+VERORDENING (EU) 2023/955 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 10 mei 2023 tot oprichting van een sociaal klimaatfonds en tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1060
---+HOOFDSTUK I Algemene bepalingen
------+Artikel 1 Onderwerp en toepassingsgebied
------+Artikel 2 Definities
------+Artikel 3 Doelstellingen
---------+Artikel 3 1.
---------+Artikel 3 2.
---+HOOFDSTUK II Sociale klimaatplannen
------+Artikel 4 Sociale klimaatplannen
---------+Artikel 4 1.
---------+Artikel 4 2.
---------+Artikel 4 3.
---------+Artikel 4 4.
---------+Artikel 4 5.
------+Artikel 5 Openbare raadpleging
---------+Artikel 5 1.
---------+Artikel 5 2.
---------+Artikel 5 3.
---------+Artikel 5 4.
------+Artikel 6 Inhoud van de sociale klimaatplannen
---------+Artikel 6 1.
---------+Artikel 6 2.
---------+Artikel 6 3.
---------+Artikel 6 4.
---------+Artikel 6 5.
---------+Artikel 6 6.
---------+Artikel 6 7.
---+HOOFDSTUK III Steun uit het fonds voor sociale klimaatplannen
------+Artikel 7 Beginselen van het fonds
---------+Artikel 7 1.
---------+Artikel 7 2.
---------+Artikel 7 3.
---------+Artikel 7 4.
------+Artikel 8 In aanmerking komende maatregelen en investeringen die in de sociale klimaatplannen moeten worden opgenomen
---------+Artikel 8 1.
---------+Artikel 8 2.
---------+Artikel 8 3.
------+Artikel 9 Doorgave van uitkeringen aan huishoudens, micro-ondernemingen en vervoergebruikers
---------+Artikel 9 1.
---------+Artikel 9 2.
------+Artikel 10 Middelen van het fonds
---------+Artikel 10 1.
---------+Artikel 10 2.
---------+Artikel 10 3.
------+Artikel 11 Middelen uit en naar programma’s in gedeeld beheer en besteding van de middelen
---------+Artikel 11 1.
---------+Artikel 11 2.
---------+Artikel 11 3.
---------+Artikel 11 4.
------+Artikel 12 Uitvoering
------+Artikel 13 Additionaliteit en aanvullende financiering
---------+Artikel 13 1.
---------+Artikel 13 2.
---------+Artikel 13 3.
------+Artikel 14 Maximale financiële toewijzing
---------+Artikel 14 1.
---------+Artikel 14 2.
------+Artikel 15 Nationale bijdrage aan de geraamde totale kosten
------+Artikel 16 Beoordeling door de Commissie
---------+Artikel 16 1.
---------+Artikel 16 2.
---------+Artikel 16 3.
------+Artikel 17 Besluit van de Commissie
---------+Artikel 17 1.
---------+Artikel 17 2.
---------+Artikel 17 3.
---------+Artikel 17 4.
------+Artikel 18 Wijziging van sociale klimaatplannen
---------+Artikel 18 1.
---------+Artikel 18 2.
---------+Artikel 18 3.
---------+Artikel 18 4.
---------+Artikel 18 5.
---------+Artikel 18 6.
------+Artikel 19 Vastlegging van de financiële toewijzing
---------+Artikel 19 1.
---------+Artikel 19 2.
------+Artikel 20 Voorschriften voor betalingen, schorsing en beëindiging van overeenkomsten met betrekking tot financiële toewijzingen
---------+Artikel 20 1.
---------+Artikel 20 2.
---------+Artikel 20 3.
---------+Artikel 20 4.
---------+Artikel 20 5.
---------+Artikel 20 6.
---------+Artikel 20 7.
---------+Artikel 20 8.
---------+Artikel 20 9.
---------+Artikel 20 10.
------+Artikel 21 Bescherming van de financiële belangen van de Unie
---------+Artikel 21 1.
---------+Artikel 21 2.
---------+Artikel 21 3.
---------+Artikel 21 4.
---+HOOFDSTUK IV Complementariteit, toezicht en evaluatie
------+Artikel 22 Coördinatie en complementariteit
------+Artikel 23 Informatie, communicatie en zichtbaarheid
---------+Artikel 23 1.
---------+Artikel 23 2.
---------+Artikel 23 3.
------+Artikel 24 Toezicht op de uitvoering
---------+Artikel 24 1.
---------+Artikel 24 2.
---------+Artikel 24 3.
---------+Artikel 24 4.
------+Artikel 25 Transparantie
---------+Artikel 25 1.
---------+Artikel 25 2.
---------+Artikel 25 3.
------+Artikel 26 Sociale klimaatdialoog
---------+Artikel 26 1.
---------+Artikel 26 2.
---+HOOFDSTUK V Slotbepalingen
------+Artikel 27 Evaluatie en herziening van het fonds
---------+Artikel 27 1.
---------+Artikel 27 2.
---------+Artikel 27 3.
---------+Artikel 27 4.
------+Artikel 28 Wijziging van Verordening (EU) 2021/1060
---------+Artikel 28 1.
---------+Artikel 28 2.
---------+Artikel 28 3.
---------+Artikel 28 4.
---------+Artikel 28 5.
------+Artikel 29 Inwerkingtreding
---+BIJLAGE I
---+BIJLAGE II
---+BIJLAGE III
---+ANNEX IV
---+BIJLAGE IV
English - European Union - Environment -

VERORDENING (EU) 2023/955 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 10 mei 2023 tot oprichting van een sociaal klimaatfonds en tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1060

