+RICHTLIJN (EU) 2024/2881 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 23 oktober 2024 betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa (herschikking)
---+Preamble: 1
---+HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
------+Artikel 1 Doelstellingen
---------+Artikel 1 1
---------+Artikel 1 2
---------+Artikel 1 3
------+Artikel 2 Onderwerp
---------+Artikel 2 1)
---------+Artikel 2 2)
---------+Artikel 2 3)
---------+Artikel 2 4)
---------+Artikel 2 5)
---------+Artikel 2 6)
------+Artikel 3 Regelmatige evaluatie
---------+Artikel 3 1
---------+Artikel 3 2
---------+Artikel 3 3
---------+Artikel 3 4
---------+Artikel 3 5
------+Artikel 4 Definities
---------+Artikel 4 1)
---------+Artikel 4 2)
---------+Artikel 4 3)
---------+Artikel 4 4)
---------+Artikel 4 5)
---------+Artikel 4 6)
---------+Artikel 4 7)
---------+Artikel 4 8)
---------+Artikel 4 9)
---------+Artikel 4 10)
---------+Artikel 4 11)
---------+Artikel 4 12)
---------+Artikel 4 13)
---------+Artikel 4 14)
---------+Artikel 4 15)
---------+Artikel 4 16)
---------+Artikel 4 17)
---------+Artikel 4 18)
---------+Artikel 4 19)
---------+Artikel 4 20)
---------+Artikel 4 21)
---------+Artikel 4 22)
---------+Artikel 4 23)
---------+Artikel 4 24)
---------+Artikel 4 25)
---------+Artikel 4 26)
---------+Artikel 4 27)
---------+Artikel 4 28)
---------+Artikel 4 29)
---------+Artikel 4 30)
---------+Artikel 4 31)
---------+Artikel 4 32)
---------+Artikel 4 33)
---------+Artikel 4 34)
---------+Artikel 4 35)
---------+Artikel 4 36)
---------+Artikel 4 37)
---------+Artikel 4 38)
---------+Artikel 4 39)
---------+Artikel 4 40)
---------+Artikel 4 41)
---------+Artikel 4 42)
---------+Artikel 4 43)
---------+Artikel 4 44)
---------+Artikel 4 45)
------+Artikel 5 Verantwoordelijkheden
---------+Artikel 5 a)
---------+Artikel 5 b)
---------+Artikel 5 c)
---------+Artikel 5 d)
---------+Artikel 5 e)
---------+Artikel 5 f)
---------+Artikel 5 g)
---------+Artikel 5 h)
---------+Artikel 5 i)
---------+Artikel 5 j)
------+Artikel 6 Aanwijzing van zones en territoriale eenheden voor gemiddelde blootstelling
---+HOOFDSTUK II DE BEOORDELING VAN DE LUCHTKWALITEIT EN DEPOSITIES
------+Artikel 7 Beoordelingsregime
---------+Artikel 7 1
---------+Artikel 7 2
---------+Artikel 7 3
------+Artikel 8 Beoordelingscriteria
---------+Artikel 8 1
---------+Artikel 8 2
---------+Artikel 8 3
---------+Artikel 8 4
---------+Artikel 8 5
---------+Artikel 8 6
---------+Artikel 8 7
---------+Artikel 8 8
------+Artikel 9 Bemonsteringspunten
---------+Artikel 9 1
---------+Artikel 9 2
---------+Artikel 9 3
---------+Artikel 9 4
---------+Artikel 9 5
---------+Artikel 9 6
---------+Artikel 9 7
---------+Artikel 9 8
---------+Artikel 9 9
------+Artikel 10 Monitoringsupersites
---------+Artikel 10 1
---------+Artikel 10 2
---------+Artikel 10 3
---------+Artikel 10 4
---------+Artikel 10 5
---------+Artikel 10 6
---------+Artikel 10 7
------+Artikel 11 Referentiemeetmethoden, modelleringstoepassingen en gegevenskwaliteitsdoelstellingen
---------+Artikel 11 1
---------+Artikel 11 2
---------+Artikel 11 3
---+HOOFDSTUK III BEHEER VAN DE LUCHTKWALITEIT
------+Artikel 12 Vereisten ingeval de niveaus lager zijn dan de grenswaarden, de streefwaarden en de concentratiedoelstellingen voor gemiddelde blootstelling
---------+Artikel 12 1
---------+Artikel 12 2
---------+Artikel 12 3
---------+Artikel 12 4
------+Artikel 13 Grenswaarden, streefwaarden en verplichtingen om de gemiddelde blootstelling te verminderen
---------+Artikel 13 1
---------+Artikel 13 2
---------+Artikel 13 3
---------+Artikel 13 4
---------+Artikel 13 5
---------+Artikel 13 6
---------+Artikel 13 7
------+Artikel 14 Kritieke niveaus voor de bescherming van vegetatie en natuurlijke ecosystemen
------+Artikel 15 Overschrijding van een alarm- of informatiedrempel
---------+Artikel 15 1
---------+Artikel 15 2
---------+Artikel 15 3
---------+Artikel 15 4
---------+Artikel 15 5
------+Artikel 16 Bijdragen van natuurlijke bronnen
---------+Artikel 16 1
---------+Artikel 16 2
---------+Artikel 16 3
---------+Artikel 16 4
------+Artikel 17 Overschrijdingen door het strooien van zand en zout op wegen in de winter
---------+Artikel 17 1
---------+Artikel 17 2
---------+Artikel 17 3
---------+Artikel 17 4
------+Artikel 18 Uitstel van de tijdstippen waarop aan de grenswaarden moet worden voldaan en vrijstelling van de verplichting bepaalde grenswaarden toe te passen
---------+Artikel 18 1
---------+Artikel 18 2
---------+Artikel 18 3
---------+Artikel 18 4
---------+Artikel 18 5
---+HOOFDSTUK IV PLANNEN
------+Artikel 19 Luchtkwaliteitsplannen en routekaarten inzake luchtkwaliteit
---------+Artikel 19 1
---------+Artikel 19 2
---------+Artikel 19 3
---------+Artikel 19 4
---------+Artikel 19 5
---------+Artikel 19 6
---------+Artikel 19 7
---------+Artikel 19 8
------+Artikel 20 Kortetermijnactieplannen
---------+Artikel 20 1
---------+Artikel 20 2
---------+Artikel 20 3
---------+Artikel 20 4
---------+Artikel 20 5
---------+Artikel 20 6
------+Artikel 21 Grensoverschrijdende luchtverontreiniging
---------+Artikel 21 1
---------+Artikel 21 2
---------+Artikel 21 3
---------+Artikel 21 4
---------+Artikel 21 5
---------+Artikel 21 6
---------+Artikel 21 7
---+HOOFDSTUK V INFORMATIE EN VERSLAGLEGGING
------+Artikel 22 Mededeling van gegevens aan de bevolking
---------+Artikel 22 1
---------+Artikel 22 2
---------+Artikel 22 3
---------+Artikel 22 4
---------+Artikel 22 5
------+Artikel 23 Indiening van informatie en verslagen
---------+Artikel 23 1
---------+Artikel 23 2
---------+Artikel 23 3
---------+Artikel 23 4
---------+Artikel 23 5
---+HOOFDSTUK VI GEDELEGEERDE HANDELINGEN EN UITVOERINGSHANDELINGEN
------+Artikel 24 Wijziging van de bijlagen
---------+Artikel 24 2
---------+Artikel 24 a)
---------+Artikel 24 b)
------+Artikel 25 Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
---------+Artikel 25 1
---------+Artikel 25 2
---------+Artikel 25 3
---------+Artikel 25 4
---------+Artikel 25 5
------+Artikel 26 Comitéprocedure
---------+Artikel 26 1
---------+Artikel 26 2
---+HOOFDSTUK VII TOEGANG TOT DE RECHTER, SCHADEVERGOEDING EN SANCTIES
------+Artikel 27 Toegang tot de rechter
---------+Artikel 27 1
---------+Artikel 27 2
---------+Artikel 27 3
---------+Artikel 27 4
---------+Artikel 27 5
------+Artikel 28 Vergoeding van schade aan de gezondheid van de mens
---------+Artikel 28 1
---------+Artikel 28 2
---------+Artikel 28 3
------+Artikel 29 Sancties
---------+Artikel 29 1
---------+Artikel 29 2
---+HOOFDSTUK VIII OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
------+Artikel 30 Omzetting
---------+Artikel 30 1
---------+Artikel 30 2
------+Artikel 31 Intrekking
---------+Artikel 31 1
---------+Artikel 31 2
------+Artikel 32 Inwerkingtreding en toepassing
------+Artikel 33 Adressaten
---+BIJLAGE I Luchtkwaliteitsnormen
------+1. voor PM 2,5 : a) wanneer de GBI tien jaar eerder < 10,0 μg/m 3 was: 10 % lager ligt dan de GBI …
------+2. voor NO 2 : a) wanneer de GBI tien jaar eerder < 20,0 μg/m 3 was: 15 % lager ligt dan de GBI …
---+BIJLAGE II Beoordelingsdrempels
---+BIJLAGE III Minimumaantal bemonsteringspunten voor vaste metingen
------+1. Diffuse bronnen
------+2. Puntbronnen
------+1. Kritieke niveaus voor de bescherming van vegetatie en natuurlijke ecosystemen
------+2. Langetermijndoelstelling voor de bescherming van de gezondheid van de mens en de vegetatie voor …
---+BIJLAGE IV Beoordeling van de luchtkwaliteit en locatie van de bemonsteringspunten
------+1. De luchtkwaliteit wordt beoordeeld op alle locaties behalve op die welke in punt 2 worden …
------+2. Op de volgende locaties vindt geen beoordeling plaats van de naleving van de grenswaarden en de …
------+1. Informatie
------+2. Bescherming van de gezondheid van de mens
------+3. Bescherming van de vegetatie en de natuurlijke ecosystemen
------+4. Aanvullende criteria voor bemonsteringspunten voor ozon
------+5. Criteria voor het bepalen van het gebied van ruimtelijke representativiteit van de …
------+1. De bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de beoordeling van de luchtkwaliteit …
------+2. De documentatie omvat de ruimtelijke coördinaten van de bemonsteringspunten, gedetailleerde …
------+3. De documentatie bevat bewijsmateriaal met betrekking tot de redenen voor het ontwerp van het …
------+4. Indien in een zone indicatieve metingen, modelleringstoepassingen, objectieve ramingen of een …
------+5. Indien indicatieve metingen, modelleringstoepassingen of objectieve ramingen worden toegepast …
------+6. Voor het meten van ozon moeten de lidstaten de meetgegevens naar behoren screenen en …
------+7. Indien van toepassing omvat de documentatie de lijst van ozonprecursoren, de reden om die …
------+8. Indien van toepassing omvat de documentatie ook informatie over de meetmethoden die voor het …
------+9. Ten minste om de vijf jaar worden de selectiecriteria, het ontwerp van het netwerk en de …
------+10. De documentatie wordt na elke evaluatie en naar aanleiding van andere relevante wijzigingen van …
---+BIJLAGE V Gegevenskwaliteitsdoelstellingen
------+1. Om de nauwkeurigheid van de metingen en de naleving van de in punt A van deze bijlage …
------+2. Alle uit hoofde van artikel 23 gerapporteerde gegevens worden geacht geldig te zijn, behalve …
---+BIJLAGE VI Referentiemethoden voor de beoordeling van concentraties in de lucht en deposities
------+1. Referentiemethode voor het meten van zwaveldioxide in de lucht De referentiemethode voor het …
------+2. Referentiemethode voor het meten van stikstofdioxide en stikstofoxiden in de lucht De …
------+3. Referentiemethode voor het bemonsteren en meten van PM 10 in de lucht De referentiemethode voor …
------+4. Referentiemethode voor het bemonsteren en meten van PM 2,5 in de lucht De referentiemethode voor …
------+5. Referentiemethode voor de bemonstering en analyse van arseen, cadmium, lood en nikkel in de …
------+6. Referentiemethode voor het bemonsteren en meten van benzeen in de lucht De referentiemethode …
------+7. Referentiemethode voor het meten van koolmonoxide in de lucht De referentiemethode voor het …
------+8. Referentiemethode voor het bemonsteren en meten van polycyclische aromatische koolwaterstoffen …
------+9. Referentiemethode voor het bemonsteren en meten van totaal gasvormig kwik in de lucht De …
------+10. Referentiemethode voor het bemonsteren en analyseren van de depositie van arseen, cadmium …
------+11. Referentiemethode voor het meten van ozon in de lucht De referentiemethode voor het meten van …
------+12. Referentiemethode voor het bemonsteren en meten van elementaire koolstof en organische koolstof …
------+13. Referentiemethode voor het bemonsteren en het meten van NO 3 - , SO 4 2- , Cl - , NH 4 + , Na + …
------+14. Methoden voor de bemonstering en meting van vluchtige organische stoffen in de vorm van …
------+1. De lidstaten mogen zich bedienen van elke andere methode waarvan zij kunnen aantonen dat zij …
------+2. De Commissie kan van de lidstaten vereisen dat zij een verslag opstellen en indienen dat de …
------+3. Bij het beoordelen van de aanvaardbaarheid van het in punt 2 bedoelde verslag verwijst de …
------+4. De lidstaten zorgen ervoor dat indien passend een correctie wordt toegepast, ook met …
---+BIJLAGE VII Metingen op monitoringsupersites van de massaconcentratie, chemische samenstelling van PM 2,5 , ozonprecursoren en ultrafijne deeltjes
---+BIJLAGE VIII Gegevens die moeten worden opgenomen in de luchtkwaliteitsplannen en de routekaarten inzake luchtkwaliteit ter verbetering van de luchtkwaliteit
------+1. Plaats van de bovenmatige verontreiniging
------+2. Algemene gegevens
------+3. Verantwoordelijke autoriteiten
---+BIJLAGE IX Noodmaatregelen waarvan opname in de uit hoofde van artikel 20 vereiste kortetermijnactieplannen moet worden overwogen
---+BIJLAGE X Mededeling van gegevens aan de bevolking
---+BIJLAGE XI
---+BIJLAGE XII Concordantietabel
English - European Union - Environment -

RICHTLIJN (EU) 2024/2881 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 23 oktober 2024 betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa (herschikking)

RICHTLIJN (EU) 2024/2881 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 23 oktober 2024

betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa

(herschikking)

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
Preamble: 1

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 192, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Gezien het advies van het Comité van de Regio’s (2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (3),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Richtlijnen 2004/107/EG (4) en 2008/50/EG (5) van het Europees Parlement en de Raad zijn ingrijpend gewijzigd. Aangezien nieuwe wijzigingen nodig zijn, dient ter wille van de duidelijkheid tot herschikking van die richtlijnen te worden overgegaan.

(2)

De Commissie heeft in haar mededeling van 11 december 2019, getiteld “De Europese Green Deal”, een ambitieuze routekaart beschreven om de Unie om te vormen tot een rechtvaardige en welvarende samenleving met een moderne, hulpbronnenefficiënte en concurrerende economie, met als doel het natuurlijk kapitaal van de Unie te beschermen, te behouden en te verbeteren, en de gezondheid en het welzijn van de burgers te beschermen tegen milieugerelateerde risico’s en effecten. Met name op het gebied van schone lucht heeft de Commissie zich ertoe verbonden om de luchtkwaliteit verder te verbeteren en de luchtkwaliteitsnormen van de Unie beter op de aanbevelingen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) af te stemmen. De Commissie heeft in de Europese Green Deal ook een aanscherping van de bepalingen inzake monitoring, modellering en planning op het gebied van luchtkwaliteit aangekondigd.

(3)

In haar mededeling van 12 mei 2021 getiteld “Route naar een gezonde planeet voor iedereen — EU-actieplan: Verontreiniging van lucht, water en bodem naar nul” heeft de Commissie een actieplan vastgesteld om de verontreiniging tot nul terug te brengen, waarin onder meer de verontreinigingsaspecten van de Europese Green Deal aan bod komen en dat ook de verbintenis bevat om de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging tegen 2030 met meer dan 55 % te verminderen en de ecosystemen in de Unie waar luchtverontreiniging de biodiversiteit bedreigt met 25 % te verminderen.

(4)

Het actieplan om de verontreiniging tot nul terug te brengen bevat ook een visie voor 2050, waarin de luchtverontreiniging wordt teruggebracht tot niveaus die niet langer als schadelijk voor de gezondheid en de natuurlijke ecosystemen worden beschouwd. Daartoe moet een gefaseerde aanpak worden gevolgd om de huidige en toekomstige luchtkwaliteitsnormen van de Unie vast te stellen, waarbij luchtkwaliteitsnormen voor 2030 en daarna worden vastgesteld en een perspectief wordt ontwikkeld om de luchtkwaliteitsnormen van de Unie uiterlijk in 2050 in overeenstemming met de meest actuele richtsnoeren inzake luchtkwaliteit van de WHO te brengen op basis van een mechanisme voor regelmatige evaluatie om rekening te houden met de meest recente wetenschappelijke inzichten. Gezien het verband tussen het terugdringen van verontreiniging en decarbonisatie, moet de langetermijndoelstelling om de verontreiniging tot nul terug te dringen worden nagestreefd in combinatie met een vermindering van de broeikasgasemissies zoals vastgesteld in Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad (6).

(5)

In september 2021 heeft de WHO haar richtsnoeren inzake luchtkwaliteit geactualiseerd, op basis van een systematische evaluatie van de wetenschappelijke inzichten met betrekking tot de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. In de geactualiseerde richtsnoeren inzake luchtkwaliteit van de WHO wordt nieuw bewijs aangevoerd met betrekking tot de effecten die zich voordoen bij lage niveaus van blootstelling aan luchtverontreiniging, en worden voor zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5) en voor stikstofdioxide lagere luchtkwaliteitrichtwaarden geformuleerd in vergelijking met eerdere richtsnoeren. In deze richtlijn wordt rekening gehouden met de meest recente wetenschappelijke inzichten, waaronder de meest actuele richtsnoeren inzake luchtkwaliteit van de WHO.

(6)

De afgelopen drie decennia heeft de wetgeving van de Unie en de lidstaten geleid tot een gestage vermindering van de uitstoot van schadelijke luchtverontreinigende stoffen en zodoende tot een verbetering van de luchtkwaliteit. Uit de beleidsopties die in het kader van de effectbeoordeling bij deze richtlijn zijn onderzocht, blijkt dat de verdere vermindering van de luchtverontreiniging aanvullende sociaal-economische nettovoordelen oplevert, waarbij de verwachte in geld uitgedrukte gezondheids- en milieuvoordelen duidelijk opwegen tegen de geraamde uitvoeringskosten.

(7)

Bij het nemen van de relevante maatregelen op het niveau van de Unie en op nationaal niveau ter verwezenlijking van de doelstelling om de luchtverontreiniging tot nul terug te brengen, moeten de lidstaten, het Europees Parlement, de Raad en de Commissie zich laten leiden door het voorzorgsbeginsel, en door het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden, en het beginsel dat de vervuiler betaalt, zoals vastgelegd in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), alsook door het niet-schadenbeginsel van de Europese Green Deal, en daarbij ook het mensenrecht op een schoon, gezond en duurzaam milieu in navolging van de op 28 juli 2022 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (VN) aangenomen Resolutie 76/300 erkennen. Zij moeten onder meer rekening houden met: de bijdrage van een betere luchtkwaliteit aan de gezondheid van de mens, de kwaliteit van het milieu en de veerkracht van ecosystemen, het welzijn van de burgers, gelijkheid en de bescherming van gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen, de kosten voor de gezondheidszorg, de welvaart van de samenleving, de werkgelegenheid en het concurrentievermogen van de economie; de energietransitie, een grotere energiezekerheid en het aanpakken van energiearmoede; voedselzekerheid en de betaalbaarheid van levensmiddelen; de ontwikkeling van duurzame en slimme mobiliteits- en vervoersoplossingen en de daarmee samenhangende infrastructuur; het effect van gedragsveranderingen; de gevolgen van begrotingsmaatregelen; een rechtvaardige verdeling en solidariteit tussen de lidstaten, in het licht van hun economische draagkracht, nationale omstandigheden, zoals de specifieke kenmerken van eilanden, en de noodzaak om in de loop der tijd te convergeren; de noodzaak om de transitie billijk en sociaal rechtvaardig te maken door middel van passende onderwijs- en opleidingsprogramma’s, ook voor gezondheidswerkers; de beste beschikbare en meest actuele wetenschappelijke inzichten, met name de bevindingen van de WHO; de noodzaak om bij het nemen van beslissingen over investeringen en planning rekening te houden met de risico’s in verband met luchtverontreiniging; de kosteneffectiviteit, de beste beschikbare technologische oplossingen en technologische neutraliteit bij het terugdringen van emissies van luchtverontreinigende stoffen, en de evolutie op het gebied van milieu-integriteit en het ambitieniveau.

(8)

Deze richtlijn draagt bij aan de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN (Sustainable Development Goals —“SDG’s”), met name SDG’s 3, 7, 10, 11 en 13.

(9)

In het algemene milieuactieprogramma voor de Europese Unie voor de periode tot en met 2030, dat bij Besluit (EU) 2022/591 van het Europees Parlement en de Raad (7) (achtste algemene milieuactieprogramma) is vastgesteld, wordt onder meer de doelstelling vastgesteld om een gifvrij milieu tot stand te brengen en de gezondheid en het welzijn van mensen, dieren en ecosystemen te beschermen tegen milieugerelateerde risico’s en negatieve effecten, en wordt daartoe onder meer bepaald dat de monitoringmethoden, de internationale samenwerking, het informeren van het publiek en de toegang tot de rechter verder moeten worden verbeterd. Dat vormt de leidraad voor de doelstellingen van deze richtlijn.

(10)

De Commissie moet de wetenschappelijke inzichten met betrekking tot verontreinigende stoffen, de gevolgen daarvan voor de gezondheid van de mens en het milieu, en onder meer de directe en indirecte gezondheidszorgkosten van luchtverontreiniging, de sociaal-economische gevolgen, de milieukosten en de gedragsmatige, begrotings- en de technologische ontwikkelingen regelmatig evalueren. Op basis van die evaluatie moet de Commissie beoordelen of de toepasselijke luchtkwaliteitsnormen nog steeds geschikt zijn om de doelstellingen van deze richtlijn te verwezenlijken. De Commissie moet de eerste evaluatie uiterlijk op 31 december 2030 uitvoeren. In haar evaluatie moet de Commissie de opties en tijdschema’s voor de afstemming van de luchtkwaliteitsnormen op de meest recente WHO-richtsnoeren inzake luchtkwaliteit beoordelen en nagaan of de luchtkwaliteitsnormen op basis van de meest recente wetenschappelijke informatie moeten worden geactualiseerd, of aanvullende luchtverontreinigende stoffen in aanmerking moeten worden genomen en of de bepalingen inzake het uitstel van de tijdstippen waarop aan de grenswaarden moet worden voldaan en inzake grensoverschrijdende luchtverontreiniging moeten worden gewijzigd. Naar aanleiding van haar evaluatie moet de Commissie, indien zij dat noodzakelijk acht, een voorstel indienen om de luchtkwaliteitsnormen te herzien of om er andere luchtverontreinigende stoffen in op te nemen. Indien de Commissie dat noodzakelijk acht, moet zij ook voorstellen indienen om relevante wetgeving in verband met de bron van de luchtverontreiniging in te voeren of te herzien om zo bij te dragen tot de verwezenlijking van de voorgestelde herziene luchtkwaliteitsnormen op het niveau van de Unie, en verdere acties voorstellen die op het niveau van de Unie moeten worden ondernomen.

(11)

Bij de beoordeling van de luchtkwaliteit dient een gemeenschappelijke aanpak te worden gevolgd waarbij gemeenschappelijke beoordelingscriteria worden toegepast. Bij de beoordeling van de luchtkwaliteit dient rekening te worden gehouden met de omvang van de aan luchtverontreiniging blootgestelde bevolkingsgroepen en ecosystemen. Het is daarom passend het grondgebied van elke lidstaat in te delen in zones op basis van de bevolkingsdichtheid en de territoriale eenheden voor gemiddelde blootstelling.

(12)

Vaste metingen dienen verplicht te zijn in zones waar de beoordelingsdrempels worden overschreden. Modelleringstoepassingen en indicatieve metingen, als aanvulling op gegevens van vaste metingen, maken het mogelijk om puntgegevens te interpreteren in termen van geografische spreiding van concentraties. Door het gebruik van die aanvullende beoordelingstechnieken, zou het ook mogelijk moeten zijn het vereiste minimumaantal bemonsteringspunten te verminderen voor vaste metingen in zones waar grenswaarden of streefwaarden worden gehaald, maar waar de beoordelingsdrempel wordt overschreden. In zones waar grenswaarden of streefwaarden worden overschreden, moeten vanaf twee jaar na de vaststelling van uitvoeringshandelingen inzake modelleringstoepassingen en de bepaling van de ruimtelijke representativiteit van bemonsteringspunten, naast verplichte vaste metingen ook modelleringstoepassingen of indicatieve metingen worden gebruikt om de luchtkwaliteit te beoordelen. Er moet ook aanvullende monitoring van achtergrondconcentraties en de depositie van verontreinigende stoffen in de lucht worden verricht om een beter inzicht in de verontreinigingsniveaus en dispersie mogelijk te maken.

(13)

Indien van toepassing moet worden gebruikgemaakt van modelleringstoepassingen, zodat de puntgegevens kunnen worden geïnterpreteerd in termen van de geografische spreiding van de concentratie van verontreinigende stoffen, hetgeen kan helpen inbreuken op de luchtkwaliteitsnormen op te sporen en input te leveren voor het opstellen van luchtkwaliteitsplannen en routekaarten inzake luchtkwaliteit en het bepalen van de locatie van bemonsteringspunten. Naast de in deze richtlijn vastgestelde eisen voor de monitoring van de luchtkwaliteit, worden de lidstaten aangemoedigd om voor monitoringdoeleinden gebruik te maken van de informatieproducten en aanvullende instrumenten, zoals bijvoorbeeld regelmatige evaluatie- en kwaliteitsbeoordelingsverslagen of online beleidstoepassingen, die worden verstrekt door de aardobservatiecomponent van het ruimtevaartprogramma van de Unie, met name de atmosfeermonitoringdienst van Copernicus.

(14)

Het is belangrijk dat verontreinigende stoffen waarover de bezorgdheid toeneemt, zoals ultrafijne deeltjes, zwarte koolstof en elementair koolstof, alsook ammoniak en het oxidatief potentieel van zwevende deeltjes, worden gemeten op monitoringsupersites, op zowel ruraleachtergrondlocaties als stedelijkeachtergrondlocaties, om het wetenschappelijke inzicht in de gevolgen ervan voor de gezondheid van de mens en het milieu te ondersteunen, zoals aanbevolen door de WHO. Voor lidstaten met een oppervlakte van minder dan 10 000 km2 zou het meten op monitoringsupersites op stedelijkeachtergrondlocaties volstaan.

(15)

Gedetailleerde metingen van fijne zwevende deeltjes (PM2,5) dienen te worden uitgevoerd met het oog op een beter begrip van de gevolgen van die verontreinigende stof en ter ontwikkeling van een passend beleid. Die metingen dienen te worden uitgevoerd op een wijze die consistent is met die van het Samenwerkingsprogramma voor de bewaking en evaluatie van het transport van luchtverontreinigende stoffen over lange afstand in Europa (EMEP), tot stand gekomen in het kader van het Verdrag betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand van 1979 van de Economische Commissie van de Verenigde Naties voor Europa (VN/ECE), dat de Raad heeft goedgekeurd bij Besluit 81/462/EEG (8), en de protocollen daarbij, waaronder het Protocol inzake vermindering van verzuring, eutrofiëring en ozon op leefniveau van 1999, dat in 2012 is herzien.

(16)

Ter verzekering dat de verzamelde gegevens over luchtverontreiniging voldoende representatief en over de hele Unie vergelijkbaar zijn, is het van belang dat bij de beoordeling van de luchtkwaliteit gestandaardiseerde meettechnieken en gemeenschappelijke criteria met betrekking tot het aantal bemonsteringspunten en de plaats van de meetstations worden toegepast. Voor de beoordeling van de luchtkwaliteit kunnen andere technieken dan meting worden toegepast, en het is daarom noodzakelijk dat criteria voor de toepassing en de vereiste nauwkeurigheid van die technieken worden vastgesteld.

(17)

Het verstrekken van referentiemethodes voor metingen wordt als belangrijk erkend. Met het oog op een snelle ontwikkeling en aanneming daarvan heeft de Commissie al opdracht gegeven voor werkzaamheden ter voorbereiding van EN-standaarden voor de meting van polycyclische aromatische koolwaterstoffen en voor de evaluatie van de prestaties van sensorsystemen voor de bepaling van de concentraties van gasvormige verontreinigende stoffen en zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5) in de lucht. Zolang er geen door de EN gestandaardiseerde methode is, moet het gebruik van internationale of nationale standaardreferentiemethoden voor metingen of technische specificaties van het Europees Comité voor Normalisatie (CEN) worden toegestaan.

(18)

Ter bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu als geheel, is het van bijzonder belang dat de uitstoot van verontreinigende stoffen bij de bron wordt bestreden en dat op lokaal, nationaal en Unieniveau wordt bepaald wat de beste uitstootverminderende maatregelen zijn, met name wat de uitstoot door landbouw, industrie, transport, verwarmings- en koelingssystemen en energieopwekking betreft, en dat die maatregelen worden uitgevoerd. Daarom dient de uitstoot van schadelijke luchtverontreinigende stoffen te worden vermeden, voorkomen of verminderd en dienen passende luchtkwaliteitsnormen te worden vastgesteld op basis van, onder meer, de meest actuele wetenschappelijke inzichten, waaronder de aanbevelingen van de WHO.

(19)

Wetenschappelijke inzichten tonen aan dat zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5), benzeen, koolmonoxide, arseen, cadmium, lood, nikkel, en bepaalde polycyclische aromatische koolwaterstoffen en ozon verantwoordelijk zijn voor een aantal ernstige negatieve effecten op de gezondheid van de mens en verband houden met diverse niet-overdraagbare ziekten, gezondheidsproblemen en verhoogde mortaliteit. De beïnvloeding van de gezondheid van de mens en het milieu vindt plaats via concentraties in de lucht en via depositie.

(20)

Hoewel luchtverontreiniging een universeel gezondheidsprobleem vormt, zijn de risico’s niet gelijk verdeeld over de bevolking en lopen gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen een groter risico op schade. Deze richtlijn erkent de toegenomen risico’s en specifieke behoeften van gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen ten aanzien van luchtverontreiniging en heeft als doel die groepen daarover te informeren en hen te beschermen.

(21)

Uit verslag nr. 22/2018 van het Europees Milieuagentschap getiteld “Unequal exposure and unequal impacts: social vulnerability to air pollution, noise and extreme temperatures in Europe” (Ongelijke blootstelling en ongelijke impact: sociale kwetsbaarheid voor luchtverontreiniging, lawaai en extreme temperaturen in Europa) blijkt dat de gezondheid van mensen met een lagere sociaal-economische status grotere gevolgen van luchtverontreiniging ondervindt dan de gezondheid van de algemene bevolking omdat zij er meer aan worden blootgesteld en kwetsbaarder zijn. In deze richtlijn wordt rekening gehouden met de maatschappelijke aspecten van luchtverontreiniging en de sociaal-economische gevolgen van de getroffen maatregelen.

(22)

De gevolgen van arseen, cadmium, lood, kwik, nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen voor de gezondheid van de mens, onder meer door opname via de voedselketen, en voor het milieu zijn ook waarneembaar door depositie. Er dient rekening te worden gehouden met de accumulatie van die stoffen in de bodem en met de bescherming van het grondwater.

(23)

De gemiddelde blootstelling van de bevolking aan de verontreinigende stoffen met de grootste gedocumenteerde gevolgen voor de gezondheid van de mens, namelijk fijne zwevende deeltjes (PM2,5) en stikstofdioxide, moet op basis van de meest recente aanbevelingen van de WHO worden verminderd. Daartoe moet, als een aanvullende luchtkwaliteitsnorm naast maar niet als vervanging van grenswaarden, een verplichting om de gemiddelde blootstelling te verminderen, worden ingevoerd.

(24)

Uit de geschiktheidscontrole van de richtlijnen inzake luchtkwaliteit, die de Richtlijnen 2004/107/EG en 2008/50/EG omvat, is gebleken dat grenswaarden doeltreffender zijn om de concentraties van verontreinigende stoffen te verlagen dan andere soorten luchtkwaliteitsnormen zoals streefwaarden. Om de schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de mens, met name de gezondheid van kwetsbare groepen en gevoelige bevolkingsgroepen, en voor het milieu zo beperkt mogelijk te houden, moeten grenswaarden worden bepaald voor de concentratie van zwaveldioxide, stikstofdioxide, zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5), benzeen, koolmonoxide, arseen, cadmium, lood, nikkel en polycyclische aromatische koolwaterstoffen in de lucht. Benzo(a)pyreen dient te worden gebruikt als marker voor het carcinogene risico van polycyclische aromatische koolwaterstoffen in de lucht.

(25)

Om de lidstaten in staat te stellen zich voor te bereiden op de bij deze richtlijn vastgestelde herziene luchtkwaliteitsnormen en om de juridische continuïteit te waarborgen, moeten de grenswaarden en streefwaarden gedurende een overgangsperiode gelijk zijn aan die welke in de ingetrokken richtlijnen zijn vastgesteld, totdat de nieuwe grenswaarden van toepassing zijn.

(26)

Ozon is een grensoverschrijdende verontreinigende stof, die in de atmosfeer wordt gevormd door de uitstoot van primaire verontreinigende stoffen. Sommige van die luchtverontreinigende stoffen worden behandeld in Richtlijn (EU) 2016/2284 van het Europees Parlement en de Raad (9). Ozon op leefniveau heeft niet alleen negatieve gevolgen voor de menselijke gezondheid, maar ook voor vegetatie en ecosystemen. De vooruitgang ten opzichte van de in deze richtlijn vastgestelde streefwaarden en langetermijndoelstellingen voor ozon dient te worden bepaald door de in Richtlijn (EU) 2016/2284 vastgestelde streefwaarden en emissiereductieverbintenissen en indien passend middels de uitvoering van kosteneffectieve maatregelen, routekaarten inzake luchtkwaliteit en luchtkwaliteitsplannen.

(27)

De streefwaarden voor ozon en langetermijndoelstellingen ter garantie van een doeltreffende bescherming tegen schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de mens, de vegetatie en de ecosystemen door blootstelling aan ozon moeten worden geactualiseerd in het licht van de meest recente wetenschappelijke inzichten, waaronder de aanbevelingen van de WHO.

(28)

Een alarmdrempel en een informatiedrempel voor zwaveldioxide, stikstofdioxide, zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5) en ozon dienen te worden vastgesteld ter bescherming van de algemene bevolking, en met name gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen, tegen kortstondige blootstelling aan hoge concentraties van verontreinigende stoffen. Het bereiken van die drempelwaarden moet het signaal vormen voor de verspreiding van informatie aan de bevolking over de met blootstelling verband houdende gezondheidsrisico’s en de tenuitvoerlegging, indien van toepassing, van kortetermijnmaatregelen om de verontreinigingsniveaus te verminderen waar de alarmdrempel is overschreden.

(29)

Overeenkomstig artikel 193 VWEU kunnen de lidstaten verdergaande beschermingsmaatregelen handhaven of treffen, mits die verenigbaar zijn met de Verdragen en aan de Commissie kenbaar worden gemaakt. Die kennisgeving kan vergezeld gaan van een toelichting over de wijze waarop die luchtkwaliteitsnormen zijn vastgesteld en de gebruikte wetenschappelijke informatie.

(30)

Waar de toestand van de luchtkwaliteit reeds goed is, dient die zo gehouden te worden of te worden verbeterd. Wanneer de luchtkwaliteitsnormen van deze richtlijn niet gehaald dreigen te worden, of niet zijn gehaald, dienen de lidstaten passende maatregelen te nemen in overeenstemming met de in deze richtlijn vastgestelde relevante tijdschema’s, teneinde te voldoen aan de grenswaarden, verplichtingen om de gemiddelde blootstelling te verminderen en kritieke niveaus en, waar mogelijk, de streefwaarden en langetermijndoelstellingen voor ozon te halen.

(31)

Kwik is een voor de gezondheid van de mens en het milieu zeer gevaarlijke stof. Het is overal in het milieu aanwezig en in de vorm van methylkwik kan het zich in organismen opstapelen en zich in het bijzonder concentreren in organismen die zich hoger in de voedselketen bevinden. In de atmosfeer vrijgekomen kwik kan over lange afstanden worden getransporteerd.

(32)

Verordening (EU) 2017/852 van het Europees Parlement en de Raad (10) heeft tot doel de gezondheid van de mens en het milieu te beschermen tegen het vrijkomen van kwik op basis van een levenscyclus-benadering, met aandacht voor de productie, het gebruik, de afvalbehandeling en de uitstoot. De bepalingen inzake de monitoring van kwik in deze richtlijn vormen een aanvulling op en leveren input op voor die verordening.

(33)

De risico’s van luchtverontreiniging voor de vegetatie en de natuurlijke ecosystemen zijn het belangrijkst op plaatsen die buiten stedelijke gebieden zijn gelegen. De beoordeling van die risico’s en van de naleving van de kritieke niveaus ter bescherming van de vegetatie dient daarom geconcentreerd te worden op plaatsen die buiten bebouwde gebieden zijn gelegen. Die beoordeling moet rekening houden met en een aanvulling vormen op de vereisten op grond van Richtlijn (EU) 2016/2284 om de effecten van luchtverontreiniging op terrestrische en aquatische ecosystemen te monitoren en dergelijke effecten te rapporteren.

(34)

Bijdragen uit natuurlijke bronnen kunnen worden beoordeeld, maar kunnen niet worden beheerst. Indien natuurlijke bijdragen aan verontreinigende stoffen in de lucht met voldoende nauwkeurigheid kunnen worden bepaald, en indien overschrijdingen geheel of gedeeltelijk te wijten zijn aan die natuurlijke bijdragen, moeten ze, wanneer wordt beoordeeld of de grenswaarden voor de luchtkwaliteit en de verplichtingen om de gemiddelde blootstelling te verminderen, worden nageleefd, onder de in deze richtlijn beschreven voorwaarden, buiten beschouwing kunnen worden gelaten. Overschrijdingen van grenswaarden van zwevende deeltjes (PM10) die toe te schrijven zijn aan het strooien van zand of zout op de wegen in de winter moeten, wanneer wordt beoordeeld of de grenswaarden voor de luchtkwaliteit worden nageleefd, ook buiten beschouwing kunnen worden gelaten, op voorwaarde dat er redelijke maatregelen zijn getroffen om de concentraties te verlagen. Het in mindering brengen van die bijdragen weerhoudt de lidstaten er niet van acties te ondernemen om de gezondheidseffecten ervan te verminderen.

(35)

Het is van cruciaal belang om de luchtkwaliteit systematisch te monitoren op luchtverontreinigingshotspots, zoals op plekken waar het verontreinigingsniveau sterk wordt beïnvloed door de emissies van bronnen van zware verontreiniging die personen en bevolkingsgroepen kunnen blootstellen aan verhoogde risico’s op schadelijke gezondheidseffecten. Daartoe moeten de lidstaten bemonsteringspunten op de luchtverontreinigingshotspots installeren en passende maatregelen nemen om de gevolgen van luchtverontreiniging voor de menselijke gezondheid op die hotspots tot een minimum te beperken.

(36)

Voor zones met bijzonder moeilijke omstandigheden moet het bij wijze van uitzondering mogelijk zijn de nalevingstermijn voor de grenswaarden voor de luchtkwaliteit uit te stellen in gevallen waarin zich, niettegenstaande de tenuitvoerlegging van passende maatregelen ter vermindering van de verontreiniging, in specifieke zones acute nalevingsproblemen voordoen. Elk uitstel voor een bepaalde zone dient vergezeld te gaan van een door de Commissie te beoordelen uitvoerige routekaart inzake de luchtkwaliteit. In een dergelijk geval moet de routekaart inzake de luchtkwaliteit passende maatregelen bevatten om de periode van overschrijding zo kort mogelijk te houden. De lidstaten moeten ook aantonen dat de maatregelen in hun routekaarten inzake luchtkwaliteit zijn uitgevoerd om de naleving te garanderen.

(37)

Er dienen luchtkwaliteitsplannen te worden ontwikkeld en geactualiseerd voor zones of territoriale eenheden voor gemiddelde blootstelling waar de concentraties van verontreinigde stoffen in de lucht de geldende grenswaarden voor de luchtkwaliteit, streefwaarden of verplichtingen om de gemiddelde blootstelling te verminderen, overschrijden. Er moeten ook luchtkwaliteitsplannen worden ontwikkeld en geactualiseerd voor overschrijdingen van de streefwaarden voor ozon, tenzij er onder de gegeven omstandigheden geen significant potentieel is om de ozonconcentraties te verminderen en de maatregelen om de overschrijdingen aan te pakken onevenredige kosten met zich mee zouden brengen.

(38)

Luchtverontreinigende stoffen komen uit allerlei bronnen en activiteiten. Ter garantie van een goede samenhang tussen de diverse beleidslijnen dienen luchtkwaliteitsplannen of routekaarten inzake luchtkwaliteit, waar mogelijk, samenhangend te zijn met de plannen en programma’s die zijn voorbereid op grond van de Richtlijnen 2002/49/EG (11) en 2010/75/EU (12) van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn (EU) 2016/2284.

(39)

Zoals vastgesteld in de jurisprudentie van het Hof van Justitie (13) betekent het feit dat er een luchtkwaliteitsplan is opgesteld, op zich niet dat een lidstaat daarmee heeft voldaan aan zijn verplichting om te waarborgen dat de niveaus van luchtverontreinigende stoffen de bij deze richtlijn vastgestelde luchtkwaliteitsnormen niet overschrijden.

(40)

Wanneer het risico bestaat dat lidstaten de grenswaarden of, indien van toepassing, de streefwaarden in 2030 niet zullen hebben bereikt, moeten er vóór 2030 routekaarten inzake luchtkwaliteit worden opgesteld om ervoor te zorgen dat de niveaus van verontreinigende stoffen dienovereenkomstig worden verlaagd. De routekaart inzake luchtkwaliteit moet beleidslijnen en maatregelen bevatten om uiterlijk op het tijdstip waarop aan de grenswaarden moet worden voldaan, aan die grenswaarden en, indien passend, streefwaarden te voldoen. Omwille van de juridische duidelijkheid en niettegenstaande de gehanteerde specifieke terminologie is een routekaart inzake luchtkwaliteit een luchtkwaliteitsplan als bedoeld in deze richtlijn.

(41)

Er moeten kortetermijnactieplannen worden vastgesteld die de maatregelen aangeven die op korte termijn dienen te worden genomen wanneer er gevaar bestaat voor overschrijding van één of meer alarmdrempels, teneinde dat gevaar te verkleinen en de duur van een dergelijk voorval te beperken. De lidstaten moeten in bepaalde omstandigheden kunnen afzien van het vaststellen van dergelijke actieplannen voor de korte termijn voor ozon indien er geen significant potentieel is om het risico, de duur of de ernst van een dergelijke overschrijding te verminderen.

(42)

Luchtverontreiniging kent geen grenzen en treft de hele Unie. In de meeste lidstaten wordt een significant deel van de verontreiniging buiten het eigen grondgebied veroorzaakt. De lidstaten dienen indien passend samen te werken wanneer het niveau van een verontreinigende stof ten gevolge van significante verontreiniging die in een andere lidstaat haar oorsprong vindt, een grenswaarde, streefwaarde, een verplichting om de gemiddelde blootstelling te verminderen of alarmdrempel overschrijdt of waarschijnlijk zal overschrijden. De grensoverschrijdende aard van specifieke verontreinigende stoffen, zoals ozon en zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5), vereist van de betrokken lidstaten dat zij samenwerken om de bronnen van luchtverontreiniging en de maatregelen die moeten worden genomen om die bronnen aan te pakken, vast te stellen en gecoördineerde activiteiten op te zetten, zoals de coördinatie van luchtkwaliteitsplannen en kortetermijnactieplannen, waarin elke lidstaat verontreinigingsbronnen op zijn grondgebied moet aanpakken, teneinde dergelijke overschrijdingen weg te nemen, alsook de bevolking in te lichten. De betrokken lidstaten dienen zo nodig te streven naar samenwerking met derde landen, met een bijzondere klemtoon op vroegtijdige participatie van kandidaat-lidstaten. De Commissie moet tijdig op de hoogte worden gebracht van en worden uitgenodigd om bij een dergelijke samenwerking aanwezig te zijn en bijstand te verlenen, en zij moet in staat zijn om indien passend technische bijstand te verlenen aan de lidstaten wanneer daarom wordt verzocht.

(43)

Het is noodzakelijk dat de lidstaten en de Commissie gegevens over de luchtkwaliteit verzamelen, uitwisselen en verspreiden om een beter inzicht te verkrijgen in de gevolgen van de luchtverontreiniging en om een passend beleid te ontwikkelen. Ook dient het publiek, waar mogelijk, gemakkelijk te kunnen beschikken over bijgewerkte, coherente en begrijpelijke gegevens over de concentraties van alle gereguleerde verontreinigende stoffen in de lucht, informatie over de gevolgen voor de gezondheid, luchtkwaliteitsplannen, routekaarten inzake luchtkwaliteit en kortetermijnactieplannen.

(44)

Om ervoor te zorgen dat een zo groot mogelijk publiek toegang krijgt tot informatie over luchtkwaliteit, moet die informatie openbaar worden gemaakt met behulp van digitale en, indien relevant, niet-digitale communicatiekanalen.

(45)

Als basis voor een regelmatige verslaglegging moeten bij de Commissie gegevens over de concentraties en depositie van de gereguleerde verontreinigende stoffen worden ingediend. Om de verwerking en vergelijking van gegevens over de luchtkwaliteit te vergemakkelijken, dienen de gegevens in gestandaardiseerde vorm aan de Commissie te worden verstrekt.

(46)

Het is noodzakelijk de procedures voor de gegevensverstrekking over, de beoordeling van en de verslaglegging over de luchtkwaliteit aan te passen, zodat elektronische hulpmiddelen en het internet als de belangrijkste instrumenten voor de terbeschikkingstelling van gegevens kunnen worden gebruikt en die procedures in overeenstemming zullen zijn met Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad (14).

(47)

Het is passend in de mogelijkheid te voorzien de criteria en technieken voor de beoordeling van de luchtkwaliteit aan te passen aan de wetenschappelijke en technologische vooruitgang, en ook de te verstrekken informatie daaraan aan te passen.

(48)

Zoals vastgesteld door de jurisprudentie van het Hof van Justitie (15), mogen de lidstaten de procesbevoegdheid (locus standi) tegen een beslissing van een overheidsinstantie niet beperken tot de leden van het betrokken publiek die aan de voorafgaande administratieve procedure tot vaststelling van die beslissing hebben deelgenomen. Voorts moet elke beroepsprocedure eerlijk, billijk, tijdig en niet buitensporig kostbaar zijn, en voorzien in adequate verhaalmechanismen, met inbegrip van een rechterlijk bevel waar zulks passend is. Bovendien moet aan het betrokken publiek, overeenkomstig de jurisprudentie van het Hof van Justitie (16), ten minste toegang tot de rechter worden verleend.

(49)

Deze richtlijn eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het “handvest”) zijn erkend. Wanneer schade aan de gezondheid van de mens is ontstaan als gevolg van een schending van de nationale regels waarmee artikel 19, leden 1 tot en met 5, en artikel 20, leden 1 en 2, van deze richtlijn zijn omgezet, en die schending opzettelijk of uit onachtzaamheid is gepleegd, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de personen die door dergelijke schendingen zijn getroffen, het recht hebben om van de betrokken bevoegde autoriteit een vergoeding voor die schade te vorderen en te verkrijgen. De in deze richtlijn vastgestelde regels inzake schadevergoedingen, toegang tot de rechter en sancties hebben tot doel de schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging voor de gezondheid van de mens en het milieu te vermijden, te voorkomen en te verminderen, overeenkomstig artikel 191, lid 1, VWEU. Die regels beogen in het beleid van de Unie een hoog niveau van milieubescherming en de verbetering van de kwaliteit van het milieu te integreren in overeenstemming met het beginsel van duurzame ontwikkeling zoals vastgesteld in artikel 37 van het handvest, en brengen de in de artikelen 2, 3 en 35 van het handvest vastgestelde verplichting tot bescherming van het recht op leven en de menselijke integriteit en het recht op gezondheidszorg concreet tot uitdrukking. Deze richtlijn draagt ook bij tot het recht op een doeltreffende voorziening in rechte, zoals neergelegd in artikel 47 van het handvest, in verband met de bescherming van de gezondheid van de mens. De in deze richtlijn vastgestelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikwekkend zijn.

(50)

Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze richtlijn moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot nadere technische details voor modelleringstoepassingen; het bepalen van de ruimtelijke representativiteit van de bemonsteringspunten; het aantonen en in mindering brengen van overschrijdingen die aan natuurlijke bronnen zijn toe te schrijven; de bepaling van de bijdrage van de opwerveling van deeltjes na het strooien van zand of zout in de winter; de vereisten inzake prognoses die worden gedaan met het oog op het uitstel van de tijdstippen waarop aan de grenswaarden moet worden voldaan en inzake de informatie die in de uitvoeringsverslagen moet worden opgenomen; en de vereisten inzake de toezending van informatie en de rapportage over de luchtkwaliteit met betrekking tot i) de vaststelling van regels met betrekking tot de informatie over de luchtkwaliteit die de lidstaten aan de Commissie ter beschikking moeten stellen, alsook de termijnen waarbinnen die informatie moet worden meegedeeld, en ii) het stroomlijnen van de wijze waarop gegevens worden gerapporteerd en de wederzijdse uitwisseling van informatie en gegevens afkomstig van netwerken en individuele bemonsteringspunten waar de luchtverontreiniging in de lidstaten wordt gemeten. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (17).

(51)

Teneinde ervoor te zorgen dat deze richtlijn blijft voldoen aan haar doelstellingen, met name om schadelijke effecten van de luchtkwaliteit op de gezondheid van de mens en het milieu te voorkomen, te vermijden en te verminderen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen ten aanzien van de wijziging van de bijlagen III tot en VII, IX en X bij deze richtlijn om rekening te houden met technische en wetenschappelijke ontwikkelingen met betrekking tot de beoordeling van de luchtkwaliteit, maatregelen waarvan opname in de kortetermijnactieplannen moet worden overwogen en voorlichting van het publiek. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven (18). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(52)

De verplichting tot omzetting van deze richtlijn in intern recht dient te worden beperkt tot de bepalingen die ten opzichte van de vorige richtlijnen materieel zijn gewijzigd. De verplichting tot omzetting van de ongewijzigde bepalingen vloeit voort uit de vorige richtlijnen.

(53)

Deze richtlijn dient de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in deel B van bijlage XI bij deze richtlijn genoemde termijnen voor omzetting in intern recht van de aldaar genoemde richtlijnen onverlet te laten.

(54)

Daar de doelstelling van deze richtlijn, namelijk bepalingen over luchtkwaliteit vaststellen waarmee de luchtverontreiniging tot nul moet worden teruggebracht, zodat de luchtkwaliteit binnen de Unie geleidelijk wordt verbeterd tot niveaus die niet langer als schadelijk voor de menselijke gezondheid, de natuurlijke ecosystemen of de biodiversiteit worden beschouwd, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt vanwege de grensoverschrijdende aard van luchtverontreinigende stoffen, maar vanwege de omvang en de gevolgen ervan beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Gedaan te Straatsburg, 23 oktober 2024.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

R. METSOLA

Voor de Raad

De voorzitter

ZSIGMOND B. P.

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK II DE BEOORDELING VAN DE LUCHTKWALITEIT EN DEPOSITIES HOOFDSTUK II DE BEOORDELING VAN DE LUCHTKWALITEIT EN DEPOSITIES
HOOFDSTUK III BEHEER VAN DE LUCHTKWALITEIT HOOFDSTUK III BEHEER VAN DE LUCHTKWALITEIT
HOOFDSTUK IV PLANNEN HOOFDSTUK IV PLANNEN
HOOFDSTUK V INFORMATIE EN VERSLAGLEGGING HOOFDSTUK V INFORMATIE EN VERSLAGLEGGING
HOOFDSTUK VI GEDELEGEERDE HANDELINGEN EN UITVOERINGSHANDELINGEN HOOFDSTUK VI GEDELEGEERDE HANDELINGEN EN UITVOERINGSHANDELINGEN
HOOFDSTUK VII TOEGANG TOT DE RECHTER, SCHADEVERGOEDING EN SANCTIES HOOFDSTUK VII TOEGANG TOT DE RECHTER, SCHADEVERGOEDING EN SANCTIES
HOOFDSTUK VIII OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN HOOFDSTUK VIII OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
BIJLAGE I Luchtkwaliteitsnormen

BIJLAGE I

Luchtkwaliteitsnormen

BIJLAGE II Beoordelingsdrempels

BIJLAGE II

Beoordelingsdrempels

Afdeling 1 — Beoordelingsdrempels voor de bescherming van de gezondheid

Verontreinigende stof

Beoordelingsdrempel (jaargemiddelde, tenzij gespecificeerd)

PM2,5

5 μg/m3

PM10

15 μg/m3

Stikstofdioxide (NO2)

10 μg/m3

Zwaveldioxide (SO2)

40 μg/m3 (24-uurgemiddelde)(1)

Benzeen

1,7  μg/m3

Koolmonoxide (CO)

4 mg/m3 (24-uurgemiddelde)(1)

Lood (Pb)

0,25  μg/m3

Arseen (As)

3,0  ng/m3

Cadmium (Cd)

2,5  ng/m3

Nikkel (Ni)

10 ng/m3

Benzo(a)pyreen

0,30  ng/m3

Ozon (O3)

100 μg/m3 (hoogste 8-uurgemiddelde) (1)

Afdeling 2 — Beoordelingsdrempels voor de bescherming van de vegetatie en de natuurlijke ecosystemen

Verontreinigende stof

Beoordelingsdrempel (jaargemiddelde, tenzij gespecificeerd)

Zwaveldioxide (SO2)

8 μg/m3 (gemiddelde tussen 1 oktober en 31 maart)

Stikstofoxiden (NOx)

19,5  μg/m3


(1)  99e percentiel, d.w.z. drie dagen met een overschrijding per jaar.

BIJLAGE III Minimumaantal bemonsteringspunten voor vaste metingen

BIJLAGE III

Minimumaantal bemonsteringspunten voor vaste metingen

BIJLAGE IV Beoordeling van de luchtkwaliteit en locatie van de bemonsteringspunten

BIJLAGE IV

Beoordeling van de luchtkwaliteit en locatie van de bemonsteringspunten

BIJLAGE V Gegevenskwaliteitsdoelstellingen

BIJLAGE V

Gegevenskwaliteitsdoelstellingen

BIJLAGE VI Referentiemethoden voor de beoordeling van concentraties in de lucht en deposities

BIJLAGE VI

Referentiemethoden voor de beoordeling van concentraties in de lucht en deposities

BIJLAGE VII Metingen op monitoringsupersites van de massaconcentratie, chemische samenstelling van PM 2,5 , ozonprecursoren en ultrafijne deeltjes

BIJLAGE VII

Metingen op monitoringsupersites van de massaconcentratie, chemische samenstelling van PM2,5, ozonprecursoren en ultrafijne deeltjes

Afdeling 1 — Metingen van verontreinigende stoffen op monitoringsupersites

Metingen op alle monitoringsupersites op stedelijkeachtergrondlocaties en ruraleachtergrondlocaties omvatten ten minste de respectievelijk in de tabellen 1 en 2 vermelde verontreinigende stoffen.

Tabel 1 — De verontreinigende stoffen die moeten worden gemeten bij monitoringsupersites op stedelijkeachtergrondlocaties

Verontreinigende stof

Soort meting

PM10, PM2,5, ultrafijne deeltjes, zwarte koolstof

Vaste metingen

NO2, O3

Vaste metingen

SO2, CO

Vaste en indicatieve metingen

Grootteverdeling van ultrafijne deeltjes

Vaste en indicatieve metingen

Benzo(a)pyreen, overige polycyclische aromatische koolwaterstoffen indien relevant (1)

Vaste en indicatieve metingen

Totale depositie (2) van benzo(a)pyreen, en overige polycyclische aromatische koolwaterstoffen indien relevant

Vaste en indicatieve metingen

Arseen, cadmium, lood en nikkel

Vaste en indicatieve metingen

Totale depositie (2) van arseen, cadmium, lood, nikkel en kwik

Vaste en indicatieve metingen

Benzeen

Vaste en indicatieve metingen

Chemische samenstelling van PM2,5 overeenkomstig afdeling 2

Vaste en indicatieve metingen


Tabel 2 — De verontreinigende stoffen die moeten worden gemeten bij monitoringsupersites op ruraleachtergrondlocaties

Verontreinigende stof

Soort meting

PM10, PM2,5, ultrafijne deeltjes, zwarte koolstof

Vaste metingen

NO2, O3 en ammoniak

Vaste metingen

SO2, CO

Vaste en indicatieve metingen

Totale depositie van benzo(a)pyreen en overige polycyclische aromatische koolwaterstoffen indien relevant

Vaste en indicatieve metingen

Totale depositie van arseen, cadmium, lood, nikkel en kwik

Vaste en indicatieve metingen

Benzo(a)pyreen, overige polycyclische aromatische koolwaterstoffen indien relevant (3)

Vaste en indicatieve metingen

Arseen, cadmium, lood en nikkel

Vaste en indicatieve metingen

Chemische samenstelling van PM2,5 overeenkomstig afdeling 2

Vaste en indicatieve metingen

Totaal gasvormig kwik

Vaste en indicatieve metingen


Tabel 3 — Verontreinigende stoffen aanbevolen voor meting bij monitoringsupersites op stedelijkeachtergrondlocaties en ruraleachtergrondlocaties indien die niet onder de vereisten van de tabellen 1 en 2 vallen

Verontreinigende stof

Soort meting

Grootteverdeling van ultrafijne deeltjes

Vaste en indicatieve metingen

Oxidatief potentieel van zwevende deeltjes

Vaste en indicatieve metingen

Ammoniak

Vaste en indicatieve metingen

Levoglucosan te meten als onderdeel van de chemische samenstelling van PM2,5

Vaste en indicatieve metingen

Totaal gasvormig kwik

Vaste en indicatieve metingen

Tweewaardig kwik in deeltjes en als gas

Vaste en indicatieve metingen

Salpeterzuur

Vaste en indicatieve metingen

Afdeling 2 — Metingen van de massaconcentratie en chemische samenstelling van PM2,5

A.   Doelstellingen

Het belangrijkste doel van dergelijke metingen is ervoor te zorgen dat er adequate gegevens over de niveaus op stedelijkeachtergrondlocaties en ruraleachtergrondlocaties beschikbaar komen. Die gegevens zijn van essentieel belang om verhoogde niveaus in meer verontreinigde gebieden (zoals stedelijkeachtergrondlocaties, luchtverontreinigingshotspots, industriegebieden of door het verkeer beïnvloede plaatsen) te beoordelen, om de eventuele bijdrage van het transport van luchtverontreinigende stoffen over lange afstand te evalueren en ondersteuning te bieden bij de brontoewijzingsanalyse, alsook voor een goed begrip van specifieke verontreinigende stoffen zoals zwevende deeltjes. Voorts zijn die gegevens van fundamenteel belang voor het toenemende gebruik van modelleringstoepassingen, ook in stedelijke gebieden.

B.   Stoffen

De meting van PM2,5 heeft ten minste betrekking op de totale massaconcentratie en de concentratie van verbindingen die relevant zijn om de chemische samenstelling ervan te karakteriseren. Ten minste de hieronder vermelde chemische stoffen moeten worden gemeten.

SO4 2–

Na+

NH4 +

Ca2+

elementair koolstof (EC)

NO3–

K+

Cl–

Mg2+

organisch koolstof (OC)

C.   Plaats van de bemonsteringspunten

Metingen moeten plaatsvinden op stedelijkeachtergrondlocaties en ruraleachtergrondlocaties overeenkomstig bijlage IV.

Afdeling 3 — Metingen van ozonprecursoren

A.   Doelstellingen

De belangrijkste doelstellingen van metingen van ozonprecursoren zijn het analyseren van de trends inzake ozonprecursoren, het controleren van de efficiëntie van strategieën voor emissievermindering, het controleren van de consistentie van emissie-inventarissen, het bevorderen van de kennis over ozonvorming en de verspreidingsprocessen van ozonprecursoren alsook de toepassing van fotochemische modellen, en het helpen toewijzen van emissiebronnen aan waargenomen concentraties van verontreinigende stoffen.

B.   Stoffen

De metingen van ozonprecursoren hebben ten minste betrekking op stikstofoxiden (NO en NO2) en, indien passend, methaan (CH4) en de vluchtige organische stoffen (VOS). De keuze van de specifieke te meten stoffen hangt af van het nagestreefde doel en kan worden aangevuld met andere relevante verbindingen. De lidstaten mogen de methode gebruiken die zij geschikt achten voor het nagestreefde doel. De in bijlage VI gespecificeerde referentiemethode is van toepassing op stikstofdioxide en stikstofoxiden.

Hieronder volgt een lijst van vluchtige organische stoffen waarvoor metingen worden aanbevolen.

Chemische familie

Stof

Triviale naam

IUPAC-benaming

Formule

CAS-nummer

Alcoholen

methanol

methanol

CH4O

67-56-1

ethanol

ethanol

C2H6O

64-17-5

Aldehyden

formaldehyde

methanal

CH2O

50-00-0

acetaldehyde

ethanal

C2H4O

75-07-0

methacroleïne

2-methylprop-2-enal

C4H6O

78-85-3

Alkynen

acetyleen

ethyn

C2H2

74-86-2

Alkanen

ethaan

ethaan

C2H6

74-84-0

propaan

propaan

C3H8

74-98-6

n-butaan

butaan

C4H10

106-97-8

i-butaan

2-methylpropaan

C4H10

75-28-5

n-pentaan

pentaan

C5H12

109-66-0

i-pentaan

2-methylbutaan

C5H12

78-78-4

n-hexaan

hexaan

C6H14

110-54-3

i-hexaan

2-methylpentaan

C6H14

107-83-5

n-heptaan

heptaan

C7H16

142-82-5

n-octaan

octaan

C8H18

111-65-9

i-octaan

2,2,4-trimethylpentaan

C8H18

540-84-1

Alkenen

ethyleen

etheen

C2H4

75-21-8

propeen / propyleen

propeen

C3H6

115-07-1

1,3-butadieen

buta-1,3-dieen

C4H6

106-99-0

1-buteen

but-1-een

C4H8

106-98-9

trans-2-buteen

(E)-but-2-een

C4H8

624-64-6

cis-2-buteen

(Z)-but-2-een

C4H8

590-18-1

1-penteen

pent-1-een

C5H10

109-67-1

2-penteen

(Z)-pent-2-een

C5H10

627-20-3 (cis-2-penteen)

(E)-pent-2-een

646-04-8 (trans-2-penteen)

Aromatische koolwaterstoffen

Benzeen

Benzeen

C6H6

71-43-2

Tolueen / methylbenzeen

tolueen

C7H8

108-88-3

ethylbenzeen

ethylbenzeen

C8H10

100-41-4

m + p-xyleen

1,3-dimethylbenzeen (m-xyleen)

C8H10

108-38-3 (m-xyleen)

1,4-dimethylbenzeen (p-xyleen)

106-42-3 (p-xyleen)

o-xyleen

1,2-dimethylbenzeen (o-xyleen)

C8H10

95-47-6

1,2,4-trimethylbenzeen

1,2,4-trimethylbenzeen

C9H12

95-63-6

1,2,3-trimethylbenzeen

1,2,3-trimethylbenzeen

C9H12

526-73-8

1,3,5-trimethylbenzeen

1,3,5-trimethylbenzeen

C9H12

108-67-8

Ketonen

aceton

propaan-2-on

C3H6O

67-64-1

methylethylketon

butaan-2-on

C4H8O

78-93-3

methylvinylketon

3-buteen-2-on

C4H6O

78-94-4

Terpenen

isopreen

2-methylbut-1,3-dieen

C5H8

78-79-5

p-cymeen

1-methyl-4-(1-methylethyl)benzeen

C10H14

99-87-6

limoneen

1-methyl-4-(1-methylethenyl)-cyclohexeen

C10H16

138-86-3

β-myrceen

7-methyl-3-methyleen-1,6-octadieen

C10H16

123-35-3

α-pineen

2,6,6-trimethylbicyclo[3.1.1]hept-2-een

C10H16

80-56-8

β-pineen

6,6-dimethyl-2-methyleenbicyclo[3.1.1]heptaan

C10H16

127-91-3

kamfeen

2,2-dimethyl-3-methyleenbicyclo[2.2.1]heptaan

C10H16

79-92-5

Δ3-careen

3,7,7-trimethylbicyclo[4.1.0]hept-3-een

C10H16

13466-78-9

1,8-cineool

1,3,3-trimethyl2-oxabicyclo[2.2.2]octaan

C10H18O

470-82-6

C.   Plaats van de bemonsteringspunten

Metingen moeten worden verricht op bemonsteringspunten die overeenkomstig de bepalingen van deze richtlijn zijn ingericht en voor de in punt A van deze afdeling bedoelde monitoringsdoelstellingen geschikt worden geacht.

Afdeling 4 — Metingen van ultrafijne deeltjes

A.   Doelstellingen

Het doel van dergelijke metingen is ervoor te zorgen dat er adequate informatie beschikbaar is op locaties waar hoge concentraties van ultrafijne deeltjes voorkomen die voornamelijk worden beïnvloed door bronnen die verband houden met vervoer door de lucht, over het water of over de weg (zoals luchthavens, havens of wegen), industrieterreinen of huishoudelijke verwarming. De informatie moet geschikt zijn om de uit die bronnen afkomstige verhoogde concentraties van ultrafijne deeltjes te kunnen beoordelen.

B.   Stoffen

Ultrafijne deeltjes.

C.   Plaats van de bemonsteringspunten

Bemonsteringspunten moeten overeenkomstig de bijlagen IV en V worden ingericht op een plaats waar hoge concentraties van ultrafijne deeltjes waarschijnlijk zullen voorkomen en die zich benedenwinds van de belangrijkste bronnen binnen de relevante overheersende windrichting van die bronnen bevindt.


(1)  Benzo(a)pyreen en de overige polycyclische aromatische koolwaterstoffen als vermeld in artikel 9, lid 8.

(2)  Wanneer de locatie van een monitoringsupersite op een stedelijkeachtergrondlocatie niet toelaat dat de richtsnoeren en criteria van het EMEP overeenkomstig punt C, f), van bijlage IV van toepassing zijn, mag de desbetreffende meting van de depositie worden uitgevoerd op een afzonderlijke stedelijkeachtergrondlocatie binnen het gebied van representativiteit.

(3)  Benzo(a)pyreen en de overige polycyclische aromatische koolwaterstoffen als vermeld in artikel 9, lid 8.

BIJLAGE VIII Gegevens die moeten worden opgenomen in de luchtkwaliteitsplannen en de routekaarten inzake luchtkwaliteit ter verbetering van de luchtkwaliteit

BIJLAGE VIII

Gegevens die moeten worden opgenomen in de luchtkwaliteitsplannen en de routekaarten inzake luchtkwaliteit ter verbetering van de luchtkwaliteit

BIJLAGE IX Noodmaatregelen waarvan opname in de uit hoofde van artikel 20 vereiste kortetermijnactieplannen moet worden overwogen

BIJLAGE IX

Noodmaatregelen waarvan opname in de uit hoofde van artikel 20 vereiste kortetermijnactieplannen moet worden overwogen

Op korte termijn te overwegen maatregelen om de bronnen aan te pakken die bijdragen tot het risico dat de alarmdrempel wordt overschreden, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden en van de betrokken verontreinigende stof:

a)

beperking van het verkeer van voertuigen, met name rond locaties die worden bezocht door gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen;

b)

goedkoop of gratis openbaar vervoer;

c)

schorsing van de uitvoering van bouwwerkzaamheden;

d)

straatreiniging;

e)

flexibele arbeidsregelingen.

BIJLAGE X Mededeling van gegevens aan de bevolking

BIJLAGE X

Mededeling van gegevens aan de bevolking

1.   De lidstaten verstrekken ten minste de volgende informatie aan de bevolking:

a)

uurlijks geactualiseerde gegevens per bemonsteringspunt voor zwaveldioxide, stikstofdioxide, zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5), koolmonoxide en ozon; dat geldt voor informatie afkomstig van alle bemonsteringspunten waarvan actuele informatie beschikbaar is en ten minste voor informatie van het uit hoofde van bijlage III vereiste minimumaantal bemonsteringspunten indien de meetmethode geschikt is voor actuele gegevens, niettegenstaande de lidstaten het publiek zo veel mogelijk actuele gegevens verstrekken en hun meetmethoden daartoe geleidelijk aanpassen; indien er actuele gegevens verkregen door modelleringstoepassingen beschikbaar zijn, worden die ook verstrekt;

b)

gemeten concentraties van alle verontreinigende stoffen en, indien mogelijk, de wijze waarop die zich verhouden tot de meest recente door de WHO aanbevolen richtwaarden, verstrekt in overeenstemming met de in bijlage I vastgestelde passende perioden;

c)

informatie over waargenomen overschrijdingen van grenswaarden, streefwaarden en de verplichting om de gemiddelde blootstelling te verminderen, met inbegrip van ten minste:

i)

de plaats of het gebied van overschrijding;

ii)

het tijdstip van aanvang en de duur van de overschrijding;

iii)

de gemeten concentratie in vergelijking met de toepasselijke luchtkwaliteitsnormen, of de gemiddelde-blootstellingsindex in geval van overschrijding van de verplichting om de gemiddelde blootstelling te verminderen;

d)

informatie betreffende de gevolgen voor de gezondheid, met inbegrip van ten minste:

i)

de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging en, voor zover mogelijk, van elke verontreinigende stof die onder deze richtlijn valt, op de algemene bevolking;

ii)

de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging en, voor zover mogelijk, van elke verontreinigende stof die onder deze richtlijn valt, op gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen;

iii)

een beschrijving van de te verwachten symptomen;

iv)

aanbevolen voorzorgsmaatregelen, uitgesplitst in voorzorgsmaatregelen die moeten worden genomen door de algemene bevolking en door gevoelige bevolkingsgroepen en kwetsbare groepen;

v)

waar verdere informatie te vinden is;

e)

informatie over de gevolgen voor de vegetatie;

f)

informatie over preventieve acties ter vermindering van de verontreiniging en de blootstelling daaraan: vermelding van de belangrijkste bronsectoren; aanbevelingen voor acties om de uitstoot te verminderen;

g)

informatie over meetcampagnes of soortgelijke activiteiten en de resultaten daarvan, indien die hebben plaatsgevonden.

2.   De lidstaten zorgen ervoor dat de bevolking tijdig wordt ingelicht over daadwerkelijke of voorspelde overschrijdingen van de alarmdrempels en de informatiedrempels; de lidstaten verstrekken in dat verband ten minste de volgende informatie:

a)

informatie over de waargenomen overschrijding(en):

i)

plaats of gebied van overschrijding;

ii)

soort drempel die is overschreden (alarmdrempel of informatiedrempel);

iii)

tijdstip van aanvang en duur van de overschrijding;

iv)

hoogste 1-uurconcentratie en hoogste 8-uurgemiddelde concentratie in het geval van ozon;

b)

prognoses voor de volgende middag/dag(en):

i)

geografisch gebied van de verwachte overschrijdingen van de alarmdrempel of informatiedrempel;

ii)

de verwachte veranderingen in de verontreiniging (d.w.z. verbetering, stabilisatie of verslechtering), samen met de redenen voor die veranderingen;

c)

informatie over de betrokken bevolkingsgroep, mogelijke gevolgen voor de gezondheid en aanbevolen gedrag:

i)

informatie over de risicogroepen binnen de bevolking;

ii)

beschrijving van de te verwachten symptomen;

iii)

aanbevelingen voor de door de betrokken bevolkingsgroep te nemen voorzorgsmaatregelen;

iv)

waar verdere informatie te vinden is;

d)

informatie over kortetermijnactieplannen en preventieve acties ter vermindering van de verontreiniging of de blootstelling daaraan: vermelding van de belangrijkste bronsectoren; aanbevelingen voor acties om de uitstoot van antropogene bronnen te verminderen;

e)

aanbevelingen voor acties om blootstelling te verminderen;

f)

met betrekking tot voorspelde overschrijdingen nemen de lidstaten maatregelen om ervoor te zorgen dat dergelijke gegevens voor zover mogelijk ter beschikking worden gesteld.

3.   Wanneer er een overschrijding of een risico van overschrijding is van een grenswaarde, streefwaarde, verplichting om de gemiddelde blootstelling te verminderen, alarmdrempel of informatiedrempel, zorgen de lidstaten ervoor dat de in deze bijlage bedoelde gegevens ook onder het publiek worden verspreid.

BIJLAGE XI

BIJLAGE XI

DEEL A

Ingetrokken richtlijnen met overzicht van de achtereenvolgende wijzigingen ervan (bedoeld in artikel 31)

Richtlijn 2004/107/EG van het Europees Parlement en de Raad

(PB L 23 van 26.1.2005, blz. 3)

 

 

Verordening (EG) nr. 219/2009 van het Europees Parlement en de Raad

(PB L 87 van 31.3.2009, blz. 109)

uitsluitend punt 3.8 van de bijlage

 

Richtlijn (EU) 2015/1480 van de Commissie

(PB L 226 van 29.8.2015, blz. 4)

uitsluitend de artikelen 1 en 2

Richtlijn 2008/50/EG van het Europees Parlement en de Raad

(PB L 152 van 11.6.2008, blz. 1)

 

DEEL B

Termijn voor omzetting in intern recht (bedoeld in artikel 31)

Richtlijn

Omzettingstermijn

2004/107/EG

15 februari 2007

2008/50/EG

11 juni 2010

(EU) 2015/1480

31 december 2016

BIJLAGE XII Concordantietabel

BIJLAGE XII

Concordantietabel

Deze richtlijn

Richtlijn 2008/50/EG

Richtlijn 2004/107/EG

Artikel 1

—

—

Artikel 2

Artikel 1

Artikel 1

Artikel 3

Artikel 32

Artikel 8

Artikel 4

Artikel 2

Artikel 2

Artikel 5

Artikel 3

—

Artikel 6

Artikel 4

Artikel 4, lid 1

Artikel 7

Artikel 5 en artikel 9, lid 2

Bijlage II, afdeling B

Artikel 4, leden 2, 3 en 6

Bijlage II, afdeling II

Artikel 8

Artikel 6 en artikel 9, lid 1

Artikel 4, leden 1 tot en met 5 en lid 10

Artikel 9

Artikelen 7 en 10

Bijlage V, afdeling A, punt 1, voetnoot 1

Artikel 4, leden 7, 8 en 11

Artikel 10

—

Artikel 4, lid 9

Artikel 11

Artikelen 8 en 11

Artikel 4, leden 12 en 13

Artikel 12

Artikel 12, artikel 17, leden 1 en 3, en artikel 18

Artikel 3, lid 2

Artikel 13

Artikel 13, artikel 15, artikel 16, lid 2, en artikel 17, lid 1

Artikel 3, leden 1 en 3

Artikel 14

Artikel 14

—

Artikel 15

Artikel 19, eerste alinea

—

Artikel 16

Artikel 20

—

Artikel 17

Artikel 21

—

Artikel 18

Artikel 22

—

Artikel 19

Artikel 17, lid 2, en artikel 23

Artikel 3, lid 3, en artikel 5, lid 2

Artikel 20

Artikel 24

—

Artikel 21

Artikel 25

—

Artikel 22

Artikel 26

Artikel 7

Artikel 23

Artikel 19, tweede alinea, en artikel 27

Bijlage III, afdeling D

Artikel 5, leden 1 en 4

Artikel 24

Artikel 28

Artikel 4, lid 15

Artikel 25

—

—

Artikel 26

Artikel 29

Artikel 6

Artikel 27

—

—

Artikel 28

—

—

Artikel 29

Artikel 30

Artikel 9

Artikel 30

Artikel 33

Artikel 10

Artikel 31

Artikel 31

—

Artikel 32

Artikel 34

Artikel 11

Artikel 33

Artikel 35

Artikel 12

Bijlage I

Bijlagen VII, XI, XII, XIII en XIV

Bijlage I

Bijlage II

Bijlage II, afdeling B

Bijlage II, afdeling I

Bijlage III

Bijlagen V en IX

Bijlage III, afdeling IV

Bijlage IV

Bijlagen III en VIII

Bijlage III, afdelingen I, II en III

Bijlage V

Bijlage I

Bijlage IV

Bijlage VI

Bijlage VI

Bijlage V

Bijlage VII

Bijlagen IV en X

—

Bijlage VIII

Bijlage XV

—

Bijlage IX

—

—

Bijlage X

Bijlage XVI

—

Bijlage XI

—

—

Bijlage XII

Bijlage XVII

—

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis