+VERORDENING (EU) 2021/1056 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 24 juni 2021 tot oprichting van het Fonds voor een rechtvaardige transitie
---+Artikel 1 Onderwerp en toepassingsgebied
---+Artikel 2 Specifieke doelstelling
---+Artikel 3 Geografisch bereik en middelen in het kader van de doelstelling “investeren in werkgelegenheid en groei”
------+Artikel 3 1.
------+Artikel 3 2.
------+Artikel 3 3.
------+Artikel 3 4.
---+Artikel 4 Middelen uit het herstelinstrument van de Europese Unie
------+Artikel 4 1.
------+Artikel 4 2.
------+Artikel 4 3.
------+Artikel 4 4.
------+Artikel 4 5.
---+Artikel 5 Groen beloningsmechanisme
------+Artikel 5 1.
------+Artikel 5 2.
------+Artikel 5 3.
---+Artikel 6 Specifieke toewijzingen voor ultraperifere gebieden en eilanden
---+Artikel 7 Voorwaardelijke toegang tot middelen
------+Artikel 7 1.
------+Artikel 7 2.
------+Artikel 7 3.
------+Artikel 7 4.
---+Artikel 8 Reikwijdte van de steun
------+Artikel 8 1.
------+Artikel 8 2.
---+Artikel 9 Uitsluiting van het toepassingsgebied van de steun
---+Artikel 10 Programmering van de JTF-middelen
------+Artikel 10 1.
------+Artikel 10 2.
------+Artikel 10 3.
------+Artikel 10 4.
------+Artikel 10 5.
------+Artikel 10 6.
---+Artikel 11 Territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie
------+Artikel 11 1.
------+Artikel 11 2.
------+Artikel 11 3.
------+Artikel 11 4.
------+Artikel 11 5.
---+Artikel 12 Indicatoren
------+Artikel 12 1.
------+Artikel 12 2.
------+Artikel 12 3.
---+Artikel 13 Financiële correcties
---+Artikel 14 Evaluatie
---+Artikel 15 Inwerkingtreding
---+BIJLAGE I TOEWIJZINGEN AAN DE LIDSTATEN
---+BIJLAGE II MODEL VOOR TERRITORIALE PLANNEN VOOR EEN RECHTVAARDIGE TRANSITIE
---+BIJLAGE III GEMEENSCHAPPELIJKE OUTPUTINDICATOREN EN GEMEENSCHAPPELIJKE RESULTAATINDICATOREN VOOR HET FONDS VOOR EEN RECHTVAARDIGE TRANSITIE (7)
English - European Union - Environment -

VERORDENING (EU) 2021/1056 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 24 juni 2021 tot oprichting van het Fonds voor een rechtvaardige transitie

VERORDENING (EU) 2021/1056 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 24 juni 2021

tot oprichting van het Fonds voor een rechtvaardige transitie

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
Artikel 1 Onderwerp en toepassingsgebied

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

Bij deze verordening wordt het Fonds voor een rechtvaardige transitie (“Just Transition Fund”, hierna “JTF”) opgericht om steun te verlenen aan de bevolking, de economie en het milieu van gebieden die met ernstige sociaal-economische uitdagingen worden geconfronteerd als gevolg van het transitieproces dat leidt tot de verwezenlijking van de in artikel 2, punt 11, van Verordening 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad ( 1 ) gedefinieerde 2030-streefcijfers voor klimaat en energie van de Unie, en van een klimaatneutrale economie van de Unie tegen 2050.

Bij deze verordening worden de specifieke doelstelling van het JTF, het geografisch bereik en de middelen ervan, het toepassingsgebied van de steun ervan met betrekking tot de in artikel 5, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2021/1060 bedoelde doelstelling “investeren in werkgelegenheid en groei” en specifieke bepalingen voor de programmering en de voor de monitoring noodzakelijke indicatoren vastgesteld.

Artikel 2 Specifieke doelstelling

Artikel 2

Specifieke doelstelling

Overeenkomstig artikel 5, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EU) 2021/1060 draagt het JTF bij tot de specifieke doelstelling “regio’s en mensen in staat te stellen om te gaan met de sociale, werkgelegenheids-, economische en milieueffecten van de transitie naar de 2030-streefcijfers voor energie en klimaat van de Unie en een klimaatneutrale economie van de Unie uiterlijk in 2050, op basis van de Overeenkomst van Parijs”. Het JTF kan ook investeringen ondersteunen die bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van het platform voor strategische technologieën voor Europa (STEP) dat is bedoeld in artikel 2 van Verordening (EU) 2024/795 van het Europees Parlement en de Raad ( 2 ).

Artikel 3 Geografisch bereik en middelen in het kader van de doelstelling “investeren in werkgelegenheid en groei”
Artikel 4 Middelen uit het herstelinstrument van de Europese Unie
Artikel 5 Groen beloningsmechanisme
Artikel 6 Specifieke toewijzingen voor ultraperifere gebieden en eilanden

Artikel 6

Specifieke toewijzingen voor ultraperifere gebieden en eilanden

Bij het opstellen van hun territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie overeenkomstig artikel 11, lid 1, houden de lidstaten in het bijzonder rekening met de situatie van eilanden en ultraperifere regio’s die met ernstige sociaal-economische uitdagingen worden geconfronteerd als gevolg van het transitieproces naar de 2030-streefcijfers voor klimaat en energie van de Unie en een klimaatneutrale economie van de Unie tegen 2050, rekening houdend met hun specifieke behoeften zoals erkend in de artikelen 174 en 349 VWEU.

Wanneer de lidstaten dergelijke gebieden in hun territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie opnemen, stellen zij het specifieke bedrag vast dat aan die gebieden wordt toegewezen, met de bijbehorende motivering, en rekening houdend met de specifieke uitdagingen van die gebieden.

Artikel 7 Voorwaardelijke toegang tot middelen
Artikel 8 Reikwijdte van de steun
Artikel 9 Uitsluiting van het toepassingsgebied van de steun

Artikel 9

Uitsluiting van het toepassingsgebied van de steun

Het JTF verleent geen steun aan:

a) 

de ontmanteling of de bouw van kerncentrales;

b) 

de productie, de verwerking en de afzet van tabak en tabaksproducten;

c) 

een onderneming in moeilijkheden, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 18, van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie ( 5 ), tenzij het verlenen van steun is toegestaan op grond van tijdelijke staatssteunregels die zijn vastgesteld om het hoofd te bieden aan uitzonderlijke omstandigheden of in het kader van de-minimissteun ter ondersteuning van investeringen ter vermindering van de energiekosten in het kader van het energietransitieproces;

d) 

investeringen met betrekking tot de productie, de verwerking, het vervoer, de distributie, de opslag of de verbranding van fossiele brandstoffen;

Artikel 10 Programmering van de JTF-middelen
Artikel 11 Territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie
Artikel 12 Indicatoren
Artikel 13 Financiële correcties

Artikel 13

Financiële correcties

Op basis van het onderzoek van het eindverslag over de prestaties van het programma kan de Commissie, wanneer voor een of meer outputindicatoren minder dan 65 % van het streefcijfer is gehaald, financiële correcties toepassen overeenkomstig artikel 104 van Verordening (EU) 2021/1060.

Financiële correcties staan in verhouding tot de prestaties en worden niet toegepast als de streefcijfers niet gehaald zijn als gevolg van sociaaleconomische of milieufactoren, ingrijpende veranderingen in de economische of milieuomstandigheden in de betrokken lidstaat, of in gevallen van overmacht met ernstige gevolgen voor de uitvoering van de prioriteiten in kwestie.

Artikel 14 Evaluatie

Artikel 14

Evaluatie

Uiterlijk op 30 juni 2025 evalueert de Commissie de uitvoering van het JTF met betrekking tot de specifieke doelstelling van artikel 2, rekening houdend met mogelijke wijzigingen in Verordening (EU) 2020/852 en de klimaatdoelstellingen van de Unie als vastgelegd in een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor de totstandbrenging van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 401/2009 en (EU) 2018/1999 (“Europese klimaatwet”), en de ontwikkeling van de uitvoering van het investeringsplan voor een duurzaam Europa. Op basis daarvan dient de Commissie een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad, dat vergezeld kan gaan van wetgevingsvoorstellen.

