+Artikel 20 Personeel
---+Artikel 20 1.
---+Artikel 20 2.
---+Artikel 20 3.
---+Artikel 20 4.
---+Artikel 20 5.
---+Artikel 20 6.
---+Artikel 20 7.
---+Artikel 20 8.
|
Artikel 20 Personeel
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 20 1.
|
Het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie (“het Statuut”) en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie (“de Regeling”), vastgesteld bij Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad (
6
), en de door de instellingen van de Europese Unie gezamenlijk vastgestelde regelingen ter uitvoering van het Statuut en de Regeling, zijn van toepassing op het personeel van de gemeenschappelijke onderneming.
|
|
Artikel 20 2.
|
De raad van bestuur oefent, ten aanzien van het personeel van de gemeenschappelijke onderneming, de bevoegdheden uit die bij het Statuut worden verleend aan het tot aanstelling bevoegde gezag alsmede de bevoegdheden die bij de Regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden worden verleend aan het tot het aangaan van arbeidsovereenkomsten bevoegde gezag (“de bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag”).
|
|
Artikel 20 3.
|
Overeenkomstig artikel 110 van het Statuut stelt de raad van bestuur, op grond van artikel 2, lid 1, van het Statuut en van artikel 6 van de Regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden, een besluit vast om de bevoegdheden tot aanstelling te delegeren aan de uitvoerend directeur en de voorwaarden vast te stellen waaronder die delegatie kan worden geschorst. De uitvoerend directeur kan die bevoegdheden op zijn beurt delegeren.
|
|
Artikel 20 4.
|
Indien uitzonderlijke omstandigheden dit vereisen, kan de raad van bestuur besluiten om de delegatie van de bevoegdheden tot aanstelling aan de uitvoerend directeur en elke daaropvolgende door hem verleende subdelegatie van die bevoegdheden tijdelijk te schorsen. In dergelijke gevallen oefent de raad van bestuur de bevoegdheden tot aanstelling zelf uit of worden die gedelegeerd aan een van zijn leden of aan een ander personeelslid van de gemeenschappelijke onderneming dan de uitvoerend directeur.
|
|
Artikel 20 5.
|
De raad van bestuur stelt overeenkomstig artikel 110 van het Statuut passende bepalingen vast voor de tenuitvoerlegging van het Statuut en de Regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden.
|
|
Artikel 20 6.
|
De personele middelen worden vastgesteld in de personeelsformatie van de gemeenschappelijke onderneming, waarin overeenkomstig de jaarlijkse begroting het aantal tijdelijke ambten per functiegroep en per rang, en het aantal arbeidscontractanten, uitgedrukt in voltijdequivalenten, is aangegeven.
|
|
Artikel 20 7.
|
Het personeel van de gemeenschappelijke onderneming bestaat uit tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten.
|
|
Artikel 20 8.
|
Alle personeelskosten komen ten laste van de gemeenschappelijke onderneming.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|