+VERORDENING (EU) 2021/1173 VAN DE RAAD van 13 juli 2021 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing en tot intrekking van Verordening (EU) 2018/1488
---+Artikel 1 Oprichting
------+Artikel 1 1.
------+Artikel 1 2.
------+Artikel 1 3.
------+Artikel 1 4.
------+Artikel 1 5.
---+Artikel 2 Definities
---+Artikel 3 Opdracht en doelstellingen
------+Artikel 3 1.
------+Artikel 3 2.
------+Artikel 3 3.
---+Artikel 4 Activiteitenpijlers
------+Artikel 4 1.
------+Artikel 4 2.
---+Artikel 5 Financiële bijdrage van de Unie
------+Artikel 5 1.
------+Artikel 5 2.
------+Artikel 5 3.
------+Artikel 5 4.
------+Artikel 5 4a.
------+Artikel 5 5.
---+Artikel 6 Overige bijdragen van de Unie
---+Artikel 7 Bijdragen van andere leden dan de Unie
------+Artikel 7 1.
------+Artikel 7 2.
------+Artikel 7 3.
------+Artikel 7 4.
------+Artikel 7 5.
------+Artikel 7 6.
------+Artikel 7 7.
---+Artikel 8 Beheer van de bijdragen van de deelnemende staten
------+Artikel 8 1.
------+Artikel 8 2.
------+Artikel 8 3.
---+Artikel 9 Gastentiteit
------+Artikel 9 1.
------+Artikel 9 2.
------+Artikel 9 3.
------+Artikel 9 4.
------+Artikel 9 5.
------+Article 9 5a.
------+Artikel 9 6.
------+Article 9 6a.
------+Artikel 9 7.
---+Artikel 10 Onderbrengingsovereenkomst
------+Artikel 10 1.
------+Artikel 10 2.
------+Artikel 10 3.
------+Artikel 10 4.
------+Artikel 10 5.
------+Artikel 10 6.
---+Artikel 11 Verwerving en eigendom van de hoogwaardige supercomputers
------+Artikel 11 1.
------+Artikel 11 2.
------+Artikel 11 3.
------+Artikel 11 4.
------+Artikel 11 5.
------+Artikel 11 6.
---+Artikel 12 Verwerving en eigendom van kwantumcomputers en kwantumsimulatoren
------+Artikel 12 1.
------+Artikel 12 2.
------+Artikel 12 3.
------+Artikel 12 4.
------+Artikel 12 5.
------+Artikel 12 6.
------+Artikel 12 7.
---+Artikel 12 bis Verwerving en eigendom van voor AI geoptimaliseerde supercomputers
------+Artikel 12 bis 1.
------+Artikel 12 bis 2.
------+Artikel 12 bis 3.
------+Artikel 12 bis 4.
------+Artikel 12 bis 5.
------+Artikel 12 bis 6.
------+Artikel 12 bis 7.
---+Artikel 12ter AI-gigafabriek
------+Artikel 12ter 1.
------+Artikel 12ter 2.
------+Artikel 12ter 3.
------+Artikel 12ter 4.
------+Artikel 12ter 5.
------+Artikel 12ter 6.
------+Artikel 12ter 7.
------+Artikel 12ter 8.
------+Artikel 12ter 9.
------+Artikel 12ter 10.
------+Artikel 12ter 11.
------+Artikel 12ter 12.
------+Artikel 12ter 13.
------+Artikel 12ter 14.
------+Artikel 12ter 15.
------+Artikel 12ter 16.
------+Artikel 12ter 17.
------+Artikel 12ter 18.
------+Artikel 12ter 19.
------+Artikel 12ter 20.
------+Artikel 12ter 21.
---+Artikel 13 Verwerving en eigendom van industriële EuroHPC-supercomputers
------+Artikel 13 1.
------+Artikel 13 2.
------+Artikel 13 3.
------+Artikel 13 4.
------+Artikel 13 5.
------+Artikel 13 6.
---+Artikel 14 Verwerving en eigendom van de midrange-supercomputers
------+Artikel 14 1.
------+Artikel 14 2.
------+Artikel 14 3.
------+Artikel 14 4.
------+Artikel 14 5.
------+Artikel 14 6.
---+Artikel 15 Upgraden van supercomputers
------+Artikel 15 1.
------+Artikel 15 3.
------+Artikel 15 4.
------+Artikel 15 5.
------+Artikel 15 6.
---+Artikel 16 Gebruik van EuroHPC-supercomputers
------+Artikel 16 1.
------+Article 16 1a.
------+Artikel 16 2.
------+Article 16 2a.
------+Artikel 16 3.
------+Artikel 16 4.
------+Artikel 16 5.
---+Artikel 17 Toewijzing van toegangstijd van de Unie tot de EuroHPC-supercomputers
------+Artikel 17 1.
------+Artikel 17 2.
------+Artikel 17 3.
------+Artikel 17 4.
------+Artikel 17 5.
------+Artikel 17 6.
------+Artikel 17 7.
------+Artikel 17 8.
------+Artikel 17 9.
------+Artikel 17 10.
------+Artikel 17 11.
---+Artikel 18 Toegangstijd van de Unie tot EuroHPC-supercomputers voor commerciële doeleinden
------+Artikel 18 1.
------+Artikel 18 2.
------+Artikel 18 3.
------+Artikel 18 4.
---+Artikel 19 Financiële regels
------+Artikel 19 1.
------+Artikel 19 2.
---+Artikel 20 Personeel
------+Artikel 20 1.
------+Artikel 20 2.
------+Artikel 20 3.
------+Artikel 20 4.
------+Artikel 20 5.
------+Artikel 20 6.
------+Artikel 20 7.
------+Artikel 20 8.
---+Artikel 21 Gedetacheerde nationale deskundigen en stagiairs
------+Artikel 21 1.
------+Artikel 21 2.
---+Artikel 22 Voorrechten en immuniteiten
---+Artikel 23 Aansprakelijkheid van de gemeenschappelijke onderneming
------+Artikel 23 1.
------+Artikel 23 2.
------+Artikel 23 3.
------+Artikel 23 4.
------+Artikel 23 5.
---+Artikel 24 Toezicht en evaluatie
------+Artikel 24 1.
------+Artikel 24 2.
------+Artikel 24 3.
------+Artikel 24 4.
------+Artikel 24 5.
------+Artikel 24 6.
------+Artikel 24 7.
------+Artikel 24 8.
------+Artikel 24 9.
---+Artikel 25 Bevoegdheid van het Hof van Justitie van de Europese Unie en toepasselijk recht
------+Artikel 25 1.
------+Artikel 25 2.
---+Artikel 26 Klachten bij de Europese Ombudsman
---+Artikel 27 Ex-postaudits
------+Artikel 27 1.
------+Artikel 27 2.
------+Artikel 27 3.
---+Artikel 28 Bescherming van de financiële belangen van de leden
------+Artikel 28 1.
------+Artikel 28 2.
------+Artikel 28 3.
------+Artikel 28 4.
------+Artikel 28 5.
---+Artikel 29 Vertrouwelijkheid
---+Artikel 30 Transparantie
---+Artikel 31 Verwerking van persoonsgegevens
---+Artikel 32 Toegang tot resultaten en informatie over voorstellen
------+Artikel 32 1.
------+Artikel 32 2.
---+Artikel 33 Regels voor deelname en verspreiding van toepassing op uit Horizon Europa gefinancierde indirecte acties
------+Artikel 33 1.
------+Artikel 33 2.
---+Artikel 34 Vergoedingspercentages
------+Artikel 34 1.
------+Artikel 34 2.
---+Artikel 35 Regels van toepassing op in het kader van de Connecting Europe Facility gefinancierde activiteiten
---+Artikel 36 Regels van toepassing op in het kader van Digitaal Europa gefinancierde activiteiten
---+Artikel 37 Ondersteuning door de gastlidstaat
---+Artikel 38 Intrekking
------+Artikel 38 1.
------+Artikel 38 2.
---+Artikel 39 Overgangsbepalingen
------+Artikel 39 1.
------+Artikel 39 2.
------+Artikel 39 3.
------+Artikel 39 4.
------+Artikel 39 5.
---+Artikel 40 Inwerkingtreding
---+BIJLAGE STATUTEN VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE ONDERNEMING EUROPESE HIGH-PERFORMANCE COMPUTING
|
English -
European Union -
ICT -
VERORDENING (EU) 2021/1173 VAN DE RAAD van 13 juli 2021 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing en tot intrekking van Verordening (EU) 2018/1488
VERORDENING (EU) 2021/1173 VAN DE RAAD
van 13 juli 2021
tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing en tot intrekking van Verordening (EU) 2018/1488
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 1 Oprichting
|
|
|
Artikel 2 Definities
|
Artikel 2
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
1)
“opleveringstest”: een test die wordt uitgevoerd om te bepalen of een EuroHPC-supercomputer voldoet aan de vereisten van de systeemspecificatie;
2)
“toegangstijd”: de rekentijd van een supercomputer die ter beschikking wordt gesteld aan een gebruiker of groep gebruikers om hun computerprogramma’s uit te voeren;
3)
“verbonden entiteit”: een juridische entiteit als gedefinieerd in artikel 187, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046;
▼M1
3 bis)
“voor AI geoptimaliseerde supercomputer”: een supercomputer die in de eerste plaats is ontworpen voor het trainen van grootschalige artificiële-intelligentie (“AI”)-modellen voor algemene doeleinden en voor het ontwikkelen van opkomende AI-toepassingen;
3 ter)
“AI-fabriek”: een gecentraliseerde of gedistribueerde entiteit die een diensteninfrastructuur voor supercomputing op het gebied van AI aanbiedt die bestaat uit een voor AI geoptimaliseerde supercomputer of een AI-gericht deel van een supercomputer, een bijbehorend datacentrum, specifieke toegang en AI-georiënteerde supercomputingdiensten, en die talent aantrekt en bundelt om de competenties te leveren die nodig zijn om supercomputers voor AI te gebruiken;
▼M2
3 quater)
“AI-gigafabriek”: een ultramoderne grootschalige faciliteit met voldoende capaciteit voor het beheer van de volledige levenscyclus van zeer grote AI-modellen en -toepassingen, van de ontwikkeling tot de grootschalige inferentie ervan, die een diensteninfrastructuur voor supercomputing biedt, bestaande uit computingcapaciteit die is geoptimaliseerd met behulp van AI, een ondersteunende datacentruminfrastructuur, met inbegrip van opslag en netwerken met hoge capaciteit, speciale beveiligde cloudomgevingen voor gebruikers en gespecialiseerde en beveiligde AI-gerichte ondersteunende diensten voor de geavanceerde activiteiten ervan, die allemaal worden ondersteund door een milieuvriendelijke infrastructuur, met name wat betreft het energie- en watervoorzieningssystemen;
3 quinquies)
“AI-gigafabrieksconsortium”: een vereniging van in aanmerking komende juridische entiteiten die een consortium vormen en gebonden zijn door een consortiumovereenkomst om een AI-gigafabriek op te richten en te exploiteren en die hun respectieve taken en verantwoordelijkheden gedurende de levensduur van de opgerichte AI-gigafabriek hebben vastgesteld, dan wel een nieuwe juridische entiteit die is opgericht met als doel een AI-gigafabriek op te richten en te exploiteren, en dat consortium is naar behoren in de Unie opgericht voor een periode van minstens vijf jaar; een of meerdere van de particuliere partners van een dergelijk consortium kunnen behoren tot de particuliere leden van de gemeenschappelijke onderneming;
3 sexies)
“AI-gigafabriekscoördinator”: een naar behoren in de Unie opgerichte juridische entiteit die tevens bestaansrecht heeft krachtens het recht van een lidstaat waarin zij is gevestigd, die: rechtens bevoegd is om een AI-gigafabrieksconsortium te vertegenwoordigen en die de handelingsbekwaamheid en bevoegdheid heeft om de vestigingsovereenkomst voor een AI-gigafabriek te sluiten, uit te voeren en na te komen; zijn hoofdkantoor in de Unie heeft; via een eigendomsbelang of via andere middelen, zoals gedefinieerd in hoofdstuk IV van Verordening (EU) 2024/1624 van het Europees Parlement en de Raad (
1
) en in de relevante beginselen van het mededingingsrecht van de Unie, onder de directe of indirecte zeggenschap staat van juridische entiteiten of natuurlijke personen die gevestigd zijn in de Unie en tevens een bestaande gastentiteit kan zijn die een deelnemende staat vertegenwoordigt die een lidstaat is, of een gastconsortium van deelnemende staten kan zijn;
3 septies)
“vestigingsovereenkomst voor een AI-gigafabriek”: een overeenkomst tussen de gemeenschappelijke onderneming en de AI-gigafabriekscoördinator die wordt gesloten teneinde een AI-gigafabriek onder te brengen en te exploiteren;
