VERORDENING (EU) 2025/2365 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 12 november 2025 inzake de voorkoming van het verlies van kunststofgranulaat om verontreiniging door microplastics te verminderen
VERORDENING (EU) 2025/2365 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 12 november 2025
inzake de voorkoming van het verlies van kunststofgranulaat om verontreiniging door microplastics te verminderen
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 192, lid 1,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),
Gezien het advies van het Comité van de Regio’s (2),
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (3),
Overwegende hetgeen volgt:
(1)
Microplastics zijn alomtegenwoordig en persistent, en hebben grensoverschrijdende effecten. Zij zijn schadelijk voor het milieu en mogelijk ook voor de menselijke gezondheid, des te meer wanneer er tijdens de productie en conversie schadelijke chemische additieven en andere zorgwekkende stoffen zijn toegevoegd. Microplastics worden makkelijk meegevoerd door de lucht, door oppervlaktewateren en oceaanstromingen, en door hun mobiliteit zijn ze des te schadelijker. Ze worden aangetroffen in de bodem, met inbegrip van landbouwgronden, meren, rivieren, estuaria, stranden, lagunes, zeeën, oceanen en in afgelegen, ooit ongerepte gebieden. Hun aanwezigheid in de bodem heeft gevolgen voor de bodemeigenschappen en brengt bodemveranderingen teweeg die een negatieve invloed hebben op de groei van sommige planten. De effecten van microplastics op het mariene milieu zijn reeds uitgebreid gedocumenteerd. Zodra zij in het mariene milieu aanwezig zijn, is het bijna onmogelijk om microplastics weer te verzamelen, en het is bekend dat zij door allerlei organismen en dieren worden opgenomen en daardoor schade toebrengen aan de biodiversiteit en de ecosystemen. Kunststofgranulaat kan tientallen jaren in het aquatisch milieu blijven bestaan, en de opname van kunststofgranulaat door zeedieren — zeevogels en zeeschildpadden in het bijzonder — kan lichamelijke letsels of de dood tot gevolg hebben. Microplastics zijn ook een oorzaak van klimaatverandering, omdat zij een extra bron van broeikasgasemissies vormen en extra druk leggen op ecosystemen. Dat microplastics het potentieel hebben om te fungeren als drager van geadsorbeerde giftige stoffen of ziekteverwekkende micro-organismen vormt een integraal deel van het probleem. Mensen worden via de lucht en voedselconsumptie aan microplastics blootgesteld. Het groeiende bewustzijn van de aanwezigheid van microplastics in de voedselketen kan het vertrouwen van de consument ondermijnen en economische gevolgen hebben. Activiteiten zoals de commerciële visserij en landbouw, maar ook recreatie en toerisme in gebieden die door de vrijgekomen microplastics worden aangetast, kunnen negatieve economische gevolgen ondervinden.
(2)
In een advies van 30 april 2019 getiteld “Environmental and health risks of microplastic pollution” (Milieu- en gezondheidsrisico’s van verontreiniging door microplastics) oordeelde de groep van wetenschappelijke hoofdadviseurs van de Commissie dat er “reële redenen tot bezorgdheid zijn die het nodig maken voorzorgsmaatregelen te treffen”.
(3)
Onder de noemer kunststofgranulaat vallen alle polymeerhoudende vormmaterialen, van primaire en/of secundaire oorsprong, ongeacht of ze zijn verkregen uit biomassa of bedoeld zijn om na verloop van tijd biologisch af te breken. Kunststofgranulaat is voornamelijk bedoeld voor de vervaardiging van kunststofproducten via vormgevingstechnieken; daarbij kan het gaan om het vormgieten in de strikte zin, extrusie, schuimtechnieken, folievorming, compressie of spuitgieten. Kunststofgranulaat kan ook worden gebruikt voor de vervaardiging van niet-kunststofproducten, waarbij het granulaat chemisch in een matrix wordt gebonden, zoals in lichtgewichtbeton, of fysiek in het product wordt verwerkt, zoals bij asfalt. Kunststofgranulaat kan chemische additieven bevatten en komt in verschillende groottes en vormen voor, zoals nurdles, granulaat, vlokken, hars, cilindervormige pellets, kralen, poeder, micropoeder, microkorrels en agglomeraten. Het heeft doorgaans een diameter van 2 tot 5 millimeter, hoewel een klein deel van het kunststofgranulaat kleiner of groter is.
(4)
Bij de hantering, vermaling of verwerking van kunststofgranulaat kan stof vrijkomen. Dit restmateriaal van het industrieproces wordt niet gebruikt voor de vervaardiging van kunststofproducten en valt dus niet onder de definitie van kunststofgranulaat in deze verordening. Dat dit stof vrijkomt is moeilijk te voorkomen, maar het kan wel tot een minimum worden beperkt. Als gezondheids- en veiligheidsmaatregel op de werkvloer moet dit stof met behulp van filters of opvangvoorzieningen worden verwijderd.
(5)
Het verlies van kunststofgranulaat vormt de op twee na grootste bron van microplastics die onbedoeld in het milieu terechtkomen in de Unie en doet zich voor door slechte hanteringspraktijken in alle stadia van de toeleveringsketen van kunststofgranulaat, onder meer bij productie, met inbegrip van recycling, master-dosering, menging, conversie, verwerking, distributie, vervoer, ook over zee, en andere logistieke activiteiten, opslag, verpakking, en de reiniging van containers en tanks voor kunststofgranulaat. Daarom is een benadering die is toegespitst op de volledige toeleveringsketen essentieel om ervoor te zorgen dat alle economische actoren die betrokken zijn bij de hantering van kunststofgranulaat zich inzetten om verlies te voorkomen. Sinds 2015 heeft de Europese kunststofproducerende industrie geleidelijk het internationale Operation Clean Sweep®-programma (OCS-programma) ingevoerd als vrijwillige toezegging. In het kader van dat programma erkennen de ondernemingen die kunststofgranulaat maken of hanteren dat het belangrijk is om kunststofgranulaatverlies tot nul terug te dringen en verbinden zij zich ertoe om beste praktijken toe te passen. Hoewel de ondertekenaars van het OCS-programma dergelijke praktijken over het algemeen goed begrijpen, werden zij niet op grote schaal ingevoerd. De invoering van het OCS-programma door de kunststofindustrie blijft beperkt.
(6)
De effecten van de verontreiniging door microplastics op het milieu en op de menselijke gezondheid hebben in de meeste delen van de wereld aanleiding gegeven tot bezorgdheid. Sommige lidstaten hebben specifieke maatregelen vastgesteld of voorgesteld. Een lappendeken van nationale beperkingen kan echter de werking van de interne markt belemmeren.
(7)
In een poging om de verontreiniging door kunststoffen aan te pakken, heeft de Commissie in haar mededeling van 16 januari 2018 met de titel “Een Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie” de risico’s van microplastics erkend en heeft zij opgeroepen tot innovatieve oplossingen die gericht zijn op de verschillende bronnen van microplastics. De Commissie heeft deze oproep herhaald in haar mededeling van 11 december 2019 over de Europese Green Deal, haar mededeling van 11 maart 2020 over het nieuwe actieplan voor een circulaire economie, en haar mededeling van 12 mei 2021 over het actieplan om de verontreiniging tot nul terug te dringen. Een van de doelstellingen voor 2030 in het actieplan om de verontreiniging tot nul terug te dringen, is het terugdringen van de hoeveelheid microplastics die in het milieu terechtkomt met 30 %.
(8)
In Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad (4) wordt verontreiniging door microplastics aangepakt door een beperking op te leggen op het in de handel brengen van microplastics die opzettelijk aan producten worden toegevoegd, aangezien er aanzienlijke verontreiniging door microplastics is als gevolg van het gebruik van synthetische polymeermicrodeeltjes, als zodanig of opzettelijk toegevoegd aan producten, en deze verontreiniging een onaanvaardbaar risico voor het milieu vormt.
