+VERORDENING (EU) 2026/1030 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 29 april 2026 betreffende de broeikasgasemissieboekhouding voor vervoersdiensten (Voor de EER relevante tekst)
---+Preamble: 1
---+HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
------+Artikel 1 Onderwerp en toepassingsgebied
---------+Artikel 1 2
---------+Artikel 1 a)
---------+Artikel 1 b)
---------+Artikel 1 c)
---------+Artikel 1 d)
---------+Artikel 1 e)
------+Artikel 2 Definities
---------+Artikel 2 1)
---------+Artikel 2 2)
---------+Artikel 2 3)
---------+Artikel 2 4)
---------+Artikel 2 5)
---------+Artikel 2 6)
---------+Artikel 2 7)
---------+Artikel 2 8)
---------+Artikel 2 9)
---------+Artikel 2 10)
---------+Artikel 2 11)
---------+Artikel 2 12)
---------+Artikel 2 13)
---------+Artikel 2 14)
---------+Artikel 2 15)
---------+Artikel 2 16)
---------+Artikel 2 17)
---------+Artikel 2 18)
---------+Artikel 2 19)
---------+Artikel 2 20)
---------+Artikel 2 21)
---------+Artikel 2 22)
---------+Artikel 2 23)
---------+Artikel 2 24)
---------+Artikel 2 25)
---------+Artikel 2 26)
---------+Artikel 2 27)
---------+Artikel 2 28)
---------+Artikel 2 29)
---------+Artikel 2 30)
---+HOOFDSTUK II GEMEENSCHAPPELIJKE METHODE
------+Artikel 3 Gemeenschappelijke methode voor de berekening van de broeikasgasemissies van vervoersdiensten
---------+Artikel 3 1
---------+Artikel 3 2
---------+Artikel 3 3
---------+Artikel 3 4
---------+Artikel 3 5
---------+Artikel 3 6
---+HOOFDSTUK III INPUTGEGEVENS EN DE BRONNEN ERVAN
------+Artikel 4 Gebruik van primaire en secundaire gegevens
---------+Artikel 4 1
---------+Artikel 4 2
---------+Artikel 4 3
---------+Artikel 4 4
---------+Artikel 4 5
------+Artikel 5 Basisdatabank van de Unie met standaardwaarden voor de broeikasgasemissie-intensiteiten
---------+Artikel 5 1
---------+Artikel 5 2
---------+Artikel 5 3
---------+Artikel 5 4
---------+Artikel 5 5
---------+Artikel 5 6
------+Artikel 6 Door derden beheerde databanken en datasets met standaardwaarden voor broeikasgasemissie-intensiteiten
---------+Artikel 6 1
---------+Artikel 6 2
---------+Artikel 6 3
---------+Artikel 6 4
------+Artikel 7 Centrale databank van de Unie met standaardwaarden voor de broeikasgasemissiefactoren
---------+Artikel 7 1
---------+Artikel 7 2
---------+Artikel 7 3
---------+Artikel 7 4
---------+Artikel 7 5
------+Artikel 8 EU-berekeningsinstrument
---------+Artikel 8 1
---------+Artikel 8 2
---------+Artikel 8 3
---+HOOFDSTUK IV OUTPUTGEGEVENS EN TRANSPARANTIE
------+Artikel 9 Vaststelling van outputgegevens over de broeikasgasemissies van een vervoersdienst
---------+Artikel 9 1
---------+Artikel 9 2
---------+Artikel 9 3
---------+Artikel 9 4
------+Artikel 10 Communicatie en transparantie
---------+Artikel 10 1
---------+Artikel 10 2
---------+Artikel 10 3
---------+Artikel 10 4
---------+Artikel 10 5
---------+Artikel 10 6
---------+Artikel 10 7
---------+Artikel 10 8
---+HOOFDSTUK V AANVULLENDE MAATREGELEN
------+Artikel 11 Certificering van externe berekeningsinstrumenten
---------+Artikel 11 1
---------+Artikel 11 2
---------+Artikel 11 3
---------+Artikel 11 4
---------+Artikel 11 5
---+HOOFDSTUK VI VERIFICATIE VAN BROEIKASGASEMISSIEGEGEVENS EN BEREKENINGEN
------+Artikel 12 Reikwijdte van de verificatie
---------+Artikel 12 1
---------+Artikel 12 2
------+Artikel 13 Verificatieactiviteiten
---------+Artikel 13 1
---------+Artikel 13 2
---------+Artikel 13 3
---------+Artikel 13 4
---------+Artikel 13 5
---------+Artikel 13 6
---------+Artikel 13 7
---------+Artikel 13 8
---------+Artikel 13 9
---+HOOFDSTUK VII ACCREDITATIE
------+Artikel 14 Conformiteitsbeoordelingsinstanties
---------+Artikel 14 1
---------+Artikel 14 2
---------+Artikel 14 3
---------+Artikel 14 4
---------+Artikel 14 5
---------+Artikel 14 6
---------+Artikel 14 7
------+Artikel 15 Accreditatieprocedures
---------+Artikel 15 1
---------+Artikel 15 2
---------+Artikel 15 3
---------+Artikel 15 4
---------+Artikel 15 5
------+Artikel 16 Verificatie uit hoofde van andere rechtshandelingen van de Unie betreffende onder meer de maritieme sector en de luchtvaartsector
---------+Artikel 16 1
---------+Artikel 16 2
---------+Artikel 16 3
---+HOOFDSTUK VIII GEDELEGEERDE HANDELINGEN EN UITVOERINGSHANDELINGEN
------+Artikel 17 Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
---------+Artikel 17 1
---------+Artikel 17 2
---------+Artikel 17 3
---------+Artikel 17 4
---------+Artikel 17 5
---------+Artikel 17 6
------+Artikel 18 Comitéprocedure
---------+Artikel 18 1
---------+Artikel 18 2
---+HOOFDSTUK IX SLOTBEPALINGEN
------+Artikel 19 Evaluatie en verslag
---------+Artikel 19 2
---------+Artikel 19 a)
---------+Artikel 19 b)
---------+Artikel 19 c)
---------+Artikel 19 d)
---------+Artikel 19 e)
---------+Artikel 19 f)
---------+Artikel 19 g)
------+Artikel 20 Inwerkingtreding en toepassing
---------+Artikel 20 1
---------+Artikel 20 2
English - European Union - Environment -

VERORDENING (EU) 2026/1030 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 29 april 2026 betreffende de broeikasgasemissieboekhouding voor vervoersdiensten (Voor de EER relevante tekst)

VERORDENING (EU) 2026/1030 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 29 april 2026

betreffende de broeikasgasemissieboekhouding voor vervoersdiensten

(Voor de EER relevante tekst)

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
Preamble: 1

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 91, lid 1, en artikel 100, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Gezien het advies van het Comité van de Regio’s (2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het ondersteunen van de inspanningen voor een betere duurzaamheid en efficiëntie van het vervoerssysteem van de Unie is een eerste vereiste voor het aanhouden van een stabiel traject naar klimaatneutraliteit uiterlijk in 2050, waarbij terdege rekening wordt gehouden met de noodzaak om een eerlijke en inclusieve transitie te verwezenlijken, de aanhoudende groei in stand te houden en het concurrentievermogen van de Europese industrie te versterken.

(2)

Broeikasgasemissieboekhouding wordt in verschillende economische sectoren, waaronder de vervoerssector, gebruikt om de broeikasgasemissies van specifieke activiteiten van overheidsinstanties, ondernemingen en consumenten te kwantificeren. Betere informatie over de prestaties van vervoersdiensten vormt een krachtig instrument om vervoersgebruikers de juiste prikkels te geven om duurzamere keuzes te maken, om de zakelijke beslissingen van vervoersondernemingen, organisatoren van vervoersdiensten en hubexploitanten te beïnvloeden en om de broeikasgasemissies van entiteiten die overheidsopdrachten uitvoeren, te verminderen. Betrouwbare en vergelijkbare gegevens over broeikasgasemissies zijn de onderliggende voorwaarde om die prikkels te creëren en daarmee een gedragsverandering bij overheidsinstanties, ondernemingen en consumenten te stimuleren, teneinde bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen voor de vervoerssector in het kader van de mededeling van de Commissie van 11 december 2019 getiteld de “Europese Green Deal” en de doelstellingen van Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad (4). Deze verordening is een van de maatregelen van de Unie voor een groene transitie, naast andere rechtshandelingen of initiatieven van de Unie, waaronder Richtlijn (EU) 2024/825 van het Europees Parlement en de Raad (5).

(3)

Ondanks de toenemende belangstelling van belanghebbenden in de vervoersector is de algemene toepassing van een broeikasgasemissieboekhouding voor vervoersdiensten nog steeds beperkt. In de meeste gevallen krijgen vervoersgebruikers geen nauwkeurige informatie over de prestaties van vervoersdiensten, voeren vervoersondernemingen, organisatoren van vervoersdiensten en hubexploitanten geen berekeningen van hun emissies uit en maken zij hun emissies niet openbaar. Met name onder micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s, ook wel midden- en kleinbedrijf of mkb genoemd), die de overgrote meerderheid vertegenwoordigen van de ondernemingen die vervoersdiensten op de interne markt aanbieden, wordt onevenredig weinig met een broeikasgasemissieboekhouding gewerkt. Kmo’s hebben namelijk te maken met onevenredig meer financiële en administratieve lasten als zij besluiten de broeikasgasemissies van hun vervoersdiensten te berekenen.

(4)

In haar witboek van 28 maart 2011 getiteld “Stappenplan voor een interne Europese vervoersruimte — werken aan een concurrerend en zuinig vervoerssysteem” presenteert de Commissie een visie voor de toekomst van het vervoerssysteem van de Unie en definieert zij een beleidsagenda voor het aanpakken van de toekomstige uitdagingen op het gebied van vervoer, met name de noodzaak om mobiliteit in stand te houden en verder te ontwikkelen en de broeikasgasemissies van vervoer en logistieke activiteiten aanzienlijk te verminderen.

(5)

In haar mededeling van 9 december 2020 getiteld “Strategie voor duurzame en slimme mobiliteit — Het Europees vervoer op het juiste spoor naar de toekomst” verwijst de Commissie naar stimulansen voor het kiezen van de meest duurzame vervoersopties binnen en tussen de vervoerswijzen. Die stimulansen omvatten de vaststelling van een Europees kader voor de geharmoniseerde meting van broeikasgasemissies in het vervoer en de logistiek op basis van mondiaal erkende normen, dat vervolgens kan worden gebruikt om bedrijven en eindgebruikers een schatting te geven van de koolstofvoetafdruk van hun keuze; zo kan de vraag van eindgebruikers en consumenten naar duurzamere vervoers- en mobiliteitsoplossingen worden vergroot en greenwashing worden vermeden.

(6)

In het kader van vervoer en logistiek worden broeikasgassen uitgestoten bij het gebruik van voertuigen, de exploitatie van vervoers- en logistieke hubs, de productie van energiedragers daarvoor, de productie van nieuwe en de verwerking van afgedankte voertuigen, en de aanleg en het onderhoud van vervoersinfrastructuur.

(7)

Het is derhalve passend geharmoniseerde regels voor een broeikasgasemissieboekhouding van diensten voor goederen- en personenvervoer vast te leggen om vergelijkbare cijfers betreffende de broeikasgasemissies van vervoersdiensten te verkrijgen en om te voorkomen dat misleidende informatie over de prestaties ervan wordt verstrekt omdat er kan worden gekozen tussen verschillende emissieberekeningsmethoden en inputgegevens. Die geharmoniseerde regels moeten zorgen voor een gelijk speelveld tussen vervoers- en hubentiteiten uit de Unie en vervoers- en hubentiteiten uit derde landen, alsook tussen vervoerswijzen, vervoerssegmenten en de nationale vervoersnetwerken. Het vaststellen van geharmoniseerde regels moet ook zorgen voor stimulansen voor gedragsverandering bij overheidsinstanties, ondernemingen en consumenten om de broeikasgasemissies van vervoersdiensten te verminderen door middel van de toepassing en het gebruik van vergelijkbare en betrouwbare gegevens over broeikasgasemissies.

(8)

Deze verordening moet voorzien in een referentiekader voor de berekening en openbaarmaking van broeikasgasemissies, op contractuele of vrijwillige basis voor commerciële doeleinden, of indien die berekening en openbaarmaking vereist zijn door toepasselijk Unierecht of nationaal recht. Dat referentiekader moet eventuele andere door overheidsinstanties en het bedrijfsleven te nemen emissiereductiemaatregelen bevorderen, waaronder het opnemen van transparantiebepalingen betreffende broeikasgasemissies in vervoerscontracten, het verstrekken van informatie over de broeikasgasemissies van een vervoersdienst aan passagiers of klanten, of het vastleggen van klimaatgerelateerde criteria voor groene aanbestedingsprocedures.

(9)

Ondanks de voordelen die voortvloeien uit de toegenomen transparantie over de prestaties van vervoersdiensten, zou de verplichte toepassing van deze verordening op alle vervoers- en hubentiteiten die vervoersdiensten op de interne markt aanbieden, onevenredig zijn en tot buitensporige kosten en lasten leiden. Deze verordening mag dan ook alleen van toepassing zijn op entiteiten die ervoor kiezen, of die uit hoofde van andere toepasselijke wetgevende en niet-wetgevende regelingen daartoe gebonden zijn, om de broeikasgasemissies van goederen- of passagiersvervoersdiensten die op het grondgebied van de Unie beginnen of eindigen, te berekenen en die informatie openbaar te maken. Dat omvat derhalve diensten waarvan de plaats van herkomst of bestemming zich in een derde land bevindt. Om ervoor te zorgen dat alle relevante vervoersdiensten in aanmerking worden genomen en om een gelijk speelveld tussen vervoers- en hubentiteiten uit de Unie en vervoers- en hubentiteiten uit derde landen te waarborgen, moet deze verordening van toepassing zijn op vervoersdiensten die buiten het grondgebied van de Unie beginnen of eindigen, maar waarbij er in de Unie een stop is om passagiers te laten in- of uitstappen of om goederen te laden of te lossen.

(10)

Deze verordening moet van toepassing zijn op entiteiten die de broeikasgasemissies van vervoersdiensten berekenen en openbaar maken, met name vervoersondernemingen, organisatoren van vervoersdiensten en hubexploitanten, alsook op verladers die een specifieke categorie vervoersgebruikers vertegenwoordigen die vervoersdiensten bestellen om hun vracht van of naar aangewezen locaties te verplaatsen en die, afhankelijk van de situatie, ook de rol van vervoersonderneming, organisator van vervoersdiensten of gegevensbemiddelingsdienst kunnen vervullen. Ontwikkelaars van externe berekeningsinstrumenten, ontwikkelaars van databanken van derden en conformiteitsbeoordelingsinstanties die ondersteunende diensten verlenen voor de berekening of verificatie van broeikasgasemissiegegevens van vervoersdiensten, moeten gebonden zijn door specifieke regels met betrekking tot respectievelijk de certificering van externe berekeningsinstrumenten, de technische kwaliteitscontrole van standaardwaarden voor broeikasgasemissie-intensiteiten, en verificatieactiviteiten en accreditatieprocedures. Deze verordening moet ook van toepassing zijn op gegevensbemiddelingsdiensten die informatie over broeikasgasemissies van vervoersdiensten berekenen en openbaar maken. Gegevensbemiddelingsdiensten die enkel outputgegevens van broeikasgasemissies verkrijgen of combineren en die outputgegevens vervolgens openbaar maken, mogen alleen gebonden zijn door de toepasselijke regels inzake communicatie en transparantie van de openbaar gemaakte broeikasgasemissiegegevens, om de vergelijkbaarheid van die outputgegevens op de markt te waarborgen.