3 octies)
“gastentiteit voor de AI-gigafabriek”: een door een AI-gigafabrieksconsortium aangewezen juridische entiteit die een AI-gigafabriek en de diensten daarvan onderbrengt en exploiteert, en die is gevestigd in een deelnemende staat die een lidstaat is;
3 nonies)
“samenwerkingsovereenkomst inzake AI-gigafabrieken”: een overeenkomst tussen de gemeenschappelijke onderneming en een derde staat waarin het aanmerking komen voor deelname aan een consortium van AI-gigafabrieken en de gebruikerstoegang tot AI-gigafabrieken wordt vastgelegd ten aanzien van juridische entiteiten die via een eigendomsbelang of anders onder de directe of indirecte zeggenschap staan van juridische entiteiten of natuurlijke personen die in dat derde land gevestigd zijn;
3 decies)
“AI-gigafabriek met meerdere vestigingen in één land”: AI-gigafabriek die wordt uitgerold op meer dan één fysieke locatie op het grondgebied van één lidstaat;
3 undecies)
“AI-gigafabriek met meerdere vestigingen in meerdere landen”: AI-gigafabriek die wordt uitgerold op meer dan één fysieke locatie op het grondgebied van meer dan één lidstaat;
▼B
4)
“expertisecentrum op het gebied van high-performance computing”: een na een openbare en vergelijkende oproep tot het indienen van voorstellen geselecteerd samenwerkingsproject ter bevordering van het gebruik van toekomstige uiterst prestatiegerichte computercapaciteiten waarmee gebruikersgemeenschappen in samenwerking met andere belanghebbenden op het gebied van high-performance computing bestaande parallelle codes kunnen opschalen om exaschaal- en extreme schaalprestaties te bereiken;
5)
“medeontwerp”: een collectieve benadering van technologieleveranciers en -gebruikers die betrokken zijn bij een collaboratief en iteratief ontwerpproces voor de ontwikkeling van nieuwe technologie, toepassingen en systemen;
6)
“belangenconflict”: een situatie waarbij een financiële actor of een andere persoon als bedoeld in artikel 61 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 betrokken is;
7)
“samenstellende entiteit”: de entiteit waaruit een particulier lid van de gemeenschappelijke onderneming bestaat, op grond van de statuten van elk particulier lid;
8)
“consortium van particuliere partners”: een vereniging van juridische entiteiten van de Unie die samen met de gemeenschappelijke onderneming een supercomputer van industriële kwaliteit verwerft; een of meer van die particuliere partners kunnen behoren tot de particuliere leden van de gemeenschappelijke onderneming;
▼M1
9)
“EuroHPC-supercomputer”: elk computersysteem waarvan de gemeenschappelijke onderneming volledig eigenaar is of waarvan zij mede-eigenaar is samen met andere deelnemende staten of een consortium van particuliere partners; het kan gaan om een klassieke supercomputer (hoogwaardige supercomputer, industriële supercomputer, voor AI geoptimaliseerde supercomputer of midrange-supercomputer), een hybride klassieke kwantumcomputer, een kwantumcomputer of een kwantumsimulator;
▼B
10)
“exaschaal”: een prestatieniveau waarop het mogelijk is tien tot de achttiende macht berekeningen per seconde (of 1 exaflop) uit te voeren;
11)
“hoogwaardige supercomputer”: een computersysteem van wereldklasse dat is ontwikkeld met de meest geavanceerde technologie die op een bepaald moment beschikbaar is en ten minste prestaties op exaschaal of hoger (d.w.z. post-exaschaal) levert voor toepassingen waarmee complexere problemen worden aangepakt;
12)
“gastconsortium”: een groep deelnemende staten of een consortium van particuliere partners die hebben toegezegd bij te dragen aan de verwerving en exploitatie van een EuroHPC-supercomputer, inclusief organisaties die die deelnemende staten vertegenwoordigen;
13)
“gastentiteit”: een juridische entiteit die beschikt over voorzieningen om een EuroHPC-supercomputer in onder te brengen en te exploiteren, en die is gevestigd in een deelnemende staat die een lidstaat is;
14)
“hypergeconnecteerd”: beschikkend over een communicatiecapaciteit voor het overdragen van gegevens met 1 terabit per seconde (d.w.z. tien tot de twaalfde macht bits per seconde) of meer;
15)
“industriële supercomputer”: minstens een midrange-supercomputer die speciaal is ontworpen om te voldoen aan eisen inzake beveiliging, vertrouwelijkheid en gegevensintegriteit voor industriële gebruikers die strenger zijn dan eisen voor wetenschappelijk gebruik;
16)
“bijdragen in natura aan indirecte acties” die uit Horizon Europa worden gefinancierd: bijdragen van de deelnemende staat of de particuliere leden van de gemeenschappelijke onderneming of hun samenstellende entiteiten of verbonden entiteiten, bestaande uit de in aanmerking komende kosten die zij maken bij de uitvoering van indirecte acties, verminderd met de bijdrage van die gemeenschappelijke onderneming, van de deelnemende staten van die gemeenschappelijke onderneming en van elke andere bijdrage van de Unie aan die kosten;
17)
“bijdragen in natura aan acties” die uit het programma Digitaal Europa of de Connecting Europe Facility worden gefinancierd: bijdragen van de deelnemende staat of de particuliere leden van de gemeenschappelijke onderneming of hun samenstellende entiteiten of verbonden entiteiten, bestaande uit de in aanmerking komende kosten die zij maken bij de uitvoering van een deel van de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming, verminderd met de bijdrage van die gemeenschappelijke onderneming, van de deelnemende staten van die gemeenschappelijke onderneming en van elke andere bijdrage van de Unie aan die kosten;
18)
“midrange-supercomputer”: een supercomputer van wereldklasse waarvan het prestatieniveau ten hoogste één orde lager ligt dan dat van een hoogwaardige supercomputer;
19)
“nationaal HPC-kenniscentrum”: een juridische entiteit of een consortium van juridische entiteiten, die of dat gevestigd is in een deelnemende staat en verbonden is met een nationaal supercomputingcentrum van die deelnemende staat, die of dat gebruikers uit het bedrijfsleven, waaronder kleine en middelgrote ondernemingen, de academische wereld en overheidsdiensten op verzoek toegang verleent tot de supercomputers en tot de recentste HPC-technologieën, -instrumenten, -toepassingen en -diensten, en die of dat expertise, vaardigheden, opleiding, netwerkactiviteiten en voorlichting biedt;
▼M2
19 bis)
“nationaal kwantumkenniscentrum”: een in een deelnemende staat gevestigde juridische entiteit die of een in een deelnemende staat gevestigd consortium van juridische entiteiten dat aan gebruikers uit de industrie, met inbegrip van kmo’s, de academische wereld, onderzoeksorganisaties en overheidsinstanties, op verzoek toegang biedt tot kwantumtechnologieën, -instrumenten, -toepassingen en -diensten alsook tot nationale of Europese kwantuminfrastructuur en die/dat deskundigheid, vaardigheden, opleiding, netwerken en voorlichting aanbiedt;
▼B
20)
“waarnemende staat”: een land dat in aanmerking komt voor deelname aan acties van de gemeenschappelijke onderneming die uit Horizon Europa of uit het programma Digitaal Europa worden gefinancierd, maar dat geen deelnemende staat is;
21)
“deelnemende staat”: een land dat lid is van de gemeenschappelijke onderneming;
22)
“prestatieniveau”: het aantal zwevendekommabewerkingen per seconde (flops) dat een supercomputer kan uitvoeren;
23)
“particulier lid”: elk lid van de gemeenschappelijke onderneming dat niet de Unie of een deelnemende staat is;
24)
“kwantumcomputer”: een computer die de wetten van de kwantummechanica benut om bepaalde specifieke vraagstukken op te lossen en daarbij minder rekenkracht gebruikt dan klassieke computers;
25)
“kwantumsimulator”: een in hoge mate regelbaar kwantumtoestel waarmee inzicht kan worden verkregen in de eigenschappen van complexe kwantumsystemen of waarmee specifieke rekenvraagstukken kunnen worden opgelost die niet met klassieke computers kunnen worden opgelost;
26)
“beveiliging van de toeleveringsketen” van een EuroHPC-supercomputer: de maatregelen die bij de selectie van iedere leverancier van die supercomputer moeten worden genomen om de beschikbaarheid van componenten, technologieën, systemen en knowhow die nodig zijn voor de verwerving en exploitatie van die supercomputer, te waarborgen; dit zijn onder meer maatregelen ter beperking van de risico’s in verband met eventuele verstoringen van de levering van dergelijke componenten, technologieën en systemen, met inbegrip van prijswijzigingen, lagere prestaties of alternatieve toeleveringsbronnen; de beveiliging van de toeleveringsketen heeft betrekking op de volledige levensduur van de EuroHPC-supercomputer;
27)
“strategische onderzoeks- en innovatieagenda”: het document dat de looptijd van Horizon Europa bestrijkt, waarin de belangrijkste prioriteiten en de essentiële technologieën en innovaties worden vermeld die nodig zijn om de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming te verwezenlijken;
28)
“strategisch meerjarenprogramma”: een document met daarin een strategie voor alle activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming;
29)
“supercomputing”: gegevensverwerking op prestatieniveaus die de grootschalige integratie van individuele computerelementen, met inbegrip van kwantumcomponenten, vereist voor het oplossen van problemen die niet met standaardcomputersystemen kunnen worden aangepakt;
30)
“totale kosten van eigendom” van een EuroHPC-supercomputer: de verwervingskosten plus de exploitatiekosten, met inbegrip van onderhoud, totdat de eigendom van de supercomputer wordt overgedragen naar de gastentiteit of de supercomputer wordt verkocht of totdat de supercomputer buiten gebruik wordt gesteld zonder overdracht van eigendom;
31)
“werkprogramma”: het document als bedoeld in artikel 2, punt 25), van Verordening (EU) 2021/695 of, indien relevant, het document dat ook dient als werkprogramma als bedoeld in artikel 24 van Verordening (EU) 2021/694 of artikel 19 van Verordening (EU) 2021/1153.
|
|
Artikel 3 Opdracht en doelstellingen
|
|
|
Artikel 4 Activiteitenpijlers
|
|
|
Artikel 5 Financiële bijdrage van de Unie
|
|
|
Artikel 6 Overige bijdragen van de Unie
|
Artikel 6
Overige bijdragen van de Unie
Bijdragen afkomstig van programma’s van de Unie die niet in artikel 5, lid 1, worden genoemd en die door de Unie worden medegefinancierd in het kader van een door een van de deelnemende staten die een lidstaat is uitgevoerd programma, worden niet in aanmerking genomen bij de berekening van de in artikel 5 genoemde maximale financiële bijdrage van de Unie.
|
|
Artikel 7 Bijdragen van andere leden dan de Unie
|
|
|
Artikel 8 Beheer van de bijdragen van de deelnemende staten
|
|
|
Artikel 9 Gastentiteit
|
|
|
Artikel 10 Onderbrengingsovereenkomst
|
|
|
Artikel 11 Verwerving en eigendom van de hoogwaardige supercomputers
|
|
|
Artikel 12 Verwerving en eigendom van kwantumcomputers en kwantumsimulatoren
|
|
|
Artikel 12 bis Verwerving en eigendom van voor AI geoptimaliseerde supercomputers
|
|
|
Artikel 12ter AI-gigafabriek
|
|
|
Artikel 13 Verwerving en eigendom van industriële EuroHPC-supercomputers
|
|
|
Artikel 14 Verwerving en eigendom van de midrange-supercomputers
|
|
|
Artikel 15 Upgraden van supercomputers
|
|
|
Artikel 16 Gebruik van EuroHPC-supercomputers
|
|
|
Artikel 17 Toewijzing van toegangstijd van de Unie tot de EuroHPC-supercomputers
|
|
|
Artikel 18 Toegangstijd van de Unie tot EuroHPC-supercomputers voor commerciële doeleinden
|
|
|
Artikel 19 Financiële regels
|
|
|
Artikel 20 Personeel
|
|
|
Artikel 21 Gedetacheerde nationale deskundigen en stagiairs
|
|
|
Artikel 22 Voorrechten en immuniteiten
|
Artikel 22
Voorrechten en immuniteiten
Protocol nr. 7 inzake voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, gehecht aan het VEU en het VWEU, is van toepassing op de gemeenschappelijke onderneming en haar personeel.
|
|
Artikel 23 Aansprakelijkheid van de gemeenschappelijke onderneming
|
|
|
Artikel 24 Toezicht en evaluatie
|
|
|
Artikel 25 Bevoegdheid van het Hof van Justitie van de Europese Unie en toepasselijk recht
|
|
|
Artikel 26 Klachten bij de Europese Ombudsman
|
Artikel 26
Klachten bij de Europese Ombudsman
Tegen besluiten van de gemeenschappelijke onderneming ter uitvoering van deze verordening kan een klacht bij de Europese Ombudsman worden ingediend overeenkomstig artikel 228 VWEU.
|
|
Artikel 27 Ex-postaudits
|
|
|
Artikel 28 Bescherming van de financiële belangen van de leden
|
|
|
Artikel 29 Vertrouwelijkheid
|
Artikel 29
De gemeenschappelijke onderneming beschermt gevoelige informatie waarvan openbaarmaking de belangen van haar leden of die van deelnemers aan de werkzaamheden van de gemeenschappelijke onderneming zou kunnen schaden.
|
|
Artikel 30 Transparantie
|
Artikel 30
Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad (
10
) is van toepassing op de documenten in bezit van de gemeenschappelijke onderneming.
|
|
Artikel 31 Verwerking van persoonsgegevens
|
Artikel 31
Verwerking van persoonsgegevens
Wanneer voor de toepassing van deze verordening de verwerking van persoonsgegevens is vereist, worden die verwerkt overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (
11
).
|
|
Artikel 32 Toegang tot resultaten en informatie over voorstellen
|
|
|
Artikel 33 Regels voor deelname en verspreiding van toepassing op uit Horizon Europa gefinancierde indirecte acties
|
|
|
Artikel 34 Vergoedingspercentages
|
|
|
Artikel 35 Regels van toepassing op in het kader van de Connecting Europe Facility gefinancierde activiteiten
|
Artikel 35
Regels van toepassing op in het kader van de Connecting Europe Facility gefinancierde activiteiten
Verordening (EU) 2021/1153 is van toepassing op de activiteiten die door de gemeenschappelijke onderneming in het kader van de Connecting Europe Facility worden gefinancierd.
|
|
Artikel 36 Regels van toepassing op in het kader van Digitaal Europa gefinancierde activiteiten
|
Artikel 36
Regels van toepassing op in het kader van Digitaal Europa gefinancierde activiteiten
Verordening (EU) 2021/694 is van toepassing op de activiteiten die door de gemeenschappelijke onderneming in het kader van de het programma Digitaal Europa worden gefinancierd.
|
|
Artikel 37 Ondersteuning door de gastlidstaat
|
Artikel 37
Ondersteuning door de gastlidstaat
Tussen de gemeenschappelijke onderneming en de lidstaat waar haar zetel zich bevindt, kan een administratieve overeenkomst worden gesloten betreffende door die staat aan de gemeenschappelijke onderneming verleende voorrechten, immuniteiten en andere ondersteuning.
|
|
Artikel 38 Intrekking
|
|
|
Artikel 39 Overgangsbepalingen
|
|
|
Artikel 40 Inwerkingtreding
|
Artikel 40
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
|
|
BIJLAGE STATUTEN VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE ONDERNEMING EUROPESE HIGH-PERFORMANCE COMPUTING
|
BIJLAGE
STATUTEN VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE ONDERNEMING EUROPESE HIGH-PERFORMANCE COMPUTING
Artikel 1
Taken
De gemeenschappelijke onderneming voert de volgende taken uit:
a)
publieke en private middelen bijeenbrengen voor de financiering van de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming;
b)
ondersteuning bieden voor de tenuitvoerlegging van de opdracht, de doelstellingen en de activiteitenpijlers van de gemeenschappelijke onderneming als bedoeld in de artikelen 3 en 4 van deze verordening; die activiteiten worden gefinancierd met middelen uit de begroting van de Unie in het kader van Verordening (EU) 2021/695 tot vaststelling van Horizon Europa, Verordening (EU) 2021/694 tot vaststelling van het programma Digitaal Europa en Verordening (EU) 2021/1153 tot vaststelling van de Connecting Europe Facility, overeenkomstig het toepassingsgebied van hun respectieve verordeningen, alsook met bijdragen van de betrokken deelnemende staten aan de gemeenschappelijke onderneming; daartoe lanceert de gemeenschappelijke onderneming oproepen tot het indienen van voorstellen, aanbestedingen en alle andere instrumenten of procedures waarin Horizon Europa, het programma Digitaal Europa en de Connecting Europe Facility voorzien;
c)
de oproepen tot het indienen van blijken van belangstelling voor het onderbrengen of upgraden van EuroHPC-supercomputers uitschrijven en beheren, en de ontvangen offertes beoordelen, met de steun van onafhankelijke externe deskundigen;
d)
de gastentiteit van de EuroHPC-supercomputers op een eerlijke, open en transparante manier selecteren overeenkomstig artikel 9 van deze verordening;
e)
overeenkomstig artikel 10 van deze verordening een onderbrengingsovereenkomst sluiten met de gastentiteit voor de exploitatie en het onderhoud van de EuroHPC-supercomputers en toezien op de naleving van de onderbrengingsovereenkomst, met inbegrip van de opleveringstest van de verworven supercomputers;
f)
algemene en specifieke voorwaarden voor de toekenning van het aandeel van de Unie in de toegangstijd tot de EuroHPC-supercomputers formuleren en toezicht houden op de toegang tot die supercomputers overeenkomstig artikel 17 van deze verordening;
g)
ervoor zorgen dat haar concrete acties bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van Horizon Europa, de strategische meerjarenplanning, regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage, en andere vereisten van dat programma, zoals de uitvoering van het kader voor feedback op gemeenschappelijk beleid;
h)
open oproepen tot het indienen van voorstellen uitschrijven en financiering toekennen aan indirecte acties overeenkomstig Verordening (EU) 2021/695 en binnen de grenzen van de beschikbare middelen, hoofdzakelijk in de vorm van subsidies;
i)
open oproepen tot het indienen van voorstellen en aanbestedingen uitschrijven en middelen toekennen overeenkomstig Verordening (EU) 2021/694 en Verordening (EU) 2021/1153, binnen de grenzen van de beschikbare middelen;
j)
toezicht houden op de uitvoering van de acties en subsidieovereenkomsten en aanbestedingscontracten beheren;
k)
de doeltreffendheid van het initiatief inzake Europese high-performance computing waarborgen, op basis van een reeks passende maatregelen;
l)
toezicht houden op de algehele voortgang in de richting van de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming;
m)
hechte samenwerking ontwikkelen en voor coördinatie zorgen met activiteiten, organisaties en belanghebbenden op EU- en nationaal niveau, zodat synergieën ontstaan en de resultaten van onderzoek en innovatie op het gebied van high-performance computing beter worden benut;
n)
hechte samenwerking ontwikkelen en zorgen voor coördinatie met andere Europese partnerschappen en operationele synergieën in gemeenschappelijke backoffice-functies met andere gemeenschappelijke ondernemingen;
o)
het strategisch meerjarenprogramma vaststellen, de bijbehorende jaarlijkse werkprogramma’s voor de uitvoering ervan opstellen en uitvoeren, en eventuele noodzakelijke aanpassingen aan het strategisch meerjarenprogramma aanbrengen;
p)
activiteiten voor voorlichting, communicatie, exploitatie en informatieverspreiding verrichten door het mutatis mutandis toepassen van artikel 51 van Verordening (EU) 2021/695, en het beschikbaar en toegankelijk maken in een gemeenschappelijke elektronische Horizon Europa-gegevensbank van uitvoerige informatie over de resultaten van oproepen tot het indienen van voorstellen;
q)
alle andere taken uitvoeren die nodig zijn om de in artikel 3 van deze verordening vastgelegde doelstellingen te bereiken.
Artikel 2
Leden
1.
De gemeenschappelijke onderneming bestaat uit de volgende leden:
a)
de Unie, vertegenwoordigd door de Commissie;
b)
België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, IJsland, Italië, Kroatië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Zweden;
c)
Montenegro, Noord-Macedonië, Zwitserland en Turkije, op voorwaarde dat die derde landen betrokken zijn bij ten minste één van de in artikel 5, lid 1, bedoelde relevante programma’s van deze verordening;
d)
na aanvaarding van deze statuten door middel van een verklaring van aanvaarding, het ETP4HPC (European Technology Platform for High Performance Computing), een vereniging naar Nederlands recht met zetel in Amsterdam (Nederland) en de vereniging DAIRO (“Data, AI and Robotics”), een vereniging naar Belgisch recht met zetel in Brussel (België).
2.
Elke deelnemende staat benoemt zijn vertegenwoordiger in de raad van bestuur en wijst de nationale entiteit/entiteiten aan die zal/zullen voldoen aan zijn verplichtingen uit hoofde van deze verordening.
Artikel 3
Wijziging van het lidmaatschap
1.
Op voorwaarde dat ze een bijdrage leveren overeenkomstig artikel 7 van deze verordening of bijdragen aan de in artikel 15 van deze statuten bedoelde financiering om de opdracht en doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming als bedoeld in artikel 3 van deze verordening te verwezenlijken, kunnen lidstaten van de Europese Unie of met Horizon Europa of Digitaal Europa geassocieerde derde landen die niet zijn opgenomen in artikel 2, lid 1, punt b), van deze statuten een aanvraag indienen om lid te worden van de gemeenschappelijke onderneming.
▼M2
2.
