+Artikel 5 Rapportage over eigen vermogen en eigenvermogensvereisten op individuele basis — kwartaalrapportage
---+Artikel 5 1.
---+Artikel 5 2.
---+Artikel 5 3.
---+Artikel 5 4.
---+Artikel 5 5.
---+Artikel 5 6.
---+Artikel 5 7.
---+Artikel 5 8.
---+Artikel 5 9.
---+Artikel 5 10.
---+Artikel 5 11.
---+Artikel 5 12.
---+Artikel 5 13.
---+Artikel 5 14.
---+Artikel 5 15.
|
Artikel 5 Rapportage over eigen vermogen en eigenvermogensvereisten op individuele basis — kwartaalrapportage
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 5 1.
|
Om informatie over eigen vermogen en over eigenvermogensvereisten overeenkomstig artikel 430, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 op individuele basis te rapporteren, verstrekken instellingen de in dit artikel bedoelde informatie met een driemaandelijkse frequentie.
|
|
Artikel 5 2.
|
Instellingen verstrekken informatie over eigen vermogen en eigenvermogensvereisten zoals gespecificeerd in bijlage I, templates 1 tot en met 5, overeenkomstig de instructies in bijlage II, deel II, punt 1.
|
|
Artikel 5 3.
|
Instellingen verstrekken informatie over volgens de standaardbenadering behandelde blootstellingen aan het kredietrisico en aan het tegenpartijrisico zoals gespecificeerd in bijlage I, template 7, overeenkomstig de instructies in bijlage II, deel II, punt 3.2.
|
|
Artikel 5 4.
|
Instellingen verstrekken informatie over volgens de interneratingbenadering behandelde blootstellingen aan het kredietrisico en aan het tegenpartijrisico zoals gespecificeerd in bijlage I, templates 8.1 en 8.2, overeenkomstig de instructies in bijlage II, deel II, punt 3.3.
|
|
Artikel 5 5.
|
Instellingen verstrekken informatie over de geografische verdeling van blootstellingen per land, alsook over op totaalniveau geaggregeerde blootstellingen, zoals gespecificeerd in bijlage I, template 9, overeenkomstig de instructies in bijlage II, deel II, punt 3.4. Instellingen verstrekken de in de templates 9.1 en 9.2 gespecificeerde informatie, en met name informatie over de geografische verdeling van blootstellingen per land, indien de buitenlandse oorspronkelijke blootstellingen in alle andere landen dan het eigen land in alle blootstellingscategorieën, zoals gerapporteerd overeenkomstig bijlage I, template 4, rij 0850, ten minste 10 % uitmaken van de totale binnenlandse en buitenlandse oorspronkelijke blootstellingen, zoals gerapporteerd overeenkomstig bijlage I, template 4, rij 0860. Blootstellingen worden geacht binnenlands te zijn indien zij betrekking hebben op een tegenpartij in de lidstaat waar de instelling is gevestigd. De in artikel 4 vastgestelde instap- en uitstapcriteria zijn van toepassing.
|
|
Artikel 5 6.
|
Instellingen verstrekken informatie over tegenpartijkredietrisico zoals gespecificeerd in bijlage I, templates 34.01 tot en met 34.05 en templates 34.08 tot en met 34.10, overeenkomstig de instructies in bijlage II, deel II, punt 3.9.
|
|
Artikel 5 7.
|
Instellingen die de standaardbenadering of de internemodellenmethode toepassen voor de berekening van blootstellingen aan tegenpartijkredietrisico overeenkomstig deel drie, titel II, hoofdstuk 6, afdelingen 3 en 6, van Verordening (EU) nr. 575/2013, verstrekken informatie over tegenpartijkredietrisico zoals gespecificeerd in bijlage I, template 34.06, overeenkomstig de instructies in bijlage II, deel II, punt 3.9.7.
|
|
Artikel 5 8.
|
Instellingen verstrekken informatie over volgens de interneratingbenadering behandelde blootstellingen in aandelen zoals gespecificeerd in bijlage I, template 10, overeenkomstig de instructies in bijlage II, deel II, punt 3.5.
|
|
Artikel 5 9.
|
Instellingen verstrekken informatie over afwikkelingsrisico zoals gespecificeerd in bijlage I, template 11, overeenkomstig de instructies in bijlage II, deel II, punt 3.6.
|
|
Artikel 5 10.
|
Instellingen verstrekken informatie over securitisatieblootstellingen zoals gespecificeerd in bijlage I, template 13.01, overeenkomstig de instructies in bijlage II, deel II, punt 3.7.
|
|
Artikel 5 11.
|
Instellingen verstrekken informatie over eigenvermogensvereisten en verliezen in verband met operationeel risico zoals gespecificeerd in bijlage I, template 16, overeenkomstig de instructies in bijlage II, deel II, punt 4.1.
|
|
Artikel 5 12.
|
Instellingen verstrekken informatie over eigenvermogensvereisten in verband met marktrisico zoals gespecificeerd in bijlage I, templates 18 tot en met 24, overeenkomstig de instructies in bijlage II, deel II, punten 5.1 tot en met 5.7.
|
|
Artikel 5 13.
|
Instellingen verstrekken informatie over eigenvermogensvereisten in verband met uit aanpassingen van de kredietwaardering voortvloeiend risico zoals gespecificeerd in bijlage I, template 25, overeenkomstig de instructies in bijlage II, deel II, punt 5.8.
|
|
Artikel 5 14.
|
Instellingen verstrekken informatie over prudente waardering zoals gespecificeerd in bijlage I, template 32, overeenkomstig de instructies in bijlage II, deel II, punt 6, als volgt:
a)
alle instellingen verstrekken de in bijlage I, template 32.1, gespecificeerde informatie, overeenkomstig de instructies in bijlage II, deel II, punt 6;
b)
instellingen die de kernbenadering toepassen overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/101 van de Commissie (
1
), rapporteren, naast de in punt a) van dit lid bedoelde informatie, de in bijlage I, template 32.2, gespecificeerde informatie, overeenkomstig de instructies in bijlage II, deel II, punt 6;
c)
instellingen die de kernbenadering toepassen overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/101 van de Commissie, en die de in artikel 4, lid 1, van die verordening bedoelde drempel overschrijden, rapporteren, naast de onder a) en b) van dit lid bedoelde informatie, de in bijlage I, templates 32.3 en 32.4, gespecificeerde informatie, overeenkomstig de instructies in bijlage II, deel II, punt 6.
Voor de toepassing van dit lid, zijn de in artikel 4 vastgestelde instap- en uitstapcriteria niet van toepassing.
|
|
Artikel 5 15.
|
Instellingen verstrekken informatie over de prudentiële achtervang voor niet-renderende blootstellingen (NPE’s) zoals gespecificeerd in bijlage I, templates 35.01, 35.02 en 35.03, overeenkomstig de instructies in bijlage II, deel II, punt 8.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- Builddate: 01.09.2024 00:00:00 -Doknr: CELEX:32021R0451
- EULAW_BG -
EULAW_BG
|