(11)

Broeikasgasemissies in het kader van deze verordening moeten op het niveau van vervoersdiensten op uitgesplitste wijze worden berekend en openbaar gemaakt overeenkomstig de in deze verordening bedoelde methode voor de berekening van broeikasgasemissies van vervoersdiensten. Bijgevolg mag deze verordening niet van toepassing zijn indien broeikasgasemissies in geaggregeerde vorm worden berekend en openbaar gemaakt. Dat omvat situaties waarin de verplichte openbaarmaking van milieugerelateerde informatie voor duurzaamheidsrapportage en de opstelling van milieurekeningen voor statistische doeleinden zijn afgeleid van andere rechtshandelingen van de Unie, zoals de situaties uit hoofde van Verordening (EU) nr. 691/2011 van het Europees Parlement en de Raad (6) en Richtlijn (EU) 2022/2464 van het Europees Parlement en de Raad (7). Omgekeerd moet het mogelijk zijn om op basis van deze verordening verkregen informatie te gebruiken als input voor geconsolideerde emissieverslagen die uit hoofde van ander toepasselijk Unierecht vereist zijn, op voorwaarde dat de respectieve methoden en verzamelde gegevens voldoende compatibel zijn.

(12)

Een van de belangrijkste aspecten van het bij deze verordening vastgelegde geharmoniseerde Uniekader bestaat in een geschikte methode voor de berekening van de broeikasgasemissies van vervoersdiensten. De methode, die bestaat uit één enkele reeks methodologische stappen, moet ervoor zorgen dat de emissieberekeningen die in een vervoersketen worden uitgevoerd, vergelijkbare en nauwkeurige broeikasgasemissiegegevens opleveren. In de methode moet ook voldoende rekening worden gehouden met de behoeften van de vervoersmarkt om onnodige complexiteit en buitensporige lasten en kosten te voorkomen, met name voor kmo’s, en de methode moet werkbaar zijn voor belanghebbenden.

(13)

De in april 2023 door het Europees Comité voor normalisatie gepubliceerde norm EN ISO 14083:2023 “Broeikasgassen — Kwantificering en rapportage van emissies van broeikasgassen ten gevolge van transportketenactiviteiten” (de “EN-ISO-norm”) moet de gemeenschappelijke methode zijn voor de berekening van broeikasgasemissies van vervoersdiensten in het kader van deze verordening. Door de toepassing ervan in de Unie te stimuleren, wordt de internationale compatibiliteit van de broeikasgasemissieboekhouding bevorderd en een grotere wereldwijde harmonisering van de toegepaste methode vergemakkelijkt. Uit een analyse van de Commissie blijkt dat de EN-ISO-norm de meest relevante en evenredige norm is voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening, waaronder een grotere marktacceptatie en de vergelijkbaarheid van broeikasgasemissiegegevens. De broeikasgasemissies worden berekend op basis van het “van bron tot wiel”-beginsel, met inbegrip van broeikasgasemissies die voortvloeien uit de energievoorziening en het gebruik van voertuigen tijdens vervoers- en hubexploitaties.

(14)

De Commissie verbindt zich ertoe om in samenwerking met het Europees Comité voor normalisatie en de nationale normalisatie-instellingen van de lidstaten deze verordening volledig toegankelijk te maken.

(15)

Overeenkomstig Aanbeveling (EU) 2021/2279 van de Commissie (8) worden onder emissies gedurende de levenscyclus in het algemeen verstaan de broeikasgasemissies van bron tot wiel en de emissies van de productie, het onderhoud en de verwijdering van voertuigen, alsook, voor zover relevant, de emissies in verband met vervoersinfrastructuur. Levenscyclusbeoordeling kan echter leiden tot hoge uitvoeringskosten en kan vervoers- en hubentiteiten onderwerpen aan complexe boekhoudkundige procedures, met name voor emissies in verband met vervoersinfrastructuur. Om redenen van evenredigheid en omvang mag deze verordening niet vereisen dat een levenscyclusbeoordeling wordt uitgevoerd zonder beoordeling door de Commissie. Om ervoor te zorgen dat het verband tussen deze verordening en de wereldwijd erkende normen behouden blijft, moet de Commissie, bij de evaluatie van deze verordening, bovendien de vooruitgang binnen de Internationale Organisatie voor Normalisatie in die beoordeling opnemen.

(16)

Het is zaak niet af te wijken van de methodologische keuzes uit hoofde van de EN-ISO-norm, teneinde inconsistenties in de berekening van broeikasgasemissies van vervoersdiensten op de markt te voorkomen, met name in de context van internationale vervoersketens. Het is voor de Commissie echter passend te beoordelen of een aanpassing van de EN-ISO-norm vanuit het oogpunt van het beleid van de Unie, met inbegrip van toekomstige wetgeving, noodzakelijk is. Indien uit de beoordeling van de Commissie blijkt dat een wijziging van de norm of een onderdeel daarvan een duidelijk risico op onverenigbaarheid met de doelstellingen van deze verordening of ander toepasselijk Unierecht, met name met Verordening (EU) 2021/1119, meebrengt, moet de Commissie de nodige gedelegeerde handelingen vaststellen om de toepassing van die wijziging te verbieden. Indien uit die beoordeling blijkt dat het risico bestaat dat een wijziging van de norm of een onderdeel daarvan kan leiden tot onnodige onevenwichtigheden bij de berekening van broeikasgasemissies van vervoersdiensten in specifieke marktsegmenten of tot discrepanties tussen die norm en de doelstellingen van deze verordening of ander toepasselijk Unierecht, moet de Commissie de nodige gedelegeerde handelingen vaststellen om het Europees Comité voor normalisatie te verzoeken de norm dienovereenkomstig te herzien.

(17)

Om de verspreiding van onjuiste informatie op de markt te voorkomen, kan het nodig zijn de gemeenschappelijke methode inzake de parameters en aannames betreffende broeikasgasemissies die worden gehanteerd om broeikasgasemissies voorafgaand aan de verlening van een dienst te berekenen, te verduidelijken. Hetzelfde geldt voor andere relevante technische parameters in verband met de toewijzing van broeikasgasemissies of de aggregatie van gegevenselementen indien het gebruik van die parameters niet expliciet in die gemeenschappelijke methode wordt verduidelijkt.

(18)

Er kunnen verschillende soorten inputgegevens, waaronder primaire en secundaire gegevens, worden gebruikt voor de berekening van de broeikasgasemissies van vervoersdiensten. Het gebruik van primaire gegevens levert de meest betrouwbare en nauwkeurige resultaten op, en daarom moet prioriteit worden gegeven aan de geleidelijke toepassing van die primaire gegevens in de processen voor de berekening van broeikasgasemissies. Primaire gegevens kunnen onhaalbaar of buitensporig kostbaar zijn voor bepaalde belanghebbenden, met name kmo’s. Het gebruik van secundaire gegevens moet dan ook, onder duidelijke voorwaarden, worden toegestaan. Met het oog op een nauwkeurigere broeikasgasemissieboekhouding moet een lidstaat echter het gebruik van primaire gegevens voor vervoersexploitaties op zijn grondgebied kunnen verplichten voor vervoers- en hubentiteiten waarvan het aantal werknemers een specifieke bij nationaal recht vastgelegde drempel overschrijdt, indien de vervoersdienst op zijn grondgebied begint en eindigt. Om de internationale vervoersdiensten en de ontwikkeling van kmo’s niet te belemmeren, mogen de lidstaten een dergelijke verplichting niet toepassen op grensoverschrijdende vervoersexploitaties, met inbegrip van transitvervoersexploitaties over hun grondgebied, of op kmo’s.

(19)

Onverminderd de staatssteunregels moeten de lidstaten administratieve, financiële of operationele stimuleringsmaatregelen kunnen invoeren om het gebruik van primaire gegevens te bevorderen.

(20)

Wat secundaire gegevens betreft, kunnen de broeikasgasemissies van een vervoersdienst worden berekend aan de hand van standaardwaarden of gemodelleerde gegevens. De vaststelling van standaardwaarden en de ontwikkeling en actualisering van gemodelleerde gegevens moeten op een neutrale en objectieve wijze plaatsvinden, op basis van betrouwbare bronnen en adequate parameters. Databanken mogen geen standaardwaarden bevatten die ertoe leiden dat de resulterende broeikasgasemissies structureel te laag zijn in vergelijking met bekende reële waarden van vergelijkbare diensten. In die gevallen mogen databanken van derden na de technische kwaliteitscontrole geen positieve beoordeling krijgen.

(21)

Er moet een basisdatabank van de Unie met standaardwaarden voor de broeikasgasemissie-intensiteiten (“basisdatabank van de Unie”) worden opgezet om de vergelijkbaarheid te verbeteren van de broeikasgasemissiegegevens die bij de toepassing van deze verordening worden verkregen. Die basisdatabank van de Unie moet voldoende gedetailleerd zijn en de specifieke sectorale, regionale en nationale kenmerken in de hele Unie weerspiegelen, en moet afzonderlijke tabellen bevatten voor elke vervoerswijze. De Commissie moet ervoor zorgen dat de basisdatabank van de Unie regelmatig wordt geactualiseerd en moet ten minste eenmaal per jaar beoordelen of dat noodzakelijk is. De gegevens betreffende de zeevaart moeten worden overgenomen uit de THETIS-MRV-databank en, indien van toepassing, worden aangevuld met andere informatiebronnen, zoals de FuelEU-databank. Gezien de specifieke sectorale, regionale en nationale kenmerken van die standaardwaarden in de Unie, moeten echter andere relevante, door derden beheerde databanken en datasets worden toegestaan, op voorwaarde dat zij aan een technische kwaliteitscontrole op het niveau van de Unie worden onderworpen.

(22)

Bij de vaststelling van de broeikasgasemissie-intensiteit van een vervoersdienst zijn broeikasgasemissiefactoren voor energiedragers in het vervoer nodig om ramingen van de broeikasgasemissies af te leiden die de hoeveelheid energie weerspiegelen die wordt gebruikt bij toepassing van een “van bron tot wiel”-benadering. Er moet derhalve een centrale databank van de Unie van standaardwaarden voor broeikasgasemissiefactoren (“centrale databank van de Unie”) van energiedragers in het vervoer worden opgezet om de vergelijkbaarheid en kwaliteit van inputgegevens te waarborgen.

(23)

Bij het kwantificeren van emissies in verband met het gebruik van elektriciteit moet een locatiegebaseerde aanpak worden aangemoedigd, op voorwaarde dat geactualiseerde en nauwkeurige emissie-intensiteitswaarden beschikbaar zijn voor de verschillende lidstaten. Indien geschikt en voldoende ontwikkeld, kan een marktgebaseerde benadering worden toegepast, mits aan de voorwaarden van bijlage J bij de EN-ISO-norm is voldaan.

(24)

De basisdatabank van de Unie en de centrale databank van de Unie moeten, voor zover die beschikbaar en geschikt zijn, standaardwaarden bevatten die door de Unie of in het belang van de Unie op internationaal niveau zijn overeengekomen. Gezien de specifieke sectorale, regionale en nationale kenmerken in de hele Unie, moeten de basisdatabank van de Unie en de centrale databank van de Unie de voertuigtypen en energiedragers in het vervoer weerspiegelen die gewoonlijk worden gebruikt in de Unie, in sommige of alle lidstaten. De basisdatabank van de Unie en de centrale databank van de Unie moeten ook de unieke kenmerken van de verschillende lidstaten weerspiegelen.

(25)

De ontwikkeling en het onderhoud van de basisdatabank van de Unie en centrale databank van de Unie, alsook de technische kwaliteitscontrole op door derden beheerde databanken en datasets, moeten worden uitgevoerd door een neutraal en bevoegd orgaan dat op het niveau van de Unie actief is. Gezien zijn taak is het Europees Milieuagentschap de meest geschikte partij om de nodige technische bijstand te verlenen voor de correcte uitvoering van de toepasselijke bepalingen van deze verordening. Indien nodig moeten die werkzaamheden gebaseerd zijn op bijdragen van en worden ondersteund door andere sectorale organen van de Unie, overeenkomstig het Unierecht. Indien nodig moeten de lidstaten de Commissie een aanvullende en vrijwillige inbreng kunnen leveren.

(26)

Het moet mogelijk zijn gemodelleerde gegevens te gebruiken indien zij gebaseerd zijn op een model dat in overeenstemming is met de gemeenschappelijke methode en, indien relevant, andere bepalingen voor het gebruik van secundaire gegevens en berekeningsinstrumenten die bij deze verordening zijn vastgelegd.

(27)

Verordening (EU) 2015/757 van het Europees Parlement en de Raad (9) en Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (10) schrijven voor dat de broeikasgasemissies van schepen en luchtvaartuigen verzameld, gemeten, berekend en jaarlijks gerapporteerd moeten worden. Verordening (EU) 2015/757 en Richtlijn 2003/87/EG zijn tot op zekere hoogte een aanvulling op deze verordening, met name wat betreft de productie van gegevens over het brandstofverbruik als input voor het kwantificeren van emissies van vervoersdiensten, voor de afgelegde afstand of de hoeveelheid vervoerde vracht. Het moet ook mogelijk zijn om, voor de berekening van de broeikasgasemissies van vervoersdiensten, gebruik te maken van inputgegevens die afkomstig zijn van de uitvoering van andere wetgevingskaders, zoals Verordening (EU) 2019/631 (11), (EU) 2019/1242 (12), (EU) 2023/1805 (13) of (EU) 2023/2405 (14) van het Europees Parlement en de Raad. Aangezien het passend is om in alle toepasselijke rechtshandelingen van de Unie op het gebied van vervoer naar een gemeenschappelijke norm te verwijzen, moet de Commissie ernaar streven de verenigbaarheid en consistentie van deze verordening met bestaande rechtshandelingen van de Unie en met toekomstige initiatieven te waarborgen. De Commissie moet er in toekomstige initiatieven en in secundaire wetgeving met name naar streven te eisen dat elke broeikasgasemissieboekhouding voor vervoersdiensten op een uitgesplitste wijze wordt gebaseerd op de in deze verordening bedoelde gemeenschappelijke methode.

(28)

Om de nauwkeurige verzameling van gegevens, de daaropvolgende berekeningen en het gebruik van primaire gegevens door kmo’s te vergemakkelijken, moet bij elk toekomstig wetgevingsvoorstel met betrekking tot de toegang tot voertuiggegevens worden overwogen toegang tot boordgegevens te verlenen.

(29)

Om de uitvoering van deze verordening te vergemakkelijken en de complexiteit van de berekeningen te beperken en tegelijkertijd de administratieve en financiële lasten te verminderen, moet de Commissie voorzien in een vereenvoudigd, gratis, openbaar toegankelijk en gebruiksvriendelijk online-berekeningsinstrument dat in het bijzonder is ontworpen voor micro-, kleine en middelgrote vervoersondernemingen. Het berekeningsinstrument moet worden ontwikkeld in overeenstemming met de bij deze verordening vastgelegde gemeenschappelijke methode, zodat bij het gebruik ervan de juistheid van de uitgevoerde berekening is gewaarborgd. Het instrument moet berekeningen op basis van primaire gegevens vergemakkelijken en het gebruik mogelijk maken van relevante secundaire gegevens, waaronder broeikasgasemissiefactoren en, indien beschikbaar, standaardwaarden voor broeikasgasemissie-intensiteiten die afkomstig zijn van de uit hoofde van deze verordening erkende databanken. Het berekeningsinstrument moet vergezeld gaan van een handleiding die helpt bij de uitvoering van deze verordening en uitlegt hoe het instrument werkt. Het berekeningsinstrument moet periodiek worden geactualiseerd. Het moet de gegevenskloof in de informatieketen helpen dichten, een uniforme broeikasgasemissieboekhouding voor de meest typische vervoersdiensten bevorderen, de transparantie en vergelijkbaarheid van gegevens verbeteren en bijdragen tot bewustmaking en tot de toepassing van de berekening van broeikasgasemissies op grond van deze verordening.

(30)

Het is passend voor de weergave van outputgegevens over broeikasgasemissies gemeenschappelijke maatstaven vast te leggen die de vergelijkbaarheid van die gegevens en een doeltreffende benchmarking van verschillende vervoersdiensten mogelijk maken. Gemeenschappelijke maatstaven moeten er ook voor zorgen dat gegevensverstrekkers duidelijk communiceren en dat gegevensontvangers die communicatie juist begrijpen.

(31)

Alle uitgesplitste informatie over broeikasgasemissies van een vervoersdienst die voor commerciële of regelgevingsdoeleinden aan een derde partij openbaar wordt gemaakt overeenkomstig deze verordening, moet op pertinente en in het oog springende wijze outputgegevens bevatten die zijn vastgesteld op grond van de specifieke regels voor de berekening van broeikasgasemissies van vervoersdiensten die bij deze verordening zijn vastgelegd. Indien relevant kunnen aanvullende gegevenselementen voor andere doeleinden dan die welke in deze verordening zijn gedefinieerd, worden toegevoegd.

(32)

De openbaarmaking van informatie over broeikasgasemissies voorafgaand aan de verlening van een vervoersdienst is essentieel om een geïnformeerd besluitvormingsproces door overheidsinstanties, ondernemingen en consumenten aan te moedigen, en is van invloed op overheidsopdrachten van overheidsinstanties en op de zakelijke beslissingen van vervoers- en hubentiteiten die die vervoersdiensten op de markt aanbieden en organiseren. Derhalve moet informatie over broeikasgasemissies in verband met een specifieke vervoersdienst waar mogelijk voorafgaand aan de verlening van de vervoersdienst openbaar worden gemaakt. Het moet echter mogelijk zijn om na de verlening van de vervoersdienst informatie over broeikasgasemissies openbaar te maken, met name indien de communicatie tussen ondernemingen gedetailleerder moet zijn, met name in het kader van logistieke ketens en contractuele verhoudingen met onderaannemers, of met het oog op het gebruik van primaire gegevens.

(33)

Om te kunnen aantonen dat aan de vereisten van deze verordening is voldaan, moeten vervoers- en hubentiteiten en gegevensbemiddelingsdiensten die outputgegevens over broeikasgasemissies van een vervoersdienst berekenen en openbaar maken, de outputgegevens kunnen staven met bewijsmateriaal. Dat bewijsmateriaal moet worden verstrekt op grond van de regels inzake rapportage op het niveau van vervoersdiensten die zijn vastgelegd bij de EN-ISO-norm, en moet beschikbaar worden gemaakt op verzoek van een bevoegde autoriteit, zoals een rechtbank, of van een andere derde indien dat vereist is uit hoofde van afzonderlijke juridische of contractuele verplichtingen.

(34)

Tenzij afzonderlijke regelingen van toepassing zijn, mag een gegevensbemiddelingsdienst die informatie over broeikasgasemissies van een vervoersdienst verzamelt bij vervoers- en hubentiteiten of andere betrokken natuurlijke of rechtspersonen en die informatie op de markt openbaar maakt, niet aansprakelijk worden gesteld indien die informatie een inbreuk vormt op een van de vereisten van deze verordening met betrekking tot de berekening en verificatie van broeikasgasemissies van vervoersdiensten en de certificering van berekeningsinstrumenten. De gegevensbemiddelingsdienst moet echter trachten te voorkomen dat onnauwkeurige of onjuiste informatie openbaar wordt gemaakt, en moet de regels van deze verordening inzake de outputgegevens over broeikasgasemissies, inzake communicatie en inzake transparantie in acht nemen. Daarnaast moet de gegevensbemiddelingsdienst de bron van die informatie bekendmaken, zodat de betrokken informatieverstrekker kan worden geïdentificeerd.

(35)

Externe berekeningsinstrumenten die door een derde op de markt worden aangeboden voor breder commercieel en niet-commercieel gebruik, kunnen de broeikasgasemissieboekhouding van vervoersdiensten vergemakkelijken, waardoor het gebruik ervan door een bredere groep belanghebbenden wordt ondersteund. Externe berekeningsinstrumenten moeten worden gecertificeerd om te garanderen dat zij voldoen aan de vereisten van deze verordening, met name wat betreft het gebruik van de gemeenschappelijke methode en een passende reeks inputgegevens.

(36)

Een goed ontworpen systeem voor het verifiëren van de naleving van de vereisten van deze verordening door de op de markt openbaar gemaakte outputgegevens over broeikasgasemissies en de onderliggende berekeningsprocessen, moet het vertrouwen in de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van die gegevens aanzienlijk vergroten. Het systeem moet met name gedetailleerde voorwaarden voor de verificatie vastleggen, ongeacht of het een eenmalige dan wel een geregelde vervoersdienst betreft, met inbegrip van een passende controlefrequentie, alsook procedurele regelingen, rekening houdend met de aard en de omvang van de betrokken vervoersdiensten en de noodzaak om onevenredige administratieve lasten te voorkomen. Vervoers- en hubentiteiten en gegevensbemiddelingsdiensten die de conformiteitsbeoordeling met succes hebben doorlopen, moeten bewijs van overeenstemming kunnen verkrijgen dat in de hele Unie algemeen wordt erkend. Indien primaire gegevens werden opgenomen, moet dat in het bewijs van overeenstemming worden aangegeven, vooral om het verzamelen en gebruik van primaire gegevens door onder deze verordening vallende entiteiten te stimuleren. De verificatie van outputgegevens moet ook de vergelijkbaarheid van dergelijke outputgegevens omvatten, onder meer met betrekking tot de berekening van de afstand, waarbij er moet worden gecontroleerd of afwijkingen van de grootcirkelafstand en de kortst haalbare afstand in overeenstemming zijn met de EN-ISO-norm.

(37)

De administratieve lasten in verband met de verificatie kunnen onevenredig zijn voor kleinere ondernemingen en moeten daarom worden beperkt. Daartoe moeten kmo’s worden vrijgesteld van de vereisten in verband met de verificatie, tenzij die kmo’s een bewijs van overeenstemming wensen te verkrijgen. Daarnaast moeten grote ondernemingen rekening houden met het evenredigheidsbeginsel wanneer zij overwegen partners in de waardeketen, met name kmo’s, om verificatie van de conformiteit te verzoeken.

(38)

Er bestaan reeds rechtshandelingen van de Unie in de vervoerssector waarin regels inzake emissieverificatievereisten zijn vastgelegd, met name de Verordeningen (EU) 2015/757 en (EU) 2023/1805 voor de maritieme sector, en Richtlijn 2003/87/EG voor de luchtvaartsector. Ter vermindering van de administratieve lasten moeten verificateurs die uit hoofde van die handelingen zijn geaccrediteerd, worden geacht uit hoofde van deze verordening geaccrediteerd te zijn om verificatieactiviteiten te verrichten in de betrokken sector waarin zij actief zijn, mits zij de aangewezen nationale autoriteiten in kennis stellen van hun voornemen om dergelijke activiteiten ook uit hoofde van deze verordening te verrichten. Conformiteitsbeoordelingsinstanties moeten onafhankelijke en bevoegde juridische entiteiten zijn, geaccrediteerd door nationale accreditatie-instanties die zijn opgericht overeenkomstig Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad (15). Verordening (EG) nr. 765/2008 inzake de accreditatie van conformiteitsbeoordelingsinstanties is horizontaal van toepassing, onder meer op verificateurs die zijn geaccrediteerd uit hoofde van de Verordeningen (EU) 2015/757 en (EU) 2023/1805 en Richtlijn 2003/87/EG en op conformiteitsbeoordelingsinstanties die zijn geaccrediteerd uit hoofde van deze verordening. Verordening (EG) nr. 765/2008 heeft ook betrekking op situaties waarin nationale accreditatie-instanties de bevoegdheid hebben om passende maatregelen te nemen indien een conformiteitsbeoordelingsinstantie niet langer bekwaam is om een specifieke conformiteitsbeoordelingsactiviteit te verrichten of ernstig is tekortgeschoten in haar verplichtingen.

(39)

Indien uitgesplitste outputgegevens over broeikasgasemissies van vervoersdiensten reeds zijn geverifieerd overeenkomstig specifieke regels die zijn vastgelegd in andere rechtshandelingen van de Unie, waaronder, voor de maritieme sector, Verordening (EU) 2015/757 en de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen, of Verordening (EU) 2023/1805 en de op basis daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen, en, voor de luchtvaartsector, Richtlijn 2003/87/EG en de op basis daarvan vastgestelde uitvoeringshandelingen, moeten de gegevens in kwestie worden geacht te zijn geverifieerd op grond van deze verordening.

(40)

Teneinde de efficiënte werking van deze verordening mogelijk te maken en deze verordening indien nodig aan te vullen met aanvullende regels, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van het beoordelen van een wijziging van de EN-ISO-norm en, indien nodig, het verbieden van de toepassing van toekomstige wijzigingen, het beoordelen en uitsluiten van bepaalde elementen van de gemeenschappelijke methode, het aanpassen van gemeenschappelijke maatstaven voor outputgegevens over broeikasgasemissies en het vaststellen van aanvullende methoden en criteria voor de accreditatie van conformiteitsbeoordelingsinstanties. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (16). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(41)

Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om gedetailleerde bepalingen vast te stellen ten aanzien van aan het Europees Comité voor normalisatie gerichte verzoeken tot herziening van de EN-ISO-norm, de verduidelijking van de gemeenschappelijke methode, de vaststelling van regels en voorwaarden voor het uitvoeren van de technische kwaliteitscontrole van databanken van derden, de vaststelling van het EU-berekeningsinstrument, de certificering van externe berekeningsinstrumenten en de verificatie van de outputgegevens. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (17).

(42)

Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk het stimuleren van gedragsverandering bij overheidsinstanties, ondernemingen en consumenten om de broeikasgasemissies van vervoersdiensten te verminderen door de invoering en het gebruik van vergelijkbare en betrouwbare broeikasgasemissiegegevens van vervoersdiensten, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt zonder het risico te lopen administratieve belemmeringen op de interne markt op te werpen die extra kosten en administratieve lasten voor bedrijfstakken meebrengen, maar vanwege het harmoniserende effect van de bij deze verordening vastgestelde gemeenschappelijke methode voor de berekening van broeikasgasemissies van vervoersdiensten beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 29 april 2026.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

R. METSOLA

Voor de Raad

De voorzitter

M. RAOUNA

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK II GEMEENSCHAPPELIJKE METHODE HOOFDSTUK II GEMEENSCHAPPELIJKE METHODE
HOOFDSTUK III INPUTGEGEVENS EN DE BRONNEN ERVAN HOOFDSTUK III INPUTGEGEVENS EN DE BRONNEN ERVAN
HOOFDSTUK IV OUTPUTGEGEVENS EN TRANSPARANTIE HOOFDSTUK IV OUTPUTGEGEVENS EN TRANSPARANTIE
HOOFDSTUK V AANVULLENDE MAATREGELEN HOOFDSTUK V AANVULLENDE MAATREGELEN
HOOFDSTUK VI VERIFICATIE VAN BROEIKASGASEMISSIEGEGEVENS EN BEREKENINGEN HOOFDSTUK VI VERIFICATIE VAN BROEIKASGASEMISSIEGEGEVENS EN BEREKENINGEN
HOOFDSTUK VII ACCREDITATIE HOOFDSTUK VII ACCREDITATIE
HOOFDSTUK VIII GEDELEGEERDE HANDELINGEN EN UITVOERINGSHANDELINGEN HOOFDSTUK VIII GEDELEGEERDE HANDELINGEN EN UITVOERINGSHANDELINGEN
HOOFDSTUK IX SLOTBEPALINGEN HOOFDSTUK IX SLOTBEPALINGEN

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis