+RICHTLIJN 98/70/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 oktober 1998 betreffende de kwaliteit van benzine en van dieselbrandstof en tot wijziging van Richtlijn 93/12/EEG van de Raad
---+Artikel 1 Toepassingsgebied
---+Artikel 2 Definities
---+Artikel 3 Benzine
------+Artikel 3 1.
------+Artikel 3 2.
------+Artikel 3 3.
------+Artikel 3 4.
------+Artikel 3 5.
------+Artikel 3 6.
---+Artikel 4 Dieselbrandstof
------+Artikel 4 1.
------+Artikel 4 2.
------+Artikel 4 3.
------+Artikel 4 4.
---+Artikel 5 Vrij verkeer
---+Artikel 6 In de handel brengen van brandstoffen met strengere milieutechnische specificaties
------+Artikel 6 1.
------+Artikel 6 2.
------+Artikel 6 3.
------+Artikel 6 4.
------+Artikel 6 5.
------+Artikel 6 6.
---+Artikel 7 Veranderingen in het aanbod van ruwe olie
---+Artikel 8 Toezicht op naleving en rapportage
------+Artikel 8 1.
------+Artikel 8 2.
------+Artikel 8 3.
------+Artikel 8 4.
---+Artikel 8bis Metaalhoudende additieven
------+Artikel 8bis 1.
------+Artikel 8bis 2.
------+Artikel 8bis 3.
------+Artikel 8bis 4.
------+Artikel 8bis 5.
------+Artikel 8bis 6.
---+Artikel 9 Verslaglegging
---+Artikel 9bis Sancties
---+Artikel 10 Procedure voor de aanpassing van toegestane analysemethoden en toegestane afwijkingen van de dampspanning
------+Artikel 10 1.
------+Artikel 10 2.
---+Artikel 10bis Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
------+Artikel 10bis 1.
------+Artikel 10bis 2.
------+Artikel 10bis 3.
------+Artikel 10bis 4.
------+Artikel 10bis 5.
---+Artikel 11 Comitéprocedure
------+Artikel 11 1.
------+Artikel 11 2.
------+Artikel 11 3.
---+Artikel 12 Intrekking, respectievelijk wijziging van de richtlijnen betreffende de kwaliteit van benzine en dieselbrandstoffen
------+Artikel 12 1.
------+Artikel 12 2.
---+Artikel 13 Omzetting in het nationale recht
------+Artikel 13 1.
------+Artikel 13 2.
---+Artikel 15 Inwerkingtreding van de richtlijn
---+Artikel 16 Geadresseerden
---+BIJLAGE I MILIEUTECHNISCHE SPECIFICATIES VOOR IN DE HANDEL VERKRIJGBARE BRANDSTOFFEN VOOR VOERTUIGEN MET ELEKTRISCHE ONTSTEKINGSMOTOREN
---+BIJLAGE II MILIEUTECHNISCHE SPECIFICATIES VOOR IN DE HANDEL VERKRIJGBARE BRANDSTOFFEN VOOR VOERTUIGEN MET COMPRESSIEONTSTEKINGSMOTOREN
---+BIJLAGE III
|
English -
European Union -
Environment -
RICHTLIJN 98/70/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 oktober 1998 betreffende de kwaliteit van benzine en van dieselbrandstof en tot wijziging van Richtlijn 93/12/EEG van de Raad
RICHTLIJN 98/70/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 13 oktober 1998
betreffende de kwaliteit van benzine en van dieselbrandstof en tot wijziging van Richtlijn 93/12/EEG van de Raad
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 1 Toepassingsgebied
|
Artikel 1
Deze richtlijn geeft, voor wat betreft wegvoertuigen en niet voor de weg bestemde mobiele machines, met inbegrip van binnenschepen wanneer deze niet op zee varen, landbouwtrekkers en bosbouwmachines en pleziervaartuigen wanneer deze niet op zee varen, technische specificaties van brandstoffen voor motoren met elektrische ontsteking en compressieontstekingsmotoren, ter bescherming van de gezondheid en het milieu, met inachtneming van de technische vereisten van deze motoren.
|
|
Artikel 2 Definities
|
Artikel 2
In deze richtlijn wordt verstaan onder:
1.
„benzine”: iedere vluchtige minerale olie voor verbrandingsmotoren met elektrische ontsteking voor de aandrijving van voertuigen die onder de GN-codes 2710 11 41 , 2710 11 45 , 2710 11 49 , 2710 11 51 of 2710 11 59 (
1
) valt;
2.
„dieselbrandstof”: gasolie die onder GN-code 2710 19 41 (1) valt en gebruikt wordt voor de aandrijving van voertuigen als bedoeld in Richtlijn 70/220/EEG en Richtlijn 88/77/EEG;
▼M4
3.
„gasoliën voor niet voor de weg bestemde mobiele machines (met inbegrip van binnenschepen), landbouwtrekkers en bosbouwmachines, en pleziervaartuigen”: uit aardolie verkregen vloeistoffen die vallen onder de GN-codes 2710 19 41 en 2710 19 45 (
2
) en die bestemd zijn voor gebruik in motoren als bedoeld in de Richtlijnen 94/25/EG (
3
), 97/68/EG (
4
) en 2000/25/EG (
5
) van het Europees Parlement en de Raad;
▼M2
4.
„ultraperifere gebieden”: Frankrijk met betrekking tot de Franse overzeese departementen, Portugal met betrekking tot de Azoren en Madeira, en Spanje met betrekking tot de Canarische Eilanden;
▼M4
5.
„lidstaten met lage omgevingstemperaturen in de zomerperiode”: Denemarken, Estland, Finland, Ierland, Letland, Litouwen, Zweden en het Verenigd Koninkrijk;
6.
„broeikasgasemissies gedurende de levenscyclus”: alle netto emissies van CO2, CH4 en N2O die aan de brandstof (met inbegrip van alle bijmengsels) of geleverde energie kunnen worden toegeschreven. Hieronder vallen alle relevante stadia van winning of teelt, daaronder begrepen verandering van landgebruik, vervoer en distributie, verwerking en verbranding, ongeacht de plaats waar deze emissies plaatsvinden;
7.
„broeikasgasemissies per eenheid energie”: de totale massa CO2-equivalente broeikasgasemissies verbonden aan de brandstof of geleverde energie, gedeeld door de totale energie-inhoud van de geleverde brandstof of energie (voor brandstof, uitgedrukt als de lage verbrandingswaarde ervan);
▼M9
8.
„leverancier”: brandstofleverancier als gedefinieerd in artikel 2, tweede alinea, punt 38), van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad (
6
);
9.
„biobrandstoffen”: biobrandstoffen als gedefinieerd in artikel 2, tweede alinea, punt 33), van Richtlijn (EU) 2018/2001;
▼M7
10.
„hernieuwbare vloeibare of gasvormige transportbrandstoffen van niet-biologische oorsprong”: andere vloeibare of gasvormige brandstoffen dan biobrandstoffen, waarvan de energie-inhoud afkomstig is van andere hernieuwbare energiebronnen dan biomassa en die in de vervoersector worden gebruikt;
11.
„zetmeelrijke gewassen”: gewassen die hoofdzakelijk granen bevatten (ongeacht of enkel de granen dan wel de volledige plant worden gebruikt, zoals in het geval van snijmaïs), knollen en wortelgewassen (zoals aardappelen, aardperen, zoete aardappelen, cassave en yamswortelen) en stengelknolgewassen (zoals taro en cocoyam);
12.
„biobrandstoffen met een laag risico op indirecte veranderingen in het landgebruik”: biobrandstoffen waarvan de grondstoffen zijn geproduceerd in het kader van regelingen die de verplaatsing van productie voor andere doeleinden dan het maken van biobrandstoffen beperken, en die zijn geproduceerd overeenkomstig de duurzaamheidscriteria voor biobrandstoffen vermeld in artikel 7 ter;
13.
„procesresidu”: een stof die niet het eindproduct (de eindproducten) vormt waarop een productieproces rechtstreeks is gericht; het vormt geen hoofddoel van het productieproces en het proces is niet opzettelijk gewijzigd om het te produceren;
14.
„van landbouw, aquacultuur, visserij of bosbouw afkomstige residuen”: residuen die rechtstreeks afkomstig zijn uit de landbouw, de aquacultuur, de visserij en de bosbouw, doch met uitsluiting van residuen van aanverwante bedrijfstakken of van verwerking.
▼M4 —————
|
|
Artikel 3 Benzine
|
|
|
Artikel 4 Dieselbrandstof
|
|
|
Artikel 5 Vrij verkeer
|
Artikel 5
De lidstaten mogen het in de handel brengen van brandstoffen die met de voorschriften van deze richtlijn in overeenstemming zijn niet verbieden, beperken of beletten.
|
|
Artikel 6 In de handel brengen van brandstoffen met strengere milieutechnische specificaties
|
|
|
Artikel 7 Veranderingen in het aanbod van ruwe olie
|
Artikel 7
Veranderingen in het aanbod van ruwe olie
Indien het voor de raffinaderijen in een lidstaat door uitzonderlijke gebeurtenissen moeilijk wordt de in de artikelen 3 en 4 bedoelde brandstofspecificaties in acht te nemen ten gevolge van een plotselinge verandering in het aanbod van ruwe olie of olieproducten, licht die lidstaat de Commissie daarover in. Na de andere lidstaten te hebben ingelicht kan de Commissie voor ten hoogste zes maanden in die lidstaat voor een of meer brandstofcomponenten hogere grenswaarden toestaan.
De Commissie stelt de lidstaten, het Europees Parlement en de Raad in kennis van haar besluit.
Iedere lidstaat kan het besluit van de Commissie binnen één maand na kennisgeving voorleggen aan de Raad.
De Raad kan binnen één maand na voorlegging van de zaak met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een andersluidend besluit nemen.
|
|
Artikel 8 Toezicht op naleving en rapportage
|
|
|
Artikel 8bis Metaalhoudende additieven
|
|
|
Artikel 9 Verslaglegging
|
Artikel 9
1.
Uiterlijk op 31 december 2012, en vervolgens om de drie jaar, brengt de Commissie verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad, waar nodig vergezeld van een voorstel tot wijziging van deze richtlijn. In dit verslag worden met name de volgende aspecten behandeld:
a)
het gebruik en de ontwikkeling van de motorvoertuigtechnologie en, met name, de haalbaarheid van een verhoging van het maximaal toegestane biobrandstofgehalte van benzine en diesel, alsmede de noodzaak om de in artikel 3, lid 3 genoemde datum te herzien;
b)
het Gemeenschapsbeleid inzake de CO2-emissies van het wegvervoer;
c)
de mogelijkheid om de vereisten van bijlage II, en met name de grenswaarde voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen, toe te passen op niet voor de weg bestemde mobiele machines (met inbegrip van binnenschepen), landbouwtrekkers, bosbouwmachines en pleziervaartuigen;
d)
de toename van het gebruik van detergenten in brandstoffen;
e)
het gebruik van andere metaalhoudende additieven dan MMT in brandstoffen;
f)
de totale hoeveelheid bestanddelen die in benzine en diesel worden gebruikt, met inachtneming van de communautaire milieuwetgeving, met inbegrip van de doelstellingen van Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (
7
) en de dochterrichtlijnen;
▼M9 —————
▼M4
j)
een geactualiseerde kosten-batenrekening en effectbeoordeling van een vermindering tot onder 60kPa van de toegestane maximale dampspanning voor benzine gedurende de zomerperiode.
▼M9 —————
|
|
Artikel 9bis Sancties
|
Artikel 9 bis
De lidstaten stellen de sancties vast die van toepassing zijn bij inbreuken op de nationale voorschriften die uit hoofde van deze richtlijn worden vastgesteld. De vastgestelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.
|
|
Artikel 10 Procedure voor de aanpassing van toegestane analysemethoden en toegestane afwijkingen van de dampspanning
|
|
|
Artikel 10bis Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
|
|
|
Artikel 11 Comitéprocedure
|
|
|
Artikel 12 Intrekking, respectievelijk wijziging van de richtlijnen betreffende de kwaliteit van benzine en dieselbrandstoffen
|
|
|
Artikel 13 Omzetting in het nationale recht
|
|
|
Artikel 15 Inwerkingtreding van de richtlijn
|
Artikel 15
Inwerkingtreding van de richtlijn
Deze richtlijn treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.
|
|
Artikel 16 Geadresseerden
|
Artikel 16
Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.
|
|
BIJLAGE I MILIEUTECHNISCHE SPECIFICATIES VOOR IN DE HANDEL VERKRIJGBARE BRANDSTOFFEN VOOR VOERTUIGEN MET ELEKTRISCHE ONTSTEKINGSMOTOREN
|
BIJLAGE I
MILIEUTECHNISCHE SPECIFICATIES VOOR IN DE HANDEL VERKRIJGBARE BRANDSTOFFEN VOOR VOERTUIGEN MET ELEKTRISCHE ONTSTEKINGSMOTOREN
Type:
Benzine
|
Parameter (1)
|
Eenheid
|
Grenswaarden (2)
|
|
Minimum
|
Maximum
|
|
Research-octaangetal
|
|
95 (3)
|
—
|
|
Motoroctaangetal
|
|
85
|
—
|
|
Dampspanning, zomerperiode (4)
|
kPa
|
—
|
60,0 (5)
|
|
Distillatie:
|
|
|
|
|
|
vol %
|
46,0
|
—
|
|
|
vol %
|
75,0
|
—
|
|
Koolwaterstoffenanalyse:
|
|
|
|
|
|
vol %
|
—
|
18,0
|
— aromatische verbindingen
|
vol %
|
—
|
35,0
|
|
|
vol %
|
—
|
1,0
|
|
Zuurstofgehalte
|
massa %
|
|
3,7
|
|
Zuurstofhoudende verbindingen
|
|
|
|
|
|
vol %
|
|
3,0
|
— ethanol (er moeten eventueel stabilisatoren worden toegevoegd)
|
vol %
|
|
10,0
|
|
|
vol %
|
—
|
12,0
|
|
|
vol %
|
—
|
15,0
|
|
|
vol %
|
—
|
15,0
|
— ethers met vijf of meer koolstofatomen per molecuul
|
vol %
|
—
|
22,0
|
— andere zuurstofhoudende verbindingen (6)
|
vol %
|
—
|
15,0
|
|
Zwavelgehalte
|
mg/kg
|
—
|
10,0
|
|
Loodgehalte
|
g/l
|
—
|
0,005
|
►M9
(1)
De testmethoden komen overeen met de methoden van de norm EN 228:2012+A1:2017. De lidstaten mogen in plaats daarvan de in de norm EN 228:2012+A1:2017 als vervangende norm aangemerkte testmethode gebruiken indien kan worden aangetoond dat deze methode even nauwkeurig en precies is als de testmethode die wordt vervangen.
◄
►M9
(2)
De in de specificatie vermelde waarden zijn „werkelijke waarden”. De grenswaarden zijn vastgesteld aan de hand van de norm EN ISO 4259-1:2017/A1:2021 „Petroleum and related products — Precision of measurement methods and results — Part 1: Determination of precision data in relation to methods of test”, terwijl voor het vastleggen van een minimumwaarde rekening is gehouden met een minimumverschil van 2R boven nul (R = reproduceerbaarheid). De resultaten van de verschillende metingen worden geïnterpreteerd aan de hand van de in de norm EN ISO 4259-2:2017/A1:2019 beschreven criteria.
◄
(3)
De lidstaten mogen besluiten het in de handel brengen van normale ongelode benzine met een motor-octaangetal (MON) van ten minste 81 en een research-octaangetal (RON) van ten minste 91 verder toe te laten.
(4)
De zomerperiode begint uiterlijk op 1 mei en eindigt niet voor 30 september. Voor lidstaten met lage omgevingstemperaturen in de zomerperiode begint de zomerperiode uiterlijk op 1 juni en eindigt zij niet voor 31 augustus.
(5)
Voor lidstaten met een lage omgevingstemperatuur in de zomerperiode waarop in overeenstemming met artikel 3, leden 4 en 5 een afwijking van toepassing is, bedraagt de dampspanning maximaal 70kPa. Voor lidstaten waarop in overeenstemming met artikel 3, lid 4 en lid 5 een afwijking voor benzine waarin ethanol is bijgemengd van toepassing is, bedraagt de maximale dampspanning 60kPa, plus de in bijlage III vermelde toegestane afwijking van de maximale dampspanning.
►M9
(6)
Overige monoalcoholen en ethers waarvan het eindkookpunt niet hoger is dan in de norm EN 228:2012+A1:2017 is vastgesteld.
◄
|
|
|
BIJLAGE II MILIEUTECHNISCHE SPECIFICATIES VOOR IN DE HANDEL VERKRIJGBARE BRANDSTOFFEN VOOR VOERTUIGEN MET COMPRESSIEONTSTEKINGSMOTOREN
|
BIJLAGE II
MILIEUTECHNISCHE SPECIFICATIES VOOR IN DE HANDEL VERKRIJGBARE BRANDSTOFFEN VOOR VOERTUIGEN MET COMPRESSIEONTSTEKINGSMOTOREN
Type:
Diesel
|
Parameter (1)
|
Eenheid
|
Grenswaarden (2)
|
|
Minimum
|
Maximum
|
|
Cetaangetal
|
|
51,0
|
—
|
|
Dichtheid bij 15 °C
|
kg/m (3)
|
—
|
845
|
|
Distillatie:
|
|
|
|
— 95 % teruggewonnen bij:
|
°C
|
—
|
360
|
|
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen
|
% m/m
|
—
|
8
|
|
Zwavelgehalte
|
mg/kg
|
—
|
10
|
|
FAME-gehalte — EN 14078
|
vol %
|
—
|
►M9
10 ◄ (3)
|
►M9
(1)
De testmethoden komen overeen met de methoden van de norm EN 590:2013+A1:2017. De lidstaten mogen in plaats daarvan de in de norm EN 590:2013+A1:2017 als vervangende norm aangemerkte testmethode gebruiken indien kan worden aangetoond dat deze methode even nauwkeurig en precies is als de testmethode die wordt vervangen.
◄
►M9
(2)
De in de specificatie vermelde waarden zijn „werkelijke waarden”. De grenswaarden zijn vastgesteld aan de hand van de norm EN ISO 4259-1:2017/A1:2021 „Petroleum and related products — Precision of measurement methods and results — Part 1: Determination of precision data in relation to methods of test”, terwijl voor het vastleggen van een minimumwaarde rekening is gehouden met een minimumverschil van 2R boven nul (R = reproduceerbaarheid). De resultaten van de verschillende metingen worden geïnterpreteerd aan de hand van de in de norm EN ISO 4259-2:2017/A1:2019 beschreven criteria.
◄
(3)
FAME moet voldoen aan EN 14214.
|
|
|
BIJLAGE III
|
BIJLAGE III
TOEGESTANE AFWIJKING VOOR DE DAMPSPANNING VAN BENZINE WAARIN BIO-ETHANOL IS BIJGEMENGD
|
Bio-ethanolgehalte (vol %)
|
Toegestane afwijking van de dampspanning (kPa) (1)
|
|
0
|
0
|
|
1
|
3,7
|
|
2
|
6,0
|
|
3
|
7,2
|
|
4
|
7,8
|
|
5
|
8,0
|
|
6
|
8,0
|
|
7
|
7,9
|
|
8
|
7,9
|
|
9
|
7,8
|
|
10
|
7,8
|
(1)
De in deze specificatie genoemde waarden zijn „echte waarden”. Bij de vaststelling van hun grenswaarden is het bepaalde in EN ISO 4259:2006 „Petroleum products — Determination and application of precision data in relation to methods of test” toegepast en bij de vaststelling van een minimumwaarde is rekening gehouden met een minimumverschil van 2R boven nul (R = reproduceerbaarheid). De resultaten van de afzonderlijke metingen moeten worden geïnterpreteerd op basis van de in EN ISO 4259:2006 beschreven criteria.
|
De toegestane afwijking van de dampspanning voor benzine met een bio-ethanolgehalte dat tussen de hierboven gegeven waarden ligt, wordt bepaald aan de hand van een lineaire interpolatie tussen het bio-ethanolgehalte dat onmiddellijk boven en onmiddellijk onder de tussenliggende waarde ligt.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|