+VERORDENING (EU) 2021/1119 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (“Europese klimaatwet”)
---+Artikel 1 Onderwerp en toepassingsgebied
---+Artikel 2 Doelstelling inzake klimaatneutraliteit
------+Artikel 2 1.
------+Artikel 2 2.
---+Artikel 3 Wetenschappelijk advies over klimaatverandering
------+Artikel 3 1.
------+Artikel 3 2.
------+Artikel 3 3.
------+Artikel 3 4.
---+Artikel 4 Tussentijdse klimaatdoelstellingen van de Unie
------+Artikel 4 1.
------+Artikel 4 2.
------+Artikel 4 3.
------+Artikel 4 4.
------+Artikel 4 5.
------+Artikel 4 6.
------+Artikel 4 7.
------+Artikel 4 8.
---+Artikel 5 Aanpassing aan de klimaatverandering
------+Artikel 5 1.
------+Artikel 5 2.
------+Artikel 5 3.
------+Artikel 5 4.
------+Artikel 5 5.
---+Artikel 6 Beoordeling van de vooruitgang en maatregelen van de Unie
------+Artikel 6 1.
------+Artikel 6 2.
------+Artikel 6 3.
------+Artikel 6 4.
---+Artikel 7 Beoordeling van nationale maatregelen
------+Artikel 7 1.
------+Artikel 7 2.
------+Artikel 7 3.
---+Artikel 8 Gemeenschappelijke bepalingen inzake beoordeling door de Commissie
------+Artikel 8 1.
------+Artikel 8 2.
------+Artikel 8 3.
------+Artikel 8 4.
---+Artikel 9 Participatie van het publiek
------+Artikel 9 1.
------+Artikel 9 2.
---+Artikel 10 Sectorale routekaarten
---+Artikel 11 Evaluatie
---+Artikel 12 Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 401/2009
---+Artikel 13 Wijzigingen van Verordening (EU) 2018/1999
---+Artikel 14 Inwerkingtreding
|
English -
European Union -
Environment -
VERORDENING (EU) 2021/1119 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (“Europese klimaatwet”)
VERORDENING (EU) 2021/1119 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 30 juni 2021
tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (“Europese klimaatwet”)
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 1 Onderwerp en toepassingsgebied
|
Artikel 1
Onderwerp en toepassingsgebied
In deze verordening wordt een kader vastgesteld voor de onomkeerbare en geleidelijke reductie van antropogene broeikasgasemissies per bron, en de verbetering van verwijderingen per put van broeikasgassen, die in het Unierecht worden geregeld.
Deze verordening bevat een bindende doelstelling inzake klimaatneutraliteit in de Unie uiterlijk in 2050 met het oog op het halen van de temperatuurdoelstelling op lange termijn die is vastgesteld in artikel 2, lid 1, punt a), van de Overeenkomst van Parijs, en biedt een kader om vooruitgang te boeken bij de verwezenlijking van de in artikel 7 van de Overeenkomst van Parijs vastgestelde mondiale doelstelling inzake aanpassing aan de klimaatverandering. Deze verordening bevat ook een bindende klimaatdoelstelling op Unieniveau voor de nettoreductie van broeikasgasemissies in de Unie voor 2030.
►M1
Deze verordening bevat ook een bindende klimaatdoelstelling op Unieniveau voor 2040. ◄
Deze verordening is van toepassing op antropogene emissies per bron en verwijderingen per put van de in deel 2 van bijlage V bij Verordening (EU) 2018/1999 vermelde broeikasgassen.
|
|
Artikel 2 Doelstelling inzake klimaatneutraliteit
|
|
|
Artikel 3 Wetenschappelijk advies over klimaatverandering
|
|
|
Artikel 4 Tussentijdse klimaatdoelstellingen van de Unie
|
|
|
Artikel 5 Aanpassing aan de klimaatverandering
|
|
|
Artikel 6 Beoordeling van de vooruitgang en maatregelen van de Unie
|
|
|
Artikel 7 Beoordeling van nationale maatregelen
|
|
|
Artikel 8 Gemeenschappelijke bepalingen inzake beoordeling door de Commissie
|
|
|
Artikel 9 Participatie van het publiek
|
|
|
Artikel 10 Sectorale routekaarten
|
Artikel 10
De Commissie gaat in gesprek met economische sectoren binnen de Unie die ervoor kiezen vrijwillige indicatieve routekaarten op te stellen met het oog op de verwezenlijking van de in artikel 2, lid 1, vastgelegde doelstelling van de Unie inzake klimaatneutraliteit. De Commissie houdt toezicht op de ontwikkeling van die routekaarten. Zij zet zich in om de dialoog op het niveau van de Unie evenals de uitwisseling van optimale praktijken tussen relevante belanghebbenden te bevorderen.
|
|
Artikel 11 Evaluatie
|
Artikel 11
Binnen zes maanden na elke “global stocktake” bedoeld in artikel 14 van de Overeenkomst van Parijs dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad, samen met de conclusies van de beoordelingen bedoeld in de artikelen 6 en 7 van de onderhavige verordening, een verslag in over de werking van deze verordening, waarin zij rekening houdt met:
a)
het beste beschikbare en meest recente wetenschappelijke bewijs, met inbegrip van de meest recente rapporten van de IPCC en de adviesraad;
b)
de internationale ontwikkelingen en de inspanningen ter verwezenlijking van de langetermijndoelstellingen van de Overeenkomst van Parijs;
▼M1
c)
de veranderende uitdagingen en kansen voor het mondiale concurrentievermogen van de Europese industrie in alle lidstaten, in het bijzonder dat van energie-intensieve industrieën en van kmo’s;
d)
de ontwikkeling van de energieprijzen en de gevolgen daarvan voor Europese industrieën en huishoudens;
e)
de sociaal-economische gevolgen, met inbegrip van de gevolgen voor de werkgelegenheid;
f)
de technologische vooruitgang en de toepassing van innovatieve technologieën in alle lidstaten en sectoren;
g)
het geraamde niveau van nettoverwijderingen op Unieniveau ten opzichte van de doelstellingen van deze verordening; indien de Commissie vaststelt dat het geraamde niveau van natuurlijke nettoverwijderingen voor 2040 aanzienlijk afwijkt van wat nodig zou zijn om de tussentijdse doelstelling voor 2040 te halen, ook indien die afwijking het gevolg is van natuurlijke verstoringen, stelt de Commissie, in voorkomend geval, maatregelen op Unieniveau voor, waaronder indien nodig een aanpassing van de tussentijdse doelstelling voor 2040 in overeenstemming met en binnen de grenzen van de eventuele tekorten, en zorgt zij ervoor dat eventuele tekorten niet ten koste gaan van andere economische sectoren;
h)
de vooruitgang in de richting van de in deze verordening vastgestelde tussentijdse doelstellingen;
i)
de flexibiliteit voor de lidstaten om hoogwaardige internationale kredieten te gebruiken om maximaal 5 % van hun doelstellingen en inspanningen voor de periode na 2030 te halen.
▼M1
Het verslag van de Commissie gaat in voorkomend geval vergezeld van wetgevingsvoorstellen tot herziening van deze verordening, waaronder de tussentijdse doelstelling voor 2040, en van aanvullende maatregelen ter versterking van initiatieven met betrekking tot het faciliterend kader waarmee de verdere doeltreffende uitvoering van deze verordening wordt ondersteund, overeenkomstig artikel 4, lid 5, en ter waarborging van het concurrentievermogen, de welvaart en de sociale cohesie van de Unie.
▼B
|
|
Artikel 12 Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 401/2009
|
Artikel 12
Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 401/2009
Verordening (EG) nr. 401/2009 wordt als volgt gewijzigd:
1)
Het volgende artikel wordt ingevoegd:
“Artikel 10 bis
1.
Er wordt een Europese wetenschappelijke adviesraad inzake klimaatverandering (“adviesraad”) opgericht.
2.
De adviesraad bestaat uit 15 vooraanstaande wetenschappelijke deskundigen uit een breed scala aan relevante disciplines. De leden van de adviesraad moeten aan de criteria van lid 3 voldoen. Niet meer dan twee leden van de adviesraad mogen de nationaliteit van eenzelfde lidstaat bezitten. De onafhankelijkheid van de leden van de adviesraad moet boven iedere twijfel verheven zijn.
3.
De raad van bestuur wijst de leden van de adviesraad aan voor een periode van vier jaar, die eenmaal kan worden verlengd na een open, eerlijke en transparante selectieprocedure. Bij de selectie van de leden van de adviesraad streeft de raad van bestuur naar variatie in wetenschappelijke en sectorale deskundigheid, evenals naar genderevenwicht en geografisch evenwicht. De selectie berust op de volgende criteria:
a)
wetenschappelijke excellentie;
b)
ervaring met het verrichten van wetenschappelijke beoordelingen en met het verlenen van wetenschappelijk advies op de expertisegebieden;
c)
grote deskundigheid op het gebied van klimaat- en milieuwetenschappen of andere wetenschappelijke gebieden die relevant zijn voor de verwezenlijking van de klimaatdoelstellingen van de Unie;
d)
beroepservaring in een interdisciplinaire omgeving in een internationale context.
4.
De leden van de adviesraad worden op persoonlijke titel benoemd en geven hun standpunten volledig onafhankelijk van de lidstaten en de instellingen van de Unie. De adviesraad kiest zijn voorzitter uit zijn leden voor een periode van vier jaar en stelt zijn reglement van orde vast.
5.
De adviesraad vult de werkzaamheden van het Agentschap aan en treedt bij de uitoefening van zijn taken onafhankelijk op. De adviesraad stelt onafhankelijk zijn jaarlijks werkprogramma op en raadpleegt daarbij de raad van bestuur. De voorzitter van de adviesraad brengt de raad van bestuur en de uitvoerend directeur op de hoogte van dat programma en de uitvoering ervan.”.
2)
Aan artikel 11 wordt het volgende lid toegevoegd:
“5.
De begroting van het Agentschap omvat ook de uitgaven in verband met de adviesraad.”.
|
|
Artikel 13 Wijzigingen van Verordening (EU) 2018/1999
|
Artikel 13
Wijzigingen van Verordening (EU) 2018/1999
Verordening (EU) 2018/1999 wordt als volgt gewijzigd:
1)
In artikel 1, lid 1, wordt punt a) vervangen door:
“a)
uitvoering te geven aan strategieën en maatregelen die ontworpen zijn om de doelstellingen en streefcijfers van de energie-unie en de verbintenissen op lange termijn van de Unie inzake broeikasgasemissies stroken met de Overeenkomst van Parijs te bereiken, met name de in artikel 2, lid 1, van Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad (
*1
) vastgelegde doelstelling van de Unie inzake klimaatneutraliteit en, voor de eerste tienjarige periode van 2021 tot en met 2030, met name de streefcijfers voor energie en klimaat van de Unie voor 2030;
2)
In artikel 2 wordt punt 7 vervangen door:
“7)
“prognoses”: voorspellingen van antropogene broeikasgasemissies per bron en verwijderingen per put of ontwikkelingen van het energiesysteem, waaronder ten minste kwantitatieve ramingen voor een reeks van zes komende jaren eindigend op 0 of 5 onmiddellijk volgend op het rapporteringsjaar;”.
3)
In artikel 3, lid 2, wordt punt f) vervangen door:
“f)
een beoordeling van de effecten van de geplande beleidslijnen en maatregelen om de in punt b) van dit lid bedoelde doelstellingen te verwezenlijken, waarbij ook wordt nagegaan of ze stroken met de doelstelling van de Unie inzake klimaatneutraliteit, als vastgelegd in artikel 2, lid 1, van Verordening (EU) 2021/1119, met de langetermijndoelstellingen inzake broeikasgasemissiereductie in het kader van de Overeenkomst van Parijs en met de in artikel 15 van deze verordening bedoelde langetermijnstrategieën;”.
4)
Aan artikel 8, lid 2, wordt het volgende punt toegevoegd:
“e)
de wijze waarop bestaande beleidslijnen en maatregelen en geplande beleidslijnen en maatregelen bijdragen tot de verwezenlijking van de in artikel 2, lid 1, van Verordening (EU) 2021/1119 vastgelegde doelstelling van de Unie inzake klimaatneutraliteit.”.
5)
Artikel 11 wordt vervangen door:
“Artikel 11
Klimaat- en energiedialoog op verschillende niveaus
Elke lidstaat zet overeenkomstig nationale regels een klimaat- en energiedialoog op verschillende niveaus op, waarin lokale overheden, maatschappelijke organisaties, de bedrijfswereld, investeerders en andere betrokken partijen en het brede publiek actief kunnen participeren en de verwezenlijking van de in artikel 2, lid 1, van Verordening (EU) 2021/1119 vastgelegde doelstelling van de Unie inzake klimaatneutraliteit en de verschillende mogelijke scenario’s, ook op lange termijn, voor het energie- en klimaatbeleid kunnen bespreken, en de vooruitgang kunnen beoordelen, tenzij de lidstaat al een structuur heeft ingevoerd die datzelfde doel heeft. De geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen kunnen in het kader van deze dialoog worden besproken.”.
6)
Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:
a)
lid 1 wordt vervangen door:
“1.
Uiterlijk op 1 januari 2020, daarna uiterlijk op 1 januari 2029 en daarna om de tien jaar stellen de lidstaten elk een langetermijnstrategie op, met een perspectief van dertig jaar en stroken met de in artikel 2, lid 1, van Verordening (EU) 2021/1119 vastgelegde doelstelling van de Unie inzake klimaatneutraliteit, en dienen zij deze bij de Commissie in. De lidstaten actualiseren deze strategieën waar nodig om de vijf jaar.”;
b)
in lid 3 wordt punt c) vervangen door:
“c)
de verwezenlijking van de broeikasgasemissiebeperkingen op lange termijn en de verbetering van verwijderingen per put in alle sectoren overeenkomstig de in artikel 2, lid 1, van Verordening (EU) 2021/1119 vastgelegde doelstelling van de Unie inzake klimaatneutraliteit om, in het kader van de volgens de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering (Intergovernmental Panel on Climate Change — IPCC) noodzakelijk geachte broeikasgasemissiereducties en verbetering van verwijderingen per put, de broeikasgasemissies van de Unie op kosteneffectieve wijze te verminderen en de verwijderingen per put te verbeteren met het oog op de temperatuurdoelstellingen op lange termijn van de Overeenkomst van Parijs, teneinde in de Unie een evenwicht te verwezenlijken tussen antropogene emissies per bron en verwijderingen per put van broeikasgassen, en — waar mogelijk — daarna tot negatieve emissies te komen;”.
7)
Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:
a)
in lid 2 wordt punt a) vervangen door:
“a)
informatie over de geboekte vooruitgang bij het behalen van de doelstellingen waaronder de in artikel 2, lid 1, van Verordening (EU) 2021/1119 vastgelegde doelstelling van de Unie inzake klimaatneutraliteit, de streefcijfers en bijdragen die zijn uiteengezet in het geïntegreerde nationale energie- en klimaatplan, en over de geboekte vooruitgang bij de financiering en tenuitvoerlegging van de beleidslijnen en maatregelen die nodig waren om ze te behalen, met inbegrip van een beoordeling van daadwerkelijk gebeurde investeringen ten opzichte van initieel geplande investeringen;”;
b)
in lid 4 wordt de eerste alinea vervangen door:
“De Commissie stelt, met de bijstand van het in artikel 44, lid 1, punt b), bedoelde Comité voor de energie-unie, uitvoeringshandelingen vast waarin de structuur, het formaat, de technische details en het proces voor de in de leden 1 en 2 van dit artikel vermelde informatie zijn uiteengezet, met inbegrip van een methode voor de rapportage over de geleidelijke afbouw van energiesubsidies, in het bijzonder voor fossiele brandstoffen, op grond van artikel 25, punt d).”.
8)
In artikel 29, lid 1, wordt punt b) vervangen door:
“b)
de vooruitgang die elke lidstaat maakt bij het bereiken van zijn doelstellingen waaronder de in artikel 2, lid 1, van Verordening (EU) 2021/1119 vastgelegde doelstelling van de Unie inzake klimaatneutraliteit, streefcijfers en bijdragen en bij de uitvoering van de beleidslijnen en maatregelen die zijn uiteengezet in zijn geïntegreerd nationaal energie- en klimaatplan;”.
9)
Artikel 45 wordt vervangen door:
“Artikel 45
Evaluatie
Binnen zes maanden na elke “global stocktake” in het kader van artikel 14 van de Overeenkomst van Parijs brengt de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de werking van deze verordening, de bijdrage ervan tot de governance van de energie-unie, de bijdrage ervan aan de langetermijndoelstellingen van de Overeenkomst van Parijs, de voortgang op weg naar het verwezenlijken van de streefcijfers voor klimaat en energie voor 2030, en de in artikel 2, lid 1, van Verordening (EU) 2021/1119 vastgelegde doelstelling van de Unie inzake klimaatneutraliteit, aanvullende doelstellingen van de energie-unie en de overeenstemming van de in deze verordening vervatte plannings-, rapporterings- en monitoringbepalingen met andere wetgeving van de Unie of toekomstige besluiten met betrekking tot het UNFCCC en de Overeenkomst van Parijs. De verslagen van de Commissie kunnen, indien nodig, vergezeld gaan van wetgevingsvoorstellen.”.
10)
Bijlage I, deel 1, wordt als volgt gewijzigd:
a)
in afdeling A, punt 3.1.1, wordt punt i vervangen door:
“i.
Beleidsinitiatieven en maatregelen ter verwezenlijking van de op grond van Verordening (EU) 2018/842 vastgestelde doelstellingen, als bedoeld in punt 2.1.1 van deze afdeling en beleidsinitiatieven en maatregelen voor de naleving van Verordening (EU) 2018/841, voor alle belangrijke emissiesectoren en sectoren waar de verwijdering moet worden verbeterd, in het licht van de in artikel 2, lid 1, van Verordening (EU) 2021/1119 vastgelegde doelstelling van de Unie inzake klimaatneutraliteit”;
b)
aan afdeling B wordt het volgende punt toegevoegd:
“5.5.
De bijdrage van geplande beleidslijnen en maatregelen tot de verwezenlijking van de in artikel 2, lid 1, van Verordening (EU) 2021/1119 vastgelegde doelstelling van de Unie inzake klimaatneutraliteit”.
11)
In bijlage VI, punt c), wordt punt viii) vervangen door:
“viii)
een beoordeling van de mate waarin het beleidsinitiatief of de maatregel bijdraagt tot de verwezenlijking van de in artikel 2, lid 1, van Verordening (EU) 2021/1119 vastgelegde doelstelling van de Unie inzake klimaatneutraliteit en tot de verwezenlijking van de in artikel 15 van deze verordening bedoelde langetermijnstrategie;”.
|
|
Artikel 14 Inwerkingtreding
|
Artikel 14
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|