+RICHTLIJN 2006/7/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 15 februari 2006 betreffende het beheer van de zwemwaterkwaliteit en tot intrekking van Richtlijn 76/160/EEG
---+HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
------+Artikel 1 Doel en toepassingsgebied
---------+Article 1 1.
---------+Article 1 2.
---------+Article 1 3.
------+Artikel 2 Definities
---+HOOFDSTUK II KWALITEIT EN BEHEER VAN ZWEMWATER
------+Artikel 3 Controle
---------+Article 3 1.
---------+Article 3 2.
---------+Article 3 3.
---------+Article 3 4.
---------+Article 3 5.
---------+Article 3 6.
---------+Article 3 7.
---------+Article 3 8.
---------+Article 3 9.
------+Artikel 4 Zwemwaterkwaliteitsbeoordeling
---------+Article 4 1.
---------+Article 4 2.
---------+Article 4 3.
---------+Article 4 4.
---------+Article 4 5.
------+Artikel 5 Indeling en kwaliteitsstatus van zwemwater
---------+Article 5 1.
---------+Article 5 2.
---------+Article 5 3.
---------+Article 5 4.
------+Artikel 6 Zwemwaterprofiel
---------+Article 6 1.
---------+Article 6 2.
---------+Article 6 3.
------+Artikel 7 Beheersmaatregelen voor uitzonderlijke omstandigheden
------+Artikel 8 Risico van cyanobacteriën
---------+Article 8 1.
---------+Article 8 2.
------+Article 9 Andere parameters
---------+Article 9 1.
---------+Article 9 2.
------+Artikel 10 Samenwerking inzake grensoverschrijdende wateren
---+HOOFDSTUK III INFORMATIE-UITWISSELING
------+Artikel 11 Publieke participatie
------+Artikel 12 Voorlichting van het publiek
---------+Article 12 1.
---------+Article 12 2.
---------+Article 12 3.
---------+Article 12 4.
------+Artikel 13 Rapportage
---------+Article 13 1.
---------+Article 13 2.
---------+Article 13 3.
---------+Article 13 4.
---+HOOFDSTUK IV SLOTBEPALINGEN
------+Artikel 14 Verslaglegging en evaluatie
---------+Article 14 1.
---------+Article 14 2.
---------+Article 14 3.
------+Artikel 15 Technische aanpassingen en uitvoeringsmaatregelen
---------+Article 15 1.
---------+Article 15 2.
---------+Article 15 3.
------+Artikel 16 Comitéprocedure
---------+Article 16 1.
---------+Article 16 2.
---------+Article 16 3.
------+Artikel 17 Intrekking
---------+Article 17 1.
---------+Article 17 2.
---------+Article 17 3.
------+Artikel 18 Uitvoering
---------+Article 18 1.
---------+Article 18 2.
------+Artikel 19 Inwerkingtreding
------+Artikel 20 Adressaten
---+ANNEX I
---+BIJLAGE II Beoordeling en indeling van zwemwateren
---+BIJLAGE III Het zwemwaterprofiel
---+BIJLAGE IV Controle van het zwemwater
---+BIJLAGE V Voorschriften voor de behandeling van monsters voor microbiologische analyses
|
English -
European Union -
Environment -
RICHTLIJN 2006/7/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 15 februari 2006 betreffende het beheer van de zwemwaterkwaliteit en tot intrekking van Richtlijn 76/160/EEG
RICHTLIJN 2006/7/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 15 februari 2006 betreffende het beheer van de zwemwaterkwaliteit en tot intrekking van Richtlijn 76/160/EEG
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
|
HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
|
|
HOOFDSTUK II KWALITEIT EN BEHEER VAN ZWEMWATER
|
HOOFDSTUK II KWALITEIT EN BEHEER VAN ZWEMWATER
|
|
HOOFDSTUK III INFORMATIE-UITWISSELING
|
HOOFDSTUK III INFORMATIE-UITWISSELING
|
|
HOOFDSTUK IV SLOTBEPALINGEN
|
HOOFDSTUK IV SLOTBEPALINGEN
|
|
ANNEX I
|
ANNEX I
For inland waters
|
|
A
|
B
|
C
|
D
|
E
|
|
Parameter
|
Excellent quality
|
Good quality
|
Sufficient
|
Reference methods of analysis
|
|
1
|
Intestinal enterococci (cfu/100 ml)
|
200 (*1)
|
400 (*1)
|
330 (*2)
|
ISO 7899-1 or ISO 7899-2
|
|
2
|
Escherichia coli (cfu/100 ml)
|
500 (*1)
|
1 000 (*1)
|
900 (*2)
|
ISO 9308-3 or ISO 9308-1
|
(*1)
Based upon a 95‐percentile evaluation. See Annex II.
(*2)
Based upon a 90‐percentile evaluation. See Annex II.
|
For coastal waters and transitional waters
|
|
A
|
B
|
C
|
D
|
E
|
|
Parameter
|
Excellent quality
|
Good quality
|
Sufficient
|
Reference methods of analysis
|
|
1
|
Intestinal enterococci (cfu/100 ml)
|
100 (*1)
|
200 (*1)
|
185 (*2)
|
ISO 7899-1 or ISO 7899-2
|
|
2
|
Escherichia coli (cfu/100 ml)
|
250 (*1)
|
500 (*1)
|
500 (*2)
|
ISO 9308-3 or ISO 9308-1
|
(*1)
Based upon a 95‐percentile evaluation. See Annex II.
(*2)
Based upon a 90‐percentile evaluation. See Annex II.
|
|
|
BIJLAGE II Beoordeling en indeling van zwemwateren
|
BIJLAGE II Beoordeling en indeling van zwemwateren 1. Slechte kwaliteit
Zwemwateren worden ingedeeld als zijnde van „slechte kwaliteit” indien in de reeks zwemwaterkwaliteitsgegevens voor de laatste beoordelingsperiode (
14
) de percentielwaarden (
15
) van microbiologische tellingen slechter (
16
) zijn dan de waarden voor „aanvaardbare kwaliteit” in bijlage I, kolom D. 2. Aanvaardbare kwaliteit
Zwemwateren worden ingedeeld als zijnde van „aanvaardbare kwaliteit”:
1) indien in de reeks zwemwaterkwaliteitsgegevens voor de laatste beoordelingsperiode de percentielwaarden van microbiologische tellingen gelijk zijn aan of beter (
17
) zijn dan de waarden voor „aanvaardbare kwaliteit” in bijlage I, kolom D, en
2) indien zich in het zwemwater een kortstondige verontreiniging kan voordoen, mits
i) er passende beheersmaatregelen worden genomen, waaronder bewaking, systemen voor vroegtijdige waarschuwing en controle, teneinde de blootstelling van zwemmers te voorkomen door middel van een waarschuwing of, zo nodig, een zwemverbod;
ii) er passende beheersmaatregelen worden genomen om de oorzaken van verontreiniging te voorkomen, te verkleinen of weg te nemen, en
iii) het aantal monsters dat overeenkomstig artikel 3, lid 6, buiten beschouwing werd gelaten wegens kortstondige verontreiniging tijdens de laatste beoordelingsperiode niet meer dan 15 % was van het totale aantal monsters waarin het tijdschema van de controle voor die periode voorzag, dan wel niet meer dan één monster per badseizoen, al naargelang wat het grootste is.
3. Goede kwaliteit
Zwemwateren worden ingedeeld als zijnde van „goede kwaliteit”:
1) indien in de reeks zwemwaterkwaliteitsgegevens voor de laatste beoordelingsperiode de percentielwaarden van microbiologische tellingen gelijk zijn aan of beter zijn (17) dan de waarden voor „goede kwaliteit” in bijlage I, kolom C, en
2) indien zich in het zwemwater kortstondige verontreiniging kan voordoen, mits
i) passende beheersmaatregelen worden genomen, waaronder bewaking, systemen voor vroegtijdige waarschuwing en controle, teneinde de blootstelling van zwemmers te voorkomen door middel van een waarschuwing of, zo nodig, een zwemverbod;
ii) er passende maatregelen worden genomen om de oorzaken van verontreiniging te voorkomen, te verkleinen of weg te nemen, en
iii) het aantal monsters dat overeenkomstig artikel 3, lid 6, buiten beschouwing werd gelaten wegens kortstondige verontreiniging tijdens de laatste beoordelingsperiode niet meer dan 15 % was van het totale aantal monsters waarin het tijdschema van de controle voor die periode voorzag, dan wel niet meer dan één monster per badseizoen, al naargelang wat het grootste is.
4. Uitstekende kwaliteit
Zwemwateren worden ingedeeld als zijnde van „uitstekende kwaliteit”:
1) indien in de reeks zwemwaterkwaliteitsgegevens voor de laatste beoordelingsperiode de percentielwaarden van microbiologische tellingen gelijk zijn aan of beter zijn dan de waarden voor „uitstekende kwaliteit” in bijlage I, kolom B, en
2) indien zich in het zwemwater een kortstondige verontreiniging kan voordoen, mits
i) er passende beheersmaatregelen worden genomen, waaronder bewaking, systemen voor vroegtijdige waarschuwing en controle, teneinde de blootstelling van zwemmers te voorkomen door middel van een waarschuwing of, zo nodig, een zwemverbod;
ii) er passende beheersmaatregelen worden genomen om de oorzaken van verontreiniging te voorkomen, te verkleinen of weg te nemen, en
iii) het aantal monsters dat overeenkomstig artikel 3, lid 6, buiten beschouwing werd gelaten wegens kortstondige verontreiniging tijdens de laatste beoordelingsperiode niet meer dan 15 % was van het totale aantal monsters waarin het tijdschema van de controle voor die periode voorzag, dan wel niet meer dan één monster per badseizoen, al naargelang wat het grootste is.
NOTEN
|
|
BIJLAGE III Het zwemwaterprofiel
|
BIJLAGE III Het zwemwaterprofiel
1. Het zwemwaterprofiel als bedoeld in artikel 6 bestaat uit:
a) een beschrijving van de fysische, geografische en hydrologische kenmerken van het zwemwater, en van andere oppervlaktewateren in het beïnvloedingsgebied van het betrokken zwemwater die een bron van verontreiniging zouden kunnen zijn, welke relevant zijn voor de doelen van deze richtlijn en als bedoeld in Richtlijn 2000/60/EG;
b) een beschrijving en beoordeling van oorzaken van verontreiniging die het zwemwater kunnen aantasten en schade toebrengen aan de gezondheid van de zwemmers;
c) een beoordeling van de mogelijke proliferatie van cyanobacteriën;
d) een beoordeling van de mogelijke proliferatie van macroalgen en/of fytoplankton;
e) de volgende gegevens indien de onder b) bedoelde beoordeling aantoont dat er een risico van een kortstondige verontreiniging bestaat:
— de vermoedelijke aard, frequentie en duur van verwachte kortstondige verontreiniging;
— nadere gegevens over alle resterende oorzaken van verontreiniging, waaronder de genomen beheersmaatregelen en het tijdschema voor het wegnemen van de verontreiniging;
— de tijdens kortstondige verontreinigingsincidenten genomen beheersmaatregelen en de identiteit en contactgegevens van de instanties die met het nemen van de maatregelen belast zijn;
f) de locatie van het controlepunt.
2. Voor zwemwater dat als „goed”, „aanvaardbaar” of „slecht” is ingedeeld, wordt het zwemwaterprofiel regelmatig beoordeeld om na te gaan of de in punt 1 genoemde aspecten gewijzigd zijn. Indien nodig, moet het geactualiseerd worden. De frequentie en omvang van de beoordelingen worden vastgesteld op basis van de aard en de ernst van de verontreiniging. Zij moeten echter minstens voldoen aan de bepalingen en ten minste plaatsvinden met de in de onderstaande tabel aangegeven frequentie.
|
Zwemwaterindeling
|
„Goed”
|
„Aanvaardbaar”
|
„Slecht”
|
|
Beoordelingen vinden ten minste plaats om de
|
4 jaar
|
3 jaar
|
2 jaar
|
|
Aspecten die moeten worden beoordeeld (subpunten van punt 1)
|
a) tot en met f)
|
a) tot en met f)
|
a) tot en met f)
|
Het profiel van zwemwater dat als „uitstekend” was ingedeeld, moet alleen worden beoordeeld en, indien nodig, geactualiseerd, indien de indeling veranderd wordt in „goed”, „aanvaardbaar” of „slecht”. De beoordeling moet alle in punt 1 vermelde aspecten betreffen.
3. Wanneer belangrijke werken of belangrijke wijzigingen in de infrastructuur in het zwemwater of in de nabijheid van het zwemwater plaatsvinden, wordt het zwemwaterprofiel vóór het begin van het volgende badseizoen geactualiseerd.
4. Voorzover mogelijk wordt de in punt 1, onder a) en b), bedoelde informatie op een gedetailleerde kaart aangegeven.
5. Eventueel kan andere relevante informatie worden aangehecht of bijgesloten, indien de bevoegde autoriteit dat nodig acht.
|
|
BIJLAGE IV Controle van het zwemwater
|
BIJLAGE IV Controle van het zwemwater
1. Kort vóór het begin van elk badseizoen moet er één monster worden genomen. Met dit extra monster meegerekend en onverminderd punt 2, mogen er per badseizoen niet minder dan vier monsters worden genomen en geanalyseerd.
2. Per badseizoen behoeven er evenwel slechts drie monsters te worden genomen en geanalyseerd wanneer
a) het badseizoen niet langer dan acht weken duurt, of
b) het zwemwater zich in een regio met bijzondere geografische beperkingen bevindt.
3. De data van de monsterneming moeten over het badseizoen verspreid worden, waarbij het tijdsverloop tussen monsternemingen nooit langer dan één maand mag zijn.
4. Na een kortstondige verontreiniging moet er één extra monster worden genomen om te bevestigen dat het incident voorbij is. Dat monster mag geen deel uitmaken van de reeks zwemwaterkwaliteitsgegevens. Zeven dagen na het einde van de kortstondige verontreiniging wordt er een extra monster genomen, indien dat nodig is om een buiten beschouwing gelaten monster te vervangen.
|
|
BIJLAGE V Voorschriften voor de behandeling van monsters voor microbiologische analyses
|
BIJLAGE V Voorschriften voor de behandeling van monsters voor microbiologische analyses 1. Punt van bemonstering
Indien mogelijk, moeten de monsters 30 centimeter onder het wateroppervlak en in water met een diepte van minstens 1 meter worden genomen. 2. Sterilisatie van monsterflessen
Monsterflessen moeten:
— gedurende ten minste 15 minuten bij 121 oC in een autoclaaf gesteriliseerd worden; of
— gedurende ten minste 1 uur droge sterilisatie bij 160 oC – 170 oC ondergaan, of
— rechtstreeks van de producent afkomstige doorstraalde monsterhouders zijn.
3. Monsterneming
Het volume van de monsterfles/monsterhouder is afhankelijk van de hoeveelheid water die voor iedere te controleren parameter nodig is. De minimuminhoud is in het algemeen 250 ml. Monsterhouders moeten vervaardigd zijn van doorzichtig en kleurloos materiaal (glas, polyetheen of polypropeen). Om te voorkomen dat het monster per ongeluk wordt verontreinigd, moet worden gebrvikgemaakt van een aseptische techniek om de monsterflessen steriel te houden. Indien dit naar behoren wordt gedaan, behoeft er verder geen steriele uitrusting (zoals steriele chirurgische handschoenen, tangen of een stok voor het nemen van monsters op afstand) te worden gebruikt. Het monster moet duidelijk worden geïdentificeerd met onuitwisbare inkt, zowel op het monster zelf als op het monsterformulier. 4. Bewaring en vervoer van monsters vóór analyse
Watermonsters moeten in alle fasen van het vervoer worden beschermd tegen blootstelling aan licht, met name direct zonlicht. Het monster moet tot de aankomst in het laboratorium bij een temperatuur van circa 4 oC worden bewaard in een koelbox of koelkast (afhankelijk van het klimaat). Indien het vervoer naar het laboratorium waarschijnlijk meer dan 4 uur duurt, is vervoer in een koelkast verplicht. De tijd tussen de monsterneming en de analyse moet zo kort mogelijk zijn. Aanbevolen wordt de monsters op de dag van de monsterneming te analyseren. Indien dit om praktische redenen onmogelijk is, moeten de monsters binnen 24 uur worden verwerkt. Ondertussen moeten zij in het donker worden bewaard bij een temperatuur van 4 oC ± 3 oC.
i) neem de log10-waarde van alle bacterietellingen in de te beoordelen gegevensreeks, (Indien het resultaat een nulwaarde is, neem dan de log10-waarde van de minimum detectielimiet van de gebruikte analytische methode).
ii) Bepaal het rekenkundig gemiddelde van de log10-waarden (μ).
iii) Bepaal de standaardafwijking van de log10-waarden (σ).
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|