+VERORDENING (EU) 2016/445 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK van 14 maart 2016 betreffende de wijze waarop gebruik wordt gemaakt van de keuzemogelijkheden en manoeuvreerruimte die het Unierecht biedt (ECB/2016/4)
---+Artikel 1 Onderwerp en werkingssfeer
---+Artikel 2 Definities
---+HOOFDSTUK I EIGEN VERMOGEN
------+Artikel 3 Artikel 89, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013: Risicoweging van en verbod op in aanmerking komende deelnemingen buiten de financiële sector
---+HOOFDSTUK II KAPITAALVEREISTEN
------+Artikel 6 Artikel 327, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013: Verrekening
---------+Artikel 6 1.
---------+Artikel 6 2.
------+Artikel 7 Artikel 380 van Verordening (EU) nr. 575/2013: Ontheffing
---+HOOFDSTUK III GROTE BLOOTSTELLINGEN
------+Artikel 8 Artikel 395, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013: Limieten voor grote blootstellingen
------+Artikel 9 Artikel 400, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013: Vrijstellingen
---------+Artikel 9 1.
---------+Artikel 9 2.
---------+Artikel 9 3.
---------+Artikel 9 4.
---------+Artikel 9 5.
---------+Artikel 9 6.
---------+Artikel 9 7.
---+HOOFDSTUK IV LIQUIDITEIT
------+Afdeling I Liquiditeitsdekkingsvereiste
---------+Artikel 11 bis Artikel 12, lid 1, punt c), i), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61: Identificatie van de belangrijkste beursindexen van de lidstaat of het derde land
---------+Artikel 12 Artikel 12, lid 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61: Activa van niveau 2B
------------+Artikel 12 1.
------------+Artikel 12 2.
------+Afdeling II De nettostabielefinancieringsratio (net stable funding ratio — NSFR)
---------+Artikel 12 bis Artikel 428 septdecies, lid 10, van Verordening (EU) nr. 575/2013:Factoren voor vereiste stabiele financiering voor blootstellingen buiten de balanstelling
---------+Artikel 12 ter Artikel 428 octodecies, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013:Bepaling van de bezwaringsduur voor activa die zijn gescheiden
---------+Artikel 12 quater Artikel 428 quaterquadragies, lid 10, van Verordening (EU) nr. 575/2013: Factoren voor vereiste stabiele financiering voor blootstellingen buiten de balanstelling
---------+Artikel 12 quinquies Artikel 428 quinquesquadragies, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013: Bepaling van de bezwaringsduur voor activa die zijn gescheiden
---+HOOFDSTUK V OVERGANGSBEPALINGEN VAN VERORDENING (EU) NR. 575/2013
------+Artikel 17 Artikel 473, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013: Invoering van in International Accounting Standard 19 aangebrachte wijzigingen
---------+Artikel 17 1.
---------+Artikel 17 2.
------+Artikel 18 Artikel 478, lid 3, onder a), c) en d), van Verordening (EU) nr. 575/2013: Toepasselijke percentages voor aftrekkingen van de tier 1-kernkapitaal-, aanvullend-tier 1- en tier 2-bestanddelen
---------+Artikel 18 1.
---------+Artikel 18 2.
---------+Artikel 18 3.
------+Artikel 19 Artikel 478, lid 3, onder a) en b), van Verordening (EU) nr. 575/2013: Toepasselijke percentages voor aftrek van de tier 1-kernkapitaalbestanddelen van aanzienlijke deelnemingen in entiteiten uit de financiële sector en uitgestelde belastingvorderingen die op toekomstige winstgevendheid berusten
---------+Artikel 19 1.
---------+Artikel 19 2.
---------+Artikel 19 3.
---------+Artikel 19 4.
---------+Artikel 19 5.
---------+Artikel 19 6.
---------+Artikel 19 7.
---------+Artikel 19 8.
---------+Artikel 19 9.
------+Artikel 20 Artikel 479, leden 1 en 4, van Verordening (EU) nr. 575/2013: Opneming in het geconsolideerde tier 1-kernkapitaal van niet als minderheidsbelang aangemerkte instrumenten en posten
---------+Artikel 20 1.
---------+Artikel 20 2.
---------+Artikel 20 3.
------+Artikel 21 Artikel 480, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013: Opneming in het geconsolideerde eigen vermogen van minderheidsbelangen en in aanmerking komend aanvullend-tier 1- en tier 2-kapitaal
---------+Artikel 21 1.
---------+Artikel 21 2.
