fabrikanten nog op grond van andere wetgeving van de Unie verplicht zijn een EU-conformiteitsverklaring op te stellen. Om de toegang tot informatie voor markttoezicht-doeleinden te waarborgen, moet voor alle betrokken rechtshandelingen van de Unie één enkele EU-conformiteitsverklaring worden opgesteld. Ter vermindering van de administratieve lasten voor marktdeelnemers zou die EU-conformiteitsverklaring een dossier van relevante afzonderlijke conformiteitsverklaringen moeten kunnen omvatten.

(112)

Bij Verordening (EU) 2019/1020 van het Europees Parlement en de Raad (38) wordt voorzien in een kader voor het markttoezicht op producten en voor controles op producten uit derde landen. Die verordening moet van toepassing zijn op verpakkingen waarop deze verordening betrekking heeft, opdat verpakkingen die onder het vrije verkeer van goederen binnen de Unie vallen, voldoen aan vereisten die een hoog niveau van bescherming van maatschappelijke belangen zoals volksgezondheid, veiligheid en het milieu waarborgen.

(113)

Het afvalbeheer in de Unie moet worden verbeterd met het oog op de bescherming, het behoud en de verbetering van de kwaliteit van het milieu, de bescherming van de gezondheid van de mens, het behoedzaam, efficiënt en rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de bevordering van het beginsel van de circulaire economie, het grootschaliger gebruik van hernieuwbare energie, de verhoging van de energie-efficiëntie en de vermindering van de afhankelijkheid van de Unie van ingevoerde hulpbronnen, zodat er nieuwe economische kansen ontstaan en het concurrentievermogen op lange termijn wordt bevorderd. Het efficiëntere gebruik van hulpbronnen zal ook aanzienlijke nettobesparingen voor het bedrijfsleven, overheden en consumenten in de Unie met zich meebrengen en leiden tot vermindering van de totale jaarlijkse uitstoot van broeikasgassen.

(114)

Ondanks de in Richtlijn 94/62/EG vastgelegde eisen en doelstellingen voor de minimalisering van verpakkingen, wordt er, zowel in absolute termen als per hoofd van de bevolking, steeds meer verpakkingsafval geproduceerd, en lijkt het erop dat het hergebruik en de navulling van verpakkingen zal blijven dalen, hetgeen wordt verergerd door de toenemende consumptie onderweg en de groeiende elektronische handel. Met de ontwikkeling van producten, materialen en consumptiepatronen is het gebruik van verpakkingen voor eenmalig gebruik, met name van kunststof voor eenmalig gebruik, sterk toegenomen. Dit heeft te maken met de detailhandel, waarin een combinatie van grotere distributienetwerken en de productie en verpakking van producten op snelle verpakkingslijnen hergebruik en navulling onder druk zet.

(115)

Om te monitoren en te verifiëren of producenten en organisaties voor producentenverantwoordelijkheid hun verplichtingen in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid met betrekking tot de inzameling en verwerking van hun producten naleven, moeten de lidstaten een of meer bevoegde autoriteiten aanwijzen.

(116)

Om ervoor te zorgen dat de lidstaten de doelstellingen voor afvalpreventie en recycling beter, tijdiger en op een meer eenvormige wijze verwezenlijken en te anticiperen op zwakke punten bij de toepassing daarvan, moet een systeem van verslagen voor vroegtijdige waarschuwing worden onderhouden, zodat tekortkomingen aan het licht komen en maatregelen kunnen worden genomen vóór het verstrijken van de termijnen voor het halen van de doelstellingen. Een uitbreiding van dit systeem, dat in het kader van Richtlijn 94/62/EG betrekking had op het halen van doelstellingen voor recycling, moet ook doelstellingen voor de vermindering van verpakkingsafval omvatten, die de lidstaten uiterlijk in 2030, 2035 en 2040 moeten halen.

(117)

Aangezien het beheer van verpakking en verpakkingsafval een belangrijk element is van afvalbeheer in het algemeen, moeten de lidstaten een apart hoofdstuk daaraan besteden in hun afvalbeheerplannen die in het kader van de naleving van de in Richtlijn 2008/98/EG vastgelegde verplichting worden opgesteld. De maatregelen in verband met preventie en hergebruik van afval moeten worden opgenomen in de afvalpreventieprogramma’s die zijn vereist op grond van Richtlijn 2008/98/EG. Die hoofdstukken moeten worden opgenomen in de afvalbeheerplannen en de afvalpreventieprogramma’s als onderdeel van hun volgende op grond van Richtlijn 2008/98/EG vereiste regelmatige beoordeling, of eerder.

(118)

Met deze verordening wordt voortgebouwd op de regels voor afvalbeheer en de algemene beginselen van Richtlijn 2008/98/EG.

(119)

Afvalpreventie is de beste manier om de hulpbronnenefficiëntie te verbeteren en de milieueffecten van afval te verminderen. Daarom is het belangrijk dat de marktdeelnemers passende maatregelen treffen om de productie van afval terug te dringen door overtollige verpakkingen en het gebruik van bepaalde verpakkingsformaten te elimineren, door de levensduur van verpakkingen te verlengen, door producten of verkoopstrategieën zodanig opnieuw te ontwerpen dat er geen of minder verpakking kan worden gebruikt, onder meer door verkoop in bulk, en door over te stappen van verpakkingen voor eenmalig gebruik op herbruikbare verpakkingen.

(120)

Om tot een ambitieuze en blijvende vermindering van de totale productie van verpakkingsafval te komen, moeten de doelstellingen voor de vermindering van de hoeveelheid verpakkingsafval worden vastgesteld per hoofd van de bevolking en uiterlijk in 2030 moeten zijn gehaald. Als de doelstelling van een 5 % vermindering van verpakkingsafval ten opzichte van 2018 uiterlijk in 2030 wordt gehaald, betekent dat een absolute vermindering in 2030 van gemiddeld ongeveer 19 % in de hele Unie ten opzichte van het referentiescenario voor 2030. Om ervoor te zorgen dat de reductie-inspanningen na 2030 worden voortgezet, moet voor 2035 een reductiedoelstelling van 10 % ten opzichte van 2018 worden vastgesteld; hiermee wordt de hoeveelheid verpakkingsafval met 29 % verminderd ten opzichte van het referentiescenario voor 2035. Daarnaast moet voor 2040 een reductiedoelstelling van 15 % ten opzichte van 2018 worden vastgesteld; hiermee wordt de hoeveelheid verpakkingsafval met 37 % verminderd ten opzichte van het referentiescenario voor 2040. Om de lidstaten te helpen de doelstellingen voor de preventie van verpakkingsafval te halen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om een correctiefactor vast te stellen voor de stijging of daling van het toerisme ten opzichte van het referentiejaar 2018. Aangezien de productie van commercieel en industrieel verpakkingsafval geen verband houdt met huishoudelijk verbruik, kunnen de doelstellingen voor afvalpreventie per hoofd van de bevolking niet als zodanig gelden voor commercieel en industrieel verpakkingsafval. De lidstaten die een afzonderlijk systeem hebben opgezet voor het beheer van huishoudelijk verpakkingsafval enerzijds en van industrieel en commercieel verpakkingsafval anderzijds, moeten dat specifieke systeem kunnen blijven gebruiken.

(121)

Het moet voor de lidstaten mogelijk zijn om de doelstellingen voor afvalpreventie te halen door middel van economische instrumenten en andere maatregelen om te voorzien in stimulansen voor de toepassing van de afvalhiërarchie, waaronder maatregelen die moeten worden uitgevoerd door middel van regelingen voor uitgebreide producenten-verantwoordelijkheid, door het opzetten en doeltreffend functioneren van systemen voor hergebruik te bevorderen en marktdeelnemers aan te moedigen eindgebruikers meer mogelijkheden voor navulling aan te bieden. Die maatregelen moeten worden getroffen parallel aan en in aanvulling op andere maatregelen in het kader van deze verordening ter vermindering van verpakkingsafval, zoals eisen inzake de minimalisering van verpakkingen, doelstellingen voor hergebruik en navullingsverplichtingen, volumegrenswaarden en maatregelen om het verbruik van lichte kunststof draagtassen blijvend te verminderen. Het moet voor lidstaten mogelijk zijn om, met inachtneming van de algemene regels van het VWEU en overeenkomstig deze verordening handelend, bepalingen vast te stellen die verder gaan dan de in deze verordening vastgelegde minimumdoelstellingen voor afvalpreventie. Bij de uitvoering van die maatregelen moeten de lidstaten zich bewust zijn van het risico van een overstap van zwaardere naar lichtere verpakkingsmaterialen en moeten zij voorrang geven aan maatregelen die dat risico beperken.

(122)

Voor de toepassing van het beginsel dat de vervuiler betaalt, zoals verankerd in artikel 191, lid 2, VWEU, moeten de verplichtingen voor het beheer van verpakkingsafval rusten op producenten. Daartoe bouwt deze verordening voort op de in Richtlijn 2008/98/EG vastgelegde vereisten inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid alle kosten van het afvalbeheer van verpakkingen dekt en om adequate controles door de bevoegde autoriteiten te vergemakkelijken. Met deze verordening wordt beoogd duidelijk één producent per verpakkingseenheid te definiëren, zowel voor lege verpakkingen als voor verpakkingen die producten bevatten. In het algemeen is de producent de in een lidstaat als fabrikant, importeur of distributeur gevestigde marktdeelnemer die voor het eerst vanuit het grondgebied van die lidstaat en op hetzelfde grondgebied verpakte producten aanbiedt. Dit omvat alle aanbiedingen voor distributie, consumptie of gebruik die tot een daadwerkelijke levering zouden kunnen leiden. Indien een onderneming een verpakt product koopt uit een andere lidstaat dan die waar de onderneming is gevestigd of uit een derde land, en dat verpakte product levert in de lidstaat waar zij is gevestigd, moet die onderneming derhalve als producent worden beschouwd, aangezien zij de eerste onderneming is die het verpakte product op het grondgebied van die laatste lidstaat aanbiedt. Wat onlineplatforms betreft, moet het initiële aanbod van een product worden beschouwd als beschikbaarstelling in de zin van de definitie van producent. Teneinde echter de onnodige administratieve lasten voor kleine ondernemingen die verzendverpakkingen, primaireproductieverpakkingen of serviceverpakkingen, hetzij als verpakkingen voor eenmalig gebruik, hetzij als herbruikbare verpakkingen, op het verkooppunt vullen, tot een minimum te beperken, moet de producent de fabrikant, distributeur of importeur van die verpakkingen zijn, die de verpakking voor het eerst aanbiedt vanuit het grondgebied van de lidstaat, aangezien die marktdeelnemer het meest geschikt is om aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid te voldoen.

(123)

Wanneer daarentegen de verpakking of het verpakte product via overeenkomsten op afstand rechtstreeks aan de eindgebruiker wordt aangeboden, kan de producent ook in een andere lidstaat of in een derde land zijn gevestigd. In die gevallen moet de producent, indien hij in een andere lidstaat is gevestigd, een gemachtigd vertegenwoordiger voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid aanwijzen in de lidstaat waar de eindgebruiker is gevestigd. Indien de producent in een derde land is gevestigd, moet het voor de lidstaten ook mogelijk zijn om te bepalen dat de aanstelling van een gemachtigd vertegenwoordiger voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid verplicht is om te voorkomen dat de verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid worden omzeild. Om ervoor te zorgen dat het beginsel dat de vervuiler betaalt wordt nageleefd, en in het kader van de naleving van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, moet zekerheid worden geboden over welk soort producent verantwoordelijk is voor het verpakkingsafval, in het bijzonder in het geval van logistieke bedrijven. Logistieke bedrijven zijn bedrijven die uit derde landen ingevoerde goederen ontvangen en die de geïmporteerde goederen behandelen (bijvoorbeeld uitpakken en vervolgens herverpakken in kleinere formaten of hoeveelheden om te voldoen aan de verzoeken van klanten), alvorens ze te verzenden naar hun klanten, die zich in dezelfde of een andere lidstaat kunnen bevinden, met alle oorspronkelijke verzendverpakkingen, een gedeelte daarvan of zonder de oorspronkelijke verzendverpakkingen. In die gevallen moet worden vastgesteld wie de producent is van de oorspronkelijke verzendverpakking die afkomstig is uit een derde land, achterblijft bij het logistieke bedrijf en afval in de Unie wordt. Het logistieke bedrijf zal doorgaans niet de eigenaar van de goederen zijn, maar moet wel worden beschouwd als de producent van verpakkingen uit een derde land die het tijdens zijn activiteiten behandelt.

(124)

Naast de kosten die worden opgelegd aan producenten op grond van deze verordening en Richtlijn 2008/98/EG, behouden de lidstaten de mogelijkheid om de noodzakelijke kosten te dekken die voortvloeien uit schoonmaakactiviteiten, met inbegrip van het vervoer en de daaropvolgende behandeling van verpakkingsafval dat in zwerfvuil aanwezig is, als onderdeel van de volledige kosten voor afvalbeheer van verpakkingen die onder de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid moeten vallen. Die kosten mogen niet meer bedragen dan de kosten die noodzakelijk zijn om die diensten op een kostenefficiënte manier aan te bieden, en moeten voor de betrokken actoren op een transparante en niet-discriminerende wijze worden vastgelegd.

(125)

Om erop toe te zien dat de producenten voldoen aan hun financiële en organisatorische verplichtingen om te waarborgen dat het afval dat afkomstig is van de verpakkingen die zij voor het eerst op de markt van een lidstaat aanbieden, of verpakte producten uitpakken zonder eindgebruikers te zijn, wordt beheerd, moet de bevoegde autoriteit in elke lidstaat een producentenregister instellen en beheren waarin producenten zich verplicht moeten registreren.

(126)

De eisen voor de registratie van producenten moeten in de hele Unie zo veel mogelijk worden geharmoniseerd om de registratie te vergemakkelijken, met name omdat producenten verpakkingen in verschillende lidstaten aanbieden. Om voor uniforme voorwaarden voor de uitvoering van de registratie-eisen te zorgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend tot vastlegging van het formaat voor registratie in, en verslaglegging aan, het register en om de gedetailleerdheid van de te verstrekken gegevens te specificeren en de soorten verpakkingen en materiaalcategorieën waarop de verstrekte informatie betrekking moet hebben, te bepalen.

(127)

In overeenstemming met het beginsel dat de vervuiler betaalt, is het van essentieel belang dat producenten, met inbegrip van marktspelers op het gebied van elektronische handel, die verpakkingen en verpakte producten in de Unie in de handel brengen, of verpakte producten uitpakken zonder eindgebruikers te zijn, de verantwoordelijkheid voor het beheer van die verpakkingen en verpakte producten aan het einde van de levensduur ervan op zich nemen. Uiterlijk op 31 december 2024 moeten regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid als bedoeld in Richtlijn 94/62/EG zijn vastgesteld, aangezien zij het meest geschikte middel zijn om dit te verwezenlijken en zij een positief milieueffect kunnen hebben door de productie van verpakkingsafval te verminderen en de inzameling en recycling ervan te verhogen. De manier waarop de regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid zijn opgezet, hoe efficiënt zij zijn en hoe ver de verantwoordelijkheid van de producenten reikt, loopt sterk uiteen. Daarom moeten de voorschriften van Richtlijn 2008/98/EG met betrekking tot de uitoefening van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid algemeen van toepassing zijn op de regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor producenten in deze verordening, en moeten deze waar nodig en passend worden aangevuld met aanvullende specifieke bepalingen. Om bijvoorbeeld de gescheiden inzameling van verpakkingsafval te vergemakkelijken, moeten de producenten de etikettering van afvalrecipiënten financieren. Die verplichting zou in overeenstemming zijn met het beginsel dat de vervuiler betaalt en met de algemene minimumvereisten voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die zijn vastgelegd op grond van Richtlijn 2008/98/EG.

(128)

Wat de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid betreft, is deze verordening een lex specialis ten opzichte van Richtlijn 2008/98/EG. Dat betekent dat de bepalingen betreffende uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van deze verordening voorrang moeten hebben op eventuele daarmee strijdige bepalingen van die richtlijn. Dit beginsel heeft bijvoorbeeld betrekking op vereisten inzake producentenregistratie, het afstemmen van vergoedingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en verslaglegging.

(129)

Naast het geharmoniseerde voorschrift inzake recyclebaarheid voor het afstemmen van de financiële bijdragen van de producenten dat moet worden vastgelegd in gedelegeerde handelingen die overeenkomstig deze verordening worden vastgesteld, moet het de lidstaten worden toegestaan andere criteria te gebruiken, zoals hoeveelheid gerecycled materiaal, herbruikbaarheid, aanwezigheid van gevaarlijke stoffen of andere criteria overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG.

(130)

Producenten moeten de verplichtingen in verband met de uitgebreide producenten-verantwoordelijkheid samen kunnen nakomen door middel van organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, die namens hen de verantwoordelijkheid op zich nemen. Producenten of organisaties voor producentenverantwoordelijkheid moeten goedkeuring van de lidstaten verkrijgen en moeten onder meer documenteren dat zij de financiële middelen hebben om de kosten van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid te dragen. Bij het vaststellen van administratieve en procedurele regels voor de verlening van goedkeuringen aan producenten, in het geval van individuele naleving, en aan organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, in het geval van gezamenlijke naleving, moet het voor de lidstaten mogelijk zijn om onderscheid te maken tussen procedures voor individuele producenten en voor organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, teneinde de administratieve lasten voor individuele producenten te verlichten. De lidstaten kunnen aan meerdere organisaties voor producentenverantwoordelijkheid goedkeuring verlenen, aangezien mededinging tussen die organisaties grotere voordelen voor consumenten kan opleveren. De bevoegde autoriteit moet producenten of organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die zijn belast met de nakoming van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid een op kosten gebaseerde en evenredige vergoeding voor de goedkeuringsprocedure betreffende het nakomen van die verantwoordelijkheid in rekening kunnen brengen.

(131)

In gevallen waarin de vergoeding voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid die door de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid in rekening wordt gebracht, als overheidsinkomsten wordt aangemerkt, zoals in het geval van een door de overheid beheerde organisatie voor producentenverantwoordelijkheid, en om de begrotingsregels te volgen die vereisen dat de overheidsinkomsten gebaseerd zijn op nauwkeurige gegevens, moet het voor de lidstaat mogelijk zijn om te eisen dat de producenten de informatie vaker dan eenmaal per jaar aan de voor het register verantwoordelijke bevoegde autoriteit verstrekt. Aangezien door de overheid beheerde organisaties voor producentenverantwoordelijkheid geen mandaat van de vertegenwoordigde producent hebben, mogen de voorschriften van deze verordening betreffende die mandaten niet van toepassing zijn.

(132)

In deze verordening moet worden gespecificeerd hoe de traceerbaarheid van de verplichtingen van handelaren die zijn vastgelegd in Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad (39), onder meer in artikel 30, leden 2 en 3, moet worden toegepast op aanbieders van onlineplatforms die consumenten in staat stellen overeenkomsten op afstand te sluiten met producenten die verpakkingen aanbieden aan consumenten in de Unie, met betrekking tot de op grond van deze verordening ingestelde producentenregisters. Voor de toepassing van deze verordening moet elke producent, ongeacht of deze in een lidstaat of in een derde land is gevestigd, die door middel van overeenkomsten op afstand verpakkingen rechtstreeks aanbiedt aan consumenten in een lidstaat, worden beschouwd als een producent die onder de definitie van handelaar in Verordening (EU) 2022/2065 valt. Om te voorkomen dat de aanbieders van onlineplatforms meeliften op de uitgebreide producenten-verantwoordelijkheid, moet worden gespecificeerd hoe zij aan die verplichtingen moeten voldoen met betrekking tot de registers van verpakkingsproducenten die op grond van deze verordening worden ingesteld. Indien aanbieders van onlineplatforms die onder het toepassingsgebied van hoofdstuk III, afdeling 4, van Verordening (EU) 2022/2065 vallen, consumenten in staat stellen overeenkomsten op afstand met producenten te sluiten, moeten zij in dat verband, overeenkomstig Verordening (EU) 2022/2065 en alvorens zij producenten toestaan van hun diensten gebruik te maken, informatie van die producenten verkrijgen over hun nakoming van de verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van deze verordening. Voor de regels inzake de traceerbaarheid van handelaren die verpakkingen online verkopen, gelden de handhavingsregels van Verordening (EU) 2022/2065.

(133)

Soortgelijk ongewenst meeliftgedrag kan zich voordoen met betrekking tot fulfilmentdienstverleners. Deze verordening bevat een aantal bepalingen om dat meeliftgedrag te voorkomen door middel van een soortgelijke benadering als in Verordening (EU) 2022/2065 inzake aanbieders van onlineplatforms.

(134)

Het op grond van deze verordening ingestelde producentenregister moet worden beschouwd als een openbaar register voor de toepassing van Verordening (EU) 2022/2065. Daarom moeten aanbieders van onlineplatforms die consumenten in staat stellen overeenkomsten op afstand met producenten te sluiten, alles in het werk stellen om te beoordelen of de door de betrokken producenten verstrekte informatie betrouwbaar en volledig is, met name door vrij beschikbare officiële onlinedatabanken en online-interfaces te gebruiken of te verifiëren, of de betrokken handelaren te verzoeken betrouwbare ondersteunende documenten te verstrekken, overeenkomstig Verordening (EU) 2022/2065. Wat de openbaar beschikbare gegevens in het producentenregister betreft, vereist “alles in het werk stellen” in de zin van artikel 30, lid 2, eerste alinea, van Verordening (EU) 2022/2065 gewoonlijk dat de door de producent verstrekte informatie wordt geverifieerd aan de hand van de openbare gegevens in het producentenregister. Dit geldt met name wanneer een lidstaat een online-interface heeft opgezet voor geautomatiseerde onderlinge afstemming van gegevens overeenkomstig deze verordening.

(135)

Financiële bijdragen die op grond van deze verordening aan producenten worden opgelegd naast de in artikel 8 bis, lid 4, punt a), van Richtlijn 2008/98/EG bedoelde kosten, mogen geen afbreuk doen aan vrijwillige overeenkomsten tussen elektronische marktplaatsen en producenten waarbij elektronische marktplaatsen ermee instemmen die kosten namens producenten geheel of gedeeltelijk te aanvaarden door middel van een schriftelijke machtiging.

(136)

De lidstaten moeten zorgen voor maatregelen ter uitvoering van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, regels voor de gescheiden inzameling van verpakkingsafval en regels voor de etikettering van afvalrecipiënten indien deze verordening niet in een volledige harmonisatie van die maatregelen en regels voorziet. Voorts moet het voor de lidstaten mogelijk zijn om in aanvullende vereisten te voorzien voor de uitvoering van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG en deze verordening, op voorwaarde dat die maatregelen geen belemmeringen voor de interne markt vormen. Deze verordening regelt niet welke marktdeelnemer verantwoordelijk is voor de inzameling van verpakkingsafval, noch andere nationale contractuele regelingen voor de inzameling van verpakkingsafval.

(137)

De lidstaten moeten inzamelsystemen voor verpakkingsafval opzetten, zodat verpakkingsafval overeenkomstig de afvalhiërarchie naar het meest geschikte alternatief voor afvalbeheer wordt geleid. Die systemen moeten openstaan voor deelname van alle geïnteresseerde partijen, met name voor marktdeelnemers en overheidsinstanties. De systemen moeten worden opgezet met inachtneming van het milieu en de gezondheid, veiligheid en hygiëne van consumenten. Inzamelsystemen moeten ook toegankelijk en toepasbaar zijn voor de verpakking van ingevoerde producten uit hoofde van niet-discriminerende bepalingen.

(138)

Bij de omzetting van artikel 7 van Richtlijn 94/62/EG konden sommige lidstaten reeds systemen voor gescheiden afvalinzameling en -recycling hebben opgezet die de basis vormen voor desbetreffende nationale goedkeuring en contractuele regelingen. Die lidstaten moeten de mogelijkheid hebben om die systemen te blijven gebruiken, mits zij de verplichtingen op grond van deze verordening correct nakomen.

(139)

Daarnaast moeten de lidstaten maatregelen treffen om recycling te stimuleren, waarbij aan de kwaliteitsnormen voor het gebruik van gerecycled materiaal in relevante sectoren wordt voldaan. Die verplichting is met name relevant met het oog op het minimale gehalte gerecycled materiaal in kunststof verpakkingen.

(140)

De inzameling van verpakkingen is cruciaal om de circulariteit van verpakkingen en een solide markt voor secundaire grondstoffen te waarborgen. De vaststelling van een bindend inzamelingspercentage is een maatregel om de ontwikkeling van efficiënte en gerichte inzamelingssystemen op nationaal niveau te stimuleren en moet ervoor zorgen dat er meer afval wordt gesorteerd en mogelijk wordt gerecycled.

(141)

Er is aangetoond dat goed functionerende statiegeldsystemen leiden tot een zeer hoog inzamelingspercentage en recycling van hoge kwaliteit, met name van drankflessen en blikjes. Om het halen van de in Richtlijn (EU) 2019/904 vastgelegde doelstellingen voor gescheiden inzameling van kunststof drankflessen voor eenmalig gebruik te ondersteunen, de inzamelingspercentages te verhogen en recycling van hoge kwaliteit van metalen drankverpakkingen te bereiken, is het passend dat lidstaten statiegeldsystemen instellen. Die systemen zullen bijdragen tot het vergroten van het aanbod van hoogwaardige secundaire grondstoffen die geschikt zijn voor recycling in een gesloten kringloop en tot een afname van drankverpakkingen in het zwerfvuil.

(142)

Statiegeldsystemen moeten verplicht zijn voor kunststof drankflessen voor eenmalig gebruik en voor metalen drankverpakkingen. De lidstaten kunnen ook beslissen om andere verpakkingen voor andere producten of die van andere materialen gemaakt zijn, met name glazen flessen voor eenmalig gebruik, in die systemen op te nemen. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat statiegeldsystemen voor verpakkingsformaten voor eenmalig gebruik, met name voor glazen drankflessen voor eenmalig gebruik, in gelijke mate beschikbaar zijn voor herbruikbare verpakkingen indien dat technisch en economisch haalbaar is. Zij moeten overwegen om ook voor herbruikbare verpakkingen statiegeldsystemen in te voeren. Het moet lidstaten worden toegestaan om, met inachtneming van de algemene regels van het VWEU en overeenkomstig deze verordening handelend, bepalingen vast te stellen die verder gaan dan de minimumeisen van deze verordening, zoals het heffen van statiegeld op het verkooppunt in geval van verbruik in horecagelegenheden of de verplichting voor alle einddistributeurs om statiegeldverpakkingen te aanvaarden, ongeacht het verpakkingsmateriaal en -formaat dat zij distribueren of de grootte van hun verkoopoppervlakte.

(143)

In deze verordening moet rekening worden gehouden met de diversiteit van statiegeldsystemen in de Unie en moet ervoor worden gezorgd dat technologische ontwikkelingen in die systemen niet worden belemmerd zolang zij voldoen aan de eisen en criteria voor het verhogen van de inzamelingspercentages en het waarborgen van hoogwaardigere recycling.

(144)

Gezien de aard van de producten en de verschillen in hun productie- en distributiesystemen, mogen statiegeldsystemen echter niet verplicht zijn voor verpakkingen van wijn, gearomatiseerde wijnbouwproducten en op wijn gelijkende producten, gedistilleerde dranken en voor melk en zuivelproducten die zijn vermeld in deel XVI van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1308/2013. De lidstaten kunnen echter statiegeldsystemen invoeren voor die drankverpakkingen en voor andere drankverpakkingen en niet-drankverpakkingen.

(145)

Uiterlijk op 1 januari 2029 moeten alle statiegeldsystemen voor kunststof drankflessen voor eenmalig gebruik en metalen drankverpakkingen voor eenmalig gebruik aan de algemene minimumeisen van deze verordening voldoen, met uitzondering van de vóór de inwerkingtreding van deze verordening ingestelde statiegeldsystemen die op 1 januari 2029 de doelstelling van 90 % gescheiden inzameling halen. Met die eisen zal worden bijgedragen tot meer consistentie en hogere inleverpercentages in de lidstaten. Zij zijn vastgesteld op basis van standpunten van belanghebbenden, analyse door deskundigen en beste praktijken in het kader van bestaande statiegeldsystemen. De eisen zijn opgesteld om zowel innovatie mogelijk te maken als een mate van flexibiliteit te bieden om de lokale omstandigheden in acht te nemen.

(146)

Lidstaten met regio’s met intensieve grensoverschrijdende handel moeten ervoor zorgen dat de statiegeldsystemen voorzien in de mogelijkheid om verpakkingen uit statiegeldsysteem van de betrokken lidstaten in te leveren bij aangewezen inzamelpunten, en moeten ernaar streven het mogelijk te maken om het statiegeld terug te krijgen.

(147)

Het moet voor lidstaten die uiterlijk in 2026 zonder statiegeldsysteem 80 % van de beoogde soorten verpakkingen inzamelen, mogelijk zijn om te verzoeken geen statiegeldsysteem in te voeren.

(148)

Het moet voor de lidstaten mogelijk zijn om ervoor te kiezen het statiegeldsysteem op subnationaal niveau toe te passen, rekening houdend met de nationale administratieve indelingen en de specifieke situatie van overzeese gebieden, mits zij de milieu- en economische prestaties van dat systeem aantonen, alsook de volledige overeenstemming ervan met het in deze verordening vastgelegde inzamelingspercentage van 90 % voor kunststof drankflessen voor eenmalig gebruik en metalen drankverpakkingen voor eenmalig gebruik.

(149)

De lidstaten moeten oplossingen voor hergebruik en navulling actief aanmoedigen als specifieke maatregelen ter preventie van verpakkingsafval. Zij moeten de invoering van systemen voor hergebruik en navulling ondersteunen en toezicht houden op de werking ervan en op de naleving van hygiënenormen. De lidstaten worden aangemoedigd ook aanvullende maatregelen te treffen, bijvoorbeeld het opzetten van statiegeldsystemen voor herbruikbare verpakkingsformaten, het gebruikmaken van economische stimulansen of van einddistributeurs eisen dat zij een bepaald percentage van producten die niet onder de doelstellingen voor hergebruik en navullingsverplichtingen vallen, in herbruikbare verpakkingen of via navulling beschikbaar maken, mits die eisen niet leiden tot versnippering van de interne markt of tot handelsbelemmeringen.

(150)

De eisen voor inzameling, sortering, herverdeling met betrekking tot vullingen en reiniging zijn van geheel andere aard voor statiegeldsystemen voor producten voor eenmalig gebruik en voor op statiegeld gebaseerde systemen voor hergebruik. Daarom mogen de minimumeisen voor statiegeldsystemen niet gelden voor op statiegeld gebaseerde systemen voor hergebruik. In plaats daarvan moeten op de systemen voor hergebruik specifieke eisen worden toegepast.

(151)

Richtlijn 94/62/EG is gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/852 van het Europees Parlement en de Raad (40), waarin doelstellingen voor recycling zijn vastgelegd die de lidstaten uiterlijk in 2025 en 2030 moeten halen. Die doelstellingen en de regels voor de berekening ervan moeten worden gehandhaafd. Hoewel in deze verordening maatregelen voor het halen van de doelstellingen voor recycling worden voorgesteld, zou het, gezien de verschillende beginpunten van de lidstaten met betrekking tot die doelstellingen, onder bepaalde voorwaarden nog steeds mogelijk moeten zijn de termijnen voor het halen ervan voor 2030 uit te stellen. De Commissie moet echter bevoegd zijn om een door een lidstaat ingediend herzien uitvoeringsplan af te wijzen.

(152)

Krachtens Richtlijn 94/62/EG moet de Commissie de doelstellingen voor recycling van verpakkingen voor 2030 herzien om deze te handhaven of indien nodig te verhogen. Het is echter nog niet passend de doelstellingen voor 2030 te wijzigen, aangezien uit gegevens blijkt dat sommige lidstaten nog steeds moeite hebben om de bestaande doelstellingen te halen. Daarom moeten maatregelen worden getroffen om fabrikanten aan te moedigen meer recyclebare verpakkingen in de handel te brengen en zo de lidstaten te helpen de doelstellingen voor recycling te halen. In de toekomst zullen fijnmazigere gegevens op verpakkingen en de recyclingstromen van verpakkingsafval aan de Commissie moeten worden gemeld. Door de verslaglegging van gegevens zal de Commissie in staat zijn de doelstellingen te herzien door deze te handhaven of te verhogen. Om rekening te houden met het effect van de maatregelen tot verbetering van de recyclebaarheid van verpakkingen, mag de herziening niet eerder plaatsvinden dan de geplande algehele evaluatie van deze verordening zeven jaar na de inwerkingtreding ervan. Bij die herziening moet ook aandacht worden besteed aan de mogelijkheid om nieuwe doelstellingen op een gedetailleerder niveau in te voeren dan de huidige doelstellingen.

(153)

De berekening van de doelstellingen voor recycling moet gebaseerd zijn op het gewicht van het verpakkingsafval dat in het recyclingproces wordt gebracht. De lidstaten moeten de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de verzamelde gegevens over gerecycled verpakkingsafval waarborgen. Als algemene regel moet de werkelijke meting van het gewicht van als gerecycled meegeteld verpakkingsafval plaatsvinden op het punt waarop het verpakkingsafval in het recyclingproces wordt gebracht. Niettemin moet het de lidstaten, om de administratieve lasten te beperken, onder strikte voorwaarden en in afwijking van de algemene regel zijn toegestaan het gewicht van gerecycled verpakkingsafval vast te stellen op basis van de meting van de output van elke sorteringshandeling, die moet worden aangepast rekening houdend met de gemiddelde verliespercentages voordat het afval in het recyclingproces wordt gebracht. Materiaalverliezen die plaatsvinden voordat het afval in het recyclingproces wordt gebracht, bijvoorbeeld als gevolg van sortering of andere voorbereidende werkzaamheden, mogen niet worden opgenomen in de hoeveelheden afval die als gerecycled worden gerapporteerd. Die verliezen kunnen worden vastgesteld op basis van elektronische registers, technische specificaties, gedetailleerde regels voor de berekening van gemiddelde verliespercentages voor de verschillende afvalstromen of andere gelijkwaardige maatregelen. De lidstaten moeten in de kwaliteitscontroleverslagen die de aan de Commissie verstrekte gegevens over afvalrecycling vergezellen, informatie opnemen over die maatregelen. De gemiddelde verliespercentages moeten bij voorkeur worden vastgesteld op het niveau van afzonderlijke sorteerinstallaties en moeten worden gekoppeld aan de belangrijkste verschillende soorten afvalstoffen, diverse bronnen (bijvoorbeeld huishoudelijk of bedrijfsafval), verschillende inzamelsystemen en verschillende soorten sorteerprocessen. Gemiddelde verliespercentages mogen alleen worden gebruikt in gevallen waarin er geen andere betrouwbare gegevens beschikbaar zijn, met name in het kader van overbrenging en uitvoer van afvalstoffen. Het verlies aan gewicht van materialen of stoffen als gevolg van fysische of chemische verwerkingsprocessen die deel uitmaken van het recyclingproces en waarbij verpakkingsafval daadwerkelijk opnieuw wordt verwerkt tot producten, materialen of stoffen, mag niet worden afgetrokken van het gewicht van het als gerecycled gerapporteerd afval.

(154)

Wanneer de berekening van het recyclingpercentage wordt toegepast op de aerobe of anaerobe verwerking van biologisch afbreekbaar verpakkingsafval, mag de hoeveelheid afval die in het proces voor aerobe of anaerobe verwerking wordt gebracht als gerecycled worden meegeteld, mits die behandeling een output genereert die bestemd is voor gebruik als gerecycled product of materiaal of als gerecyclede stof. De output van de verwerking is meestal compost of digestaat, maar ook andere output kan in aanmerking worden genomen, mits deze een vergelijkbaar gehalte aan gerecycled materiaal bevat ten opzichte van de hoeveelheid verwerkt biologisch afbreekbaar verpakkingsafval. In andere gevallen mogen volgens de definitie van recycling de herverwerking van biologisch afbreekbaar verpakkingsafval tot materialen die bestemd zijn voor gebruik als brandstoffen of andere middelen voor het opwekken van energie, die worden verwijderd, of die bestemd zijn voor gebruik in andere handelingen dan recycling met hetzelfde doel als de nuttige toepassing van afval, niet worden meegeteld voor het halen van de doelstellingen voor recycling.

(155)

Wanneer verpakkingsafvalmaterialen niet langer afvalstoffen zijn als gevolg van een voorbereidingshandeling voordat zij daadwerkelijk opnieuw worden verwerkt, moeten zij als gerecycled worden meegeteld, mits zij bestemd zijn voor verdere herverwerking tot producten, materialen of stoffen, hetzij voor hun oorspronkelijke hetzij voor andere doeleinden. Materialen in de eindeafvalfase die bestemd zijn voor gebruik als brandstoffen of andere middelen voor het opwekken van energie, die worden gebruikt voor opvulling, die worden verwijderd, of die bestemd zijn voor gebruik voor andere handelingen dan recycling met hetzelfde doel als de nuttige toepassing van afval, mogen niet worden meegeteld voor het halen van de doelstellingen voor recycling.

(156)

Bij het vaststellen van de methode voor de berekening en verificatie van het percentage gerecycled materiaal moet de Commissie de beschikbare recyclingtechnologieën beoordelen, rekening houdend met hun economische en milieuprestaties, met inbegrip van de kwaliteit van de output, de beschikbaarheid van het afval, de benodigde energie, de broeikasgasemissies en andere relevante milieueffecten. De Commissie moet er ook rekening mee houden dat die technologieën kunnen worden gebruikt voor misleidende milieuclaims.

(157)

Claims over de eigenschappen van verpakkingen waarvoor in deze verordening wettelijke vereisten zijn vastgelegd, zoals de recyclebaarheid, het gehalte aan gerecycled materiaal en de herbruikbaarheid, mogen alleen worden gemaakt met betrekking tot de eigenschappen van verpakkingen die verder gaan dan de toepasselijke minimumeisen van deze verordening en overeenkomstig de in het kader van deze verordening vastgestelde methoden en regels. Bij die claims moet ook worden gespecificeerd of zij betrekking hebben op de verpakkingseenheid, een deel van de verpakkingseenheid of op alle verpakkingen die door de marktdeelnemer in de handel worden gebracht.

(158)

De lidstaten moeten het recht hebben om rekening houden met de recycling van metalen die na verbranding van afval zijn gescheiden in verhouding tot het aandeel van het verbrande verpakkingsafval, mits de gerecyclede metalen voldoen aan bepaalde kwaliteitscriteria als vastgelegd in Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/1004 van de Commissie (41).

(159)

Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad (42) en Verordening (EU) 2024/1157 van het Europees Parlement en de Raad (43) zijn van toepassing op de uitvoer van verpakkingsafval uit de Unie met het oog op recycling.

(160)

Aangezien hergebruik inhoudt dat er geen nieuwe verpakkingen in de handel worden gebracht, moeten herbruikbare verkoopverpakkingen die in de handel worden gebracht en houten verpakkingen die met het oog op hergebruik worden gerepareerd, in aanmerking worden genomen voor het halen van de respectieve doelstellingen voor recycling van verpakkingen. De lidstaten moeten gebruik kunnen maken van die mogelijkheid om aangepaste doelstellingen voor recycling te berekenen door rekening te houden met maximaal 5 procentpunten van het gemiddelde aandeel herbruikbare verkoopverpakkingen die in de drie voorgaande jaren voor het eerst in de handel zijn gebracht en in een systeem voor hergebruik opnieuw worden gebruikt.

(161)

Producenten en organisaties voor producentenverantwoordelijkheid moeten actief worden betrokken bij het verstrekken van informatie over preventie en beheer van verpakkingsafval aan eindgebruikers, met name consumenten. Die informatie moet onder meer betrekking hebben op de beschikbaarheid van regelingen voor hergebruik van verpakkingen, de betekenis van op verpakkingen aangebrachte etiketten en andere instructies voor het verwijderen van verpakkingsafval. Producenten en organisaties voor producentenverantwoordelijkheid moeten consumenten er ook op wijzen dat een als composteerbaar aangemerkte verpakking composteerbaar is onder industrieel gecontroleerde omstandigheden in installaties voor bio-afvalverwerking, maar niet geschikt is voor thuiscompostering. Verpakkingen mogen niet eindigen als zwerfvuil. De producenten moeten ook meedelen dat eindgebruikers een belangrijke rol spelen bij het waarborgen van een vanuit milieuoogpunt optimaal beheer van verpakkingsafval. Bij het verstrekken van informatie aan alle eindgebruikers en de verslaglegging over verpakkingen moet gebruik worden gemaakt van moderne informatietechnologieën. De informatie moet worden verstrekt met klassieke middelen, zoals posters binnens- en buitenshuis en socialemediacampagnes, of op innovatievere wijze, zoals elektronische toegang tot websites met QR-codes op de verpakkingen.

(162)

Gescheiden inzameling buitenshuis is een belangrijk element om de inzamelings-percentages voor verpakkingen te kunnen verhogen en de circulariteit daarvan te kunnen verbeteren. De lidstaten en marktdeelnemers moeten specifieke maatregelen kunnen nemen voor gescheiden inzameling buitenshuis, afgestemd op de locatie en gewoonten van consumenten.

(163)

De lidstaten moeten de Commissie voor elk jaar informatie verstrekken over het halen van de doelstellingen voor recycling. Om de doeltreffendheid van de maatregelen ter vermindering van het verbruik van kunststof draagtassen te beoordelen, moeten ook gegevens over het verbruik van zeer lichte kunststof draagtassen, lichte kunststof draagtassen, dikke kunststof draagtassen en zeer dikke kunststof draagtassen worden gerapporteerd om te kunnen beoordelen of het verbruik van die draagtassen is toegenomen naar aanleiding van de maatregelen ter reductie van lichte kunststof draagtassen. Om te kunnen beoordelen of de door de lidstaten in te voeren verplichte statiegeldsystemen doeltreffend zijn, dan wel of het gerechtvaardigd is lidstaten vrij te stellen van de verplichting om die systemen op te zetten, is het belangrijk informatie te verkrijgen, door middel van verslaglegging door de lidstaten, over het percentage gescheiden ingezameld afval van de verpakkingen die onder de verplichting om statiegeldsystemen in te stellen, vallen.

(164)

Om de methode vast te stellen voor de beoordeling van recycling op grote schaal, moeten de lidstaten op jaarbasis ook gegevens rapporteren over de hoeveelheid gerecycled verpakkingsafval per verpakkingscategorie, en de hoeveelheden verpakking die voor het eerst op het grondgebied van de lidstaat worden aangeboden, of uitgepakt door een producent die geen eindgebruiker is, per verpakkingscategorie. De Commissie moet die gegevens samenvoegen en bekendmaken om de jaarlijkse vooruitgang van het op grote schaal gerecyclede verpakkingsafval te monitoren.

(165)

De lidstaten moeten gegevens elektronisch aan de Commissie rapporteren en haar een kwaliteitscontroleverslag verstrekken. Daarnaast moeten gegevens over doelstellingen voor recycling vergezeld gaan van een verslag waarin de maatregelen worden beschreven die zijn getroffen om een doeltreffend systeem voor kwaliteitscontrole en traceerbaarheid van verpakkingsafval op te zetten.

(166)

Om voor uniforme voorwaarden voor de uitvoering van de verslagleggingsverplichtingen te zorgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om regels vast te stellen voor de berekening en verificatie van gegevens over het halen van de doelstellingen voor recycling, het percentage onder het statiegeldsysteem vallende verpakkingen die gescheiden worden ingezameld, en gegevens die nodig zijn om de beoordelingsmethode van recycling op grote schaal vast te stellen. In de desbetreffende uitvoeringshandeling moet ook de methode voor het bepalen van de hoeveelheid geproduceerd verpakkingsafval worden opgenomen en moet het formaat voor het indienen van gegevens worden vastgelegd. Daarin moet ook een methode voor de berekening van het jaarlijkse verbruik van lichte kunststof draagtassen per hoofd van de bevolking worden vastgelegd, alsook het formaat waarin die gegevens moeten worden ingediend, aangezien die gegevens nodig zijn ter ondersteuning van het toezicht op en de volledige uitvoering van de materiële eisen inzake kunststof draagtassen, met name om uitgesplitste en verplichte gegevens over verschillende categorieën kunststof draagtassen te waarborgen. Die uitvoeringshandeling moet Besluit 2005/270/EG van de Commissie (44) en Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/896 van de Commissie (45) vervangen.

(167)

Om bij te dragen tot de monitoring van de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening door de lidstaten en de Commissie, moeten de lidstaten verpakkingsdatabanken opzetten en ervoor zorgen dat die databanken goed functioneren.

(168)

Een doeltreffende handhaving van duurzaamheidseisen is essentieel om eerlijke mededinging te waarborgen en ervoor te zorgen dat de verwachte voordelen en bijdrage van deze verordening aan de verwezenlijking van de klimaat-, energie- en circulariteits-doelstellingen van de Unie worden gerealiseerd. Daarom moeten de bevoegde autoriteiten ernaar streven jaarlijks de juistheid van ten minste een deel van de EU-conformiteits-verklaringen te controleren. Verordening (EU) 2019/1020, waarin een horizontaal kader wordt vastgelegd voor markttoezicht en controle op producten die de markt van de Unie binnenkomen, moet van toepassing zijn op verpakkingen waarvoor in deze verordening duurzaamheidseisen zijn vastgelegd. De markttoezichtmechanismen van Verordening (EU) 2019/1020 bevatten de vereisten voor markttoezicht met betrekking tot het in de handel brengen van producten en voorzien in vrijwaringsmechanismen om de conformiteit met deze verordening met betrekking tot het in de handel brengen van verpakkingen te controleren.

(169)

Verpakkingen mogen alleen in de handel worden gebracht als zij geen bekend risico voor het milieu of de gezondheid van de mens inhouden. Om de markttoezichtinspanningen te concentreren, moeten verpakkingen die een risico inhouden, voor de toepassing van deze verordening worden gedefinieerd als verpakkingen die negatieve gevolgen zouden kunnen hebben voor het milieu of andere maatschappelijke belangen die door de desbetreffende eisen worden beschermd, omdat een duurzaamheidseis niet wordt nageleefd of een verantwoordelijke marktdeelnemer niet aan een duurzaamheidseis voldoet.

(170)

Er moet een procedure bestaan om belanghebbenden te informeren over voorgenomen maatregelen tegen verpakkingen die een risico inhouden. Ook moet die procedure markttoezichtautoriteiten in de lidstaten in staat stellen om samen met de betrokken marktdeelnemers in een vroeg stadium tegen die verpakkingen op te treden. Om uniforme voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om te bepalen of nationale maatregelen met betrekking tot niet-conforme producten gerechtvaardigd zijn. De Commissie moet onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen vaststellen wanneer dit, in naar behoren gemotiveerde gevallen die verband houden met de bescherming van het milieu of de menselijke gezondheid, om dwingende redenen van urgentie vereist is.

(171)

De markttoezichtautoriteiten moeten het recht hebben van marktdeelnemers te eisen dat zij corrigerende maatregelen treffen op basis van bevindingen dat ofwel verpakkingen niet voldoen aan duurzaamheids- en etiketteringseisen, ofwel de marktdeelnemer andere regels inzake het in de handel brengen van verpakkingen heeft overtreden. Om uniforme voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van de verplichting voor marktdeelnemers om corrigerende maatregelen te treffen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om te besluiten of een nationale maatregel gerechtvaardigd is.

(172)

Bij zorgen over de gezondheid van de mens moet de markttoezichtautoriteit een risico voor de gezondheid van mens of dier dat het gevolg is van het verpakkingsmateriaal en dat van daaruit wordt overgebracht op het verpakte product niet beoordelen, maar moet die de autoriteiten in kennis stellen die bevoegd zijn voor het controleren van dat risico en zijn aangewezen op grond van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad (46), en de Verordeningen (EU) 2017/745, (EU) 2017/746 en (EU) 2019/6 of Richtlijn 2001/83/EG.

(173)

Overheidsopdrachten zijn goed voor 14 % van het bbp van de Unie. Om bij te dragen aan het verwezenlijken van de doelstellingen voor het behalen van klimaatneutraliteit, het verbeteren van de energie- en hulpbronnenefficiëntie en de overgang naar een circulaire economie die de volksgezondheid en biodiversiteit beschermt, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend, teneinde, in voorkomend geval, aanbestedende diensten en entiteiten zoals gedefinieerd in de Richtlijnen 2014/24/EU (47) en 2014/25/EU (48) van het Europees Parlement en de Raad te verplichten hun aanbesteding af te stemmen op specifieke bindende minimumeisen voor groene overheidsopdrachten, die in op grond van deze verordening vastgestelde uitvoeringshandelingen moeten worden vastgelegd. In vergelijking met een vrijwillige benadering, moeten bindende eisen het hefboomeffect van overheidsuitgaven om de vraag naar beter presterende verpakkingen te stimuleren, optimaliseren. De eisen moeten transparant, objectief en niet-discriminerend zijn. Het moet voor de lidstaten mogelijk zijn om in hun overheidsopdrachten eisen te stellen met betrekking tot technische specificaties, selectiecriteria of voorwaarden voor de uitvoering van de opdracht en die eisen hoeven niet noodzakelijk cumulatief te zijn. Aanbestedende diensten en entiteiten moeten, met inachtneming van de algemene regels van het VWEU en overeenkomstig deze verordening handelend, bepalingen kunnen vaststellen die verder gaan dan de in deze verordening vastgelegde minimumeisen voor groene overheidsopdrachten.

(174)

Om de werking van de interne markt te waarborgen en een gelijk speelveld te creëren, moet worden gegarandeerd dat verpakkingen uit derde landen die de markt van de Unie binnenkomen, aan deze verordening voldoen, ongeacht of ze worden ingevoerd als afzonderlijke verpakking of in combinatie met een verpakt product. Er moet in het bijzonder worden gewaarborgd dat fabrikanten de juiste conformiteitsbeoordelingsprocedures hebben uitgevoerd voor die verpakkingen. De voorkeur moet worden gegeven aan samenwerking op de markt tussen markttoezichtautoriteiten en marktdeelnemers. Hoewel het betrekking kan hebben op alle verpakkingen die de markt van de Unie binnenkomen, moet het optreden van de op grond van artikel 25, lid 1, van Verordening (EU) 2019/1020 aangewezen autoriteiten daarom in de eerste plaats gericht zijn op verpakkingen waarvoor de markttoezichtautoriteiten verbodsmaatregelen hebben getroffen. Om een risicogebaseerde aanpak voor producten die de markt van de Unie binnenkomen mogelijk te maken, moeten markttoezichtautoriteiten, wanneer zij die verbodsmaatregelen treffen en die verbodsmaatregelen niet beperkt zijn tot het nationale grondgebied, de gegevens die nodig zijn om die niet-conforme verpakkingen aan de grenzen te identificeren, met inbegrip van informatie over de verpakte producten en de marktdeelnemers, meedelen aan de autoriteiten die zijn aangewezen voor de controles van verpakkingen die de markt van de Unie binnenkomen. In die gevallen moet de douane ernaar streven deze verpakkingen aan de grenzen te identificeren en tegen te houden.

(175)

Om het controleproces aan de buitengrenzen van de Unie te optimaliseren en te ontlasten, moet geautomatiseerde gegevensoverdracht tussen het informatie- en communicatiesysteem voor markttoezicht (ICSMS) en de douanesystemen mogelijk worden gemaakt. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen twee verschillende gegevensoverdrachten, met het oog op hun respectieve doeleinden. Ten eerste moeten de verbodsmaatregelen waartoe de markttoezichtautoriteiten naar aanleiding van de identificatie van niet-conforme verpakkingen hebben besloten, door het ICSMS aan de douane worden meegedeeld, zodat de autoriteiten die zijn aangewezen voor de uitvoering van controles aan de buitengrenzen die kunnen gebruiken om verpakkingen te identificeren waarvoor die verbodsmaatregel moet gelden. Voor die eerste gegevensoverdrachten moet het elektronische douanerisicobeheersysteem als bedoeld in artikel 36 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie (49) worden gebruikt, onverminderd eventuele toekomstige ontwikkelingen van het douanerisicobeheer. Ten tweede zal dossierbeheer nodig zijn indien douaneautoriteiten niet-conforme verpakkingen identificeren, onder andere om de kennisgeving van de schorsing, de conclusie van de markttoezichtautoriteiten en het resultaat van de door de douane getroffen maatregelen door te geven. Die tweede gegevensoverdracht tussen het ICSMS en de nationale douanesystemen wordt ondersteund door middel van de EU-éénloketomgeving voor de douane.

(176)

Om voor uniforme voorwaarden voor de realisatie van de verbinding voor communicatie tussen de markttoezichtautoriteiten en de douaneautoriteiten te zorgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om de procedurevoorschriften en de details voor de uitvoeringsregelingen, waaronder de functionaliteiten, gegevenselementen en gegevensverwerking, te specificeren, alsook de regels inzake de verwerking van persoonsgegevens, vertrouwelijkheid en verantwoordelijkheid voor die verbinding.

(177)

Bij het vaststellen van gedelegeerde handelingen uit hoofde van artikel 290 VWEU is het van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (50). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen. Bij het opstellen van deze gedelegeerde handelingen moet de Commissie rekening houden met wetenschappelijke of andere beschikbare technische informatie, met inbegrip van relevante internationale normen.

(178)

De uitvoeringsbevoegdheden die bij deze verordening aan de Commissie worden overgedragen moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (51).

(179)

Om ervoor te zorgen dat de productvereisten van Richtlijn (EU) 2019/904 kunnen worden gemonitord en gehandhaafd en dat zij onderworpen zijn aan passend markttoezicht, moet Verordening (EU) 2019/1020 worden gewijzigd om Richtlijn (EU) 2019/904 in het toepassingsgebied van die verordening op te nemen. De bepalingen over de vanaf 1 januari 2030 geldende vereisten met betrekking tot het gehalte aan gerecyclede kunststof in kunststof drankflessen en de bijbehorende verslagleggingsverplichtingen moeten uit Richtlijn (EU) 2019/904 worden geschrapt, aangezien deze kwestie uitsluitend bij deze verordening wordt geregeld.

(180)

In deze verordening worden algemene regels vastgelegd die van toepassing zijn op alle verpakkingen. Niettemin moeten bepaalde kunststof producten voor eenmalig gebruik die onder Richtlijn (EU) 2019/904 vallen, zoals kunststof draagtassen, drinkbekers, voedsel- en drankverpakkingen, met inbegrip van flessen, ook als verpakkingen worden beschouwd. Richtlijn (EU) 2019/904 is ten opzichte van deze verordening een lex specialis. Indien Richtlijn (EU) 2019/904 in strijd zou zijn met deze verordening, heeft Richtlijn (EU) 2019/904 binnen haar toepassingsgebied voorrang. Krachtens Richtlijn (EU) 2019/904 moeten de lidstaten maatregelen, waaronder marktbeperkingen, nemen om het gebruik van bepaalde kunststof producten voor eenmalig gebruik te verminderen. Die marktbeperkingen moeten gelden en voorrang hebben over eventuele strijdige bepalingen in deze verordening. In deze verordening wordt voorzien in een beperking op het in de handel brengen van de in bijlage V, punt 3, vermelde kunststof producten, terwijl de lidstaten krachtens Richtlijn (EU) 2019/904 de nodige maatregelen kunnen nemen om het gebruik van die kunststof producten voor eenmalig gebruik te verminderen. Aangezien nationale uitvoeringsmaatregelen op grond van Richtlijn (EU) 2019/904 minder beperkend kunnen zijn dan een verbod op het in de handel brengen, moet deze verordening voorrang krijgen op Richtlijn (EU) 2019/904 met betrekking tot de producten die onder de definitie van verpakking vallen, teneinde de vermindering van kunststof verpakkingen voor eenmalig gebruik te stimuleren en de hoeveelheid kunststof verpakkingen voor eenmalig gebruik in het milieu te verminderen. Bijgevolg moet het voor de lidstaten niet mogelijk zijn te voorzien in een uitzondering op het verbod in Richtlijn (EU) 2019/904 op het in de handel brengen van verpakkingen op basis van geëxpandeerd polystyreen. Om dit te weerspiegelen moet Richtlijn (EU) 2019/904 dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(181)

Deze verordening regelt niet het gehalte aan gerecycled materiaal in kunststof delen van verpakkingen vóór 1 januari 2030 en dus moeten de bepalingen met vereisten voor het gehalte aan gerecycled materiaal in kunststof drankflessen in Richtlijn (EU) 2019/904 tot die datum van kracht blijven.

(182)

Om het vertrouwen van het publiek in verpakkingen die in de handel worden gebracht te vergroten, met name wat betreft de naleving van duurzaamheidseisen, moeten marktdeelnemers die niet-conforme verpakkingen in de handel brengen of die hun verplichtingen niet nakomen, aan sancties worden onderworpen. Daarom moeten de lidstaten in hun intern recht voorzien in doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties ter bestraffing van de niet-naleving van deze verordening.

(183)

Op grond van artikel 19, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) moeten de lidstaten voorzien in de nodige rechtsmiddelen om daadwerkelijke rechtsbescherming op de onder het Unierecht vallende gebieden te verzekeren, met inbegrip van de rechterlijke instanties van de lidstaten. In dat verband moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de betrokken personen, zoals natuurlijke of rechtspersonen die een klacht hebben ingediend over een vermeende niet-conformiteit van verpakkingen, hetzij als op zichzelf staande verpakking, hetzij in combinatie met een verpakt product, met deze verordening, toegang tot de rechter hebben overeenkomstig de verplichtingen die de lidstaten zijn overeengekomen als partij bij het Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (52), gedaan te Aarhus op 25 juni 1998 (“het Verdrag van Aarhus”).

(184)

De Commissie moet een evaluatie van deze verordening uitvoeren. Op grond van punt 22 van het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven, moet die evaluatie worden uitgevoerd op basis van de vijf criteria doelmatigheid, doeltreffendheid, relevantie, samenhang en meerwaarde van de Unie, en vormt die evaluatie de basis voor effectbeoordelingen van opties voor verdere acties. De Commissie moet een verslag over de uitvoering van deze verordening en de gevolgen ervan voor de milieuduurzaamheid van verpakkingen en de werking van de interne markt indienen bij het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s.

(185)

Marktdeelnemers moeten voldoende tijd krijgen om hun activiteiten aan te passen teneinde aan hun verplichtingen te voldoen en de voorschriften van deze verordening na te leven. Tevens moeten de lidstaten voldoende tijd krijgen om administratieve maatregelen te treffen voor de organisatie van de goedkeuringsprocedures door de bevoegde autoriteiten, waarbij de continuïteit voor de marktdeelnemers wordt behouden, en om de administratieve infrastructuur die nodig is voor de toepassing van deze verordening op te zetten. De toepassing van deze verordening moet daarom worden uitgesteld tot een datum waarop deze voorbereidingen redelijkerwijs kunnen zijn voltooid. In het bijzonder moet aandacht worden besteed aan het helpen van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) met het nakomen van hun verplichtingen in het kader van deze verordening en het naleven van de eisen daarvan, onder meer door middel van door de Commissie te verstrekken richtsnoeren om de naleving door marktdeelnemers te vergemakkelijken, waarin de nadruk moet worden gelegd op kmo’s.

(186)

Om die verbintenissen na te komen en een ambitieus maar geharmoniseerd kader voor verpakkingen vast te stellen, moet een verordening worden vastgesteld met eisen voor de gehele levenscyclus van verpakkingen. Richtlijn 94/62/EG moet derhalve worden ingetrokken.

(187)

Richtlijn 94/62/EG moet worden ingetrokken met ingang van de datum van toepassing van deze verordening. Om echter een soepele overgang en continuïteit te waarborgen totdat de Commissie uit hoofde van deze verordening nieuwe regels heeft vastgesteld, en om te voorzien in continuïteit bij de toepassing van het stelsel van eigen middelen van de Unie met betrekking tot de eigen middelen op basis van niet-gerecycled kunststof verpakkingsafval, moeten bepaalde verplichtingen uit hoofde van die richtlijn met betrekking tot etikettering, doelstellingen voor recycling en de gegevensoverdracht aan de Commissie gedurende een bepaalde periode van kracht blijven.

(188)

Daar de doelstellingen van deze verordening, namelijk de verbetering van de milieuduurzaamheid van verpakkingen en de waarborging van het vrije verkeer van verpakkingen op de interne markt, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang en de gevolgen ervan, beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 VEU neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 19 december 2024.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

R. METSOLA

Voor de Raad

De voorzitter

BÓKA J.

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK II DUURZAAMHEIDSEISEN HOOFDSTUK II DUURZAAMHEIDSEISEN
HOOFDSTUK III EISEN INZAKE ETIKETTERING, MARKERING EN INFORMATIE HOOFDSTUK III EISEN INZAKE ETIKETTERING, MARKERING EN INFORMATIE
HOOFDSTUK IV ALGEMENE VERPLICHTINGEN HOOFDSTUK IV ALGEMENE VERPLICHTINGEN
HOOFDSTUK V VERPLICHTINGEN VAN MARKTDEELNEMERS OM VERPAKKINGEN EN VERPAKKINGSAFVAL TE VERMINDEREN HOOFDSTUK V VERPLICHTINGEN VAN MARKTDEELNEMERS OM VERPAKKINGEN EN VERPAKKINGSAFVAL TE VERMINDEREN
HOOFDSTUK VI KUNSTSTOF DRAAGTASSEN HOOFDSTUK VI KUNSTSTOF DRAAGTASSEN
HOOFDSTUK VII CONFORMITEIT VAN VERPAKKINGEN HOOFDSTUK VII CONFORMITEIT VAN VERPAKKINGEN
HOOFDSTUK VIII BEHEER VAN VERPAKKINGEN EN VERPAKKINGSAFVAL HOOFDSTUK VIII BEHEER VAN VERPAKKINGEN EN VERPAKKINGSAFVAL
HOOFDSTUK IX VRIJWARINGSPROCEDURES HOOFDSTUK IX VRIJWARINGSPROCEDURES
HOOFDSTUK X GROENE OVERHEIDSOPDRACHTEN HOOFDSTUK X GROENE OVERHEIDSOPDRACHTEN
HOOFDSTUK XI GEDELEGEERDE BEVOEGDHEDEN EN COMITÉPROCEDURE HOOFDSTUK XI GEDELEGEERDE BEVOEGDHEDEN EN COMITÉPROCEDURE
HOOFDSTUK XII WIJZIGINGEN HOOFDSTUK XII WIJZIGINGEN
HOOFDSTUK XIII SLOTBEPALINGEN HOOFDSTUK XIII SLOTBEPALINGEN
BIJLAGE I Indicatieve lijst van artikelen die onder de definitie van “verpakking” in artikel 3, lid 1, punt 1), vallen

BIJLAGE I

Indicatieve lijst van artikelen die onder de definitie van “verpakking” in artikel 3, lid 1, punt 1), vallen

BIJLAGE II Categorieën en parameters voor de beoordeling van de recyclebaarheid van verpakkingen

BIJLAGE II

Categorieën en parameters voor de beoordeling van de recyclebaarheid van verpakkingen

Tabel 1

Indicatieve lijst van verpakkingsmaterialen, soorten verpakkingen en verpakkingscategorieën als bedoeld in artikel 6

Categorie-nr.

Hoofdmateriaal van de verpakking

Soort verpakking

Formaat (illustratief en niet-limitatief)

Kleur/Optische lichtdoorlatendheid

1

Glas

Glas en samen-gestelde verpakking die hoofdzakelijk uit glas bestaat

Flessen, potten, flacons, cosmeticapotjes, vaatjes, ampullen, fiolen van glas (natriumkalksilicaat), spuitbussen

—

2

Papier/karton

Papieren/kartonnen verpakking

Dozen, bakken, verzamelverpakkingen, flexibele papieren verpakkingen (bv. folies, vellen, zakjes, afdekfolies, puntzakken, wikkels)

—

3

Papier/karton

Samengestelde verpakking die hoofdzakelijk uit papier/karton bestaat

Karton voor vloeistoffen en kartonnen bekers (d.w.z. gelamineerd met polyolefine en met of zonder aluminium), bakken, borden en bekers, gemetalliseerd of met kunststof gelamineerd papier/karton, papier/karton met kunststof voering/vensters

—

4

Metaal

Stalen en samengestelde verpakking die hoofdzakelijk uit staal bestaat

Harde formaten (spuitbussen, blikken, verfblikken, dozen, bakken, vaten, tubes) van staal, met inbegrip van blik en roestvrij staal

—

5

Metaal

Aluminium- en samengestelde verpakkingen die hoofdzakelijk uit aluminium bestaan — hard

Harde formaten (voedings- en drankblikken, flessen, spuitbussen, vaten, tubes, blikken, dozen, bakken) van aluminium

—

6

Metaal

Aluminium- en samengestelde verpakkingen die hoofdzakelijk uit aluminium bestaan — enigszins buigbaar en flexibel

Enigszins buigbare en flexibele formaten (houders en bakken, tubes, folie, flexibel folie) van aluminium

—

7

Kunststof

Harde PET

Flessen en flacons

Transparant helder/gekleurd, ondoorzichtig

8

Kunststof

Harde PET

Harde formaten, andere dan flessen en flacons (met inbegrip van potjes, vaatjes, potten, bekers, enkel- en meerlagige bakken en houders, spuitbussen)

Transparant helder/gekleurd, ondoorzichtig

9

Kunststof

Flexibele PET

Folies

Natuurlijk/gekleurd

10

Kunststof

Harde PE

Houders, flessen, bakken, potten en tubes

Natuurlijk/gekleurd

11

Kunststof

Flexibele PE

Folies, met inbegrip van meerlagige verpakkingen en verpakkingen van meerdere materialen

Natuurlijk/gekleurd

12

Kunststof

Harde PP

Houders, flessen, bakken, potten en tubes

Natuurlijk/gekleurd

13

Kunststof

Flexibele PP

Folies, met inbegrip van meerlagige verpakkingen en verpakkingen van meerdere materialen

Natuurlijk/gekleurd

14

Kunststof

Harde HDPE en PP

Kratten en pallets, kunststof golfkarton

Natuurlijk/gekleurd

15

Kunststof

Harde PS en XPS

Harde formaten (met inbegrip van zuivelverpakkingen, bakken, bekers en andere voedselverpakkingen)

Natuurlijk/gekleurd

16

Kunststof

Harde EPS

Harde formaten (met inbegrip van viskisten/witgoed en bakken)

Natuurlijk/gekleurd

17

Kunststof

Overige harde kunststoffen (bv. pvc en PC), met inbegrip van harde materialen van gemengde samenstelling

Harde formaten, met inbegrip van bergingsmiddelen voor bulkgoederen en vaten

—

18

Kunststof

Overige flexibele kunststoffen, met inbegrip van flexibele materialen van gemengde samenstelling

Zakjes, blisterverpakkingen, thermisch gevormde verpakkingen, vacuümverpakkingen, verpakkingen met gewijzigde atmosfeer/gewijzigde vochtigheid, met inbegrip van flexibele bergingsmiddelen voor bulkgoederen, zakken, stretchfolies

—

19

Kunststof

Harde biologisch afbreekbare kunststoffen (1)(bv. PLA en PHB) en flexibele biologisch afbreekbare kunststoffen (bv. PLA)

Harde en flexibele formaten

—

20

Hout, kurk

Houten verpakkingen, met inbegrip van kurk

Pallets, dozen, kratten

—

21

Textiel

Natuurlijke en synthetische textielvezels

Zakken

—

22

Keramiek of porseleinen aardewerk

Klei, steen

Potten, houders, flessen

—

Tabel 2

Indicatieve lijst van verpakkingsmaterialen en verpakkingscategorieën als bedoeld in artikel 6

Materialen

Categorieën

Link met tabel 1, bijlage II

Kunststof

Harde PET

categorieën 7, 8

Harde PE, harde PP, HDPE en harde PP

categorieën 10, 12, 14

Folies/flexibel

categorieën 9, 11, 13, 18

PS, XPS, EPS

categorieën 15, 16

Overige harde kunststof

categorie 17

Biologisch afbreekbaar (hard en flexibel)

categorie 19

Papier/karton

Papier/karton (met uitzondering van karton voor vloeistoffen)

categorieën 2, 3

Karton voor vloeistoffen

categorie 3

Metaal

Aluminium

categorieën 5, 6

Staal

categorie 4

Glas

Glas

categorie 1

Hout

Hout, kurk

categorie 20

Overige

Textiel, keramiek/porselein en andere

categorieën 21, 22

Tabel 3

Prestatieklassen voor recyclebaarheid

De recyclebaarheid van verpakkingen moet worden uitgedrukt in prestatieklasse A, B of C.

Vanaf 2030 zijn de prestaties op het gebied van recyclebaarheid gebaseerd op ontwerpcriteria voor recycling. De ontwerpcriteria voor recycling waarborgen de circulariteit van het gebruik van de resulterende secundaire grondstoffen van voldoende kwaliteit om de primaire grondstoffen te vervangen.

De beoordeling op basis van ontwerpcriteria voor recycling wordt uitgevoerd voor elke verpakkingscategorie van tabel 1, rekening houdend met de in artikel 6, lid 4, vastgelegde methode en de daarmee verband houdende gedelegeerde handelingen, alsook met de parameters die zijn vastgelegd in tabel 4. Na weging van de criteria per verpakkingseenheid wordt deze ingedeeld in categorie A, B of C. Verpakkingseenheden die voor minder dan 70 % aan de prestatieklasse voor recyclebaarheid voldoen, vallen buiten de prestatieklassen voor recyclebaarheid, en zullen derhalve als technisch niet-recyclebaar worden beschouwd en worden beperkt in de handel gebracht.

Vanaf 2035 wordt een nieuw criterium aan de beoordeling van de recyclebaarheid van verpakkingen toegevoegd, namelijk de beoordeling “recycling op grote schaal”. Dientengevolge wordt een nieuwe beoordeling verricht op basis van de hoeveelheid (het gewicht) materiaal die daadwerkelijk wordt gerecycled, voor elke verpakkingscategorie overeenkomstig de methodiek die is vastgelegd in de krachtens artikel 6, lid 5, vastgestelde uitvoeringshandelingen. De drempelwaarden voor de jaarlijkse gerecyclede verpakkingsmaterialen voor conformiteit met de beoordeling “recycling op grote schaal” worden vastgesteld met inachtneming van de in artikel 3, lid 1, punt 39), vastgelegde doelstellingen.

2030

2035

2038

Prestatieklasse voor recyclebaarheid

Ontwerp voor recycling

Beoordeling van de recyclebaarheid per eenheid, in gewichtspercent

Prestatieklasse voor recyclebaarheid (voor ontwerp van recycling)

Ontwerp voor recycling

Beoordeling van de recyclebaarheid per eenheid, in gewichtspercent

Prestatieklassen voor recyclebaarheid (ter beoordeling van “recycling op grote schaal”)

Prestatieklasse voor recyclebaarheid

Ontwerp voor recycling

Beoordeling van de recyclebaarheid per eenheid, in gewichtspercent

Prestatieklassen voor recyclebaarheid (ter beoordeling van “recycling op grote schaal”)

Klasse A

95 gewichtspercent of meer

Klasse A

95 gewichtspercent of meer

Klasse A RaS

Klasse A

95 gewichtspercent of meer

Klasse A RaS

Klasse B

80 gewichtspercent of meer

Klasse B

80 gewichtspercent of meer

Klasse B RaS

Klasse B

80 gewichtspercent of meer

Klasse B RaS

Klasse C

70 gewichtspercent of meer

Klasse C

70 gewichtspercent of meer

Klasse C RaS

Klasse C

KAN NIET IN DE HANDEL WORDEN GEBRACHT

70 gewichtspercent of meer

Klasse C RaS

TECHNISCH NIET-RECYCLEBAAR

minder dan 70 gewichtspercent

TECHNISCH NIET-RECYCLEBAAR

minder dan 70 gewichtspercent

GEEN RECYCLING OP GROTE SCHAAL

(onder de drempels van artikel 3, lid 1, punt 39)).

TECHNISCH NIET-RECYCLEBAAR

minder dan 70 gewichtspercent

GEEN RECYCLING OP GROTE SCHAAL

(onder de drempels van artikel 3, lid 1, punt 39)).

Tabel 4

Niet-limitatieve lijst van parameters voor het vaststellen van ontwerpcriteria voor recycling op grond van artikel 6

De lijst in deze tabel bis wordt gebruikt als basis voor de vaststelling van ontwerpcriteria voor recycling, zoals uiteengezet in artikel 6, lid 4. Vervolgens worden de ontwerpcriteria voor recycling gebruikt voor de berekeningen die leiden tot de in tabel 3 vermelde prestatieklassen. Voorts wordt bij de beoordeling van de parameters van die lijst rekening gehouden met:

—

de scheidbaarheid van verpakkingsonderdelen, handmatig door eindgebruikers of in verwerkingsinstallaties;

—

de efficiëntie van sorteer- en recyclingprocessen, bijvoorbeeld de opbrengst;

—

de ontwikkelingen op het vlak van sorteer- en recyclingtechnologieën (voor het geval de verpakking nu nog niet kan worden gesorteerd maar over twee jaar wel), en

—

het behoud van de functionaliteit van secundaire grondstoffen waardoor vervanging van primaire grondstoffen mogelijk wordt.

De verpakkingsfunctionaliteit die de verpakking geboden wordt door de volgende parameters moet in aanmerking worden genomen bij de vaststelling van ontwerpcriteria voor recycling.

Parameters voor ontwerpcriteria voor recycling

Relevantie van de parameter

Additieven

Additieven betreffen veelal stoffen die worden toegevoegd aan materialen om die specifieke eigenschappen te verlenen. De aanwezigheid van additieven in verpakkingen kan leiden tot een onjuiste sortering van de verpakkingsmaterialen tijdens het sorteerproces en vervolgens tot verontreiniging van de secundaire grondstoffen die hiervan het resultaat zijn.

Etiketten

De mate van bedekking door etiketten kan van invloed zijn op de efficiëntie van het sorteerproces. Materiaal waarvan het etiket is gemaakt en het type lijm of kleefstof is ook van invloed op de kwaliteit van de secundaire grondstof.

Wikkels

De mate van bedekking van het hoofddeel van de verpakking door de wikkel is van invloed op de sorteermogelijkheden. Bovendien kan het gebruik van wikkels van invloed zijn op de mogelijkheid om deze van het hoofddeel van de verpakking te scheiden.

Het materiaal waarvan de wikkel gemaakt is, kan van invloed zijn op zowel de sorteerbaarheid als de recyclebaarheid van de verpakking.

Sluitingen en andere kleine verpakkingsonderdelen

Sluitingen betreffen de onderdelen die gebruikt worden om de verpakking te sluiten of te verzegelen. Er kan sprake zijn van verschillende soorten sluitingen, hard of flexibel, zoals knoeibestendige krimpfolie, voeringen, doppen, deksels, verzegelingen, afsluiters, enz.

Het materiaal waarvan de sluiting gemaakt is, kan van invloed zijn op zowel de sorteerbaarheid als de recyclebaarheid van de verpakking.

Niet stevig aan de verpakking bevestigde sluitingen kunnen tot extra zwerfafval leiden.

Kleine verpakkingsonderdelen die aan het hoofddeel van de verpakking zijn bevestigd, kunnen van invloed zijn op de scheidbaarheid en recyclebaarheid van de verpakking. Bovendien kunnen de onderdelen tijdens het sorteer- en recyclingproces verloren gaan.

Kleefstoffen

Kleefstoffen kunnen dusdanig worden toegepast dat ze eenvoudig kunnen worden gescheiden tijdens het recyclingproces of door de eindgebruiker, of dusdanig dat zij geen afbreuk doen aan de efficiëntie van het sorteer- en recyclingproces. De aanwezigheid van resten kleefstof op de verpakking kan afbreuk doen aan de kwaliteit (zuiverheid) van de secundaire grondstoffen.

Met afwasbare kleefstoffen kan worden gezorgd voor scheidbaarheid van het hoofddeel van de verpakking en voor afwezigheid van kleefstofresiduen in de secundaire grondstof.

Kleurstoffen

Kleurstoffen geven het verpakkingsmateriaal kleur.

De aanwezigheid van sterk gekleurde materialen in papier en kunststof kan problemen opleveren tijdens de sortering en afbreuk doen aan de kwaliteit van secundaire grondstoffen.

Materiële samenstelling

De voorkeur wordt gegeven aan het gebruik van monomaterialen of eenvoudig van elkaar te scheiden combinaties van materialen, die gegarandeerd grote hoeveelheden secundaire grondstoffen opleveren.

Barrières/coatings

Het ter verlening van barrière-eigenschappen toegevoegde materiaal of dito stof (barrière), of een verscheidenheid aan op het oppervlak aangebrachte materialen om het andere eigenschappen te geven (coating).

De aanwezigheid van barrières of coatings in verpakkingen kan de recycling bemoeilijken. Combinaties die een hoge opbrengst aan secundaire grondstoffen garanderen, verdienen de voorkeur.

Inkten en lakken/afdrukken/coderingen

Inkten en lakken zijn mengsels van kleurstoffen met andere stoffen die op het materiaal worden aangebracht door middel van een druk- of coatingprocedé (inkt), of een in een vluchtig oplosmiddel opgeloste beschermende coating van hars of cellulose-ester, of beide, (lak). Coderingen zijn rechtstreeks op verkoopverpakkingen aangebrachte bedrukkingen, ter codering van partijen en ter aanbrenging van andere informatie en merktekens.

Het gebruik van inkten met zorgwekkende stoffen belemmert de recycling, omdat verpakkingen met dit soort inkten niet kunnen worden gerecycled. Drukinkten die vrijkomen, kunnen de recyclingstroom verontreinigen via het waswater. Evenzo kunnen drukinkten die niet vrijkomen, afbreuk doen aan de transparantie van de recyclingstroom.

Productresten/leeggemak

Residuen van de inhoud van de verpakking kunnen van invloed zijn op de sorteerbaarheid en recyclebaarheid van de verpakking. Het ontwerp van de verpakking moet het legen van de inhoud gemakkelijk maken zodat de verpakking bij het weggooien volledig leeg is.

Eenvoudige ontmanteling

Onderdelen die stevig aan elkaar zijn bevestigd, kunnen van invloed zijn op de sorteerbaarheid en recyclebaarheid van de verpakking. Verpakkingen kunnen dusdanig worden ontworpen dat het eenvoudiger wordt verschillende componenten te scheiden in verschillende materiaalstromen.


(1)  Deze categorie bevat kunststoffen die gemakkelijk biologisch afbreekbaar zijn (d.w.z. kunststoffen die met biologische processen aantoonbaar voor meer dan 90 % van het oorspronkelijke materiaal binnen zes maanden kunnen worden omgezet in CO2, water en mineralen), ongeacht de voor de productie ervan gebruikte grondstof. Biogebaseerde polymeren die niet gemakkelijk biologisch afbreekbaar zijn, vallen onder de andere desbetreffende kunststofcategorieën.

BIJLAGE III Composteerbare verpakkingen

BIJLAGE III

Composteerbare verpakkingen

Mogelijke voorwaarden om het gebruik van composteerbare verpakkingsformaten verplicht te stellen of in te voeren:

a)

de verpakking had niet kunnen worden ontworpen als herbruikbare verpakking, of de producten hadden zonder verpakking niet in de handel kunnen worden gebracht;

b)

de verpakking is ontworpen om aan het einde van de levensduur ervan in de organische afvalstroom terecht te komen;

c)

de verpakking is dusdanig biologisch afbreekbaar dat zij fysisch of biologisch kan worden afgebroken, onder meer door middel van anaerobe vergisting, en wordt uiteindelijk omgezet in koolstofdioxide en water, nieuwe microbiële biomassa, minerale zouten en, in afwezigheid van zuurstof, methaan;

d)

het gebruik van de verpakking leidt tot een aanzienlijke toename van de inzameling van organisch afval in vergelijking met het gebruik van niet-composteerbare verpakkingsmaterialen;

e)

het gebruik van de verpakking leidt tot aanzienlijk minder verontreiniging van compost met niet-composteerbare verpakkingen en veroorzaakt geen problemen bij de verwerking van bioafval;

f)

het gebruik van de verpakking leidt niet tot een toename van de verontreiniging van niet-composteerbare verpakkingsafvalstromen.

BIJLAGE IV Beoordelingsmethode voor de minimalisering van verpakkingen

BIJLAGE IV

Beoordelingsmethode voor de minimalisering van verpakkingen

BIJLAGE V Beperking van het gebruik van verpakkingsformaten

BIJLAGE V

Beperking van het gebruik van verpakkingsformaten

 

Verpakkingsformaat

Beperkt gebruik

Illustratief voorbeeld

1.

Kunststof verzamelverpakkingen voor eenmalig gebruik

Op het verkooppunt gebruikte kunststof verpakkingen voor eenmalig gebruik om in flessen, blikken, potten en pakketten verkochte goederen te bundelen als gemaksverpakking teneinde de consumenten in staat te stellen of aan te moedigen om meer dan één product te kopen. Verzamelverpakkingen die nodig zijn om de hantering te vergemakkelijken, vallen hier niet onder.

Wikkelfolie, krimpfolie

2.

Kunststof verpakkingen voor eenmalig gebruik voor onbewerkte verse groenten en onbewerkt vers fruit

Kunststof verpakkingen voor eenmalig gebruik voor minder dan 1,5  kg voorverpakte verse groenten en fruit. De lidstaten kunnen voorzien in vrijstellingen van deze beperking indien is aangetoond dat er een noodzaak is om waterverlies of turgescentieverlies, microbiologische gevaren of fysieke schokken, of oxidatie te voorkomen, of indien er geen andere mogelijkheid is om overeenkomstig de voorschriften van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad (1) wat betreft certificering of etikettering, te voorkomen dat biologisch fruit en biologische groenten vermengd raken met niet-biologisch fruit en niet-biologische groenten, zonder dat dit onevenredige economische en administratieve kosten met zich meebrengt.

Netten, zakken, bakjes, potten

3.

Kunststof verpakkingen voor eenmalig gebruik

Kunststof verpakkingen voor eenmalig gebruik voor voedsel en dranken die worden gevuld en geconsumeerd op locaties in de horecasector, met inbegrip van alle eetruimten binnen en buiten een bedrijfsruimte die is voorzien van tafels en zitplekken of staanplaatsen, en van eetruimten die door verschillende marktdeelnemers of derden samen worden aangeboden voor de consumptie van voedsel en dranken. Inrichtingen in de horecasector die geen toegang hebben tot drinkwater, zijn vrijgesteld.

Bakjes, borden en bekers voor eenmalig gebruik, zakken, dozen

4.

Kunststof verpakkingen voor eenmalig gebruik voor smaakstoffen, conserven, sauzen, koffiemelk, suiker en kruiderijen in de horecasector

Kunststof verpakkingen voor eenmalig gebruik in de horecasector die afzonderlijke porties of maaltijden bevatten of gebruikt worden voor smaakstoffen, conserven, sauzen, koffiemelk, suiker en kruiderijen, behalve in de volgende gevallen:

a)

die verpakkingen worden verstrekt samen met kant-en-klare afhaalmaaltijden die bestemd zijn voor onmiddellijke consumptie zonder dat verdere bereiding nodig is;

b)

die verpakkingen zijn nodig om de veiligheid en hygiëne te waarborgen in plekken waar geïndividualiseerde zorg medisch vereist is, zoals ziekenhuizen, klinieken en verpleeghuizen.

Zakjes, potten, bakjes, dozen

5.

Verpakkingen voor eenmalig gebruik in de accomodatiesector bestemd voor individuele boekingen

Verpakkingen voor eenmalig gebruik voor cosmetica, hygiëne- en toiletartikelen voor gebruik in de accommodatiesector, zoals beschreven in NACE Rev. 2 — statistische nomenclatuur van de economische activiteiten, uitsluitend bestemd voor een individuele boeking en bestemd om te worden weggegooid voordat de volgende gast aankomt.

Shampooflessen, flessen voor hand- of bodylotion, zakjes voor stukken zeep

6.

Zeer lichte kunststof draagtassen

Zeer lichte kunststof draagtassen, behalve zeer lichte kunststof draagtassen die om hygiënische redenen zijn vereist of als verkoopverpakking voor losse levensmiddelen worden verstrekt als dit helpt om voedselverspilling te voorkomen.

Zeer dunne zakken voor grote aankopen


(1)  Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (PB L 150 van 14.6.2018, blz. 1).

BIJLAGE VI Specifieke eisen voor systemen voor hergebruik en navulstations

BIJLAGE VI

Specifieke eisen voor systemen voor hergebruik en navulstations

BIJLAGE VII Conformiteitsbeoordelingsprocedure

BIJLAGE VII

Conformiteitsbeoordelingsprocedure

BIJLAGE VIII EU-conformiteitsverklaring nr. … ( *1 )

BIJLAGE VIII

EU-conformiteitsverklaring nr. … (*1)

1.   

Nr …. (uniek identificatienummer van het product):

2.   

Naam en adres van de fabrikant en in voorkomend geval van de gemachtigd vertegenwoordiger van de fabrikant:

3.   

De conformiteitsverklaring wordt verstrekt onder volledige verantwoordelijkheid van de fabrikant.

4.   

Voorwerp van de verklaring (beschrijving aan de hand waarvan de verpakking kan worden getraceerd): beschrijving van de verpakking:

5.   

Het in punt 4 bedoelde voorwerp van de verklaring is in overeenstemming met de toepasselijke harmonisatiewetgeving van de Unie: … (verwijzing naar de toegepaste handelingen van de Unie).

6.   

Vermelding van de toegepaste geharmoniseerde normen of van de gebruikte gemeenschappelijke specificaties of van de andere technische specificaties waarop de conformiteitsverklaring betrekking heeft:

7.   

In voorkomend geval de aangemelde instantie … (naam, adres, nummer) … heeft … (werkzaamheden beschrijven) … uitgevoerd en het volgende certificaat/de volgende certificaten verstrekt: … (details van het certificaat, met inbegrip van de datum van het certificaat, en, in voorkomend geval, informatie over de duur en de voorwaarden van de geldigheid).

8.   

Aanvullende informatie:

Ondertekend voor en namens:

(plaats en datum van afgifte):

(naam, functie) (handtekening):


(*1)  (identificatienummer van de verklaring)

BIJLAGE IX Informatie voor registratie in en verslaglegging aan het in artikel 44 bedoelde register

BIJLAGE IX

Informatie voor registratie in en verslaglegging aan het in artikel 44 bedoelde register

BIJLAGE X

BIJLAGE X

Minimumeisen voor statiegeldsystemen

Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:

“systeembeheerder”: een natuurlijke of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor het opzetten of exploiteren van een statiegeldsysteem in een lidstaat.

Algemene minimumeisen voor statiegeldsystemen

De lidstaten waarborgen dat de op hun grondgebied opgezette statiegeldsystemen aan de volgende minimumeisen voldoen:

a)

er wordt een systeembeheerder opgericht of gemachtigd, of, indien er meer dan één systeembeheerder is, neemt de lidstaat maatregelen om te coördineren tussen de verschillende systeembeheerders;

b)

de governanceregels en de daaraan gerelateerde werkingsregels van het statiegeldsysteem maken het mogelijk dat alle marktdeelnemers die aan het systeem willen deelnemen, onder eerlijke voorwaarden gelijke toegang tot het systeem kunnen krijgen, mits zij verpakkingen op de markt aanbieden die behoren tot een soort verpakking of een verpakkingscategorie waarvoor het systeem geldt;

c)

er worden controleprocedures en meldingssystemen opgezet waarmee de systeembeheerder gegevens kan verkrijgen over de inzameling van verpakkingen die onder het statiegeldsysteem vallen;

d)

er wordt een minimumniveau voor inlevering vastgesteld dat voldoende is om de vereiste inzamelingspercentages te realiseren;

e)

er worden minimumeisen inzake de financiële draagkracht van de systeembeheerder vastgesteld zodat de systeembeheerder zijn taken kan uitvoeren;

f)

de systeembeheerder is een onafhankelijke rechtspersoon zonder winstoogmerk;

g)

de systeembeheerder voert alleen taken uit die voortvloeien uit de voorschriften van deze verordening en eventuele aanvullende taken in verband met de coördinatie en exploitatie van het door de lidstaten ingestelde statiegeldsysteem;

h)

de systeembeheerder coördineert de werking van het statiegeldsysteem;

i)

de systeembeheerder bewaart het volgende op schrift:

i)

een statuut tot vaststelling van de interne organisatie van het systeem;

ii)

gegevens over de manier waarop het systeem wordt gefinancierd;

iii)

een verklaring waaruit blijkt dat het statiegeldsysteem voldoet aan de eisen van deze verordening en aan eventuele aanvullende eisen die zijn vastgesteld in de lidstaat waar het statiegeldsysteem van kracht is;

j)

een voldoende deel van de jaaromzet van de systeembeheerder wordt gebruikt voor voorlichtingscampagnes over het beheer van verpakkingsafval;

k)

systeembeheerders verstrekken alle informatie waar de bevoegde autoriteiten van een lidstaat waarin het statiegeldsysteem van kracht is, om verzoeken teneinde de naleving van de eisen van deze bijlage te controleren;

l)

de lidstaten zorgen ervoor dat einddistributeurs verplicht zijn statiegeldverpakkingen van het verpakkingsmateriaal en -formaat dat zij verdelen te accepteren en eindgebruikers het statiegeld terug te geven wanneer de statiegeldverpakking wordt ingeleverd, tenzij eindgebruikers over even toegankelijke middelen beschikken om het statiegeld na het gebruik van de statiegeldverpakking terug te laten betalen via een van de inzamelkanalen die, wat betreft verpakkingen van levensmiddelen, recycling van levensmiddelenkwaliteit waarborgen en daartoe door de nationale autoriteiten zijn erkend.

Deze verplichting geldt niet wanneer de verkoopoppervlakte eindgebruikers niet in staat stelt statiegeldverpakkingen in te leveren. Einddistributeurs moeten lege verpakkingen van de door henzelf verkochte producten evenwel altijd terugnemen;

m)

de eindgebruiker kan de statiegeldverpakking inleveren zonder goederen te hoeven kopen; het statiegeld wordt aan de eindgebruiker teruggegeven;

n)

alle statiegeldverpakkingen die moeten worden ingezameld in het kader van een statiegeldsysteem zijn duidelijk geëtiketteerd, zodat eindgebruikers gemakkelijk kunnen vaststellen dat die verpakkingen moeten worden ingeleverd;

o)

de tarieven zijn transparant.

Naast de minimumeisen kunnen de lidstaten waar nodig aanvullende eisen vaststellen om ervoor te zorgen dat de doelstellingen van deze verordening worden verwezenlijkt, met name wat betreft het verbeteren van de zuiverheid van ingezameld verpakkingsafval, het terugdringen van zwerfvuil of het verwezenlijken van andere doelstellingen van de circulaire economie.

Lidstaten met regio’s met intensieve grensoverschrijdende handel moeten ervoor zorgen dat de statiegeldsystemen voorzien in de mogelijkheid om verpakkingen uit andere lidstaten in te leveren bij aangewezen inzamelpunten, en moeten ernaar streven het mogelijk te maken om het statiegeld terug te krijgen dat aan de eindgebruiker in rekening werd gebracht bij de aankoop van de verpakking.

BIJLAGE XI Krachtens artikel 52, lid 2, punt d), in te dienen uitvoeringsplan

BIJLAGE XI

Krachtens artikel 52, lid 2, punt d), in te dienen uitvoeringsplan

Het krachtens artikel 52, lid 2, punt d), in te dienen uitvoeringsplan bevat het volgende:

a)

een beoordeling van de percentages gerecycled, gestort of anderszins verwerkt verpakkingsafval en de stromen waaruit dat bestaat in het verleden, het heden en de toekomst;

b)

een beoordeling van de uitvoering van afvalbeheersplannen en afvalpreventieprogramma’s die zijn opgezet krachtens de artikelen 28 en 29 van Richtlijn 2008/98/EG;

c)

de redenen waarom de lidstaat van mening is dat hij wellicht niet in staat zal zijn de desbetreffende in artikel 52, lid 1, punt b) of punt d), vastgelegde doelstelling te halen binnen de in dat artikel vastgelegde termijn, en een raming van de extra tijd die nodig is om die doelstelling te halen;

d)

maatregelen die nodig zijn om de in artikel 52, lid 1, punt b) of punt d), van deze verordening vastgelegde doelstellingen te halen die van toepassing zijn op de lidstaat gedurende die uitstelperiode, met inbegrip van passende economische instrumenten en andere maatregelen om de toepassing van de afvalhiërarchie als bedoeld in artikel 4 van Richtlijn 2008/98/EG te stimuleren;

e)

een tijdschema voor de tenuitvoerlegging van de in punt d) bedoelde maatregelen, het orgaan dat bevoegd is voor de tenuitvoerlegging ervan, en een beoordeling van de afzonderlijke bijdrage ervan aan het halen van de doelstellingen die in geval van uitstel van toepassing zijn;

f)

informatie over de financiering van het afvalbeheer in overeenstemming met het beginsel dat de vervuiler betaalt;

g)

maatregelen om in voorkomend geval de kwaliteit van gegevens te verbeteren met het oog op betere prestaties bij de planning en monitoring van afvalbeheer.

BIJLAGE XII Door de lidstaten in hun databanken op te nemen gegevens over verpakking en verpakkingsafval (overeenkomstig de tabellen 1 tot en met 4)

BIJLAGE XII

Door de lidstaten in hun databanken op te nemen gegevens over verpakking en verpakkingsafval (overeenkomstig de tabellen 1 tot en met 4)

1.   

Voor verkoopverpakkingen, verzamelverpakkingen en verzendverpakkingen:

a)

de hoeveelheid gegenereerde verpakking binnen een lidstaat (geproduceerde, ingevoerde en opgeslagen hoeveelheid met aftrek van de uitgevoerde hoeveelheid) voor elke verpakkingscategorie (tabel 1);

b)

de hoeveelheid herbruikbare verpakkingen (tabel 2).

2.   

Voor afval van verkoopverpakkingen, verzamelverpakkingen en verzendverpakkingen:

a)

voor elke verpakkingscategorie (tabel 3):

i)

de hoeveelheden verpakkingen die voor het eerst op het grondgebied van een lidstaat zijn aangeboden of verpakkingen waarvan producten zijn uitgepakt door een producent die geen eindgebruiker is;

ii)

de hoeveelheid geproduceerd verpakkingsafval;

iii)

de hoeveelheden verpakkingen die worden verwijderd, teruggewonnen en gerecycled;

b)

het jaarlijkse verbruik van zeer lichte, lichte en dikke kunststof draagtassen per hoofd van de bevolking, voor elke categorie afzonderlijk, overeenkomstig artikel 56, lid 1, punt b) (tabel 4);

c)

het percentage gescheiden ingezameld afval van de verpakkingsformaten die onder de in artikel 50, lid 1, bedoelde statiegeldsystemen vallen (tabel 5).

Tabel 1

Hoeveelheid op het grondgebied van de lidstaat geproduceerde verpakkingen (verkoop-, verzamel- en verzendverpakkingen)

 

Geproduceerde hoeveelheid (ton)

– uitgevoerde hoeveelheid (ton)

+ ingevoerde hoeveelheid (ton)

+ opgeslagen hoeveelheid (ton)

= totaal

Glas

 

 

 

 

 

Kunststof

 

 

 

 

 

Papier/karton

 

 

 

 

 

Ferrometalen

 

 

 

 

 

Aluminium

 

 

 

 

 

Hout

 

 

 

 

 

Andere

 

 

 

 

 

Totaal

 

 

 

 

 


Tabel 2

De totale hoeveelheid herbruikbare verpakkingen (verkoop-, verzamel- en verzendverpakkingen) die voor het eerst op het grondgebied van de lidstaat worden aangeboden

 

De hoeveelheden verpakking die voor het eerst op het grondgebied van een lidstaat worden aangeboden

Herbruikbare verpakkingen

Herbruikbare verkoopverpakkingen

Ton

Percentage van de totale hoeveelheid herbruikbare verpakkingen

Ton

Percentage van de totale hoeveelheid herbruikbare verkoopverpakking

Glas

 

 

 

 

 

Kunststof

 

 

 

 

 

Papier/karton

 

 

 

 

 

Ferrometalen (met inbegrip van blik)

 

 

 

 

 

Aluminium

 

 

 

 

 

Hout

 

 

 

 

 

Andere

 

 

 

 

 

Totaal

 

 

 

 

 


Tabel 3

Hoeveelheden per categorie verpakkingen, als bedoeld in tabel 2 van bijlage II, van de verpakkingen die voor het eerst op het grondgebied van de lidstaat worden aangeboden; verpakkingen waarvan producten zijn uitgepakt door een producent die geen eindgebruiker is; het geproduceerde verpakkingsafval, en de op het grondgebied van de lidstaat verwijderde, teruggewonnen en gerecyclede verpakkingsafval dat is uitgevoerd

Materiaal

Categorie

Hoeveelheden die voor het eerst op het grondgebied van een lidstaat zijn aangeboden of uitgepakt (ton)

Geproduceerd verpakkingsafval (ton)

Totale verpakkingen verwijderd afval (ton)

Totaal verpakkingsafval teruggewonnen (ton)

Totale verpakkingen gerecycled afval (ton)

Totale verpakkingen verwijderd afval (ton)

Totaal verpakkingsafval teruggewonnen (ton)

Totale verpakkingen gerecycled afval (ton)

Op het grondgebied van de lidstaat

Buiten het grondgebied van de lidstaat

Kunststof

Harde PET

 

 

 

 

 

 

 

 

Harde PE, harde PP, HDPE en harde PP

 

 

 

 

 

 

 

 

Folies/flexibel

 

 

 

 

 

 

 

 

PS, XPS, EPS

 

 

 

 

 

 

 

 

Overige harde kunststof

 

 

 

 

 

 

 

 

Biologisch afbreekbaar (hard en flexibel)

 

 

 

 

 

 

 

 

Papier/karton

Papier/karton (met uitzondering van karton voor vloeistoffen)

 

 

 

 

 

 

 

 

Karton voor vloeistoffen

 

 

 

 

 

 

 

 

Metaal

Aluminium

 

 

 

 

 

 

 

 

Staal

 

 

 

 

 

 

 

 

Glas

Glas

 

 

 

 

 

 

 

 

Hout

Hout, kurk

 

 

 

 

 

 

 

 

Overige

Textiel, keramiek/porselein en andere

 

 

 

 

 

 

 

 


Tabel 4

Hoeveelheid verbruikte zeer lichte, lichte, dikke en zeer dikke kunststof draagtassen op het grondgebied van de lidstaat, per hoofd van de bevolking

 

Op het grondgebied van de lidstaat verbruikte kunststof draagtassen

Aantal per hoofd van de bevolking

Ton per hoofd van de bevolking

Zeer lichte kunststof draagtassen

Kunststof draagtassen met een wanddikte van minder dan 15 micron

 

 

Lichte kunststof draagtassen

Kunststof draagtassen met een wanddikte van minder dan 50 micron

 

 

Dikke kunststof draagtassen

Kunststof draagtassen met een wanddikte van 50 tot 99 micron

 

 


Tabel 5

Percentage gescheiden ingezameld afval van de verpakkingsformaten die onder de in artikel 50, lid 1, bedoelde statiegeldsystemen vallen

 

Voor het eerst op het grondgebied van de lidstaat aangeboden verpakkingen (ton)

Gescheiden ingezameld afval op het grondgebied van de lidstaat in het kader van het statiegeldsysteem (ton)

Kunststof drankflessen voor eenmalig gebruik met een inhoud van maximaal drie liter

 

 

Metalen drankverpakkingen voor eenmalig gebruik met een inhoud van maximaal drie liter

 

 

BIJLAGE XIII Concordantietabel

BIJLAGE XIII

Concordantietabel

Richtlijn 94/62/EG

Deze verordening

Artikel 1, lid 1

Artikel 1, leden 1 en 2

Artikel 1, lid 2

Artikel 1, lid 3

Artikel 2, lid 1

Artikel 2, lid 1

Artikel 2, lid 2

Artikel 2, lid 2

Artikel 3, punt 1, eerste alinea

Artikel 3, lid 1, punt 1)

Artikel 3, punt 1, tweede alinea, punt a)

Artikel 3, lid 1, punt 5)

Artikel 3, punt 1, tweede alinea, punt b)

Artikel 3, lid 1, punt 6)

Artikel 3, punt 1, tweede alinea, punt c)

Artikel 3, lid 1, punt 7)

Artikel 3, punt 1, derde alinea, i)

Artikel 3, lid 1, punt 1), a)

Artikel 3, punt 1, derde alinea, ii)

Artikel 3, lid 1, punt 1), d) en e)

Artikel 3, punt 1, derde alinea, iii)

Artikel 3, lid 1, punt 1), b) en c)

Artikel 3, punt 1 bis

Artikel 3, lid 1, punt 52)

Artikel 3, punt 1 ter

Artikel 3, lid 1, punt 55)

Artikel 3, punt 1 quater

Artikel 3, lid 1, punt 56)

Artikel 3, punt 1 quinquies

Artikel 3, lid 1, punt 57)

Artikel 3, punt 1 sexies

—

Artikel 3, punt 2

Artikel 3, lid 1, punt 25)

Artikel 3, punt 2 bis

Artikel 11, lid 1

Artikel 3, punt 2 ter

Artikel 3, lid 1, punt 24)

Artikel 3, punt 2 quater

Artikel 3, lid 1, punt 2), en artikel 3, lid 2

Artikel 3, punt 11

Artikel 3, lid 1, punt 12)

Artikel 3, punt 12

—

Artikel 4, lid 1, eerste alinea

Artikel 43, lid 5

Artikel 4, lid 1, tweede alinea

Artikel 43, lid 5

Artikel 4, lid 1, derde alinea

Artikel 43, lid 5

Artikel 4, lid 1 bis, eerste alinea

Artikel 34, lid 1, eerste alinea

Artikel 4, lid 1 bis, tweede alinea

Artikel 34, lid 2, tweede zin

Artikel 4, lid 1 bis, derde alinea

Artikel 34, lid 2, eerste zin

Artikel 4, lid 1 bis, vierde alinea, punt a)

Artikel 34, lid 1, tweede alinea

Artikel 4, lid 1 bis, vierde alinea, punt b), eerste zin

—

Artikel 4, lid 1 bis, vierde alinea, punt b), tweede zin

Artikel 34, lid 4

Artikel 4, lid 1 bis, vijfde alinea

Artikel 56, lid 1, punt b)

Artikel 4, lid 1 bis, zesde alinea

Artikel 56, lid 7, punt b)

Artikel 4, lid 1 ter

Artikel 34, lid 3

Artikel 4, lid 1 quater

Artikel 55, lid 1, punt e)

Artikel 4, lid 2

Artikel 10, lid 3

Artikel 5, lid 1, eerste zin

Artikel 51, lid 1

Artikel 5, lid 1, punt a)

Artikel 51, lid 2, punt a)

Artikel 5, lid 1, punt b)

Artikel 29, leden 15 en 16

Artikel 5, lid 1, punt c)

Artikel 51, lid 2, punt b)

Artikel 5, lid 1, punt d)

Artikel 51, lid 2, punt c)

Artikel 5, lid 2, eerste alinea

Artikel 54, lid 1, eerste alinea

Artikel 5, lid 2, tweede alinea, punt a)

Artikel 54, lid 1, tweede alinea, punt a)

Artikel 5, lid 2, tweede alinea, punt b)

Artikel 54, lid 1, tweede alinea, punt b)

Artikel 5, lid 2, derde alinea

Artikel 54, lid 1, derde alinea

Artikel 5, lid 3

Artikel 54, lid 2

Artikel 5, lid 4

Artikel 56, lid 7, punt a)

Artikel 5, lid 5

—

Artikel 6, lid 1, inleidende zin

Artikel 52, lid 1

Artikel 6, lid 1, punt a)

—

Artikel 6, lid 1, punt b)

—

Artikel 6, lid 1, punt c)

—

Artikel 6, lid 1, punt d)

—

Artikel 6, lid 1, punt e), i)

—

Artikel 6, lid 1, punt e), ii)

—

Artikel 6, lid 1, punt e), iii)

—

Artikel 6, lid 1, punt e), iv)

—

Artikel 6, lid 1, punt e), v)

—

Artikel 6, lid 1, punt f)

Artikel 52, lid 1, punt a)

Artikel 6, lid 1, punt g), i)

Artikel 52, lid 1, punt b), i)

Artikel 6, lid 1, punt g), ii)

Artikel 52, lid 1, punt b), ii)

Artikel 6, lid 1, punt g), iii)

Artikel 52, lid 1, punt b), iii)

Artikel 6, lid 1, punt g), iv)

Artikel 52, lid 1, punt b), iv)

Artikel 6, lid 1, punt g), v)

Artikel 52, lid 1, punt b), v)

Artikel 6, lid 1, punt g), vi)

Artikel 52, lid 1, punt b), vi)

Artikel 6, lid 1, punt h)

Artikel 52, lid 1, punt c)

Artikel 6, lid 1, punt i), i)

Artikel 52, lid 1, punt d), i)

Artikel 6, lid 1, punt i), ii)

Artikel 52, lid 1, punt d), ii)

Artikel 6, lid 1, punt i), iii)

Artikel 52, lid 1, punt d), iii)

Artikel 6, lid 1, punt i), iv)

Artikel 52, lid 1, punt d), iv)

Artikel 6, lid 1, punt i), v)

Artikel 52, lid 1, punt d), v)

Artikel 6, lid 1, punt i), vi)

Artikel 52, lid 1, punt d), vi)

Artikel 6, lid 1 bis, inleidende zin

Artikel 52, lid 2, inleidende zin

Artikel 6, lid 1 bis, punt a)

Artikel 52, lid 2, punt a)

Artikel 6, lid 1 bis, punt b)

Artikel 52, lid 2, punt b)

Artikel 6, lid 1 bis, punt c)

Artikel 52, lid 2, punt c)

Artikel 6, lid 1 bis, punt d)

Artikel 52, lid 2, punt d)

Artikel 6, lid 1 ter

Artikel 52, lid 3

Artikel 6, lid 1 quater

Artikel 52, lid 4

Artikel 6, lid 4, inleidende zin

Artikel 52, lid 5, inleidende zin

Artikel 6, lid 4, punt a)

Artikel 52, lid 5, punt a)

Artikel 6, lid 4, punt b)

Artikel 52, lid 5, punt b)

Artikel 6, lid 6

Artikel 46, lid 4

Artikel 6, lid 7

—

Artikel 6, lid 10

Artikel 52, lid 6

Artikel 6, lid 11

—

Artikel 6 bis, lid 1, inleidende zin

Artikel 53, lid 1

Artikel 6 bis, lid 1, punt a), eerste zin

Artikel 53, lid 2, eerste alinea

Artikel 6 bis, lid 1, punt a), tweede zin

Artikel 53, lid 2, tweede alinea, punten a) en b)

Artikel 6 bis, lid 1, punt b)

Artikel 53, lid 3

Artikel 6 bis, lid 2, eerste alinea

Artikel 53, lid 5, eerste alinea

Artikel 6 bis, lid 2, tweede alinea

Artikel 53, lid 5, tweede alinea

Artikel 6 bis, lid 2, tweede alinea, punt a)

Artikel 53, lid 5, tweede alinea, punt a)

Artikel 6 bis, lid 2, tweede alinea, punt b)

Artikel 53, lid 5, tweede alinea, punt b)

Artikel 6 bis, lid 3

Artikel 53, lid 6

Artikel 6 bis, lid 4

Artikel 53, lid 7

Artikel 6 bis, lid 5

Artikel 53, lid 8

Artikel 6 bis, lid 6

Artikel 53, lid 9

Artikel 6 bis, lid 7

Artikel 53, lid 10

Artikel 6 bis, lid 8

Artikel 53, lid 11

Artikel 6 bis, lid 9

Artikel 56, lid 7, punt a)

Artikel 6 ter

Artikel 41

Artikel 7, lid 1, eerste alinea

Artikel 48, leden 1 en 4

Artikel 7, lid 1, tweede alinea

Artikel 48, lid 5, punten a), b) en c), en artikel 48, lid 6

Artikel 7, lid 2

Artikelen 44 tot en met 47

Artikel 7, lid 3

Artikel 48, lid 5, punt b), en artikel 48, lid 1

Artikel 7, lid 4

Artikel 48, lid 7

Artikel 8, lid 1

—

Artikel 8, lid 2

Artikel 12, lid 1

Artikel 8, lid 3

Artikel 12, lid 5

Artikel 8 bis

Artikel 12, leden 1 en 6, en artikel 55, lid 1, punt f)

Artikel 9, lid 1

Artikel 4, lid 1, en de artikelen 5, 6, 7, 9, 10 en 11

Artikel 9, lid 2, punt a)

Artikel 36, lid 3

Artikel 9, lid 2, punt b)

—

Artikel 9, lid 3

—

Artikel 9, lid 4

Artikel 37, lid 2

Artikel 9, lid 5

—

Artikel 10

Artikel 6, lid 4, eerste alinea, artikel 9, lid 6, artikel 10, lid 3, en artikel 11, lid 2

Artikel 11, lid 1

Artikel 5, lid 4

Artikel 11, lid 2

—

Artikel 11, lid 3

Artikel 5, lid 7

Artikel 12, lid 1

Artikel 57, lid 1

Artikel 12, lid 2

Artikel 51, lid 2, punten a) en b)

Artikel 12, lid 3 bis, eerste alinea

Artikel 56, lid 1, punt a)

Artikel 12, lid 3 bis, tweede alinea

Artikel 56, lid 4

Artikel 12, lid 3 bis, derde alinea

Artikel 56, lid 3, punt a)

Artikel 12, lid 3 ter

Artikel 56, leden 5 en 6

Artikel 12, lid 3 quater

—

Artikel 12, lid 3 quinquies

Artikel 56, lid 7

Artikel 12, lid 4

Artikel 56, lid 8

Artikel 12, lid 6

Artikel 56, lid 8

Artikel 13, eerste alinea

Artikel 55, lid 1

Artikel 13, tweede alinea

—

Artikel 14

Artikel 42, lid 1

Artikel 15

—

Artikel 16, lid 1

—

Artikel 16, lid 2

—

Artikel 18

Artikel 4, leden 2, 3 en 4

Artikel 19, lid 1

—

Artikel 19, lid 2

—

Artikel 20

—

Artikel 20 bis, lid 1

—

Artikel 20 bis, lid 2

—

Artikel 20 bis, lid 3

—

Artikel 21, lid 1

Artikel 65, lid 1

Artikel 21, lid 2, eerste alinea

Artikel 65, lid 2

Artikel 21, lid 2, tweede alinea

—

Artikel 21 bis, lid 1

Artikel 64, lid 1

Artikel 21 bis, lid 2

Artikel 64, lid 2

Artikel 21 bis, lid 3

Artikel 64, lid 3

Artikel 21 bis, lid 4

Artikel 64, lid 4

Artikel 21 bis, lid 5

Artikel 64, lid 5

Artikel 21 bis, lid 6

Artikel 64, lid 6

Artikel 22, lid 1

—

Artikel 22, lid 2

—

Artikel 22, lid 3

—

Artikel 22, lid 3 bis, eerste alinea

—

Artikel 22, lid 3 bis, tweede alinea, punt a)

—

Artikel 22, lid 3 bis, tweede alinea, punt b)

—

Artikel 22, lid 3 bis, tweede alinea, punt c)

—

Artikel 22, lid 3 bis, tweede alinea, punt d)

—

Artikel 22, lid 3 bis, tweede alinea, punt e)

—

Artikel 22, lid 3 bis, tweede alinea, punt f)

—

Artikel 22, lid 4

—

Artikel 22, lid 5

—

Artikel 23

—

Artikel 24

Artikel 71, eerste alinea

Artikel 25

Artikel 71, vierde alinea

Bijlage I

Bijlage I

Bijlage II, punt 1, eerste streepje

Artikel 10 en bijlage IV

Bijlage II, punt 1, tweede streepje

Artikelen 5 en 6, artikel 11, lid 1, punt h), en artikel 48, lid 1

Bijlage II, punt 1, derde streepje

Artikel 5, lid 1

Bijlage II, punt 2

Artikel 11 en bijlage IV

Bijlage II, punt 3, a)

Artikel 6 en bijlage II

Bijlage II, punt 3, b)

—

Bijlage II, punt 3, c)

Artikel 3, punt 47), artikel 9 en bijlage III

Bijlage II, punt 3, d)

Artikel 3, punt 41), artikel 9 en bijlage II

Bijlage III

Bijlage XII

Bijlage IV

Bijlage XI

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis