+Artikel 31 4.
|
Artikel 31 4.
Onverminderd de nationale wettelijke en institutionele kaders zorgen de lidstaten ervoor dat de bevoegde autoriteiten bij het toezicht op de naleving door overheidsinstanties van deze richtlijn en bij het opleggen van handhavingsmaatregelen inzake inbreuken op deze richtlijn over passende bevoegdheden beschikken om bij de uitvoering van deze taken operationeel onafhankelijk te zijn van de overheidsinstanties waarop zij toezicht houden. De lidstaten kunnen besluiten passende, evenredige en doeltreffende toezichts- en handhavingsmaatregelen ten aanzien van die instanties te nemen in overeenstemming met de nationale wetgevings- en institutionele kaders.
1. Overzicht
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|