------+Artikel 22 Artikel 481, leden 1 en 5, van Verordening (EU) nr. 575/2013: Additionele filters en aftrekkingen
---------+Artikel 22 1.
---------+Artikel 22 2.
---------+Artikel 22 3.
------+Artikel 23 Artikel 486, lid 6, van Verordening (EU) nr. 575/2013: Limieten van de grandfatheringposten voor bestanddelen die onder tier 1-kernkapitaal-, aanvullend-tier 1- en tier 2-bestanddelen vallen
---------+Artikel 23 1.
---------+Artikel 23 2.
------+Artikel 24 Artikel 495, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013: Behandeling van blootstellingen met betrekking tot aandelen in het kader van de Internal-Ratings-Based-benadering (IRB)
------+Artikel 24 bis Artikel 495 sexies van Verordening (EU) nr. 575/2013: Overgangsregelingen voor EKBI-kredietbeoordelingen van instellingen
------+Artikel 25 Inwerkingtreding
---------+Artikel 25 1.
---------+Artikel 25 2.
---+BIJLAGE I
---+BIJLAGE II
|
English -
European Union -
Financial Industry -
Banking -
VERORDENING (EU) 2016/445 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK van 14 maart 2016 betreffende de wijze waarop gebruik wordt gemaakt van de keuzemogelijkheden en manoeuvreerruimte die het Unierecht biedt (ECB/2016/4)
VERORDENING (EU) 2016/445 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK
van 14 maart 2016
betreffende de wijze waarop gebruik wordt gemaakt van de keuzemogelijkheden en manoeuvreerruimte die het Unierecht biedt (ECB/2016/4)
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 1 Onderwerp en werkingssfeer
|
Artikel 1
Onderwerp en werkingssfeer
Deze verordening legt bepaalde keuzemogelijkheden en manoeuvreerruimte vast, die de ECB gebruikt en die krachtens Unierecht betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen zijn opgedragen aan bevoegde autoriteiten. Deze verordening is exclusief van toepassing ten aanzien van de overeenkomstig artikel 6, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1024/2013 en deel IV en artikel 147, lid 1, van Verordening (EU) nr. 468/2014 (ECB/2014/17) als belangrijk ingedeelde kredietinstellingen.
|
|
Artikel 2 Definities
|
Artikel 2
Binnen het kader van deze verordening zijn de definities in artikel 4 van Verordening (EU) nr. 575/2013, artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1024/2013, artikel 2 van Verordening (EU) nr. 468/2014 (ECB/2014/17) en artikel 3 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van toepassing.
|
|
HOOFDSTUK I EIGEN VERMOGEN
|
HOOFDSTUK I EIGEN VERMOGEN
|
|
HOOFDSTUK II KAPITAALVEREISTEN
|
HOOFDSTUK II KAPITAALVEREISTEN
|
|
HOOFDSTUK III GROTE BLOOTSTELLINGEN
|
HOOFDSTUK III GROTE BLOOTSTELLINGEN
|
|
HOOFDSTUK IV LIQUIDITEIT
|
HOOFDSTUK IV LIQUIDITEIT
|
|
HOOFDSTUK V OVERGANGSBEPALINGEN VAN VERORDENING (EU) NR. 575/2013
|
HOOFDSTUK V OVERGANGSBEPALINGEN VAN VERORDENING (EU) NR. 575/2013
|
|
BIJLAGE I
|
BIJLAGE I
Voorwaarden voor de beoordeling van een vrijstelling van de limiet voor grote blootstellingen, zulks overeenkomstig artikel 400, lid 2, onder c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 en artikel 9, lid 3, van deze verordening
1. Deze bijlage is van toepassing op vrijstellingen van de limiet voor grote blootstellingen krachtens artikel 9, lid 3, van deze verordening. Voor de toepassing van artikel 9, lid 3, van deze verordening worden de in bijlage I bij Uitvoeringsbesluit 2014/908/EU van de Commissie (
6
) opgevoerde derde landen als equivalent beschouwd.
2. Kredietinstellingen moeten de volgende criteria in acht nemen om te beoordelen of een in artikel 400, lid 2, onder c), van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde blootstelling voldoet aan de voorwaarden voor een vrijstelling van de limiet voor grote blootstellingen, zulks overeenkomstig artikel 400, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013.
a)
Beoordelende of de specifieke aard van de blootstelling de tegenpartij, de relatie tussen de kredietinstelling en de tegenpartij of het blootstellingsrisico elimineert of reduceert, zoals bedoeld in artikel 400, lid 3, onder a), van Verordening (EU) nr. 575/2013, moeten kredietinstellingen nagaan of:
i)
aan de in artikel 113, lid 6, onder b), c) en e), van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde voorwaarden is voldaan, met name of op de tegenpartij dezelfde risicobeoordeling, waarderings- en controleprocedures van toepassing zijn als op de kredietinstelling, en of de IT-systemen geïntegreerd zijn, of ten minste, volledig op elkaar afgestemd. Daarnaast moeten zij nagaan of er sprake is van enige bestaande of verwachte materiële praktische of juridische belemmering die de tijdige terugbetaling van de blootstelling door de tegenpartij aan de kredietinstelling zou belemmeren, afgezien van een herstel- of een afwikkelingssituatie waarin de in Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad (
7
) bedoelde beperkingen toegepast moeten worden;
▼M1
ii)
de intragroepblootstellingen worden gerechtvaardigd door de groepsfinancieringsstructuur en -strategie;
▼B
iii)
het proces waarin een besluit wordt genomen om een blootstelling aan de intragroeptegenpartij goed te keuren, en het op die blootstellingen toepasselijke monitoring- en herzieningsproces, op individueel en geconsolideerd niveau, waar toepasselijk, vergelijkbaar zijn met de op kredietverstrekking door derden toepasselijke.
iv)
de risicobeheerprocedures, het IT-systeem en de interne rapportage van de kredietinstelling een doorgaande controle mogelijk maken en verzekeren dat grote blootstellingen aan groepsondernemingen in overeenstemming zijn met haar risicostrategie op het niveau van de juridische entiteit en op geconsolideerd niveau, indien toepasselijk.
b)
Om vast te stellen of enig resterend concentratierisico op andere net zo effectieve wijze geadresseerd kan worden zoals de regelingen, processen en mechanismen van artikel 81 van Richtlijn 2013/36/EU, zoals bepaald in artikel 400, lid 3, onder b), van Verordening (EU) nr. 575/2013, moeten kredietinstellingen nagaan of:
i)
de kredietinstelling robuuste processen, procedures en controles heeft, op individueel niveau en op geconsolideerd niveau, indien toepasselijk, om te verzekeren dat het gebruik van de vrijstelling niet zou resulteren in een concentratierisico dat haar risicostrategie te boven gaat en indruist tegen de beginselen van goed intern liquiditeitsbeheer binnen de groep;
ii)
de kredietinstelling formeel met het uit intragroepblootstellingen voortvloeiende concentratierisico rekening heeft gehouden als deel van haar globale risicobeoordelingskader;
iii)
de kredietinstelling op het niveau van de juridische entiteit en op geconsolideerd niveau, indien toepasselijk, een risicobeheersingskader heeft dat de voorgestelde blootstellingen adequaat monitort;
iv)
het voorkomende concentratierisico duidelijk is geïdentificeerd in het internal capital adequacy assessment process (ICAAP) van de kredietinstelling, of zulks zal gebeuren, en actief beheerd zal worden; de regelingen, processen en mechanismen voor het concentratierisicobeheer in het toezichttoetsings- en evaluatieproces beoordeeld zullen worden;
v)
aangetoond kan worden dat het concentratierisicobeheer strookt met het herstelplan van de groep.
3. Om te verifiëren of aan de in leden 1 en 2 vastgelegde voorwaarden is voldaan, kan de Europese Centrale Bank kredietinstellingen verzoeken de volgende documentatie te verstrekken:
a)
een door de wettelijke vertegenwoordiger van de kredietinstelling ondertekende en door het beheerorgaan goedgekeurde brief waarin verklaard wordt dat de kredietinstelling voldoet aan alle voorwaarden voor een vrijstelling, zoals bedoeld in artikel 400, lid 2, onder c), en artikel 400, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013;
b)
een door het beheerorgaan goedgekeurd juridisch advies van hetzij een externe onafhankelijke derde, hetzij een interne juridische afdeling, waarin wordt aangetoond dat niets een tijdige terugbetaling van blootstellingen door een tegenpartij aan de kredietinstelling in de weg staat, welke blootstellingen resulteren uit toepasselijke voorschriften, waaronder fiscale voorschriften, of bindende overeenkomsten;
c)
een door de wettelijke vertegenwoordiger ondertekende en door het beheerorgaan goedgekeurde verklaring dat:
i)
er geen praktische belemmeringen zijn voor de tijdige terugbetaling van blootstellingen door een tegenpartij aan de kredietinstelling;
▼M1
ii)
de intragroepblootstellingen worden gerechtvaardigd door de groepsfinancieringsstructuur en -strategie;
▼B
iii)
het proces waarin een besluit wordt genomen om een blootstelling aan een intragroeptegenpartij goed te keuren, en het op die blootstellingen toepasselijke monitoring- en herzieningsproces, op het niveau van de juridische entiteit en op geconsolideerd niveau, vergelijkbaar zijn met de op kredietverstrekking door derden toepasselijke;
iv)
rekening is gehouden met het uit intragroepblootstellingen voortvloeiende concentratierisico als deel van het globale risicobeoordelingskader van de kredietinstelling;
d)
door de wettelijke vertegenwoordiger ondertekende en door het beheerorgaan goedgekeurde documentatie waarin verklaard wordt dat de risico-evaluatieprocedures, de waarderings- en controleprocedures van de kredietinstelling dezelfde zijn als die van de tegenpartij en dat de risicobeheerprocedures, het IT-systeem en de interne rapportage van de kredietinstelling mogelijk maken dat het beheerorgaan het niveau van de grote blootstelling voortdurend monitort, en dat het beheerorgaan voortdurend kan monitoren of het niveau van de grote blootstelling strookt met de risicostrategie van de kredietinstelling op het niveau van de juridische entiteit en op geconsolideerd niveau, indien toepasselijk, en of het niveau van de grote blootstelling strookt met de beginselen van goed intern liquiditeitsbeheer binnen de groep;
e)
documentatie die aantoont dat de ICAAP het uit grote intragroepblootstellingen voortvloeiende concentratierisico duidelijk identificeert en dat dit risico actief beheerd wordt;
f)
documentatie die aantoont dat het concentratierisicobeheer strookt met het herstelplan van de groep.
|
|
BIJLAGE II
|
BIJLAGE II
Voorwaarden voor de beoordeling van een vrijstelling van de limiet voor grote blootstellingen, zulks overeenkomstig artikel 400, lid 2, onder d), van Verordening (EU) nr. 575/2013 en artikel 9, lid 4, van deze Verordening.
1. Kredietinstellingen moeten de volgende criteria in acht nemen om te beoordelen of een in artikel 400, lid 2, onder d), van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde blootstelling voldoet aan de voorwaarden voor een vrijstelling van de limiet voor grote blootstellingen, zulks overeenkomstig artikel 400, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013.
a)
Beoordelende of de specifieke aard van de blootstelling het regionale of centrale orgaan, de relatie tussen de kredietinstelling en het regionale of centrale orgaan of het blootstellingsrisico elimineert of reduceert, zoals bedoeld in artikel 400, lid 3, onder a), van Verordening (EU) nr. 575/2013, moeten kredietinstellingen nagaan of:
i)
er sprake is van enige bestaande of verwachte materiële praktische of juridische belemmering die de tijdige terugbetaling van de blootstelling door de tegenpartij aan de kredietinstelling zou belemmeren, afgezien van een herstel- of een afwikkelingssituatie waarin de in Richtlijn 2014/59/EU bedoelde beperkingen toegepast moeten worden;
ii)
de voorgestelde blootstellingen stroken met de normale bedrijfsvoering en het bedrijfsmodel van de kredietinstelling of de netwerkfinancieringsstructuur deze rechtvaardigt;
iii)
het proces waarin een besluit wordt genomen om een blootstelling aan het centrale orgaan van de kredietinstelling goed te keuren, en het op die blootstellingen toepasselijke monitoring- en herzieningsproces, op het niveau van de juridische entiteit en op geconsolideerd niveau, vergelijkbaar zijn met de op kredietverstrekking door derden toepasselijke;
iv)
de risicobeheerprocedures, het IT-systeem en de interne rapportage van de kredietinstelling een doorgaande controle mogelijk maken en verzekeren dat de grote blootstellingen aan haar regionale of centrale orgaan in overeenstemming zijn met haar risicostrategie.
b)
Om vast te stellen of enig resterend concentratierisico op andere net zo effectieve wijze geadresseerd kan worden zoals de regelingen, processen en mechanismen van artikel 81 van Richtlijn 2013/36/EU, zoals bepaald in artikel 400, lid 3, onder b), van Verordening (EU) nr. 575/2013, moeten kredietinstellingen nagaan of:
i)
de kredietinstelling robuuste processen, procedures en controles heeft om te verzekeren dat het gebruik van de vrijstelling niet zou resulteren in een concentratierisico dat haar risicostrategie te boven gaat;
ii)
de kredietinstelling formeel met het uit blootstellingen aan haar regionale of centrale orgaan voortvloeiende concentratierisico rekening heeft gehouden als deel van haar globale risicobeoordelingskader;
iii)
de kredietinstelling een risicobeheersingskader heeft dat de voorgestelde blootstellingen adequaat monitort;
iv)
het voorkomende concentratierisico duidelijk is geïdentificeerd in het internal capital adequacy assessment process (ICAAP) van de kredietinstelling, of zulks zal gebeuren, en actief beheerd zal worden; de regelingen, processen en mechanismen voor het concentratierisicobeheer in het toezichttoetsings- en evaluatieproces beoordeeld zullen worden.
2. Om te beoordelen of het regionale of centrale orgaan, waarmee de kredietinstelling is verbonden in een netwerk, verantwoordelijk is voor de verevening van onderlinge geldposities, zoals bedoeld in artikel 400, lid 2, onder d), van Verordening (EU) nr. 575/2013, moeten kredietinstellingen naast de in lid 1 bedoelde voorwaarden in acht nemen of de statuten van het regionale of centrale orgaan die verantwoordelijkheden expliciet stipuleren, waaronder, maar niet beperkt tot de volgende:
a)
marktfinanciering voor het hele netwerk;
b)
liquiditeitsclearing binnen het netwerk, binnen het bereik van artikel 10 van Verordening (EU) nr. 575/2013;
c)
liquiditeitsverstrekking aan aangesloten kredietinstellingen;
d)
afroming van liquiditeitsoverschot van aangesloten kredietinstellingen.
3. Om te verifiëren of aan de in leden 1 en 2 vastgelegde voorwaarden is voldaan, kan de Europese Centrale Bank kredietinstellingen verzoeken de volgende documentatie te verstrekken:
a)
een door de wettelijke vertegenwoordiger van de kredietinstelling ondertekende en door het beheerorgaan goedgekeurde brief waarin verklaard wordt dat de kredietinstelling voldoet aan alle voorwaarden voor een vrijstelling, zoals bedoeld in artikel 400, lid 2, onder d), en artikel 400, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013;
b)
een door het beheerorgaan goedgekeurd juridisch advies van hetzij een externe onafhankelijke derde, hetzij een interne juridische afdeling, waarin wordt aangetoond dat niets een tijdige terugbetaling van blootstellingen door een regionaal of centraal orgaan aan de kredietinstelling in de weg staat, welke blootstellingen resulteren uit toepasselijke voorschriften, waaronder fiscale voorschriften, of bindende overeenkomsten;
c)
een door de wettelijke vertegenwoordiger ondertekende en door het beheerorgaan goedgekeurde verklaring dat:
i)
er geen praktische belemmeringen zijn voor de tijdige terugbetaling van blootstellingen door een regionaal of centraal orgaan aan de kredietinstelling;
ii)
de netwerkfinancieringsstructuur de blootstellingen van het regionale of centrale orgaan rechtvaardigt;
iii)
het proces waarin een besluit wordt genomen om een blootstelling aan een regionaal of centraal orgaan goed te keuren, en het op die blootstellingen toepasselijke monitoring- en herzieningsproces, op het niveau van de juridische entiteit en op geconsolideerd niveau, vergelijkbaar zijn met de op kredietverstrekking door derden toepasselijke;
iv)
rekening is gehouden met het uit blootstellingen aan het regionale of centrale orgaan voortvloeiende concentratierisico als deel van het globale risicobeoordelingskader van de kredietinstelling;
d)
door de wettelijke vertegenwoordiger ondertekende en door het beheerorgaan goedgekeurde documentatie waarin verklaard wordt dat de risico-evaluatieprocedures, de waarderings- en controleprocedures van de kredietinstelling dezelfde zijn als die van het regionale of centrale orgaan, en dat de risicobeheerprocedures, het IT-systeem en de interne rapportage van de kredietinstelling mogelijk maken dat het beheerorgaan het niveau van de grote blootstelling voortdurend monitort, en dat het beheerorgaan voortdurend kan monitoren of het niveau van de grote blootstelling strookt met de risicostrategie van de kredietinstelling op het niveau van de juridische entiteit en op geconsolideerd niveau, indien toepasselijk, en of het niveau van de grote blootstelling strookt met de beginselen van goed intern liquiditeitsbeheer binnen het netwerk;
e)
documentatie die aantoont dat de ICAAP het uit grote blootstellingen aan het regionale of centrale orgaan voortvloeiende concentratierisico duidelijk identificeert en dat dit risico actief beheerd wordt;
f)
documentatie die aantoont dat het concentratierisicobeheer strookt met het herstelplan van het netwerk.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|