+BIJLAGE XIII
|
BIJLAGE XIII
BIJLAGE XIII
INSTRUCTIES VOOR RAPPORTAGE OVER STABIELE FINANCIERING
|
|
DEEL I: ALGEMENE INSTRUCTIES
|
|
|
DEEL II: VEREISTE STABIELE FINANCIERING
|
|
1.
|
Specifieke opmerkingen
|
|
2.
|
Instructies voor bepaalde kolommen
|
|
3.
|
Instructies voor bepaalde rijen
|
|
|
DEEL III: BESCHIKBARE STABIELE FINANCIERING
|
|
1.
|
Specifieke opmerkingen
|
|
2.
|
Instructies voor bepaalde kolommen
|
|
3.
|
Instructies voor bepaalde rijen
|
|
|
DEEL IV: VEREENVOUDIGDE VEREISTE STABIELE FINANCIERING
|
|
1.
|
Specifieke opmerkingen
|
|
2.
|
Instructies voor bepaalde kolommen
|
|
3.
|
Instructies voor bepaalde rijen
|
|
|
DEEL V: VEREENVOUDIGDE BESCHIKBARE STABIELE FINANCIERING
|
|
1.
|
Specifieke opmerkingen
|
|
2.
|
Instructies voor bepaalde kolommen
|
|
3.
|
Instructies voor bepaalde rijen
|
|
|
DEEL VI: SAMENVATTING NSFR
|
|
1.
|
Specifieke opmerkingen
|
|
2.
|
Instructies voor bepaalde kolommen
|
|
3.
|
Instructies voor bepaalde rijen
|
DEEL I: ALGEMENE INSTRUCTIES
1. Deze bijlage bevat instructies voor de templates voor de nettostabielefinancieringsratio (NSFR), die informatie bevat over de posten voor de vereiste stabiele financiering en voor de beschikbare stabiele financiering, met het oog op de rapportage van de NSFR zoals gespecificeerd in deel zes, titel IV, van Verordening (EU) nr. 575/2013 (VKV). Posten die de instellingen niet hoeven in te vullen, zijn met grijs aangegeven.
2. Overeenkomstig artikel 415, lid 1, VKV gebruiken de instellingen de template in de rapportagevaluta, ongeacht de valuta waarin activa, passiva en posten buiten de balanstelling feitelijk luiden. De instellingen rapporteren de template afzonderlijk in de overeenkomstige valuta overeenkomstig artikel 415, lid 2, VKV.
3. Wat de berekening van de NSFR betreft, heeft de VKV het over stabielefinancieringsfactoren. In deze instructies is „factor” te verstaan als een getal tussen 0 en 1, dat na vermenigvuldiging met het bedrag het gewogen bedrag, d.w.z. de in artikel 428 quater, lid 2, VKV bedoelde waarde, oplevert.
4. Om dubbeltelling te voorkomen, rapporteren de instellingen geen activa of verplichtingen die verband houden met zekerheden gestort of ontvangen als variatiemarge overeenkomstig artikel 428 duodecies, lid 4, VKV en artikel 428 quintricies, lid 2, VKV, of als initiële marge en bijdrage aan het wanbetalingsfonds van een CTP overeenkomstig artikel 428 quatertricies, punt a), en artikel 428 quatertricies, punt b), VKV.
5. Posten die worden verstrekt door en uitgebreid tot leden van een groep of een institutioneel protectiestelsel waarvoor de bevoegde autoriteit heeft toegestaan dat overeenkomstig artikel 428 nonies VKV een preferentiële behandeling wordt toegepast, worden in een afzonderlijke categorie gerapporteerd. Deposito’s die worden aangehouden in het kader van een institutioneel protectiestelsel of een coöperatief netwerk en als liquide activa worden beschouwd, worden overeenkomstig artikel 428 octies VKV als liquide activa gerapporteerd. Andere posten binnen een groep of binnen een institutioneel protectiestelsel worden in de desbetreffende categorieën gerapporteerd.
6. Voor rapportagedoeleinden wordt in de met „Bedrag” aangeduide kolommen altijd de boekwaarde gerapporteerd, behalve in het geval van derivatencontracten, waarvoor de instellingen de reële waarde vermelden als gespecificeerd in artikel 428 quinquies, lid 2, VKV.
7. Met het oog op de rapportage per valuta waarvoor een afzonderlijke rapportageverplichting geldt als bedoeld in artikel 415, lid 2, VKV, berekenen de instellingen met betrekking tot derivaten als bedoeld in artikel 428 quinquies, lid 4, VKV de reële waarde voor elke netting set in de afwikkelingsvaluta ervan. Voor alle netting sets met matchende afwikkelingsvaluta’s wordt een nettobedrag berekend overeenkomstig artikel 428 duodecies, lid 4, en artikel 428 quintricies, lid 2, VKV en gerapporteerd in de desbetreffende valuta waarvoor een afzonderlijke rapportageverplichting geldt. In dit verband wordt onder afwikkelingsvaluta verstaan de valuta waarin de afwikkeling van een netting set is overeengekomen. Netting set verwijst naar de groep vorderingen en schulden die voortvloeien uit derivatentransacties met een tegenpartij, ongeacht of deze in een andere valuta dan de afwikkelingsvaluta luiden. Indien meerdere keuzemogelijkheden qua valuta bestaan, beoordeelt de kredietinstelling in welke valuta de afwikkeling waarschijnlijk zal plaatsvinden, en wordt uitsluitend in die afzonderlijke valuta gerapporteerd.
8. Het bedrag van de activa en passiva die voortvloeien uit effectenfinancieringstransacties met één tegenpartij en dezelfde soort onderliggende zekerheden (liquide activa van niveau 1 of niet van niveau 1) overeenkomstig de in artikel 460, lid 1, VKV bedoelde gedelegeerde handeling, wordt op nettobasis gerapporteerd indien artikel 428 sexies VKV van toepassing is. In het geval van effectenfinancieringstransacties met onderliggende zekerhedenpakketten worden de minder liquide zekerheden binnen die pool van zekerheden geacht het eerst in pand te zijn gegeven.
9. Overeenkomstig artikel 428 sextricies mogen kleine en niet-complexe instellingen met voorafgaande toestemming van hun bevoegde autoriteit ervoor kiezen hun NSFR te berekenen volgens de vereenvoudigde methode van deel zes, titel IV, hoofdstukken 6 en 7, VKV. De instellingen die deze vereenvoudigde methode gebruiken voor de berekening van de nettostabielefinancieringsratio gebruiken de rapportagetemplates C 82.00 en C 83.00. Alle andere instellingen gebruiken de rapportagetemplates C 80.00 en C 81.00. Alle instellingen gebruiken de rapportagetemplate C 84.00.
DEEL II: VEREISTE STABIELE FINANCIERING
1.
Specifieke opmerkingen
10. De instellingen rapporteren in de passende categorie alle activa waarvan zij de uiteindelijke begunstigde blijven, ook als die activa niet in hun balans zijn opgenomen. Activa waarvan de instellingen niet de uiteindelijke begunstigde blijven, worden niet gerapporteerd, zelfs als die activa in hun balans zijn opgenomen. In het geval van omgekeerde repo’s, waarbij de ingeleende activa niet in de balans zijn opgenomen maar de bank die deze heeft ontvangen, de uiteindelijke begunstigde ervan is, wordt alleen de geldzijde, of de zekerhedenzijde indien een hogere VSF-factor van toepassing is, gerapporteerd.
11. Overeenkomstig artikel 428 septdecies VKV wordt, tenzij anders bepaald in deel zes, titel IV, hoofdstuk 4, VKV, het bedrag van de vereiste stabiele financiering (VSF) berekend door het bedrag van de activa en posten buiten de balanstelling te vermenigvuldigen met de factoren voor de vereiste stabiele financiering.
12. Activa die in aanmerking komen als liquide activa (LAHK) in de zin van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61, worden als zodanig gerapporteerd, ongeacht of zij voldoen aan de operationele voorschriften bedoeld in artikel 8 van die gedelegeerde verordening. Die activa worden gerapporteerd in de daartoe aangewezen kolommen, ongeacht hun resterende looptijd.
13. Alle niet-LAHK activa en posten buiten de balanstelling worden gerapporteerd met een uitsplitsing naar hun resterende looptijd overeenkomstig artikel 428 octodecies VKV. De looptijdsegmenten van de bedragen, standaardfactoren en toepasselijke factoren zijn de volgende:
i.
resterende looptijd van minder dan zes maanden of zonder aangegeven looptijd;
ii.
resterende looptijd van ten minste zes maanden, maar minder dan één jaar;
iii.
resterende looptijd van één jaar of meer.
14. Overeenkomstig artikel 428 octodecies, lid 3, VKV houden instellingen bij het berekenen van de resterende looptijd van niet-LAHK activa en posten buiten de balanstelling rekening met opties, op basis van de veronderstelling dat de uitgevende instelling of tegenpartij elke optie om de looptijd van het actief te verlengen, zal uitoefenen. Voor opties die naar eigen goeddunken door de instelling kunnen worden uitgeoefend, houden de instelling en de bevoegde autoriteit rekening met voor de reputatie relevante factoren die de mogelijkheid van de instelling om de optie niet uit te oefenen kunnen beperken, met name verwachtingen van markten en cliënten dat de instelling de looptijd van bepaalde activa moet verlengen op hun vervaldatum.
15. Voor sommige posten rapporteren de instellingen activa volgens de status en/of looptijd van bezwaring van dat actief overeenkomstig artikel 428 septdecies, leden 4, 5 en 6, VKV.
16. De beslisboom voor rapportagetemplate C 80.00 maakt deel uit van de instructies om prioriteiten te stellen in de beoordelingscriteria bij de toewijzing van elke gerapporteerde post, met het doel een homogene en vergelijkbare rapportage te waarborgen. De instellingen mogen zich niet beperken tot het doorlopen van de beslisboom, maar moeten ook de overige instructies te allen tijde in acht nemen. Eenvoudigheidshalve wordt in de beslisboom geen rekening gehouden met totalen, subtotalen en „waarvan”-posten; dit betekent echter niet dat zij niet ook moeten worden gerapporteerd.
17. Indien een instelling een actief dat onder meer bij effectenfinancieringstransacties is ingeleend en dat buiten de balanstelling wordt gehouden, opnieuw gebruikt of opnieuw in pand geeft, wordt, zoals gespecificeerd in artikel 428 septdecies, lid 5, VKV, de transactie waarmee dat actief is ingeleend, behandeld als bezwaard in de zin dat deze transactie niet kan vervallen zonder dat de instelling het ingeleende actief heeft teruggegeven. De resterende looptijd van deze bezwaring is de hoogste waarde van: i) de resterende looptijd van de transactie waarbij de activa zijn ingeleend, en ii) de resterende looptijd van de transactie waarbij de activa opnieuw in pand werden gegeven.
|
#
|
Post
|
Beslissing
|
Actie
|
|
1
|
Netting sets van derivatencontracten met een negatieve reële waarde exclusief gestorte zekerheden of met veranderingen in de marktwaardering van die contracten verband houdende afwikkelingsbetalingen of -ontvangsten?
|
Ja
|
ID 1.7.1
|
|
Nee
|
# 2
|
|
2
|
Een actief of een post buiten de balanstelling gestort als initiële marge voor derivaten?
|
Ja
|
ID 1.7.3
|
|
Nee
|
# 3
|
|
3
|
Een actief of een post buiten de balanstelling gestort als bijdrage aan het wanbetalingsfonds van een CTP?
|
Ja
|
ID 1.8
|
|
Nee
|
# 4
|
|
4
|
Een post waarvan de instelling de uiteindelijke begunstigde blijft?
|
Ja
|
# 5
|
|
Nee
|
# 23
|
|
5
|
Een actief dat verband houdt met als variatiemarge voor derivaten gestorte zekerheden?
|
Ja
|
Niet rapporteren.
|
|
Nee
|
# 6
|
|
6
|
Niet-renderende activa of effecten in wanbetaling?
|
Ja
|
ID 1.9.3
|
|
Nee
|
# 7
|
|
7
|
Transactiedatumvorderingen?
|
Ja
|
ID 1.9.2
|
|
Nee
|
# 8
|
|
8
|
Onderling afhankelijke activa?
|
Ja
|
Rubriceren in één toepasselijke post onder ID 1.5
|
|
Nee
|
# 9
|
|
9
|
Activa binnen een groep of binnen een institutioneel protectiestelsel waarvoor de bevoegde autoriteit de preferentiële behandeling heeft toegestaan?
|
Ja
|
ID 1.6
|
|
Nee
|
# 10
|
|
10
|
Activa van centrale banken?
|
Ja
|
Rubriceren in één toepasselijke post onder ID 1.1
|
|
Nee
|
# 11
|
|
11
|
Liquide activa?
|
Ja
|
# 12
|
|
Nee
|
# 13
|
|
12
|
Voor een resterende looptijd van één jaar of meer bezwaarde liquide activa in een dekkingspool?
|
Ja
|
ID 1.2.13
|
|
Nee
|
Rubriceren in één toepasselijke post onder ID 1.2.1 tot en met 1.2.12
|
|
13
|
Effecten in de vorm van niet-liquide activa?
|
Ja
|
Rubriceren in één toepasselijke post onder ID 1.3
|
|
Nee
|
# 14
|
|
14
|
Met handelsfinanciering binnen de balanstelling verband houdende producten?
|
Ja
|
ID 1.4.7
|
|
Nee
|
# 15
|
|
15
|
NSFR derivatenactiva?
|
Ja
|
ID 1.7.2
|
|
Nee
|
# 16
|
|
16
|
Leningen?
|
Ja
|
# 17
|
|
Nee
|
# 21
|
|
17
|
Voor een resterende looptijd van één jaar of meer bezwaarde leningen in een dekkingspool?
|
Ja
|
ID 1.4.4
|
|
Nee
|
# 18
|
|
18
|
Als operationele deposito’s ingedeelde leningen?
|
Ja
|
ID 1.4.1
|
|
Nee
|
# 19
|
|
19
|
Effectenfinancieringstransacties met financiële cliënten?
|
Ja
|
Rubriceren in één toepasselijke post onder ID 1.4.2
|
|
Nee
|
# 20
|
|
20
|
Andere leningen en voorschotten aan financiële cliënten?
|
Ja
|
ID 1.4.3
|
|
Nee
|
Rubriceren in één toepasselijke post onder ID 1.4.5 of 1.4.6
|
|
21
|
Fysiek verhandelde grondstoffen?
|
Ja
|
Rubriceren in één toepasselijke post onder ID 1.9.1
|
|
Nee
|
# 22
|
|
22
|
Andere activa die niet in de bovenstaande categorieën zijn opgenomen?
|
Ja
|
ID 1.9.4
|
|
Nee
|
Niet rapporteren.
|
|
23
|
Blootstelling buiten de balanstelling?
|
Ja
|
# 24
|
|
Nee
|
Niet rapporteren.
|
|
24
|
Niet-renderende blootstelling?
|
Ja
|
ID 1.10.4
|
|
Nee
|
# 25
|
|
25
|
Gecommitteerde faciliteiten?
|
Ja
|
# 26
|
|
Nee
|
# 27
|
|
26
|
Gecommitteerde faciliteiten waarvoor de bevoegde autoriteit de preferentiële behandeling heeft toegestaan?
|
Ja
|
ID 1.10.1
|
|
Nee
|
ID 1.10.2
|
|
27
|
Met handelsfinanciering buiten de balanstelling verband houdende posten?
|
Ja
|
ID 1.10.3
|
|
Nee
|
# 28
|
|
28
|
Andere blootstellingen buiten de balanstelling waarvoor de bevoegde autoriteit de VSF-factor heeft bepaald?
|
Ja
|
ID 1.10.5
|
|
Nee
|
Niet rapporteren.
|
2.
