+VERORDENING (Euratom) 2025/1304 VAN DE RAAD van 23 juni 2025 tot vaststelling van het programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie voor de periode 2026-2027 ter aanvulling van Horizon Europa — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, en tot intrekking van Verordening (Euratom) 2021/765
---+Preamble: 1
---+HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
------+Artikel 1 Onderwerp
------+Artikel 2 Definities
------+Artikel 3 Doelstellingen van het programma
---------+Artikel 3 1
---------+Artikel 3 2
---------+Artikel 3 3
------+Artikel 4 Begroting
---------+Artikel 4 1
---------+Artikel 4 2
---------+Artikel 4 3
---------+Artikel 4 4
---------+Artikel 4 5
---------+Artikel 4 6
---------+Artikel 4 7
------+Artikel 5 Met het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 geassocieerde derde landen
---------+Artikel 5 1
---------+Artikel 5 2
---------+Artikel 5 3
---------+Artikel 5 4
---------+Artikel 5 5
------+Artikel 6 Uitvoering en vormen van financiering
---------+Artikel 6 1
---------+Artikel 6 2
---------+Artikel 6 3
---------+Artikel 6 4
------+Artikel 7 Europese partnerschappen
---------+Artikel 7 1
---------+Artikel 7 2
---------+Artikel 7 3
---------+Artikel 7 4
------+Artikel 8 Open wetenschap
------+Artikel 9 In aanmerking komende acties en regels voor deelname en verspreiding van onderzoeksresultaten
---------+Artikel 9 1
---------+Artikel 9 2
---------+Artikel 9 3
---------+Artikel 9 4
---------+Artikel 9 5
------+Artikel 10 Cumulatieve, alternatieve en gecombineerde financiering
---------+Artikel 10 1
---------+Artikel 10 2
---------+Artikel 10 3
---------+Artikel 10 4
---+HOOFDSTUK II PROGRAMMERING, MONITORING, EVALUATIE EN CONTROLE
------+Artikel 11 Werkprogramma’s
---------+Artikel 11 1
---------+Artikel 11 2
---------+Artikel 11 3
------+Artikel 12 Monitoring en verslaglegging
---------+Artikel 12 1
---------+Artikel 12 2
---------+Artikel 12 3
------+Artikel 13 Informatie, communicatie, publiciteit en verspreiding en exploitatie
---------+Artikel 13 1
---------+Artikel 13 2
---------+Artikel 13 3
---------+Artikel 13 4
------+Artikel 14 Evaluatie
---------+Artikel 14 1
---------+Artikel 14 2
---------+Artikel 14 3
------+Artikel 15 Audits
---------+Artikel 15 1
---------+Artikel 15 2
---------+Artikel 15 3
---------+Artikel 15 4
---------+Artikel 15 5
---------+Artikel 15 6
------+Artikel 16 Comitéprocedure
---------+Artikel 16 1
---------+Artikel 16 2
---------+Artikel 16 3
---------+Artikel 16 4
---------+Artikel 16 5
---------+Artikel 16 6
------+Artikel 17 Bescherming van de financiële belangen van de Unie
---+HOOFDSTUK III OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
------+Artikel 18 Intrekking
------+Artikel 19 Overgangsbepalingen
---------+Artikel 19 1
---------+Artikel 19 2
---------+Artikel 19 3
------+Artikel 20 Inwerkingtreding
---+BIJLAGE I ACTIVITEITEN
---+BIJLAGE II
English - European Union - Energy -

VERORDENING (Euratom) 2025/1304 VAN DE RAAD van 23 juni 2025 tot vaststelling van het programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie voor de periode 2026-2027 ter aanvulling van Horizon Europa — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, en tot intrekking van Verordening (Euratom) 2021/765

VERORDENING (Euratom) 2025/1304 VAN DE RAAD

van 23 juni 2025

tot vaststelling van het programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie voor de periode 2026-2027 ter aanvulling van Horizon Europa — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, en tot intrekking van Verordening (Euratom) 2021/765

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
Preamble: 1

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 7, eerste alinea,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na raadpleging van het Wetenschappelijk en Technisch Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (de “Gemeenschap”) tracht bij te dragen tot de verhoging van de levensstandaard in de lidstaten door onderzoek op het gebied van kernenergie in de lidstaten te bevorderen en te vergemakkelijken en als aanvulling hierop een programma voor onderzoek en opleiding van de Gemeenschap uit te voeren.

(2)

Onderzoek op het gebied van kernenergie kan bevorderlijk zijn voor het sociaal welzijn, de economische welvaart en de ecologische duurzaamheid door een verbetering van de nucleaire veiligheid en beveiliging en stralingsbescherming. Onderzoek op het gebied van stralingsbescherming heeft geleid tot verbeteringen in medische technologieën waar veel burgers baat bij hebben, en dit onderzoek kan leiden tot verbeteringen in andere sectoren zoals industrie, landbouw, milieu en veiligheid.

(3)

Met volledige inachtneming van het recht van de lidstaten om hun energiemix te bepalen, kunnen de onderzoeksresultaten van het bij deze verordening vastgestelde programma mogelijk bijdragen tot een klimaatneutraal energiesysteem op een veilige, efficiënte en betrouwbare manier.

(4)

Om de continuïteit van het onderzoek op het gebied van kernenergie op Gemeenschapsniveau te waarborgen, moet het programma voor onderzoek en opleiding van de Gemeenschap voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2027 (het “Euratom-programma voor de periode 2026-2027”) zodanig worden vastgesteld dat de looptijd ervan wordt afgestemd op die van het meerjarig financieel kader voor de periode 2021-2027, dat is vastgesteld bij Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad (1). In het kader van het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 moeten de voornaamste onderzoeksactiviteiten van het voorgaande programma voor onderzoek en opleiding van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie voor de periode 2021-2025, ingesteld bij Besluit 2021/765 van de Raad (2) (het “Euratom-programma voor de periode 2021-2025”), worden voortgezet met dezelfde doelstellingen en dezelfde de wijze van uitvoering.

(5)

In het verslag van de Commissie over de tussentijdse evaluatie van het Euratom-programma voor de periode 2021-2025 is de relevantie van de verschillende kenmerken van dat programma onder de aandacht gebracht. Volgens het verslag gaat het onder meer om de volgende kenmerken: a) de brede onderzoeksportefeuille ter ondersteuning van nucleaire veiligheid, beveiliging en veiligheidscontroles, stralingsbescherming en toepassingen voor andere doeleinden dan elektriciteitsopwekking; b) de EU-meerwaarde voor kernsplijtingsonderzoek; c) de ondersteuning van belanghebbenden via een betere veiligheid en de kennisbasis voor veiligheidskwesties in verband met de langetermijnexploitatie van bestaande kerncentrales; d) de voorbereidingen voor scenario’s inzake veiligheid, beveiliging en waarborgen ten behoeve van geavanceerde nucleaire systemen; e) de verdere ontwikkeling van fusieonderzoek door verbetering van de governance, en f) het vaststellen van de prioriteiten van het programma en het uitstippelen van geloofwaardigere en realistischere trajecten. In het verslag werd geconcludeerd dat deze kenmerken in het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 moeten worden behouden.

(6)

Bij het ontwerp en de opzet van het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 wordt rekening gehouden met de noodzaak om een kritische massa van ondersteunde activiteiten tot stand te brengen. Dit moet worden bereikt door een beperkt aantal specifieke doelstellingen vast te leggen waarin de nadruk ligt op het veilige gebruik van kernsplijting voor de opwekking van elektriciteit en voor andere doeleinden dan de opwekking van elektriciteit, de instandhouding en ontwikkeling van de noodzakelijke expertise, de bevordering van fusie-energie en de ondersteuning van het beleid van de Unie en haar lidstaten op het gebied van nucleaire veiligheid, veiligheidscontroles en beveiliging.

(7)

Het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 is een cruciaal onderdeel van de inspanningen van de Unie om verder technologisch leiderschap te ontwikkelen en excellentie in onderzoek en innovatie op het gebied van kernenergie te bevorderen, en daarbij de hoogste normen inzake veiligheid, beveiliging, veiligheidscontroles, stralingsbescherming, veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval en ontmanteling op het gebied van kernenergie te garanderen, overeenkomstig de in deze verordening vermelde doelstellingen van het programma.

(8)

Aangezien alle lidstaten gebruikmaken van radioactief materiaal, moet het verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval worden gewaarborgd, als voorgeschreven bij Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad (3), om te voorkomen dat toekomstige generaties met disproportionele lasten worden opgezadeld. Het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 moet onderzoek en ontwikkeling van technologieën en competenties op het gebied van het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval blijven verbeteren en ondersteunen.

(9)

In het kader van het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 moet onderzoek inzake fusie-energie worden uitgevoerd in overeenstemming met het Europese stappenplan inzake kernfusie, waarin wordt uiteengezet welk onderzoek en welke ontwikkelingen nodig zijn als grondslag voor een op kernfusie gebaseerde elektriciteitscentrale, en met Beschikking 2007/198/Euratom van de Raad (4). Op korte tot middellange termijn moet de belangrijkste stap de voltooiing van de bouw en ingebruikname van de ITER zijn, terwijl de Europese activiteiten inzake de ITER moeten worden aangevuld door een krachtdadig programma voor fusieonderzoek, met het oog op ondersteuning van de toekomstige ITER-activiteiten en de voorbereiding van een eerste kernfusiecentrale.

(10)

Door het onderzoek inzake kernenergie te ondersteunen, moet het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van Horizon Europa — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (“Horizon Europa”), zoals vastgesteld bij Verordening (EU) 2021/695 van het Europees Parlement en de Raad (5), en moet het de uitvoering van de Europa 2030-strategie en de versterking van de Europese onderzoeksruimte bevorderen.

(11)

Het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 moet streven naar synergieën met Horizon Europa en andere programma’s van de Unie, variërend van ontwerp en strategische planning, via selectie van projecten, beheer, communicatie, verspreiding en exploitatie van resultaten, tot monitoring, audits en governance.

(12)

De acties in het kader van het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 moeten evenredig zijn, mogen particuliere financiering niet overlappen of verdringen, en moeten een duidelijke toegevoegde waarde voor Europa hebben. Hierdoor wordt de samenhang tussen de acties van het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 en de staatssteunregels van de Unie gewaarborgd en worden ongegronde verstoringen van de mededinging op de interne markt voorkomen.

(13)

Hoewel iedere lidstaat zelf moet bepalen of hij al dan niet gebruikmaakt van kernenergie, wordt er ook rekening mee gehouden dat kernenergie in de diverse lidstaten uiteenlopende rollen vervult. Het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 zal door middel van zijn onderzoeksactiviteiten ook bijdragen aan een algemene discussie tussen alle belanghebbenden inzake de mogelijkheden en risico’s van kernenergie.

(14)

Om tegemoet te komen aan de behoeften op het gebied van onderwijs en opleiding moet het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 financiële ondersteuning bieden zodat onderzoekers op het gebied van kernenergie evenzeer in aanmerking komen voor de Marie Skłodowska-Curieacties als onderzoekers in andere domeinen.

(15)

In deze verordening worden de financiële middelen voor de volledige duur van het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 vastgelegd die voor het Europees Parlement en de Raad in de loop van de jaarlijkse begrotingsprocedure het voornaamste referentiebedrag vormen in de zin van punt 18 van het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen (6).

(16)

Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad (7) (het “Financieel Reglement”) is op het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 van toepassing. In het Financieel Reglement zijn regels vastgelegd voor de uitvoering van de Uniebegroting, waaronder regels voor subsidies, prijzen, aanbestedingen, indirect beheer, financieringsinstrumenten, begrotingsgaranties, financiële steun en de vergoeding van externe deskundigen. De op grond van artikel 322 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) vastgestelde regels omvatten ook een algemeen conditionaliteitsregime ter bescherming van de Uniebegroting.

(17)

De soorten financiering en de uitvoeringsmethoden in het kader van deze verordening moeten worden gekozen op basis van hun geschiktheid voor het verwezenlijken van de specifieke doelstellingen van de acties en voor het behalen van resultaten, met name rekening houdend met de kosten van controles, de administratieve lasten en het verwachte risico van niet-naleving. Wat subsidies betreft, houdt dit mede in dat het gebruik van vaste bedragen, vaste percentages en eenheidskosten moet worden overwogen.

(18)

Er moet in het bijzonder over worden gewaakt dat voldoende kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) en de private sector in het algemeen deelnemen. In het kader van de regelingen voor evaluatie en monitoring moeten er kwantitatieve en kwalitatieve beoordelingen van de deelname van kmo’s plaatsvinden.

(19)

De activiteiten die in het kader van het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 worden ontwikkeld, moeten gericht zijn op het wegnemen van genderongelijkheden en het bevorderen van gelijkheid tussen vrouwen en mannen in onderzoek en innovatie, overeenkomstig de artikelen 2 en 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en artikel 8 VWEU. De genderdimensie moet in onderzoek en innovatie worden geïntegreerd en gedurende alle fasen van de onderzoekscyclus worden gevolgd.

(20)

Teneinde de relatie tussen de wetenschap en de samenleving te verdiepen en het vertrouwen van het publiek in de wetenschap te versterken, moet het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 ervoor zorgen dat de burgers en het maatschappelijk middenveld over de nodige informatie beschikken over en belangstelling hebben in onderzoeks- en innovatievraagstukken door het wetenschappelijk onderwijs te bevorderen, wetenschappelijke kennis gemakkelijker toegankelijk te maken, te voorzien in verantwoorde agenda’s voor onderzoek en innovatie die rekening houden met de zorgen en verwachtingen van de burgers en het maatschappelijk middenveld, en de deelname van de burgers en het maatschappelijk middenveld aan de activiteiten in het kader van het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 te vergemakkelijken.

(21)

De acties die onder het toepassingsgebied van het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 vallen, moeten in overeenstemming zijn met de grondrechten en de beginselen van met name het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

(22)

De exploitatie van door de deelnemers ontwikkelde intellectuele eigendom moet verder worden vergemakkelijkt, zonder dat de legitieme belangen van andere deelnemers of van de Gemeenschap hierdoor worden geschaad, overeenkomstig titel II, hoofdstuk 2, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (het “Euratom-Verdrag”).

(23)

Om te garanderen dat de Euratom-financiering zo veel mogelijk effect sorteert, kan de Gemeenschap waar passend overwegen Europese partnerschappen tot stand te brengen met partners uit de publieke of private sector, mits de gewenste effecten doeltreffender door partnerschappen kunnen worden bereikt dan door de Gemeenschap alleen, en in vergelijking met andere vormen van steun uit hoofde van het Euratom-programma voor de periode 2026-2027. Deze verordening moet ervoor zorgen dat dergelijke partnerschappen een duidelijke levenscyclusbenadering hebben en een transparant selectie- en besluitvormingsproces volgen overeenkomstig bijlage III bij Verordening (EU) 2021/695.

(24)

Het moet ook mogelijk zijn de doelstellingen van het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 te verwezenlijken met financieringsinstrumenten en begrotingsgaranties in het kader van op het VWEU gebaseerde programma’s, mits de acties in overeenstemming zijn met de doelstellingen en regels van dergelijke programma’s.

(25)

Om een zo efficiënt mogelijke uitvoering te waarborgen en de begunstigden een coherent, volledig en transparant kader te verschaffen, moeten de desbetreffende regels van Verordening (EU) 2021/695, met enkele aanpassingen of uitzonderingen, ook gelden voor de deelname aan het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 en de verspreiding van onderzoeksresultaten. De in die verordening opgenomen ter zake doende definities en belangrijkste soorten acties moeten van toepassing zijn voor de doeleinden van deze verordening.

(26)

Het garantiefonds voor de deelnemers in het kader van Horizon 2020 dat is ingesteld bij Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad (8) en dat wordt beheerd door de Commissie is een belangrijk vrijwaringsmechanisme gebleken om de risico’s te beperken die verbonden zijn aan verschuldigde bedragen die niet worden terugbetaald door in gebreke blijvende deelnemers. Dat vrijwaringsmechanisme moet daarom worden voortgezet. Voorts moeten acties in het kader van deze verordening door het ingestelde systeem voor onderlinge verzekeringen op grond van Verordening (EU) 2021/695 worden gedekt.

(27)

Het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC) moet de Unie en de lidstaten, naargelang het geval, gedurende de hele beleidscyclus onafhankelijke, door de gebruiker aangestuurde wetenschappelijke gegevens en technologische ondersteuning ter beschikking blijven stellen. Het JRC moet zijn directe acties op flexibele, efficiënte en transparante wijze uitvoeren, en moet daarbij rekening houden met de relevante behoeften van zijn gebruikers en de behoeften van het Uniebeleid, in het bijzonder op het gebied van nucleaire veiligheid, veiligheidscontroles en beveiliging, en de financiële belangen van de Unie beschermen. Volgens de conclusies van de Raad van 26 april 1994 betreffende de rol van het JRC moet het JRC extra middelen blijven genereren door middel van concurrerende ondersteunende activiteiten voor het beleid van de Unie of voor derden. Het JRC moet kunnen deelnemen aan indirecte acties indien het desbetreffende werkprogramma daarin voorziet.

(28)

Overeenkomstig het Financieel Reglement, Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad (9) en de Verordeningen (EG, Euratom) nr. 2988/95 (10), (Euratom, EG) nr. 2185/96 (11) en (EU) 2017/1939 (12) van de Raad moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd met evenredige maatregelen, onder meer op het gebied van preventie, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden, waaronder fraude, terugvordering van verloren gegane, ten onrechte betaalde of onjuist bestede financiële middelen, en, voor zover van toepassing, met administratieve sancties. Met name heeft het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig de Verordeningen (Euratom, EG) nr. 2185/96 en (EU, Euratom) nr. 883/2013 de bevoegdheid administratieve onderzoeken te verrichten, met inbegrip van controles en verificaties ter plaatse, om vast te stellen of er sprake is geweest van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie zijn geschaad.Het Europees Openbaar Ministerie (EOM) is overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 bevoegd over te gaan tot onderzoek en vervolging van strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden, zoals bepaald in Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad (13). Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig het Financieel Reglement volledig meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, de Rekenkamer en, ten aanzien van de lidstaten die deelnemen aan nauwere samenwerking uit hoofde van Verordening (EU) 2017/1939, het EOM, en ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen.

(29)

Derde landen kunnen aan het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 deelnemen op basis van hun toepasselijke rechtsinstrumenten. Er moet een specifieke bepaling in deze verordening worden opgenomen die derde landen verplicht om de verantwoordelijke ordonnateur, OLAF en de Rekenkamer de nodige rechten en toegang te verlenen zodat deze hun respectieve bevoegdheden ten volle kunnen uitoefenen.

(30)

Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering, monitoring en evaluatie van de acties in het kader van het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (14).

(31)

Krachtens de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (15) moet het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 worden geëvalueerd op basis van overeenkomstig specifieke monitoringvoorschriften verzamelde informatie, waarbij echter administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten, en overregulering moeten worden vermeden. Die voorschriften moeten, waar passend, meetbare indicatoren omvatten als maatstaf om de effecten van het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 in de praktijk te evalueren.

(32)

De raad van beheer van het JRC, ingesteld bij Besluit 96/282/Euratom van de Commissie (16), is geraadpleegd over de wetenschappelijke en technologische inhoud van de directe acties van het JRC.

(33)

Het Europees Parlement is op vrijwillige basis geraadpleegd en heeft advies (17) uitgebracht. Het Europees Economisch en Sociaal Comité is eveneens op vrijwillige basis geraadpleegd en heeft advies (18) uitgebracht.

(34)

Omwille van de rechtszekerheid moet Verordening (Euratom) 2021/765 worden ingetrokken,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 juni 2025.

Voor de Raad

De voorzitter

K. KALLAS

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK II PROGRAMMERING, MONITORING, EVALUATIE EN CONTROLE HOOFDSTUK II PROGRAMMERING, MONITORING, EVALUATIE EN CONTROLE
HOOFDSTUK III OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN HOOFDSTUK III OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
BIJLAGE I ACTIVITEITEN

BIJLAGE I

ACTIVITEITEN

In deze bijlage wordt in grote lijnen geschetst met behulp van welke activiteiten de in artikel 3, lid 2, bedoelde specifieke doelstellingen van het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 worden nagestreefd. Door de verwezenlijking van deze specifieke doelstellingen ondersteunt het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 de lidstaten bij de uitvoering van de Euratom-wetgeving (1) en versterkt het hun onderzoeksinspanningen en die van de particuliere sector. Die specifieke doelstellingen moeten bijdragen tot het in stand houden en verder ontwikkelen van het technologisch leiderschap op nucleair gebied.

Om de in artikel 3, lid 2, bedoelde specifieke doelstellingen te verwezenlijken, zal het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 horizontale activiteiten ondersteunen die zorgen voor synergie van de onderzoeksinspanningen bij het oplossen van gemeenschappelijke uitdagingen. Er zullen passende koppelingen en dwarsverbanden, zoals gezamenlijke oproepen tot het indienen van voorstellen, met Horizon Europa tot stand worden gebracht. Hiermee verband houdende onderzoeks- en innovatieactiviteiten kunnen ook in aanmerking komen voor financiële steun uit de fondsen uit hoofde van Verordening (EU) 2021/1060, voor zover dit in overeenstemming is met de doelstellingen en voorschriften van deze fondsen.

Tot de in deze bijlage genoemde activiteiten behoort onder meer internationale samenwerking inzake onderzoek en innovatie op het gebied van kernenergie voor vreedzame doeleinden, op basis van gemeenschappelijke doelstellingen en wederzijds vertrouwen, met als doel duidelijke en significante voordelen voor de Unie, haar burgers en haar omgeving tot stand te brengen. Hierbij gaat het onder meer om internationale samenwerking via multilaterale kaders. Als de officieel erkende uitvoerende instantie van Euratom voor het “Generation IV International Forum (GIF)”  (2) zal het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC) de bijdrage en deelname van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie aan de onderzoeks- en opleidingsactiviteiten van het GIF blijven faciliteren en coördineren. De bijdrage aan de activiteiten van het GIF in het kader van het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 is gericht op onderzoeks- en opleidingsactiviteiten inzake nucleaire veiligheid, stralingsbescherming, veiligheidscontroles en non-proliferatie die specifiek zijn voor systemen van de vierde generatie.

Elke nieuwe activiteit die aan het JRC wordt toegewezen, wordt door de raad van beheer van het JRC geanalyseerd om de samenhang met de bestaande activiteiten in de lidstaten te controleren en om dubbel onderzoeks- en ontwikkelingswerk op het gebied van kernenergie in de Unie te vermijden.

De Commissie kan via het desbetreffende werkprogramma in het kader van het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 besluiten subsidies te blijven financieren die zijn toegekend op grond van Verordening (Euratom) 2021/765.

De prioriteiten van de werkprogramma’s worden door de Commissie vastgesteld op basis van bijdragen van overheidsinstanties, belanghebbenden bij onderzoek op het gebied van kernenergie en relevante organisaties of fora van belanghebbenden uit de nucleaire sector.

Onderzoek en opleiding op de volgende gebieden komen voor financiering uit het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 in aanmerking:

a)

verbeteren en ondersteunen van nucleaire veiligheid, beveiliging en veiligheidscontroles, stralingsbescherming, veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval en ontmanteling, met inbegrip van het veilige en beveiligde gebruik van kernenergie en van niet-energetische toepassingen van ioniserende straling (3):

i)

nucleaire veiligheid: veiligheid van reactorsystemen en splijtstofkringlopen die in de Gemeenschap worden gebruikt of, voor zover nodig en met het oog op het op peil houden van een brede expertise inzake nucleaire veiligheid in de Gemeenschap, van de reactortypen en hun gehele splijtstofkringlopen, zoals partitionering en transmutatie, die in de toekomst kunnen worden gebruikt;

ii)

veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval: beheer en met name aan berging voorafgaande activiteiten en berging van middelactief, hoogactief en langlevend radioactief afval en verbruikte splijtstof alsmede van andere radioactieve afvalstromen en -soorten waarvoor momenteel nog geen volwaardige industriële verwerkingsprocessen voorhanden zijn of waarvoor deze kunnen worden verbeterd; minimalisering van radioactief afval en verlaging van de radiotoxiciteit van dit afval; beheer en overdracht van kennis en competenties op het gebied van het beheer van radioactief afval en verbruikte splijtstof tussen generaties en tussen programma’s van lidstaten;

iii)

ontmanteling: onderzoek met het oog op de ontwikkeling en evaluatie van technologieën voor de ontmanteling van nucleaire installaties en voor milieuherstel; ondersteuning van het delen van beste praktijken en kennis op het gebied van ontmanteling;

iv)

toepassingen van nucleaire wetenschap en ioniserende straling, stralingsbescherming, paraatheid bij noodsituaties:

—

toepassingen van nucleaire wetenschap en ioniserendestralingstechnologieën op medische, industriële en andere onderzoeksgebieden;

—

gevolgen en risico’s van lage stralingsdoses als gevolg van industriële, medische of milieublootstelling;

—

paraatheid bij noodsituaties in verband met stralingsongevallen en onderzoek op het gebied van radio-ecologie;

—

beveiligd en veilig aanbod en gebruik van radio-isotopen;

—

modellen voor radiologische verspreiding in het milieu alsmede ondersteuning van gegevensuitwisseling, waarschuwingssystemen en samenwerking op het gebied van meettechnieken (4) (uit te voeren door middel van directe acties);

v)

nucleaire beveiliging, veiligheidscontroles en non-proliferatie (uit te voeren door middel van directe acties):

—

methoden en technologieën ter ondersteuning en versterking van de veiligheidscontroles van de Gemeenschap en de internationale veiligheidscontroles;

—

operationele ondersteuning van en opleiding voor het veiligheidscontrolesysteem van Euratom;

—

technische ondersteuning van de uitvoering van het non-proliferatieverdrag op het gebied van nucleaire veiligheidscontroles, met inbegrip van ondersteuning ter verbetering van de Unieregeling voor uitvoercontrole;

—

onderzoek naar en steun voor het verbeteren van nucleaire en radiologische veiligheid en beveiliging in het kader van het mondiale chemisch, biologisch, radiologisch en nucleair kader (CBRN-kader) en daarmee samenhangende strategieën van de Unie;

—

methoden en technologieën voor de detectie van nucleaire en radioactieve stoffen die aan de controle op naleving van de regelgeving ontsnappen alsmede preventie van en responsen op incidenten met dergelijk materiaal, met inbegrip van nucleair forensisch onderzoek;

—

ondersteuning voor de capaciteitsopbouw op het gebied van nucleaire beveiliging met gebruikmaking van het Europees opleidingscentrum voor nucleaire beveiliging;

b)

op peil houden en verder ontwikkelen van expertise en competenties op het gebied van kernenergie in de Gemeenschap:

i)

onderwijs, opleiding en mobiliteit, waaronder onderwijs- en opleidingsprogramma’s zoals de Marie Skłodowska-Curieacties;

ii)

bevordering van innovatie en kennisbeheer alsmede verspreiding en exploitatie van nucleaire wetenschap en technologie, met name ten behoeve van nucleaire veiligheid, beveiliging, veiligheidscontroles en stralingsbescherming;

iii)

ondersteuning van de technologieoverdracht van de onderzoekswereld naar de industrie;

iv)

ondersteuning van de voorbereiding en ontwikkeling van een concurrerende Europese industriële capaciteit op het gebied van kernfusie;

v)

ondersteuning van het opzetten en ter beschikking stellen van Europese en internationale onderzoeksinfrastructuren, met inbegrip van de infrastructuren van het JRC, en voor het verlenen van passende toegang daartoe (5);

vi)

met het oog op de bevordering van de nucleaire wetenschap als basis voor normalisatie zullen door middel van directe acties de nieuwste referentiegegevens en de modernste referentiematerialen en -metingen worden verstrekt op het gebied van nucleaire veiligheid, veiligheidscontroles en beveiliging alsmede andere toepassingen zoals nucleaire geneeskunde;

c)

bevorderen van de ontwikkeling van fusie-energie en bijdragen aan de uitvoering van het Europese stappenplan inzake kernfusie:

in het kader van een gezamenlijk gefinancierd Europees partnerschap op het gebied van onderzoek naar kernfusie zal uitvoering worden gegeven aan het stappenplan met als doel de productie van kernfusie-elektriciteit in de tweede helft van deze eeuw. Hierbij kan het onder meer gaan om:

i)

exploitatie van bestaande en toekomstige kernfusie-installaties, met inbegrip van de toewijzing van exploitatiesubsidies aan kernfusieonderzoeksinfrastructuren, wanneer dat nodig is;

ii)

voorbereiding van toekomstige kernfusiecentrales door het onderzoek naar en de ontwikkeling van alle relevante aspecten, met inbegrip van materialen, technologieën en ontwerpen;

iii)

uitvoering van een gericht onderwijs- en opleidingsprogramma, naast de in punt b), i), genoemde activiteiten;

iv)

coördinatie van gemeenschappelijke activiteiten met de gemeenschappelijke onderneming “Fusion for Energy”;

v)

samenwerking met de ITER-organisatie;

vi)

wetenschappelijke samenwerking in het kader van de internationale Euratom-overeenkomsten.

Het gezamenlijk gefinancierd Europees partnerschap op het gebied van kernfusie zal worden geïmplementeerd via een subsidie die wordt toegekend aan de juridische entiteiten die worden opgericht of aangewezen door de lidstaten en eventuele derde landen die met het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 zijn geassocieerd. De subsidie kan bijdragen in natura van de Gemeenschap of de detachering van personeelsleden van de Commissie omvatten.

Er kan aanvullende financiering voor onderzoek en innovatie op het gebied van kernfusie worden verstrekt via oproepen tot het indienen van voorstellen;

d)

ondersteunen van het beleid van de Unie en haar lidstaten inzake nucleaire veiligheid, veiligheidscontroles en beveiliging;

de directe acties zullen ondersteuning bieden voor het beleid op het gebied van nucleaire veiligheid, veiligheidscontroles en beveiliging alsmede de uitvoering van de desbetreffende wettelijke voorschriften door het verstrekken van onafhankelijke wetenschappelijke en technische gegevens en expertise.


(1)  In het bijzonder Richtlijn 2006/117/Euratom van de Raad van 20 november 2006 betreffende toezicht en controle op overbrenging van radioactieve afvalstoffen en bestraalde splijtstof (PB L 337 van 5.12.2006, blz. 21, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2006/117/oj); Richtlijn 2009/71/Euratom van de Raad van 25 juni 2009 tot vaststelling van een communautair kader voor de nucleaire veiligheid van kerninstallaties (PB L 172 van 2.7.2009, blz. 18, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2009/71/oj); Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad, Richtlijn 2013/51/Euratom van de Raad van 22 oktober 2013 tot vaststelling van voorschriften voor de bescherming van de volksgezondheid tegen radioactieve stoffen in voor menselijke consumptie bestemd water (PB L 296 van 7.11.2013, blz. 12, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2013/51/oj); Richtlijn 2013/59/Euratom van de Raad van 5 december 2013 tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming tegen de gevaren verbonden aan de blootstelling aan ioniserende straling, en houdende intrekking van de Richtlijnen 89/618/Euratom, 90/641/Euratom, 96/29/Euratom, 97/43/Euratom en 2003/122/Euratom (PB L 13 van 17.1.2014, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2013/59/oj), en Verordening (Euratom) 2016/52 van de Raad van 15 januari 2016 tot vaststelling van maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders ten gevolge van een nucleair ongeval of ander stralingsgevaar en tot intrekking van Verordening (Euratom) nr. 3954/87 en de Verordeningen (Euratom) nr. 944/89 en (Euratom) nr. 770/90 van de Commissie (PB L 13 van 20.1.2016, blz. 2, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/52/oj).

(2)  Overeenkomstig artikel III.2 van de kaderovereenkomst voor internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling van kernenergiesystemen van de vierde generatie.

(3)  Deze activiteiten, met uitzondering van de activiteiten inzake nucleaire beveiliging, veiligheidscontroles en non-proliferatie, kunnen worden uitgevoerd door middel van directe en indirecte acties.

(4)  De artikelen 35, 36 en 38 van het Euratom-Verdrag; Beschikking 87/600/Euratom van de Raad van 14 december 1987 inzake communautaire regelingen voor snelle uitwisseling van informatie in geval van stralingsgevaar (PB L 371 van 30.12.1987, blz. 76, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/1987/600/oj).

(5)  Op basis van het voortschrijdend investeringsplan voor de infrastructuren van het JRC.

BIJLAGE II

BIJLAGE II

De effecttrajecten en de bijbehorende kernindicatoren vormen de structuur voor de monitoring van de vorderingen van het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 bij de verwezenlijking van de in artikel 3, lid 2, genoemde specifieke doelstellingen ervan. Bij de effecttrajecten speelt de factor tijd een grote rol: er wordt onderscheid gemaakt tussen korte, middellange en lange termijn. De indicatoren voor de effecttrajecten dienen als verklikkers voor de voortgang die wordt geboekt bij de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen. De microgegevens achter de kernindicatoren voor de effecttrajecten, die worden gedeeld met Horizon Europa, worden op centraal beheerde en geharmoniseerde wijze verzameld, met minimale rapportagelasten voor de begunstigden.

Indicatoren voor wetenschappelijke effecttrajecten

Van het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 wordt vooruitgang verwacht wat betreft de kennis met betrekking tot het versterken van de nucleaire veiligheid en beveiliging, de veilige toepassingen van ioniserende straling, het beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval, stralingsbescherming en de ontwikkeling van fusie-energie. De vorderingen op die gebieden worden gemeten aan de hand van de indicatoren betreffende wetenschappelijke publicaties, de vooruitgang bij de uitvoering van het stappenplan inzake kernfusie, de ontwikkeling van expertise en vaardigheden alsmede de toegang tot onderzoeksinfrastructuren.

Beoogd wetenschappelijk effect

Korte termijn

Middellange termijn

Langere termijn

Verbeteren van het veilige en beveiligde gebruik van kernenergie en van niet-energetische toepassingen van ioniserende straling, met inbegrip van nucleaire veiligheid, beveiliging en veiligheidscontroles, stralingsbescherming, veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval en ontmanteling

Publicaties —

aantal collegiaal getoetste wetenschappelijke Euratom-publicaties

Citaties —

naar onderzoeksgebied gewogen citatie-index van collegiaal getoetste wetenschappelijke Euratom-publicaties

Wetenschap van wereldklasse — aantal en aandeel van collegiaal getoetste publicaties in het kader van het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 die een essentiële bijdrage aan het betrokken wetenschappelijk gebied vormen

Gedeelde kennis —

aandeel van onderzoeksresultaten (open data/publicatie/software enz.) die worden gedeeld via openkennisinfrastructuur

Verbreiding van kennis — aandeel van actief gebruikte/geciteerde onderzoeksresultaten waartoe open toegang bestaat

Nieuwe samenwerkingsverbanden — aandeel van begunstigden van Euratom die nieuwe vakgebied-/sectoroverschrijdende samenwerkingsverbanden met gebruikers van hun vrij toegankelijke onderzoeks- en innovatie (O&I-)resultaten in het kader van Euratom zijn aangegaan

Bevorderen van de ontwikkeling van fusie-energie

Voortgang bij de uitvoering van het stappenplan inzake kernfusie —

percentage bereikte intermediaire streefdoelen in het kader van het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 als gepland in het stappenplan inzake kernfusie voor de periode 2021-2027

Op peil houden en verder ontwikkelen van expertise en excellentie in de Unie

Vaardigheden —

aantal onderzoekers die hebben deelgenomen aan bijscholingsactiviteiten van het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 (via opleiding, mobiliteit en toegang tot infrastructuur)

Loopbanen —

aantal en aandeel van onderzoekers die na bijscholing invloedrijker zijn geworden op hun O&I-gebied

Arbeidsomstandigheden —

aantal en aandeel bijgeschoolde onderzoekers met betere arbeidsomstandigheden

Aantal onderzoekers die via steun uit het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 toegang tot onderzoeksinfrastructuur hebben

Beschikbaar gestelde referentiematerialen en in een databank opgenomen referentiemetingen

Aantal gewijzigde internationale normen

Indicatoren voor maatschappelijke effecttrajecten

Het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 zal naar verwachting de beleidsprioriteiten van de Gemeenschap inzake nucleaire veiligheid en beveiliging, stralingsbescherming en toepassingen van ioniserende straling door middel van onderzoek en innovatie helpen aanpakken, zoals blijkt uit de portfolio’s van projecten waarvan de outputs ertoe bijdragen dat uitdagingen op deze gebieden kunnen worden aangegaan. De maatschappelijke effecten worden ook gemeten aan de hand van specifieke ontwikkelingen op het gebied van nucleaire beveiliging en veiligheidscontroles.

