+RICHTLIJN VAN DE RAAD van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting van motorvoertuigen (70/157/EEG)
---+Artikel 1
---+Artikel 2
---+Article 2a
------+Article 2a 1.
------+Article 2a 2.
---+Artikel 3
---+Artikel 4
------+Article 4 1.
------+Article 4 2.
---+Artikel 5
---+Lijst van bijlagen
---+BIJLAGE I
---+BIJLAGE II
---+BIJLAGE III
|
English -
European Union -
Environment -
RICHTLIJN VAN DE RAAD van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting van motorvoertuigen (70/157/EEG)
RICHTLIJN VAN DE RAAD van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting van motorvoertuigen (70/157/EEG)
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 1
|
Artikel 1 Onder voertuig wordt in deze richtlijn verstaan ieder motorvoertuig met of zonder carrosserie, op ten minste vier wielen en met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van meer dan 25 km per uur, bestemd om aan het wegverkeer deel te nemen, met uitzondering van voertuigen die zich over
►M9
rails bewegen, landbouw- en bosbouwtrekkers en alle mobiele machines. ◄
▼M3
|
|
Artikel 2
|
Artikel 2 De Lid-Staten mogen de EEG-goedkeuring of de nationale goedkeuring van een type voertuig, een type uitlaatinrichting of een als technische eenheid beschouwd type-onderdeel van een dergelijke inrichting niet weigeren om redenen in verband met het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting,
— indien het voertuig, voor wat betreft het geluidsniveau en de uitlaatinrichting, beantwoordt aan de voorschriften van bijlage I;
— indien de uitlaatinrichting of een onderdeel van een dergelijke inrichting dat als technische eenheid in de zin van
►M9
artikel 2 ◄ van Richtlijn 70/156/EEG wordt beschouwd, beantwoordt aan de voorschriften van bijlage II.
Artikel 2 bis 1. De Lid-Staten mogen de verkoop, de registratie, het in het verkeer brengen of het gebruik van voertuigen niet weigeren of verbieden om redenen in verband met het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting, indien het geluidsniveau en de uitlaatinrichting beantwoorden aan de voorschriften van bijlage I. 2. De Lid-Staten mogen het in het verkeer brengen van een uitlaatinrichting of een onderdeel van een dergelijke inrichting dat wordt beschouwd als een technische eenheid in de zin van
►M9
artikel 2 ◄ van Richtlijn 70/156/EEG, niet verbieden om redenen in verband met het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting, indien de inrichting of het onderdeel in de zin van artikel 2 in overeenstemming is met een type waarvoor goedkeuring is verleend.
▼B
|
|
Article 2a
|
|
|
Artikel 3
|
Artikel 3 De wijzigingen die noodzakelijk zijn om de voorschriften van
►M9
de bijlagen ◄ , met uitzondering van die van
►M3
de punten 5.2.2.1 en 5.2.2.5 van bijlage I ◄ , aan te passen aan de technische vooruitgang, worden vastgesteld overeenkomstig de procedure van artikel 13 van de richtlijn van de Raad betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan.
|
|
Artikel 4
|
Artikel 4 1. Binnen achttien maanden na kennisgeving van deze richtlijn voeren de Lid-Staten de nodige maatregelen in om aan het bepaalde in deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie hiervan onmiddellijk in kennis. 2. De Lid-Staten zien erop toe dat de tekst van alle belangrijke interne rechtsbepalingen die zij aanvaarden op het gebied waarop deze richtlijn van toepassing is, ter kennis van de Commissie wordt gebracht.
|
|
Artikel 5
|
Artikel 5 Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.
▼M9
|
|
Lijst van bijlagen
|
Lijst van bijlagen
|
BIJLAGE I:
|
Voorschriften voor eg-typegoedkeuring van een type motorvoertuig wat het geluidsniveau betreft
Aanhangsel 1: nlichtingenformulier nr. … overeenkomstig bijlage I van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad (1) De nummers van de punten en voetnoten in dit inlichtingenformulier komen overeen met die van bijlage I van Richtlijn 70/156/EEG. Punten die voor deze richtlijn niet relevant zijn, zijn weggelaten.betreffende de EG-typegoedkeuring van een voertuig wat het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting betreft (Richtlijn 70/157/EEG, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn …/…/EG)
Aanhangsel 2: Model
Addendum bij EG-typegoedkeuringscertificaat nr. …: betreffende de typegoedkeuring van een voertuig overeenkomstig Richtlijn 70/157/EEG, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn …/…/EG
|
|
BIJLAGE II:
|
Administratieve bepalingen voor eg-typegoedkeuring van uitlaatsystemen als technische eenheid (vervangingsuitlaatsystemen)
Aanhangsel 1: Inlichtingenformulier nr. … betreffende de EG-typegoedkeuring als technische eenheid van uitlaatsystemen voor motorvoertuigen (Richtlijn 70/157/EEG, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn …/…)
Aanhangsel 2: Model
Addendum bij EG-typegoedkeuringscertificaat nr. …: betreffende de typegoedkeuring als technische eenheid van uitlaatsystemen voor motorvoertuigen overeenkomstig Richtlijn 70/157/EEG, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn …/…/EG
Aanhangsel 3: Model van het EG-typegoedkeuringsmerk
|
|
BIJLAGE III:
|
Controle op de overeenstemming van de produktie
|
|
(1) De nummers van de punten en voetnoten in dit inlichtingenformulier komen overeen met die van bijlage I van Richtlijn 70/156/EEG. Punten die voor deze richtlijn niet relevant zijn, zijn weggelaten.
|
▼M12
|
|
BIJLAGE I
|
BIJLAGE I VOORSCHRIFTEN VOOR EG-TYPEGOEDKEURING VAN EEN TYPE MOTORVOERTUIG WAT HET GELUIDSNIVEAU BETREFT 1. AANVRAAG OM EG-TYPEGOEDKEURING VAN EEN VOERTUIGTYPE
|
1.1.
|
De aanvraag om EG-typegoedkeuring van een voertuigtype wat het geluidsniveau betreft overeenkomstig artikel 3, lid 4, van Richtlijn 70/156/EEG, wordt ingediend door de fabrikant van het voertuig.
|
|
1.2.
|
Een model van het inlichtingenformulier is opgenomen in aanhangsel 1.
|
|
1.3.
|
Een voertuig dat representatief is voor het goed te keuren type wordt door de fabrikant van het voertuig ter beschikking gesteld van de technische dienst die verantwoordelijk is voor de tests.
|
|
1.4.
|
Op verzoek van de technische dienst worden eveneens een exemplaar van het uitlaatsysteem en een motor ter beschikking gesteld die ten minste dezelfde cilinderinhoud en hetzelfde nominale vermogen heeft als die waarmee het goed te keuren voertuigtype is uitgerust.
|
2. GELUIDSNIVEAU VAN RIJDENDE VOERTUIGEN
2.1. Grenswaarden
Het geluidsniveau gemeten overeenkomstig de bepalingen van bijlage III mag de volgende grenswaarden niet overschrijden:
|
Voertuigcategorie
|
Waarden uitgedrukt
in dB (A)
|
|
2.1.1. voertuigen voor personenvervoer met ten hoogste negen zitplaatsen, die van de bestuurder inbegrepen
|
74
|
|
2.1.2. voertuigen voor personenvervoer met meer dan negen zitplaatsen, die van de bestuurder inbegrepen, met een toegestane maximummassa van meer dan 3,5 ton en:
|
|
2.1.2.1. met een motorvermogen van minder dan 150 kW
|
78
|
|
2.1.2.2. met een motorvermogen van niet minder dan 150 kW
|
80
|
|
2.1.3. voertuigen voor personenvervoer met meer dan negen zitplaatsen, die van de bestuurder inbegrepen; voertuigen voor goederenvervoer:
|
|
2.1.3.1. met een toegestane maximummassa van niet meer dan 2 ton
|
76
|
|
2.1.3.2. met een toegestane maximummassa van meer dan 2 ton, maar niet meer dan 3,5 ton
|
77
|
|
2.1.4. voertuigen voor goederenvervoer met een toegestane maximummassa van meer dan 3,5 ton en:
|
|
2.1.4.1. met een motorvermogen van minder dan 75 kW
|
77
|
|
2.1.4.2. met een motorvermogen van niet minder dan 75 kW, maar minder dan 150 kW
|
78
|
|
2.1.4.3. met een motorvermogen van niet minder dan 150 kW
|
80
|
De grenswaarden worden evenwel:
— met 1 dB (A) verhoogd voor voertuigen van de categorieën 2.1.1 en 2.1.3 met een dieselmotor met directe inspuiting;
— voor voertuigen met een toegestane maximummassa van meer dan 2 ton, die zijn ontworpen voor terreingebruik, verhoogd met 1 dB (A) indien zij zijn uitgerust met een motor met een vermogen van minder dan 150 kW, en verhoogd met 2 dB (A) indien zij zijn uitgerust met een motor van 150 kW of meer;
— voor voertuigen van categorie 2.1.1 met een handbediende versnellingsbak met meer dan vier versnellingen vooruit en een motor met een maximumvermogen van meer dan 140 kW/t, waarvan de verhouding maximumvermogen/maximummassa meer dan 75 kW/t bedraagt, worden de grenswaarden verhoogd met 1 dB (A) indien de snelheid waarmee de achterkant van het voertuig de lijn BB' in de derde versnelling passeert, meer dan 61 km/h bedraagt.
2.2. Interpretatie van de resultaten
|
2.2.1.
|
Om rekening te houden met onnauwkeurigheden in de meetapparatuur, wordt het resultaat van elke meting bepaald door 1 dB (A) af te trekken van de afgelezen waarde.
|
|
2.2.2.
|
De metingen worden als geldig beschouwd indien het verschil tussen twee opeenvolgende metingen aan dezelfde zijde van het voertuig niet meer dan 2 dB (A) bedraagt.
|
|
2.2.3.
|
Het hoogste gemeten geluidsniveau geldt als het testresultaat. Indien deze waarde 1 dB (A) meer bedraagt dan het maximaal toegestane geluidsniveau voor de betrokken voertuigcategorie, wordt overgegaan tot een nieuwe reeks van twee metingen op de desbetreffende positie van de microfoon. Drie van de vier aldus voor deze positie verkregen resultaten moeten binnen de voorgeschreven grenzen liggen.
|
3. MERKTEKENS
|
3.1.
|
Op de onderdelen van het uit- en inlaatsysteem, met uitzondering van de bevestigingsdelen en pijpen, worden de volgende merktekens aangebracht:
|
3.1.1.
|
het fabrieks- of handelsmerk van de fabrikant van de systemen en onderdelen daarvan;
|
|
3.1.2.
|
de door de fabrikant gegeven handelsbenaming.
|
|
|
3.2.
|
De merktekens moeten goed leesbaar en onuitwisbaar zijn, ook wanneer het systeem op het voertuig is gemonteerd.
|
4. VERLENING VAN EG-TYPEGOEDKEURING VOOR EEN VOERTUIGTYPE
|
4.1.
|
Indien aan de desbetreffende voorschriften is voldaan, wordt EG-typegoedkeuring overeenkomstig artikel 4, lid 3, en, in voorkomend geval, artikel 4, lid 4, van Richtlijn 70/156/EEG verleend.
|
|
4.2.
|
In aanhangsel 2 wordt een model van het EG-typegoedkeuringscertificaat gegeven.
|
|
4.3.
|
Aan elk goedgekeurd voertuigtype wordt een goedkeuringsnummer overeenkomstig bijlage VII bij Richtlijn 70/156/EEG toegekend. Dezelfde lidstaat mag hetzelfde nummer niet aan een ander voertuigtype toekennen.
|
5. WIJZIGING VAN HET TYPE EN VAN DE GOEDKEURING
|
5.1.
|
Bij wijziging van het overeenkomstig deze richtlijn goedgekeurde type zijn de bepalingen van artikel 5 van Richtlijn 70/156/EEG van toepassing.
|
6. OVEREENSTEMMING VAN DE PRODUCTIE
|
6.1.
|
Overeenkomstig artikel 10 van Richtlijn 70/156/EEG worden maatregelen genomen om de overeenstemming van de productie te garanderen.
|
|
6.2.
|
Bijzondere bepalingen:
|
6.2.1.
|
De in punt 2.3.5 van bijlage X bij Richtlijn 70/156/EEG genoemde tests zijn die welke zijn voorgeschreven in bijlage 7 van VN/ECE-Reglement nr. 51, waarnaar in bijlage III bij deze richtlijn wordt verwezen.
|
|
6.2.2.
|
Normaliter vinden de in punt 3 van bijlage X bij Richtlijn 70/156/EEG genoemde inspecties om de twee jaar plaats.
|
|
|
|
BIJLAGE II
|
BIJLAGE II ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN VOOR EG-TYPEGOEDKEURING VAN UITLAATSYSTEMEN ALS TECHNISCHE EENHEID (VERVANGINGSUITLAATSYSTEMEN) 1. AANVRAAG OM EG-TYPEGOEDKEURING
|
1.1.
|
De aanvraag om EG-typegoedkeuring van een vervangingsuitlaatsysteem of onderdeel daarvan als technische eenheid overeenkomstig artikel 3, lid 4, van Richtlijn 70/156/EEG, wordt ingediend door de fabrikant van het voertuig of de desbetreffende technische eenheid.
|
|
1.2.
|
Een model van het inlichtingenformulier is opgenomen in aanhangsel 1.
|
|
1.3.
|
Op verzoek van de technische dienst stelt de aanvrager het volgende materiaal ter beschikking:
|
1.3.1.
|
twee exemplaren van het systeem waarvoor EG-typegoedkeuring wordt aangevraagd;
|
|
1.3.2.
|
een uitlaatsysteem van het type waarmee het voertuig bij de EG-typegoedkeuring oorspronkelijk was uitgerust;
|
|
1.3.3.
|
een voertuig dat representatief is voor het met het systeem uit te rusten type, dat voldoet aan de voorschriften van punt 4.1 van bijlage 7 van VN/ECE-Reglement nr. 51, waarnaar in bijlage III bij deze richtlijn wordt verwezen;
|
|
1.3.4.
|
een afzonderlijke motor die overeenkomt met die van het hoger beschreven voertuigtype.
|
|
2. MERKTEKENS
|
2.4.1.
|
Op het vervangingsuitlaatsysteem of op de onderdelen daarvan, met uitzondering van de bevestigingsdelen en pijpen, worden de volgende merktekens aangebracht:
|
2.4.1.1.
|
het fabrieks- of handelsmerk van de fabrikant van het vervangingssysteem en onderdelen daarvan;
|
|
2.4.1.2.
|
de door de fabrikant gegeven handelsbenaming.
|
|
|
2.4.2.
|
De merktekens moeten goed leesbaar en onuitwisbaar zijn, ook wanneer het systeem op het voertuig is gemonteerd.
|
3. VERLENING VAN EG-TYPEGOEDKEURING
|
3.1.
|
Indien aan de desbetreffende voorschriften is voldaan, wordt EG-typegoedkeuring overeenkomstig artikel 4, lid 3, en, in voorkomend geval, artikel 4, lid 4, van Richtlijn 70/156/EEG verleend.
|
|
3.2.
|
In aanhangsel 2 wordt een model van het EG-typegoedkeuringscertificaat gegeven.
|
|
3.3.
|
Aan elk als technische eenheid goedgekeurd type vervangingsuitlaatsysteem of onderdeel daarvan wordt een goedkeuringsnummer overeenkomstig bijlage VII bij Richtlijn 70/156/EEG toegekend; deel 3 van het typegoedkeuringsnummer geeft het nummer aan van de wijzigingsrichtlijn die van kracht was ten tijde van de typegoedkeuring van het voertuig. Dezelfde lidstaat mag hetzelfde nummer niet aan een ander type vervangingsuitlaatsysteem of onderdeel daarvan toekennen.
|
4. EG-TYPEGOEDKEURINGSMERK
|
4.1.
|
Elk vervangingsuitlaatsysteem of onderdeel daarvan, met uitzondering van de bevestigingsdelen en pijpen, dat overeenkomt met een overeenkomstig deze richtlijn goedgekeurd type, moet voorzien zijn van een EG-typegoedkeuringsmerk.
|
|
4.2.
|
Dit merk bestaat uit een rechthoek met daarin de kleine letter „e”, gevolgd door het nummer van de lidstaat die de goedkeuring heeft verleend:
„11” voor het Verenigd Koninkrijk
▼M13
▼M12
In de nabijheid van de rechthoek wordt het „basisgoedkeuringsnummer” aangebracht, dat deel 4 vormt van het in bijlage VII bij Richtlijn 70/156/EEG bedoelde typegoedkeuringsnummer, voorafgegaan door twee cijfers ter aanduiding van het volgnummer van de recentste belangrijke technische wijziging van Richtlijn 70/157/EEG van de Raad die van kracht was ten tijde van de typegoedkeuring van het voertuig. Het volgnummer voor Richtlijn 70/157/EEG is 00; het volgnummer voor Richtlijn 77/212/EEG is 01; het volgnummer voor Richtlijn 84/424/EEG is 02; het volgnummer voor Richtlijn 92/97/EEG en deze richtlijn is 03. Volgnummer 03 geeft ook de technische voorschriften van wijzigingenreeks 00 van VN/ECE-Reglement nr. 59 aan.
|
|
4.3.
|
Het merkteken moet goed leesbaar en onuitwisbaar zijn, ook wanneer het vervangingsuitlaatsysteem of een onderdeel daarvan op het voertuig is gemonteerd.
|
|
4.4.
|
In aanhangsel 3 wordt een voorbeeld van het EG-typegoedkeuringsmerk gegeven.
|
5. WIJZIGING VAN HET TYPE EN VAN DE GOEDKEURING
|
5.1.
|
Bij wijziging van het overeenkomstig deze richtlijn goedgekeurde type zijn de bepalingen van artikel 5 van Richtlijn 70/156/EEG van toepassing.
|
6. OVEREENSTEMMING VAN DE PRODUCTIE
|
6.1.
|
Overeenkomstig artikel 10 van Richtlijn 70/156/EEG worden maatregelen genomen om de overeenstemming van de productie te garanderen.
|
|
6.2.
|
Bijzondere bepalingen:
|
6.2.1.
|
De in punt 2.3.5 van bijlage X bij Richtlijn 70/156/EEG genoemde tests zijn die welke zijn voorgeschreven in bijlage 5 van VN/ECE-Reglement nr. 59, waarnaar in bijlage III bij deze richtlijn wordt verwezen.
|
|
6.2.2.
|
Normaliter vinden de in punt 3 van bijlage X bij Richtlijn 70/156/EEG genoemde inspecties om de twee jaar plaats.
|
|
|
|
BIJLAGE III
|
BIJLAGE III
1. De technische voorschriften zijn die van:
a) de punten 2, 6.1, 6.2.1 en 6.3 van VN/ECE-Reglement nr. 51 (
14
) en de bijlagen 3 tot en met 10 bij dat reglement;
b) de punten 2 en 6 van VN/ECE-Reglement nr. 59 (
15
) en de bijlagen 3 tot en met 5 bij dat reglement.
2. Voor de toepassing van de in punt 1 bedoelde bepalingen geldt het volgende:
a) onder „onbeladen voertuig” wordt verstaan: een voertuig waarvan de massa is beschreven in punt 2.6 van aanhangsel 1 van bijlage I bij deze richtlijn, zonder bestuurder;
b) „het inlichtingenblad” betekent het typegoedkeuringscertificaat in aanhangsel 2 van de bijlagen I en II;
c) „partijen bij de respectieve reglementen” betekent de lidstaten;
d) de verwijzingen naar de Reglementen nr. 51 en nr. 59 worden gelezen als verwijzingen naar Richtlijn 70/157/EEG;
e) voetnoot 1 in punt 2.2.6 wordt gelezen als: „Voor een definitie van de voertuigcategorieën, zie bijlage II, deel A, bij Richtlijn 70/156/EEG.”.
▼M12 —————
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|