Instructies voor bepaalde kolommen
|
Kolom
|
Verwijzingen naar wetgeving en instructies
|
|
0010-0030
|
Niet-LAHK-bedrag
De instellingen rapporteren in de kolommen 0010-0030 voor elk looptijdsegment het bedrag, tenzij anders vermeld in deel zes, titel IV, hoofdstuk 4, VKV, van de activa en posten buiten de balanstelling bedoeld in deel zes, titel IV, hoofdstuk 4, afdeling 2, VKV.
Het bedrag wordt gerapporteerd in de kolommen 0010-0030 wanneer de overeenkomstige post niet in aanmerking komt als liquide actief in de zin van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61, ongeacht of het voldoet aan de operationele voorschriften bedoeld in artikel 8 van die gedelegeerde verordening.
|
|
0040
|
LAKH-bedrag
Zie de instructies in de kolommen 0010-0030.
Het bedrag wordt gerapporteerd in kolom 0040 wanneer de overeenkomstige post in aanmerking komt als liquide actief van hoge kwaliteit in de zin van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61, ongeacht of het voldoet aan de operationele voorschriften bedoeld in artikel 8 van die gedelegeerde verordening.
|
|
0050-0080
|
Standaard-VSF-factor
Deel zes, titel IV, hoofdstuk 4, afdeling 2, VKV
De standaardfactoren in de kolommen 0050-0080 zijn de in deel zes, titel IV, hoofdstuk 4, VKV als standaard gespecificeerde factoren die het deel van het bedrag van de activa en posten buiten de balanstelling zouden bepalen dat vereiste stabiele financiering vormt. Zij worden alleen ter informatie verstrekt en zijn niet bedoeld om door de instellingen te worden ingevuld.
|
|
0090-0120
|
Toepasselijke VSF-factor
Deel zes, titel IV, hoofdstuk 4, afdeling 2, VKV
De instellingen rapporteren in de kolommen 0090-0120 de toepasselijke factor die wordt toegepast op de posten in deel zes, titel IV, hoofdstuk 4, VKV. De toepasselijke factoren kunnen resulteren in gewogen gemiddelden en worden gerapporteerd als getal met decimalen (d.w.z. 1,00 voor een toepasselijke weging van 100 procent of 0,50 voor een toepasselijke weging van 50 procent). De toepasselijke factoren kunnen onder meer ondernemingsspecifieke en nationale discreties weerspiegelen.
|
|
0130
|
Vereiste stabiele financiering:
De instellingen rapporteren in kolom 0130 de vereiste stabiele financiering overeenkomstig deel zes, titel IV, hoofdstuk 4, VKV.
Deze wordt berekend met de volgende formule:
c0130 = SUM{(c0010 * c 0090), (c0020 * c 0100), (c0030 * c 0110), (c0040 * c 0120)}.
|
3.
Instructies voor bepaalde rijen
|
Rij
|
Verwijzingen naar wetgeving en instructies
|
|
0010
|
1 VEREISTE STABIELE FINANCIERING
Deel zes, titel IV, hoofdstuk 4, VKV
De instellingen rapporteren hier posten die onderworpen zijn aan de vereiste stabiele financiering overeenkomstig deel zes, titel IV, hoofdstuk 4, VKV.
|
|
0020
|
1.1 VSF uit activa van centrale banken
Artikel 428 novodecies, lid 1, punten c) en d), en artikel 428 untricies, punt d), VKV
De instellingen rapporteren hier activa van centrale banken.
Overeenkomstig artikel 428 septdecies, lid 7, VKV kan een verminderde VSF-factor gelden.
|
|
0030
|
1.1.1 contanten en reserves aangehouden bij en LAHK-blootstellingen met betrekking tot centrale banken
De instellingen rapporteren hier contanten en reserves bij centrale banken, met inbegrip van overtollige reserves. De instellingen rapporteren hier ook alle andere blootstellingen aan centrale banken die als liquide activa worden beschouwd in de zin van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61, ongeacht of zij voldoen aan de operationele voorschriften bedoeld in artikel 8 van die gedelegeerde verordening.
Minimumreserves die niet als liquide activa in de zin van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 worden beschouwd, worden gerapporteerd in de desbetreffende kolom voor niet-LAHK.
|
|
0040
|
1.1.1.1 onbezwaard of bezwaard voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
Het onder 1.1.1 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die onbezwaard zijn of bezwaard zijn voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
|
|
0050
|
1.1.1.2 bezwaard voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
Het onder 1.1.1 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
|
|
0060
|
1.1.1.3 bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer
Het onder 1.1.1 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van één jaar of meer
|
|
0070
|
1.1.2 overige niet-LAHK blootstellingen met betrekking tot centrale banken
De instellingen rapporteren hier alle andere vorderingen op centrale banken dan die welke onder post 1.1.1 worden gerapporteerd.
|
|
0080
|
1.2 VSF uit liquide activa
Artikel 428 novodecies, lid 1, punten a) en b), tot en met artikel 428 duotricies, VKV
De instellingen rapporteren hier liquide activa in de zin van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61, ongeacht of zij voldoen aan de operationele voorschriften bedoeld in artikel 8 van die gedelegeerde verordening.
|
|
0090
|
1.2.1 activa van niveau 1 die in aanmerking komen voor een reductiefactor voor de liquiditeitsdekkingsratio van 0 %
De instellingen rapporteren hier activa die in aanmerking komen als liquide activa van niveau 1 en aandelen of rechten van deelneming in icb’s die in aanmerking komen voor een reductiefactor van 0 % overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.
Activa die zijn bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer in een dekkingspool gefinancierd door gedekte obligaties als bedoeld in artikel 52, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG of gedekte obligaties die voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de behandeling als beschreven in artikel 129, lid 4 of lid 5, VKV, worden niet hier gerapporteerd, maar onder post 1.2.13.
|
|
0100
|
1.2.1.1 onbezwaard of bezwaard voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
Het onder 1.2.1 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die onbezwaard zijn of bezwaard zijn voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
|
|
0110
|
1.2.1.2 bezwaard voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
Het onder 1.2.1 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
|
|
0120
|
1.2.1.3 bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer
Het onder 1.2.1 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van één jaar of meer
|
|
0130
|
1.2.2 activa van niveau 1 die in aanmerking komen voor een reductiefactor voor de liquiditeitsdekkingsratio van 5 %
De instellingen rapporteren hier aandelen of rechten van deelneming in icb’s die in aanmerking komen voor een reductiefactor van 5 % overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.
Activa die zijn bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer in een dekkingspool gefinancierd door gedekte obligaties als bedoeld in artikel 52, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG of gedekte obligaties die voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de behandeling als beschreven in artikel 129, lid 4 of lid 5, VKV, worden niet hier gerapporteerd, maar onder post 1.2.13.
|
|
0140
|
1.2.2.1 onbezwaard of bezwaard voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
Het onder 1.2.2 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die onbezwaard zijn of bezwaard zijn voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
|
|
0150
|
1.2.2.2 bezwaard voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
Het onder 1.2.2 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
|
|
0160
|
1.2.2.3 bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer
Het onder 1.2.2 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van één jaar of meer
|
|
0170
|
1.2.3 activa van niveau 1 die in aanmerking komen voor een reductiefactor voor de liquiditeitsdekkingsratio van 7 %
De instellingen rapporteren hier activa die in aanmerking komen als gedekte obligaties van uiterst hoge kwaliteit van niveau 1 in de zin van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.
Activa die zijn bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer in een dekkingspool gefinancierd door gedekte obligaties als bedoeld in artikel 52, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG of gedekte obligaties die voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de behandeling als beschreven in artikel 129, lid 4 of lid 5, VKV, worden niet hier gerapporteerd, maar onder post 1.2.13.
|
|
0180
|
1.2.3.1 onbezwaard of bezwaard voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
Het onder 1.2.3 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die onbezwaard zijn of bezwaard zijn voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
|
|
0190
|
1.2.3.2 bezwaard voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
Het onder 1.2.3 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
|
|
0200
|
1.2.3.3 bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer
Het onder 1.2.3 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van één jaar of meer
|
|
0210
|
1.2.4 activa van niveau 1 die in aanmerking komen voor een reductiefactor voor de liquiditeitsdekkingsratio van 12 %
De instellingen rapporteren hier aandelen of rechten van deelneming in icb’s die in aanmerking komen voor een reductiefactor van 12 % overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.
Activa die zijn bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer in een dekkingspool gefinancierd door gedekte obligaties als bedoeld in artikel 52, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG of gedekte obligaties die voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de behandeling als beschreven in artikel 129, lid 4 of lid 5, VKV, worden niet hier gerapporteerd, maar onder post 1.2.13.
|
|
0220
|
1.2.4.1 onbezwaard of bezwaard voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
Het onder 1.2.4 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die onbezwaard zijn of bezwaard zijn voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
|
|
0230
|
1.2.4.2 bezwaard voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
Het onder 1.2.4 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
|
|
0240
|
1.2.4.3 bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer
Het onder 1.2.4 gerapporteerde bedrag dat bezwaard is voor een resterende looptijd van één jaar of meer
|
|
0250
|
1.2.5 activa van niveau 2A die in aanmerking komen voor een reductiefactor voor de liquiditeitsdekkingsratio van 15 %
De instellingen rapporteren hier activa die in aanmerking komen als activa van niveau 2A in de zin van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.
Activa die zijn bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer in een dekkingspool gefinancierd door gedekte obligaties als bedoeld in artikel 52, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG of gedekte obligaties die voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de behandeling als beschreven in artikel 129, lid 4 of lid 5, VKV, worden niet hier gerapporteerd, maar onder post 1.2.13.
|
|
0260
|
1.2.5.1 onbezwaard of bezwaard voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
Het onder 1.2.5 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die onbezwaard zijn of bezwaard zijn voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
|
|
0270
|
1.2.5.2 bezwaard voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
Het onder 1.2.5 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
|
|
0280
|
1.2.5.3 bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer
Het onder 1.2.5 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van één jaar of meer
|
|
0290
|
1.2.6 activa van niveau 2A die in aanmerking komen voor een reductiefactor voor de liquiditeitsdekkingsratio van 20 %
De instellingen rapporteren hier aandelen of rechten van deelneming in icb’s die in aanmerking komen voor een reductiefactor van 20 % overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.
Activa die zijn bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer in een dekkingspool gefinancierd door gedekte obligaties als bedoeld in artikel 52, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG of gedekte obligaties die voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de behandeling als beschreven in artikel 129, lid 4 of lid 5, VKV, worden niet hier gerapporteerd, maar onder post 1.2.13.
|
|
0300
|
1.2.6.1 onbezwaard of bezwaard voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
Het onder 1.2.6 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die onbezwaard zijn of bezwaard zijn voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
|
|
0310
|
1.2.6.2 bezwaard voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
Het onder 1.2.6 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
|
|
0320
|
1.2.6.3 bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer
Het onder 1.2.6 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van één jaar of meer
|
|
0330
|
1.2.7 securitisaties van niveau 2B die in aanmerking komen voor een reductiefactor voor de liquiditeitsdekkingsratio van 25 %
De instellingen rapporteren hier securitisaties van niveau 2B die in aanmerking komen voor een reductiefactor van 25 % overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.
Activa die zijn bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer in een dekkingspool gefinancierd door gedekte obligaties als bedoeld in artikel 52, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG of gedekte obligaties die voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de behandeling als beschreven in artikel 129, lid 4 of lid 5, VKV, worden niet hier gerapporteerd, maar onder post 1.2.13.
|
|
0340
|
1.2.7.1 onbezwaard of bezwaard voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
Het onder 1.2.7 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die onbezwaard zijn of bezwaard zijn voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
|
|
0350
|
1.2.7.2 bezwaard voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
Het onder 1.2.7 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
|
|
0360
|
1.2.7.3 bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer
Het onder 1.2.7 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van één jaar of meer
|
|
0370
|
1.2.8 activa van niveau 2B die in aanmerking komen voor een reductiefactor voor de liquiditeitsdekkingsratio van 30 %
De instellingen rapporteren hier gedekte obligaties van uiterst hoge kwaliteit of aandelen of rechten van deelneming in icb’s die in aanmerking komen voor een reductiefactor van 30 % overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.
Activa die zijn bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer in een dekkingspool gefinancierd door gedekte obligaties als bedoeld in artikel 52, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG of gedekte obligaties die voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de behandeling als beschreven in artikel 129, lid 4 of lid 5, VKV, worden niet hier gerapporteerd, maar onder post 1.2.13.
|
|
0380
|
1.2.8.1 onbezwaard of bezwaard voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
Het onder 1.2.8 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die onbezwaard zijn of bezwaard zijn voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
|
|
0390
|
1.2.8.2 bezwaard voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
Het onder 1.2.8 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
|
|
0400
|
1.2.8.3 bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer
Het onder 1.2.8 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van één jaar of meer
|
|
0410
|
1.2.9 activa van niveau 2B die in aanmerking komen voor een reductiefactor voor de liquiditeitsdekkingsratio van 35 %
De instellingen rapporteren hier securitisaties van niveau 2B of aandelen of rechten van deelneming in icb’s die in aanmerking komen voor een reductiefactor van 35 % overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.
Activa die zijn bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer in een dekkingspool gefinancierd door gedekte obligaties als bedoeld in artikel 52, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG of gedekte obligaties die voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de behandeling als beschreven in artikel 129, lid 4 of lid 5, VKV, worden niet hier gerapporteerd, maar onder post 1.2.13.
|
|
0420
|
1.2.9.1 onbezwaard of bezwaard voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
Het onder 1.2.9 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die onbezwaard zijn of bezwaard zijn voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
|
|
0430
|
1.2.9.2 bezwaard voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
Het onder 1.2.9 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
|
|
0440
|
1.2.9.3 bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer
Het onder 1.2.9 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van één jaar of meer
|
|
0450
|
1.2.10 activa van niveau 2B die in aanmerking komen voor een reductiefactor voor de liquiditeitsdekkingsratio van 40 %
De instellingen rapporteren hier aandelen of rechten van deelneming in icb’s die in aanmerking komen voor een reductiefactor van 40 % overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.
Activa die zijn bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer in een dekkingspool gefinancierd door gedekte obligaties als bedoeld in artikel 52, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG of gedekte obligaties die voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de behandeling als beschreven in artikel 129, lid 4 of lid 5, VKV, worden niet hier gerapporteerd, maar onder post 1.2.13.
|
|
0460
|
1.2.10.1 onbezwaard of bezwaard voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
Het onder 1.2.10 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die onbezwaard zijn of bezwaard zijn voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
|
|
0470
|
1.2.10.2 bezwaard voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
Het onder 1.2.10 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
|
|
0480
|
1.2.10.3 bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer
Het onder 1.2.10 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van één jaar of meer
|
|
0490
|
1.2.11 activa van niveau 2B die in aanmerking komen voor een reductiefactor voor de liquiditeitsdekkingsratio van 50 %
De instellingen rapporteren hier activa van niveau 2B overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61, met uitzondering van securitisaties en gedekte obligaties van hoge kwaliteit van niveau 2B.
Activa die zijn bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer in een dekkingspool gefinancierd door gedekte obligaties als bedoeld in artikel 52, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG of gedekte obligaties die voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de behandeling als beschreven in artikel 129, lid 4 of lid 5, VKV, worden niet hier gerapporteerd, maar onder post 1.2.13.
|
|
0500
|
1.2.11.1 onbezwaard of bezwaard voor een resterende looptijd van minder dan één jaar
Het onder 1.2.11 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die onbezwaard zijn of bezwaard zijn voor een resterende looptijd van minder dan één jaar
|
|
0510
|
1.2.11.2 bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer
Het onder 1.2.11 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van één jaar of meer
|
|
0520
|
1.2.12 activa van niveau 2B die in aanmerking komen voor een reductiefactor voor de liquiditeitsdekkingsratio van 55 %
De instellingen rapporteren hier aandelen of rechten van deelneming in icb’s die in aanmerking komen voor een reductiefactor van 55 % overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.
Activa die zijn bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer in een dekkingspool gefinancierd door gedekte obligaties als bedoeld in artikel 52, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG of gedekte obligaties die voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de behandeling als beschreven in artikel 129, lid 4 of lid 5, VKV, worden niet hier gerapporteerd, maar onder post 1.2.13.
|
|
0530
|
1.2.12.1 onbezwaard of bezwaard voor een resterende looptijd van minder dan één jaar
Het onder 1.2.12 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die onbezwaard zijn of bezwaard zijn voor een resterende looptijd van minder dan één jaar
|
|
0540
|
1.2.12.2 bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer
Het onder 1-2-2012 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van één jaar of meer
|
|
0550
|
1.2.13 voor een resterende looptijd van één jaar of meer bezwaarde LAHK in een dekkingspool
Artikel 428 quatertricies, punt h), VKV; het in 1.2 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die zijn bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer in een dekkingspool gefinancierd door gedekte obligaties als bedoeld in artikel 52, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG of gedekte obligaties die voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de behandeling als beschreven in artikel 129, lid 4 of lid 5, VKV
|
|
0560
|
1.3 VSF uit andere effecten dan liquide activa
Artikel 428 quatertricies, punten e) en f), VKV
De instellingen rapporteren hier effecten die niet in wanbetaling zijn overeenkomstig artikel 178 VKV en die geen liquide activa zijn in de zin van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61, ongeacht of zij voldoen aan de daarin vastgestelde operationele voorschriften.
|
|
0570
|
1.3.1 niet-LAHK effecten en beursverhandelde aandelen
Artikel 428 quatertricies, punten e) en f), en artikel 428 quintricies, lid 1, punt b), VKV
Het in 1.3 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met andere niet-LAHK effecten dan niet-beursverhandelde aandelen, met uitzondering van de onder post 1.3.3 gerapporteerde effecten. Beursverhandelde aandelen worden gerapporteerd in het segment van één jaar of meer dan één jaar.
|
|
0580
|
1.3.1.1 onbezwaard of bezwaard voor een resterende looptijd van minder dan één jaar
Het onder 1.3.1 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die onbezwaard zijn of bezwaard zijn voor een resterende looptijd van minder dan één jaar
|
|
0590
|
1.3.1.2 bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer
Het onder 1.3.1 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van één jaar of meer
|
|
0600
|
1.3.2 niet-LAHK niet-beursverhandelde aandelen
Artikel 428 quintricies, lid 1, punt b), VKV; het onder 1.3 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met niet-beursverhandelde aandelen, met uitzondering van de onder post 1.3.3 gerapporteerde effecten.
|
|
0610
|
1.3.3 voor een resterende looptijd van één jaar of meer bezwaarde niet-LAHK effecten in een dekkingspool
Artikel 428 quatertricies, punt h), VKV; het in 1.3 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die zijn bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer in een dekkingspool gefinancierd door gedekte obligaties als bedoeld in artikel 52, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG of gedekte obligaties die voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de behandeling als beschreven in artikel 129, lid 4 of lid 5, VKV
|
|
0620
|
1.4 VSF uit leningen
De instellingen rapporteren hier gelden die verschuldigd zijn uit hoofde van leningen die niet in wanbetaling zijn overeenkomstig artikel 178 VKV.
Overeenkomstig artikel 428 octodecies, lid 4, VKV wordt voor aflossingsleningen met een resterende contractuele looptijd van één jaar of meer elk gedeelte met een resterende looptijd van minder dan zes maanden en elk gedeelte met een resterende looptijd tussen zes maanden en minder dan één jaar behandeld alsof deze een resterende looptijd van minder dan zes maanden respectievelijk tussen zes maanden en minder dan één jaar hebben.
|
|
0630
|
1.4.1 operationele deposito’s
Artikel 428 untricies, punt b), en artikel 428 quintricies, lid 1, punt b), VKV; het onder 1.4 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met deposito’s die operationeel zijn in de zin van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61
|
|
0640
|
1.4.2 effectenfinancieringstransacties met financiële cliënten
Artikel 428 sexies, artikel 428 novodecies, lid 1, punt g), en artikel 428 vicies, lid 1, punt b), VKV; het onder 1.4 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met gelden die zijn verschuldigd uit hoofde van effectenfinancieringstransacties met financiële cliënten
|
|
0650
|
1.4.2.1 gedekt door activa van niveau 1 die in aanmerking komen voor een reductiefactor voor de liquiditeitsdekkingsratio van 0 %
Artikel 428 novodecies, lid 1, punt g), artikel 428 untricies, punt d), en artikel 428 quintricies, lid 1, punt b), VKV; het onder 1.4.2 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met transacties die zijn gedekt door activa van niveau 1 die in aanmerking komen voor een reductiefactor voor de liquiditeitsdekkingsratio van 0 % overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61
|
|
0660
|
1.4.2.1.1 onbezwaard of bezwaard voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
Het onder 1.4.2.1 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die onbezwaard zijn of bezwaard zijn voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
|
|
0670
|
1.4.2.1.2 bezwaard voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
Het onder 1.4.2.1 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
|
|
0680
|
1.4.2.1.3 bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer
Het onder 1.4.2.1 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van één jaar of meer
|
|
0690
|
1.4.2.2 gedekt door andere activa
Artikel 428 vicies, lid 1, punt b), artikel 428 untricies, punt d), en artikel 428 quintricies, lid 1, punt b), VKV; het onder 1.4.2 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met transacties die zijn gedekt door andere activa dan activa van niveau 1 die in aanmerking komen voor een reductiefactor voor de liquiditeitsdekkingsratio van 0 % overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61
|
|
0700
|
1.4.2.2.1 onbezwaard of bezwaard voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
Het onder 1.4.2.2 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die onbezwaard zijn of bezwaard zijn voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
|
|
0710
|
1.4.2.2.2 bezwaard voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
Het onder 1.4.2.2 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
|
|
0720
|
1.4.2.2.3 bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer
Het onder 1.4.2.2 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van één jaar of meer
|
|
0730
|
1.4.3 overige leningen en voorschotten aan financiële cliënten
Artikel 428 tervicies, punt a), en artikel 428 untricies, punt d), iii), VKV; het onder 1.4 gerapporteerde bedrag dat voortvloeit uit andere leningen en voorschotten aan financiële cliënten die niet onder 1.4.1 en 1.4.2 zijn gerapporteerd
|
|
0740
|
1.4.4 voor een resterende looptijd van één jaar of meer bezwaarde activa in een dekkingspool
Artikel 428 quatertricies, punt h), VKV; het in 1.4 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die zijn bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer in een dekkingspool gefinancierd door gedekte obligaties als bedoeld in artikel 52, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG of gedekte obligaties die voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de behandeling als beschreven in artikel 129, lid 4 of lid 5, VKV
|
|
0750
|
1.4.5 leningen aan niet-financiële cliënten die geen centrale banken zijn, indien aan die leningen een risicogewicht van 35 % of minder wordt toegekend
Artikel 428 untricies, punt c), en artikel 428 tertricies VKV; het onder 1.4 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met leningen die gedekt zijn door hypotheken op niet-zakelijk onroerend goed of woonkredieten die volledig gedekt zijn door een toelaatbare protectiegever als bedoeld in artikel 129, lid 1, punt e), VKV — met uitzondering van leningen aan financiële cliënten en leningen als bedoeld in de artikelen 428 novodecies tot en met 428 untricies VKV — op voorwaarde dat aan die leningen een risicogewicht van 35 % of minder wordt toegekend overeenkomstig deel drie, titel II, hoofdstuk 2, VKV
|
|
0760
|
1.4.5.0.1. waarvan hypotheken op niet-zakelijk onroerend goed
Het onder 1.4.5 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met blootstellingen die gedekt zijn door hypotheken op niet-zakelijk onroerend goed
|
|
0770
|
1.4.5.1 onbezwaard of bezwaard voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
Het onder 1.4.5 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die onbezwaard zijn of bezwaard zijn voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
|
|
0780
|
1.4.5.2 bezwaard voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
Het onder 1.4.5 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
|
|
0790
|
1.4.5.3 bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer
Het onder 1.4.5 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van één jaar of meer
|
|
0800
|
1.4.6 overige leningen aan andere niet-financiële cliënten dan centrale banken
Artikel 428 untricies, punt c), en artikel 428 quatertricies, punt c), VKV; het onder 1.4.5 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met leningen aan andere niet-financiële cliënten dan centrale banken met een risicogewicht van meer dan 35 % overeenkomstig deel drie, titel II, hoofdstuk 2, VKV
|
|
0810
|
1.4.6.0.1 waarvan hypotheken op niet-zakelijk onroerend goed
Het onder 1.4.6 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met blootstellingen die gedekt zijn door hypotheken op niet-zakelijk onroerend goed
|
|
0820
|
1.4.6.1 onbezwaard of bezwaard voor een resterende looptijd van minder dan één jaar
Het onder 1.4.6 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die onbezwaard zijn of bezwaard zijn voor een resterende looptijd van minder dan één jaar
|
|
0830
|
1.4.6.2 bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer
Het onder 1.4.6 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van één jaar of meer
|
|
0840
|
1.4.7 met handelsfinanciering binnen de balanstelling verband houdende producten
Artikel 428 tervicies, punt b), artikel 428 untricies, punt e), en artikel 428 quatertricies, punt d), VKV; het bedrag in verband met producten die verband houden met handelsfinanciering binnen de balanstelling
|
|
0850
|
1.5 VSF uit onderling afhankelijke activa
Artikel 428 septies en artikel 428 novodecies, lid 1, punt f), VKV
De instellingen rapporteren hier activa die onderling afhankelijk zijn met passiva overeenkomstig artikel 428 septies VKV.
|
|
0860
|
1.5.1 gecentraliseerde gereglementeerde spaargelden
Artikel 428 septies, lid 2, punt a), VKV; het onder 1.5 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met gecentraliseerde gereglementeerde spaargelden
|
|
0870
|
1.5.2 stimuleringsleningen en krediet- en liquiditeitsfaciliteiten
Artikel 428 septies, lid 2, punt b), VKV; het onder 1.5 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met stimuleringsleningen en krediet- en liquiditeitsfaciliteiten
|
|
0880
|
1.5.3 in aanmerking komende gedekte obligaties
Artikel 428 septies, lid 2, punt c), VKV; het onder 1.5 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met in aanmerking komende gedekte obligaties
|
|
0890
|
1.5.4 activiteiten inzake clearing voor cliënten van derivaten
Artikel 428 septies, lid 2, punt d), VKV; het onder 1.5 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activiteiten inzake clearing voor cliënten van derivaten
|
|
0900
|
1.5.5 overige
Artikel 428 septies, lid 1, VKV; het onder 1.5 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die niet zijn opgenomen in de posten 1.5.1 tot en met 1.5.4
|
|
0910
|
1.6 VSF uit activa binnen een groep of binnen een institutioneel protectiestelsel als een preferentiële behandeling van toepassing is
De instellingen rapporteren hier activa waarvoor de bevoegde autoriteiten de preferentiële behandeling overeenkomstig artikel 428 nonies VKV hebben toegestaan.
|
|
0920
|
1.7 VSF uit derivaten
Artikel 428 quinquies, artikel 428 vicies, lid 2, artikel 428 quatertricies, punt a), en artikel 428 quintricies, lid 2, VKV
De instellingen rapporteren hier het bedrag van vereiste stabiele financiering dat uit derivaten voortvloeit.
|
|
0930
|
1.7.1 vereiste stabiele financiering voor derivatenverplichtingen
Het onder 1.7 gerapporteerde bedrag dat de absolute reële waarde is van netting sets met een negatieve reële waarde berekend overeenkomstig artikel 428 vicies, lid 2, VKV
|
|
0940
|
1.7.2 NSFR derivatenactiva
Artikel 428 quinquies VKV; het onder 1.7 gerapporteerde bedrag dat wordt berekend als het positieve verschil tussen netting sets berekend overeenkomstig artikel 428 quintricies, lid 2, VKV
|
|
0950
|
1.7.3 gestorte initiële marge
Artikel 428 quatertricies, punt a), VKV; het onder 1.7 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met initiële marge voor derivatencontracten
|
|
0960
|
1.8 VSF uit bijdragen aan het wanbetalingsfonds van een CTP
Artikel 428 quatertricies, punt b), VKV
De instellingen rapporteren hier posten die zijn gestort als bijdrage aan het wanbetalingsfonds van een CTP.
|
|
0970
|
1.9 VSF uit andere activa
De instellingen rapporteren hier alle niet in de posten 1.1 tot en met 1.8 bedoelde activa.
|
|
0980
|
1.9.1 fysiek verhandelde grondstoffen
Artikel 428 quatertricies, punt g), VKV; het onder 1.9 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met fysiek verhandelde grondstoffen
Deze post omvat geen grondstoffenderivaten die onder post 1.7 vallen.
|
|
0990
|
1.9.1.1 onbezwaard of bezwaard voor een resterende looptijd van minder dan één jaar
Het onder 1.9.1 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die onbezwaard zijn of bezwaard zijn voor een resterende looptijd van minder dan één jaar
|
|
1000
|
1.9.1.2 bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer
Het onder 1.9.1 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van één jaar of meer
|
|
1010
|
1.9.2 transactiedatumvorderingen
Artikel 428 novodecies, lid 1, punt e), VKV; het onder 1.9 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met transactiedatumvorderingen
|
|
1020
|
1.9.3 niet-renderende activa
Artikel 428 quintricies, lid 1, punt b), VKV; het in 1.9 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met niet-renderende activa
|
|
1030
|
1.9.4 overige activa
Artikel 428 quintricies, lid 1, punt b), VKV; het onder 1.9 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met niet in de posten 1.9.1 tot en met 1.9.3 bedoelde activa
|
|
1040
|
1.10 VSF uit posten buiten de balanstelling
De instellingen rapporteren hier het bedrag van niet in de posten 1.1 tot en met 1.9 bedoelde posten buiten de balanstelling die onderworpen zijn aan de vereisten inzake vereiste stabiele financiering
|
|
1050
|
1.10.1 gecommitteerde faciliteiten binnen een groep of binnen een institutioneel protectiestelsel als een preferentiële behandeling van toepassing is
Het onder 1.10 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met gecommitteerde faciliteiten waarvoor de bevoegde autoriteiten de preferentiële behandeling overeenkomstig artikel 428 nonies VKV hebben toegestaan
|
|
1060
|
1.10.2 gecommitteerde faciliteiten
Artikel 428 vicies, lid 1, punt c), VKV; het onder 1.10 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met gecommitteerde faciliteiten in de zin van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 die niet onder post 1.9.1 zijn gerapporteerd
|
|
1070
|
1.10.3 met handelsfinanciering buiten de balanstelling verband houdende posten
Artikel 428 vicies, lid 1, punt d), artikel 428 duovicies en artikel 428 tervicies, punt c), VKV; het onder 1.10 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met producten die verband houden met handelsfinanciering buiten de balanstelling als bedoeld in bijlage I VKV
|
|
1080
|
1.10.4 niet-renderende posten buiten de balanstelling
Artikel 428 quintricies, lid 1, punt b), VKV; het onder 1.10 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met niet-renderende blootstellingen buiten de balanstelling
|
|
1090
|
1.10.5 overige blootstellingen buiten de balanstelling waarvoor de bevoegde autoriteit VSF-factoren heeft bepaald
Het onder 1.10 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met blootstellingen buiten de balanstelling waarvoor de bevoegde autoriteit VSF-factoren heeft bepaald overeenkomstig artikel 428 septdecies, lid 10, VKV
|
DEEL III: BESCHIKBARE STABIELE FINANCIERING
1.
Specifieke opmerkingen
18. Alle verplichtingen en eigen vermogen worden gerapporteerd met een uitsplitsing naar hun resterende looptijd overeenkomstig artikel 428 undecies VKV. De looptijdsegmenten van de bedragen, standaardfactoren voor beschikbare stabiele financiering (BSF) en toepasselijke BSF-factoren zijn de volgende:
i.
resterende looptijd van minder dan zes maanden of zonder aangegeven looptijd;
ii.
resterende looptijd van ten minste zes maanden, maar minder dan één jaar;
iii.
resterende looptijd van één jaar of meer.
19. Alle verplichtingen met een resterende looptijd van één jaar of meer zijn, overeenkomstig artikel 428 sexdecies VKV, onderworpen aan een BSF-factor van 100 %, tenzij anders bepaald in de artikelen 428 duodecies tot en met 428 quindecies VKV.
20. Alle direct opvraagbare deposito’s worden gerapporteerd in het segment dat betrekking heeft op verplichtingen met een resterende looptijd van minder dan zes maanden.
21. Overeenkomstig artikel 428 undecies, lid 2, VKV houden de instellingen rekening met bestaande opties om de resterende looptijd van een verplichting of van eigen vermogen te bepalen. Hierbij gaan zij ervan uit dat de tegenpartij callopties op de eerst mogelijke datum zal aflossen. Voor opties die naar eigen goeddunken door de instelling kunnen worden uitgeoefend, houden de instelling en de bevoegde autoriteiten rekening met voor de reputatie relevante factoren die de mogelijkheid van de instelling om de optie niet uit te oefenen kunnen beperken, met name marktverwachtingen dat instellingen bepaalde verplichtingen vóór de vervaldatum moeten aflossen.
22. Voorts wordt, zoals bepaald in artikel 428 sexdecies VKV, aan aanvullend-tier 1-bestanddelen, tier 2-bestanddelen en andere kapitaalinstrumenten met expliciete of ingebouwde opties die, indien zij worden uitgeoefend (zelfs indien zij nog niet op de rapportagereferentiedatum zijn uitgeoefend), de daadwerkelijke resterende looptijd op de rapportagereferentiedatum tot minder dan één jaar zouden verminderen, geen BSF-factor van 100 % toegekend.
23. Overeenkomstig artikel 428 undecies, lid 3, VKV behandelen de instellingen deposito’s met een vaste opzegtermijn naargelang hun opzegtermijn en termijndeposito’s naargelang hun resterende looptijd. In afwijking van punt 21 hierboven houden de instellingen voor het bepalen van de resterende looptijd van termijnretaildeposito’s geen rekening met mogelijkheden voor voortijdige opvragingen waarbij de inlegger voor binnen één jaar verrichte voortijdige opvragingen een substantiële boete moet betalen, zoals bepaald in artikel 25, lid 4, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.
24. De beslisboom voor rapportagetemplate C 81.00 maakt deel uit van de instructies om prioriteiten te stellen in de beoordelingscriteria bij de toewijzing van elke gerapporteerde post met het doel een homogene en vergelijkbare rapportage te waarborgen. De instellingen mogen zich niet beperken tot het doorlopen van de beslisboom, maar moeten ook de overige instructies te allen tijde in acht nemen. Eenvoudigheidshalve wordt in de beslisboom geen rekening gehouden met totalen, subtotalen en „waarvan”-posten; dit betekent echter niet dat zij niet ook moeten worden gerapporteerd.
|
#
|
Post
|
Beslissing
|
Actie
|
|
1
|
Tier 1-kernkapitaal?
|
Ja
|
ID 2.1.1
|
|
Nee
|
# 2
|
|
2
|
Aanvullend tier 1-kapitaal?
|
Ja
|
ID 2.1.2
|
|
Nee
|
# 3
|
|
3
|
Tier 2-kapitaal?
|
Ja
|
ID 2.1.3
|
|
Nee
|
# 4
|
|
4
|
Andere kapitaalinstrumenten?
|
Ja
|
ID 2.1.4
|
|
Nee
|
# 5
|
|
5
|
Een verplichting die verband houdt met als variatiemarge voor derivaten ontvangen zekerheden?
|
Ja
|
Niet rapporteren.
|
|
Nee
|
# 6
|
|
6
|
Transactiedatumschulden?
|
Ja
|
ID 2.9.1
|
|
Nee
|
# 7
|
|
7
|
Onderling afhankelijke verplichtingen?
|
Ja
|
Rubriceren in één toepasselijke post onder ID 2.8
|
|
Nee
|
# 8
|
|
8
|
Verplichtingen en gecommitteerde faciliteiten binnen een groep of binnen een institutioneel protectiestelsel waarvoor de bevoegde autoriteit een preferentiële behandeling heeft toegestaan?
|
Ja
|
ID 2.4
|
|
Nee
|
# 9
|
|
9
|
NSFR derivatenverplichtingen?
|
Ja
|
ID 2.7
|
|
Nee
|
# 10
|
|
10
|
Uitgestelde belastingverplichtingen?
|
Ja
|
ID 2.9.2
|
|
Nee
|
# 11
|
|
11
|
Minderheidsbelangen?
|
Ja
|
ID 2.9.3
|
|
Nee
|
# 12
|
|
12
|
Stabiele retaildeposito’s?
|
Ja
|
ID 2.2.1
|
|
Nee
|
# 13
|
|
13
|
Andere retaildeposito’s?
|
Ja
|
ID 2.2.2
|
|
Nee
|
# 14
|
|
14
|
Verplichtingen waarvoor de tegenpartij niet kan worden bepaald?
|
Ja
|
ID 2.6
|
|
Nee
|
# 15
|
|
15
|
Door centrale banken verstrekte verplichtingen?
|
Ja
|
Rubriceren onder ID 2.5.1 of 2.5.2
|
|
Nee
|
# 16
|
|
16
|
Door financiële cliënten verstrekte verplichtingen?
|
Ja
|
Rubriceren in één toepasselijke post onder ID 2.5.3
|
|
Nee
|
# 17
|
|
17
|
Verplichtingen van andere niet-financiële cliënten dan centrale banken?
|
Ja
|
Rubriceren in een toepasselijke post onder ID 2.3
|
|
Nee
|
# 18
|
|
18
|
Andere verplichtingen die niet in de bovenstaande categorieën zijn opgenomen?
|
Ja
|
ID 2.9.4
|
|
Nee
|
Niet rapporteren.
|
2.
Instructies voor bepaalde kolommen
|
Kolom
|
Verwijzingen naar wetgeving en instructies
|
|
0010-0030
|
Bedrag
De instellingen rapporteren in de kolommen 0010-0030 het bedrag van verplichtingen en eigen vermogen dat in het toepasselijke resterendelooptijdsegment is gerubriceerd.
|
|
0040-0060
|
Standaard-BSF-factor
De standaardfactoren in de kolommen 0040-0060 zijn de in deel zes, titel IV, hoofdstuk 3, VKV als standaard gespecificeerde factoren die het deel van het bedrag van de passiva en het eigen vermogen zouden bepalen dat beschikbare stabiele financiering vormt. Zij worden alleen ter informatie verstrekt en zijn niet bedoeld om door de instellingen te worden ingevuld.
|
|
0070-0090
|
Toepasselijke BSF-factor
Deel zes, titel IV, hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3, VKV.
De instellingen rapporteren in de kolommen 0070-0090 de toepasselijke BSF-factoren in deel zes, titel IV, hoofdstuk 3, VKV als gewichten die, vermenigvuldigd met het bedrag van de passiva of het eigen vermogen, het bedrag van de relevante beschikbare stabiele financiering zouden bepalen. De toepasselijke factoren kunnen resulteren in gewogen gemiddelden en worden gerapporteerd als getal met decimalen (d.w.z. 1,00 voor een toepasselijke weging van 100 procent of 0,50 voor een toepasselijke weging van 50 procent). De toepasselijke factoren kunnen onder meer ondernemingsspecifieke en nationale discreties weerspiegelen.
|
|
0100
|
Beschikbare stabiele financiering
De instellingen rapporteren in kolom 0100 de waarde van de beschikbare stabiele financiering overeenkomstig de definitie in artikel 428 decies VKV.
Deze wordt berekend met de volgende formule:
c0100 = SUM{(c0010 * c 0070), (c0020 * c 0080), (c0030 * c 0090)}.
|
3.
Instructies voor bepaalde rijen
|
Rij
|
Verwijzingen naar wetgeving en instructies
|
|
0010
|
2. BESCHIKBARE STABIELE FINANCIERING
Deel zes, titel IV, hoofdstuk 3, VKV
|
|
0020
|
2.1 BSF uit kapitaalbestanddelen en -instrumenten
De instellingen rapporteren hier de som van de onder 2.1.1 tot en met 2.1.4 gerapporteerde posten.
|
|
0030
|
2.1.1 Tier 1-kernkapitaal
Artikel 428 sexdecies, punt a), VKV; tier 1-kernkapitaalbestanddelen vóór de toepassing van prudentiële filters, aftrekkingen en vrijstellingen of alternatieven bepaald in de artikelen 32 tot en met 36, artikel 48, artikel 49 en artikel 79 VKV
|
|
0040
|
2.1.2 Aanvullend tier 1-kapitaal
Artikel 428 sexdecies, punt b), en artikel 428 duodecies, lid 3, punt d), VKV; aanvullend-tier 1-bestanddelen vóór de toepassing van de aftrekkingen en vrijstellingen bepaald in de artikelen 56 en 79 VKV
|
|
0050
|
2.1.3 Tier 2
Artikel 428 sexdecies, punt c), en artikel 428 duodecies, lid 3, punt d), VKV; tier 2-bestanddelen vóór de toepassing van de aftrekkingen en vrijstellingen bepaald in de artikelen 66 en 79 VKV en met een resterende looptijd van één jaar of meer op de rapportagereferentiedatum
|
|
0060
|
2.1.4 Overige kapitaalinstrumenten
Artikel 428 sexdecies, punt d), en artikel 428 duodecies, lid 3, punt d), VKV; andere kapitaalinstrumenten met een resterende looptijd van één jaar of meer op de rapportagereferentiedatum
|
|
0070
|
2.2. BSF uit retaildeposito’s
De instellingen rapporteren hier de som van de onder 2.2.1 en 2.2.2 gerapporteerde posten. Deze post omvat zowel ongedekte als gedekte verplichtingen.
|
|
0080
|
2.2.0.1 waarvan retailobligaties
Artikel 428 decies VKV
De instellingen rapporteren hier uitgegeven obligaties en andere schuldtitels die uitsluitend op de retailmarkt worden verkocht en op een retailrekening worden aangehouden. Deze retailobligaties worden ook in de overeenkomstige categorie retaildeposito’s gerapporteerd als „stabiele retaildeposito’s” of „andere retaildeposito’s” onder respectievelijk de posten 2.2.1 en 2.2.2.
|
|
0090
|
2.2.1. Stabiele retaildeposito’s
Artikel 428 quindecies VKV
De instellingen rapporteren het bedrag van de retaildeposito’s die zijn gedekt door een depositogarantiestelsel in de zin van Richtlijn 94/19/EG of Richtlijn 2014/49/EU of door een gelijkwaardig depositogarantiestelsel in een derde land, en die ofwel deel uitmaken van een vaste relatie waarbij opvraging zeer onwaarschijnlijk is, ofwel worden aangehouden op een betaalrekening, overeenkomstig artikel 24, lid 2 respectievelijk lid 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van de Commissie, waarbij:
deze deposito’s niet voldoen aan de criteria voor een hoger uitstroompercentage overeenkomstig artikel 25, leden 2, 3 of 5, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van de Commissie, in welk geval zij als „andere retaildeposito’s” worden gerapporteerd, of
deze deposito’s niet werden ontvangen in derde landen waar een hoger uitstroompercentage wordt toegepast overeenkomstig artikel 25, lid 5, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 in welk geval zij als „andere retaildeposito’s” worden gerapporteerd.
|
|
0100
|
2.2.0.2 waarvan met een substantiële boete bij voortijdige opvraging
Artikel 428 undecies, lid 3, VKV
Stabiele retaildeposito’s die vóór één jaar voortijdig kunnen worden opgevraagd met betaling van een boete die overeenkomstig artikel 25, lid 4, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 als substantieel wordt beschouwd.
|
|
0110
|
2.2.2 Andere retaildeposito’s
Artikel 428 quaterdecies VKV
De instellingen rapporteren het bedrag van andere retaildeposito’s dan die welke onder post 2.2.1 als „stabiele retaildeposito’s” zijn opgenomen.
|
|
0120
|
2.2.0.3 waarvan met een substantiële boete bij voortijdige opvraging
„Andere retaildeposito’s” die vóór één jaar voortijdig kunnen worden opgevraagd met betaling van een boete die overeenkomstig artikel 25, lid 4, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 als substantieel wordt beschouwd.
|
|
0130
|
2.3 BSF afkomstig van andere niet-financiële cliënten (m.u.v. centrale banken)
Artikel 428 terdecies VKV; verplichtingen verstrekt door wholesale niet-financiële cliënten (m.u.v. centrale banken)
De instellingen rapporteren hier de som van de posten onder 2.3.1 tot en met 2.3.6.
|
|
0140
|
2.3.0.1 waarvan effectenfinancieringstransacties
Artikel 428 sexies, artikel 428 novodecies, lid 1, punt g), en artikel 428 vicies, lid 1, punt b), VKV; het onder 2.3 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met gelden die zijn verschuldigd uit hoofde van effectenfinancieringstransacties met niet-financiële cliënten
|
|
0150
|
2.3.0.2 waarvan uit operationele deposito’s
Het onder 2.3 gerapporteerde bedrag dat wordt verstrekt in de vorm van operationele deposito’s en vereist is voor het verrichten van operationele diensten als bedoeld in artikel 27 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.
|
|
0160
|
2.3.1 Door de centrale overheid van een lidstaat of van een derde land verstrekte verplichtingen
Artikel 428 terdecies, punt b), i), VKV; het onder 2.3 gerapporteerde bedrag dat door de centrale overheid van een lidstaat of van een derde land is verstrekt
|
|
0170
|
2.3.2 Door regionale overheden of lokale overheden van een lidstaat of van een derde land verstrekte verplichtingen
Artikel 428 terdecies, punt b), ii), VKV; het onder 2.3 gerapporteerde bedrag dat door regionale overheden of lokale overheden van een lidstaat of van een derde land is verstrekt
|
|
0180
|
2.3.3 Door publiekrechtelijke lichamen in een lidstaat of in een derde land verstrekte verplichtingen
Artikel 428 terdecies, punt b), iii), VKV; het onder 2.3 gerapporteerde bedrag dat door publiekrechtelijke lichamen in een lidstaat of in een derde land is verstrekt
|
|
0190
|
2.3.4 Door multilaterale ontwikkelingsbanken en internationale organisaties verstrekte verplichtingen
Artikel 428 terdecies, punt b), iv), VKV; het onder 2.3 gerapporteerde bedrag dat door multilaterale ontwikkelingsbanken en internationale organisaties is verstrekt
|
|
0200
|
2.3.5 Door niet-financiële zakelijke cliënten verstrekte verplichtingen
Artikel 428 terdecies, punt b), v), VKV; het onder 2.3 gerapporteerde bedrag dat door niet-financiële zakelijke cliënten is verstrekt
|
|
0210
|
2.3.6 Door kredietcoöperaties, particuliere beleggingsondernemingen en depositomakelaars verstrekte verplichtingen
Artikel 428 terdecies, punt b), vi), VKV; het onder 2.3 gerapporteerde bedrag dat door kredietcoöperaties, particuliere beleggingsondernemingen en depositomakelaars is verstrekt
|
|
0220
|
2.4 BSF uit verplichtingen en gecommitteerde faciliteiten binnen een groep of binnen een institutioneel protectiestelsel als een preferentiële behandeling van toepassing is
Artikel 428 nonies VKV; de instellingen rapporteren hier de verplichtingen en gecommitteerde faciliteiten waarvoor de bevoegde autoriteit de in artikel 428 nonies VKV bedoelde preferentiële behandeling heeft toegekend.
|
|
0230
|
2.5 BSF afkomstig van financiële cliënten en centrale banken
De instellingen rapporteren hier de som van de onder 2.5.1 tot en met 2.5.3 gerapporteerde posten.
|
|
0240
|
2.5.0.1 waarvan zichtdeposito’s die door een lid van het netwerk aan de centrale instelling zijn verstrekt
Artikel 428 octies VKV
Centrale instellingen in een institutioneel protectiestelsel of in coöperatieve netwerken rapporteren de zichtdeposito’s die zijn ontvangen door instellingen die tot dat institutioneel protectiestelsel of coöperatief netwerk behoren, en die door de deponerende instelling als liquide activa worden behandeld overeenkomstig artikel 16 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.
|
|
0250
|
2.5.1 Door de ECB of de centrale bank van een lidstaat verstrekte verplichtingen
Artikel 428 duodecies, lid 3, punt c), i), en artikel 428 terdecies, punt c), i), VKV; door de ECB of de centrale bank van een lidstaat verstrekte verplichtingen, ongeacht of zij verband houden met effectenfinancieringstransacties
|
|
0260
|
2.5.2 Door de centrale bank van een derde land verstrekte verplichtingen
Artikel 428 duodecies, lid 3, punt c), ii), en artikel 428 terdecies, punt c), ii), VKV; door de centrale bank van een derde land verstrekte verplichtingen, ongeacht of zij verband houden met effectenfinancieringstransacties
|
|
0270
|
2.5.3 Door financiële cliënten verstrekte verplichtingen
Artikel 428 duodecies, lid 3, punt c), iii), en artikel 428 terdecies, punt c), iii), VKV; door financiële cliënten verstrekte verplichtingen, ongeacht of zij verband houden met effectenfinancieringstransacties
|
|
0280
|
2.5.3.1 Operationele deposito’s
Artikel 428 terdecies, punt a), VKV
De instellingen rapporteren hier het deel van de operationele deposito’s van financiële cliënten, overeenkomstig artikel 27 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61, dat vereist is voor het verrichten van operationele diensten. Deposito’s die voortvloeien uit een correspondentbankrelatie of uit het verrichten van primebrokeragediensten worden overeenkomstig artikel 27, lid 5, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 als niet-operationele deposito’s beschouwd en worden onder post 2.5.3.3 gerapporteerd.
Operationele deposito’s overeenkomstig artikel 27, lid 1, punt c), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van de Commissie worden niet hier maar binnen post 2.3 „BSF afkomstig van andere niet-financiële cliënten (m.u.v. centrale banken)” gerapporteerd.
Het deel van de operationele deposito’s dat het voor het verrichten van operationele diensten vereiste bedrag overschrijdt, wordt niet hier maar onder post 2.5.3.2 gerapporteerd.
|
|
0290
|
2.5.3.2 Overschot operationele deposito’s
De instellingen rapporteren hier het deel van de operationele deposito’s van financiële cliënten dat het voor het verrichten van operationele diensten vereiste bedrag overschrijdt.
Operationele deposito’s overeenkomstig artikel 27, lid 1, punt c), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van de Commissie worden niet hier maar binnen post 2.3 „BSF afkomstig van andere niet-financiële cliënten (m.u.v. centrale banken)” gerapporteerd.
|
|
0300
|
2.5.3.3 Overige verplichtingen
De instellingen rapporteren hier de door financiële cliënten verstrekte verplichtingen die geen operationele deposito’s zijn waarbij de tegenpartij kan worden geïdentificeerd.
Het deel van de operationele deposito’s dat het voor het verrichten van operationele diensten vereiste bedrag overschrijdt, wordt niet hier maar onder post 2.5.3.2 gerapporteerd.
|
|
0310
|
2.6 BSF uit verplichtingen waarbij de tegenpartij niet kan worden bepaald
Artikel 428 duodecies, lid 3, punt d), en artikel 428 terdecies, punt d), VKV
De instellingen rapporteren hier verplichtingen waarbij de tegenpartij niet kan worden bepaald, met inbegrip van uitgegeven effecten waarbij de houder niet kan worden geïdentificeerd.
|
|
0320
|
2.7 BSF uit nettoderivatenverplichtingen
Het negatieve verschil tussen netting sets berekend overeenkomstig artikel 428 duodecies, lid 4, VKV
|
|
0330
|
2.8 BSF uit onderling afhankelijke passiva
De instellingen rapporteren hier passiva die onderling afhankelijk zijn van activa overeenkomstig artikel 428 septies VKV. De instellingen rapporteren hier de som van de posten onder 2.8.1 tot en met 2.8.5.
|
|
0340
|
2.8.1 Gecentraliseerde gereglementeerde spaargelden
Passiva in verband met gecentraliseerde gereglementeerde spaargelden die moeten worden behandeld als onderling afhankelijk van activa overeenkomstig artikel 428 septies, lid 2, punt a), VKV
|
|
0350
|
2.8.2 Stimuleringsleningen en relevante krediet- en liquiditeitsfaciliteiten
Passiva in verband met stimuleringsleningen en krediet- en liquiditeitsfaciliteiten die onderling afhankelijk zijn van activa overeenkomstig artikel 428 septies, lid 2, punt b), VKV.
|
|
0360
|
2.8.3 In aanmerking komende gedekte obligaties
Passiva in verband met gedekte obligaties die moeten worden behandeld als onderling afhankelijk van activa overeenkomstig artikel 428 septies, lid 2, punt c), VKV
|
|
0370
|
2.8.4 Activiteiten inzake clearing voor cliënten van derivaten
Passiva in verband met activiteiten inzake clearing voor cliënten van derivaten die moeten worden behandeld als onderling afhankelijk van activa overeenkomstig artikel 428 septies, lid 2, punt d), VKV
|
|
0380
|
2.8.5 Overige
Passiva die voldoen aan alle voorwaarden van artikel 428 septies, lid 1, VKV en die moeten worden behandeld als onderling afhankelijk van activa overeenkomstig artikel 428 septies, lid 1, VKV
|
|
0390
|
2.9 BSF uit overige passiva
De instellingen rapporteren hier de som van de onder 2.9.1 tot en met 2.9.4 gerapporteerde posten.
|
|
0400
|
2.9.1 Transactiedatumschulden
Artikel 428 duodecies, lid 3, punt a), VKV
De instellingen rapporteren hier transactiedatumschulden die voortvloeien uit aankopen van financiële instrumenten, deviezen en grondstoffen die naar verwachting zullen worden afgewikkeld binnen de standaardafwikkelingscyclus of -termijn die gebruikelijk is voor de betrokken beurs of de betrokken soort transacties of die nog niet zijn afgewikkeld, maar naar verwachting nog wel zullen worden afgewikkeld.
|
|
0410
|
2.9.2 Uitgestelde belastingverplichtingen
Artikel 428 duodecies, lid 1, punt a), VKV
De instellingen rapporteren hier uitgestelde belastingverplichtingen en nemen de eerst mogelijke datum waarop het bedrag ervan kan worden gerealiseerd, in aanmerking als resterende looptijd.
|
|
0420
|
2.9.3 Minderheidsbelangen
Artikel 428 duodecies, lid 1, punt b), VKV
De instellingen rapporteren hier minderheidsbelangen en nemen de looptijd van het instrument in aanmerking als resterende looptijd.
|
|
0430
|
2.9.4 Overige verplichtingen
Artikel 428 duodecies, leden 1 en 3, VKV
De instellingen rapporteren hier andere verplichtingen, met inbegrip van korte posities en openlooptijdposities.
|
DEEL IV: VEREENVOUDIGDE VEREISTE STABIELE FINANCIERING
1.
Specifieke opmerkingen
25. De instellingen rapporteren in de passende categorie alle activa waarvan zij de uiteindelijke begunstigde blijven, ook als die activa niet in hun balans zijn opgenomen. Activa waarvan de instellingen niet de uiteindelijke begunstigde blijven, worden niet gerapporteerd, zelfs als die activa in hun balans zijn opgenomen.
26. Overeenkomstig artikel 428 quaterquadragies VKV wordt, tenzij anders bepaald in deel zes, titel IV, hoofdstuk 7, VKV, het bedrag van de vereiste stabiele financiering (VSF) berekend door het bedrag van de activa en posten buiten de balanstelling te vermenigvuldigen met de factoren voor de vereiste stabiele financiering.
27. Activa die in aanmerking komen als liquide activa (LAHK) in de zin van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61, worden als zodanig gerapporteerd, ongeacht of zij voldoen aan de operationele voorschriften bedoeld in artikel 8 van die gedelegeerde verordening. Die activa worden gerapporteerd in de daartoe aangewezen kolommen, ongeacht hun resterende looptijd.
28. Alle niet-LAHK activa en posten buiten de balanstelling worden gerapporteerd met een uitsplitsing naar hun resterende looptijd overeenkomstig artikel 428 quinquadragies VKV. De looptijdsegmenten van de bedragen, standaardfactoren en toepasselijke factoren zijn de volgende:
i.
resterende looptijd van minder dan één jaar of zonder aangegeven looptijd;
ii.
resterende looptijd van één jaar of meer.
29. De instellingen houden bij het berekenen van de resterende looptijd van niet-LAHK activa en posten buiten de balanstelling rekening met opties, op basis van de veronderstelling dat de uitgevende instelling of tegenpartij elke optie om de looptijd van het actief te verlengen, zal uitoefenen. Voor opties die naar eigen goeddunken door de instelling kunnen worden uitgeoefend, houden de instelling en de bevoegde autoriteit rekening met voor de reputatie relevante factoren die de mogelijkheid van de instelling om de optie niet uit te oefenen kunnen beperken, met name verwachtingen van markten en cliënten dat de instelling de looptijd van bepaalde activa moet verlengen op hun vervaldatum.
30. Voor sommige posten rapporteren de instellingen activa volgens de status en/of looptijd van bezwaring van dat actief overeenkomstig artikel 428 quaterquadragies, leden 4, 5 en 6, VKV.
31. De beslisboom voor rapportagetemplate C 82.00 maakt deel uit van de instructies om prioriteiten te stellen in de beoordelingscriteria bij de toewijzing van elke gerapporteerde post met het doel een homogene en vergelijkbare rapportage te waarborgen. De instellingen mogen zich niet beperken tot het doorlopen van de beslisboom, maar moeten ook de overige instructies te allen tijde in acht nemen. Eenvoudigheidshalve wordt in de beslisboom geen rekening gehouden met totalen en subtotalen; dit betekent echter niet dat zij niet ook moeten worden gerapporteerd.
32. Indien een instelling een actief dat onder meer bij effectenfinancieringstransacties is ingeleend en dat buiten de balanstelling wordt gehouden, opnieuw gebruikt of opnieuw in pand geeft, wordt, zoals gespecificeerd in artikel 428 quaterquadragies, lid 5, VKV, de transactie waarmee dat actief is ingeleend, behandeld als bezwaard in de zin dat deze transactie niet kan vervallen zonder dat de instelling het ingeleende actief heeft teruggegeven.
|
#
|
Post
|
Beslissing
|
Actie
|
|
1
|
Netting sets van derivatencontracten met een negatieve reële waarde exclusief gestorte zekerheden of met veranderingen in de marktwaardering van die contracten verband houdende afwikkelingsbetalingen of -ontvangsten?
|
Ja
|
ID 1.7.1
|
|
Nee
|
# 2
|
|
2
|
Een actief of een post buiten de balanstelling gestort als initiële marge voor derivaten?
|
Ja
|
ID 1.7.3
|
|
Nee
|
# 3
|
|
3
|
Een actief of een post buiten de balanstelling gestort als bijdrage aan het wanbetalingsfonds van een CTP?
|
Ja
|
ID 1.8
|
|
Nee
|
# 4
|
|
4
|
Een post waarvan de instelling de uiteindelijke begunstigde blijft?
|
Ja
|
# 5
|
|
Nee
|
# 19
|
|
5
|
Een actief dat verband houdt met als initiële marge of als variatiemarge voor derivaten of als bijdrage aan het wanbetalingsfonds van een CTP gestorte zekerheden?
|
Ja
|
Niet rapporteren.
|
|
Nee
|
# 6
|
|
6
|
Niet-renderende activa of effecten in wanbetaling?
|
Ja
|
ID 1.9
|
|
Nee
|
# 7
|
|
7
|
Transactiedatumvorderingen?
|
Ja
|
ID 1.9
|
|
Nee
|
# 8
|
|
8
|
Onderling afhankelijke activa?
|
Ja
|
Rubriceren in één toepasselijke post onder ID 1.5
|
|
Nee
|
# 9
|
|
9
|
Activa binnen een groep of binnen een institutioneel protectiestelsel waarvoor de bevoegde autoriteit de preferentiële behandeling heeft toegestaan?
|
Ja
|
ID 1.6
|
|
Nee
|
# 10
|
|
10
|
Activa van centrale banken?
|
Ja
|
Rubriceren in één toepasselijke post onder ID 1.1
|
|
Nee
|
# 11
|
|
11
|
Liquide activa?
|
Ja
|
Rubriceren in één toepasselijke post onder ID 1.2.1 tot en met 1.2.4
|
|
Nee
|
# 12
|
|
12
|
Effecten in de vorm van niet-liquide activa?
|
Ja
|
ID 1.3
|
|
Nee
|
# 13
|
|
13
|
Met handelsfinanciering binnen de balanstelling verband houdende producten?
|
Ja
|
ID 1.4.3
|
|
Nee
|
# 14
|
|
14
|
NSFR derivatenactiva?
|
Ja
|
ID 1.7.2
|
|
Nee
|
# 15
|
|
15
|
Leningen?
|
Ja
|
# 16
|
|
Nee
|
# 20
|
|
16
|
Leningen aan niet-financiële cliënten?
|
Ja
|
ID 1.4.1
|
|
Nee
|
# 17
|
|
17
|
Leningen aan financiële cliënten?
|
Ja
|
ID 1.4.2
|
|
Nee
|
# 18
|
|
18
|
Andere activa die niet in de bovenstaande categorieën zijn opgenomen?
|
Ja
|
ID 1.9
|
|
Nee
|
Niet rapporteren.
|
|
19
|
Een blootstelling buiten de balanstelling?
|
Ja
|
# 20
|
|
Nee
|
Niet rapporteren.
|
|
20
|
Niet-renderende blootstelling?
|
Ja
|
ID 1.10.4
|
|
Nee
|
# 21
|
|
21
|
Gecommitteerde faciliteiten?
|
Ja
|
# 22
|
|
Nee
|
# 23
|
|
22
|
Gecommitteerde faciliteiten waarvoor de bevoegde autoriteit de preferentiële behandeling heeft toegestaan?
|
Ja
|
ID 1.10.1
|
|
Nee
|
ID 1.10.2
|
|
23
|
Met handelsfinanciering buiten de balanstelling verband houdende posten?
|
Ja
|
ID 1.10.3
|
|
Nee
|
# 24
|
|
24
|
Andere blootstellingen buiten de balanstelling waarvoor de bevoegde autoriteit de VSF-factor heeft bepaald?
|
Ja
|
ID 1.10.5
|
|
Nee
|
Niet rapporteren.
|
2.
Instructies voor bepaalde kolommen
|
Kolom
|
Verwijzingen naar wetgeving en instructies
|
|
0010-0020
|
Niet-LAHK-bedrag
De instellingen rapporteren in de kolommen 0010-0020 het bedrag, tenzij anders vermeld in deel zes, titel IV, hoofdstuk 7, VKV, van de activa en posten buiten de balanstelling bedoeld in deel zes, titel IV, hoofdstuk 7, afdeling 2, VKV.
Het bedrag wordt gerapporteerd in de kolommen 0010-0020 wanneer de overeenkomstige post niet in aanmerking komt als liquide actief in de zin van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61, ongeacht of het voldoet aan de operationele voorschriften bedoeld in artikel 8 van die gedelegeerde verordening.
|
|
0030
|
LAKH-bedrag
Zie de instructies in de kolommen 0010-0020.
Het bedrag wordt gerapporteerd in kolom 0030 wanneer de overeenkomstige post in aanmerking komt als liquide actief in de zin van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61, ongeacht of het voldoet aan de operationele voorschriften bedoeld in artikel 8 van die gedelegeerde verordening.
|
|
0040-0060
|
Standaard-VSF-factor
Deel zes, titel IV, hoofdstuk 7, afdeling 2, VKV
De standaardfactoren in de kolommen 0040-0060 zijn de in deel zes, titel IV, hoofdstuk 7, VKV als standaard gespecificeerde factoren die het deel van het bedrag van de activa en posten buiten de balanstelling zouden bepalen dat vereiste stabiele financiering vormt. Zij worden alleen ter informatie verstrekt en zijn niet bedoeld om door de instellingen te worden ingevuld.
|
|
0070-0900
|
Toepasselijke VSF-factor
Hoofdstukken 2 en 7 VKV
De instellingen rapporteren in de kolommen 0070-0900 de toepasselijke factor die wordt toegepast op de posten in deel zes, titel IV, hoofdstuk 7, VKV. De toepasselijke factoren kunnen resulteren in gewogen gemiddelden en worden gerapporteerd als getal met decimalen (d.w.z. 1,00 voor een toepasselijke weging van 100 procent of 0,50 voor een toepasselijke weging van 50 procent). De toepasselijke factoren kunnen onder meer ondernemingsspecifieke en nationale discreties weerspiegelen.
|
|
0100
|
Vereiste stabiele financiering:
De instellingen rapporteren in kolom 0100 de vereiste stabiele financiering overeenkomstig deel zes, titel IV, hoofdstuk 7, VKV.
Deze wordt berekend met de volgende formule:
c0100 = SUM{(c0010 * c 0070), (c0020 * c 0080), (c0030 * c 0090)}.
|
3.
Instructies voor bepaalde rijen
|
Rij
|
Verwijzingen naar wetgeving en instructies
|
|
0010
|
1 VEREISTE STABIELE FINANCIERING
De instellingen rapporteren hier posten die onderworpen zijn aan de vereiste stabiele financiering overeenkomstig deel zes, titel IV, hoofdstuk 7, VKV.
|
|
0020
|
1.1 VSF uit activa van centrale banken
Artikel 428 sexquadragies, lid 1, punten b) en c), en artikel 428 untricies, punt d), VKV
De instellingen rapporteren hier activa van centrale banken.
Overeenkomstig artikel 428 quaterquadragies, lid 7, VKV kan een verminderde VSF-factor gelden.
|
|
0030
|
1.1.1 contanten en reserves aangehouden bij en LAHK-blootstellingen met betrekking tot centrale banken
De instellingen rapporteren hier contanten en reserves bij centrale banken, met inbegrip van overtollige reserves. De instellingen rapporteren hier ook alle andere blootstellingen aan centrale banken die als liquide activa worden beschouwd in de zin van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61, ongeacht of zij voldoen aan de operationele voorschriften bedoeld in artikel 8 van die gedelegeerde verordening.
Minimumreserves die niet als liquide activa in de zin van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 worden beschouwd, worden gerapporteerd in de desbetreffende niet-LAHK kolom.
|
|
0040
|
1.1.2 overige niet-LAHK blootstellingen met betrekking tot centrale banken
De instellingen rapporteren hier alle andere vorderingen op centrale banken dan die welke onder post 1.1.1 worden gerapporteerd.
|
|
0050
|
1.2 VSF uit liquide activa
De artikelen 428 quinquadragies tot en met 428 novoquadragies en artikel 428 unquinquagies VKV
De instellingen rapporteren hier liquide activa in de zin van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 ongeacht of zij voldoen aan de operationele voorschriften bedoeld in artikel 8 van die gedelegeerde verordening.
|
|
0060
|
1.2.1 activa van niveau 1 die in aanmerking komen voor een reductiefactor voor de liquiditeitsdekkingsratio van 0 %
De instellingen rapporteren hier activa die in aanmerking komen als liquide activa van niveau 1 in de zin van artikel 10 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.
|
|
0070
|
1.2.1.1 onbezwaard of bezwaard voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
Het onder 1.2.1 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die onbezwaard zijn of bezwaard zijn voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden.
|
|
0080
|
1.2.1.2 bezwaard voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
Het onder 1.2.1 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar.
|
|
0090
|
1.2.1.3 bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer
Het onder 1.2.1 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van één jaar of meer.
|
|
0100
|
1.2.2 activa van niveau 1 die in aanmerking komen voor een reductiefactor voor de liquiditeitsdekkingsratio van 7 %
De instellingen rapporteren hier activa van niveau 1 die in aanmerking komen voor een reductiefactor van 7 % overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 alsook aandelen of rechten van deelneming in icb’s die in aanmerking komen voor een reductiefactor van 5 % overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.
|
|
0110
|
1.2.2.1 onbezwaard of bezwaard voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
Het onder 1.2.2 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die onbezwaard zijn of bezwaard zijn voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden.
|
|
0120
|
1.2.2.2 bezwaard voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
Het onder 1.2.2 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar.
|
|
0130
|
1.2.2.3 bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer
Het onder 1.2.2 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van één jaar of meer.
|
|
0140
|
1.2.3 activa van niveau 2A die in aanmerking komen voor een reductiefactor voor de liquiditeitsdekkingsratio van 15 % en aandelen of rechten van deelneming in icb’s die in aanmerking komen voor reductiefactoren voor de liquiditeitsdekkingsratio van 0-20 %
De instellingen rapporteren hier activa die in aanmerking komen als activa van niveau 2A in de zin van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 en aandelen of rechten van deelneming in icb’s die in aanmerking komen voor reductiefactoren voor de liquiditeitsdekkingsratio van 0-20 % overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.
|
|
0150
|
1.2.3.1 onbezwaard of bezwaard voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
Het onder 1.2.5 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die onbezwaard zijn of bezwaard zijn voor een resterende looptijd van minder dan zes maanden
|
|
0160
|
1.2.3.2 bezwaard voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
Het onder 1.2.5 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van ten minste zes maanden maar minder dan één jaar
|
|
0170
|
1.2.3.3 bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer
Het onder 1.2.5 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van één jaar of meer
|
|
0180
|
1.2.4 activa van niveau 2B die in aanmerking komen voor een reductiefactor voor de liquiditeitsdekkingsratio van 25 % en aandelen of rechten van deelneming in icb’s die in aanmerking komen voor reductiefactoren voor de liquiditeitsdekkingsratio van 30-55 %
De instellingen rapporteren hier activa die in aanmerking komen als activa van niveau 2B in de zin van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 en aandelen of rechten van deelneming in icb’s die in aanmerking komen voor reductiefactoren voor de liquiditeitsdekkingsratio van 30-55 % overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.
|
|
0190
|
1.2.4.1 onbezwaard of bezwaard voor een resterende looptijd van minder dan één jaar
Het onder 1.2.4 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die onbezwaard zijn of bezwaard zijn voor een resterende looptijd van minder dan één jaar
|
|
0200
|
1.2.4.2 bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer
Het onder 1.2.4 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van één jaar of meer
|
|
0210
|
1.3 VSF uit andere effecten dan liquide activa
Artikel 428 quinquagies, punt b), artikel 428 duoquinquagies, punt d), en artikel 428 terquinquagies, lid 1, punt b), VKV
De instellingen rapporteren hier effecten die niet in wanbetaling zijn overeenkomstig artikel 178 VKV en die geen liquide activa zijn in de zin van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 ongeacht of zij voldoen aan de daarin vastgestelde operationele voorschriften.
|
|
0220
|
1.3.1 onbezwaard of bezwaard voor een resterende looptijd van minder dan één jaar
Het onder 1.3 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die onbezwaard zijn of bezwaard zijn voor een resterende looptijd van minder dan één jaar
|
|
0230
|
1.3.2 bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer
Het onder 1.3 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van één jaar of meer
|
|
0240
|
1.4 VSF uit leningen
De instellingen rapporteren hier gelden die verschuldigd zijn uit hoofde van leningen die niet in wanbetaling zijn overeenkomstig artikel 178 VKV.
Overeenkomstig artikel 428 quinquadragies, lid 4, VKV wordt voor aflossingsleningen met een resterende contractuele looptijd van één jaar of meer elk gedeelte met een resterende looptijd van minder dan zes maanden en elk gedeelte met een resterende looptijd tussen zes maanden en minder dan één jaar behandeld alsof deze een resterende looptijd van minder dan zes maanden respectievelijk tussen zes maanden en minder dan één jaar hebben.
|
|
0250
|
1.4.1 leningen aan niet-financiële cliënten
Het onder 1.4 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met leningen aan niet-financiële cliënten
|
|
0260
|
1.4.1.1 onbezwaard of bezwaard voor een resterende looptijd van minder dan één jaar
Artikel 428 quinquagies, punt a), en artikel 428 duoquinquagies, punt b), VKV; het onder 1.4.1 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die onbezwaard zijn of bezwaard zijn voor een resterende looptijd van minder dan één jaar.
|
|
0270
|
1.4.1.2 bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer
Artikel 428 terquinquagies, lid 1, punt b), VKV; het onder 1.4.1 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van één jaar of meer
|
|
0280
|
1.4.2 leningen aan financiële cliënten
Het onder 1.4 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met leningen aan financiële cliënten
|
|
0290
|
1.4.2.1 onbezwaard of bezwaard voor een resterende looptijd van minder dan één jaar
Artikel 428 quinquagies, punt a), en artikel 428 terquinquagies, lid 1, punt b), VKV; het onder 1.4.2 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die onbezwaard zijn of bezwaard zijn voor een resterende looptijd van minder dan één jaar.
|
|
0300
|
1.4.2.2 bezwaard voor een resterende looptijd van één jaar of meer
Artikel 428 terquinquagies, lid 1, punt b), VKV; het onder 1.4.2 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met activa die bezwaard zijn voor een resterende looptijd van één jaar of meer
|
|
0310
|
1.4.3 met handelsfinanciering binnen de balanstelling verband houdende producten
Artikel 428 quinquagies, punt b), en artikel 428 duoquinquagies, punt c), VKV; het onder 1.4 gerapporteerde bedrag dat voortvloeit uit met handelsfinanciering binnen de balanstelling verband houdende producten
|
|
0320
|
1.5 VSF uit onderling afhankelijke activa
Artikel 428 septies en artikel 428 novodecies, lid 1, punt f), VKV; de instellingen rapporteren hier activa die onderling afhankelijk zijn van passiva overeenkomstig artikel 428 septies
|
|
0330
|
1.6 VSF uit activa binnen een groep of binnen een institutioneel protectiestelsel als een preferentiële behandeling van toepassing is
De instellingen rapporteren activa waarvoor de bevoegde autoriteit de in artikel 428 nonies VKV bedoelde preferentiële behandeling heeft toegekend.
|
|
0340
|
1.7 VSF uit derivaten
Artikel 428 quinquies, artikel 428 septquadragies, lid 2, artikel 428 duoquinquagies, punt a), en artikel 428 terquinquagies, lid 2, VKV
De instellingen rapporteren hier het bedrag van vereiste stabiele financiering die uit derivaten voortvloeit.
|
|
0350
|
1.7.1 vereiste stabiele financiering voor derivatenverplichtingen
Artikel 428 septquadragies, lid 2, VKV; het onder 1.7 gerapporteerde bedrag dat de absolute reële waarde is van netting sets met een negatieve reële waarde berekend overeenkomstig artikel 428 septquadragies, lid 2, VKV.
|
|
0360
|
1.7.2 NSFR derivatenactiva
Artikel 428 quinquies; het onder 1.7 gerapporteerde bedrag dat het positieve verschil is tussen netting sets berekend overeenkomstig artikel 428 terquinquagies, lid 2, VKV
|
|
0370
|
1.7.3 gestorte initiële marge
Artikel 428 duoquinquagies, punt a), VKV; het onder 1.7 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met initiële marge voor derivatencontracten
|
|
0380
|
1.8 VSF uit bijdragen aan het wanbetalingsfonds van een CTP
Artikel 428 duoquinquagies, punt a), VKV;
de instellingen rapporteren hier posten die zijn gestort als bijdrage aan het wanbetalingsfonds van een CTP.
|
|
0390
|
1.9 VSF uit andere activa
De instellingen rapporteren hier alle niet in de posten 1.1 tot en met 1.8 bedoelde activa.
|
|
0400
|
1.10 VSF uit posten buiten de balanstelling
De instellingen rapporteren hier het bedrag van niet in de posten 1.1 tot en met 1.8 bedoelde posten buiten de balanstelling die onderworpen zijn aan de vereisten inzake vereiste stabiele financiering.
|
|
0410
|
1.10.1 gecommitteerde faciliteiten binnen een groep of binnen een institutioneel protectiestelsel als een preferentiële behandeling van toepassing is
Het in 1.10 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met gecommitteerde faciliteiten waarvoor de bevoegde autoriteit de in artikel 428 nonies VKV bedoelde preferentiële behandeling heeft toegekend
|
|
0420
|
1.10.2 gecommitteerde faciliteiten
Artikel 428 septquadragies, lid 1, VKV; het onder 1.10 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met gecommitteerde faciliteiten in de zin van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 die niet onder post 1.10.1 in aanmerking zijn genomen.
|
|
0430
|
1.10.3 met handelsfinanciering buiten de balanstelling verband houdende posten
Artikel 428 octoquadragies, punt b), VKV; het onder 1.10 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met producten die verband houden met handelsfinanciering buiten de balanstelling als bedoeld in bijlage I VKV
|
|
0440
|
1.10.4 niet-renderende posten buiten de balanstelling
Het onder 1.10 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met niet-renderende blootstellingen
|
|
0450
|
1.10.5 andere blootstellingen buiten de balanstelling bepaald door de bevoegde autoriteiten
Het onder 1.10 gerapporteerde bedrag dat verband houdt met blootstellingen buiten de balanstelling waarvoor de bevoegde autoriteit VSF-factoren heeft bepaald overeenkomstig artikel 428 quaterquadragies, lid 10, VKV
|
DEEL V: VEREENVOUDIGDE BESCHIKBARE STABIELE FINANCIERING
1.
Specifieke opmerkingen
33. Alle verplichtingen en eigen vermogen worden gerapporteerd met een uitsplitsing naar hun resterende contractuele looptijd overeenkomstig artikel 428 octotricies VKV. De looptijdsegmenten van de bedragen, standaardfactoren voor beschikbare stabiele financiering (BSF) en toepasselijke BSF-factoren zijn de volgende:
i.
resterende looptijd van minder dan één jaar of zonder aangegeven looptijd;
ii.
resterende looptijd van één jaar of meer.
34. Alle verplichtingen met een resterende looptijd van één jaar of meer zijn, overeenkomstig artikel 428 terquadragies VKV, onderworpen aan een BSF-factor van 100 %, tenzij anders bepaald in de artikelen 428 novotricies tot en met 428 duoquadragies VKV.
35. Alle direct opvraagbare deposito’s worden gerapporteerd in het segment dat betrekking heeft op verplichtingen met een resterende looptijd van minder dan één jaar.
36. Overeenkomstig artikel 428 octotricies, lid 2, VKV houden de instellingen rekening met bestaande opties om de resterende looptijd van een verplichting of van eigen vermogen te bepalen. Hierbij gaan zij ervan uit dat de tegenpartij callopties op de eerst mogelijke datum zal aflossen. Voor opties die naar eigen goeddunken door de instelling kunnen worden uitgeoefend, houden de instelling en de bevoegde autoriteiten rekening met voor de reputatie relevante factoren die de mogelijkheid van de instelling om de optie niet uit te oefenen kunnen beperken, met name marktverwachtingen dat instellingen bepaalde verplichtingen vóór de vervaldatum moeten aflossen.
37. Voorts wordt, zoals bepaald in artikel 428 terquadragies VKV, aan aanvullend-tier 1-bestanddelen, tier 2-bestanddelen en andere kapitaalinstrumenten met expliciete of ingebouwde opties die, indien zij worden uitgeoefend (zelfs indien zij nog niet op de rapportagereferentiedatum zijn uitgeoefend), de daadwerkelijke resterende looptijd op de rapportagereferentiedatum tot minder dan één jaar zouden verminderen, geen BSF-factor van 100 % toegekend.
38. Overeenkomstig artikel 428 octotricies, lid 3, VKV behandelen de instellingen deposito’s met een vaste opzegtermijn naargelang hun opzegtermijn en termijndeposito’s naargelang hun resterende looptijd. In afwijking van punt 36 hierboven houden de instellingen voor het bepalen van de resterende looptijd van termijnretaildeposito’s geen rekening met mogelijkheden voor voortijdige opvragingen waarbij de inlegger voor binnen één jaar verrichte voortijdige opvragingen een substantiële boete moet betalen, zoals bepaald in artikel 25, lid 4, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.
39. De beslisboom voor rapportagetemplate C 83.00 maakt deel uit van de instructies om prioriteiten te stellen in de beoordelingscriteria bij de toewijzing van elke gerapporteerde post met het doel een homogene en vergelijkbare rapportage te waarborgen. De instellingen mogen zich niet beperken tot het doorlopen van de beslisboom, maar moeten ook de overige instructies te allen tijde in acht nemen. Eenvoudigheidshalve wordt in de beslisboom geen rekening gehouden met totalen en subtotalen; dit betekent echter niet dat zij niet ook moeten worden gerapporteerd.
|
#
|
Post
|
Beslissing
|
Actie
|
|
1
|
Tier 1-kernkapitaal?
|
Ja
|
ID 2.1
|
|
Nee
|
# 2
|
|
2
|
Aanvullend tier 1-kapitaal?
|
Ja
|
ID 2.1
|
|
Nee
|
# 3
|
|
3
|
Tier 2-kapitaal?
|
Ja
|
ID 2.1
|
|
Nee
|
# 4
|
|
4
|
Andere kapitaalinstrumenten?
|
Ja
|
ID 2.1
|
|
Nee
|
# 5
|
|
5
|
Een verplichting die verband houdt met als variatiemarge voor derivaten ontvangen zekerheden?
|
Ja
|
Niet rapporteren.
|
|
Nee
|
# 6
|
|
6
|
Transactiedatumschulden?
|
Ja
|
ID 2.9
|
|
Nee
|
# 7
|
|
7
|
Onderling afhankelijke verplichtingen?
|
Ja
|
ID 2.8
|
|
Nee
|
# 8
|
|
8
|
Verplichtingen en gecommitteerde faciliteiten binnen een groep of binnen een institutioneel protectiestelsel waarvoor de bevoegde autoriteit de preferentiële behandeling heeft toegestaan?
|
Ja
|
ID 2.5
|
|
Nee
|
# 9
|
|
9
|
NSFR derivatenverplichtingen?
|
Ja
|
ID 2.9
|
|
Nee
|
# 10
|
|
10
|
Uitgestelde belastingverplichtingen?
|
Ja
|
ID 2.9
|
|
Nee
|
# 11
|
|
11
|
Minderheidsbelangen?
|
Ja
|
ID 2.9
|
|
Nee
|
# 12
|
|
12
|
Stabiele retaildeposito’s?
|
Ja
|
ID 2.2.1
|
|
Nee
|
# 13
|
|
13
|
Andere retaildeposito’s?
|
Ja
|
ID 2.2.2
|
|
Nee
|
# 14
|
|
14
|
Operationele deposito’s verstrekt door financiële of niet-financiële cliënten?
|
Ja
|
ID 2.4
|
|
Nee
|
# 15
|
|
15
|
Verplichtingen waarvoor de tegenpartij niet kan worden bepaald?
|
Ja
|
ID 2.7
|
|
Nee
|
# 16
|
|
16
|
Door centrale banken verstrekte verplichtingen?
|
Ja
|
ID 2.6
|
|
Nee
|
# 17
|
|
17
|
Door financiële cliënten verstrekte verplichtingen?
|
Ja
|
ID 2.6
|
|
Nee
|
# 18
|
|
18
|
Verplichtingen van andere niet-financiële cliënten dan centrale banken?
|
Ja
|
ID 2.3
|
|
Nee
|
# 19
|
|
19
|
Andere verplichtingen die niet in de bovenstaande categorieën zijn opgenomen?
|
Ja
|
ID 2.9
|
|
Nee
|
Niet rapporteren.
|
2.
Instructies voor bepaalde kolommen
|
Kolom
|
Verwijzingen naar wetgeving en instructies
|
|
0010-0020
|
Bedrag
De instellingen rapporteren in de kolommen 0010-0020 het bedrag van verplichtingen en eigen vermogen dat in het toepasselijke resterendelooptijdsegment is gerubriceerd.
|
|
0030-0040
|
Standaard-BSF-factor
Deel zes, titel IV, hoofdstuk 6, afdeling 2, VKV
De standaardfactoren in de kolommen 0030-0040 zijn de in deel zes, titel IV, hoofdstuk 8, VKV als standaard gespecificeerde factoren die het deel van het bedrag van de passiva en het eigen vermogen zouden bepalen dat beschikbare stabiele financiering vormt. Zij worden alleen ter informatie verstrekt en zijn niet bedoeld om door de instellingen te worden ingevuld.
|
|
0050-0060
|
Toepasselijke BSF-factor
Deel zes, titel IV, hoofdstuk 2 en hoofdstuk 6, VKV
De instellingen rapporteren in de kolommen 0050-0060 de toepasselijke BSF-factoren in deel zes, titel IV, hoofdstuk 6, VKV als gewichten die, vermenigvuldigd met het bedrag van de passiva of het eigen vermogen, het bedrag van de relevante beschikbare stabiele financiering zouden bepalen. De toepasselijke factoren worden gerapporteerd als getal met decimalen (d.w.z. 1,00 voor een toepasselijke weging van 100 procent of 0,50 voor een toepasselijke weging van 50 procent). De toepasselijke factoren kunnen onder meer ondernemingsspecifieke en nationale discreties weerspiegelen.
|
|
0070
|
Beschikbare stabiele financiering
De instellingen rapporteren in kolom 0070 de waarde van de beschikbare stabiele financiering overeenkomstig de definitie in artikel 428 septtricies VKV.
Deze wordt berekend met de volgende formule:
c0070 = SUM{(c0010 * c 0050), (c0020 * c 0060)}.
|
3.
Instructies voor bepaalde rijen
|
Rij
|
Verwijzingen naar wetgeving en instructies
|
|
0010
|
2. BESCHIKBARE STABIELE FINANCIERING
Deel zes, titel IV, hoofdstuk 6, VKV
|
|
0020
|
2.1 BSF uit kapitaalbestanddelen en -instrumenten
Tier 1-kernkapitaal
Artikel 428 terquadragies, punt a), VKV; tier 1-kernkapitaalbestanddelen vóór de toepassing van prudentiële filters, aftrekkingen en vrijstellingen of alternatieven bepaald in de artikelen 32 tot en met 36, artikel 48, artikel 49 en artikel 79 VKV
Aanvullend tier 1-kapitaal
Artikel 428 terquadragies, punt b), VKV; aanvullend-tier 1-bestanddelen vóór de toepassing van de aftrekkingen en vrijstellingen bepaald in de artikelen 56 en 79 VKV
Tier 2
Artikel 428 terquadragies, punt c), VKV; tier 2-bestanddelen vóór de toepassing van de aftrekkingen en vrijstellingen bepaald in de artikelen 66 en 79 VKV
Andere kapitaalinstrumenten
Artikel 428 terquadragies, punt d), en artikel 428 novotricies, lid 3, punt d), VKV; andere kapitaalinstrumenten die niet in een van de bovengenoemde categorieën bedoeld zijn
|
|
0030
|
2.2 BSF uit retaildeposito’s
De instellingen rapporteren het volgende:
— uitgegeven obligaties en andere schuldtitels die uitsluitend op de retailmarkt worden verkocht en op een retailrekening worden aangehouden. Deze retailobligaties worden ook in de overeenkomstige categorie retaildeposito’s gerapporteerd als „stabiele retaildeposito’s” of „andere retaildeposito’s” onder respectievelijk de posten 2.2.1 en 2.2.2; zie artikel 428 septtricies, lid 2;
— retaildeposito’s met een resterende looptijd van één jaar of meer en die vóór één jaar voortijdig kunnen worden opgevraagd met betaling van een boete die als substantieel wordt beschouwd binnen de overeenkomstige categorie retaildeposito’s als „stabiele retaildeposito’s” of „andere retaildeposito’s” onder respectievelijk de posten 2.2.1 en 2.2.2, overeenkomstig artikel 25, lid 4, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61; zie artikel 428 octotricies, lid 3, VKV.
Deze post omvat zowel ongedekte als gedekte verplichtingen
|
|
0040
|
2.2.1 Stabiele retaildeposito’s
Artikel 428 duoquadragies VKV
De instellingen rapporteren het bedrag van de retaildeposito’s die zijn gedekt door een depositogarantiestelsel in de zin van Richtlijn 94/19/EG of Richtlijn 2014/49/EU of door een gelijkwaardig depositogarantiestelsel in een derde land, en die ofwel deel uitmaken van een vaste relatie waarbij opvraging zeer onwaarschijnlijk is, ofwel worden aangehouden op een betaalrekening, overeenkomstig artikel 24, lid 2 respectievelijk lid 3, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van de Commissie, waarbij:
— deze deposito’s niet voldoen aan de criteria voor een hoger uitstroompercentage overeenkomstig artikel 25, leden 2, 3 of 5, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61, in welk geval zij als „andere retaildeposito’s” worden gerapporteerd, of
— deze deposito’s niet werden ontvangen in derde landen waar een hoger uitstroompercentage wordt toegepast overeenkomstig artikel 25, lid 5, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 in welk geval zij als „andere retaildeposito’s” worden gerapporteerd.
|
|
0050
|
2.2.2 Andere retaildeposito’s
Artikel 428 unquadragies VKV
De instellingen rapporteren het bedrag van andere retaildeposito’s dan die welke onder post 2.2.1 „stabiele retaildeposito’s” zijn.
|
|
0060
|
2.3 BSF afkomstig van andere niet-financiële cliënten (m.u.v. centrale banken)
De instellingen rapporteren verplichtingen verstrekt door wholesale niet-financiële cliënten (m.u.v. centrale banken) die het volgende omvatten:
— door de centrale overheid van een lidstaat of van een derde land verstrekte verplichtingen; zie artikel 428 quadragies, punt b), i), VKV;
— door regionale overheden of lokale overheden van een lidstaat of van een derde land verstrekte verplichtingen; zie artikel 428 quadragies, punt b), ii), VKV;
— door publiekrechtelijke lichamen in een lidstaat of in een derde land verstrekte verplichtingen; zie artikel 428 quadragies, punt b), iii), VKV;
— door multilaterale ontwikkelingsbanken en internationale organisaties verstrekte verplichtingen; zie artikel 428 quadragies, punt b), iv), VKV;
— door niet-financiële zakelijke cliënten verstrekte verplichtingen; zie artikel 428 quadragies, punt b), v), VKV;
— door kredietcoöperaties, particuliere beleggingsondernemingen en depositomakelaars verstrekte verplichtingen; zie artikel 428 quadragies, punt b), vi), VKV.
|
|
0070
|
2.4 BSF uit operationele deposito’s
Artikel 428 quadragies, punt a), VKV; deposito’s ontvangen voor het verrichten van operationele diensten die voldoen aan de criteria voor operationele deposito’s van artikel 27 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.
|
|
0080
|
2.5 BSF uit verplichtingen en gecommitteerde faciliteiten binnen een groep of binnen een institutioneel protectiestelsel als een preferentiële behandeling van toepassing is
De instellingen rapporteren hier de verplichtingen en gecommitteerde faciliteiten waarvoor de bevoegde autoriteit de in artikel 428 nonies VKV bedoelde preferentiële behandeling heeft toegekend.
|
|
0090
|
2.6 BSF afkomstig van financiële cliënten en centrale banken
De instellingen rapporteren de volgende verplichtingen:
— door de ECB of de centrale bank van een lidstaat verstrekte verplichtingen (zie artikel 428 novotricies, lid 3, punt c)): — i) door de ECB of de centrale bank van een lidstaat verstrekte verplichtingen, ongeacht of zij effectenfinancieringstransacties zijn; zie artikel 428 novotricies, lid 3, punt c), i), VKV;
ii) door de centrale bank van een derde land verstrekte verplichtingen; door de centrale bank van een derde land verstrekte verplichtingen, ongeacht of zij effectenfinancieringstransacties zijn; zie artikel 428 novotricies, lid 3, punt c), ii), VKV;
iii) door financiële cliënten verstrekte verplichtingen; door financiële cliënten verstrekte verplichtingen, ongeacht of zij effectenfinancieringstransacties zijn; zie artikel 428 novotricies, lid 3, punt c), iii), VKV;
— door financiële cliënten en centrale banken verstrekte verplichtingen met een resterende looptijd van één jaar of meer; zie artikel 428 terquadragies, punt e), VKV.
|
|
0100
|
2.7 BSF uit verplichtingen waarbij de tegenpartij niet kan worden bepaald
Artikel 428 novotricies, lid 3, punt d), en artikel 428 terquadragies, punt e), VKV
De instellingen rapporteren hier verplichtingen waarbij de tegenpartij niet kan worden bepaald, met inbegrip van uitgegeven effecten waarbij de houder niet kan worden geïdentificeerd.
|
|
0110
|
2.8 BSF uit onderling afhankelijke passiva
De instellingen rapporteren de volgende passiva:
— passiva die onderling afhankelijk zijn van activa overeenkomstig artikel 428 septies VKV; zie ook artikel 428 novotricies, lid 3, punt b), VKV
— passiva in verband met gecentraliseerde gereglementeerde spaargelden die moeten worden behandeld als onderling afhankelijk van activa overeenkomstig artikel 428 septies, lid 2, punt a), VKV;
— passiva in verband met stimuleringsleningen en krediet- en liquiditeitsfaciliteiten die onderling afhankelijk zijn van activa overeenkomstig artikel 428 septies, lid 2, punt b), VKV;
— passiva in verband met gedekte obligaties die moeten worden behandeld als onderling afhankelijk van activa overeenkomstig artikel 428 septies, lid 2, punt c), VKV;
— passiva in verband met activiteiten inzake clearing voor cliënten van derivaten die moeten worden behandeld als onderling afhankelijk van activa overeenkomstig artikel 428 septies, lid 2, punt d), VKV;
— passiva die voldoen aan alle voorwaarden van artikel 428 septies, lid 1, VKV en die onderling afhankelijk zijn van activa overeenkomstig artikel 428 septies, lid 1, VKV.
|
|
0120
|
2.9 BSF uit overige passiva
De instellingen rapporteren het volgende:
— transactiedatumschulden die voortvloeien uit aankopen van financiële instrumenten, van deviezen en van grondstoffen die naar verwachting zullen worden afgewikkeld binnen de standaardafwikkelingscyclus of -termijn die gebruikelijk is voor de betrokken beurs of de betrokken soort transacties of die nog niet zijn afgewikkeld, maar naar verwachting nog wel zullen worden afgewikkeld; zie artikel 428 novotricies, lid 3, punt a), VKV;
— uitgestelde belastingverplichtingen; de eerst mogelijke datum waarop het bedrag ervan kan worden gerealiseerd, wordt als resterende looptijd gebruikt; zie artikel 428 novotricies, lid 1, punt a), VKV;
— minderheidsbelangen; de looptijd van het instrument wordt als resterende looptijd gebruikt; zie artikel 428 novotricies, lid 1, punt b), VKV;
— andere verplichtingen zonder vastgestelde looptijd, met inbegrip van korte posities en open looptijdposities, tenzij in deze afdeling anders is bepaald; zie artikel 428 novotricies, lid 1, VKV;
— het negatieve verschil tussen netting sets berekend overeenkomstig artikel 428 novotricies, lid 4, VKV; alle derivatenverplichtingen worden gerapporteerd alsof zij een resterende looptijd van minder dan één jaar hebben;
— alle andere verplichtingen die niet in de artikelen 428 novotricies tot en met 428 terquadragies VKV zijn vermeld; alle kapitaalbestanddelen worden gerapporteerd onder post 2.1, ongeacht hun resterende looptijd; zie ook artikel 428 novotricies, lid 3, punt b), VKV.
|
DEEL VI: SAMENVATTING NSFR
1.
Specifieke opmerkingen
40. Het doel van deze template is informatie te verschaffen over de nettostabielefinancieringsratio, zowel voor instellingen die de volwaardige NSFR rapporteren (rapportagetemplates C 80.00 en C 81.00) als voor instellingen die de vereenvoudigde NSFR rapporteren (rapportagetemplates C 82.00 en C 83.00).
41. Overeenkomstig artikel 428 ter, lid 1, VKV is het nettostabielefinancieringsvereiste van artikel 413, lid 1, VKV gelijk aan de verhouding tussen de beschikbare stabiele financiering van de instelling als bedoeld in de hoofdstukken 3 en 6 en de vereiste stabiele financiering van de instelling als bedoeld in de hoofdstukken 4 en 7, en wordt het uitgedrukt als een percentage. De regels voor de berekening van de verhouding zijn vastgelegd in hoofdstuk 2.
42. De posten in de rijen 0010 tot en met 0210 zijn dezelfde als de gelijkwaardige posten die worden gerapporteerd in de rapportagetemplates C 80.00 tot en met C 83.00.
2.
Instructies voor bepaalde kolommen
|
Kolom
|
Verwijzingen naar wetgeving en instructies
|
|
0010
|
Bedrag
De instellingen rapporteren in kolom 0010 het bedrag van activa, posten buiten de balanstelling, verplichtingen en eigen vermogen die in de som van alle toepasselijke resterendelooptijd- en LAHK-segmenten zijn gerubriceerd. De te rapporteren bedragen zijn die vóór toepassing van de relevante BSF- en VSF-factoren.
|
|
0020
|
Vereiste stabiele financiering
De instellingen rapporteren in kolom 0020 de vereiste stabiele financiering berekend overeenkomstig deel zes, titel IV, hoofdstukken 4 en 7, VKV.
|
|
0030
|
Beschikbare stabiele financiering
De instellingen rapporteren in kolom 0030 de beschikbare stabiele financiering berekend overeenkomstig deel zes, titel IV, hoofdstukken 3 en 6, VKV.
|
|
0040
|
Verhouding
De instellingen rapporteren in kolom 0040 de NSFR-verhouding overeenkomstig artikel 428 ter, lid 1, VKV.
|
3.
Instructies voor bepaalde rijen
|
Rij
|
Verwijzingen naar wetgeving en instructies
|
|
0010
|
1. VEREISTE STABIELE FINANCIERING
Post 1 van de rapportagetemplates C 80.00 en C 82.00
|
|
0020
|
1.1 VSF uit activa van centrale banken
Post 1.1 van de rapportagetemplates C 80.00 en C 82.00
|
|
0030
|
1.2 VSF uit liquide activa
Post 1.2 van de rapportagetemplates C 80.00 en C 82.00
|
|
0040
|
1.3 VSF uit andere effecten dan liquide activa
Post 1.3 van de rapportagetemplates C 80.00 en C 82.00
|
|
0050
|
1.4 VSF uit leningen
Post 1.4 van de rapportagetemplates C 80.00 en C 82.00
|
|
0060
|
1.5 VSF uit onderling afhankelijke activa
Post 1.5 van de rapportagetemplates C 80.00 en C 82.00
|
|
0070
|
1.6 VSF uit activa binnen een groep of binnen een institutioneel protectiestelsel als een preferentiële behandeling van toepassing is
Post 1.6 van de rapportagetemplates C 80.00 en C 82.00
|
|
0080
|
1.7 VSF uit derivaten
Post 1.7 van de rapportagetemplates C 80.00 en C 82.00
|
|
0090
|
1.8 VSF uit bijdragen aan het wanbetalingsfonds van een CTP
Post 1.8 van de rapportagetemplates C 80.00 en C 82.00
|
|
0100
|
1.9 VSF uit andere activa
Post 1.9 van de rapportagetemplates C 80.00 en C 82.00
|
|
0110
|
1.10 VSF uit posten buiten de balanstelling
Post 1.10 van de rapportagetemplates C 80.00 en C 82.00
|
|
0120
|
2. BESCHIKBARE STABIELE FINANCIERING
Post 2 van de rapportagetemplates C 81.00 en C 83.00
|
|
0130
|
2.1 BSF uit kapitaalbestanddelen en -instrumenten
Post 2.1 van de rapportagetemplates C 81.00 en C 83.00
|
|
0140
|
2.2 BSF uit retaildeposito’s
Post 2.2 van de rapportagetemplates C 81.00 en C 83.00
|
|
0150
|
2.3 BSF afkomstig van andere niet-financiële cliënten (m.u.v. centrale banken)
Post 2.3 (m.u.v. 2.3.0.2) van rapportagetemplate C 81.00 en rapportagetemplate C 83.00
|
|
0160
|
2.4 BSF uit operationele deposito’s
Posten 2.3.0.2 en 2.5.3.1 van rapportagetemplate C 81.00 en post 2.4 van rapportagetemplate C 83.00
|
|
0170
|
2.5 BSF uit verplichtingen binnen een groep of binnen een institutioneel protectiestelsel als een preferentiële behandeling van toepassing is
Post 2.4 van rapportagetemplate C 81.00 en post 2.5 van rapportagetemplate C 83.00
|
|
0180
|
2.6 BSF afkomstig van financiële cliënten en centrale banken
Post 2.5 (m.u.v. 2.5.3.1) van rapportagetemplate C 81.00 en post 2.6 van rapportagetemplate C 83.00
|
|
0190
|
2.7 BSF uit verplichtingen waarbij de tegenpartij niet kan worden bepaald
Post 2.6 van rapportagetemplate C 81.00 en post 2.7 van rapportagetemplate C 83.00
|
|
0200
|
2.8 BSF uit onderling afhankelijke passiva
Post 2.8 van rapportagetemplate C 81.00 en rapportagetemplate C 83.00
|
|
0210
|
2.9 BSF uit overige passiva
Posten 2.7 en 2.9 van rapportagetemplate C 81.00 en post 2.9 van rapportagetemplate C 83.00
|
|
0220
|
3. NSFR
NSFR berekend overeenkomstig artikel 428 ter, lid 1, VKV
|
1. Overzicht
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- Builddate: 01.09.2024 00:00:00 -Doknr: CELEX:32021R0451
- EULAW_GA -
EULAW_GA
|