+Artikel 7 Certificering van de verleners van luchtvaartnavigatiediensten
---+Article 7 1.
---+Article 7 2.
---+Article 7 3.
---+Article 7 4.
---+Article 7 5.
---+Article 7 6.
---+Article 7 7.
---+Article 7 8.
---+Article 7 9.

Artikel 7 Certificering van de verleners van luchtvaartnavigatiediensten

Artikel 7

Certificering van de verleners van luchtvaartnavigatiediensten

1.  De verlening van alle luchtvaartnavigatiediensten in de Gemeenschap wordt door de lidstaten gecertificeerd.

2.  Aanvragen voor certificering worden ingediend bij de nationale toezichthoudende instantie van de lidstaat waarin de aanvrager zijn belangrijkste plaats van vestiging heeft en in voorkomend geval statutair is gevestigd.

3.  Nationale toezichthoudende instanties geven certificaten af aan de verleners van luchtvaartnavigatiediensten indien deze aan de in artikel 6 bedoelde gemeenschappelijke eisen voldoen. Certificaten kunnen worden verleend voor elke in artikel 2 van de kaderverordening genoemde afzonderlijke luchtvaartnavigatiedienst of voor een bundel van dergelijke diensten, onder meer in de situatie waarin een verlener van luchtvaartnavigatiediensten, ongeacht diens juridische status, zijn eigen communicatie-, navigatie- en begeleidingssystemen bedient en in stand houdt. De certificaten worden regelmatig gecontroleerd.

4.  In de certificaten worden de rechten en plichten van de verleners van luchtvaartnavigatiediensten aangegeven, met inbegrip van niet-discriminerende toegang tot diensten voor gebruikers van het luchtruim, met speciale aandacht voor de veiligheid. Aan certificering mogen alleen de voorwaarden van bijlage II verbonden zijn. Deze voorwaarden moeten objectief gerechtvaardigd, niet-discriminatoir, evenredig en transparant zijn.

5.  Niettegenstaande het bepaalde in lid 1, kunnen lidstaten toestaan dat in het onder hun verantwoordelijkheid vallende luchtruim of een deel daarvan luchtvaartnavigatiediensten worden verleend zonder certificaat, in gevallen waarin de verlener van deze diensten de diensten hoofdzakelijk aanbiedt aan andere bewegingen van luchtvaartuigen dan aan het algemeen luchtverkeer. In deze gevallen stelt de betrokken lidstaat de Commissie en de andere lidstaten in kennis van zijn besluit en van de maatregelen die zijn genomen om maximale overeenstemming met de vastgestelde gemeenschappelijke eisen te waarborgen.

▼M1

6.  Onverminderd het bepaalde in de artikelen 8 en 9, krijgen verleners van luchtvaartnavigatiediensten, wanneer hen een certificaat wordt afgegeven, de mogelijkheid om hun diensten aan te bieden aan lidstaten, andere verleners van luchtvaartnavigatiediensten, luchtruimgebruikers en luchthavens in de Gemeenschap.

7.  Nationale toezichthoudende instanties zien toe op de naleving van de gemeenschappelijke eisen en van de aan de certificaten verbonden voorwaarden. Details aangaande dit toezicht worden opgenomen in de jaarlijkse verslagen die door de lidstaten worden ingediend overeenkomstig artikel 12, lid 1, van de kaderverordening. Als een nationale toezichthoudende instantie vaststelt dat de houder van een certificaat niet langer aan deze eisen of voorwaarden voldoet, treft hij passende maatregelen, waarbij tegelijkertijd de continuïteit van de diensten wordt gewaarborgd op voorwaarde dat de veiligheid niet in gevaar komt. Deze maatregelen kunnen de intrekking van het certificaat omvatten.

▼B

8.  Een lidstaat erkent elk certificaat dat in een andere lidstaat is afgegeven in overeenstemming met dit artikel.

9.  In uitzonderlijke omstandigheden kunnen lidstaten de termijn waarbinnen aan dit artikel voldaan moet zijn, verlengen tot zes maanden na de in artikel 19, lid 2, genoemde datum. Lidstaten stellen de Commissie van deze verlenging in kennis, onder vermelding van de redenen daarvoor.

▼M1

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
Article 7 1.
The provision of all air navigation services within the Community shall be subject to certification by Member States.
Article 7 2.
Applications for certification shall be submitted to the national supervisory authority of the Member State where the applicant has its principal place of operation and, if any, its registered office.
Article 7 3.
National supervisory authorities shall issue certificates to air navigation service providers where they comply with the common requirements referred to in Article 6. Certificates may be issued individually for each type of air navigation service as defined in Article 2 of the framework Regulation, or for a bundle of such services, inter alia, where a provider of air traffic services, whatever its legal status, operates and maintains its own communication, navigation and surveillance systems. The certificates shall be checked on a regular basis.
Article 7 4.
Certificates shall specify the rights and obligations of air navigation service providers, including non-discriminatory access to services for airspace users, with particular regard to safety. Certification may be subject only to the conditions set out in Annex II. Such conditions shall be objectively justified, non-discriminatory, proportionate and transparent.
Article 7 5.
Notwithstanding paragraph 1, Member States may allow the provision of air navigation services in all or part of the airspace under their responsibility without certification in cases where the provider of such services offers them primarily to aircraft movements other than general air traffic. In those cases, the Member State concerned shall inform the Commission and the other Member States of its decision and of the measures taken to ensure maximum compliance with the common requirements.
Article 7 6.
Without prejudice to Articles 8 and 9, the issue of certificates shall confer on air navigation service providers the possibility of offering their services to Member States, other air navigation service providers, airspace users and airports within the Community.
Article 7 7.
National supervisory authorities shall monitor compliance with the common requirements and with the conditions attached to the certificates. Details of such monitoring shall be included in the annual reports to be submitted by Member States pursuant to Article 12(1) of the framework Regulation. If a national supervisory authority finds that the holder of a certificate no longer satisfies such requirements or conditions, it shall take appropriate measures while ensuring continuity of services on condition that safety is not compromised. Such measures may include the revocation of the certificate.
Article 7 8.
A Member State shall recognise any certificate issued in another Member State in accordance with this Article.
Article 7 9.
In exceptional circumstances, Member States may postpone compliance with this Article beyond the date resulting from Article 19(2) by six months. Member States shall notify the Commission of such postponement, giving their reasons therefor.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis