+Artikel 20 Aanvullende rapportage om MSI’s te identificeren en MSI-bufferpercentages toe te wijzen
---+Artikel 20 1.
---+Artikel 20 2.
---+Artikel 20 3.
---+Artikel 20 4.
|
Artikel 20 Aanvullende rapportage om MSI’s te identificeren en MSI-bufferpercentages toe te wijzen
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 20 1.
|
Bij het rapporteren van aanvullende informatie ten behoeve van de identificatie van MSI’s en het toewijzen van MSI-bufferpercentages overeenkomstig artikel 131 van Richtlijn 2013/36/EU, verstrekken EU-moederinstellingen, financiële EU-moederholdings of gemengde financiële EU-moederholdings op kwartaalbasis de in bijlage XXVI bij deze verordening gespecificeerde informatie op geconsolideerde basis, overeenkomstig de instructies in bijlage XXVII bij de verordening, indien de beide volgende voorwaarden zijn vervuld:
a)
de maatstaf van totale blootstelling van de groep, met inbegrip van verzekeringsdochterondernemingen, bedraagt ten minste 125 000 000 000 EUR;
b)
de EU-moederinstelling of een van haar dochterondernemingen of een door de moederinstelling of een dochteronderneming geëxploiteerd bijkantoor is gevestigd in een deelnemende lidstaat als bedoeld in artikel 4 van Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad (
4
).
|
|
Artikel 20 2.
|
Voor de rapportage van aanvullende informatie ten behoeve van de identificatie van MSI’s en de toewijzing van MSI-bufferpercentages overeenkomstig artikel 131 van Richtlijn 2013/36/EU verstrekken instellingen op kwartaalbasis de in bijlage XXVI bij deze verordening gespecificeerde informatie op individuele basis, overeenkomstig de instructies in bijlage XXVII bij deze verordening, indien alle volgende voorwaarden zijn vervuld:
a)
de maatstaf van totale blootstelling van de instelling bedraagt ten minste 125 000 000 000 EUR;
b)
de instelling is gevestigd in een deelnemende lidstaat als bedoeld in artikel 4 van Verordening (EU) nr. 806/2014;
c)
de instelling maakt geen deel uit van een groep die onder geconsolideerd toezicht staat overeenkomstig hoofdstuk 1, titel II, deel één, van Verordening (EU) nr. 575/2013 („stand-alone instelling”).
|
|
Artikel 20 3.
|
In afwijking van artikel 3, lid 1, punt b), wordt de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde informatie aan het eind van de werkdag verstrekt op de volgende inzenddata: 1 juli, 1 oktober, 2 januari en 1 april.
|
|
Artikel 20 4.
|
In afwijking van artikel 4 is met betrekking tot de in lid 1, punt a), en lid 2, punt a), van dit artikel bepaalde drempels het volgende van toepassing:
a)
de EU-moederinstelling, de financiële EU-moederholding, de gemengde financiële EU-holding of de stand-alone instelling, al naargelang, begint onmiddellijk de informatie overeenkomstig dit artikel te rapporteren indien haar blootstellingsmaatstaf voor de berekening van de hefboomratio aan het einde van het boekjaar de vastgestelde drempel overschrijdt, en rapporteert deze informatie ten minste vóór het einde van dat boekjaar en de daaropvolgende drie kwartaalreferentiedata;
b)
de EU-moederinstelling, de financiële EU-moederholding, de gemengde financiële EU-moederholding of de stand-alone instelling zet onmiddellijk de rapportage overeenkomstig dit artikel stop indien haar blootstellingsmaatstaf voor de berekening van de hefboomratio aan het einde van haar boekjaar onder de vastgestelde drempel daalt.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- Builddate: 01.09.2024 00:00:00 -Doknr: CELEX:32021R0451
- EULAW_LV -
EULAW_LV
|