Elke aanvraag tot lidmaatschap van de gemeenschappelijke onderneming van een lidstaat of een met Horizon Europa of Digitaal Europa geassocieerd derde land wordt gericht aan de raad van bestuur. De kandidaat-lidstaten verstrekken een schriftelijke aanvaarding van deze statuten en van alle andere bepalingen die het functioneren van de gemeenschappelijke onderneming regelen. De kandidaten motiveren ook waarom ze lid willen worden van de gemeenschappelijke onderneming en geven aan hoe hun nationale supercomputing- of kwantumtechnologiestrategie is afgestemd op de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming. De raad van bestuur beoordeelt de aanvraag, rekening houdend met de relevantie en de potentiële meerwaarde van de kandidaat voor het verwezenlijken van de opdracht en de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming, en kan om verduidelijkingen met betrekking tot de kandidatuur vragen alvorens een besluit over de aanvraag te nemen.
▼C1
3.
Elke juridische entiteit die niet is opgenomen in artikel 2, lid 1, punt d), van deze statuten, die gevestigd is in een lidstaat en die onderzoek en innovatie in een lidstaat direct of indirect ondersteunt, kan een verzoek indienen om particulier lid van de gemeenschappelijke onderneming te worden overeenkomstig lid 4 van dit artikel, op voorwaarde dat zij bijdraagt aan de financiering als bedoeld in artikel 15 van deze statuten om de in artikel 3 van deze verordening vastgestelde opdracht en doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming te verwezenlijken en dat zij deze statuten aanvaardt.
▼B
4.
Aanvragen om particulier lid van de gemeenschappelijke onderneming te worden overeenkomstig lid 3 worden gericht tot de raad van bestuur. De raad van bestuur beoordeelt de aanvraag, rekening houdend met de relevantie en de potentiële meerwaarde van de aanvrager voor het verwezenlijken van de opdracht en doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming en neemt een besluit over de aanvraag.
5.
Elk lid kan zijn lidmaatschap van de gemeenschappelijke onderneming opzeggen. Die opzegging wordt zes maanden na de kennisgeving aan de uitvoerend directeur, die de andere leden van de raad van bestuur en de particuliere leden in kennis stelt van de opzegging, onherroepelijk van kracht. Vanaf de datum van opzegging wordt het voormalige lid ontheven van alle andere verplichtingen dan die welke door de gemeenschappelijke onderneming zijn goedgekeurd en aangegaan voordat het lid kennis had gegeven van de opzegging van zijn lidmaatschap.
6.
Elk particulier lid stelt de gemeenschappelijke onderneming eenmaal per jaar in kennis van eventuele belangrijke wijzigingen in zijn samenstelling. Indien de Commissie van oordeel is dat de wijziging in de samenstelling de belangen van de Unie of de gemeenschappelijke onderneming waarschijnlijk schaadt om redenen van veiligheid, kan zij de raad van bestuur voorstellen het lidmaatschap van het betrokken particulier lid te beëindigen. De beëindiging wordt onherroepelijk van kracht binnen zes maanden na het besluit van de raad van bestuur of op de in dat besluit vermelde datum, indien die datum eerder valt.
7.
Het lidmaatschap van de gemeenschappelijke onderneming kan niet op een derde partij worden overgedragen zonder voorafgaande toestemming van de raad van bestuur.
8.
Onmiddellijk na elke wijziging van het lidmaatschap op grond van dit artikel, maakt de gemeenschappelijke onderneming op haar website een geactualiseerde ledenlijst en de datum van die wijziging bekend.
Artikel 4
Organen van de gemeenschappelijke onderneming
1.
De gemeenschappelijke onderneming bestaat uit de volgende organen:
▼M2
c)
het industrieel en wetenschappelijk adviescomité, bestaande uit de adviesgroep inzake onderzoek en innovatie, de adviesgroep inzake infrastructuur en de adviesgroep inzake kwantumtechnologieën.
▼B
2.
Bij de uitvoering van zijn taken streeft elk orgaan van de gemeenschappelijke onderneming uitsluitend de in deze verordening vastgestelde doelstellingen na en treedt het alleen op binnen het kader van de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming waarvoor het is opgericht.
Artikel 5
Samenstelling van de raad van bestuur
1.
De raad van bestuur bestaat uit vertegenwoordigers van de Commissie, namens de Unie, en van de deelnemende staten.
2.
De Commissie en elke deelnemende staat benoemen één vertegenwoordiger in de raad van bestuur.
▼M2
3.
Voor activiteiten in het kader van de pijler Kwantumtechnologieën kunnen de deelnemende staten besluiten dezelfde vertegenwoordiger te gebruiken als voor de andere activiteitenpijlers, die dan wordt bijgestaan door de passende vertegenwoordigers en deskundigen van hun voor kwantumtechnologieën bevoegde autoriteiten, of kunnen zij een extra vertegenwoordiger van hun voor kwantumtechnologieën bevoegde autoriteiten aanwijzen.
▼B
Artikel 6
Werking van de raad van bestuur
1.
De vertegenwoordigers van de leden van de raad van bestuur doen hun uiterste best om tot een consensus te komen. Als er geen consensus kan worden bereikt, wordt overgegaan tot stemming.
2.
De Unie heeft een aandeel van 50 % in de stemmen. De stemmen van de Unie zijn ondeelbaar.
3.
Voor de in artikel 7, lid 3, van deze statuten vermelde taken wordt de overige 50 % van de stemrechten gelijkmatig over alle deelnemende staten verdeeld.
Voor de toepassing van dit lid neemt de raad van bestuur besluiten met een meerderheid die bestaat uit de stem van de Unie en ten minste 50 % van alle stemmen van de deelnemende staten, met inbegrip van de stemmen van de niet-aanwezige leden.
4.
Voor de in artikel 7, lid 4, van deze statuten vermelde taken, met uitzondering van de taken vermeld in de punten f), g) en h), behoort de overige 50 % van de stemrechten tot de deelnemende staten die lidstaten zijn.
Voor de toepassing van dit lid worden besluiten van de raad van bestuur met gekwalificeerde meerderheid genomen. De gekwalificeerde meerderheid wordt geacht te zijn bereikt indien zij de Unie omvat en ten minste 55 % van de lidstaten zijnde deelnemende staten waarvan de bevolking ten minste 65 % van de totale bevolking van die staten uitmaakt. Om de bevolkingsaantallen te bepalen, worden de aantallen in bijlage III bij Besluit 2009/937/EU van de Raad (
12
) gebruikt.
5.
Voor de in artikel 7, lid 4, punten f), g) en h), van deze statuten vermelde taken en voor elke EuroHPC-supercomputer worden de stemrechten van de deelnemende staten verdeeld in verhouding tot hun toegezegde financiële bijdragen en hun bijdragen in natura aan die supercomputer, totdat de eigendom ervan wordt overgedragen aan de gastentiteit overeenkomstig artikel 9, lid 3, van deze verordening, of totdat de supercomputer wordt verkocht of buiten gebruik wordt gesteld; de bijdragen in natura worden slechts in aanmerking genomen indien zij vooraf zijn gecertificeerd door een onafhankelijke deskundige of auditor.
Voor de toepassing van dit lid neemt de raad van bestuur besluiten met een meerderheid die ten minste 75 % van alle stemmen uitmaakt, met inbegrip van de stemmen van de niet-aanwezige leden.
▼M2
5 bis.
Voor de in artikel 7, lid 4, punt a), punten a) tot en met e) en punt g), van deze statuten vermelde taken, behoort de overige 50 % van de stemrechten tot de deelnemende staten die lidstaten zijn.
Voor de toepassing van dit lid worden besluiten van de raad van bestuur met gekwalificeerde meerderheid genomen. De gekwalificeerde meerderheid wordt geacht te zijn bereikt indien zij de Unie omvat en ten minste 55 % van de lidstaten zijnde deelnemende staten waarvan de bevolking ten minste 65 % van de totale bevolking van die staten uitmaakt. Om de bevolkingsaantallen te bepalen, worden de aantallen in bijlage II bij Besluit 2009/937/EU gebruikt.
5 ter.
Voor de in artikel 7, lid 4 bis, punt f), van deze statuten vermelde taken en voor elke AI-gigafabriek worden de stemrechten van de deelnemende staten verdeeld in verhouding tot hun toegezegde financiële bijdragen aan die AI-gigafabriek totdat de eigendom ervan wordt overgedragen of deze wordt verkocht of buiten gebruik gesteld, of totdat het contract voor een vooraf overeengekomen gegarandeerde aankoop van toegangstijd tot de AI-gigafabriek als bedoeld in artikel 12 ter, lid 5, van deze verordening is verstreken.
Voor de toepassing van dit lid neemt de raad van bestuur besluiten met een meerderheid die ten minste 75 % van alle stemmen uitmaakt, met inbegrip van de stemmen van de niet-aanwezige leden.
▼B
6.
►M2
Voor de in artikel 7, leden 5 tot en met 7, van deze statuten vermelde taken worden besluiten van de raad van bestuur in twee fasen genomen. ◄
In de eerste fase wordt de overige 50 % van de stemrechten gelijkmatig over alle deelnemende staten verdeeld. De raad van bestuur neemt besluiten met een meerderheid die bestaat uit de stem van de Unie en ten minste 55 % van alle stemmen van de deelnemende staten, met inbegrip van de stemmen van de niet-aanwezige leden.
In de tweede fase beslist de raad van bestuur met gekwalificeerde meerderheid van stemmen als bedoeld in lid 4 van dit artikel.
7.
Onverminderd de voorgaande leden behouden landen die lid waren van de bij Verordening (EU) 2018/1488 opgerichte gemeenschappelijke onderneming en hebben bijgedragen aan de verwerving of exploitatie van de door de bij die verordening opgerichte gemeenschappelijke onderneming EuroHPC verworven supercomputers, maar die niet langer lid zijn van de gemeenschappelijke onderneming EuroHPC, uitsluitend stemrecht wat betreft besluiten met betrekking tot die supercomputers overeenkomstig artikel 6, lid 5, en artikel 7, lid 5, van de statuten van de Gemeenschappelijke Onderneming EuroHPC, die als bijlage bij Verordening (EU) 2018/1488 zijn gevoegd.
8.
De raad van bestuur kiest een voorzitter voor een periode van twee jaar. Het mandaat van de voorzitter kan slechts eenmaal worden verlengd, na een besluit van de raad van bestuur.
9.
De vicevoorzitter van de raad van bestuur is de vertegenwoordiger van de Commissie en vervangt zo nodig de voorzitter.
10.
De raad van bestuur belegt ten minste tweemaal per jaar een gewone vergadering. De raad van bestuur kan buitengewone vergaderingen beleggen op verzoek van de Commissie, van een meerderheid van de vertegenwoordigers van de deelnemende staten, van de voorzitter, of van de uitvoerend directeur, overeenkomstig artikel 15, lid 5, van deze statuten. De vergaderingen van de raad van bestuur worden bijeengeroepen door zijn voorzitter en vinden gewoonlijk plaats waar de zetel van de gemeenschappelijke onderneming is gevestigd.
De uitvoerend directeur is gerechtigd om deel te nemen aan de vergaderingen en de beraadslagingen, maar heeft geen stemrecht. De raad van bestuur kan per geval andere personen uitnodigen om de vergaderingen als waarnemers bij te wonen.
Elke waarnemende staat mag een afgevaardigde in de raad van bestuur benoemen, die alle relevante documenten ontvangt en mag deelnemen aan de beraadslagingen van de raad van bestuur, tenzij de raad van bestuur daar per geval anders over beslist. Die afgevaardigden hebben geen stemrecht, waarborgen de vertrouwelijkheid van gevoelige informatie overeenkomstig artikel 29 van deze verordening en zijn onderworpen aan de regels inzake belangenconflicten.
11.
De vertegenwoordigers van de leden zijn niet persoonlijk aansprakelijk voor handelingen die zij verrichten in hun hoedanigheid van vertegenwoordiger in de raad van bestuur.
12.
De raad van bestuur stelt zijn reglement van orde vast en maakt dit bekend. Dat reglement voorziet in specifieke procedures om belangenconflicten te identificeren en te voorkomen en de vertrouwelijkheid van gevoelige informatie te waarborgen.
13.
De voorzitters van de adviesgroep inzake onderzoek en innovatie en de adviesgroep inzake infrastructuur van de gemeenschappelijke onderneming worden uitgenodigd om, wanneer punten worden besproken die onder hun taken vallen, de vergaderingen van de raad van bestuur als waarnemers bij te wonen en deel te nemen aan de beraadslagingen, maar ze hebben geen stemrecht. Zij waarborgen de vertrouwelijkheid van gevoelige informatie overeenkomstig artikel 29 van deze verordening en zijn onderworpen aan de regels inzake belangenconflicten.
14.
De voorzitters van de particuliere leden van de gemeenschappelijke onderneming worden uitgenodigd om de vergaderingen van de raad van bestuur als waarnemers bij te wonen en deel te nemen aan de beraadslagingen, maar ze hebben geen stemrecht. Zij waarborgen de vertrouwelijkheid van gevoelige informatie overeenkomstig artikel 29 van deze verordening en zijn onderworpen aan de regels inzake belangenconflicten.
Artikel 7
Taken van de raad van bestuur
1.
De raad van bestuur draagt de algemene verantwoordelijkheid voor de strategische oriëntatie en de werkzaamheden van de gemeenschappelijke onderneming, en houdt toezicht op de uitvoering van haar activiteiten. Hij zorgt ervoor dat de beginselen van eerlijkheid en transparantie naar behoren worden nagekomen bij de toewijzing van overheidsmiddelen.
2.
De Commissie streeft, in het kader van haar rol in de raad van bestuur, naar coördinatie tussen de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming en de relevante activiteiten van de financieringsprogramma’s van de Unie teneinde synergieën te bevorderen bij de ontwikkeling van een geïntegreerd supercomputer- en data-infrastructuurecosysteem en bij de vaststelling van de prioriteiten van gezamenlijk onderzoek.
3.
De raad van bestuur voert met name de volgende algemene administratieve taken van de gemeenschappelijke onderneming uit:
a)
nieuwe lidmaatschapsaanvragen beoordelen, aanvaarden of afwijzen overeenkomstig artikel 3, lid 2, van deze statuten;
b)
beslissen over de beëindiging van het lidmaatschap van leden van de gemeenschappelijke onderneming die hun verplichtingen niet nakomen;
c)
de financiële regels van de gemeenschappelijke onderneming bespreken en goedkeuren overeenkomstig artikel 19 van deze verordening;
d)
de jaarlijkse administratieve begroting van de gemeenschappelijke onderneming bespreken en goedkeuren, met inbegrip van de daarmee overeenstemmende personeelsformatie waarin, uitgedrukt in voltijdequivalenten, het aantal tijdelijke ambten per functiegroep en per rang, het aantal arbeidscontractanten en het aantal gedetacheerde nationale deskundigen is aangegeven;
e)
de uitvoerend directeur benoemen, ontslaan, zijn ambtstermijn verlengen, hem adviseren en toezicht houden op zijn prestaties;
f)
het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag bespreken en goedkeuren, met inbegrip van de in artikel 18, lid 1, van deze statuten bedoelde, daarmee verband houdende uitgaven;
g)
de bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag uitoefenen met betrekking tot het personeel, overeenkomstig artikel 20 van deze verordening;
h)
waar passend uitvoeringsregels voor het Statuut en de Regeling vaststellen overeenkomstig artikel 20, lid 3, van deze verordening;
i)
waar passend regels vaststellen voor de detachering van nationale deskundigen naar de gemeenschappelijke onderneming en voor het inzetten van stagiairs overeenkomstig artikel 21, lid 2, van deze verordening;
j)
waar passend adviesgroepen oprichten als aanvulling op de organen van de gemeenschappelijke onderneming als bedoeld in artikel 4 van deze statuten;
k)
regels en specifieke criteria vaststellen voor de selectie, de benoeming en het ontslag van de leden van de overeenkomstig punt j) opgerichte adviesgroepen, met inbegrip van overwegingen betreffende gender- en geografische diversiteit, en het door die adviesgroepen autonoom vastgestelde reglement van orde goedkeuren;
l)
de organisatiestructuur van het programmabureau bespreken en goedkeuren, na een aanbeveling van de uitvoerend directeur;
m)
waar passend door leden van de gemeenschappelijke onderneming gedane verzoeken tot wijziging van deze verordening voorleggen aan de Commissie;
n)
de algemene en specifieke toegangsvoorwaarden voor het gebruik van het aandeel van de Unie in de toegangstijd tot de EuroHPC-supercomputers formuleren overeenkomstig artikel 17 van deze verordening;
o)
de hoogte van de vergoeding voor de commerciële diensten als bedoeld in artikel 18 van deze verordening vaststellen, en beslissen over de toewijzing van toegangstijd aan die diensten;
p)
het communicatiebeleid van de gemeenschappelijke onderneming bespreken en goedkeuren op aanbeveling van de uitvoerend directeur;
q)
de verantwoordelijkheid dragen voor elke taak die niet specifiek aan een bepaald orgaan van de gemeenschappelijke onderneming is toegewezen; de raad van bestuur kan dergelijke taken aan elk orgaan van de gemeenschappelijke onderneming toewijzen.
4.
De raad van bestuur voert met name de volgende taken in verband met de verwerving en exploitatie van de EuroHPC-supercomputers en de gegenereerde inkomsten als bedoeld in artikel 16 van deze verordening uit:
a)
het gedeelte van het strategisch meerjarenprogramma dat verband houdt met de verwerving van EuroHPC-supercomputers als bedoeld in artikel 18, lid 1, van deze statuten bespreken en goedkeuren;
b)
het gedeelte van het jaarlijkse werkprogramma dat verband houdt met de verwerving van EuroHPC-supercomputers en de selectie van gastentiteiten en de daarmee verband houdende uitgavenramingen als bedoeld in artikel 18, lid 4, van deze statuten bespreken en goedkeuren;
c)
het uitschrijven van oproepen tot het indienen van blijken van belangstelling goedkeuren, overeenkomstig het jaarlijkse werkprogramma;
d)
de selectie goedkeuren van de gastentiteiten voor de EuroHPC-supercomputers die zijn geselecteerd aan de hand van een eerlijk, open en transparant proces overeenkomstig artikel 9 van deze verordening;
e)
jaarlijks beslissen over het gebruik van de inkomsten uit de vergoedingen voor commerciële diensten als bedoeld in artikel 18 van deze verordening;
f)
het uitschrijven van aanbestedingen goedkeuren, overeenkomstig het jaarlijkse werkprogramma;
g)
de voor financiering geselecteerde inschrijvingen goedkeuren;
h)
beslissen over de mogelijke overdracht van eigendom van de EuroHPC-supercomputers aan een gastentiteit, de verkoop ervan aan een andere entiteit of het buiten gebruik stellen ervan, overeenkomstig artikel 11, lid 5, artikel 12, lid 7, en artikel 14, lid 6, van deze verordening;
i)
beslissen over de mogelijke overdracht van eigendom van de EuroHPC-supercomputers aan een consortium van particuliere partners, de verkoop ervan aan een andere entiteit of het buiten gebruik stellen ervan, overeenkomstig artikel 13, lid 6, van deze verordening.
▼M2
4 bis.
De raad van bestuur voert de volgende taken uit met betrekking tot de in artikel 12 ter van deze verordening bedoelde AI-gigafabrieken:
a)
het bespreken en goedkeuren van het gedeelte van het strategisch meerjarenprogramma dat verband houdt met de oprichting van AI-gigafabrieken in de zin van artikel 18, lid 1, van deze statuten;
b)
het bespreken en goedkeuren van het gedeelte van het jaarlijkse werkprogramma dat verband houdt met de oprichting van AI-gigafabrieken en de selectie van AI-gigafabrieksconsortia en de daarmee verband houdende uitgavenramingen;
c)
het uitschrijven van oproepen tot het indienen van blijken van belangstelling goedkeuren, overeenkomstig het jaarlijkse werkprogramma;
d)
het goedkeuren van de selectie van de AI-gigafabrieksconsortia die de AI-gigafabrieken zullen oprichten en exploiteren;
e)
het vaststellen van de voorwaarden voor de toegangstijd van de Unie tot de AI-gigafabrieken;
f)
het nemen van besluiten met betrekking tot het openbaar bestuursorgaan van de AI-gigafabriek;
g)
het goedkeuren van de door de gemeenschappelijke onderneming gesloten raamovereenkomsten voor de levering van essentiële en veelgevraagde componenten van AI-gigafabrieken.
▼B
5.
De raad van bestuur voert met name de volgende taken uit in verband met de onderzoeks- en innovatieactiviteiten en de activiteiten inzake datagebruik en vaardigheden van de gemeenschappelijke onderneming:
a)
het gedeelte van het strategisch meerjarenprogramma dat verband houdt met de onderzoeks- en innovatieactiviteiten als bedoeld in artikel 18, lid 1, van deze statuten, aan het begin van het initiatief bespreken en goedkeuren en het indien nodig gedurende de looptijd van Horizon Europa wijzigen; het strategisch meerjarenprogramma vermeldt onder meer de andere Europese partnerschappen waarmee de gemeenschappelijke onderneming een formele en regelmatige samenwerking tot stand brengt, alsmede mogelijkheden voor synergieën tussen de acties van de gemeenschappelijke onderneming en nationale of regionale initiatieven en beleidsmaatregelen, op basis van door de deelnemende staten ontvangen informatie;
b)
het gedeelte van het jaarlijkse werkprogramma bespreken en goedkeuren dat betrekking heeft op de onderzoeks- en innovatieactiviteiten en de overeenkomstige uitgavenramingen als bedoeld in artikel 18, lid 4, van deze statuten, met het oog op de uitvoering van het strategisch meerjarenprogramma, met inbegrip van de inhoud van de oproepen tot het indienen van voorstellen, het toepasselijke financieringspercentage per onderwerp van de oproep en de daarmee verband houdende regels voor indienings-, evaluatie-, selectie-, gunnings- en beroepsprocedures;
c)
het uitschrijven van oproepen tot het indienen van voorstellen goedkeuren overeenkomstig het jaarlijkse werkplan;
d)
de lijst met voor financiering aangewezen acties goedkeuren op basis van de aanbeveling van de uitvoerend directeur, op grond van artikel 8 van deze verordening;
e)
verantwoordelijkheid dragen voor het nauwlettend en tijdig monitoren van de voortgang van het onderzoeks- en innovatieprogramma en de afzonderlijke acties van de gemeenschappelijke onderneming met betrekking tot de prioriteiten van de Commissie en het strategisch meerjarenprogramma, en waar nodig corrigerende maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat de gemeenschappelijke onderneming haar doelstellingen bereikt.
▼M2
5 bis.
Voor activiteiten in het kader van de pijler Kwantumtechnologieën is artikel 7, lid 5, van deze statuten van toepassing, met uitzondering van activiteiten die verband houden met de verwerving en exploitatie van kwantumcomputers, waarvoor artikel 7, lid 4, van deze statuten van toepassing is.
▼B
6.
De raad van bestuur voert met name de volgende taken in verband met de activiteiten inzake capaciteitsopbouw en -verbreding van de gemeenschappelijke onderneming uit:
a)
het gedeelte van het strategisch meerjarenprogramma dat verband houdt met de activiteiten inzake capaciteitsopbouw en -verbreding als bedoeld in artikel 18, lid 1, van deze statuten bespreken en goedkeuren;
b)
het gedeelte van het jaarlijkse werkprogramma dat verband houdt met de activiteiten inzake capaciteitsopbouw en -verbreding en de daarmee verband houdende uitgavenramingen als bedoeld in artikel 18, lid 4, van deze statuten bespreken en goedkeuren;
c)
het uitschrijven van oproepen tot het indienen van voorstellen en aanbestedingen goedkeuren overeenkomstig het jaarlijkse werkplan;
d)
de lijst met voor financiering aangewezen acties goedkeuren op basis van de aanbeveling van de uitvoerend directeur.
7.
De raad van bestuur voert met name de volgende taken uit met betrekking tot de federatie en connectiviteit van de HPC- en data-infrastructuuractiviteiten, alsook met betrekking tot de internationale samenwerkingsactiviteiten van de gemeenschappelijke onderneming:
a)
het gedeelte van het strategisch meerjarenprogramma dat verband houdt met de federatie en connectiviteit van de HPC- en data-infrastructuuractiviteiten en de internationale samenwerking als bedoeld in artikel 18, lid 1, van deze statuten bespreken en goedkeuren;
b)
het gedeelte van het jaarlijkse werkprogramma dat verband houdt met de federatie en connectiviteit van de HPC- en data-infrastructuuractiviteiten en met de internationale samenwerking en de daarmee verband houdende uitgavenramingen als bedoeld in artikel 18, lid 4, van deze statuten bespreken en goedkeuren;
c)
het uitschrijven van oproepen tot het indienen van voorstellen en aanbestedingen goedkeuren overeenkomstig het jaarlijkse werkplan;
d)
de lijst met voor financiering aangewezen acties goedkeuren op basis van de aanbeveling van de uitvoerend directeur.
Artikel 8
Benoeming, ontslag of verlenging van de ambtstermijn van de uitvoerend directeur
1.
De Commissie stelt na raadpleging van de andere leden van de gemeenschappelijke onderneming dan de Unie een lijst van kandidaten voor de functie van uitvoerend directeur voor. Met het oog op die raadpleging benoemen de andere leden van de gemeenschappelijke onderneming dan de Unie in onderlinge overeenstemming zowel hun vertegenwoordigers als een waarnemer namens de raad van bestuur.
De uitvoerend directeur wordt na een openbare en transparante selectieprocedure door de raad van bestuur aangesteld uit een lijst van door de Commissie voorgedragen kandidaten.
2.
De uitvoerend directeur is een personeelslid en wordt aangesteld als tijdelijk functionaris van de gemeenschappelijke onderneming overeenkomstig artikel 2, punt a), van de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van de Unie.
Voor het sluiten van de arbeidsovereenkomst met de uitvoerend directeur wordt de gemeenschappelijke onderneming vertegenwoordigd door de voorzitter van de raad van bestuur.
3.
De ambtstermijn van de uitvoerend directeur bedraagt vier jaar. Aan het einde van die periode beoordeelt de Commissie, eventueel gezamenlijk met de andere leden dan de Unie, het functioneren van de uitvoerend directeur en evalueert zij de toekomstige taken en uitdagingen van de gemeenschappelijke onderneming.
4.
De raad van bestuur kan op voorstel van de Commissie, die rekening houdt met de in lid 3 bedoelde beoordeling, de ambtstermijn van de uitvoerend directeur eenmaal verlengen voor een periode van ten hoogste vier jaar.
5.
Een uitvoerend directeur wiens ambtstermijn is verlengd, kan na afloop van de volledige termijn niet deelnemen aan een andere selectieprocedure voor hetzelfde ambt.
6.
De uitvoerend directeur kan alleen worden ontslagen na een besluit daartoe van de raad van bestuur op grond van artikel 7, lid 3, punt e), van deze statuten, handelend op voorstel van de Commissie, eventueel gezamenlijk met de andere leden dan de Unie.
7.
De Commissie kan een ambtenaar van de Commissie aanstellen om als tijdelijk uitvoerend directeur op te treden en de aan de uitvoerend directeur opgedragen taken uit te voeren voor elke periode waarin de functie van uitvoerend directeur vacant is.
Artikel 9
Taken van de uitvoerend directeur
1.
De uitvoerend directeur is als hoogste uitvoerende functionaris belast met het dagelijks beheer van de gemeenschappelijke onderneming, overeenkomstig de besluiten van de raad van bestuur.
2.
De uitvoerend directeur is de wettelijke vertegenwoordiger van de gemeenschappelijke onderneming. De uitvoerend directeur legt verantwoording af aan de raad van bestuur en verricht zijn of haar taken in alle onafhankelijkheid binnen de grenzen van de hem of haar verleende bevoegdheden.
3.
De uitvoerend directeur voert de begroting van de gemeenschappelijke onderneming uit.
4.
De uitvoerend directeur voert met name de volgende taken onafhankelijk uit:
a)
het ontwerp van strategisch meerjarenprogramma als bedoeld in artikel 18, lid 1, van deze statuten ter bespreking en goedkeuring aan de raad van bestuur voorleggen;
b)
de jaarlijkse ontwerpbegroting opstellen, met inbegrip van de daarmee overeenkomende personeelsformatie, en die ter bespreking en goedkeuring voorleggen aan de raad van bestuur, en daarbij het aantal tijdelijke ambten per rang en functiegroep aangeven, alsook het aantal arbeidscontractanten en gedetacheerde nationale deskundigen, uitgedrukt in voltijdequivalenten;
c)
het ontwerp van jaarlijks werkprogramma opstellen en dit ter bespreking en goedkeuring voorleggen aan de raad van bestuur, en in dat programma een omschrijving geven van het toepassingsgebied van de oproepen tot het indienen van voorstellen, de oproepen tot het indienen van blijken van belangstelling en de aanbestedingen die nodig zijn om het onderzoeks- en innovatieactiviteitenprogramma, het aanbestedingsprogramma, het activiteitenprogramma inzake capaciteitsopbouw en -verbreding, en het activiteitenprogramma inzake federatie, connectiviteit en internationale samenwerking die door het industrieel en wetenschappelijk adviescomité zijn voorgesteld, uit te voeren, alsmede de daarmee verband houdende, door de deelnemende staten en de Commissie voorgestelde uitgavenramingen;
d)
de jaarrekening voor advies voorleggen aan de raad van bestuur;
e)
het geconsolideerde jaarlijks activiteitenverslag opstellen, met inbegrip van de informatie over de overeenkomstige uitgaven, en dit ter goedkeuring voorleggen aan de raad van bestuur;
f)
namens de gemeenschappelijke onderneming individuele subsidieovereenkomsten, -contracten en -besluiten ondertekenen;
g)
aanbestedingscontracten ondertekenen;
h)
toezicht houden op de exploitatie van de EuroHPC-supercomputers die eigendom zijn van of worden gefinancierd door de gemeenschappelijke onderneming, met inbegrip van de toewijzing van het aandeel van de Unie in de toegangstijd, de naleving van de toegangsrechten voor gebruikers uit de academische wereld en het bedrijfsleven, alsook de kwaliteit van de dienstverlening;
i)
het communicatiebeleid van de gemeenschappelijke onderneming aan de raad van bestuur voorstellen;
j)
instaan voor de organisatie van, de leiding over en het toezicht op de werkzaamheden en het personeel van de gemeenschappelijke onderneming binnen de grenzen van de bevoegdheidsdelegatie door de raad van bestuur zoals bepaald in artikel 20, lid 2, van deze verordening;
k)
een doeltreffend en efficiënt internecontrolesysteem instellen, toezien op de werking ervan en elke ingrijpende wijziging daarvan aan de raad van bestuur melden;
l)
erover waken dat risicoanalyses en risicobeheer worden toegepast;
m)
indien van toepassing zorg dragen voor het tot stand brengen van interne auditcapaciteit bij de gemeenschappelijke onderneming;
n)
toegangstijd toewijzen voor nood- en crisissituaties, in overeenstemming met het door de raad van bestuur vastgestelde toegangsbeleid;
o)
alle andere maatregelen nemen die nodig zijn voor de beoordeling van de voortgang die de gemeenschappelijke onderneming boekt bij de verwezenlijking van haar doelstellingen, zoals vastgesteld in artikel 3 van deze verordening;
p)
alle andere taken uitvoeren die door de raad van bestuur aan de uitvoerend directeur zijn toevertrouwd of gedelegeerd.
5.
De uitvoerend directeur zet een programmabureau op voor de uitvoering, onder zijn of haar verantwoordelijkheid, van alle ondersteunende taken die voortvloeien uit deze verordening. Het programmabureau bestaat uit het personeel van de gemeenschappelijke onderneming en voert met name de volgende taken uit:
a)
bijstand verlenen bij het opzetten en beheren van een geschikt boekhoudsysteem in overeenstemming met de financiële regels als bedoeld in artikel 19 van deze verordening;
b)
het beheer voeren over de in het jaarlijkse werkprogramma vastgestelde oproepen tot het indienen van voorstellen en over de subsidieovereenkomsten en -besluiten;
c)
het beheer voeren over de in het jaarlijkse werkprogramma vastgestelde aanbestedingen en de contracten;
d)
het beheer voeren over het proces voor de selectie van de gastentiteiten en de onderbrengingsovereenkomsten;
e)
de leden en de andere organen van de gemeenschappelijke onderneming alle relevante informatie en de nodige ondersteuning geven zodat zij hun taken kunnen vervullen, en aan hun specifieke verzoeken voldoen;
f)
fungeren als het secretariaat van de organen van de gemeenschappelijke onderneming en assistentie verlenen aan de door de raad van bestuur opgerichte adviesgroepen.
Artikel 10
Samenstelling van het industrieel en wetenschappelijk adviescomité
▼M2
1.
Het industrieel en wetenschappelijk adviescomité bestaat uit een adviesgroep inzake onderzoek en innovatie, een adviesgroep inzake infrastructuur en een adviesgroep inzake kwantumtechnologieën.
▼B
2.
De adviesgroep inzake onderzoek en innovatie bestaat uit maximaal twaalf leden, waarvan er maximaal zes door de particuliere leden worden benoemd, rekening houdend met hun toezeggingen aan de gemeenschappelijke onderneming, en maximaal zes door de raad van bestuur, overeenkomstig artikel 7, lid 3, punt k), van deze statuten.
3.
In de adviesgroep voor onderzoek en innovatie kunnen maximaal zes waarnemers zetelen die door de deelnemende staten worden voorgedragen en door de raad van bestuur worden benoemd.
4.
De adviesgroep inzake infrastructuur bestaat uit twaalf leden. De raad van bestuur benoemt de leden van de adviesgroep inzake infrastructuur, overeenkomstig artikel 7, lid 3, punt k), van deze statuten.
5.
De leden van de adviesgroep inzake onderzoek en innovatie en van de adviesgroep inzake infrastructuur worden benoemd voor een periode van ten hoogste twee jaar, die eenmaal kan worden verlengd.
6.
De adviesgroep inzake onderzoek en innovatie en de adviesgroep inzake infrastructuur komen ten minste eenmaal per jaar bijeen om hun activiteiten te coördineren.
▼M2
7.
De adviesgroep inzake kwantumtechnologieën bestaat uit maximaal twaalf leden, waarvan er ten hoogste zes worden benoemd door de particuliere leden, rekening houdend met hun verbintenissen ten aanzien van de gemeenschappelijke onderneming, en ten hoogste zes door de raad van bestuur, in overeenstemming met artikel 7, lid 3, punt k), van deze statuten.
In de adviesgroep inzake kwantumtechnologieën kunnen maximaal zes waarnemers zitting hebben die door de deelnemende staten worden voorgedragen en door de raad van bestuur worden benoemd.
▼B
Artikel 11
Werking van de adviesgroep inzake onderzoek en innovatie
1.
De adviesgroep inzake onderzoek en innovatie komt ten minste tweemaal per jaar bijeen.
2.
De adviesgroep inzake onderzoek en innovatie kan zo nodig werkgroepen instellen die algemeen gecoördineerd worden door een of meer leden.
3.
De adviesgroep inzake onderzoek en innovatie kiest haar voorzitter.
4.
De adviesgroep inzake onderzoek en innovatie stelt haar reglement van orde vast, met daarin onder meer de benoeming van de samenstellende entiteiten die de adviesgroep vertegenwoordigen, alsook de duur van hun benoeming.
Artikel 12
Werking van de adviesgroep inzake infrastructuur
1.
De adviesgroep inzake infrastructuur komt ten minste tweemaal per jaar bijeen.
2.
De adviesgroep inzake infrastructuur kan zo nodig werkgroepen instellen die algemeen gecoördineerd worden door een of meer leden.
3.
De adviesgroep inzake infrastructuur kiest haar voorzitter.
4.
De adviesgroep inzake infrastructuur stelt haar reglement van orde vast, met daarin onder meer de benoeming van de samenstellende entiteiten die de adviesgroep vertegenwoordigen, alsook de duur van hun benoeming.
▼M2
Artikel 12 bis
Werking van de adviesgroep inzake kwantumtechnologieën
1.
De adviesgroep inzake kwantumtechnologieën komt ten minste tweemaal per jaar bijeen.
2.
De adviesgroep inzake kwantumtechnologieën kan zo nodig werkgroepen instellen die algemeen worden gecoördineerd door een of meer leden.
3.
De adviesgroep inzake kwantumtechnologieën kiest haar voorzitter.
4.
De adviesgroep inzake kwantumtechnologieën stelt haar reglement van orde vast, met daarin onder meer de benoeming van de samenstellende entiteiten die de adviesgroep vertegenwoordigen, alsook de duur van hun benoeming.
▼B
Artikel 13
Taken van de adviesgroep inzake onderzoek en innovatie
1.
De adviesgroep inzake onderzoek en innovatie:
a)
stelt haar bijdrage aan het in artikel 18, lid 1, van deze statuten bedoelde ontwerp van strategisch meerjarenprogramma met betrekking tot onderzoeks- en innovatieactiviteiten op en herziet dat geregeld, overeenkomstig de ontwikkeling van de wetenschappelijke en industriële vraag;
b)
organiseert openbare raadplegingen die openstaan voor alle publieke en particuliere belanghebbenden op het gebied van high-performance computing en kwantumcomputing, om hen te informeren en feedback in te winnen over het ontwerp van strategisch meerjarenprogramma en de daarmee verband houdende ontwerpactiviteiten van het werkprogramma voor onderzoek en innovatie voor een bepaald jaar.
2.
Het in lid 1 bedoelde ontwerp van strategisch meerjarenprogramma omvat:
a)
de strategische onderzoeks- en innovatieagenda met de onderzoeks- en innovatieprioriteiten voor de ontwikkeling en invoering van technologieën en toepassingen voor eindgebruikers voor high-performance computing op verschillende toepassingsgebieden, teneinde de ontwikkeling van een geïntegreerd HPC-, kwantumcomputing- en data-ecosysteem in de Unie te ondersteunen, de veerkracht van de Unie te vergroten en nieuwe markten en maatschappelijke toepassingen te helpen creëren, evenals maatregelen om de ontwikkeling en invoering van Europese technologie te bevorderen;
b)
potentiële internationale samenwerkingsactiviteiten op het gebied van onderzoek en innovatie die waarde toevoegen en van wederzijds belang zijn;
c)
prioriteiten op het gebied van opleiding en onderwijs om te voorzien in kerncompetenties en de vaardigheidskloof op het gebied van HPC- en kwantumcomputingtechnologieën en -toepassingen aan te pakken, met name voor de industrie.
Artikel 14
Taken van de adviesgroep inzake infrastructuur
1.
De adviesgroep inzake infrastructuur verstrekt advies aan de raad van bestuur voor de verwerving en de exploitatie van de EuroHPC-supercomputers. De adviesgroep doet daartoe het volgende:
a)
zij stelt haar bijdrage aan het in artikel 18, lid 1, van deze statuten bedoelde ontwerp van strategisch meerjarenprogramma met betrekking tot de aanschaf van EuroHPC supercomputers, capaciteitsopbouw en -verbreding op en herziet dat geregeld, overeenkomstig de ontwikkeling van de wetenschappelijke en industriële vraag;
b)
zij organiseert openbare raadplegingen die openstaan voor alle publieke en particuliere belanghebbenden op het gebied van high-performance computing, inclusief kwantumcomputing, om hen te informeren en feedback in te winnen over het ontwerp van strategisch meerjarenprogramma voor de verwerving en de exploitatie van de EuroHPC-supercomputers en de daarmee verband houdende ontwerpactiviteiten van het werkprogramma voor een bepaald jaar.
2.
De in lid 1 bedoelde bijdrage aan het ontwerp van strategisch meerjarenprogramma omvat:
a)
de aankoop van EuroHPC-supercomputers, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met de planning van de verwerving, de vereiste capaciteitsuitbreiding, de betrokken soorten toepassingen en gebruikersgemeenschappen, de relevante gebruikerseisen en passende systeemarchitectuur, de gebruikerseisen en de architectuur van de infrastructuur;
b)
de federatie en interconnectie van die infrastructuur, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met de integratie met nationale HPC- of kwantumcomputinginfrastructuren, en de architectuur van de hypergeconnecteerde en gefedereerde infrastructuur, en
c)
capaciteitsopbouw, inclusief de nationale HPC-kenniscentra en verbredings- en opleidingsactiviteiten voor eindgebruikers, alsmede mogelijkheden om de invoering en het gebruik van Europese technologische oplossingen, met name door de nationale HPC-kenniscentra, te bevorderen.
▼M2
Artikel 14 bis
Taken van de adviesgroep inzake kwantumtechnologieën
1.
De adviesgroep inzake kwantumtechnologieën:
a)
stelt haar bijdrage aan het ontwerp van strategisch meerjarenprogramma met betrekking tot activiteiten op het gebied van kwantumtechnologie en daarmee verband houdende onderwerpen, zoals bedoeld in artikel 18 van deze statuten, op en herziet die bijdrage geregeld in overeenstemming met de ontwikkeling van de wetenschappelijke, industriële en beleidsmatige vraag;
b)
organiseert openbare raadplegingen die openstaan voor alle publieke en particuliere belanghebbenden op het gebied van kwantumtechnologieën om hen te informeren en feedback in te winnen over het ontwerp van strategisch meerjarenprogramma en de daarmee verband houdende ontwerpactiviteiten voor het onderdeel kwantumtechnologieën van het werkprogramma voor een bepaald jaar.
2.
De in lid 1 bedoelde bijdrage aan het ontwerp van strategisch meerjarenprogramma omvat:
a)
de strategische prioriteiten op het gebied van onderzoek, innovatie, toepassing en infrastructuur voor de ontwikkeling en acceptatie van kwantumtechnologieën en de integratie ervan in het Europese digitale ecosysteem, ter ondersteuning van de veerkracht, de strategische autonomie en de technologische soevereiniteit van de Unie;
b)
mogelijke internationale samenwerkingsactiviteiten op het gebied van kwantumtechnologieën die een meerwaarde bieden en die van wederzijds belang zijn, waarbij wordt gezorgd voor afstemming van deze activiteiten op de waarden en veiligheidsbelangen van de Unie;
c)
prioriteiten inzake opleiding, onderwijs en de ontwikkeling van het personeelsbestand om de belangrijkste competenties en de vaardigheidskloof op het gebied van kwantumtechnologieën aan te pakken, met inbegrip van bewustwording ten aanzien van veiligheidsgevoelige toepassingen;
d)
de verwerving, implementatie en exploitatie van kwantuminfrastructuur, met inbegrip van de onderlinge verbondenheid en federatie met HPC-infrastructuur en andere digitale infrastructuur, zoals kwantumcommunicatie en kwantumdetectie;
e)
maatregelen inzake capaciteitsopbouw, interoperabiliteit, normalisatie en beveiliging op het gebied van kwantumtechnologieën, met specifieke aandacht voor risico’s in het kader van tweeërlei gebruik en de bescherming van de strategische activa, belangen, autonomie of veiligheid van de Unie.
▼B
Artikel 15
Financieringsbronnen
1.
De gemeenschappelijke onderneming wordt gezamenlijk door haar leden gefinancierd door middel van in tranches betaalde financiële bijdragen en bijdragen in natura als bedoeld in de leden 2 en 3.
2.
De administratieve kosten van de gemeenschappelijke onderneming bedragen niet meer dan 92 000 000 EUR en worden gedekt door de financiële bijdragen als bedoeld in artikel 5, lid 1, van deze verordening.
Indien een deel van de bijdrage van de Unie voor de administratieve kosten niet wordt gebruikt, kan het ter beschikking worden gesteld om de exploitatiekosten van de gemeenschappelijke onderneming te dekken.
3.
De exploitatiekosten van de gemeenschappelijke onderneming worden gedekt door:
a)
de financiële bijdrage van de Unie;
b)
financiële bijdragen van de deelnemende staat waar de gastentiteit is gevestigd of van de deelnemende staten in een gastconsortium aan de gemeenschappelijke onderneming — waaronder de bijdragen van de Unie die worden aangemerkt als bijdragen van de deelnemende staat op grond van artikel 15, lid 3, van Verordening (EU) 2021/695 — voor de verwerving van de hoogwaardige EuroHPC-supercomputers of kwantummachines en voor de exploitatie ervan totdat de eigendom ervan wordt overgedragen aan de gastentiteit of totdat ze worden verkocht of buiten gebruik worden gesteld overeenkomstig artikel 11, lid 5, en artikel 12, lid 7, van deze verordening, verminderd met de bijdragen van de gemeenschappelijke onderneming en alle andere bijdragen van de Unie aan die kosten;
c)
bijdragen in natura van de deelnemende staat waar de gastentiteit is gevestigd of van de deelnemende staten in een gastconsortium — waaronder de bijdragen van de Unie die worden aangemerkt als bijdragen van de deelnemende staat op grond van artikel 15, lid 3, van Verordening (EU) 2021/695 — bestaande uit de exploitatiekosten van de EuroHPC-supercomputers die eigendom zijn van de gemeenschappelijke onderneming, die door de gastentiteiten zijn gemaakt, verminderd met de bijdragen van de gemeenschappelijke onderneming en alle andere bijdragen van de Unie aan die kosten;
d)
financiële bijdragen van de deelnemende staat waar de gastentiteit is gevestigd of van de deelnemende staten in een gastconsortium — waaronder de bijdragen van de Unie die worden aangemerkt als bijdragen van de deelnemende staat op grond van artikel 15, lid 3, van Verordening (EU) 2021/695 — bestaande uit de gemaakte kosten voor de verwerving, samen met de gemeenschappelijke onderneming, van de midrange-EuroHPC-supercomputers, verminderd met de bijdragen van de gemeenschappelijke onderneming en alle andere bijdragen van de Unie aan die kosten;
e)
financiële bijdragen van een consortium van particuliere partners, bestaande uit de kosten die zijn gemaakt voor de verwerving en exploitatie, samen met de gemeenschappelijke onderneming, van de industriële EuroHPC-supercomputers, verminderd met de bijdragen van de gemeenschappelijke onderneming en alle andere bijdragen van de Unie aan die kosten, totdat de eigendom ervan wordt overgedragen aan de gastentiteit of totdat ze worden verkocht of buiten gebruik worden gesteld overeenkomstig artikel 13, lid 6, van deze verordening;
f)
financiële bijdragen van deelnemende staten aan de in aanmerking komende kosten die in die deelnemende staten gevestigde begunstigden maken — waaronder de bijdragen van de Unie die worden aangemerkt als bijdragen van de deelnemende staat op grond van artikel 15, lid 3, van Verordening (EU) 2021/695 — bij het verrichten van indirecte acties die overeenstemmen met de onderzoeks- en innovatieagenda, als aanvulling op de vergoeding van die kosten door de gemeenschappelijke onderneming, verminderd met de bijdragen van de gemeenschappelijke onderneming en alle andere bijdragen van de Unie aan die kosten. Die bijdragen laten de regels inzake staatssteun onverlet;
▼C1
g)
bijdragen in natura van de particuliere leden of hun samenstellende en verbonden entiteiten als omschreven in artikel 2, punten 16) en 17), van deze verordening.
▼B
4.
De in de begroting van de gemeenschappelijke onderneming opgenomen middelen bestaan uit de volgende bijdragen:
a)
de financiële bijdragen van de Unie aan de administratieve kosten;
b)
de financiële bijdragen van de leden aan de exploitatiekosten;
c)
alle door de gemeenschappelijke onderneming gegenereerde inkomsten;
d)
alle andere financiële bijdragen, middelen en inkomsten;
e)
de interesten op de bijdragen die aan de gemeenschappelijke onderneming zijn betaald, gelden als inkomsten.
5.
Wanneer een lid van de gemeenschappelijke onderneming zijn verplichtingen in verband met zijn financiële bijdrage niet nakomt, maakt de uitvoerend directeur daarvan schriftelijk melding en stelt hij een redelijke termijn vast waarbinnen de betalingsachterstand moet worden weggewerkt. Indien de betalingsachterstand niet binnen die termijn is weggewerkt, roept de uitvoerend directeur een vergadering van de raad van bestuur bijeen om te besluiten of het lidmaatschap van het desbetreffende lid moet worden ingetrokken, dan wel of andere maatregelen moeten worden genomen tot het lid zijn verbintenissen wel nakomt. Het stemrecht van het lid dat in gebreke blijft, wordt geschorst totdat het zijn betalingsachterstand heeft weggewerkt. De gemeenschappelijke onderneming en haar leden zijn niet verplicht de financiële bijdrage van de in gebreke blijvende leden te dekken.
6.
Alle middelen en activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming zijn bedoeld om de in artikel 3 van deze verordening vastgestelde doelstellingen te bereiken.
7.
De gemeenschappelijke onderneming is eigenaar van alle activa die door haar zijn gegenereerd of aan haar zijn overgedragen voor de verwezenlijking van de in artikel 3 van deze verordening vastgestelde doelstellingen. Dit heeft geen betrekking op de EuroHPC-supercomputers waarvan de gemeenschappelijke onderneming de eigendom aan een gastentiteit heeft overgedragen overeenkomstig artikel 11, lid 5, artikel 12, lid 7, artikel 13, lid 6, en artikel 14, lid 6, van deze verordening.
8.
Behalve bij ontbinding van de gemeenschappelijke onderneming, worden de inkomsten, voor zover zij meer bedragen dan de uitgaven, niet aan de leden van de gemeenschappelijke onderneming uitbetaald.
▼M2
Artikel 16
Begrotingsvastleggingen
De begrotingsvastleggingen van de gemeenschappelijke onderneming kunnen worden opgedeeld in jaarlijkse tranches. Vanaf januari 2025 wordt ten minste 20 % van de totale begroting voor de resterende jaren niet langer gedekt door jaarlijkse termijnbedragen.
▼B
Artikel 17
Begrotingsjaar
Het begrotingsjaar begint op 1 januari en eindigt op 31 december.
Artikel 18
Operationele en financiële planning
1.
In het strategisch meerjarenprogramma wordt gespecificeerd wat de strategie en de plannen zijn om de in artikel 3 van deze verordening vastgestelde doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming te verwezenlijken. Het omvat de verwerving van: supercomputers; de onderzoeks- en innovatieactiviteiten, met inbegrip van de strategische onderzoeks- en innovatieagenda; de activiteiten inzake capaciteitsopbouw en –verbreding, en inzake federatie, connectiviteit en internationale samenwerking. Het omvat ook de van de deelnemende staten en de Commissie ontvangen meerjarige financiële vooruitzichten.
2.
De particuliere leden stellen de strategische onderzoeks- en innovatieagenda op en leggen die voor aan de adviesgroep voor onderzoek en innovatie.
3.
Het industrieel en wetenschappelijk adviescomité consolideert het strategisch meerjarenprogramma en legt het voor aan de uitvoerend directeur. De uitvoerend directeur baseert zich hierop om het jaarlijks werkprogramma op te stellen.
4.
Het ontwerp van jaarlijks werkprogramma omvat de onderzoeks- en innovatieactiviteiten, de aanbestedingsactiviteiten, de activiteiten voor capaciteitsopbouw en -verbreding, de activiteiten inzake federatie, connectiviteit en internationale samenwerking, de administratieve werkzaamheden en de overeenkomstige uitgavenramingen voor het volgende jaar.
5.
De uitvoerend directeur legt de in artikel 8, lid 2, van deze verordening bedoelde administratieve overeenkomsten ter ondersteuning van de uitgavenramingen voor aan de raad van bestuur.
6.
Het jaarlijkse werkprogramma wordt aan het einde van het jaar vóór de uitvoering ervan goedgekeurd. Het jaarlijkse werkprogramma wordt openbaar gemaakt.
7.
De uitvoerend directeur stelt de jaarlijkse ontwerpbegroting voor het volgende jaar op en legt die ter goedkeuring voor aan de raad van bestuur.
8.
De begroting voor een bepaald jaar wordt uiterlijk aan het einde van het jaar vóór de uitvoering ervan goedgekeurd door de raad van bestuur.
9.
De jaarlijkse begroting wordt aangepast aan de hoogte van de financiële bijdrage van de Unie die in de algemene begroting van de Unie is vastgesteld.
Artikel 19
Operationele en financiële verslaglegging
1.
De uitvoerend directeur brengt jaarlijks verslag uit aan de raad van bestuur over de uitvoering van zijn of haar taken in overeenstemming met de financiële regels van de gemeenschappelijke onderneming als bedoeld in artikel 19 van deze verordening. Het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag bevat informatie over onder meer de volgende zaken:
a)
onderzoek, innovatie en andere uitgevoerde acties en de bijbehorende uitgaven;
b)
de verwerving en exploitatie van infrastructuur, met inbegrip van het gebruik van en de toegang tot de infrastructuur, zoals de door elke deelnemende staat daadwerkelijk gebruikte toegangstijden;
c)
de ingediende voorstellen en inschrijvingen, met inbegrip van een uitsplitsing per type deelnemer (waaronder kleine en middelgrote ondernemingen) en per land;
d)
de voor financiering geselecteerde indirecte acties, met een uitsplitsing per type deelnemer (waaronder kleine en middelgrote ondernemingen) en per land, met vermelding van de bijdragen van de gemeenschappelijke onderneming aan de afzonderlijke deelnemers en acties;
e)
de voor financiering geselecteerde inschrijvingen, met een uitsplitsing per type contractant (waaronder kleine en middelgrote ondernemingen) en per land, met vermelding van de bijdrage van de gemeenschappelijke onderneming aan de afzonderlijke contractanten en aanbestedingsactiviteiten;
f)
het resultaat van de aanbestedingsactiviteiten;
g)
vorderingen in de richting van de verwezenlijking van de in artikel 3 van deze verordening omschreven doelstellingen, en voorstellen voor verdere noodzakelijke werkzaamheden ter verwezenlijking van die doelstellingen.
2.
De rekenplichtige van de gemeenschappelijke onderneming zendt de voorlopige rekeningen toe aan de rekenplichtige van de Commissie en de Rekenkamer overeenkomstig de financiële regels van de gemeenschappelijke onderneming.
3.
De uitvoerend directeur zendt het verslag over het budgettair en financieel beheer toe aan het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer overeenkomstig de financiële regels van de gemeenschappelijke onderneming.
4.
De kwijtingsprocedure wordt uitgevoerd overeenkomstig de financiële regels van de gemeenschappelijke onderneming.
Artikel 20
Interne audit
1.
De intern controleur van de Commissie oefent ten aanzien van de gemeenschappelijke onderneming dezelfde bevoegdheden uit als die welke hij met betrekking tot de Commissie uitoefent.
2.
De gemeenschappelijke onderneming is in staat haar eigen interne audit uit te voeren.
Artikel 21
Aansprakelijkheid van leden en verzekering
1.
De financiële aansprakelijkheid van de leden van de gemeenschappelijke onderneming voor de schulden van de gemeenschappelijke onderneming is beperkt tot hun financiële bijdragen aan de gemeenschappelijke onderneming.
2.
De gemeenschappelijke onderneming sluit de nodige verzekeringen af en houdt die aan.
Artikel 22
Belangenconflicten
1.
De gemeenschappelijke onderneming, haar organen en haar personeel vermijden elk belangenconflict bij de uitvoering van hun activiteiten.
2.
De raad van bestuur stelt regels vast voor het voorkomen en beheersen van belangenconflicten met betrekking tot de personen die zitting hebben in de raad van bestuur en in de andere organen of groepen van de gemeenschappelijke onderneming.
Artikel 23
Ontbinding
1.
De gemeenschappelijke onderneming wordt ontbonden aan het einde van de in artikel 1 van deze verordening vastgelegde periode.
2.
Behalve in het in lid 1 genoemde geval, wordt de ontbindingsprocedure automatisch in werking gesteld als de Unie zich terugtrekt of alle andere leden dan de Unie zich terugtrekken uit de gemeenschappelijke onderneming.
3.
Voor de uitvoering van de procedure tot ontbinding van de gemeenschappelijke onderneming benoemt de raad van bestuur een of meer vereffenaars die handelen volgens de door de raad van bestuur genomen besluiten.
4.
Wanneer de gemeenschappelijke onderneming wordt ontbonden, worden haar activa gebruikt ter voldoening van haar verplichtingen en voor de uitgaven in verband met haar ontbinding. De supercomputers die de gemeenschappelijke onderneming in eigendom heeft, worden overgedragen aan de respectieve gastentiteiten of aan het consortium van particuliere partners, verkocht of buiten gebruik gesteld bij besluit van de raad van bestuur en in overeenstemming met de onderbrengingsovereenkomst. De leden van de gemeenschappelijke onderneming zijn niet aansprakelijk voor eventuele kosten die na de overdracht van eigendom van een supercomputer of de verkoop of buitengebruikstelling ervan worden gemaakt. In geval van overdracht van eigendom vergoeden de gastentiteit of het consortium van particuliere partners de gemeenschappelijke onderneming de restwaarde van de overgedragen supercomputers. Een eventueel overschot wordt op het moment van de ontbinding verdeeld over de leden in verhouding tot hun financiële bijdragen aan de gemeenschappelijke onderneming. Een eventueel overschot dat de Unie toevalt, wordt teruggeboekt naar de algemene begroting van de Unie.
5.
Er wordt een ad-hoc procedure ingesteld om een passende afwikkeling te verzekeren van alle door de gemeenschappelijke onderneming gesloten overeenkomsten of genomen besluiten, alsmede van alle aanbestedingscontracten waarvan de duur die van het bestaan van de gemeenschappelijke onderneming overschrijdt.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|