(9)
In juni 2021 hebben de partijen bij het Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (Ospar-verdrag) Ospar-aanbeveling 2021/06 betreffende de vermindering van het verlies van kunststofgranulaat in het mariene milieu (“Ospar-aanbeveling 2021/06”) aangenomen, met als doel marien zwerfvuil te verminderen door de tijdige ontwikkeling en uitvoering te bevorderen van doeltreffende en consistente normen en certificeringsregelingen voor de gehele kunststoftoeleveringsketen ter voorkoming van het verlies van granulaat. De Internationale Maritieme Organisatie (IMO), die de niet-bindende circulaire MEPC.1/Circ 909 betreffende aanbevelingen voor het vervoer over zee van kunststofgranulaat in vrachtcontainers (“MEPC.1/Circ 909”) heeft doen uitgaan, onderzoekt momenteel maatregelen om de risico’s van het vervoer van kunststofgranulaat over zee tot een minimum te beperken. In dit verband moeten de Unie en haar lidstaten de toekomstige ontwikkelingen binnen de IMO op de voet volgen en een leidende rol spelen bij het waarborgen van een hoog niveau van milieubescherming op dit gebied, door bijvoorbeeld een hoge beschermingsstandaard vast te stellen.
(10)
In de bijdrage van de Unie aan het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (VN) voorafgaand aan de tweede zitting van het intergouvernementeel onderhandelingscomité voor een internationaal juridisch bindend instrument inzake verontreiniging door kunststoffen (INC-2) benadrukten de Unie en haar lidstaten dat het toekomstige instrument maatregelen moet bevatten om het onbedoeld vrijkomen van microplastics te verminderen.
(11)
Hoewel er rechtshandelingen van de Unie zijn met betrekking tot de preventie van afval, verontreiniging, zwerfvuil op zee en chemische stoffen, zijn er geen specifieke Unievoorschriften om het verlies van kunststofgranulaat als bron van verontreiniging door microplastics in de hele toeleveringsketen te voorkomen. Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad (5) legt de basisbeginselen voor afvalbeheer vast en legt de lidstaten algemene verplichtingen op om maatregelen ter voorkoming van afvalproductie te nemen. Deze algemene verplichtingen moeten worden aangevuld met specifieke aspecten en vereisten voor de zorgvuldige hantering van kunststofgranulaat om te voorkomen dat het afval wordt.
(12)
Hoewel de productie van polymere materialen op industriële schaal onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad (6) valt, vallen andere activiteiten zoals de conversie, het vervoer of de opslag van kunststofgranulaat, gewoonlijk uitgevoerd door kleine en middelgrote ondernemingen, niet onder die richtlijn. Bovendien wordt in het referentiedocument betreffende de beste beschikbare technieken voor de productie van polymeren van augustus 2007, dat is opgesteld krachtens Richtlijn 96/61/EG van de Raad (7), niet ingegaan op de specifieke kwestie van het verlies van kunststofgranulaat.
(13)
Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad (8) heeft betrekking op de monitoring en beoordeling van de gevolgen van afval van microformaat, waaronder microplastics, in kustgebieden en mariene milieus. Er is een update van de eerste leidraad voor de monitoring van zwerfvuil op zee uitgewerkt met het oog op geharmoniseerde methoden, onder meer met betrekking tot de monitoring van de aanwezigheid en verspreiding van kunststofgranulaat langs de kustlijn. Richtlijn 2008/56/EG bevat echter geen specifieke vereisten om het verlies van kunststofgranulaat aan de bron te voorkomen of te verminderen.
(14)
In Verordening (EU) 2023/2055 van de Commissie (9), waarbij bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 werd gewijzigd, wordt het verlies van synthetische polymeermicrodeeltjes, dat wil zeggen kunststofgranulaat, voor gebruik op industrielocaties, aangemerkt als vermijdbaar, en werd een rapportageverplichting ingevoerd voor de geschatte hoeveelheid microplastics die op jaarbasis in het milieu terechtkomt. Hoewel het ontbreekt aan een methode om de verliezen te schatten, is het idee achter die vereiste om meer informatie te verzamelen over het verlies van kunststofgranulaat en te zorgen voor een betere kwaliteit van de verzamelde informatie om de risico’s van deze microplastics in de toekomst te beoordelen.
(15)
Om ervoor te zorgen dat kunststofgranulaat in alle stadia van de toeleveringsketen van kunststofgranulaat veilig en verantwoord wordt gehanteerd, zodat verliezen in het milieu worden voorkomen en de ambitie om het verlies van kunststofgranulaat tot nul terug te dringen wordt verwezenlijkt, moeten er vereisten worden vastgesteld voor de hantering van kunststofgranulaat in de volledige toeleveringsketen, met name bij productie, waaronder output afkomstig van recycling, master-dosering, menging, conversie, verwerking, distributie, vervoer, opslag, verpakking, en bij de reiniging van tanks en containers in reinigingsstations. Deze verordening moet van toepassing zijn op alle entiteiten in de gehele toeleveringsketen die kunststofgranulaat hanteren, ongeacht het eindgebruik van het granulaat.
(16)
Bij de hanteringsvereisten moet rekening worden gehouden met internationaal aanbevolen goede hanteringspraktijken en met bestaande vereisten voor het hanteren van kunststofgranulaat die door de industrie in de Unie zijn vastgesteld. In dit verband is het belangrijk dat de Unie en haar lidstaten zich blijven inzetten om de aanbevelingen in MEPC.1/Circ 909 verplicht te maken op internationaal niveau. Voorts kan de Unie besprekingen op internationaal niveau bevorderen over de verplichting voor vervoerders om de bevoegde autoriteiten in kennis te stellen wanneer zij kunststofgranulaat vervoeren in een ander land dan het land waar zij gevestigd zijn.
(17)
Gezien de schade die kunststofgranulaat aanricht wanneer het terechtkomt in het milieu en gezien de algemene verplichting voor marktdeelnemers en vervoerders in deze verordening om het verlies van kunststofgranulaat te vermijden, is het wenselijk om specifieke informatievereisten vast te stellen in de vorm van een pictogram en een waarschuwing. Om de lasten voor marktdeelnemers en vervoerders te verminderen moet bij de toepassing van deze vereisten rekening kunnen worden gehouden met de reeds bestaande verplichtingen van bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006. In de punten 7 en 10 van vermelding 78 van die bijlage staan de informatievereisten voor leveranciers van synthetische polymeermicrodeeltjes. Voor de toepassing van deze verordening moeten leveranciers van synthetische polymeermicrodeeltjes worden opgevat als elke fabrikant, importeur, downstreamgebruiker of distributeur die synthetische polymeermicrodeeltjes in de vorm van kunststofgranulaat in de handel brengt. Deze leveranciers moeten de nodige informatie op het etiket, de verpakking, de bijsluiter of het veiligheidsinformatieblad zetten. Zij moeten die relevante informatie kunnen verstrekken wanneer zij de informatie verstrekken die wordt bedoeld in vermelding 78, punt 10, van bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006. Aangezien de verschillende manieren waarop die relevante informatie kan worden verstrekt, kunnen variëren wat de doeltreffendheid ervan betreft om de algemene verplichting om verliezen te vermijden te helpen halen, is het wenselijk dat de Commissie bij de evaluatie van deze verordening de relatieve doeltreffendheid van de verschillende manieren beoordeelt.
(18)
Wanneer kunststofgranulaat vrijkomt en zich verspreidt in het mariene milieu, kan het schade toebrengen aan de levende rijkdommen en het leven in de zee en kan het andere legitieme gebruiken van de zee, zoals visserij en aquacultuur, verstoren. Aangezien voor vogels kunststofgranulaat op viseieren lijkt, maakt het, ondanks het feit dat slechts 0,05 % van de stukjes kunststof in oppervlaktewateren granulaat is, ongeveer 70 % van de door zeevogels gegeten kunststof uit. Deze kleine kunststofdeeltjes zijn aangetroffen in de magen van 63 van de ongeveer 250 soorten zeevogels ter wereld. Bovendien wordt geschat dat kunststofgranulaat naar gewicht de op een na grootste directe bron van verontreiniging van de zee door microplastics is. Geschat wordt dat elk jaar miljarden individuele deeltjes kunststofgranulaat in de oceaan terechtkomen. Dit is te wijten aan verlies en morsen, op zowel kleine als grote schaal, op land en op zee in alle stadia van de toeleveringsketen, met name tijdens de doorvoer van kunststofgranulaat. Bovendien kan kunststofgranulaat op stranden en kustlijnen aanspoelen, wat negatieve gevolgen heeft voor het toerisme en voor kustactiviteiten. Door verschillende incidenten met zeeschepen zijn meerdere tonnen kunststofgranulaat in het mariene milieu terechtgekomen, met rampzalige gevolgen voor het milieu en de lokale gemeenschappen. Zo zijn bij het ongeval met de Toconao in 2023 bij de noordkust van Spanje zes vrachtcontainers verloren gegaan, waarvan een met 1 000 zakken van 25 kg kunststofgranulaat aan boord. Hierdoor spoelden miljoenen deeltjes kunststofgranulaat aan op de Galicische kust.
(19)
Om deze kwestie vanuit het oogpunt van het zeevervoer aan te pakken, heeft de Commissie voor de bescherming van het mariene milieu van de IMO in 2024 MEPC.1/Circ.909 goedgekeurd. Aangezien deze aanbevelingen echter niet juridisch bindend zijn, moet de Unie, in overeenstemming met haar verplichting uit hoofde van de Verdragen om de kwaliteit van het milieu te behouden, te beschermen en te verbeteren en op internationaal niveau maatregelen te bevorderen om het hoofd te bieden aan mondiale milieuproblemen, met deze verordening bindende voorschriften invoeren om wereldwijd een voortrekkersrol te spelen bij een hoger niveau van milieubescherming op dit gebied. Verladers moeten ervoor zorgen dat kunststofgranulaat wordt verpakt in verpakkingen van goede kwaliteit, dat de vervoersinformatie, op tijd, wordt verstrekt aan de exploitant, agent en kapitein van het zeeschip en dat er een speciaal stuwverzoek naar behoren wordt ingevuld. Exploitanten, agenten en kapiteins van zeeschepen moeten, op basis van de van de verladers ontvangen vervoersinformatie, waarborgen dat vrachtcontainers met kunststofgranulaat correct zijn ingeladen en vastgezet om de gevaren voor het mariene milieu tot een minimum te beperken zonder de veiligheid van het zeeschip en de opvarenden in het gedrang te brengen. Meer bepaald moeten vrachtcontainers met kunststofgranulaat, indien praktisch haalbaar, benedendeks worden opgeslagen of, indien bovendeks, in een beschutte ruimte. Deze voorschriften vormen een aanvulling op de algemene rechtskaders van de IMO en de Unie inzake de veiligheid van het zeevervoer en de voorkoming van verontreiniging door schepen, met name Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad (10), waarbij een systeem ter voorkoming van ongevallen en verontreiniging op zee werd ingevoerd, rekening houdend met de internationale rechtsregels.
(20)
Marktdeelnemers, vervoerders uit de EU en vervoerders van buiten de EU moeten de vereisten voor de hantering van kunststofgranulaat naleven door een naar prioriteit gerangschikte volgorde van maatregelen te respecteren, met als hoogste prioriteit voorkomen dat kunststofgranulaat in het milieu terechtkomt. Daarom moet als eerste stap worden voorkomen dat kunststofgranulaat uit de primaire houder wordt gemorst tijdens routinematige hantering, om zo het risico op morsen tot het laagst mogelijke niveau te beperken, onder meer door onnodige hantering te vermijden, bijvoorbeeld door het aantal overslagpunten te beperken, en door verpakkingen van goede kwaliteit te gebruiken, gevolgd door het insluiten van gemorst kunststofgranulaat zodat het niet verloren gaat in het milieu, en door het opruimen na het morsen of verlies als laatste stap. Het insluiten en opruimen moet zodanig worden uitgevoerd dat de milieuschade, met name in kwetsbare habitats, tot een minimum wordt beperkt.
(21)
Hoewel het doel van deze verordening is om het verlies van kunststofgranulaat door alle marktdeelnemers, vervoerders uit de EU en vervoerders van buiten de EU te voorkomen, moeten de verplichtingen voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen worden aangepast om de last voor hen te verlichten. Anderzijds mag de lidstaten niet worden belet strengere beschermingsmaatregelen in te voeren of te handhaven. Dergelijke maatregelen, onder meer gericht op marktdeelnemers die meer dan vijf ton kunststofgranulaat hanteren, moeten verenigbaar zijn met de Verdragen.
(22)
Om ervoor te zorgen dat het kunststofgranulaat dat in elke lidstaat wordt gehanteerd en vervoerd traceerbaar is en om de bevoegde autoriteiten in staat te stellen de naleving op efficiënte wijze te controleren, moeten de installaties waarin kunststofgranulaat wordt gehanteerd en de vervoerders die dit granulaat vervoeren, worden geregistreerd.
(23)
Om het verlies van kunststofgranulaat te voorkomen, moeten marktdeelnemers een risicobeheersplan met onder meer een risicobeoordeling opstellen, uitvoeren en te allen tijde bijgewerkt houden. Daarin wordt het risico op morsen en verlies beschreven en worden met name bestaande specifieke apparatuur en procedures gedocumenteerd voor het voorkomen, insluiten en opruimen van kunststofgranulaatverliezen. In het risicobeheersplan moet ook een afweging worden gemaakt van de kosten en baten van aanvullende apparatuur en procedures om de vastgestelde risico’s aan te pakken, rekening houdend met de aard en omvang van de installatie en de schaal van de activiteiten. Indien er additieven zijn toegevoegd aan het kunststofgranulaat, moeten de marktdeelnemers rekening houden met de gevaarlijke eigenschappen van het kunststofgranulaat in kwestie, en indien het waarschijnlijk is dat de additieven de schade voor de menselijke gezondheid of het milieu zouden vergroten bij verlies van kunststofgranulaat, moeten de marktdeelnemers overwegen deze informatie op te nemen in het risicobeheersplan.
(24)
Om de bevoegde autoriteiten in staat te stellen te controleren of aan de vereisten van het risicobeheersplan is voldaan, moeten marktdeelnemers het risicobeheersplan dat zij hebben opgesteld, samen met een eigen verklaring van conformiteit of een certificaat, naargelang het geval, aan de bevoegde autoriteit verstrekken.
(25)
De marktdeelnemers moeten volgens een risicogebaseerde aanpak kunnen bepalen welke specifieke apparatuur zij installeren of welke procedures zij invoeren. Niettemin moeten de bevoegde autoriteiten, wanneer zij de naleving controleren, van de marktdeelnemers kunnen eisen dat zij het risicobeheersplan wijzigen, onder meer door binnen een bepaalde termijn een van de in deze verordening genoemde maatregelen te nemen zodat de vereisten van deze verordening naar behoren worden uitgevoerd.
(26)
Om de geschiktheid van het risicobeheersplan dat is opgesteld voor elke installatie te kunnen beoordelen, moeten marktdeelnemers een schatting bijhouden van de hoeveelheid verloren kunststofgranulaat per jaar, samen met de totale gehanteerde hoeveelheden. Om de lasten voor de marktdeelnemers te beperken, moeten de bevoegde autoriteiten en certificeerders informatie over schattingen van vrijgekomen hoeveelheden kunnen gebruiken in het kader van de rapportageverplichting uit hoofde van bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006.
(27)
Vanwege de kenmerken van hun activiteit mogen vervoerders niet worden verplicht om een risicobeheersplan op te stellen en in te voeren. In plaats daarvan moeten zij verplicht worden tastbare maatregelen te nemen om morsen en verlies te voorkomen, in te sluiten en aan te pakken. Deze maatregelen moeten door de bevoegde autoriteiten worden geverifieerd, in de eerste plaats tijdens het vervoer. Sommige van deze maatregelen moeten worden uitgevoerd tijdens het laden en lossen, waar het risico op morsen en verlies hoog is. Het laden en lossen vindt doorgaans plaats onder de verantwoordelijkheid van zowel de marktdeelnemer als de vervoerder, terwijl de vervoerder de enige verantwoordelijke partij is voor het vervoer zelf.
(28)
Vervoerders van buiten de EU moeten een gemachtigde vertegenwoordiger aanwijzen, die namens de vervoerder van buiten de EU moet optreden en door elke bevoegde autoriteit moet worden kunnen aangesproken. De gemachtigde vertegenwoordiger moet uitdrukkelijk worden aangewezen door middel van een schriftelijk mandaat van de vervoerder van buiten de EU met betrekking tot specifieke verplichtingen uit hoofde van deze verordening. De aanwijzing van een dergelijke vertegenwoordiger heeft geen invloed op de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van de vervoerder van buiten de EU uit hoofde van deze verordening. In geval van niet-naleving door de vervoerder van buiten de EU moet tegen de gemachtigde vertegenwoordiger een handhavingsprocedure worden ingeleid voor zover het zijn mandaat betreft.
(29)
De succesvolle uitvoering van de maatregelen die nodig zijn om het verlies van kunststofgranulaat te voorkomen, in te sluiten en op te ruimen vereist de volledige medewerking en inzet van de werknemers van de marktdeelnemers, de vervoerders uit de EU en de vervoerders van buiten de EU. Marktdeelnemers, vervoerders uit de EU en vervoerders van buiten de EU moeten worden verplicht hun personeel op te leiden in overeenstemming met de specifieke taken en verantwoordelijkheden van hun werknemers, zodat zij de apparatuur kennen en kunnen installeren, gebruiken en onderhouden en de procedures kunnen uitvoeren die nodig zijn om de naleving van de in deze verordening vastgelegde vereisten te waarborgen, ook met betrekking tot het monitoren en melden van het verlies van kunststofgranulaat. Waar nodig moeten marktdeelnemers, vervoerders uit de EU en vervoerders van buiten de EU corrigerende maatregelen nemen, waaronder de eventuele verbetering van de apparatuur en procedures. Zij moeten ook worden verplicht toezicht te houden op en registraties bij te houden van de jaarlijks geschatte hoeveelheid verloren granulaat om zo de aanhoudende kennishiaten te helpen opvullen.
(30)
Middelgrote en grote ondernemingen hebben vanwege hun omvang doorgaans een complexere structuur. Zij moeten worden verplicht om, in gevallen waarin zij installaties exploiteren waar de hoeveelheid kunststofgranulaat die per jaar wordt gehanteerd gelijk is aan of hoger ligt dan een drempelwaarde van 1 500 ton, voor elke installatie extra maatregelen uit te voeren, zoals een jaarlijkse interne beoordeling of de invoering van een opleidingsprogramma dat gericht is op specifieke opleidingsbehoeften en regelingen voor het opleidingsprogramma. De interne beoordeling kan betrekking hebben onderwerpen als de geschatte hoeveelheden en oorzaken van het verlies, de preventie-, insluitings- en opruimapparatuur of -procedures die zijn ingevoerd om verlies in de toekomst te voorkomen, en hun doeltreffendheid, gesprekken met het personeel, inspecties van apparatuur en procedures en een herziening van eventuele relevante documentatie.
(31)
Micro-ondernemingen en kleine, middelgrote en grote ondernemingen die installaties exploiteren waar de hoeveelheid kunststofgranulaat die per jaar wordt gehanteerd onder een drempelwaarde van 1 500 ton ligt, moeten worden verplicht een eigen verklaring van conformiteit af te geven. Zij moeten ook voldoende tijd krijgen om hun naleving aan te tonen.
(32)
Bij ondernemingen die installaties exploiteren waar de hoeveelheid kunststofgranulaat die per jaar wordt gehanteerd gelijk is aan of hoger ligt dan een drempelwaarde van 1 500 ton, kan er een groter risico op verlies van kunststofgranulaat bestaan. Middelgrote en grote ondernemingen die installaties exploiteren waar de hoeveelheid kunststofgranulaat die per jaar wordt gehanteerd gelijk is aan of hoger ligt dan een drempelwaarde van 1 500 ton, moeten aantonen dat zij de vereisten van deze verordening naleven door een door een certificeerder uitgegeven certificaat te verkrijgen en dit te vernieuwen. Conform een benadering die rekening houdt met de volledige toeleveringsketen en om de administratieve lasten beperkt te houden, moeten kleine ondernemingen die installaties exploiteren waar de hoeveelheid kunststofgranulaat die per jaar wordt gehanteerd gelijk is aan of hoger ligt dan een drempelwaarde van 1 500 ton, aantonen dat zij deze verordening naleven door een door een certificeerder uitgegeven certificaat te verkrijgen dat vijf jaar geldig is. Het certificeringsproces is ook bedoeld om kleine ondernemingen die installaties exploiteren waar de hoeveelheid kunststofgranulaat die per jaar wordt gehanteerd gelijk is aan of hoger ligt dan een drempelwaarde van 1 500 ton, te helpen bepalen welke maatregelen nodig zijn om aan de vereisten van deze verordening te voldoen. Wanneer het certificaat is verlopen moeten die kleine ondernemingen de naleving van de verordening aantonen door de bevoegde autoriteit om de vijf jaar in kennis te stellen van een actualisering van hun risicobeheersplan en een eigen verklaring van conformiteit, tenzij die kleine ondernemingen er, op tijd, voor kiezen om hun naleving te blijven aantonen door het door een certificeerder afgegeven certificaat te vernieuwen.
(33)
Certificeerders, met name consultancybureaus, mogen geen activiteiten verrichten die in strijd kunnen zijn met de onafhankelijkheid van hun oordeel of integriteit met betrekking tot de certificeringsactiviteiten waarvoor zij zijn geaccrediteerd. Certificeerders kunnen ofwel een geaccrediteerde conformiteitsbeoordelingsinstantie, ofwel een milieuverificateur zijn, met een vergunning om verificaties en valideringen uit te voeren overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1221/2009 van het Europees Parlement en de Raad (11). Het certificaat moet worden opgesteld in een uniek formaat om te garanderen dat de verstrekte informatie homogeen is.
(34)
Om de bevoegde autoriteiten in staat te stellen de naleving van deze verordening op efficiëntere wijze te controleren, moeten de certificeerders de bevoegde autoriteiten in kennis stellen van het resultaat van hun beoordelingen. De certificaten mogen niet vooruitlopen op de beoordeling van de naleving door de bevoegde autoriteiten.
(35)
Met het oog op transparantie moeten de bevoegde autoriteiten bepaalde informatie openbaar maken. Het gaat hierbij onder meer over de kennisgeving inzake geëxploiteerde installaties, de betrokkenheid bij het vervoer van kunststofgranulaat in de Unie, met inbegrip van belangrijke wijzigingen ten opzichte van wat eerder werd gemeld, de aanwijzing van een gemachtigde vertegenwoordiger, risicobeheersplannen, eigen verklaringen van conformiteit, certificaten en vergunningen, die toegankelijk moeten zijn via een gemakkelijk te vinden, gratis en onbeperkte website. Om de veiligheid en vertrouwelijkheid te waarborgen, moeten de bevoegde autoriteiten echter specifieke gegevens achterwege kunnen laten indien de vrijgave ervan de veiligheid van de betrokken installaties, de veiligheid van de plaatselijke bevolking of andere openbare belangen in gevaar zou brengen. De Commissie moet ook lijsten van nationale websites en gemachtigde vertegenwoordigers van vervoerders van buiten de EU publiceren om een ruime toegang tot deze informatie te waarborgen, maar daarbij tegelijkertijd de vertrouwelijkheid van bedrijfsinformatie bewaren.
(36)
Om een registratie in het communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) te verkrijgen, moeten marktdeelnemers voldoen aan de milieuwetgeving, waaronder deze verordening. Bijgevolg wordt geacht dat marktdeelnemers met een EMAS-registratie aan de vereisten van deze verordening voldoen, op voorwaarde dat een milieuverificateur heeft geverifieerd dat de vereisten van deze verordening in hun milieubeheersysteem zijn opgenomen en worden toegepast. Die marktdeelnemers moeten daarom, wanneer zij hun eigen verklaringen verlengen en het risicobeheersplan actualiseren, worden vrijgesteld van de verplichtingen inzake certificering en kennisgeving aan de bevoegde autoriteiten. Naast de vrijstelling voor EMAS en om de lasten voor andere systemen met een hoge integriteit te verminderen, moeten marktdeelnemers die voor elke installatie andere milieubeheersystemen ontwikkelen en toepassen, kunnen worden vrijgesteld van de naleving van deze verordening wanneer zij aan bepaalde criteria van deze verordening voldoen.
(37)
De bevoegde autoriteiten moeten controleren of de marktdeelnemers, vervoerders uit de EU en vervoerders van buiten de EU de uit deze verordening voortvloeiende verplichtingen naleven aan de hand van, waar passend, de informatie die is verstrekt in het kader van de certificeringproces of eigen verklaringen. Die controle moet, naargelang het geval, gebaseerd zijn op milieu-inspecties of andere controlemaatregelen en een risicogebaseerde aanpak volgen. De inspecties moeten waar mogelijk worden gecoördineerd met de inspecties die krachtens andere rechtshandelingen van de Unie vereist zijn. De bevoegde autoriteiten moeten de Commissie informatie verstrekken over de uitvoering van deze verordening.
(38)
De lidstaten moeten de naleving van deze verordening kunnen waarborgen door middel van vergunningen op basis van een systeem van regelmatige inspecties van installaties om alle relevante milieueffecten te onderzoeken, waaronder morsen en verliezen. Voor installaties die zich bevinden in een lidstaat die besluit de naleving te handhaven en controleren door middel van een dergelijk systeem van vergunningen en regelmatige inspecties, moeten marktdeelnemers worden vrijgesteld van het verkrijgen van een certificaat of het indienen van een eigen verklaring van conformiteit voor de installaties waarvoor zij beschikken over een vergunning waarin de voorwaarden zijn opgelegd die nodig zijn voor de naleving van deze verordening. Voor installaties waarvoor een dergelijke vrijstelling geldt, moeten marktdeelnemers de relevante bevoegde autoriteit in kennis stellen van het risicobeheersplan en van de regelmatige actualiseringen ervan. Wanneer de naleving door middel van vergunningen wordt gewaarborgd, moeten de lidstaten de nodige stappen zetten om de voorwaarden van bestaande vergunningen te herzien en nieuwe vergunningen te verlenen zodat de naleving van deze verordening tijdig wordt gewaarborgd.
(39)
In Richtlijn 2008/98/EG is bepaald dat de lidstaten recyclers moeten verplichten een vergunning te verkrijgen, waarvan de voorwaarden waarborgen dat de productie van kunststofgranulaat plaatsvindt zonder gevaar voor de menselijke gezondheid of schade aan het milieu, waarbij met name risico’s voor water, lucht, bodem, planten of dieren worden voorkomen.
(40)
Om de gevolgen van een eventueel verlies tot een minimum te beperken, moeten de marktdeelnemers, vervoerders uit de EU en vervoerders van buiten de EU de nodige corrigerende maatregelen nemen om de conformiteit met deze verordening te herstellen. De vereiste corrigerende maatregelen moeten in verhouding staan tot de geconstateerde overtreding en de verwachte schadelijke gevolgen ervan voor het milieu. Wanneer de bevoegde autoriteiten een overtreding van deze verordening vaststellen, moeten zij de marktdeelnemer, de vervoerder uit de EU of de vervoerder van buiten de EU daarvan in kennis stellen en eisen dat er corrigerende maatregelen worden genomen om de naleving te herstellen.
(41)
De bevoegde autoriteiten moeten beschikken over een minimumpakket aan inspectie- en handhavingsbevoegdheden om de naleving van deze verordening te waarborgen, sneller en efficiënter met elkaar samen te werken en marktdeelnemers, vervoerders uit de EU en vervoerders van buiten de EU, gemachtigde vertegenwoordigers, verladers, en exploitanten, agenten en kapiteins van zeeschepen die kunststofgranulaat vervoeren, in voorkomend geval, te ontmoedigen deze verordening te overtreden. Deze bevoegdheden moeten toereikend zijn om de uitdagingen met betrekking tot handhaving aan te pakken en om te voorkomen dat marktdeelnemers die zich niet aan de wet houden, gebruikmaken van tekortkomingen in het handhavingssysteem door zich in lidstaten te vestigen waar de bevoegde autoriteiten niet over voldoende middelen beschikken om onrechtmatige praktijken aan te pakken. De bevoegde autoriteiten moeten voor hun inspectie alle feiten en omstandigheden van de zaak als bewijsmateriaal kunnen gebruiken.
(42)
Micro-, kleine en middelgrote ondernemingen hebben een belangrijk aandeel in de toeleveringsketen van kunststofgranulaat. De naleving van de relevante verplichtingen uit deze verordening kan voor hen specifieke uitdagingen bij de uitvoering en verhoudingsgewijs hogere kosten met zich meebrengen. De Commissie moet marktdeelnemers en vervoerders beter bewust maken van de noodzaak om het verlies van kunststofgranulaat te voorkomen. Daarnaast moet de Commissie, in overleg met alle relevante belanghebbenden, opleidingsmateriaal ontwikkelen om marktdeelnemers en vervoerders te helpen hun verplichtingen na te komen, vooral met betrekking tot de vereisten van de risicobeoordeling. Dit opleidingsmateriaal kan verschillende vormen aannemen, waaronder handleidingen en cursussen. In dat verband moet rekening worden gehouden met Ospar-aanbeveling 2021/06. De lidstaten moeten toegang verlenen tot informatie en bijstand, met name voor micro- en kleine ondernemingen, met betrekking tot de naleving van de verplichtingen en de vereisten inzake risicobeoordeling. De bijstand van de lidstaten kan technische ondersteuning en gespecialiseerde opleiding voor al het personeel dat kunststofgranulaat hanteert omvatten. Het kan ook gaan om financiële ondersteuning, onder meer voor de certificering van kleine ondernemingen, of toegang tot financiering. De lidstaten moeten deze maatregelen nemen in overeenstemming met de geldende staatssteunregels.
(43)
Om tot een gemeenschappelijke basis voor het schatten van kunststofgranulaatverliezen te komen, is een gestandaardiseerde methode nodig die wordt beschreven in een geharmoniseerde norm die is vastgesteld overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad (12). Verordening (EU) nr. 1025/2012 voorziet in een procedure voor bezwaren tegen geharmoniseerde normen die niet volledig aan de vereisten van die verordening voldoen.
(44)
Om ervoor te zorgen dat de doelstellingen van deze verordening worden verwezenlijkt en dat de vereisten ervan doeltreffend worden gehandhaafd, moeten de lidstaten hun eigen bevoegde autoriteiten aanwijzen die verantwoordelijk zijn voor de toepassing en handhaving van deze verordening. In gevallen waarin er op hun grondgebied meer dan één aangewezen bevoegde autoriteit is, moeten de lidstaten zorgen voor nauwe samenwerking tussen alle aangewezen bevoegde autoriteiten om ervoor te zorgen dat de taken van die autoriteiten doeltreffend worden vervuld.
(45)
Om naleving te garanderen, moeten de bevoegde autoriteiten ook de nodige stappen zetten, met inbegrip van inspecties en hoorzittingen op basis van relevante informatie, zoals gegronde klachten van derden. Derden die een klacht indienen, moeten kunnen aantonen dat zij voldoende belang hebben of kunnen stellen dat er inbreuk is gemaakt op een recht.
(46)
De lidstaten moeten ervoor zorgen dat er tegen de maatregelen die hun bevoegde autoriteiten krachtens deze verordening nemen, doeltreffende voorzieningen in rechte openstaan overeenkomstig artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het “Handvest”). Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, is het aan de rechterlijke instanties van de lidstaten om de rechterlijke bescherming te waarborgen van de rechten die een persoon ontleent aan het Unierecht. Voorts verplicht artikel 19, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) de lidstaten om te voorzien in de nodige rechtsmiddelen om daadwerkelijke rechtsbescherming op de onder het recht van de Unie vallende gebieden te verzekeren. In dit verband moeten de lidstaten ervoor zorgen dat het publiek, met inbegrip van de onder deze verordening vallende natuurlijke of rechtspersonen, toegang heeft tot de rechter, overeenkomstig de verplichtingen die de lidstaten zijn aangegaan als partij bij het Verdrag van 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden van de Economische Commissie van de VN voor Europa (VN/ECE) (13) (“het Verdrag van Aarhus”).
(47)
De lidstaten moeten voorschriften vaststellen inzake de sancties die van toepassing zijn op overtredingen van de op grond van deze verordening vastgestelde nationale bepalingen, en moeten ervoor zorgen dat deze sancties worden uitgevoerd. De lidstaten kunnen voorschriften vaststellen voor zowel bestuursrechtelijke als strafrechtelijke sancties. Het opleggen van strafrechtelijke en bestuursrechtelijke sancties mag in geen geval leiden tot een schending van het recht om niet tweemaal in een strafrechtelijke procedure voor hetzelfde strafbaar feit te worden berecht of gestraft (beginsel van ne bis in idem), zoals uitgelegd door het Hof van Justitie van de Europese Unie. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat hun nationale sanctieregeling voor de ernstigste overtredingen die door een rechtspersoon worden gepleegd, zoals overtredingen die zeer ernstig zijn wegens hun aard, omvang en herhaling, of die een aanzienlijk risico voor de menselijke gezondheid of het milieu inhouden, bestuursrechtelijke financiële sancties omvat waarvan het maximumbedrag ten minste 3 % van de jaaromzet van die rechtspersoon in de Unie in het boekjaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de bestuursrechtelijke financiële sanctie wordt opgelegd, moet bedragen. Voor die overtredingen moeten de lidstaten, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten uit hoofde van Richtlijn 2008/99/EG van het Europees Parlement en de Raad (14), ook of bij wijze van alternatief strafrechtelijke sancties kunnen opleggen, op voorwaarde dat deze doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.
(48)
In voorkomend geval moeten de lidstaten de financiering van projecten ondersteunen die erop gericht zijn: gebieden die verontreinigd zijn door kunststofgranulaat schoon te maken met behulp van ecologisch duurzame praktijken; informatie over incidenten en ongevallen die verliezen veroorzaken en de respons daarop te verzamelen, verwerken en verstrekken; meer kennis te vergaren over de impact van het verlies van kunststofgranulaat op de menselijke gezondheid en het milieu, en bewustmakingsprogramma’s te bevorderen, met name voor de gebieden die het meest met het verlies van kunststofgranulaat te maken hebben, zoals industriezones en havens.
(49)
Indien er schade aan de menselijke gezondheid is toegebracht als gevolg van een overtreding van deze verordening, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de getroffen individuele personen vergoeding van die schade kunnen vorderen en verkrijgen van de betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen. Dergelijke voorschriften inzake vergoeding dragen bij tot de doelstellingen van behoud, bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu en de bescherming van de gezondheid van de mens, zoals vastgelegd in artikel 191 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Zij ondersteunen ook het recht op leven, menselijke integriteit en gezondheidsbescherming, dat is neergelegd in de artikelen 2, 3 en 35 van het Handvest, en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte, dat is neergelegd in artikel 47 van het Handvest. Bovendien geeft Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad (15) particulieren geen recht op schadevergoeding vanwege milieuschade of een onmiddellijke dreiging van dergelijke schade.
(50)
Het is derhalve passend dat deze verordening het recht op vergoeding van door individuele personen geleden schade regelt en ervoor zorgt dat individuele personen hun rechten kunnen verdedigen tegen gezondheidsschade als gevolg van overtredingen van deze verordening en aldus zorgt voor een efficiëntere handhaving van deze verordening. Procedures met betrekking tot vorderingen tot schadevergoeding moeten zodanig worden opgesteld en toegepast dat zij de uitoefening van het recht op vergoeding van schade niet onmogelijk of buitensporig moeilijk maken.
(51)
De gevolgen van deze verordening voor de procedurele autonomie van de lidstaten moeten beperkt blijven tot wat nodig is om de door de verordening nagestreefde doelstelling van bescherming van de menselijke gezondheid door middel van een veilig milieu te waarborgen, en mogen geen gevolgen hebben voor andere nationale procedurele voorschriften tot vaststelling van het recht om schadevergoeding te vorderen wegens overtredingen van deze verordening. Dergelijke nationale voorschriften mogen echter geen belemmering vormen voor de doeltreffende werking van het bij deze verordening vereiste mechanisme om schadevergoeding te vorderen.
(52)
Om ervoor te zorgen dat individuele personen hun rechten kunnen verdedigen tegen gezondheidsschade als gevolg van overtredingen van deze verordening en aldus te zorgen voor een doeltreffendere handhaving ervan, moeten niet-gouvernementele organisaties die zich inzetten voor de bescherming van de menselijke gezondheid of het milieu of die zich inzetten voor de bescherming van consumenten en voldoen aan alle vereisten van het nationale recht, als leden van het betrokken publiek, de bevoegdheid krijgen om, naargelang hetgeen de lidstaten bepalen, namens of ten behoeve van slachtoffers een procedure aanhangig te maken, onverminderd de nationale procedureregels betreffende vertegenwoordiging en verdediging in rechte. De lidstaten beschikken gewoonlijk over procedurele autonomie om een doeltreffende voorziening in rechte tegen schendingen van het recht van de Unie te waarborgen, mits de beginselen van gelijkwaardigheid en doeltreffendheid worden geëerbiedigd. De ervaring leert echter dat, hoewel er overweldigend epidemiologisch bewijs bestaat van de negatieve effecten van verontreiniging op de volksgezondheid, het niet voor de hand ligt een duidelijk direct verband te leggen tussen een specifiek verlies van kunststofgranulaat en specifieke gevolgen voor de menselijke gezondheid of het milieu, en dat dergelijke gevolgen over het algemeen ook niet onmiddellijk zijn.
(53)
Teneinde rekening te houden met de technische vooruitgang en wetenschappelijke ontwikkelingen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen bij deze verordening. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (16). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.
(54)
Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend in verband met de rapportering van informatie over de uitvoering van deze verordening. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (17).
(55)
Om marktdeelnemers, vervoerders uit de EU, vervoerders van buiten de EU, verladers, en exploitanten, agenten en kapiteins van zeeschepen voldoende tijd te geven om zich aan te passen aan de vereisten van deze verordening, moet de toepassing ervan worden uitgesteld.
(56)
Daar de doelstelling van deze verordening, met name het voorkomen van het verlies van kunststofgranulaat, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang of de gevolgen van het optreden beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 VEU neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Onverminderd Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad (20) en Verordening (EG) nr. 1907/2006 verstrekt elke fabrikant, importeur, downstreamgebruiker of distributeur die synthetische polymeermicrodeeltjes in de vorm van kunststofgranulaat in de zin van vermelding 78, punt 7, van bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 in de handel brengt, de in bijlage V bij deze verordening bedoelde informatie op het etiket, de verpakking, de bijsluiter of op het veiligheidsinformatieblad. De informatie moet duidelijk zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar zijn aangebracht. De uit tekst bestaande informatie wordt verstrekt in de officiële talen van de lidstaten waar het kunststofgranulaat in de handel worden gebracht, tenzij de betrokken lidstaten anders bepalen. De fabrikant, importeur, downstreamgebruiker of distributeur kan die informatie verstrekken bij het vervullen van de verplichtingen uit hoofde van vermelding 78, punt 7, van bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006.
Het in artikel 5, lid 1, bedoelde risicobeheersplan bevat de volgende elementen:
a)
het terreinplan;
b)
het aantal ton gehanteerd kunststofgranulaat per jaar;
c)
de locaties binnen de perimeters van de installatie waar morsen kan plaatsvinden, met vermelding van locaties met een hoog en een laag risico;
d)
de locaties binnen de perimeters van de installatie van waaruit verliezen kunnen ontstaan en de locaties in de onmiddellijk omliggende gebieden die door verliezen kunnen worden getroffen, met in beide gevallen vermelding van locaties met een hoog en een laag risico;
e)
de hanteringsactiviteiten tijdens dewelke het morsen en verlies van granulaat kunnen plaatsvinden, met vermelding van activiteiten met een hoog en een laag risico;
f)
de jaarlijkse schatting van de gemorste hoeveelheden op de aangeduide locaties en van de verliezen op die locaties;
g)
de lijst van activiteiten tijdens dewelke het morsen en verlies van granulaat kunnen plaatsvinden en waarover binnen de installatie mogelijk controlebevoegdheden bestaan, met inbegrip van activiteiten waarbij leveranciers, (onder-)aannemers, en elders gelegen opslagfaciliteiten betrokken zijn;
h)
de omschrijving van één specifieke rol van een personeelslid dat verantwoordelijk is voor de registratie, het onderzoek en de follow-up van morsen en verlies, met inbegrip van de in artikel 5, lid 6, en artikel 14, lid 1, bedoelde rapportage aan de bevoegde autoriteiten;
i)
een beschrijving van de voorziene verpakking(en) en apparatuur om morsen en verlies te voorkomen, in te sluiten en op te ruimen, en
j)
een beschrijving van de ingestelde procedures om het morsen en verlies te voorkomen, in te sluiten en op te ruimen.
2.
Met betrekking tot lid 1, punt i), moeten de voorziene verpakkingen en apparatuur om het morsen en verlies te voorkomen, in te sluiten en op te ruimen adequaat zijn voor en in verhouding staan tot de aard en de omvang van de installatie en het volgende omvatten:
a)
voor preventie: voor installaties waar verpakking plaatsvindt, verpakkingen die sterk genoeg zijn om schokken, belastingen en weeromstandigheden op te vangen die tijdens het vervoer gewoonlijk ontstaan; de sterkte van het gebruikte verpakkingsmateriaal en de samenstelling van de verpakking moeten zijn afgestemd op de capaciteit van de verpakking en het beoogde gebruik ervan; de verpakking is stofdicht of voorzien van geschikte bekleding, en moet degelijk vervaardigd en gesloten zijn om elk verlies van inhoud als mogelijk gevolg van trillingen of versnellingskrachten te voorkomen;
b)
voor insluiting: op locaties met een hoog risico op morsen, opvangvoorzieningen (bijvoorbeeld overloopbakken en ondergrondse retentietanks met stalen roosters) om het insluiten en opruimen van op de vloer gemorst kunststofgranulaat te vergemakkelijken, en afvoerroosters die granulaat tegenhouden of geschikte alternatieven om ondergrondse afvoersystemen te beschermen;
c)
voor opruiming: op locaties waar het morsen of verlies mogelijk is, stofzuigers met voldoende capaciteit voor zowel binnen- als buitengebruik, voldoende schoonmaakmateriaal (bv. bezems, stoffers en blikken, emmers, reparatietape) en vuilnisbakken voor het verzamelde kunststofgranulaat en lege zakken.
3.
Met betrekking tot lid 1, punt j), moeten de ingestelde procedures om het morsen en verlies te voorkomen, in te sluiten en op te ruimen adequaat zijn voor en in verhouding staan tot de aard en de omvang van de installatie en het volgende omvatten:
a)
het informeren van derden die toegang hebben tot de installatie om kunststofgranulaat te laden, te lossen of anderszins te hanteren over de toepasselijke procedures om het morsen en verlies te voorkomen, in te sluiten en op te ruimen;
b)
het op zodanige wijze hanteren van de verpakking van kunststofgranulaat dat het wordt voorkomen dat verpakkingen worden doorboord; het zorgen, op locaties met een hoog risico op het morsen, voor regelmatige inspecties, reiniging en onderhoud van opvangvoorzieningen en opslagfaciliteiten, alsook van verpakkingen en containers; indien de verpakkingen en containers lekken of doordringbaar zijn, het ervoor zorgen dat zij niet verder worden gebruikt;
c)
het insluiten en zo snel mogelijk opruimen van gemorst kunststofgranulaat — uiterlijk bij het beëindigen van de activiteit;
d)
het ervoor zorgen dat de buitenzijde van het wegvoertuig, de spoorwagon of het binnenschip bij het verlaten van de installatie vrij is van kunststofgranulaat, en dat laad-en-loskleppen van wegvoertuigen en spoorwagons gesloten zijn wanneer zij de laad- of losplaats verlaten.
4.
Naast lid 2 en op basis van de aard en de omvang van de installatie en de schaal van haar activiteiten, overwegen de marktdeelnemers in het risicobeheersplan de omschrijving op te nemen van ten minste de volgende apparatuur:
a)
voor preventie: voor installaties waar verpakking plaatsvindt: verpakkingen die bestand zijn tegen degradatie in aquatische milieus; vacuümafdichtingen op slangen en leidingen; beschermelementen voor vorkheftrucks, hydraulische apparatuur of andere laad-en-losapparatuur om het doorboren van verpakkingen te voorkomen; apparatuur om veilige verbindingspunten te maken met secundaire barrières; laadsystemen die zo zijn ontworpen dat overbrengingsleidingen na het laden en lossen volledig kunnen worden geleegd; verzegelde containers of externe silo’s om granulaat op te slaan; bescherming om overvullen van silo’s te voorkomen; geautomatiseerde transportsystemen voor granulaat; stofafscheiders voor kunststofgranulaat, voorzien van geschikte stoffilters of opvangvoorzieningen; voor het reinigen van kunststofgranulaatcontainers of -silo’s, het gebruik van filters of opvangvoorzieningen voor spoelwater en luchtzuivering;
b)
voor insluiting: secundaire opvangvoorzieningen die zijn geplaatst tussen gebieden waar kunststofgranulaat wordt gehanteerd en de perimeter van de installatie, rond de installatie en op verbindingspunten waar kunststofgranulaat wordt overgebracht; afvoerroosters op alle vloerafvoeren binnen gebouwen en afvoeren op buitenoppervlakken (bijvoorbeeld in betonnen plinten, asfaltwegen en verharde voetpaden) met, in voorkomend geval, een maaswijdte die kleiner is dan de kleinste deeltjes kunststofgranulaat die op de locatie worden gehanteerd; stormwaterafvoer- of filtratiesystemen om redelijkerwijs te verwachten overstromingen of stormen te beheersen; een afvalwaterverwerkingssysteem; gesloten containers voor gemorst kunststofgranulaat en voor lege verpakkingen; zones waar beschadigde verpakkingen kunnen worden gerepareerd of verwerkt; een vloer of ondergrond op laad- en losplaatsen die het reinigen van gemorst kunststofgranulaat niet belemmert;
c)
voor opruiming: industriële stofzuigers; speciale containers die afgedekt, geëtiketteerd en beveiligd zijn om opgeruimd kunststofgranulaat te bewaren en verder morsen en verlies te voorkomen, ook voor kunststofgranulaat dat wordt aangetroffen op locaties in de onmiddellijke omliggende gebieden van de installatie; verstevigde opvangzakken.
5.
Naast lid 3 en op basis van de aard en de omvang van de installatie en de schaal van haar activiteiten, overwegen de marktdeelnemers onder andere in het risicobeheersplan de omschrijving op te nemen van ten minste de volgende procedures:
a)
voor preventie: beperkingen op de hoeveelheden kunststofgranulaat die in bepaalde verpakkingen worden vervoerd; gebruik van overloopbakken onder overslagpunten en tijdens het laden en lossen; duidelijke protocollen voor het openen, laden, sluiten en verzegelen van containers aan het begin en einde van het laden; fysiek testen en monitoren van de doeltreffendheid van preventieprocedures; ontvangst- en vertrekprocedures voor vervoerders uit de EU en vervoerders van buiten de EU; procedures en maatregelen ter voorkoming van stofvorming door kunststofgranulaat;
b)
voor insluiting: regelmatige inspectie, reiniging en onderhoud van afvoerroosters, stormwaterafvoer- of filtratiesystemen; regelmatige inspectie en reiniging van voertuigen die een locatie verlaten of binnenkomen, van de uitgaande watervoorzieningen, en van de omheiningen rond de perimeter van de faciliteit die zich in openbaar gebied bevinden, indien van toepassing; onmiddellijke vervanging of reparatie van lekkende verpakkingen of containers; onderhoud van het afvalwaterverwerkingssysteem;
c)
voor opruiming: na opruiming van het gemorste kunststofgranulaat, wordt het indien mogelijk hergebruikt als grondstof om verspilling tegen te gaan; als gemorst kunststofgranulaat niet kan worden hergebruikt als grondstof, wordt het opgehaald en afgevoerd overeenkomstig de afvalwetgeving.
6.
Middelgrote of grote ondernemingen die installaties exploiteren waar in het vorige kalenderjaar kunststofgranulaat in hoeveelheden gelijk aan of boven een drempelwaarde van 1 500 ton is gehanteerd, moeten in hun risicobeheersplan ook het volgende opnemen:
a)
elementen die ten minste eenmaal per jaar tijdens formele managementvergaderingen moeten worden geëvalueerd, inclusief de geschatte hoeveelheid en oorzaken van eventuele verliezen; de ingevoerde preventie-, inperkings- en opruimapparatuur en -procedures en hun doeltreffendheid;
b)
een bewustmakings- en opleidingsprogramma, gebaseerd op de specifieke rollen en verantwoordelijkheden van de medewerkers, over preventie, insluiting en opruiming, de installatie, het gebruik en het onderhoud van apparatuur, de uitvoering van procedures en de controle en rapportering van het verlies van kunststofgranulaat;
c)
de procedures voor het informeren van bestuurders, leveranciers en onderaannemers over de relevante procedures om het morsen en verlies te voorkomen, in te sluiten en op te ruimen.
verklaart onder eigen verantwoordelijkheid dat de hantering van kunststofgranulaat in de installatie die zich in ……………………………………………………………………………… bevindt (adres) met registratienummer (indien beschikbaar) ……………………………………… voldoet aan alle vereisten van Verordening (EU) 2025/2365 van het Europees Parlement en de Raad van 12 november 2025 inzake de voorkoming van het verlies van kunststofgranulaat om verontreiniging door microplastics te verminderen.
Door deze verklaring te ondertekenen, verklaar ik dat de maatregelen in de bijgevoegde risicobeoordeling, uitgevoerd op ……………………………………… (datum), zijn uitgevoerd.
MAATREGELEN VOOR VERVOERDERS UIT DE EU EN VERVOERDERS VAN BUITEN DE EU
Maatregelen die door vervoerders uit de EU en vervoerders van buiten de EU moeten worden genomen en apparatuur die door hen moet worden voorzien:
1)
voor preventie: controle tijdens en na het lossen om na te gaan of het kunststofgranulaat goed is verwijderd van de buitenkant van de vervoersmiddelen en de vrachtcontainers voordat deze de installatie verlaten, en of de laad- en loskleppen van de vervoersmiddelen zijn gesloten bij het verlaten van de installatie; duidelijke communicatie over de vereisten inzake veilige opslag; visuele controle van de integriteit van de verpakking van kunststofgranulaat vóór de rit; ervoor zorgen dat beschermelementen op bijvoorbeeld vorkheftrucks/hydraulische apparatuur worden gebruikt om te voorkomen dat verpakkingen worden doorboord; preventie van lekkage tijdens het vervoer, bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat de vervoersmiddelen technisch geschikt zijn en dat de vrachtcontainers zo nodig worden aangevuld met passende verzegeling; het regelmatig reinigen van de laadcompartimenten, de vrachtcontainers en de opleggers om het verlies van gemorst kunststofgranulaat tot een minimum te beperken; visuele controle van de openingen en de integriteit van de laadcompartimenten, de vrachtcontainers en de opleggers om het verlies van kunststofgranulaat vóór en, voor zover mogelijk, tijdens de rit, onder meer in multimodale terminals, spoorterminals, binnenhavens en zeehavens in te sluiten en tot een minimum te beperken.
2)
voor insluiting en opruiming: waar mogelijk, tijdens het vervoer beschadigde verpakkingen herstellen en het overblijvende kunststofgranulaat in de laadruimte insluiten; het gemorste kunststofgranulaat in gesloten containers of zakken verzamelen voor een correcte verwijdering; wanneer kunststofgranulaat in bulktanks wordt vervoerd, het onderste mangat of de onderste kegel onderaan de silotank pas openen nadat de reinigingsruimte is bereikt; de containerbekleding alleen vervangen op een geschikte en niet-publieke locatie waar gemorst granulaat kan worden opgevangen; de passende autoriteiten van de lidstaat waar het verlies zich heeft voorgedaan, zoals internationale en nationale noodautoriteiten of milieuautoriteiten, op de hoogte brengen.
3)
voorzieningen aan boord: ten minste één draagbaar verlichtingsapparaat, handgereedschap (bv. bezems, stoffers en blikken, emmers, reparatietape enz.); afgesloten inzamelcontainers/versterkte inzamelzakken.
met registratienummer ………………………………………………………………………………
geaccrediteerd voor het toepassingsgebied ……………………………………………………………………………… (NACE-code)
verklaart, na de installatie van de marktdeelnemer ……………………………………… (naam) in ……………………………………… met registratienummer (indien beschikbaar) ……………………………………… te hebben gecontroleerd,
dat de installatie voldoet aan alle vereisten van bijlage I bij Verordening (EU) 2025/2365 van het Europees Parlement en de Raad van 12 november 2025 inzake de voorkoming van het verlies van kunststofgranulaat om verontreiniging door microplastics te verminderen.
Met de ondertekening van deze verklaring verklaar ik dat:
—
de verificatie is uitgevoerd in overeenstemming met de vereisten van Verordening (EU) 2025/2365, met inbegrip van controles ter plaatse die zijn uitgevoerd op … (data),
—
uit het resultaat van de verificatie blijkt dat er geen aanwijzingen zijn dat niet aan de vereisten van Verordening (EU) 2025/2365 is voldaan.