Artikel 15 Inwerkingtreding

Artikel 15

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

BIJLAGE I TOEWIJZINGEN AAN DE LIDSTATEN




BIJLAGE I

TOEWIJZINGEN AAN DE LIDSTATEN



 

Toewijzingen uit het herstelinstrument van de Europese Unie

Toewijzingen uit MFK-middelen

Totaal toewijzingen

Aandeel van de lidstaten in totaal

België

95

71

166

0,95  %

Bulgarije

673

505

1 178

6,73  %

Tsjechië

853

640

1 493

8,53  %

Denemarken

46

35

81

0,46  %

Duitsland

1 288

966

2 254

12,88  %

Estland

184

138

322

1,84  %

Ierland

44

33

77

0,44  %

Griekenland

431

324

755

4,31  %

Spanje

452

339

790

4,52  %

Frankrijk

535

402

937

5,35  %

Kroatië

97

72

169

0,97  %

Italië

535

401

937

5,35  %

Cyprus

53

39

92

0,53  %

Letland

100

75

174

1,00  %

Litouwen

142

107

249

1,42  %

Luxemburg

5

4

8

0,05  %

Hongarije

136

102

237

1,36  %

Malta

12

9

21

0,12  %

Nederland

324

243

567

3,24  %

Oostenrijk

71

53

124

0,71  %

Polen

2 000

1 500

3 500

20,00  %

Portugal

116

87

204

1,16  %

Roemenië

1 112

834

1 947

11,12  %

Slovenië

134

101

235

1,34  %

Slowakije

239

179

418

2,39  %

Finland

242

182

424

2,42  %

Zweden

81

61

142

0,81  %

EU-27

10 000

7 500

17 500

100,00  %

Toewijzingen in miljoen EUR, in prijzen van 2018 en vóór inhoudingen voor technische bijstand en administratieve uitgaven (door het naar boven of naar beneden afronden klopt het totaal mogelijk niet exact)

BIJLAGE II MODEL VOOR TERRITORIALE PLANNEN VOOR EEN RECHTVAARDIGE TRANSITIE




BIJLAGE II

MODEL VOOR TERRITORIALE PLANNEN VOOR EEN RECHTVAARDIGE TRANSITIE

1. Overzicht van het transitieproces en vaststelling van de zwaarst getroffen gebieden in de lidstaat

Tekstveld [12000]

Referentie: Artikel 11, lid 2, punt a)

1.1. Overzicht van het verwachte transitieproces naar de 2030-streefcijfers voor klimaat en energie van de Unie en een klimaatneutrale economie van de Unie tegen 2050, in overeenstemming met de doelstellingen van de geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen en andere bestaande transitie plannen, met inbegrip van een tijdschema voor het stopzetten of afbouwen van activiteiten als de winning van steenkool en bruinkool of de elektriciteitsproductie op basis van steenkool

Referentie: Artikel 11, lid 2, punt b)

1.2. Vaststelling van de gebieden die naar verwachting het zwaarst zullen worden getroffen en motivering van deze keuze, met een overeenkomstige raming van de gevolgen voor de economie en de werkgelegenheid op basis van het overzicht in punt 1.1

Referentie: Artikel 6

1.3. Vaststelling van de ultraperifere gebieden en eilanden met specifieke uitdagingen binnen de in afdeling 1.1 genoemde gebieden en van de specifieke bedragen die voor die gebieden zijn toegewezen, met de bijbehorende motivering

2. Beoordeling van de transitieproblemen voor elk van de vastgestelde gebieden

2.1. Beoordeling van de economische, sociale en territoriale gevolgen van de transitie naar een klimaatneutrale economie van de Unie tegen 2050

Referentie: Artikel 11, lid 2, punt c)

Tekstveld [12000]

Vaststelling van de getroffen economische activiteiten en industriële sectoren, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen:

— 
krimpende sectoren, die naar verwachting hun met de transitie verband houdende activiteiten zullen stopzetten of aanzienlijk zullen afbouwen, met bijbehorend tijdschema;
— 
sectoren die een transformatie ondergaan, waarvan de activiteiten, processen en productie naar verwachting een transformatie zullen ondergaan.

Voor elk van beide categorieën sectoren:

— 
het verwachte banenverlies en de verwachte behoeften aan omscholing, rekening houdend met de prognoses voor de vaardigheidsbehoeften;
— 
het potentieel aan economische diversificatie en de ontwikkelingskansen.

2.2. Ontwikkelingsbehoeften en -doelstellingen tegen 2030 met het oog op het bereiken van een klimaatneutrale economie van de Unie tegen 2050

Referentie: Artikel 11, lid 2, punt d)

Tekstveld [6000]

— 
ontwikkelingsbehoeften om de problemen die met de transitie gepaard gaan, aan te pakken;
— 
doelstellingen en verwachte resultaten van de uitvoering van de prioriteit van het JTF, waaronder de verwachte bijdrage aan het scheppen en behouden van banen.

2.3. Samenhang met andere nationale, regionale of territoriale strategieën en plannen ter zake

Referentie: Artikel 11, lid 2, punt e)

Tekstveld [6000]

— 
strategieën voor slimme specialisatie;
— 
territoriale strategieën als bedoeld in artikel 29 van Verordening (EU) 2021/…;
— 
andere regionale of nationale ontwikkelingsplannen.

2.4. Soort voorgenomen concrete acties

Tekstveld [12000]

Referentie: Artikel 11, lid 2, punt g)

— 
soort voorgenomen concrete acties en de verwachte bijdrage ervan om het effect van de transitie te verzachten.

Referentie: Artikel 11, lid 2, punt h)

▼M2

Alleen invullen wanneer steun wordt verleend voor productieve investeringen in andere ondernemingen dan kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s):

— 
een indicatieve lijst van te ondersteunen concrete acties en ondernemingen en voor elk ervan een motivering van de noodzaak van dergelijke steun, onder meer door, waar nodig voor de beoordeling van staatssteun, een kloofanalyse waaruit blijkt dat het verwachte banenverlies zonder de investering groter zou zijn dan het verwachte aantal gecreëerde banen.

Dit onderdeel bijwerken of invullen in het kader van de herziening van de territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie, afhankelijk van het besluit dergelijke steun te verlenen.

▼B

Referentie: Artikel 11, lid 2, punt i);

Alleen invullen wanneer steun wordt verleend voor investeringen ter vermindering van de broeikasgasemissies van de in bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG vermelde activiteiten:

— 
een lijst van de te ondersteunen concrete acties en een motivering dat deze bijdragen tot de transitie naar een klimaatneutrale economie en leiden tot een aanzienlijke vermindering van de broeikasgasemissies die aanzienlijk verder gaat dan de relevante benchmarks die zijn vastgesteld voor kosteloze toewijzing uit hoofde van Richtlijn 2003/87/EG, mits zij noodzakelijk zijn voor de bescherming van een aanzienlijk aantal banen.

Dit onderdeel bijwerken of invullen in het kader van de herziening van de territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie, afhankelijk van het besluit dergelijke steun te verlenen.

Referentie: Artikel 11, lid 2, punt j)

— 
synergie en complementariteit van de voorgenomen acties met andere relevante programma’s van de Unie in het kader van de doelstelling “investeren in werkgelegenheid en groei” (ondersteuning van het transitieproces), andere financieringsinstrumenten (het Moderniseringsfonds van het emissiehandelssysteem van de EU) om in de vastgestelde ontwikkelingsbehoeften te voorzien.

Referentie: Artikel 11, lid 2, punt k), en artikel 11, lid 5

— 
synergie en complementariteit met geplande steun uit de andere pijlers van het mechanisme voor een rechtvaardige transitie
— 
sectoren en thematische gebieden waarvoor steun in het kader van de andere pijlers wordt beoogd

3. Governancemechanismen

Referentie: Artikel 11, lid 2, punt f)

Tekstveld [5000]

3.1. Partnerschap

— 
regelingen voor de betrokkenheid van partners bij de opstelling, uitvoering, monitoring en evaluatie van het territoriale plan voor een rechtvaardige transitie;
— 
resultaten van openbare raadpleging

3.2. Monitoring en evaluatie

— 
geplande monitoring- en evaluatiemaatregelen, met inbegrip van indicatoren voor het meten van de capaciteit van het plan om de doelstellingen te verwezenlijken

3.3. Coördinatie- en monitoringinstantie(s)

Instantie(s) die verantwoordelijk is (zijn) voor de coördinatie en de monitoring van de uitvoering van het plan en de rol daarvan

4. Programmaspecifieke output- of resultaatindicatoren

Referentie: Artikel 12, lid 1

Alleen invullen indien programmaspecifieke indicatoren worden beoogd:

— 
motivering van de noodzaak van programmaspecifieke output- of resultaatindicatoren op basis van de voorgenomen soorten acties.



Tabel 1.

Outputindicatoren

Specifieke doelstelling

ID [5]

Indicator [255]

Meeteenheid

Intermediair streefdoel (2024)

Streefcijfer (2029)

 

 

 

 

 

 



Tabel 2.

Resultaatindicatoren

Specifieke doelstelling

ID [5]

Indicator [255]

Meeteenheid

Uitgangs- of referentiewaarde

Referentiejaar

Streefcijfer (2029)

Bron van gegevens [200]

Opmerkingen [200]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

BIJLAGE III GEMEENSCHAPPELIJKE OUTPUTINDICATOREN EN GEMEENSCHAPPELIJKE RESULTAATINDICATOREN VOOR HET FONDS VOOR EEN RECHTVAARDIGE TRANSITIE (7)




BIJLAGE III

GEMEENSCHAPPELIJKE OUTPUTINDICATOREN EN GEMEENSCHAPPELIJKE RESULTAATINDICATOREN VOOR HET FONDS VOOR EEN RECHTVAARDIGE TRANSITIE ( 7 )



Gemeenschappelijke outputindicatoren voor regionaal beleid (“RCO”) en gemeenschappelijke resultaatindicatoren voor regionaal beleid (“RCR”)

Output

Resultaten

RCO 01 – Ondersteunde ondernemingen (waarvan: micro-, klein, middelgroot, groot) (*1)
RCO 02 – Ondernemingen ondersteund door subsidies
RCO 03 – Ondernemingen ondersteund door financieringsinstrumenten
RCO 04 – Ondernemingen met niet-financiële steun
RCO 05 – Ondersteunde startende ondernemingen
RCO 07 - Onderzoeksorganisaties die deelnemen aan gezamenlijke onderzoeksprojecten
RCO 10 – Ondernemingen die samenwerken met onderzoeksorganisaties ►C1  
RCO 121 bis — Ondernemingen die worden ondersteund om een vermindering van de broeikasgasemissies van de in bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG vermelde activiteiten te verwezenlijken  ◄

RCR 01 – Banen gecreëerd in ondersteunde entiteiten
RCR 102 – Onderzoeksbanen gecreëerd in ondersteunde entiteiten
RCR 02 – Particuliere investeringen voor gelijke delen als overheidssteun (waarvan: subsidies, financieringsinstrumenten) (*1)
RCR 03 – Kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s/mkb’s) die product- of procesinnovatie
RCR 04 – Kmo’s/mkb’s die innovatie op het gebied van marketing of bedrijfsorganisatie introduceren
RCR 05 – Kmo’s/mkb’s die intern innoveren
RCR 06 – Ingediende octrooiaanvragen ►C1  
RCR 29 bis — Geraamde broeikasgasemissies van de in bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG vermelde activiteiten in ondersteunde ondernemingen  ◄

RCO 13 – Waarde van digitale diensten, producten en processen die voor ondernemingen zijn ontwikkeld

RCR 11 – Gebruikers van nieuwe en verbeterde openbare digitale diensten, producten en processen

RCR 12 – Gebruikers van nieuwe en verbeterde digitale diensten, producten en processen die door ondernemingen zijn ontwikkeld

RCO 15 – Gecreëerde opstartcapaciteit

RCR 17 – nieuwe ondernemingen die op de markt overleven

RCR 18 – Kmo’s/mkb’s die na de opstart de diensten van starterscentra gebruiken

RCO 101 – Kmo’s/mkb’s die investeren in vaardigheden voor slimme specialisatie, industriële transitie en ondernemerschap

RCR 97 – Ondersteunde leerplaatsen in kmo’s/mkb’s

RCR 98 – Kmo/mkb-personeel dat een opleiding in vaardigheden voor slimme specialisatie, industriële transitie en ondernemerschap voltooit (naar type vaardigheid: technisch, management, ondernemerschap, groen, overig) (*1)

RCO 18 – Woningen met verbeterde energieprestatie

RCO 19 – Openbare gebouwen met verbeterde energieprestatie

RCO 20 – Nieuw aangelegde of verbeterde leidingen van de stadsverwarmings- en stadskoelingsnetten

RCO 104 – Aantal hoogrenderende warmtekrachtkoppelingseenheden

RCR 26 – Jaarlijks primair energieverbruik (waarvan: woningen, openbare gebouwen, ondernemingen, andere) (*1)

RCR 29 – Geraamde uitstoot van broeikasgassen

▼M2

RCO 18 — Betaalbare en duurzame woningen met verbeterde energieprestaties — woningen RCO 65 — Capaciteit van nieuwe of gemoderniseerde betaalbare, duurzame en sociale huisvesting — personen

RCR 26 — Jaarlijks primair energieverbruik (waarvan: betaalbare en duurzame woningen, openbare gebouwen, ondernemingen, overige) — MWh/jaar RCR 29 — Geraamde broeikasgasemissies — ton CO2 eq./jaar RCR 67 — Jaarlijkse gebruikers van nieuwe of gemoderniseerde betaalbare, duurzame en sociale huisvesting — gebruikers/jaar

▼B

RCO 22 – Bijkomende productiecapaciteit voor hernieuwbare energie (waarvan: elektriciteit, thermisch) (*1)

RCR 31 – Totale geproduceerde hernieuwbare energie (waarvan: elektriciteit, thermisch) (*1)

RCR 32 – Extra operationeel vermogen geïnstalleerd voor hernieuwbare energie

RCO 34 – Bijkomende capaciteit voor afvalrecycling

RCO 107 – Investeringen in installaties voor gescheiden afvalinzameling

RCO 119 – Voor hergebruik voorbereid afval

RCR 47 – Gerecycleerd afval

RCR 48 – Gerecycleerd afval gebruikt als grondstof

RCO 36 – Groene infrastructuur die wordt ondersteund voor andere doeleinden dan klimaatadaptatie

RCO 38 – Oppervlakte van ondersteunde gesaneerde bodem

RCO 39 – Gebied bestreken door geïnstalleerde systemen voor monitoring van luchtverontreiniging

RCR 50 – Inwoners die profiteren van maatregelen voor luchtkwaliteit (*2)

RCR 52 – Gesaneerde bodem gebruikt voor groengebieden, sociale huisvesting, economisch of ander gebruik

RCO 55 – Lengte van nieuwe tram- en metrolijnen

RCO 56 – Lengte van heraangelegde of gemoderniseerde tram- en metrolijnen

RCO 57 – Capaciteit van milieuvriendelijk rollend materieel voor openbaar vervoer

RCO 58 – Ondersteunde specifieke fietsinfrastructuur

RCO 60 – Steden en gemeenten met nieuwe of gemoderniseerde gedigitaliseerde stadsvervoerssystemen

RCR 62 – Jaarlijks aantal gebruikers van nieuw of gemoderniseerd openbaar vervoer

RCR 63 – Jaarlijks aantal gebruikers van nieuwe of gemoderniseerde tram- en metrolijnen

RCR 64 – Jaarlijks aantal gebruikers van specifieke fietsinfrastructuur

RCO 61 – Oppervlakte van nieuwe of gemoderniseerde faciliteiten voor diensten voor arbeidsvoorziening

RCR 65 – Jaarlijks aantal gebruikers van nieuwe of gemoderniseerde faciliteiten voor diensten voor arbeidsvoorziening

RCO 66 – Klaslokaalcapaciteit van nieuwe of gemoderniseerde kinderopvangvoorzieningen

RCO 67 – Klaslokaalcapaciteit voor nieuwe of gemoderniseerde onderwijsvoorzieningen

RCR 70 – Jaarlijks aantal gebruikers van nieuwe of gemoderniseerde kinderopvangvoorzieningen

RCR 71 – Jaarlijks aantal gebruikers van nieuwe of gemoderniseerde onderwijsvoorzieningen

RCO 113 – Inwoners die vallen onder projecten in het kader van geïntegreerde acties voor sociaal-economische inclusie van gemarginaliseerde gemeenschappen, huishoudens met een laag inkomen en achterstandsgroepen (*2)

 

RCO 69 – Capaciteit van nieuwe of gemoderniseerde gezondheidszorgvoorzieningen

RCO 70 – Capaciteit van nieuwe of gemoderniseerde sociale-zorgvoorzieningen (andere dan huisvesting)

RCR 72 – Jaarlijks aantal gebruikers van nieuwe of gemoderniseerde diensten voor digitale gezondheidszorg

RCR 73 – Jaarlijks aantal gebruikers van nieuwe of gemoderniseerde gezondheidszorgvoorzieningen

RCR 74 – Jaarlijks aantal gebruikers van nieuwe of gemoderniseerde sociale-zorgvoorzieningen

Gemeenschappelijke directe outputindicatoren (EECO) en gemeenschappelijke directe resultaatsindicatoren (EECR) voor deelnemers (1) , (2)

Output

Resultaten

EECO 01 – werklozen, onder wie langdurig werklozen (*2)

EECO 02 – langdurig werklozen (*2)

EECO 03 – inactieven (*2)

EECO 04 – werkenden, onder wie zelfstandigen (*2)

EECO 05 – aantal kinderen jonger dan 18 jaar (*2)

EECO 06 – jongeren tussen 18 en 29 jaar (*2)

EECO 07 – aantal deelnemers van 55 jaar en ouder (*2)

EECO 08 – met lager secundair onderwijs of minder (ISCED 0-2) (*2)

EECO 09 – met hoger middelbaar (ISCED 3) of postsecundair onderwijs (ISCED 4) (*2)

EECO 10 – met hoger onderwijs (ISCED 5 tot en met 8) (*2)

EECO 11 – totaal aantal deelnemers (3)

EECR 01 – deelnemers die na de deelname op zoek gaan naar werk (*2)

EECR 02 – deelnemers die na de deelname onderwijs of opleiding volgen (*2)

EECR 03 – deelnemers die na de deelname een kwalificatie behalen (*2)

EECR 04 – deelnemers die na de deelname aan het werk zijn, met inbegrip van werk als zelfstandige (*2)

(*1)   

Uitsplitsing wordt alleen gevraagd voor rapportage, niet voor programmering.

(*2)   

De gerapporteerde gegevens zijn persoonsgegevens overeenkomstig artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

(1)   

Alle output- en resultaatindicatoren met betrekking tot de deelnemers moeten worden gerapporteerd.

(2)   

Alle persoonsgegevens moeten worden uitgesplitst naar geslacht (man/vrouw — non-binaire personen, overeenkomstig het nationale recht).


Indien bepaalde resultaten niet mogelijk zijn, hoeven de gegevens voor deze resultaten niet te worden verzameld of gerapporteerd.


In voorkomend geval kunnen gemeenschappelijke outputindicatoren worden gerapporteerd op basis van de doelgroep van de concrete actie.


Wanneer gegevens uit registers of equivalente bronnen worden verzameld, kunnen de lidstaten nationale definities gebruiken.

(3)   

Deze indicator moet automatisch worden berekend op basis van de gemeenschappelijke outputindicatoren met betrekking tot de arbeidssituatie.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis