|
Richtsnoer 1: Bepaling van de diensten die voor de voorlopige lijsten in aanmerking komen 1.1. Wat betreft het criterium van "diensten die door consumenten met betrekking tot hun betaalrekening het vaakst gebruikt worden" als bedoeld in artikel 3, lid 2, onder a), van Richtlijn 2014/92/EU, worden onderstaande factoren in aanmerking genomen voor zover zij noodzakelijk worden geacht om de lijst op te stellen: - a. Bevoegde autoriteiten kijken bij de beoordeling van het niveau van de verspreiding van diensten naar de algemene consumentenpopulatie.
- b. Bevoegde autoriteiten beoordelen hoe vaak de diensten in verhouding als kenmerk van de betaalrekeningen voorkomen.
- c. Bevoegde autoriteiten beoordelen hoe vaak de diensten in kwestie worden gebruikt, waarbij zij indien mogelijk rekening houden met het percentage consumenten dat de dienst gebruikt evenals met het aantal malen dat de dienst wordt gebruikt.
- d. Bevoegde autoriteiten beschouwen het aanbieden van de rekening op zichzelf als een dienst.
1.2. Wat betreft het criterium van "diensten die voor consumenten de hoogste kosten veroorzaken, zowel in totaal als per eenheid" als bedoeld in artikel 3, lid 2, onder b), van Richtlijn 2014/92/EU, worden onderstaande factoren in aanmerking genomen voor zover zij noodzakelijk worden geacht om de lijst op te stellen: - a. Bevoegde autoriteiten kijken, wanneer zij de vergoedingen zowel in totaal als per eenheid beoordelen, niet alleen naar diensten die gelijktijdig aan beide criteria voldoen, maar ook naar diensten die hetzij in totaal hetzij per eenheid voor consumenten de hoogste kosten veroorzaken.
- b. Bevoegde autoriteiten beschouwen vergoedingen vanuit een cumulatieve invalshoek wanneer zij de kosten per eenheid of de totale kosten vaststellen van diensten waarvoor meerdere typen vergoedingen kunnen gelden.
- c. Om vast te kunnen stellen wat de meest representatieve diensten zijn, kijken bevoegde autoriteiten naar de kosten die op jaarbasis door consumenten voor het gebruik van de dienst worden gemaakt of kunnen worden gemaakt, bij voorkeur op basis van de meest recente beschikbare gegevens over een periode van twaalf maanden.
Richtsnoer 2: Gebruik van eigen oordeel bij het opstellen van de voorlopige lijsten 2.1. Bij het opstellen van de voorlopige lijst geven bevoegde autoriteiten prioriteit aan diensten die aan beide criteria voldoen (d.w.z. in gebied C van figuur 1). 2.2. Als tweede stap overwegen bevoegde autoriteiten, omdat de criteria niet strikt cumulatief zijn, ook om diensten die aan slechts één van de criteria voldoen (gebieden A of B), in de voorlopige lijst op te nemen. Figuur 1 - Diensten en criteria
|