+VERORDENING (EU) 2026/1881 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 24 juli 2026 betreffende een tijdelijke afwijking van sommige bepalingen van Richtlijn 2002/58/EG ten aanzien van het gebruik van technologieën door aanbieders van nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten voor de verwerking van persoonsgegevens en andere gegevens ten behoeve van de bestrijding van online seksueel misbruik van kinderen (Voor de EER relevante tekst)
---+Preamble: 1
---+Artikel 1 Onderwerp en toepassingsgebied
------+Artikel 1 1
------+Artikel 1 2
------+Artikel 1 3
---+Artikel 2 Definities
------+Artikel 2 1)
------+Artikel 2 2)
------+Artikel 2 3)
------+Artikel 2 4)
---+Artikel 3 Reikwijdte van de derogatie
------+Artikel 3 1
------+Artikel 3 2
------+Artikel 3 3
---+Artikel 4 Richtsnoeren van het Europees Comité voor gegevensbescherming
---+Artikel 5 Doeltreffende voorziening in rechte
---+Artikel 6 Toezichthoudende autoriteiten
---+Artikel 7 Openbare lijst van organisaties die in het algemeen belang optreden tegen seksueel misbruik van kinderen
------+Artikel 7 1
------+Artikel 7 2
---+Artikel 8 Statistieken
------+Artikel 8 1
------+Artikel 8 2
---+Artikel 9 Uitvoeringsverslag
------+Artikel 9 1
------+Artikel 9 2
---+Artikel 10 Comitéprocedure
------+Artikel 10 1
------+Artikel 10 2
---+Artikel 11 Inwerkingtreding en toepassing
|
English -
European Union -
ICT -
Data Privacy -
VERORDENING (EU) 2026/1881 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 24 juli 2026 betreffende een tijdelijke afwijking van sommige bepalingen van Richtlijn 2002/58/EG ten aanzien van het gebruik van technologieën door aanbieders van nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten voor de verwerking van persoonsgegevens en andere gegevens ten behoeve van de bestrijding van online seksueel misbruik van kinderen (Voor de EER relevante tekst)
VERORDENING (EU) 2026/1881 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 24 juli 2026
betreffende een tijdelijke afwijking van sommige bepalingen van Richtlijn 2002/58/EG ten aanzien van het gebruik van technologieën door aanbieders van nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten voor de verwerking van persoonsgegevens en andere gegevens ten behoeve van de bestrijding van online seksueel misbruik van kinderen
(Voor de EER relevante tekst)
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Preamble: 1
|
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 16, lid 2, in samenhang met artikel 114, lid 1,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (2),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1)
|
In Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad (3) zijn regels vastgesteld ter waarborging van het recht op een persoonlijke levenssfeer en vertrouwelijkheid met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens bij de uitwisseling van gegevens in de sector elektronische communicatie. Die richtlijn vormt een nadere specificatie van en aanvulling op Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (4).
|
|
(2)
|
Richtlijn 2002/58/EG is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens in verband met de levering van openbare elektronische-communicatiediensten. Tot 21 december 2020 gold de definitie van elektronische-communicatiedienst als bepaald in artikel 2, punt c), van Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad (5). Op die datum werd Richtlijn 2002/21/EG bij Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad (6) ingetrokken. De definitie van elektronische-communicatiedienst in artikel 2, punt 4, van Richtlijn (EU) 2018/1972 omvat nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 7, van die richtlijn. Nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten, waartoe Voice over Internet Protocol, berichtendiensten en webgebaseerde e-maildiensten behoren, vallen derhalve sinds 21 december 2020 onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2002/58/EG.
|
|
(3)
|
In overeenstemming met artikel 6, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) erkent de Unie de in het Handvest van de grondrechten van de Unie (het “Handvest”) vervatte rechten, vrijheden en beginselen. Artikel 7 van het Handvest beschermt het grondrecht van eenieder op eerbiediging van het privéleven en het familie- en gezinsleven, woning en communicatie, met inbegrip van het vertrouwelijke karakter van communicatie. Artikel 8 van het Handvest bevat het recht op bescherming van persoonsgegevens.
|
|
(4)
|
In artikel 3, lid 1, van het Verdrag van de Verenigde Naties van 1989 inzake de rechten van het kind (VRK) en in artikel 24, lid 2, van het Handvest is bepaald dat bij alle handelingen met betrekking tot kinderen, ongeacht of deze door overheidsinstanties of particuliere instellingen worden verricht, het belang van het kind voorop moet staan. Artikel 3, lid 2, van het VRK en artikel 24, lid 1, van het Handvest voorzien bovendien in het recht van kinderen op een dergelijke bescherming en zorg die nodig zijn voor hun welzijn.
|
|
(5)
|
De bescherming van kinderen, zowel offline als online, is een van de prioriteiten van de Unie. Seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen vormen ernstige schendingen van de mensenrechten en grondrechten, met name van de rechten van kinderen om te worden beschermd tegen alle vormen van geweld, misbruik en verwaarlozing, mishandeling of uitbuiting, met inbegrip van seksueel misbruik, zoals bepaald in het VRK en het Handvest. De digitalisering heeft veel voordelen opgeleverd voor de samenleving en de economie, maar heeft ook nadelige gevolgen met zich meegebracht, waaronder een toename van online seksueel misbruik van kinderen. Op 24 juli 2020 heeft de Commissie een mededeling aangenomen met als titel “EU-strategie voor een doeltreffender bestrijding van seksueel misbruik van kinderen” (de “strategie”). De strategie is erop gericht op het niveau van de Unie een doeltreffende aanpak te bieden van misdrijven op het vlak van seksueel misbruik van kinderen.
|
|
(6)
|
Overeenkomstig Richtlijn 2011/93/EU van het Europees Parlement en de Raad (7) is deze verordening niet van toepassing op het beleid van de lidstaten betreffende seksuele activiteiten met onderlinge instemming waarbij kinderen betrokken kunnen zijn en die kunnen worden beschouwd als uiting van de normale ontdekking van de seksualiteit in de loop van de menselijke ontwikkeling, waarbij rekening wordt gehouden met verschillende culturele en juridische tradities en met nieuwe vormen van het aanknopen en onderhouden van betrekkingen tussen kinderen en adolescenten, ook via informatie- en communicatietechnologie.
|
|
(7)
|
Sommige aanbieders van bepaalde nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten (“aanbieders”), zoals webmail en berichtendiensten, maken gebruik van specifieke technologieën om op vrijwillige basis online seksueel misbruik van kinderen op hun diensten op te sporen en te melden aan rechtshandhavingsinstanties en organisaties die in het algemeen belang optreden tegen seksueel misbruik van kinderen; dat doen zij door de inhoud, zoals beelden en tekst, of de verkeersgegevens van communicatie te scannen, waarbij zij in sommige gevallen gebruikmaken van historische gegevens. De technologie die voor die activiteiten wordt gebruikt, kan bestaan uit hashingtechnologie voor beelden en video’s en uit classificatoren en kunstmatige intelligentie voor het analyseren van tekst- of verkeersgegevens. Bij het gebruik van hashingtechnologie wordt onlinemateriaal betreffende seksueel misbruik van kinderen gemeld wanneer er een positieve treffer optreedt, wat betekent dat er in dat geval een overeenkomst wordt gevonden door een beeld of een video te vergelijken met een unieke, niet-omkeerbare digitale handtekening (“hash”) uit een databank met geverifieerd onlinemateriaal betreffende seksueel misbruik van kinderen, die wordt onderhouden door een organisatie die in het algemeen belang optreedt tegen seksueel misbruik van kinderen. Die aanbieders maken hiervan melding bij nationale hotlines voor het melden van onlinemateriaal betreffende seksueel misbruik van kinderen alsook bij — in de Unie of in derde landen gevestigde — organisaties die tot doel hebben kinderen te identificeren, seksuele uitbuiting en seksueel misbruik van kinderen tegen te gaan, en victimisatie van kinderen te voorkomen. Dergelijke organisaties vallen mogelijk niet binnen het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2016/679. Dergelijke vrijwillige activiteiten spelen gezamenlijk een waardevolle rol bij het identificeren en het redden van slachtoffers, wier grondrecht op menselijke waardigheid en op lichamelijke en geestelijke integriteit ernstig wordt geschonden. Dergelijke vrijwillige activiteiten zijn ook belangrijk bij het beperken van de verdere verspreiding van onlinemateriaal betreffende seksueel misbruik van kinderen, en dragen tevens bij tot de identificatie van en het onderzoek naar daders alsmede tot de preventie, de opsporing, het onderzoek en de vervolging van strafbare feiten in verband met seksueel misbruik van kinderen.
|
|
(8)
|
Hoewel hun doel legitiem is, vormen vrijwillige activiteiten van aanbieders om online seksueel misbruik van kinderen op hun diensten op te sporen en dit te melden, een inbreuk op het grondrecht op eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven en het grondrecht op de bescherming van persoonsgegevens van alle gebruikers van nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten (“gebruikers”). Beperkingen van de uitoefening van het grondrecht op eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, met inbegrip van de vertrouwelijkheid van communicatie, kunnen niet louter worden gerechtvaardigd op grond van het feit dat de aanbieders bepaalde technologieën toepasten in een tijd waarin nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten niet onder de definitie van “elektronische-communicatiedienst” vielen. Dergelijke beperkingen zijn slechts onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Krachtens artikel 52, lid 1, van het Handvest moeten dergelijke beperkingen bij wet worden gesteld en de wezenlijke inhoud van het recht op een privéleven en een familie- en gezinsleven en op bescherming van persoonsgegevens eerbiedigen, en moeten zij, met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel, noodzakelijk zijn en daadwerkelijk beantwoorden aan door de Unie erkende doelstellingen van algemeen belang of aan de eisen van de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Indien deze beperkingen permanent een algemene en willekeurige monitoring en analyse van de communicatie van alle gebruikers omvatten, gaan zij in tegen het recht op de vertrouwelijkheid van communicatie.
|
|
(9)
|
Tot en met 20 december 2020 was alleen Verordening (EU) 2016/679 van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door aanbieders door middel van vrijwillige maatregelen die ertoe strekten online seksueel misbruik van kinderen op hun diensten op te sporen en dit te melden, en onlinemateriaal betreffende seksueel misbruik van kinderen te verwijderen uit hun diensten. Richtlijn (EU) 2018/1972, die tegen 20 december 2020 moest zijn omgezet, bracht aanbieders binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2002/58/EG.
|
|
(10)
|
Verordening (EU) 2021/1232 van het Europees Parlement en de Raad (8) voorzag in een tijdelijke regeling ten aanzien van het gebruik van technologieën door aanbieders van publiek beschikbare nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten met het oog op de bestrijding van online seksueel misbruik van kinderen, in afwachting van de vaststelling van een rechtskader voor de lange termijn inzake de preventie en bestrijding van online seksueel misbruik van kinderen (het “rechtskader voor de lange termijn”). Verordening (EU) 2021/1232 werd gewijzigd bij Verordening (EU) 2024/1307 van het Europees Parlement en de Raad (9), waarbij de periode waarin die verordening van toepassing was, werd verlengd tot en met 3 april 2026.
|
|
(11)
|
Het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van regels ter voorkoming en bestrijding van seksueel misbruik van kinderen, dat de Commissie op 11 mei 2022 heeft aangenomen, heeft tot doel te voorzien in het rechtskader voor de lange termijn. De interinstitutionele onderhandelingen over dit voorstel zijn nog aan de gang.
|
|
(12)
|
Op 19 december 2025 heeft de Commissie voorgesteld de toepassingsperiode van Verordening (EU) 2021/1232 met twee jaar te verlengen tot en met 3 april 2028. Aangezien de beide wetgevers op 3 april 2026 nog geen overeenstemming over dat voorstel hadden bereikt, is Verordening (EU) 2021/1232 verstreken.
|
|
(13)
|
Gezien het belang van een doeltreffende bestrijding van online seksueel misbruik van kinderen en in afwachting van de vaststelling en de toepassing van het rechtskader voor de lange termijn, moet een tijdelijke afwijking van artikel 5, lid 1, en artikel 6, lid 1, van Richtlijn 2002/58/EG worden toegestaan conform de voorwaarden van deze verordening. Gelet op de specifieke omstandigheden, moet de toepassingsperiode van deze verordening worden beperkt tot de tijd die nodig is om het rechtskader voor de lange termijn vast te stellen en toe te passen.
|
|
(14)
|
Richtlijn 2002/58/EG bevat geen specifieke bepalingen betreffende de verwerking van persoonsgegevens door aanbieders in verband met het aanbieden van elektronische-communicatiediensten met het oog op het opsporen van online seksueel misbruik van kinderen op hun diensten en het melden ervan, alsook het verwijderen van onlinemateriaal betreffende seksueel misbruik van kinderen uit hun diensten. Overeenkomstig artikel 15, lid 1, van Richtlijn 2002/58/EG kunnen de lidstaten echter wetgevingsmaatregelen treffen ter beperking van de reikwijdte van de onder meer in de artikelen 5 en 6 van die richtlijn bedoelde rechten en plichten die betrekking hebben op de vertrouwelijkheid van communicatie en verkeersgegevens met het oog op het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van strafbare feiten in verband met seksueel misbruik van kinderen. Zonder dergelijke nationale wetgevingsmaatregelen en in afwachting van de vaststelling van een rechtskader voor de langere termijn om seksueel misbruik van kinderen op het niveau van de Unie aan te pakken, kunnen aanbieders zich niet langer baseren op Verordening (EU) 2016/679 om na 21 december 2020 vrijwillige maatregelen te gebruiken teneinde online seksueel misbruik van kinderen op hun diensten te blijven opsporen en melden en onlinemateriaal betreffende seksueel misbruik van kinderen uit hun diensten te blijven verwijderen. Hoewel deze verordening niet voorziet in een rechtsgrondslag voor de verwerking van persoonsgegevens door aanbieders met als enig doel online seksueel misbruik van kinderen op hun diensten op te sporen en dit te melden en onlinemateriaal betreffende seksueel misbruik van kinderen te verwijderen uit hun diensten, voorziet zij wel in een afwijking van sommige bepalingen van Richtlijn 2002/58/EG. In deze verordening worden aanvullende waarborgen vastgesteld die door de aanbieders moeten worden geëerbiedigd als zij zich op deze verordening willen beroepen.
|
|
(15)
|
Verwerking van gegevens in het kader van deze verordening kan leiden tot de verwerking van bijzondere categorieën van persoonsgegevens als bedoeld in Verordening (EU) 2016/679. De verwerking van beelden en video’s met specifieke technische middelen die de unieke identificatie of authenticatie van een natuurlijke persoon mogelijk maken, wordt beschouwd als de verwerking van bijzondere categorieën van persoonsgegevens.
|
|
(16)
|
Deze verordening voorziet in een tijdelijke afwijking van artikel 5, lid 1, en artikel 6, lid 1, van Richtlijn 2002/58/EG, die de vertrouwelijkheid van communicatie en verkeersgegevens beschermen. Het vrijwillige gebruik door aanbieders van technologieën voor de verwerking van persoonsgegevens en andere gegevens voor zover dat nodig is om online seksueel misbruik van kinderen op hun diensten op te sporen en te melden, en om onlinemateriaal betreffende seksueel misbruik van kinderen te verwijderen uit hun diensten, valt onder de afwijking waarin deze verordening voorziet, op voorwaarde dat een dergelijk gebruik voldoet aan de in deze verordening vastgelegde voorwaarden en derhalve onderworpen is aan de in Verordening (EU) 2016/679 vastgelegde waarborgen en voorwaarden.
|
|
(17)
|
Richtlijn 2002/58/EG is vastgesteld op basis van artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Bovendien hebben niet alle lidstaten overeenkomstig richtlijn 2002/58/EG wetgevingsmaatregelen genomen om de reikwijdte te beperken van de rechten en plichten met betrekking tot de vertrouwelijkheid van communicatie en verkeersgegevens als vastgesteld in die richtlijn, en brengt de vaststelling van dergelijke maatregelen een aanzienlijk risico van versnippering met zich mee, hetgeen waarschijnlijk negatieve gevolgen voor de interne markt zal hebben. Bijgevolg moet deze verordening worden gebaseerd op artikel 114 VWEU.
|
|
(18)
|
Aangezien gegevens die betrekking hebben op elektronische communicatie waarbij natuurlijke personen zijn betrokken, gewoonlijk als persoonsgegevens worden beschouwd, moet de verordening ook worden gebaseerd op artikel 16 VWEU, dat voorziet in een specifieke rechtsgrondslag voor de vaststelling van voorschriften betreffende de bescherming van natuurlijke personen ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en door de lidstaten bij de uitoefening van activiteiten die binnen het toepassingsgebied van het recht van de Unie vallen, alsmede voorschriften betreffende het vrij verkeer van die gegevens.
|
|
(19)
|
Verordening (EU) 2016/679 is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens in verband met het aanbieden van elektronische-communicatiediensten door aanbieders met als enig doel online seksueel misbruik van kinderen op hun diensten op te sporen en te melden en onlinemateriaal betreffende seksueel misbruik van kinderen uit hun diensten te verwijderen, voor zover die verwerking onder het toepassingsgebied van de bij deze verordening vastgestelde afwijking valt.
|
|
(20)
|
De soorten technologieën die voor de doeleinden van deze verordening worden toegepast, moeten overeenkomstig de stand van de techniek in de sector zo min mogelijk inbreuk op de privacy maken. Die technologieën mogen niet worden gebruikt voor het systematisch filteren en scannen van tekst in communicatie, tenzij dit uitsluitend gebeurt om patronen op te sporen die kunnen wijzen op concrete redenen om online seksueel misbruik van kinderen te vermoeden, en zij mogen niet de mogelijkheid bieden de inhoud van de communicatie af te leiden. Bij het gebruik van technologie om het benaderen van kinderen te identificeren, moeten dergelijke concrete redenen om misbruik te vermoeden, gebaseerd zijn op objectief vastgestelde risicofactoren zoals leeftijdsverschillen en de waarschijnlijkheid dat bij de gescande communicatie een kind betrokken is.
|
|
(21)
|
Er moeten passende procedures en verhaalmechanismen in het leven worden geroepen zodat individuen klachten kunnen indienen bij aanbieders. Dergelijke procedures en mechanismen zijn met name relevant wanneer inhoud die geen online seksueel misbruik van kinderen vormt, is verwijderd of gemeld aan rechtshandhavingsinstanties of aan een organisatie die in het algemeen belang optreedt tegen seksueel misbruik van kinderen.
|
|
(22)
|
Om de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid zo veel mogelijk te waarborgen, moet de technologie die voor de toepassing van deze verordening wordt gebruikt, overeenkomstig de stand van de techniek in de sector, het aantal fouten en de foutverhoudingen (fout-positieve resultaten) zo veel mogelijk beperken en, indien nodig, eventuele fouten die zich toch voordoen onverwijld corrigeren.
|
|
(23)
|
De verwerkte inhoudelijke gegevens en verkeersgegevens en de persoonsgegevens die worden gegenereerd bij de uitvoering van de activiteiten die onder deze verordening vallen, alsook de periode gedurende welke de gegevens vervolgens worden bewaard in geval van de vaststelling van vermoedelijk online seksueel misbruik van kinderen, moeten worden beperkt tot wat strikt noodzakelijk is om deze activiteiten uit te voeren. Gegevens moeten onmiddellijk en onherroepelijk worden gewist zodra zij niet langer strikt noodzakelijk zijn voor een van de in deze verordening genoemde doeleinden, inclusief in gevallen waarin geen vermoedelijk online seksueel misbruik van kinderen is vastgesteld, en hoe dan ook niet later dan twaalf maanden na de datum waarop het vermoedelijk online seksueel misbruik van kinderen is vastgesteld. Dit mag geen afbreuk doen aan de mogelijkheid om relevante inhoudelijke gegevens en verkeersgegevens op te slaan overeenkomstig Richtlijn 2002/58/EG. Deze verordening doet geen afbreuk aan de toepassing van wettelijke verplichtingen uit hoofde van het Unierecht of nationale recht betreffende het bewaren van gegevens die van toepassing zijn op aanbieders.
|
|
(24)
|
Deze verordening belet een aanbieder die bij de rechtshandhavingsinstanties melding heeft gemaakt van online seksueel misbruik van kinderen, niet om van die autoriteiten een bewijs van ontvangst van de melding te vragen.
|
|
(25)
|
Met het oog op de transparantie en verantwoordingsplicht met betrekking tot de activiteiten die in het kader van de in deze verordening voorziene afwijking worden ondernomen, moeten de aanbieders uiterlijk zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening en daarna elk jaar uiterlijk op 31 januari een verslag uitbrengen en bij de overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 aangewezen bevoegde toezichthoudende autoriteit (“toezichthoudende autoriteit”) en de Commissie indienen. Dat verslag moet betrekking hebben op de verwerking die binnen het toepassingsgebied van deze verordening valt, met inbegrip van het type en de volumes van de verwerkte gegevens, de specifieke redenen voor de verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679, de redenen voor het doorgeven van persoonsgegevens naar landen buiten de Unie overeenkomstig hoofdstuk V van Verordening (EU) 2016/679, indien van toepassing, het aantal geconstateerde gevallen van online seksueel misbruik van kinderen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen onlinemateriaal betreffende seksueel misbruik van kinderen en het benaderen van kinderen, het aantal gevallen waarin een gebruiker een klacht heeft ingediend bij het interne verhaalmechanisme of een voorziening in rechte heeft ingesteld en de uitkomst van dergelijke klachten en gerechtelijke procedures, het aantal fouten en de foutverhoudingen (fout-positieve resultaten) van de verschillende gebruikte technologieën, de maatregelen die zijn toegepast om het foutenpercentage te beperken, het bereikte foutenpercentage, het bewaringsbeleid, de toegepaste waarborgen inzake gegevensbescherming overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679, en de namen van in het algemeen belang tegen seksueel misbruik van kinderen optredende organisaties waarmee uit hoofde van deze verordening gegevens zijn gedeeld.
|
|
(26)
|
Er moet voor worden gezorgd dat zowel de lidstaten als de aanbieders van nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten verslag uitbrengen aan de Commissie. Het is ook belangrijk te benadrukken dat de Commissie tijdig verslag moet uitbrengen over de uitvoering van deze verordening.
|
|
(27)
|
Om de rapportage door aanbieders van nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten te vergemakkelijken, met name om ervoor te zorgen dat hun verslagen machineleesbaar en gemakkelijk toegankelijk zijn, moet een gemeenschappelijk rapportageformaat voor die verslagen worden vastgesteld.
|
|
(28)
|
Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van artikel 3, lid 1, punt g), vii), van deze verordening te waarborgen, moeten uitvoeringsbevoegdheden aan de Commissie worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (10).
|
|
(29)
|
Om de toezichthoudende autoriteiten bij te staan bij hun taken, moet de Commissie het Europees Comité voor gegevensbescherming verzoeken richtsnoeren uit te vaardigen inzake de naleving van Verordening (EU) 2016/679 bij verwerking die binnen het toepassingsgebied van de in deze verordening vastgestelde afwijking valt. Wanneer de toezichthoudende autoriteiten beoordelen of een bestaande of nieuwe technologie die moet worden gebruikt, in overeenstemming is met de stand van de techniek in de sector, zo min mogelijk inbreuk op de privacy maakt en wordt gebruikt op een toereikende rechtsgrondslag uit hoofde van Verordening (EU) 2016/679, moeten deze richtsnoeren die toezichthoudende autoriteiten met name ondersteunen bij het verlenen van advies in het kader van de voorafgaande raadplegingsprocedure zoals uiteengezet in die verordening.
|
|
(30)
|
Deze verordening beperkt het recht op bescherming van de vertrouwelijkheid van communicatie en wijkt af van het krachtens Richtlijn (EU) 2018/1972 vastgestelde besluit dat voor nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten wat betreft privacy dezelfde regels gelden als voor alle andere elektronische-communicatiediensten, maar uitsluitend om online seksueel misbruik van kinderen op die diensten op te sporen en dit te melden aan rechtshandhavingsinstanties of organisaties die in het algemeen belang optreden tegen seksueel misbruik van kinderen en om onlinemateriaal betreffende seksueel misbruik van kinderen te verwijderen uit die diensten.
|
|
(31)
|
Met betrekking tot alle andere activiteiten die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2002/58/EG vallen, moeten aanbieders onderworpen zijn aan de specifieke verplichtingen van die richtlijn en bijgevolg aan de monitoring- en onderzoeksbevoegdheden van de overeenkomstig die richtlijn aangewezen bevoegde instanties.
|
|
(32)
|
Eind-tot-eindversleuteling is een belangrijk instrument om de veiligheid en vertrouwelijkheid van communicatie van gebruikers te waarborgen, waaronder die van kinderen. Een eventuele verzwakking van de versleuteling zou kunnen worden misbruikt door kwaadwillige derden. Niets in deze verordening mag derhalve worden uitgelegd als een verbod op of een verzwakking van de eind-tot-eindversleuteling.
|
|
(33)
|
Het recht op eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, met inbegrip van de vertrouwelijkheid van communicatie, is een grondrecht dat wordt gewaarborgd door artikel 7 van het Handvest. Dit recht is daarom ook een voorwaarde voor de veilige communicatie tussen slachtoffers van seksueel misbruik van kinderen en een volwassene die zij vertrouwen of organisaties die actief zijn in de strijd tegen seksueel misbruik van kinderen, en voor de communicatie tussen slachtoffers en hun advocaten.
|
|
(34)
|
Deze verordening mag geen afbreuk doen aan de voorschriften inzake het beroepsgeheim in het nationale recht, zoals voorschriften inzake de bescherming van professionele communicatie tussen artsen en hun patiënten, journalisten en hun bronnen, of advocaten en hun cliënten. Met name de vertrouwelijkheid van communicatie tussen advocaten en hun cliënten is essentieel voor een effectieve uitoefening van het recht van verweer, dat een cruciaal onderdeel vormt van het recht op een eerlijk proces. Deze verordening mag ook geen afbreuk doen aan de nationale voorschriften inzake registers van overheidsinstanties of organisaties die advies verstrekken aan personen in nood.
|
|
(35)
|
Aanbieders moeten de Commissie de namen meedelen van de organisaties die in het algemeen belang optreden tegen seksueel misbruik van kinderen en waaraan zij uit hoofde van deze verordening melding maken van mogelijk online seksueel misbruik van kinderen. Hoewel het uitsluitend de verantwoordelijkheid is van als verwerkingsverantwoordelijke optredende aanbieders om te beoordelen met welke derde partijen zij uit hoofde van Verordening (EU) 2016/679 persoonsgegevens kunnen delen, moet de Commissie transparantie waarborgen met betrekking tot de overdracht van mogelijke gevallen van online seksueel misbruik van kinderen door op haar website een lijst openbaar te maken van de aan de Commissie gemelde organisaties die in het algemeen belang optreden tegen seksueel misbruik van kinderen. Die openbare lijst moet gemakkelijk toegankelijk zijn. Aanbieders moeten die lijst ook kunnen gebruiken voor het identificeren van relevante organisaties in de wereldwijde strijd tegen online seksueel misbruik van kinderen. Die lijst mag geen afbreuk doen aan de verplichtingen van de aanbieders die als verwerkingsverantwoordelijke optreden uit hoofde van Verordening (EU) 2016/679, onder meer wat betreft hun verplichting om bij het doorgeven van persoonsgegevens naar landen buiten de Unie hoofdstuk V van die verordening na te leven, en hun verplichting om alle verplichtingen uit hoofde van hoofdstuk IV van die verordening na te komen.
|
|
(36)
|
De statistieken die uit hoofde van deze verordening aan de lidstaten moeten worden verstrekt, zijn belangrijke indicatoren voor de evaluatie van beleidsmaatregelen, met inbegrip van wetgevingsmaatregelen. Daarnaast is het belangrijk de impact te erkennen van secundaire victimisatie, die niet volledig tot uiting komt in dergelijke statistieken maar die inherent is aan het delen van beelden en video’s van slachtoffers van seksueel kindermisbruik die mogelijk jaren hebben gecirculeerd.
|
|
(37)
|
Overeenkomstig de vereisten van Verordening (EU) 2016/679, en met name het vereiste voor de lidstaten om ervoor te zorgen dat toezichthoudende autoriteiten over de nodige personele, technische en financiële middelen beschikken om hun taken en bevoegdheden doeltreffend te kunnen uitvoeren respectievelijk uitoefenen, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de toezichthoudende autoriteiten over voldoende middelen beschikken voor de doeltreffende uitvoering van hun taken en uitoefening van hun bevoegdheden uit hoofde van deze verordening.
|
|
(38)
|
Wanneer een aanbieder voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening een gegevensbeschermingseffectbeoordeling heeft uitgevoerd en de toezichthoudende autoriteiten overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 heeft geraadpleegd met betrekking tot een technologie, mag die aanbieder uit hoofde van deze verordening niet worden verplicht een aanvullende gegevensbeschermingseffectbeoordeling of raadpleging uit te voeren, mits de toezichthoudende autoriteiten hebben aangegeven dat gegevensverwerking middels die technologie niet zou resulteren in een groot risico voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen of dat de verwerkingsverantwoordelijke maatregelen heeft genomen om dat risico te beperken.
|
|
(39)
|
Gebruikers moeten het recht hebben op een doeltreffende voorziening in rechte wanneer hun rechten zijn geschonden als gevolg van de verwerking van persoonsgegevens of andere gegevens met het oog op het opsporen van online seksueel misbruik van kinderen op nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten en het melden ervan, alsook het verwijderen van onlinemateriaal betreffende seksueel misbruik van kinderen uit die diensten, bijvoorbeeld in gevallen waarin de inhoud of identiteit van een gebruiker is gemeld aan een organisatie die in het algemeen belang optreedt tegen seksueel misbruik van kinderen of aan rechtshandhavingsinstanties, of wanneer de inhoud van een gebruiker is verwijderd, de account van een gebruiker is geblokkeerd of een aan een gebruiker aangeboden dienst is opgeschort.
|
|
(40)
|
Overeenkomstig Richtlijn 2002/58/EG en het beginsel van minimale gegevensverwerking moet de verwerking van persoonsgegevens en andere gegevens beperkt worden tot inhoudelijke gegevens en bijbehorende verkeersgegevens, en voor zover dat strikt noodzakelijk is om het doel van deze verordening te verwezenlijken.
|
|
(41)
|
De afwijking waarin deze verordening voorziet, moet ook gelden voor de categorieën gegevens bedoeld in artikel 5, lid 1, en artikel 6, lid 1, van Richtlijn 2002/58/EG, die van toepassing zijn op de verwerking van zowel persoonsgegevens als niet-persoonsgebonden gegevens die worden verwerkt in het kader van het aanbieden van een nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiedienst.
|
|
(42)
|
Deze verordening strekt ertoe tijdelijk af te wijken van sommige bepalingen van Richtlijn 2002/58/EG, zonder daarbij een versnippering van de interne markt te veroorzaken. Bovendien zouden nationale wetgevingsmaatregelen hoogstwaarschijnlijk niet op tijd in alle lidstaten worden vastgesteld. Daar de doelstelling van deze verordening niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 VEU neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken. De verordening voorziet in een tijdelijke en strikt beperkte afwijking van de toepasselijkheid van artikel 5, lid 1, en artikel 6, lid 1, van Richtlijn 2002/58/EG, met een reeks waarborgen om ervoor te zorgen dat de afwijking niet verder gaat dan wat nodig is om de gestelde doelstelling te bereiken.
|
|
(43)
|
Aangezien Verordening (EU) 2021/1232 reeds verstreken is en tijdig rechtszekerheid moet worden geboden, moet deze verordening zo snel mogelijk in werking treden.
|
|
(44)
|
De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming werd geraadpleegd overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (11) en heeft op 16 februari 2026 een advies uitgebracht,
|
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 24 juli 2026.
Voor het Europees Parlement
De voorzitter
R. METSOLA
Voor de Raad
De voorzitter
T. BYRNE
|
|
Artikel 1 Onderwerp en toepassingsgebied
|
|
|
Artikel 2 Definities
|
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
|
|
Artikel 3 Reikwijdte van de derogatie
|
|
|
Artikel 4 Richtsnoeren van het Europees Comité voor gegevensbescherming
|
Artikel 4
Richtsnoeren van het Europees Comité voor gegevensbescherming
Uiterlijk 1 september 2026 en uit hoofde van artikel 70 van Verordening (EU) 2016/679 verzoekt de Commissie het Europees Comité voor gegevensbescherming richtsnoeren op te stellen om de toezichthoudende autoriteiten bij te staan bij de beoordeling of de verwerking die valt onder het toepassingsgebied van deze verordening, voor bestaande en nieuwe technologieën die worden gebruikt voor de in artikel 3, lid 1, punt a), i), van deze verordening uiteengezette doeleinden, in overeenstemming is met Verordening (EU) 2016/679.
|
|
Artikel 5 Doeltreffende voorziening in rechte
|
Artikel 5
Doeltreffende voorziening in rechte
Overeenkomstig artikel 79 van Verordening (EU) 2016/679 en artikel 15, lid 2, van Richtlijn 2002/58/EG hebben gebruikers het recht op een doeltreffende voorziening in rechte wanneer zij van mening zijn dat hun rechten zijn geschonden als gevolg van de verwerking van persoonsgegevens en andere gegevens met het oog op de in artikel 3, lid 1, punt a), i), van deze verordening uiteengezette doeleinden.
|
|
Artikel 6 Toezichthoudende autoriteiten
|
Artikel 6
Toezichthoudende autoriteiten
De overeenkomstig hoofdstuk VI, afdeling 1, van Verordening (EU) 2016/679 aangewezen toezichthoudende autoriteiten houden toezicht op de verwerking die binnen het toepassingsgebied van deze verordening valt, overeenkomstig hun bevoegdheden uit hoofde van dat hoofdstuk.
|
|
Artikel 7 Openbare lijst van organisaties die in het algemeen belang optreden tegen seksueel misbruik van kinderen
|
|
|
Artikel 8 Statistieken
|
|
|
Artikel 9 Uitvoeringsverslag
|
|
|
Artikel 10 Comitéprocedure
|
|
|
Artikel 11 Inwerkingtreding en toepassing
|
Artikel 11
Inwerkingtreding en toepassing
Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing tot en met 3 april 2028.
(1)
PB C, C/2026/2546, 22.5.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/2546/oj.
(2) Standpunt van het Europees Parlement van 26 maart 2026 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en standpunt van de Raad in eerste lezing van 2 juli 2026 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad). Standpunt van het Europees Parlement van 9 juli 2026 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 22 juli 2026 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).
(3) Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie) (PB L 201 van 31.7.2002, blz. 37, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2002/58/oj).
(4) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/679/oj).
(5) Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronischecommunicatienetwerken en -diensten (kaderrichtlijn) (PB L 108 van 24.4.2002, blz. 33, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2002/21/oj).
(6) Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie (PB L 321 van 17.12.2018, blz. 36, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2018/1972/oj).
(7) Richtlijn 2011/93/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 ter bestrijding van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie, en ter vervanging van Kaderbesluit 2004/68/JBZ van de Raad (PB L 335 van 17.12.2011, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2011/93/oj).
(8) Verordening (EU) 2021/1232 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juli 2021 betreffende een tijdelijke afwijking van sommige bepalingen van Richtlijn 2002/58/EG ten aanzien van het gebruik van technologieën door aanbieders van nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten voor de verwerking van persoonsgegevens en andere gegevens ten behoeve van de bestrijding van online seksueel misbruik van kinderen (PB L 274 van 30.7.2021, blz. 41, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1232/oj).
(9) Verordening (EU) 2024/1307 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2024 tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1232 betreffende een tijdelijke afwijking van sommige bepalingen van Richtlijn 2002/58/EG ten aanzien van het gebruik van technologieën door aanbieders van nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten voor de verwerking van persoonsgegevens en andere gegevens ten behoeve van de bestrijding van online seksueel misbruik van kinderen (PB L, 2024/1307, 14.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1307/oj).
(10) Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/182/oj).
(11) Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1725/oj .
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|