Beoogd maatschappelijk effect

Korte termijn

Middellange termijn

Langere termijn

Verbeteren van het veilige en beveiligde gebruik van kernenergie en van niet-energetische toepassingen van ioniserende straling, met inbegrip van nucleaire veiligheid, beveiliging en veiligheidscontroles, stralingsbescherming, veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval en ontmanteling

Outputs —

aantal en aandeel van outputs gericht op specifieke beleidsprioriteiten

Oplossingen —

aantal en aandeel van innovaties en wetenschappelijke resultaten in verband met specifieke beleidsprioriteiten

Voordelen —

geaggregeerde geraamde effecten van gebruikmaking van met Euratom-financiering verkregen resultaten, voor het aanpakken van specifieke beleidsprioriteiten, waaronder het bijdragen aan de beleidsvormings- en wetgevingscyclus

Aantal ter ondersteuning van veiligheidscontroles verrichte diensten

Aantal beschikbaar gestelde en gebruikte technische systemen

 

Aantal opleidingssessies voor eerstelijnsfunctionarissen

Co-creatie —

aantal en aandeel van Euratom-projecten waarin Unieburgers en eindgebruikers bijdragen aan gezamenlijke creatie van O&I-inhoud

Betrokkenheid —

aantal en aandeel van door het Euratom-programma begunstigde entiteiten met mechanismen voor betrokkenheid van burgers en eindgebruikers na afloop van een Euratom-project

Maatschappelijke toepassing van O&I —

acceptatie en bekendmaking van wetenschappelijke resultaten en innovatieve oplossingen die in het kader van het Euratom-programma door verschillende partijen tot stand zijn gebracht

Indicatoren voor innovatiegerelateerde effecttrajecten

Van het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 worden innovatieve effecten verwacht ter stimulering van vooruitgang bij het verwezenlijken van de specifieke doelstellingen ervan. Vooruitgang op dit gebied wordt gemeten aan de hand van indicatoren betreffende intellectuele-eigendomsrechten (IER), innovatieve producten, methoden en procedés en het gebruik ervan, naast banencreatie.

Beoogd economisch/innovatie-effect

Korte termijn

Middellange termijn

Langere termijn

Verbeteren van het veilige en beveiligde gebruik van kernenergie en van niet-energetische toepassingen van ioniserende straling, met inbegrip van nucleaire veiligheid, beveiliging en veiligheidscontroles, stralingsbescherming, veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval en ontmanteling

Bevorderen van de ontwikkeling van fusie-energie

Op peil houden en verder ontwikkelen van expertise en excellentie in de Unie

Innovatieve outputs —

aantal innovatieve producten, procedés of methoden in het kader van het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 (per soort innovatie) en IER-aanvragen

Innovaties —

aantal innovaties als gevolg van Euratom-projecten (per soort innovatie), mede van toegekende IER’s

Economische groei —

oprichting, groei en marktaandelen van ondernemingen die door Euratom gefinancierde innovaties hebben ontwikkeld

Ondersteunde werkgelegenheid —

aantal gecreëerde en behouden gelijkwaardige voltijdbanen (in vte’s) in begunstigde entiteiten voor het Euratom-project (per soort baan)

Behoud van werkgelegenheid —

toename van voltijdbanen (in vte’s) in begunstigde entiteiten na een Euratom-project (per soort baan)

Totale werkgelegenheid — aantal gecreëerde of behouden directe en indirecte banen als gevolg van verbreiding van Euratom-resultaten (per soort baan)

Bedrag van publieke en particuliere investeringen dat is vrijgemaakt met initiële Euratom-investering

Bedrag van publieke en particuliere investeringen dat is vrijgemaakt voor benutting of opschaling van Euratom-resultaten

Dankzij het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 door de Unie geboekte vooruitgang naar 3 % van het bbp

Indicatoren voor beleidsgerelateerde effecttrajecten

Van het Euratom-programma voor de periode 2026-2027 worden wetenschappelijke onderbouwing voor beleidsvorming verwacht. Het betreft hier met name wetenschappelijke ondersteuning van andere Commissiediensten, zoals de ondersteuning van de veiligheidscontroles van Euratom of van de uitvoering door de lidstaten van rechtshandelingen inzake kernenergie en ioniserende straling (1).

Beoogd beleidseffect

Korte termijn

Middellange termijn

Langere termijn

Ondersteunen van het beleid inzake nucleaire veiligheid, veiligheidscontroles en beveiliging

Aantal en aandeel van Euratom-projecten met beleidsrelevante bevindingen

Aantal outputs met aantoonbaar effect op het beleid

Aantal en aandeel van bevindingen van Euratom-projecten die in beleids-/programmadocumenten worden geciteerd

Voor zowel indirecte als directe acties worden streefdoelen vastgesteld die zijn afgestemd op de verwachte resultaten voor elk onderdeel van het Euratom-programma voor de periode 2026-2027.


(1)  Verordening (Euratom) nr. 302/2005 van de Commissie van 8 februari 2005 betreffende de toepassing van de veiligheidscontrole van Euratom (PB L 54 van 28.2.2005, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2005/302/oj); Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad en Richtlijn 2014/87/Euratom van de Raad van 8 juli 2014 houdende wijziging van Richtlijn 2009/71/Euratom tot vaststelling van een communautair kader voor de nucleaire veiligheid van kerninstallaties (PB L 219 van 25.7.2014, blz. 42, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2014/87/oj).

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis