+35. Voor het toewijzen van grootverdieners aan functiegebieden of bedrijfsactiviteiten in bijlage …
|
35. Voor het toewijzen van grootverdieners aan functiegebieden of bedrijfsactiviteiten in bijlage …
Voor het toewijzen van grootverdieners aan functiegebieden of bedrijfsactiviteiten in bijlage I, dienen de ondernemingen rekening te houden met hun interne organisatie en met het volgende: - a. leden van het leidinggevend orgaan, met inbegrip van leden van het leidinggevend orgaan van dochterondernemingen, maar met uitzondering van leden van het leidinggevend orgaan van beleggingsondernemingen die onderworpen zijn aan de artikelen 25 en 34 van Richtlijn (EU) 2019/2034, dienen in voorkomend geval te worden ingedeeld in de kolom “leidinggevend orgaan in zijn toezichthoudende functie” of “leidinggevend orgaan in zijn leidinggevende functie”, onafhankelijk van het bedrijfsmodel van de onderneming.
| i. | De leden van het “leidinggevend orgaan in zijn toezichthoudende functie” zijn de leden van het leidinggevend orgaan die tot taak hebben toezicht te houden op de besluitvorming van het management (d.w.z. niet-uitvoerende directeuren) en deze te controleren. | | ii. | De leden van het “leidinggevend orgaan in zijn leidinggevende functie” zijn de leden van het leidinggevend orgaan die verantwoordelijk zijn voor de leidinggevende functies (d.w.z. de uitvoerende directeuren). |
- b. “beleggingsbank-activiteiten” omvatten ondernemingsfinanciering, handel en verkoop zoals gedefinieerd in artikel 317, tabel 2, van Verordening (EU) 575/2013, kapitaalmarktgerelateerde transacties zoals gedefinieerd in artikel 192, lid 3, van Verordening (EU) 575/2013 en eigen vermogen.
- c. “bankdiensten ten behoeve van particulieren” omvatten de totale kredietverleningsactiviteit van de instellingen (aan particulieren en ondernemingen).
- d. “vermogensbeheer” in bijlage I bevat tevens het vermogensbeheer binnen:
| i. | de instelling; | | ii. | dochterondernemingen die instellingen zijn; en | | iii. | dochterondernemingen die instellingen voor collectieve belegging in effecten zijn, beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en beleggingsondernemingen die niet onderworpen zijn aan de artikelen 25 en 34 van Richtlijn (EU) 2019/2034. |
EBA Public - e. “bedrijfsfuncties” omvatten personeelsleden in alle functies met verantwoordelijkheid voor de gehele instelling op geconsolideerd niveau en voor dochterondernemingen met dergelijke functies op individueel niveau, bv. personeelszaken, informatietechnologie.
- f. “onafhankelijke controlefuncties” omvatten alleen personeelsleden die actief zijn in de onafhankelijke risicobeheer-, compliance- en interne-auditfuncties, zoals beschreven in afdeling 19 van de EBA-richtsnoeren inzake interne governance krachtens Richtlijn 2013/36/EU.
- g. “alle grootverdieners in dochterondernemingen die onderworpen zijn aan artikelen 25 en 34 van Richtlijn (EU) 2019/2034” omvatten alle grootverdieners en hun beloning die in bijlage II moeten worden opgenomen.
- h. “alle andere grootverdieners” omvatten ook personeelsleden die niet kunnen worden ingedeeld bij een van de punten a) tot en met g) genoemde functiegebieden of bedrijfsactiviteiten.
1. Overzicht
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|