VERORDENING (EU) 2023/955 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 10 mei 2023

tot oprichting van een sociaal klimaatfonds en tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1060

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
HOOFDSTUK I Algemene bepalingen HOOFDSTUK I Algemene bepalingen
HOOFDSTUK II Sociale klimaatplannen HOOFDSTUK II Sociale klimaatplannen
HOOFDSTUK III Steun uit het fonds voor sociale klimaatplannen HOOFDSTUK III Steun uit het fonds voor sociale klimaatplannen
HOOFDSTUK IV Complementariteit, toezicht en evaluatie HOOFDSTUK IV Complementariteit, toezicht en evaluatie
HOOFDSTUK V Slotbepalingen HOOFDSTUK V Slotbepalingen
BIJLAGE I




BIJLAGE I

Methode voor de berekening van de maximale financiële toewijzing voor elke lidstaat in het kader van het fonds op grond van artikel 14

In deze bijlage wordt de methode bepaald voor de berekening van de maximale financiële toewijzing die voor elke lidstaat beschikbaar is overeenkomstig de artikelen 10 en 14.

In de methode is ten aanzien van elke lidstaat rekening gehouden met de volgende variabelen:

— 
bevolking met een risico op armoede in plattelandsgebieden (2019);
— 
koolstofdioxide-emissies door verbranding van brandstoffen door huishoudens (gemiddelde 2016-2018);
— 
percentage huishoudens met een risico op armoede en met achterstallige betalingen op hun rekeningen voor nutsvoorzieningen (2019);
— 
totale bevolking (2019);
— 
bruto nationaal inkomen (bni) per hoofd van de bevolking van de lidstaat, gemeten in koopkrachtstandaard (2019);
— 
aandeel van de referentie-emissies uit hoofde van artikel 4, lid 2, van Verordening (EU) 2018/842 voor de emissiebronnen 1A3b, 1A4a en 1A4b, zoals vastgesteld in de IPCC-richtsnoeren van 2006 voor nationale broeikasgasinventarissen (gemiddelde 2016-2018), zoals uitgebreid beoordeeld op grond van artikel 4, lid 3, van die verordening.

De maximale financiële toewijzing (maximum financial allocation — MFA) per lidstaat in het kader van het fonds (MFAi) wordt als volgt vastgesteld:

image

waarbij:

het maximumbedrag (maximum amount — MA) voor de uitvoering van het fonds als bedoeld in artikel 10, lid 1, en α i het aandeel is van de lidstaat i in het maximumbedrag, bepaald op basis van de volgende stappen:

image

waarbij:

image

image

image

image

fi = 1 if image ; fi = 2,5 if
image

waarbij voor elke lidstaat i:

rural pop i de bevolking is met een risico op armoede in plattelandsgebieden van de lidstaat i;

rural pop EU de som is van de bevolking met een risico op armoede in plattelandsgebieden in de lidstaten van de EU-27;

pop i de bevolking is van lidstaat i;

pop EU de som is van de bevolking van de lidstaten van de EU-27;

HCO2 i de koolstofdioxide-emissies zijn door verbranding van brandstoffen door huishoudens in lidstaat i;

HCO2 EU de som is van koolstofdioxide-emissies door verbranding van brandstoffen door huishoudens in de lidstaten van de EU-27;

arrears i het percentage huishoudens in lidstaat i is met een risico op armoede en met achterstallige betalingen op hun rekeningen voor nutsvoorzieningen;

arrears EU het percentage huishoudens in de EU-27 is met een risico op armoede en met achterstallige betalingen op hun rekeningen voor nutsvoorzieningen;

image

het bni per hoofd van de bevolking van lidstaat i is;

image

het bni per hoofd van de bevolking van de EU-27 is.

De waarde βi van de lidstaten met een bni per hoofd van de bevolking dat lager is dan dat van de EU-27 en waarvoor
image de minimumcomponent is, wordt naar rato aangepast om ervoor te zorgen dat de som van βi voor alle lidstaten neerkomt op 100 %. Alle waarden λi worden naar rato aangepast om ervoor te zorgen dat de som neerkomt op 100 %.

Voor geen van de lidstaten mag het α i lager zijn dan 0,07 % van het in artikel 10, lid 1, bedoelde maximumbedrag. De waarde α i van alle lidstaten met een α i dat hoger is dan 0,07 % wordt naar rato aangepast om ervoor te zorgen dat de som van alle α i gelijk is aan 100 %.

Voor lidstaten met een bni per hoofd van de bevolking dat lager is dan 90 % van dat van de EU-27, kan α i niet lager zijn dan het aandeel van de referentie-emissies overeenkomstig artikel 4, lid 2, van Verordening (EU) 2018/842 voor de emissiebronnen 1A3b, 1A4a en 1A4b, zoals vastgesteld in de IPCC-richtsnoeren van 2006 voor nationale broeikasgasinventarissen voor het gemiddelde van de periode 2016-2018, zoals uitgebreid op grond van overeenkomstig artikel 4, lid 3, van die verordening. De waarde α i van de lidstaten met een bni per hoofd van de bevolking dat hoger is dan dat van de EU-27 wordt naar rato aangepast om ervoor te zorgen dat de som van alle α i gelijk is aan 100 %.

BIJLAGE II




BIJLAGE II

Maximale financiële toewijzing voor elke lidstaat in het kader van het fonds op grond van de artikelen 10 en 14

De toepassing van de methode in bijlage I op de in artikel 10, lid 1, bedoelde bedragen resulteert in de volgende aandelen en maximale financiële toewijzingen voor elke lidstaat.

Bedragen als bedoeld in artikel 10, lid 3, worden pro rata gedekt tot de maximale financiële toewijzing voor elke lidstaat.



Maximale financiële toewijzing per lidstaat

Lidstaat

Aandeel als % van het totaal

TOTAAL

2026-2032

(in EUR, lopende prijzen)

Overeenkomstig artikel 10, lid 1, eerste en tweede alinea

Overeenkomstig artikel 10, lid 1, derde alinea

België

2,55

1 659 606 425

1 394 069 397

Bulgarije

3,85

2 499 490 282

2 099 571 836

Tsjechië

2,40

1 562 617 717

1 312 598 882

Denemarken

0,50

324 991 338

272 992 724

Duitsland

8,18

5 317 778 511

4 466 933 949

Estland

0,29

186 244 570

156 445 439

Ierland

1,02

663 390 868

557 248 329

Griekenland

5,52

3 586 843 608

3 012 948 631

Spanje

10,52

6 837 784 631

5 743 739 090

Frankrijk

11,19

7 276 283 944

6 112 078 513

Kroatië

1,94

1 263 071 899

1 060 980 395

Italië

10,81

7 023 970 924

5 900 135 577

Cyprus

0,20

131 205 466

110 212 591

Letland

0,71

463 676 528

389 488 284

Litouwen

1,02

664 171 367

557 903 948

Luxemburg

0,10

66 102 592

55 526 177

Hongarije

4,33

2 815 968 174

2 365 413 267

Malta

0,07

45 500 000

38 220 000

Nederland

1,11

720 463 632

605 189 451

Oostenrijk

0,89

578 936 189

486 306 399

Polen

17,60

11 439 026 446

9 608 782 215

Portugal

1,88

1 223 154 017

1 027 449 374

Roemenië

9,25

6 012 677 290

5 050 648 923

Slovenië

0,55

357 971 733

300 696 256

Slowakije

2,35

1 530 553 074

1 285 664 582

Finland

0,54

348 132 328

292 431 155

Zweden

0,62

400 386 447

336 324 616

EU-27

100  %

65 000 000 000

54 600 000 000

BIJLAGE III




BIJLAGE III

Kernvereisten voor het interne-controlesysteem van de lidstaat

1. De lidstaat moet voorzien in een doeltreffend en efficiënt interne-controlesysteem, overeenkomstig zijn institutionele, wettelijke en financiële kader, met inbegrip van functiescheiding en regelingen voor verslaglegging, toezicht en monitoring.

Dit omvat:

a) 

het aanwijzen van de autoriteiten die belast zijn met de uitvoering van het plan en de toewijzing van de bijbehorende verantwoordelijkheden en functies;

b) 

het aanwijzen van de voor het ondertekenen van de beheersverklaring bij de betalingsverzoeken verantwoordelijke autoriteit of autoriteiten;

c) 

procedures om ervoor te zorgen dat die autoriteit of autoriteiten de zekerheid krijgt of krijgen dat de in het plan bepaalde mijlpalen en streefdoelen zijn verwezenlijkt en dat de middelen overeenkomstig alle toepasselijke voorschriften zijn beheerd, met name met betrekking tot het voorkomen van belangenconflicten, fraude, corruptie en dubbele financiering;

d) 

een passende scheiding tussen beheers- en auditfuncties.

2. De lidstaat moet op doeltreffende wijze evenredige maatregelen treffen tegen fraude en corruptie, en eventuele maatregelen treffen die nodig zijn om op doeltreffende wijze belangenconflicten te voorkomen.

Dit omvat:

a) 

passende maatregelen voor het voorkomen, opsporen en corrigeren van fraude, corruptie en belangenconflicten, en het voorkomen van dubbele financiering, alsook voor het nemen van juridische stappen om middelen waaraan geen wettige bestemming is gegeven, terug te vorderen;

b) 

een beoordeling van het risico op fraude en het vaststellen van passende fraudebestrijdingsmaatregelen.

3. De lidstaat moet passende procedures toepassen voor het opstellen van de beheersverklaring en de samenvattingen van de op nationaal niveau uitgevoerde audits.

Dit omvat:

a) 

een doeltreffende procedure voor het opstellen van de beheersverklaring, het registreren van de samenvattingen van de audits, en het bewaren van de onderliggende informatie van het auditspoor;

b) 

doeltreffende procedures om ervoor te zorgen dat alle gevallen van fraude, corruptie en belangenconflicten naar behoren worden gemeld en door middel van terugvorderingen worden gecorrigeerd.

4. Om de nodige informatie te verstrekken, moet de lidstaat zorgen voor passende beheersverificaties, met inbegrip van procedures om te controleren of de mijlpalen en streefdoelen zijn verwezenlijkt en of de horizontale beginselen van goed financieel beheer zijn nageleefd.

Dit omvat:

a) 

passende beheersverificaties waarmee de uitvoerende autoriteiten controleren of de mijlpalen en streefdoelen van het fonds zijn verwezenlijkt (bijvoorbeeld controles van de stukken of controles ter plaatse);

b) 

passende beheersverificaties waarmee de uitvoerende autoriteiten controleren of er geen sprake is van ernstige onregelmatigheden, namelijk fraude, corruptie en belangenconflicten, of dubbele financiering (bijvoorbeeld controles van de stukken of controles ter plaatse).

5. De lidstaat moet passende en onafhankelijke audits van systemen en verrichtingen uitvoeren overeenkomstig internationaal aanvaarde auditnormen.

Dit omvat:

a) 

de aanwijzing van de instantie of instanties die de audits van systemen en verrichtingen uitvoert of uitvoeren, en hoe de functionele onafhankelijkheid van die instantie of instanties wordt gewaarborgd;

b) 

toewijzing van voldoende middelen aan die instantie of instanties ten behoeve van het fonds;

c) 

een doeltreffende aanpak door de instantie of instanties van het risico op fraude, corruptie, belangenconflicten en dubbele financiering, zowel via audits van systemen als via audits van verrichtingen.

6. De lidstaat moet een doeltreffend systeem onderhouden om ervoor te zorgen dat alle informatie en documenten die ten behoeve van het auditspoor nodig zijn, worden bewaard.

Dit omvat:

a) 

het op doeltreffende wijze verzamelen, registreren en opslaan in een elektronisch systeem van gegevens over de eindontvangers van maatregelen of investeringen die nodig zijn om de mijlpalen en streefdoelen te verwezenlijken;

b) 

toegang tot de gegevens over eindontvangers, voor de Commissie, het OLAF, de Europese Rekenkamer en wat betreft de lidstaten die deelnemen aan nauwere samenwerking op grond van Verordening (EU) 2017/1939, het EOM.

ANNEX IV




ANNEX IV

Common indicators for indicative milestones and targets for the Social Climate Plans of the Member States referred to in Article 6(1), point (m), monitoring by the Member State of the implementation of its Plan referred to in Article 24(1), evaluation by the Commission of the progress towards the objectives of the Fund referred to in Article 24(4)

Measures and investments can contribute to several of the common indicators. If a Member State’s Plan does not contain a measure or investment contributing to some of the indicators, a Member State may indicate ‘non-applicable’.



Number

Common indicator related to the Fund support

Explanation

Unit

Buildings sector

Context indicators

1

Number of vulnerable households

In line with the definition in Article 2, point (10).

Number of households

2

Number of households in energy poverty

In line with the definition in Article 2, point (1).

Number of households

Output indicators

3

Number of vulnerable households that have benefitted from at least one structural measure reducing their emissions in the buildings sector

In line with Article 2, point (10) and Article 8(1). Only measures due to Fund support.

Number of households

4

Number of buildings having undergone deep renovation (i.e. a renovation which transforms a building or building unit (a) before 1 January 2030, into a nearly zero-energy building (b) as of 1 January 2030, into a zero-emission building)

The indicator counts the number of buildings and the corresponding floor area being renovated fully or partially based on the support by measures and investments under the Fund, where ‘building renovation’ is defined in Article 2, point (13). In addition, the indicator shall distinguish buildings on the basis of their Energy Performance Certificate class, and identify specifically how many worst-performing buildings have been renovated.

Buildings units

5

Total useful floor area of buildings having undergone deep renovation (i.e. a renovation which transforms a building or building unit (a) before 1 January 2030, into a nearly zero-energy building (b) as of 1 January 2030, into a zero-emission building)

Renovated floor area (m2/year)

6

Number of buildings having undergone other energy renovation (i.e. all energy renovations except deep renovations, to be reported above)

Buildings units

7

Total useful floor area of buildings having undergone other energy renovation (i.e. all energy renovations except deep renovations, to be reported above)

Renovated floor area (m2/year)

8

Replacement of fossil fuel heating installation with a renewable based appliance and/or a highly efficient installation on the basis of the Energy Label class as established in the relevant legal act.

These actions fulfil the renewable EU benchmark and the indicative share of renewable energy (in final energy consumption) established at national level in the buildings sector under the relevant provision of Directive (EU) 2018/2001. Renewable heating and cooling systems and renewable electricity both can contribute to this benchmark. These actions would also contribute to the renewable heating and cooling target under the relevant provision of that Directive. This concerns only additional replacements of fossil fuel heating installations due to Fund support.

Number of units of fossil fuel heating installation replaced (e.g. by a heat pump or solar thermal installation)

9

Additional operational capacity installed for renewable energy

Number and capacity of rooftop photovoltaic and solar thermal collectors or photovoltaic thermal panels (PVT); number and capacity of heat pumps; number and capacity of other renewable space heating and cooling technologies including renewable based boilers. Only concerns additional operational capacity due to Fund support.

MW

10

number of units

Result indicators

11

Reduction of number of vulnerable households

Reduction of number of vulnerable households as a result of measures and investments financed under the Fund.

%

12

Estimated reduction in greenhouse gas emissions in the buildings sector

Reduction in greenhouse gas emissions in the buildings sector triggered by measures and investments financed under the Fund.

The emissions in the buildings sector are established as those covered by Chapter IVa of Directive 2003/87/EC (for the buildings sector, emission sources 1A4a and 1A4b, as established in the 2006 IPCC Guidelines for National Greenhouse Gas Inventories).

ktCO2e

13

Reduction of number of households in energy poverty

Reduction of number of households in energy poverty as a result of measures and investments financed under the Fund.

Member States concerned by Article 3(3), point (d), of Regulation (EU) 2018/1999 shall include, pursuant to Article 24, point (b) of that Regulation, in their integrated national energy and climate progress report quantitative information on the number of households in energy poverty. Member States may use and are not limited to the indicators available with the Statistical Office of the European Union (Eurostat) identified as relevant in Commission Recommendation (EU) 2020/1563 of 14 October 2020 on energy poverty (1), listed in the reporting template for integrated national energy and climate progress reports.

The indicator does not count collective dwellings such as hospitals, care homes, prisons, military barracks, religious institutions, boarding houses, workers’ hostels, etc.

%

14

Savings in annual primary energy consumption

The energy savings achieved shall be calculated, for this purpose, only on the basis of the financial support from the Fund.

Member States shall report on the annual final/primary energy consumption reduction achieved among vulnerable households, people affected by energy poverty and, where applicable, people living in social housing pursuant to of the relevant provisions of the Directive of the European Parliament and of the Council on energy efficiency (recast) due to Fund support that is complementary to the Energy Efficiency National Fund under the relevant provisions of that Directive, including the support channelled through energy efficiency obligation schemes and alternative policy measures pursuant to the relevant provision of that Directive and including interventions made to comply with minimum energy performance standards pursuant to the relevant provisions of that Directive.

MWh/year

15

kWh/m2 (if total floor area is available)

16

Savings in annual final energy consumption

The baseline refers to the annual final and primary energy consumption before the intervention, and the achieved value refers to the annual final and primary energy consumption for the year after the intervention.

Energy savings in individual buildings shall be documented on the basis of Energy Performance Certificates or other criteria for determining the targeted or achieved energy savings set out in the relevant provision of the Directive of the European Parliament and of the Council on the energy performance of buildings (recast).

kWh/m2 (if total floor area is available)

17

MWh/year

Road transport sector

Context indicators

18

Number of vulnerable transport users

In line with the definition in Article 2, point (12).

Number of households

19

Number of households in transport poverty

In line with the definition in Article 2, point (2).

Number of households

Output indicators

20

Number of vulnerable transport users that have benefitted from at least one structural measure reducing their emissions in the road transport sector

In line with Article 2, point (12) and Article 8(1). Only measures due to Fund support.

Number of households

21

Purchases of zero-emission vehicles

Number of zero-emission vehicles supported by measures and investments financed under the Fund.

Number of zero-emission vehicles

22

Purchases of low-emission vehicles

Number of low-emission vehicles supported by measures and investments financed under the Fund.

Number of low-emission vehicles

23

Purchases of bicycles and micro-mobility vehicles

Number of bicycles and micro-mobility vehicles supported by measures and investments financed under the Fund.

Number of bicycles and micro-mobility vehicles

24

Additional alternative fuels infrastructure (refuelling/recharging points)

Number of refuelling and recharging points (new or upgraded) for zero- and low- emission vehicles supported by measures and investments financed under the Fund, with an additional focus on remote areas.

The terms ‘alternative fuel’, ‘recharging point’ and ‘refuelling point’ shall have the same meaning as the definitions of these terms in Regulation of the European Parliament and of the Council on the deployment of alternative fuels infrastructure, and repealing Directive 2014/94/EU of the European Parliament and of the Council.

The indicator shall be collected and reported separately for (i) recharging points; and (ii) refuelling points.

As part of the latter, (iii) hydrogen refuelling points shall be reported separately.

Number of refuelling and recharging points

25

Reduced or free public transport tickets

Number of users of public transport supported by measures and investments financed under the Fund.

The indicator shall be collected and reported separately between (i) reduced; and (ii) free tickets.

Number of users

26

Additional shared mobility and mobility on demand solutions

Number of users of shared mobility and mobility on demand solutions supported by measures and investments financed under the Fund.

Number of users

27

Units

28

Dedicated cycling infrastructure supported

Length of dedicated cycling infrastructure newly built or significantly upgraded by projects supported under the Fund. Dedicated cycling infrastructure includes cycling facilities separated from roads for vehicular traffic or other parts of the same road by structural means (such as kerbs and barriers), cycling streets, cycling tunnels, etc. For cycling infrastructure with separated one-way lanes (e.g. on each side of a road), the length is measured as lane length.

Number of km

Result indicators

29

Reduction of number of vulnerable transport users

Reduction of number of vulnerable transport users as a result of measures and investments financed under the Fund.

%

30

Reduction of number of households in transport poverty

Reduction of number of households in transport poverty as a result of measures and investments financed under the Fund.

%

31

Reduction in greenhouse gas emissions in the road transport sector

Member States shall report on the reduction in greenhouse gas emissions in the road transport sector triggered by measures and investments financed under the Fund.

The emissions in the road transport sector are defined as those covered by Chapter IVa of Directive 2003/87/EC (for the road transport sector, emission sources 1A3b as established in the 2006 IPCC Guidelines for National Greenhouse Gas Inventories).

ktCO2e

Micro-enterprises (both buildings and road transport sectors)

Context indicators

32

Number of vulnerable micro-enterprises

In line with the definition in Article 2, point (11).

Number of micro-enterprises

Output indicators

33

Number of vulnerable micro-enterprises that have benefitted from at least one structural measure reducing their emissions in the buildings sector and road transport sector

In line with Article 2, point (11), and Article 8(1). Only measures due to Fund support.

Number of micro-enterprises

Result indicators

34

Reduction of number of vulnerable micro-enterprises

Reduction of number of vulnerable micro-enterprises as a result of measures and investments financed under the Fund.

%

Temporary direct income support

Context indicators

35

Share of the temporary direct income support in the total costs of the Social Climate Plans

In line with Article 4(3) and Article 10.

%

Output indicators

36

Number of vulnerable households and vulnerable transport users that have received temporary direct income support

The indicator shall indicate the number of vulnerable households and vulnerable transport users that have received temporary direct income support, hence counting all final recipients of the temporary direct income support paid under the Fund.

The indicator shall be collected and reported separately for vulnerable households and for the vulnerable transport users, in line with Article 2, points (10) and (12) and Article 4(3).

Number of vulnerable households

(unit: households)

37

Number of vulnerable transport users

(unit: households)

Result indicators

38

Average temporary direct income support per vulnerable household and vulnerable transport user

The indicator shall indicate the average amount of temporary direct income support received per vulnerable household and vulnerable transport user under the Fund.

EUR/household (buildings sector)

39

EUR/household (road transport sector)

(1)   

OJ L 357, 27.10.2020, p. 35.

BIJLAGE IV




BIJLAGE IV

Gemeenschappelijke indicatoren voor indicatieve mijlpalen en streefdoelen voor de sociale klimaatplannen van de lidstaten als bedoeld in artikel 6, lid 1, punt m), monitoring door de lidstaten van de uitvoering van hun plan als bedoeld in artikel 24, lid 1, evaluatie door de Commissie van de vooruitgang met de verwezenlijking van de doelstellingen van het fonds als bedoeld in artikel 24, lid 4

Maatregelen en investeringen kunnen bijdragen aan verschillende van de gemeenschappelijke indicatoren. Indien het plan van een lidstaat geen maatregel of investering bevat die bijdraagt aan sommige van de indicatoren, kan een lidstaat “niet van toepassing” invullen.



Nummer

Gemeenschappelijke indicator voor steun uit het fonds

Toelichting

Eenheid

Sector gebouwen

Contextindicatoren

1

Aantal kwetsbare huishoudens

In overeenstemming met de definitie in artikel 2, punt 10).

Aantal huishoudens

2

Aantal huishoudens in energiearmoede

In overeenstemming met de definitie in artikel 2, punt 1).

Aantal huishoudens

Outputindicatoren

3

Aantal kwetsbare huishoudens dat profijt heeft getrokken van ten minste één structurele maatregel ter vermindering van hun emissies in de sector gebouwen

In overeenstemming met artikel 2, punt 10), en artikel 8, lid 1. Alleen maatregelen als gevolg van steun uit het fonds.

Aantal huishoudens

4

Aantal gebouwen dat grondig is gerenoveerd (d.w.z. een renovatie waarbij een gebouw of gebouwunit a) vóór 1 januari 2030 wordt omgevormd tot een bijna-energieneutraal gebouw, of b) vanaf 1 januari 2030 wordt omgevormd tot een emissievrij gebouw)

De indicator telt het aantal gebouwen en de overeenkomstige vloeroppervlakte die geheel of gedeeltelijk worden gerenoveerd op basis van de steun in de vorm van maatregelen en investeringen in het kader van het fonds, waarbij “renovatie van gebouwen” wordt gedefinieerd in artikel 2, punt 13). Daarnaast maakt de indicator een onderscheid tussen gebouwen op basis van de klasse van energieprestatiecertificaten en geeft deze specifiek aan hoeveel slechtst presterende gebouwen zijn gerenoveerd.

Gebouwunits

5

Totale bruikbare vloeroppervlakte van gebouwen die grondig zijn gerenoveerd (d.w.z. een renovatie waarbij een gebouw of gebouwunit a) vóór 1 januari 2030 wordt omgevormd tot een bijna-energieneutraal gebouw, of b) na 1 januari 2030 wordt omgevormd tot een emissievrij gebouw)

Gerenoveerde vloeroppervlakte (m2/jaar)

6

Aantal gebouwen dat een andere soort energierenovatie heeft ondergaan (d.w.z. alle energierenovaties behalve grondige renovaties, die hierboven moeten worden vermeld)

Gebouwunits

7

Totale bruikbare vloeroppervlakte van gebouwen die een andere soort energierenovatie hebben ondergaan (d.w.z. alle energierenovaties behalve grondige renovaties, die hierboven moeten worden vermeld)

Gerenoveerde vloeroppervlakte (m2/jaar)

8

Vervanging van verwarmingsinstallaties op basis van fossiele brandstoffen door een apparaat op basis van hernieuwbare energie en/of een zeer efficiënte installatie op basis van de energielabelklasse zoals vastgesteld in de desbetreffende rechtshandeling.

Deze acties voldoen aan de EU-benchmark voor hernieuwbare energie en het indicatieve aandeel hernieuwbare energie (in het eindenergieverbruik) die op nationaal niveau in de sector gebouwen zijn vastgesteld uit hoofde van de desbetreffende bepaling van Richtlijn (EU) 2018/2001. Verwarmings- en koelingssystemen op basis van hernieuwbare energie en hernieuwbare elektriciteit kunnen beide bijdragen aan deze benchmark. Ook zou hiermee worden bijgedragen aan het streefdoel voor verwarming en koeling op basis van hernieuwbare energie uit hoofde van de desbetreffende bepaling van die richtlijn. Dit betreft enkel extra vervangingen van verwarmingsinstallaties op basis van fossiele brandstoffen als gevolg van steun uit het fonds.

Aantal vervangen verwarmingsinstallaties op basis van fossiele brandstoffen (bv. door een warmtepomp of een zonne-energie-installatie)

9

Extra operationeel vermogen geïnstalleerd voor hernieuwbare energie

Aantal en capaciteit van fotovoltaïsche en zonnewarmtecollectoren op het dak of fotovoltaïsche warmtepanelen; aantal en capaciteit van warmtepompen; aantal en capaciteit van andere hernieuwbare technologieën voor ruimteverwarming en -koeling, met inbegrip van verwarmingsketels op basis van hernieuwbare energie. Betreft alleen aanvullende operationele capaciteit als gevolg van steun uit het fonds.

MW

10

Aantal eenheden

Resultaatindicatoren

11

Vermindering van het aantal kwetsbare huishoudens

Vermindering van het aantal kwetsbare huishoudens als gevolg van maatregelen en investeringen die uit het fonds worden gefinancierd.

%

12

Geraamde vermindering van broeikasgasemissies in de sector gebouwen

Vermindering van broeikasgasemissies in de sector gebouwen als gevolg van maatregelen en investeringen die uit het fonds worden gefinancierd.

De emissies in de sector gebouwen worden vastgesteld als de emissies die vallen onder hoofdstuk IV bis van Richtlijn 2003/87/EG (voor de sector gebouwen, emissiebronnen 1A4a en 1A4b, zoals vastgesteld in de IPCC-richtsnoeren van 2006 voor nationale broeikasgasinventarissen).

kt CO2-equivalent

13

Vermindering van het aantal huishoudens in energiearmoede

Vermindering van het aantal huishoudens in energiearmoede als gevolg van maatregelen en investeringen die uit het fonds worden gefinancierd.

De lidstaten waarop artikel 3, lid 3, punt d), van Verordening (EU) 2018/1999 van toepassing is, nemen overeenkomstig artikel 24, punt b), van die verordening in hun geïntegreerde nationale energie- en klimaatvoortgangsverslagen kwantitatieve informatie op over het aantal huishoudens in energiearmoede. De lidstaten kunnen gebruikmaken van (maar niet alleen van) de indicatoren die beschikbaar zijn bij het Bureau voor de statistiek van de Europese Unie (Eurostat) en die als relevant zijn aangemerkt in Aanbeveling (EU) 2020/1563 van de Commissie van 14 oktober 2020 over energiearmoede (1), opgenomen in het model voor geïntegreerde nationale energie- en klimaatvoortgangsverslagen.

De indicator telt geen collectieve woningen zoals ziekenhuizen, verzorgingstehuizen, gevangenissen, legerkazernes, religieuze instellingen, kosthuizen, arbeiderspensions enz.

%

14

Besparingen in het jaarlijks primair energieverbruik

De gerealiseerde energiebesparingen worden voor dit doel uitsluitend berekend op basis van de financiële steun uit het fonds.

De lidstaten brengen verslag uit over de jaarlijkse vermindering van het eindenergieverbruik/primair energieverbruik bij kwetsbare huishoudens, mensen die met energiearmoede kampen en, indien van toepassing, mensen die in een sociale woning wonen, op grond van de desbetreffende bepalingen van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende energie-efficiëntie (herschikking) als gevolg van steun uit het fonds die complementair is aan het nationaal fonds voor energie-efficiëntie uit hoofde van de desbetreffende bepalingen van die richtlijn, met inbegrip van de steun die via regelingen voor energie-efficiëntieverplichtingen en alternatieve beleidsmaatregelen uit hoofde van de desbetreffende bepaling van die richtlijn worden gekanaliseerd, alsmede interventies om te voldoen aan de minimumnormen voor energieprestaties op grond van de desbetreffende bepalingen van die richtlijn.

MWh/jaar

15

kWh/m2 (indien de totale vloeroppervlakte beschikbaar is)

16

Besparingen in het jaarlijks eindenergieverbruik

Het referentiescenario heeft betrekking op het jaarlijks eindenergieverbruik en primair energieverbruik vóór de interventie, en de bereikte waarde heeft betrekking op het jaarlijks eindenergieverbruik en primair energieverbruik voor het jaar na de interventie.

Energiebesparingen in afzonderlijke gebouwen worden gedocumenteerd op basis van energieprestatiecertificaten of andere criteria voor het bepalen van de beoogde of verwezenlijkte energiebesparing als bepaald in de desbetreffende bepaling van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de energieprestatie van gebouwen (herschikking).

kWh/m2 (indien de totale vloeroppervlakte beschikbaar is)

17

MWh/jaar

Sector wegvervoer

Contextindicatoren

18

Aantal kwetsbare vervoergebruikers

In overeenstemming met de definitie in artikel 2, punt 12).

Aantal huishoudens

19

Aantal huishoudens in vervoersarmoede

In overeenstemming met de definitie in artikel 2, punt 2).

Aantal huishoudens

Outputindicatoren

20

Aantal kwetsbare vervoergebruikers dat profijt heeft getrokken van ten minste één structurele maatregel ter vermindering van hun emissies in de sector wegvervoer

In overeenstemming met artikel 2, punt 12), en artikel 8, lid 1. Alleen maatregelen als gevolg van steun uit het fonds.

Aantal huishoudens

21

Aankoop van emissievrije voertuigen

Aantal emissievrije voertuigen ondersteund door maatregelen en investeringen die uit het fonds worden gefinancierd.

Aantal emissievrije voertuigen

22

Aankoop van emissiearme voertuigen

Aantal emissiearme voertuigen ondersteund door maatregelen en investeringen die uit het fonds worden gefinancierd.

Aantal emissiearme voertuigen

23

Aankoop van fietsen en micromobiele voertuigen

Aantal fietsen en micromobiele voertuigen ondersteund door maatregelen en investeringen die uit het fonds worden gefinancierd.

Aantal fietsen en micromobiele voertuigen

24

Extra infrastructuur voor alternatieve brandstoffen (tankpunten/laadpunten)

Aantal tank- en laadpunten (nieuw of verbeterd) voor emissievrije en emissiearme voertuigen, ondersteund door maatregelen en investeringen die uit het fonds worden gefinancierd, met extra aandacht voor afgelegen gebieden.

De termen “alternatieve brandstof”, “laadpunt” en “tankpunt” hebben dezelfde betekenis als in de verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen en tot intrekking van Richtlijn 2014/94/EU van het Europees Parlement en de Raad.

Bij deze indicator wordt afzonderlijk informatie verzameld en verslag uitgebracht over i) laadpunten en ii) tankpunten.

Als onderdeel van punt ii) moet er afzonderlijk verslag worden uitgebracht over iii) waterstoftankpunten.

Aantal tank- en laadpunten

25

Goedkopere of gratis openbaarvervoerkaartjes

Aantal gebruikers van het openbaar vervoer ondersteund door maatregelen en investeringen die uit het fonds worden gefinancierd.

Bij deze indicator wordt afzonderlijk informatie verzameld en verslag uitgebracht over i) goedkopere kaartjes en ii) gratis kaartjes.

Aantal gebruikers

26

Aanvullende oplossingen voor gedeelde mobiliteit en mobiliteit op aanvraag

Aantal gebruikers van oplossingen voor gedeelde mobiliteit en mobiliteit op aanvraag, ondersteund door maatregelen en investeringen die uit het fonds worden gefinancierd.

Aantal gebruikers

27

Eenheden

28

Ondersteunde specifieke fietsinfrastructuur

Lengte van specifieke fietsinfrastructuur die nieuw is aangelegd of aanzienlijk is verbeterd door projecten die in het kader van het fonds worden gesteund. Specifieke fietsinfrastructuur omvat fietsvoorzieningen die op structurele wijze van wegen voor het wegverkeer of andere delen van dezelfde weg zijn gescheiden zoals (stoepranden en barrières), fietsstraten, fietstunnels enz. Voor fietsinfrastructuur met gescheiden eenrichtingsbanen (bv. aan weerszijden van een weg) wordt de lengte gemeten als rijstrooklengte.

Aantal kilometers

Resultaatindicatoren

29

Vermindering van het aantal kwetsbare vervoergebruikers

Vermindering van het aantal kwetsbare vervoergebruikers als gevolg van maatregelen en investeringen die uit het fonds worden gefinancierd.

%

30

Vermindering van het aantal huishoudens in vervoersarmoede

Vermindering van het aantal huishoudens in vervoersarmoede als gevolg van maatregelen en investeringen die uit het fonds worden gefinancierd.

%

31

Vermindering van broeikasgasemissies in de sector wegvervoer

De lidstaten moeten verslag uitbrengen over de vermindering van broeikasgasemissies in de sector wegvervoer als gevolg van maatregelen en investeringen die uit het fonds worden gefinancierd.

De emissies in de sector wegvervoer worden gedefinieerd als de emissies die vallen onder hoofdstuk IV bis van Richtlijn 2003/87/EG (voor de sector wegvervoer, emissiebronnen 1A3b, zoals vastgesteld in de IPCC-richtsnoeren van 2006 voor nationale broeikasgasinventarissen).

kt CO2-equivalent

Micro-ondernemingen (zowel in de sector gebouwen als in de sector wegvervoer)

Contextindicatoren

32

Aantal kwetsbare micro-ondernemingen

In overeenstemming met de definitie in artikel 2, punt 11).

Aantal micro-ondernemingen

Outputindicatoren

33

Aantal kwetsbare micro-ondernemingen dat profijt heeft getrokken van ten minste één structurele maatregel ter vermindering van hun emissies in de sector gebouwen en in de sector wegvervoer

In overeenstemming met artikel 2, punt 11), en artikel 8, lid 1. Alleen maatregelen als gevolg van steun uit het fonds.

Aantal micro-ondernemingen

Resultaatindicatoren

34

Vermindering van het aantal kwetsbare micro-ondernemingen

Vermindering van het aantal kwetsbare micro-ondernemingen als gevolg van maatregelen en investeringen die uit het fonds worden gefinancierd.

%

Rechtstreekse inkomenssteun

Contextindicatoren

35

Aandeel van de tijdelijke rechtstreekse inkomenssteun in de totale kosten van de sociale klimaatplannen

In overeenstemming met artikel 4, lid 3, en artikel 10.

%

Outputindicatoren

36

Aantal kwetsbare huishoudens en kwetsbare vervoergebruikers dat tijdelijke rechtstreekse inkomenssteun heeft ontvangen

De indicator geeft het aantal kwetsbare huishoudens en kwetsbare vervoergebruikers aan dat tijdelijke rechtstreekse inkomenssteun heeft ontvangen, zodat alle eindontvangers van de uit het fonds betaalde tijdelijke rechtstreekse inkomenssteun worden meegeteld.

Bij deze indicator wordt afzonderlijk informatie verzameld en verslag uitgebracht over kwetsbare huishoudens en kwetsbare vervoergebruikers, overeenkomstig de artikel 2, punten 10) en 12), en artikel 4, lid 3.

Aantal kwetsbare huishoudens

(eenheid: huishoudens)

37

Aantal kwetsbare vervoergebruikers

(eenheid: huishoudens)

Resultaatindicatoren

38

Gemiddelde tijdelijke rechtstreekse inkomenssteun per kwetsbaar huishouden en per kwetsbare vervoergebruiker

De indicator geeft het gemiddelde bedrag aan tijdelijke rechtstreekse inkomenssteun aan dat uit het fonds per kwetsbaar huishouden en per kwetsbare vervoergebruiker is ontvangen.

EUR/huishouden (sector gebouwen)

39

EUR/huishouden (sector wegvervoer)

(1)   

PB L 357 van 27.10.2020, blz. 35.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis