+BIJLAGE XXIX
|
BIJLAGE XXIX
BIJLAGE XXIX
INSTRUCTIES VOOR DE RAPPORTAGE VAN RENTERISICO BUITEN DE HANDELSPORTEFEUILLE
|
Inhoudsopgave
|
|
|
DEEL I
|
|
|
ALGEMENE INSTRUCTIES
|
|
1.
|
Structuur
|
|
2.
|
Reikwijdte van de rapportage
|
|
3.
|
Behandeling van vast-/variabelrentende instrumenten
|
|
4.
|
Behandeling van opties
|
|
5.
|
Gebruik van tekens
|
|
6.
|
Afkortingen
|
|
7.
|
Overige conventies
|
|
|
DEEL II
|
|
|
WAARDERING IRRBB: MUTATIES EVE/NII SOT EN MV (J 01.00)
|
|
1.
|
Algemene opmerkingen
|
|
2.
|
Instructies voor specifieke posities
|
|
|
DEEL III
|
|
|
UITSPLITSING SCHATTINGEN GEVOELIGHEID (J 02.00, J 03.00 EN J 04.00)
|
|
1.
|
Algemene opmerkingen
|
|
2.
|
Instructies voor specifieke posities
|
|
|
DEEL IV
|
|
|
KASSTROMEN UIT RENTEHERZIENINGEN (J 05.00, J 06.00 en J 07.00)
|
|
1.
|
Algemene opmerkingen
|
|
2.
|
Instructies voor specifieke posities
|
|
|
DEEL V
|
|
|
RELEVANTE PARAMETERS (J 08.00 en J 09.00)
|
|
1.
|
Algemene opmerkingen
|
|
2.
|
Instructies voor specifieke posities
|
|
|
DEEL VI
|
|
|
KWALITATIEVE INFORMATIE (J 10.00 en J 11.00)
|
|
1.
|
Algemene opmerkingen
|
|
2.
|
Instructies voor specifieke posities
|
DEEL I
ALGEMENE INSTRUCTIES
1.
Structuur
1.1.
Deze bijlage bevat de instructies voor het rapporteren van de templates voor renterisico buiten de handelsportefeuille (renterisico in het bankenboek) („IRRBB”).
1.2.
Deze bijlage bestaat uit vijf aparte sets templates:
a)
waardering IRRBB: uitbijtertests voor toezichtdoeleinden („SOT’s”) van de economische waarde van het eigen vermogen („EVE”) en nettorente-inkomsten („NII)” en mutaties van de marktwaarde („MV”) (J 01.00);
b)
uitsplitsing van schattingen van IRRBB-gevoeligheden (J 02.00, J 03.00 en J 04.00);
c)
IRRBB-kasstromen uit renteherzieningen (J 05.00, J 06.00 en J 07.00);
d)
relevante parameters voor gedragsmodelering (J 08.00 en J 09.00);
e)
kwalitatieve informatie (J 10.00 en J 11.00).
1.3.
Voor elke template zijn verwijzingen naar wetgeving opgenomen. Deze bijlage bevat nadere informatie over meer algemene aspecten van de rapportage voor elke reeks templates en instructies voor specifieke posities.
1.4.
Instellingen rapporteren de templates in de rapportagevaluta, ongeacht de valuta waarin activa, passiva en posten buiten de balanstelling feitelijk luiden. Valuta niet zijnde de rapportagevaluta worden naar de rapportagevaluta geconverteerd tegen de contante wisselkoers van de Europese Centrale Bank op de referentiedatum. De instellingen rapporteren de templates, uitgesplitst volgens de betrokken valuta, overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 van de Commissie (
23
).
1.5.
Overeenkomstig artikel 3, lid 2, punt c), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 brengen instellingen, in voorkomend geval, automatische en gedragsgedreven opties tot uiting in hun berekeningen, tenzij anders is bepaald.
2.
Reikwijdte van de rapportage
Instellingen maken een prognose van hun IRRBB-schattingen en verschaffen informatie over hun renteblootstellingen voortvloeiend uit de rentegevoelige posities buiten de handelsportefeuille die onder de SOT’s vallen (artikelen 3 en 4 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856). Met name nemen instellingen alle instrumenten in aanmerking overeenkomstig artikel 3, lid 2, punten a) tot en met f), en artikel 3, leden 3, 4 en 5, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856.
3.
Behandeling van vast-/variabelrentende instrumenten
Wanneer om afzonderlijke informatie wordt gevraagd voor vast- of variabelrentende instrumenten, zijn de volgende definities van toepassing:
a)
„vastrentend instrument”: een vastrentend instrument zoals gedefinieerd in artikel 1, punt 4), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/857 van de Commissie (
24
). Meer bepaald:
i)
instrumenten zonder een specifieke contractuele looptijd (d.w.z. producten zonder einddatum), waarvan kasstromen uit rentebetalingen niet contractueel of wettelijk zijn gekoppeld aan bewegingen van een externe benchmark of een intern beheerde index van een instelling, maar die aan de discretie van de instelling of een overheidsinstantie zijn;
ii)
instrumenten met een specifieke contractuele looptijd, waarvan de kasstromen uit rentebetalingen niet van begin tot einde van de looptijd van het instrument vastliggen, of waarvan de termijn voor een contractuele renteherziening meer dan één jaar bedraagt, of waarvan veranderingen in de vergoeding ervan — op enig tijdstip tijdens de looptijd van het contract — aan de discretie van de instelling of een overheidsinstantie zijn;
b)
„variabelrentend instrument”: een instrument met variabele rente zoals gedefinieerd in artikel 1, punt 5), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/857. Meer bepaald:
i)
instrumenten zonder een specifieke contractuele looptijd (d.w.z. producten zonder einddatum), waarvan kasstromen uit rentebetalingen niet aan de discretie van de instelling of een overheidsinstantie zijn, maar die contractueel of wettelijk zijn gekoppeld aan bewegingen van een externe benchmark of een intern beheerde index van een instelling;
ii)
instrumenten met een specifieke contractuele looptijd, waarvan de kasstromen uit rentebetalingen niet van begin tot einde van de looptijd van het instrument vastliggen, waarvan de termijn voor een contractuele renteherziening maximaal één jaar bedraagt, en waarvan veranderingen in de vergoeding ervan tijdens de looptijd van het contract niet aan de discretie van de instelling of een overheidsinstantie zijn.
4.
Behandeling van opties
Wanneer om afzonderlijke informatie over opties wordt gevraagd, rapporteren instellingen als volgt:
a)
embedded opties samen met het betrokken basisinstrument ervan;
b)
expliciete/stand-alone opties apart van andere soorten balansposten als derivaten (d.w.z. zij rapporteren die opties samen met de gehedgede post).
5.
Gebruik van tekens
5.1. In de regel rapporteren instellingen positieve waarden in de templates. In geldeenheden uitgedrukte cijfers voor het EVE-niveau, NII-niveau en MV-niveau worden in de regel als een positieve waarde gerapporteerd, ongeacht of het gaat om activa of passiva. Wel gelden de volgende uitzonderingen: wanneer het NII-niveau negatief is indien de rente-uitgaven in het basisscenario hoger zijn dan de rente-inkomsten, of in het geval van derivaten waarbij genetteerde waarden van de gedeelten („legs”) van de derivaten moeten worden gerapporteerd.
5.2. Instellingen rapporteren de mutaties (Δ) van EVE, NII en MV met positieve of negatieve waarden, afhankelijk van de variatie. instellingen berekenen de Δ als het verschil tussen de EVE/NII/MV in shockscenario’s, ongerekend het basisscenario. EVE- (en MV-)gevoeligheden van een bepaald activum of passivum worden als positief gerapporteerd indien de EVE (en MV) van dat activum of passivum toeneemt in een bepaald rentescenario. Evenzo worden NII-gevoeligheden van een bepaald activum of passivum als positief gerapporteerd wanneer de rente-inkomsten van dat activum of de rente-uitgaven van dat passivum in een concreet rentescenario stijgen.
5.3. Wat betreft datapunten voor notionele blootstellingen of boekwaarden geldt dezelfde regel: instellingen rapporteren positieve waarden voor activa en passiva.
5.4. Instellingen rapporteren positieve parameters, ongeacht of deze parameters activa of passiva betreffen, en ongeacht of deze parameters de waarde van de IRRBB-maatstaven doen stijgen of dalen. In sommige uitzonderlijke gevallen kan het zijn dat instellingen voor parameters negatieve cijfers rapporteren, onder meer voor het gemiddelde rendement van activa/passiva indien de recentste renteherziening was gebaseerd op een negatieve marktrenteomgeving.
6.
Afkortingen
Daarnaast worden de volgende afkortingen gebruikt: „EVE” = economische waarde van het eigen vermogen; „NII” = nettorente-inkomsten; „MV” = marktwaarde; „SOT” = uitbijtertest voor toezichtdoeleinden; „NMD’s” = deposito’s zonder einddatum; „IMS” = intern meetsysteem, en „SA” = standaardbenadering.
7.
Overige conventies
7.1. In deze hele bijlage wordt verwezen naar Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 of „SOT-RTS” en Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/857 of „SA-RTS”. Wanneer in de tekst wordt verwezen naar de definities die zijn vastgesteld in Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/857, zijn die definities van toepassing op alle rapporterende instellingen (en niet alleen op de instellingen die de standaardbenadering toepassen).
7.2. De definities die in artikel 1 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/857 zijn vastgesteld, zijn in deze bijlage van toepassing.
DEEL II
WAARDERING IRRBB: MUTATIES EVE/NII SOT EN MV (J 01.00)
1.
Algemene opmerkingen
1.1. Template J 01.00 bevat de niveaus en mutaties van EVE (ΔΕVE) en niveaus en mutaties van NII (ΔΝII), berekend overeenkomstig Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856, alsmede het niveau en mutaties van MV, berekend volgens de interne criteria voor risicobeheersing, rekening houdende met een tijdshorizon van één jaar en een aanname van een constante balans. Deze template bevat onder meer de gespecificeerde omvang van renteschokken voor valuta niet vermeld in deel A van de bijlage bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 en ratio’s van ΔΕVE en ΔΝII ten opzichte van het tier 1-kapitaal in de zin van artikel 25 van Verordening (EU) nr. 575/2013, de ΔΕVE en ΔΝII in worstcasescenario’s en het EVE- en NII-niveau in het basisscenario, alsmede ΔΕVE, ΔΝII en ΔΜV in bepaalde wettelijke renteschokscenario’s.
1.2. Deze template wordt gerapporteerd voor elke valuta afzonderlijk die overeenkomstig artikel 1, leden 3 en 4, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 in de berekening van de SOT is opgenomen, alsmede voor het totaal van alle valuta waarop artikel 1, lid 4, van die gedelegeerde verordening van toepassing is. Bij het berekenen van de geaggregeerde mutaties (voor alle valuta) voor elk renteschokscenario is artikel 3, lid 8, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 van toepassing.
2.
Instructies voor specifieke posities
|
Rij
|
Verwijzingen naar wetgeving en instructies
|
|
0010-0090
|
Economische waarde eigen vermogen
EVE-schattingen berekend overeenkomstig artikel 98, lid 5, punt a), van Richtlijn 2013/36/EU en de artikelen 1 tot en met 3 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856. Wat betreft de aannames voor modellering en parameters die niet in artikel 3 van die gedelegeerde verordening zijn gespecificeerd, gebruiken instellingen de aannames die zij bij het meten en beheersen van hun IRRBB hanteren, d.w.z. hun interne meetmethoden, de standaardbenadering of de vereenvoudigde standaardbenadering, al naargelang.
|
|
0010
|
Δ EVE in worstcasescenario
De EVE-mutatie in de in artikel 1, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 genoemde schokscenario’s voor toezichtdoeleinden die de grootste daling van de EVE veroorzaken. In deze rij wordt de slechtste uitkomst van de waarden in de rijen 0040 tot en met 0090 gerapporteerd.
|
|
0020
|
Δ EVE-ratio in worstcasescenario
De ratio van de in rij 0010 gerapporteerde waarde ten opzichte van het overeenkomstig artikel 25 van Verordening (EU) nr. 575/2013 bepaalde tier 1-kapitaal.
|
|
0030-0090
|
EVE in basisscenario en in schokscenario’s voor toezichtdoeleinden
EVE-niveau in het basisscenario en de EVE-mutaties (d.w.z. Δ EVE) in de in artikel 1, lid 1, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 genoemde schokscenario’s voor toezichtdoeleinden.
|
|
0030
|
Niveau EVE in basisscenario
EVE-niveau in de basisrentescenario’s per de referentiedatum.
|
|
0040
|
Δ EVE bij parallelle opwaartse schok
De mutatie van de EVE in het in artikel 1, lid 1, punt a), en artikel 2 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 genoemde scenario van een parallelle opwaartse schok.
|
|
0050
|
Δ EVE bij parallelle neerwaartse schok
De EVE-mutatie in het in artikel 1, lid 1, punt b), en artikel 2 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 genoemde scenario van een parallelle neerwaartse schok.
|
|
0060
|
Δ EVE bij versteilende schok
De EVE-mutatie in het in artikel 1, lid 1, punt c), en artikel 2 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 genoemde scenario van een versteilende schok.
|
|
0070
|
Δ EVE bij vervlakkende schok
De EVE-mutatie in het in artikel 1, lid 1, punt d), en artikel 2 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 genoemde scenario van een vervlakkende schok.
|
|
0080
|
Δ EVE bij opwaartse schok korte rente
De EVE-mutatie in het in artikel 1, lid 1, punt e), en artikel 2 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 genoemde scenario van een opwaartse schok voor de korte rente.
|
|
0090
|
Δ EVE bij neerwaartse schok korte rente
De EVE-mutatie in het in artikel 1, lid 1, punt f), en artikel 2 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 genoemde scenario van een neerwaartse schok voor de korte rente.
|
|
0100-0140
|
Nettorente-inkomsten
NII als bedoeld in artikel 98, lid 5, punt b), van Richtlijn 2013/36/EU en gespecificeerd in artikel 4 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856. Wat betreft de aannames voor modellering en parameters die niet in artikel 4 van die gedelegeerde verordening zijn gespecificeerd, gebruiken instellingen de aannames die zij bij het meten en beheersen van hun IRRBB hanteren, d.w.z. hun interne meetmethoden, de standaardbenadering of de vereenvoudigde standaardbenadering, al naargelang.
Instellingen houden rekening met de boekhoudkundige verwerking van hedges (d.w.z. hedge accounting) en nemen de effecten van in artikel 33, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 genoemde posten niet op.
|
|
0100
|
Δ NII in worstcasescenario
De mutatie van de eenjaars NII in de in artikel 1, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 genoemde schokscenario’s voor toezichtdoeleinden die de grootste NII-daling veroorzaken. In deze rij wordt de slechtste uitkomst van de waarden in de rijen 0130 tot en met 0140 gerapporteerd.
|
|
0110
|
Δ NII-ratio in worstcasescenario
De ratio van de in rij 0100 gerapporteerde waarde ten opzichte van het overeenkomstig artikel 25 van Verordening (EU) nr. 575/2013 bepaalde tier 1-kapitaal.
|
|
0120-0140
|
NII in basisscenario en in schokscenario’s voor toezichtdoeleinden
NII-niveau in het basisscenario en Δ NII in de in artikel 1, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 genoemde schokscenario’s voor toezichtdoeleinden.
|
|
0120
|
Niveau NII in basisscenario
NII-niveau in de basisrentescenario’s per de referentiedatum.
|
|
0130
|
Δ NII bij parallelle opwaartse schok
De mutatie van de NII in het in artikel 1, lid 2, punt a), en artikel 2 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 genoemde scenario van een parallelle opwaartse schok.
|
|
0140
|
Δ NII bij parallelle neerwaartse schok
De mutatie van de NII in het in artikel 1, lid 2, punt b), en artikel 2 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 genoemde scenario van een parallelle neerwaartse schok.
|
|
0150-0170
|
IMS mutaties marktwaarde
MV in basisscenario en in schokscenario’s voor toezichtdoeleinden
Prognoses van de MV-mutaties (ΔMV) van de boekwaarde over de horizon van één jaar in het basisscenario en in de schokscenario’s voor toezichtdoeleinden worden verwerkt ofwel in de winst- en verliesrekening of rechtstreeks in het eigen vermogen (zoals via overige onderdelen van het totaalresultaat). Instellingen rapporteren de ΔMV, ongerekend het effect van voor boekhoudkundige doeleinden gebruikte hedges (d.w.z. hedge accounting), en laten de effecten van de in artikel 33, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 bedoelde bestanddelen (effectieve component van derivaten die bij kasstroomhedgeaccounting worden gebruikt om posten tegen geamortiseerde kostprijs te hedgen) buiten beschouwing.
Instellingen gebruiken de prognoses van de ΔMV overeenkomstig de IRRBB IMS van de instelling of, in voorkomend geval, artikel 22 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/857 voor de in artikel 1, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 genoemde schokscenario’s voor toezichtdoeleinden.
De totale omvang en samenstelling van het bedrag waarvan de waarde gevoelig is voor ΔMV, wordt behouden door aflopende instrumenten te vervangen door nieuwe instrumenten met vergelijkbare kenmerken (zoals valuta en nominaal bedrag van de instrumenten).
Risicoschattingen, waarvan de betrokken parameters worden afgeleid, zijn gelijkwaardig aan die voor het berekenen van de SOT’s, met inbegrip van (in voorkomend geval) gedragsmodellering en automatische optionaliteit.
|
|
0150
|
Niveau MV-waarde in basisscenario
MV-niveau in de basisrentescenario’s per de referentiedatum.
|
|
0160
|
Δ MV bij parallelle opwaartse schok
De MV-mutatie in het in artikel 1, lid 2, punt a), en artikel 2 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 genoemde scenario van een parallelle opwaartse schok.
|
|
0170
|
Δ MV bij parallelle neerwaartse schok
De MV-mutatie in het in artikel 1, lid 2, punt b), en artikel 2 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 genoemde scenario van een parallelle neerwaartse schok.
|
|
0180-0200
|
Overige valuta: Omvang renteschokken
Deel B van de bijlage bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856.
Renteschokken voor valuta gekalibreerd overeenkomstig deel B van de bijlage bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 en artikel 2 van die gedelegeerde verordening. De omvang van de renteschokken wordt gerapporteerd in basispunten en als absolute waarde. De omvang van de schok is het verschil (ΔR) met de risicovrije rente.
Deze rijen worden niet gerapporteerd voor de in deel A van de bijlage bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 genoemde valuta. Zij worden alleen gerapporteerd voor de in de SOT in aanmerking genomen valuta, overeenkomstig artikel 1, lid 4, van die gedelegeerde verordening.
|
|
0180
|
Parallelle schok
Omvang van de parallelle renteschok in basispunten, gekalibreerd overeenkomstig deel B van de bijlage bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 en artikel 2, lid 1, van die gedelegeerde verordening.
|
|
0190
|
Schok korte rente
Omvang van de schok voor de korte rente in basispunten, gekalibreerd overeenkomstig de in deel B van de bijlage bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 en artikel 2, lid 2, van die gedelegeerde verordening bedoelde korte schok.
|
|
0200
|
Schok lange rente
Omvang van de schok voor de lange rente in basispunten, gekalibreerd overeenkomstig de in deel B van de bijlage bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 en artikel 2, lid 3, van die gedelegeerde verordening bedoelde lange schok.
|
|
Kolommen
|
Verwijzingen naar wetgeving en instructies
|
|
0010
|
Bedrag
De gespecificeerde omvang van renteschokken wordt gerapporteerd in basispunten (bp), terwijl de ΔEVE’s en ΔNII’s worden gerapporteerd als ratio’s en als bedragen (volgens de instructies voor de betrokken rijen). Bedragen worden gerapporteerd in de rapportagevaluta.
|
DEEL III
UITSPLITSING SCHATTINGEN GEVOELIGHEID (J 02.00, J 03.00 EN J 04.00)
1.
Algemene opmerkingen
1.1. De templates J 02.00, J 03.00 en J 04.00 geven een verdere uitsplitsing van schattingen van een instelling van haar SOT IRRBB-gevoeligheden (Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856) en MV-mutaties (interne risicobeheersing met een tijdshorizon van één jaar en een aanname van een constante balans), met inbegrip van gedragsgedreven/voorwaardelijke en automatische optionaliteit voor een specifieke uitsplitsing van balansposten.
1.2. Instellingen rapporteren de inhoud van deze templates voor elke valuta afzonderlijk waarin de instelling posities heeft, wanneer de boekwaarde van in een valuta luidende financiële activa of passiva 5 % of meer bedraagt van de totale financiële activa of passiva buiten de handelsportefeuille, of minder dan 5 % indien de som van de in de berekening opgenomen financiële activa of passiva minder bedraagt dan 90 % van de totale financiële activa (m.u.v. materiële vaste activa) of passiva buiten de handelsportefeuille.
2.
Instructies voor specifieke posities
|
Rij
|
Verwijzingen naar wetgeving en instructies
|
|
0010
|
Totaal activa
Totaal rentegevoelige activa die onder Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 vallen, ongeacht de boekhoudkundige verwerking daarvan. Deze rij omvat:
— activa ten aanzien van centrale banken;
— leningen en voorschotten;
— derivaten die activa hedgen;
Instellingen rapporteren IRRBB-blootstellingen van activa die niet worden afgetrokken van overeenkomstig deel twee, titel I, hoofdstuk 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 bepaald tier 1-kernkapitaal (CET1), m.u.v. materiële activa zoals vastgoed, alsmede blootstellingen in aandelen buiten de handelsportefeuille als bedoeld in artikel 133 en artikel 147, lid 2, punt e), van Verordening (EU) nr. 575/2013. Die blootstellingen worden aan tegenpartijsectoren toegerekend, naargelang van de aard van de directe tegenpartij.
|
|
0020
|
waarvan: als gevolg van automatische optionaliteit
Bijdrage van embedded en expliciete automatische optionaliteit aan de totale rentegevoelige activa die onder Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 vallen, ongeacht de boekhoudkundige verwerking daarvan.
|
|
0030
|
Centrale banken
Activa ten aanzien van centrale banken, met inbegrip van tegoeden en direct opvraagbare deposito’s, als bedoeld in deel 1, punt 42, a), van bijlage V bij deze verordening.
|
|
0040
|
Interbancair
Alle activa waarvan de tegenpartij een kredietinstelling is als bedoeld in deel 1, punt 42, c), van bijlage V bij deze verordening, m.u.v. blootstellingen met betrekking tot effecten en derivaten.
|
|
0050
|
Leningen en voorschotten
Door instellingen gehouden schuldinstrumenten niet zijnde effecten, als bedoeld in deel 1, punt 32, van bijlage V bij deze verordening. Deze rij omvat geen blootstellingen uit de rijen 0030 en 0040.
|
|
0060, 0130, 0150, 0250, 0280, 0320, 0360, 0400, 0430, 0480
|
waarvan: vastrentend
Instellingen rapporteren cijfers voor vastrentende instrumenten, volgens de conventies uit deel I, afdeling 3, van deze bijlage.
|
|
0070
|
waarvan: niet-renderend
Niet-renderende leningen en voorschotten als bedoeld in artikel 3, lid 4, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 en in artikel 47 bis, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013.
|
|
0080
|
Particulieren en kleine partijen
Leningen en voorschotten aan een natuurlijke persoon of een kmo, waarbij de blootstellingen met betrekking tot kleine en middelgrote ondernemingen („kmo’s”), die als blootstellingen met betrekking tot particulieren en kleine partijen kwalificeren in de standaard- of interneratingbenaderingen („IRB-benadering”) voor kredietrisico zoals beschreven in deel één, titel II, hoofdstukken 2 en 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013, of een onderneming die in aanmerking komt voor de behandeling uiteengezet in artikel 153, lid 4, van Verordening (EU) nr. 575/2013 en waarbij de geaggregeerde deposito’s van die kmo of onderneming op groepsbasis niet meer dan 1 miljoen EUR bedragen.
In deze rij worden zowel renderende als niet-renderende leningen aan particulieren en kleine partijen gerapporteerd.
|
|
0090
|
waarvan: gedekt door niet-zakelijk onroerend goed
Leningen aan particulieren en kleine partijen die formeel door zekerheden in de vorm van niet-zakelijk onroerend goed zijn gedekt, ongeacht de ratio lening/zekerheid („LTV-ratio”) en de rechtsvorm van de zekerheid.
|
|
0100
|
Wholesale niet-financiëlen
Leningen en voorschotten aan overheden en niet-financiële vennootschappen, als bedoeld in deel 1, punt 42, b) en e), van bijlage V bij deze verordening. Deze rij omvat geen blootstellingen uit rij 0080.
|
|
0110
|
Wholesale financiëlen
Leningen en voorschotten aan andere financiële vennootschappen, als bedoeld in deel 1, punt 42, d), van bijlage V bij deze verordening.
|
|
0120
|
Schuldbewijzen
Door de instelling gehouden schuldbewijzen, uitgegeven als effecten niet zijnde leningen, als bedoeld in deel 1, punt 31, van bijlage V bij deze verordening, met inbegrip van blootstellingen met betrekking tot gedekte obligaties en securitisaties.
|
|
0140
|
Derivaten die activa hedgen
Derivaten zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt 29), van Verordening (EU) 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad (1)
. Instellingen rapporteren onder een hedgeaccountingmodel aangehouden derivaten volgens het toepasselijke boekhoudkundige raamwerk, waarbij de gehedgede post een rentegevoelig activum is.
|
|
0160
|
Hedging schuldbewijzen
Voor hedgeaccounting gebruikte derivaten waarmee activa worden gehedged die schuldbewijzen zijn.
|
|
0170
|
Hedging andere activa
Voor hedgeaccounting gebruikte derivaten waarmee activa worden gehedged die geen schuldbewijzen zijn.
|
|
0180
|
Andere
Andere rentegevoelige activa op de balans die niet onder de bovenstaande rijen vallen, worden in deze rij gerapporteerd.
|
|
0190
|
Activa buiten balanstelling: voorwaardelijke activa
In bijlage I bij Verordening (EU) nr. 575/2013 vermelde activa buiten de balanstelling die rentegevoelig zijn en die onder Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 vallen.
Toezeggingen voor vastrentende leningen aan kandidaat-leningnemers worden ook opgenomen in deze rij.
Een leningtoezegging wordt gerapporteerd als een combinatie van een korte en een lange positie. Dit is het geval bij een toezegging voor een vastrentende lening: de instelling heeft een lange positie in de lening bij het begin van de toezegging en een korte positie wanneer de lening geacht wordt te worden opgenomen. Instellingen rapporteren lange posities als activa en korte posities als passiva. In deze rij rapporteren zij alleen voorwaardelijke instrumenten die als activa kwalificeren.
|
|
0200
|
Totaal passiva
Totaal rentegevoelige passiva die onder Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 vallen, ongeacht de boekhoudkundige verwerking daarvan. Deze rij omvat:
— passiva ten aanzien van centrale banken;
— uitgegeven schuldbewijzen;
— deposito’s zonder einddatum;
— derivaten die passiva hedgen;
|
|
0210
|
waarvan: als gevolg van automatische optionaliteit
Bijdrage van embedded en expliciete automatische optionaliteit aan de totale rentegevoelige passiva die onder Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 vallen, ongeacht de boekhoudkundige verwerking daarvan.
|
|
0220
|
Centrale banken
Passiva ten aanzien van centrale banken als bedoeld in deel 1, punt 42, a), van bijlage V bij deze verordening.
|
|
0230
|
Interbancair
Alle passiva waarvan de tegenpartij een kredietinstelling is als bedoeld in deel 1, punt 42, c), van bijlage V bij deze verordening, m.u.v. blootstellingen met betrekking tot effecten en derivaten.
|
|
0240
|
Uitgegeven schuldbewijzen
Door instelling als effecten uitgegeven schuldinstrumenten niet zijnde deposito’s, als bedoeld in deel 1, punt 37, van bijlage V bij deze verordening.
|
|
0260
|
waarvan: aanvullend tier 1 of tier 2
Schuldbewijzen uitgegeven overeenkomstig artikel 61 of artikel 71 van Verordening (EU) nr. 575/2013, m.u.v. perpetueel eigen vermogen zonder enige vervaldatum (artikel 3 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856).
|
|
0270
|
NMD’s: Retaildeposito betaalrekening
Op een betaalrekening aangehouden retail-NMD’s zoals gedefinieerd in artikel 1, punt 10), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/857. Op een betaalrekening aangehouden retail-NMD’s omvatten niet-rentedragende en andere rekeningen van particulieren en kleine partijen waarvan de vergoedingscomponent niet relevant is voor de beslissing van een cliënt om geld op die rekening aan te houden.
|
|
0290, 0330, 0370
|
waarvan: kerncomponent
Kerncomponent van NMD’s zoals gedefinieerd in artikel 1, punt 15), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/857.
NMD’s die stabiel zijn en waarvan de rente waarschijnlijk niet zal worden herzien, zelfs niet bij aanzienlijke veranderingen in de renteomgeving, of andere deposito’s waarvan de beperkte elasticiteit voor renteveranderingen door instellingen wordt gemodelleerd.
|
|
0300, 0340, 0380
|
waarvan: vrijgesteld van plafond 5 jaar
Blootstellingen aan gereglementeerde spaargelden als bedoeld in artikel 428 septies, lid 2, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013, doch niet beperkt tot het gecentraliseerde gedeelte, of spaargelden met materiële economische of fiscale restricties bij opname, waarvoor de instelling de maximale gewogen gemiddelde datum van de renteherziening niet beperkt tot vijf jaar.
|
|
0310
|
NMD’s: Retaildeposito niet-betaalrekening
Op een niet-betaalrekening aangehouden retail-NMD’s zoals gedefinieerd in artikel 1, punt 11), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/857.
Andere retaildeposito’s die niet als „NMD’s: retailtransacties” worden beschouwd, gelden als aangehouden op een niet-betaalrekening.
Met name omvatten retaildeposito’s op niet-betaalrekeningen retailrekeningen (waaronder gereglementeerde retailrekeningen) waarvan de beloningscomponent relevant is voor de beslissing van de cliënt om geld op die rekening aan te houden.
|
|
0350
|
NMD’s: Wholesale niet-financiëlen
Wholesaledeposito’s zoals gedefinieerd in artikel 1, punt 12), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/857 die NMD’s zijn van overheden en niet-financiële vennootschappen als bedoeld in deel 1, punt 42, b) en e), van bijlage V bij deze verordening.
|
|
0390
|
NMD’s: Wholesale financiëlen
Wholesaledeposito’s zoals gedefinieerd in artikel 1, punt 12), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/857 die NMD’s zijn van tegenpartijen in de zin van deel 1, punt 42, d), van bijlage V bij deze verordening.
|
|
0410
|
waarvan: operationele deposito’s
NMD’s die kwalificeren als operationele deposito’s in de zin van artikel 27, lid 1, punt a), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van de Commissie (2).
|
|
0420
|
Termijndeposito’s
Niet-overdraagbare deposito’s die de depositohouder niet mag opnemen vóór een overeengekomen einddatum of die vervroegd kunnen worden opgenomen op voorwaarde dat de depositohouder kosten en vergoedingen voor vervroegde opvraging (vervroegde aflossing) worden berekend. Deze post omvat administratief gereglementeerde spaartegoeden waarbij het looptijdcriterium niet relevant is. Alhoewel deposito’s met een vaste looptijd eventueel eerder kunnen worden opgezegd na voorafgaande kennisgeving, of op verzoek kunnen worden opgezegd op straffe van bepaalde boeten, worden deze kenmerken niet voor classificatiedoeleinden gebruikt. Deze rij omvat geen blootstellingen uit de rijen 0220 en 0230.
|
|
0440
|
Particulieren en kleine partijen
Deze rij omvat termijndeposito’s van retailcliënten.
|
|
0450
|
Wholesale niet-financiëlen
Termijndeposito’s van wholesale niet-financiële cliënten.
Wholesaledeposito’s zoals gedefinieerd in artikel 1, punt 12), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/857 die deposito’s andere dan NMD’s zijn van overheden en niet-financiële vennootschappen als bedoeld in deel 1, punt 42, b) en e), van bijlage V bij deze verordening.
|
|
0460
|
Wholesale financiëlen
Termijndeposito’s van wholesale financiële cliënten.
Wholesaledeposito’s zoals gedefinieerd in artikel 1, punt 12), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/857 die deposito’s andere dan NMD’s zijn van tegenpartijen in de zin van deel 1, punt 42, d), van bijlage V bij deze verordening.
|
|
0470
|
Derivaten die passiva hedgen
Derivaten zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt 29), van Verordening (EU) nr. 600/2014. Instellingen rapporteren onder een hedgeaccountingmodel aangehouden derivaten volgens het toepasselijke boekhoudkundige raamwerk, waarbij de gehedgede post een rentegevoelig passivum is.
|
|
0490
|
Hedging schuldbewijzen
Voor hedgeaccounting gebruikte derivaten waarmee passiva worden gehedged die schuldbewijzen zijn.
|
|
0500
|
Hedging andere passiva
Voor hedgeaccounting gebruikte derivaten waarmee passiva worden gehedged die geen schuldbewijzen zijn.
|
|
0510
|
Andere
Andere rentegevoelige passiva op de balans die niet onder de bovenstaande rijen vallen, worden in deze rij gerapporteerd.
|
|
0520
|
Passiva buiten balanstelling: Voorwaardelijke verplichtingen
Posten buiten de balanstelling omvatten producten zoals rentegevoelige leningtoezeggingen.
Voorwaardelijke verplichtingen worden beschouwd als een combinatie van een korte en een lange positie. Meer bepaald heeft de instelling, in het geval van een kredietlijn bij andere instellingen, een lange positie wanneer de lening geacht wordt te worden opgenomen en een korte positie op de datum dat de kredietlijn wordt geopend.
Lange posities worden gerapporteerd als activa en korte posities als passiva. Alleen de voorwaardelijke instrumenten die als passiva kwalificeren, worden in deze rij gerapporteerd.
|
|
0530
|
Andere derivaten (Netto activa/passiva)
Rentederivaten die niet zijn ontworpen als accounting hedges zoals economische rentehedges, die bedoeld zijn om het renterisico buiten de handelsportefeuille te hedgen, maar die niet onder een hedgeaccountingmodel vallen.
|
|
0540-0640
|
Pro-memorieposten
|
|
0540
|
Nettoderivaten
Nettobijdrage van alle rentederivaten buiten de handelsportefeuille, rekening houdende met de rentederivaten die activa (rij 0140) of passiva (rij 0470) buiten de handelsportefeuille hedgen onder een hedgeaccountingmodel, en economische rentehedges (rij 0530) van andere rentederivaten buiten de handelsportefeuille die niet zijn ontworpen als voor boekhoudkundige doeleinden gebruikte hedges.
|
|
0550
|
Nettorentepositie zonder derivaten
Alle renteblootstellingen buiten de handelsportefeuille, met inbegrip van blootstellingen buiten de balanstelling en met uitsluiting van rentederivaten. Met name alle activa en passiva met uitsluiting van het effect van derivaten.
|
|
0560
|
Nettorentepositie met derivaten
Alle activa en passiva, met inbegrip van blootstellingen buiten de balanstelling en rentederivaten.
|
|
0570
|
Totaal activa met MV-impact
Totale activa wanneer MV-mutaties relevant zijn voor winst of verlies of eigen vermogen, m.u.v. in rij 0530 gerapporteerde, niet voor hedge accounting gebruikte derivaten. Voor instellingen die IFRS op grond van Verordening (EG) nr.1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad (3) toepassen: activa buiten de handelsportefeuille die volgens het toepasselijke boekhoudkundige raamwerk worden opgenomen tegen reële waarde (met verwerking in winst of verlies of in de overige onderdelen van het totaalresultaat), samen met schuldbewijzen en andere instrumenten opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs met toepassing van reële-waarde-hedgeaccounting. Derivaten die activa buiten de handelsportefeuille hedgen onder een hedgeaccountingmodel, worden in deze afdeling gerapporteerd, m.u.v. de effectieve component van de derivaten die bij kasstroomhedgeaccounting worden gebruikt om posten tegen geamortiseerde kostprijs te hedgen als bedoeld in artikel 33, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013.
|
|
0580
|
Schuldbewijzen
Schuldbewijzen wanneer MV-mutaties relevant zijn voor winst of verlies of eigen vermogen. Dit omvat schuldbewijzen gewaardeerd tegen reële waarde, samen met schuldbewijzen opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs met toepassing van reële-waarde-hedgeaccounting.
|
|
0590
|
Derivaten
Derivaten zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt 29), van Verordening (EU) nr. 600/2014.
Derivaten die activa hedgen onder een hedgeaccountingmodel, worden in deze rij gerapporteerd, m.u.v. de derivaten die bij kasstroomhedgeaccounting dienen om posten tegen geamortiseerde kostprijs te hedgen.
|
|
0600
|
Andere
Andere activa gewaardeerd tegen reële waarde, samen met andere activa opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs met toepassing van reële-waarde-hedgeaccounting.
|
|
0610
|
Totaal passiva met MV-impact
Totale passiva waarbij MV-mutaties relevant zijn voor winst of verlies of eigen vermogen, m.u.v. in rij 0530 gerapporteerde, niet voor hedge accounting gebruikte derivaten.
Passiva die tegen reële waarde worden opgenomen volgens het toepasselijke boekhoudkundige raamwerk (met verwerking in winst of verlies of in de overige onderdelen van het totaalresultaat), samen met schuldbewijzen en andere passiva opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs met toepassing van reële-waarde-hedgeaccounting. Ook derivaten die passiva hedgen onder een hedgeaccountingmodel, worden in deze afdeling gerapporteerd, m.u.v. de effectieve component van de derivaten die bij kasstroomhedgeaccounting worden gebruikt om posten tegen geamortiseerde kostprijs te hedgen als bedoeld in artikel 33, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013.
|
|
0620
|
Uitgegeven schuldbewijzen
Door de instelling uitgegeven schuldbewijzen niet zijnde deposito’s, zoals gedefinieerd in deel 1, punt 37, van bijlage V bij deze verordening die worden opgenomen wanneer MV-mutaties relevant zijn voor winst of verlies of eigen vermogen.
|
|
0630
|
Derivaten
Derivaten zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt 29), van Verordening (EU) nr. 600/2014.
Instellingen rapporteren in deze afdeling de derivaten die passiva hedgen onder een hedgeaccountingmodel, m.u.v. de derivaten die bij kasstroomhedgeaccounting dienen om posten tegen geamortiseerde kostprijs te hedgen.
|
|
0640
|
Andere
Andere passiva gewaardeerd tegen reële waarde, samen met andere passiva opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs met toepassing van reële-waarde-hedgeaccounting.
|
(1)
Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 84, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/600/oj).
(2)
Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van de Commissie van 10 oktober 2014 ter aanvulling van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot het liquiditeitsdekkingsvereiste voor kredietinstellingen (PB L 11 van 17.1.2015, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2015/61/oj).
(3)
Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (PB L 243 van 11.9.2002, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2002/1606/oj).
|
|
Kolommen
|
Verwijzingen naar wetgeving en instructies
|
|
0010
|
Boekwaarde
Deel 1, punt 27, van bijlage V bij deze verordening.
|
|
0020
|
Duration
Gewijzigde duration („Dmod”; gerapporteerd in jaren), met inbegrip van automatische optionaliteit, waarbij: Dmod = EV01/(Economische waarde * 0,0001)
EV01 is gelijk aan een +1 bp gevoeligheid (parallelle schok) van de economische waarde (EV).
|
|
0030-0090
|
Economische waarde eigen vermogen
Instellingen volgen hier dezelfde instructies als in {J 01.00; r0010-r0090}.
|
|
0030
|
Niveau EVE — Basisscenario
Instellingen volgen hier dezelfde instructies als in {J 01.00; r0030}.
|
|
0040
|
Δ EVE — Parallelle opwaartse schok
Instellingen volgen hier dezelfde instructies als in {J 01.00; r0040}.
|
|
0050
|
Δ EVE — Parallelle neerwaartse schok
Instellingen volgen hier dezelfde instructies als in {J 01.00; r0050}.
|
|
0060
|
Δ EVE — Versteilende schok
Instellingen volgen hier dezelfde instructies als in {J 01.00; r0060}.
|
|
0070
|
Δ EVE — Vervlakkende schok
Instellingen volgen hier dezelfde instructies als in {J 01.00; r0070}.
|
|
0080
|
Δ EVE — Opwaartse schok korte rente
Instellingen volgen hier dezelfde instructies als in {J 01.00; r0080}.
|
|
0090
|
Δ EVE — Neerwaartse schok korte rente
Instellingen volgen hier dezelfde instructies als in {J 01.00; r0090}.
|
|
0100-0120
|
Nettorente-inkomsten
Instellingen volgen hier dezelfde instructies als in {J 01.00; r0100-r0140}.
|
|
0100
|
Niveau NII — Basisscenario
Instellingen volgen hier dezelfde instructies als in {J 01.00; r0120}.
|
|
0110
|
Δ NII — Parallelle opwaartse schok
Instellingen volgen hier dezelfde instructies als in {J 01.00; r0130}.
|
|
0120
|
Δ NII — Parallelle neerwaartse schok
Instellingen volgen hier dezelfde instructies als in {J 01.00; r0140}.
|
|
0130-0150
|
Marktwaarde
Instellingen volgen hier dezelfde instructies als in {J 01.00; r0150-r0170}.
|
|
0130
|
Niveau MV — Basisscenario
Instellingen volgen hier dezelfde instructies als in {J 01.00; r0150}.
|
|
0140
|
Δ MV — Parallelle opwaartse schok
Instellingen volgen hier dezelfde instructies als in {J 01.00; r0160}.
|
|
0150
|
Δ MV — Parallelle neerwaartse schok
Instellingen volgen hier dezelfde instructies als in {J 01.00; r0170}.
|
DEEL IV
KASSTROMEN UIT RENTEHERZIENINGEN (J 05.00, J 06.00 en J 07.00)
1.
Algemene opmerkingen
1.1.
De templates J 05.00, J 06.00 en J 07.00 bevatten nadere informatie over de kasstromen uit renteherzieningen voor de in de templates J 02.00, J 03.00 en J 04.00 gerapporteerde balansposten. Instellingen rapporteren die informatie uit een EVE-oogpunt, rekening houdende met de vereisten en modelleringsaannames bepaald in artikel 3 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 en rekening houdende met contractuele en gedragsinformatie, waarbij in beide gevallen automatische optionaliteit buiten beschouwing wordt gelaten. De instructies voor deze rijen zijn dezelfde als die in deel IV, afdeling 2, van deze bijlage. Voorts houden instellingen terdege rekening met de rapportageconventies uit deel I, met name die wat betreft de definitie van vast-/variabelrentende instrumenten en de behandeling van opties.
1.2.
Instellingen rapporteren de inhoud van deze templates voor elke valuta afzonderlijk waarin de instelling posities heeft, wanneer de boekwaarde van in een valuta luidende financiële activa of passiva 5 % of meer bedraagt van de totale financiële activa of passiva buiten de handelsportefeuille, of minder dan 5 % wanneer de som van de in de berekening opgenomen financiële activa of passiva minder bedraagt dan 90 % van de totale financiële activa (m.u.v. materiële vaste activa) of passiva buiten de handelsportefeuille.
1.3.
Instellingen rapporteren de inhoud van deze templates afzonderlijk voor contractuele en voor gedragsgedreven voorwaarden (Modellering: contractueel of gedragsgedreven):
a)
contractueel: overeenkomstig de contractuele datum van de renteherziening zoals gedefinieerd in artikel 1, punt 2), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/857, zonder rekening te houden met gedragsaannames. Alleen contractuele en juridische aspecten worden in aanmerking genomen (automatische opties en wettelijke caps/floors worden buiten beschouwing gelaten). Het kasstroomprofiel van producten zonder einddatum (zoals NMD’s) wordt behandeld als variabele posities op korte termijn (kortste tijdsinterval). Geen gedragsgedreven vervroegde beëindiging en vervroegde opname wordt toegepast, hetgeen gelijkwaardig is aan 0 %-tarieven voor voorwaardelijke vervroegde aflossing en vervroegde beëindiging;
b)
gedragsmodellering in het basisscenario: overeenkomstig de gemodelleerde kasstromen uit renteherziening die, in voorkomend geval, gedragsaannames in het basisscenario onderbouwen.
1.4.
In het geval van derivaten rapporteren instellingen de nettobedragen van kasstromen uit renteherziening (d.w.z. niet uitgesplitst in receiver-/payerdelen). Bij derivaten die activa hedgen, krijgt het lange deel (receiver/activum) van het derivaat een positief teken, terwijl het korte deel (payer/passivum) een negatief teken krijgt bij het berekenen van de nettobedragen per tijdsinterval. Uitzonderingen op deze regel gelden voor het geval een coupon van de receiver die is vastgelegd in een negatieve renteomgeving; deze krijgt een negatief teken zelfs als deze deel uitmaakt van het lange deel (receiver/activum) dat een positief teken heeft gekregen. Het omgekeerde geldt voor derivaten die passiva hedgen: het lange deel (receiver/activum) krijgt een negatief teken, terwijl het korte deel (payer/passivum) een positief teken krijgt bij het berekenen van de nettokasstromen uit renteherzieningen.
1.5.
Instellingen rapporteren in de bladen voor contractuele voorwaarden geen kolommen voor het notionele bedrag, informatie over automatische opties en gedragsmodellering, het gemiddelde rendement en de contractuele looptijd.
2.
Instructies voor specifieke posities
|
Kolommen
|
Verwijzingen naar wetgeving en instructies
|
|
0010-0250
|
Vastrentend
Instellingen rapporteren schattingen voor vastrentende instrumenten, volgens de conventies uit deel I, afdeling 3, van deze bijlage.
|
|
0260-0390
|
Variabelrentend
Instellingen rapporteren schattingen voor variabelrentende instrumenten, volgens de conventies uit deel I, afdeling 3, van deze bijlage.
|
|
0010
|
Notioneel bedrag
Instellingen rapporteren het bedrag van de uitstaande hoofdsom van instrumenten.
In het geval van derivaten wordt het bedrag van de uitstaande hoofdsom van het activumdeel (receiver) gerapporteerd (dus geen genetteerde bedragen van receiver/payer-delen)
|
|
0020 en 0270
|
% met embedded of expliciete automatische optionaliteit — gekocht
Percentage van het in de kolommen 0010 en 0260 gerapporteerde notionele bedrag met gekochte automatische renteopties. De optionaliteit kan voortvloeien uit door de instelling gekochte stand-alone-instrumenten (zoals floors, caps en swaptions) of kan „besloten” zijn in de contractuele voorwaarden van andere bancaire standaardproducten.
Embedded automatische renteopties worden gerapporteerd samen met het betrokken basisinstrument (activum of passivum). Expliciete automatische renteopties worden als afgeleide instrumenten gerapporteerd.
Embedded gekochte automatische opties omvatten, in het geval van variabelrentende posities: i) gekochte floors voor variabelrentende activa (leningen of schuldbewijzen); ii) gekochte caps voor uitgegeven variabelrentende schuldbewijzen enz.
Embedded gekochte automatische opties omvatten, in het geval van vastrentende posities: i) activa die vastrentende schuldbewijzen zijn met een optie voor vervroegde aflossing voor de instelling (embedded gekochte payer swaption); ii) uitgegeven passiva die vastrentende schuldbewijzen zijn met een optie voor vervroegde aflossing voor de instelling (embedded gekochte receiver swaption).
Expliciete automatische gekochte opties zijn derivaten die omvatten: i) expliciete gekochte floors; ii) expliciete gekochte payer swaptions (een instelling heeft het recht een paying fixed/receiving variable renteswap aan te gaan); iii) expliciete gekochte caps; iv) expliciete gekochte receiver swaptions (een instelling heeft het recht een receiving fixed/paying variable renteswap aan te gaan).
Bij het berekenen van de procentuele blootstelling houden instellingen terdege rekening met de conventies uit deel I, afdeling 3, wat betreft opties.
|
|
0030 en 0280
|
% met embedded of expliciete automatische optionaliteit — verkocht
Percentage van het in de kolommen 0010 en 0260 gerapporteerde nationale bedrag met verkochte automatische renteopties. De optionaliteit kan voortvloeien uit door de instelling verkochte stand-alone-instrumenten (zoals floors, caps en swaptions) of kan „besloten” zijn in de contractuele voorwaarden van andere bancaire standaardproducten.
Embedded automatische renteopties worden gerapporteerd samen met het betrokken basisinstrument ervan (activum of passivum). Expliciete automatische renteopties worden als afgeleide instrumenten gerapporteerd.
Embedded verkochte automatische opties omvatten, in het geval van variabelrentende posities: i) verkochte caps voor variabelrentende activa (leningen en schuldbewijzen); ii) verkochte floors voor uitgegeven variabelrentende schuldbewijzen enz.
Bij vastrentende posities omvatten embedded verkochte automatische renteopties: i) vastrentende schuldbewijzen met een optie voor vervroegde aflossing voor de emittent (embedded verkochte receiver swaption); ii) verkochte floors voor NMD’s en termijndeposito’s met inbegrip van juridische en impliciete floors, en iii) vastrentende schuldbewijzen uitgegeven met een optie voor vervroegde aflossing voor de belegger (embedded verkochte payer swaption).
Expliciete automatische verkochte opties zijn derivaten die omvatten: i) expliciete verkochte caps; ii) expliciete verkochte receiver swaptions (een instelling is verplicht een paying fixed/receiving variable renteswap aan te gaan); iii) expliciete verkochte floors; iv) expliciete verkochte payer swaptions (een instelling is verplicht een receiving fixed/paying variable renteswap aan te gaan).
Bij het berekenen van het percentage houden instellingen terdege rekening met de conventies uit deel I, afdeling 3, wat betreft opties.
|
|
0040 en 0290
|
% onderhevig aan gedragsmodellering
Percentage van het in de kolommen 0010 en 0260 gerapporteerde notionele bedrag, onderhevig aan gedragsmodellering, waarvoor het tijdstip of het bedrag van de kasstromen afhankelijk is van het gedrag van cliënten.
|
|
0050 en 0300
|
Gewogen gemiddelde rendement
Gemiddeld rendement op jaarbasis, gewogen naar het notionele bedrag.
|
|
0060 en 0310
|
Gewogen gemiddelde looptijd (contractueel)
Gemiddelde contractuele looptijd in jaren, gewogen naar het notionele bedrag.
|
|
0070-0250 en 0320-0390
|
Renteherzieningsschema voor alle kasstromen uit notionele renteherzieningen
Instellingen rapporteren alle toekomstige kasstromen uit notionele renteherzieningen die voortvloeien uit de rentegevoelige posities die onder Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 vallen, volgens de vooraf bepaalde tijdsintervallen waarin deze volgens hun datum van de renteherziening vallen. (definitie van „kasstroom uit notionele renteherzieningen” en „datum van de renteherziening” zoals bepaald in artikel 1, punten 1) en 2), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/857)).
Automatische renteopties worden, ongeacht of zij expliciet of embedded zijn, verwijderd uit hun basiscontracten en buiten beschouwing gelaten bij het indelen van de kasstromen uit notionele renteherzieningen.
Derivaten niet zijnde automatische renteopties worden omgezet in posities in het betrokken onderliggende instrument en opgesplitst in paying- en receiving-posities (korte en lange posities) in het betrokken onderliggende instrument. De in aanmerking genomen bedragen zijn de hoofdsommen van het onderliggende instrument of het notionele onderliggende instrument. Futures en forward-contracten met inbegrip van forward rate agreements (FRA’s) worden behandeld als een combinatie van korte en lange posities.
Wanneer instellingen de kasstromen uit renteherziening weergeven van derivaten niet zijnde automatische renteopties, houden zij terdege rekening met de conventies uit deel IV, afdeling 1, punt 1.4, wat betreft derivaten.
|
DEEL V
RELEVANTE PARAMETERS (J 08.00 en J 09.00)
1.
Algemene opmerkingen
1.1. De templates J 08.00 en J 09.00 bevatten informatie over de parameters die van belang zijn om de modellering van het IRRBB te monitoren. Het merendeel van de informatie in deze template wordt afgeleid van de in de templates J 02.00 tot en met J 07.00 gerapporteerde informatie. De informatie wordt gerapporteerd uit een EVE-oogpunt, met inbegrip van de vereisten en modelleringsaannames bepaald in artikel 3 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856, waarbij automatische optionaliteit buiten beschouwing wordt gelaten, behalve voor de rijen 0120 tot en met 0150.
1.2. Deze templates worden gerapporteerd voor elke valuta afzonderlijk waarin de instelling posities heeft, wanneer de boekwaarde van in een valuta luidende financiële activa of passiva 5 % of meer bedraagt van de totale financiële activa of passiva buiten de handelsportefeuille, of minder dan 5 % wanneer de som van de in de berekening opgenomen financiële activa of passiva minder bedraagt dan 90 % van de totale financiële activa (m.u.v. materiële vaste activa) of passiva buiten de handelsportefeuille.
2.
Instructies voor specifieke posities
|
Rij
|
Verwijzingen naar wetgeving en instructies
|
|
0010-0110
|
NMD’s — Gedragsmodellering — Gemiddelde data renteherziening vóór en na modellering
Gemiddelde data van de renteherziening, gemeten in jaren, worden berekend per NMD-categorie, volgens de uitsplitsing gegeven in deel III, afdeling 2, van deze bijlage, met een verdere uitsplitsing van: a) het deel dat als het „kern”-volume geldt (voor NMD’s andere dan wholesale financiëlen, en volgens de definitie van „kerncomponent” in artikel 1, punt 15), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/857); b) de perimeter van gereglementeerde spaargelden als bedoeld in artikel 428 septies, lid 2, punt a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 — niet beperkt tot het gecentraliseerde deel — of andere spaargelden met materiële economische of fiscale restricties bij opname, waarvoor de instelling bij haar interne IRRBB-risicobeheersing geen plafond hanteert voor de looptijd van de renteherziening (zoals het vijfjaarsplafond), en c) de perimeter van operationele deposito’s zoals gedefinieerd in artikel 27, lid 1, punt a), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.
De gemiddelde data van de renteherziening worden berekend als een gewogen gemiddelde van de „data van de renteherziening” en de weging toegekend op basis van „kasstromen uit notionele renteherzieningen” van de posities in elke betrokken NMD-categorie/-uitsplitsing (definitie van „kasstromen uit notionele renteherzieningen” en „datum van de renteherziening” zoals bepaald in artikel 1, punten 1) en 2), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/857).
|
|
0120-0150
|
NMD’s — Gedragsmodellering — PTR over horizon één jaar
Het doorgegeven aandeel in de rente (pass-through rate — „PTR”) zoals gedefinieerd in artikel 1, punt 14), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/857 wordt gerapporteerd per NMD-categorie volgens de uitsplitsing gegeven in deel III, afdeling 2, van deze bijlage, en voor een tijdshorizon van één jaar.
Als PTR rapporteren instellingen het gewogen gemiddelde percentage van de renteschok waarvoor de aanname geldt dat dit aan hun NMD’s wordt doorgegeven, volgens de wettelijke rentescenario’s en NII-maatstaf gespecificeerd in Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856.
|
|
0160-0220
|
Vastrentend — Risico vervroegde aflossing — Gemiddelde data renteherziening vóór en na modellering
Gemiddelde data van de renteherziening, gemeten in jaren, worden per betrokken categorie uit deel III, afdeling 2, van deze bijlage berekend voor vastrentende „leningen en voorschotten” en vastrentende „schuldbewijzen” onderhevig aan risico op vervroegde aflossing.
Instellingen beschouwen alleen de posities waarvoor de cliënt niet de volledige economische kosten van de vervroegde aflossing draagt, als aan risico op vervroegde aflossing onderhevige posities. Posities waarvoor de cliënt de volledige economische kosten van de vervroegde aflossing draagt, gelden voor de berekening niet als onderhevig aan risico op vervroegde aflossing. De gemiddelde data van de renteherziening worden berekend als een gewogen gemiddelde van de „data van de renteherziening” en de weging toegekend op basis van „kasstromen uit notionele renteherzieningen” van posities in elke betrokken categorie/uitsplitsing vastrentende „leningen en voorschotten” en vastrentende „schuldbewijzen” (definitie van „kasstromen uit notionele renteherzieningen” en „datum van de renteherziening” zoals bepaald in artikel 1, punten 1) en 2), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/857).
|
|
0230-0290
|
Vastrentend — Risico vervroegde aflossing — Percentages voorwaardelijke vervroegde aflossing (percentage op jaarbasis)
Het gemiddelde jaarpercentage voorwaardelijke vervroegde aflossingen (CPR) wordt, per betrokken categorie uit deel III, afdeling 2, van deze bijlage, op jaarbasis gerapporteerd als het gewogen gemiddelde percentage vervroegde aflossingen op jaarbasis, volgens het uitstaande bedrag in elke jaarperiode — tot aan de run-off van de portefeuille — van de aan risico op vervroegde aflossing onderhevige portefeuilles vastrentende „leningen en voorschotten” en vastrentende „schuldbewijzen”.
|
|
0300-0330
|
Vastrentend — Risico vervroegde opname — Gemiddelde data renteherziening vóór en na modellering
Gemiddelde data van de renteherziening, gemeten in jaren, worden per betrokken categorie uit deel III, afdeling 2, van deze bijlage berekend voor vastrentende „termijndeposito’s” onderhevig aan risico op vervroegde opname.
De gemiddelde data van de renteherziening worden berekend als een gewogen gemiddelde van de „data van de renteherziening” en de weging toegekend op basis van „kasstromen uit notionele renteherzieningen” van geaggregeerde posities in elke betrokken categorie/uitsplitsing (definitie van „kasstromen uit notionele renteherzieningen” en „datum van de renteherziening” zoals bepaald in artikel 1, punten 1) en 2), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/857).
Instellingen beschouwen alleen de posities waarvoor de cliënt niet de volledige economische kosten van de vervroegde opname draagt, als aan risico op vervroegde opname onderhevige posities. Posities waarvoor de cliënt de volledige economische kosten van de vervroegde opname draagt, gelden voor de berekening niet als onderhevig aan risico op vervroegde opname.
|
|
0340-0370
|
Vastrentend — Risico vervroegde opname — Percentages vervroegde opname (cumulatief gemiddelde)
Het cumulatieve gemiddelde percentage voorwaardelijke vervroegde opnames wordt, per betrokken categorie uit deel III, afdeling 2, van deze bijlage, gerapporteerd als de verhouding tussen het vervroegd opgenomen bedrag van de aan risico op vervroegde opname onderhevige posities in vastrentende „termijndeposito’s” (per betrokken categorie), gedeeld door het totale uitstaande bedrag van aan risico op vervroegde opname onderhevige vastrentende „termijndeposito’s” (per betrokken categorie).
|
|
Kolommen
|
Verwijzingen naar wetgeving en instructies
|
|
0010
|
Notioneel bedrag
Instellingen volgen hier dezelfde instructies als in {J 05.00; c0010}.
|
|
0020
|
Onderhevig aan gedragsmodellering (%)
Instellingen volgen hier dezelfde instructies als in {J 05.00; c0040}.
|
|
0030
|
Basisscenario (contractueel)
Instellingen verschaffen voor aan contractuele voorwaarden en kenmerken onderhevige blootstellingen de desbetreffende parameters (d.w.z. gemiddelde data van de renteherziening) volgens de contractuele voorwaarden van de onderliggende instrumenten, in het basisrentescenario.
Instellingen rapporteren gegevens op basis van de specificaties van artikel 98, lid 5, punt a), van Richtlijn 2013/36/EU en van artikel 3 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856.
Gedragsmodellen of voorwaardelijke modellen (als bedoeld in artikel 3, lid 2, punt c), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856), worden niet in aanmerking genomen bij het afleiden van de parameters.
|
|
0040
|
Basisscenario (gedragsgedreven)
Instellingen verschaffen voor de desbetreffende parameters (d.w.z. gemiddelde data van de renteherziening) voor aan gedragsmodellering onderhevige blootstellingen, waarvoor de timing en het bedrag van kasstromen afhangen van het gedrag van cliënten, in het basisrentescenario.
Instellingen rapporteren gegevens op basis van de specificaties van artikel 98, lid 5, punt a), van Richtlijn 2013/36/EU en van artikel 3 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856.
|
|
0050
|
Parallelle opwaartse schok
Instellingen volgen hier dezelfde instructies als in {J 01.00; r0040}.
|
|
0060
|
Parallelle neerwaartse schok
Instellingen volgen hier dezelfde instructies als in {J 01.00; r0050}.
|
|
0070
|
Versteilende schok
Instellingen volgen hier dezelfde instructies als in {J 01.00; r0060}.
|
|
0080
|
Vervlakkende schok
Instellingen volgen hier dezelfde instructies als in {J 01.00; r0070}.
|
|
0090
|
Opwaartse schok korte rente
Instellingen volgen hier dezelfde instructies als in {J 01.00; r0080}.
|
|
0100
|
Neerwaartse schok korte rente
Instellingen volgen hier dezelfde instructies als in {J 01.00; r0090}.
|
DEEL VI
KWALITATIEVE INFORMATIE (J 10.00 en J 11.00)
1.
Algemene opmerkingen
1.1. De templates J 10.00 en J 11.00 bevatten kwalitatieve data over de methoden die bij de beoordeling van het IRRBB worden gebruikt.
1.2. Instellingen rapporteren de betrokken informatie aan de hand van een vooraf bepaalde lijst van opties. De rijen 0320 tot en met 0360 worden gerapporteerd voor elke valuta afzonderlijk waarin de instelling posities heeft, wanneer de boekwaarde van in een valuta luidende financiële activa of passiva 5 % of meer bedraagt van de totale financiële activa of passiva buiten de handelsportefeuille, of minder dan 5 % indien de som van de in de berekening opgenomen financiële activa of passiva minder bedraagt dan 90 % van de totale financiële activa (m.u.v. materiële vaste activa) of passiva buiten de handelsportefeuille. De overige rijen (0010 tot en met 0310) zijn niet valuta-afhankelijk.
2.
Instructies voor specifieke posities
|
Rij
|
Verwijzingen naar wetgeving en instructies
|
|
0010
|
Voor SOT gehanteerde benadering (NII/EVE)
Instellingen geven aan welke benadering zij hanteren voor het berekenen van de SOT (NII/EVE):
— vereenvoudigde standaardbenadering (SA);
— standaardbenadering (SA);
— intern meetsysteem (IMS).
|
|
0020
|
Verplichting opgelegd door bevoegde autoriteit (NII/EVE)
Artikel 84, leden 3 en 4, van Richtlijn 2013/36/EU. Wanneer de door de instelling voor het berekenen van de EVE/NII gebruikte methode op de SA is gebaseerd, rapporteren instellingen of dit een eis was van hun bevoegde autoriteit:
|
|
0030
|
Methode (NII)
Instelling geven aan of bij de berekening van de NII SOT rekening is gehouden met een renteherzieningskloof, een volledige herwaardering of een gemengde benadering:
— volledige herwaardering;
|
|
0040
|
Voorwaardelijke kasstromen (NII)
Instellingen geven aan of bij de berekening van de NII SOT rekening is gehouden met voorwaardelijke kasstromen:
— sommige materiële posten;
— geen rekening gehouden.
|
|
0050
|
Optierisico (NII)
Instellingen geven aan of bij de berekening van de NII SOT rekening is gehouden met optierisico:
— geen rekening gehouden.
|
|
0060
|
Basisrisico (NII)
Instellingen geven aan of bij de berekening van de NII SOT rekening is gehouden met basisrisico:
— rekening gehouden;
— geen rekening gehouden.
|
|
0070
|
Methode (EVE)
Instelling geven aan of bij de berekening van de EVE SOT rekening is gehouden met een duration-kloof of een volledige herwaardering:
— volledige herwaardering;
|
|
0080
|
Voorwaardelijke kasstromen (EVE)
Instellingen geven aan of bij de berekening van de EVE SOT rekening is gehouden met voorwaardelijke kasstromen:
— sommige materiële posten;
— geen rekening gehouden.
|
|
0090
|
Optierisico (EVE)
Instellingen geven aan of bij de berekening van de EVE SOT rekening is gehouden met optierisico:
— geen rekening gehouden.
|
|
0100
|
Basisrisico (EVE)
Instellingen geven aan of bij de berekening van de EVE SOT rekening is gehouden met basisrisico:
— geen rekening gehouden.
|
|
0110
|
Commerciële marges/andere spreadcomponenten (EVE)
Instellingen geven aan of commerciële marges en andere spreadcomponenten zijn opgenomen in de berekening van de EVE SOT-risicomaatstaf:
— opgenomen;
— uitgesloten.
|
|
0120
|
Vergoedingen voor vervroegde aflossing leningen
Instellingen geven aan of vergoedingen voor vervroegde aflossing van leningen zijn opgenomen als onderdeel van de EVE/NII SOT:
|
|
0130
|
Pensioenverplichtingen/activa pensioenregelingen
Instellingen geven aan of pensioenverplichtingen en activa van pensioenregelingen zijn opgenomen in de berekening van EVE/NII SOT:
|
|
0140
|
Niet-renderende blootstellingen
Instellingen geven aan of niet-renderende blootstellingen zijn opgenomen in de berekening van EVE/NII SOT:
|
|
0150
|
Toezeggingen vastrentende leningen
Instellingen geven aan of toezeggingen voor vastrentende leningen zijn opgenomen in de berekening van EVE/NII SOT:
— opgenomen;
— uitgesloten.
|
|
0160
|
Risico vervroegde aflossing
Instellingen geven aan of het risico op vervroegde aflossing door particulieren en kleine partijen is opgenomen in de EVE/NII SOT-berekeningen:
|
|
0170
|
Risico vervroegde opname
Instellingen geven aan of het risico op vervroegde opname is opgenomen in de EVE/NII SOT-berekeningen:
|
|
0180
|
Algemene benadering NMD-modellering
Instellingen geven aan welke methode is gebruikt voor het bepalen van het gedragsgedreven tijdstip voor de renteherziening van de NMD’s:
— tijdreeksmodel (Bazel/EBA stabiel/niet-stabiel/PTR-benadering);
— replicatieportefeuille;
— economische modellen (modellering allocatie financieel vermogen aan NMD’s of alternatieve beleggingen volgens verschillende marktscenario’s/economische factoren);
|
|
0190
|
Identificatie kerncomponent NMD-saldi
Instellingen geven aan of zij moeilijkheden ondervinden om NMD-kernsaldi te identificeren die los staan van het rentescenario:
|
|
0200
|
Relevante bepalende factoren NMD-saldi
Instellingen geven een opsomming van de naam (namen) van de betrokken bepalende factor(en) die worden gebruikt om kernsaldi te identificeren.
|
|
0210
|
Saldi NMD-kerncomponenten (indeling saldi kerncomponenten)
Instellingen geven aan hoe zij NMD-kernsaldi indelen:
— alle kernsaldi ingedeeld in slechts één looptijd met renteherziening;
— kernsaldi ingedeeld in verschillende looptijden met renteherziening.
|
|
0220
|
5-jaars plafond NMD-renteherzieningen voor IRRBB-risicobeheersing
Instellingen geven aan of er een onbedoelde impact valt waar te nemen in termen van strategieën voor IRRBB-risicobeheersing en -hedging, als gevolg van het 5-jaars plafond voor renteherzieningen in de IRRBB IMS:
|
|
0230
|
Vrijstellingen van het 5-jaars plafond voor NMD-renteherzieningen
Instellingen geven aan of zij voor hun IRRBB-producten gebruikmaken van de uitzonderingen op het 5-jaars plafond voor renteherzieningen:
|
|
0240
|
Modellering operationele NMD’s van financiële cliënten
Instellingen geven aan of NMD’s van financiële cliënten die kwalificeren als operationele deposito’s, waarop artikel 27, lid 1, punt a), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van toepassing is, onderhevig zijn aan gedragsmodellering:
|
|
0250
|
Veranderingen balansstructuur door rente
Instellingen geven aan welke veranderingen in hun balansstructuur hebben plaatsgevonden sinds de laatste IRRBB-rapportage:
— vermindering van de duration-kloof tussen activa en passiva door het verkorten van de duration van het activum;
— vermindering van de duration-kloof tussen activa en passiva door het verlengen van de duration van passiva;
— vermindering van de duration-kloof tussen activa en passiva door het verkorten van de duration van het activum en het verlengen van de duration van passiva;
— vergroting van de duration-kloof door het verlengen van de duration van activa;
— vergroting van de duration-kloof door het verkorten van de duration van passiva;
— vergroting van de duration-kloof door het verlengen van de duration van activa en het verkorten van de duration van passiva.
|
|
0260
|
Strategieën voor IRRBB-mitigatie en -hedging (EVE)
Instellingen geven aan of zij verwachten voor EVE veranderingen door te voeren in hun strategieën voor mitigatie en hedging van renterisico in een van de scenario’s uit Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856:
— parallelle opwaartse schok;
— parallelle neerwaartse schok;
— opwaartse schok korte rente;
— neerwaartse schok korte rente.
|
|
0270
|
Strategieën voor IRRBB-mitigatie en -hedging (NII)
Instellingen geven aan of zij verwachten voor NII veranderingen door te voeren in hun strategieën voor mitigatie en hedging van renterisico in een van de scenario’s uit Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856:
— parallelle opwaartse schok;
— parallelle neerwaartse schok.
|
|
0280
|
SOT voor NII-risicomaatstaf in IMS-benadering — PTR retailtermijndeposito’s
Instellingen geven aan of zij 100 % van de veranderingen in de marktrente doorberekenen in de renteherziening van retailtermijndeposito’s na de vervaldag in het parallelle +200 rentescenario:
|
|
0290
|
SOT voor NII-risicomaatstaf in IMS-benadering — PTR vastrentende retailleningen
Instellingen geven aan of zij 100 % van de veranderingen in de marktrente doorberekenen in de renteherziening van vastrentende retailleningen na de vervaldag in het parallelle +200 rentescenario:
|
|
0300
|
Basisrisico
Instellingen geven aan of zij het basisrisico als materieel beschouwen:
|
|
0310
|
Kredietspreadrisico buiten de handelsportefeuille (CSRBB)
Instellingen geven aan of zij voor de NII- en EVE-maatstaven rekening hebben gehouden met een andere perimeter van aan het CSRBB onderhevige risico, als bedoeld in artikel 84, lid 2, van Richtlijn 2013/36/EU:
|
|
0320
|
Risicovrije rendementscurve (discontering in EVE SOT)
Instellingen rapporteren de risicovrije rendementscurve die is gebruikt bij de discontering overeenkomstig artikel 3, lid 10, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856:
— interbancair met onderpand;
— interbancair zonder onderpand overnight;
— interbancair zonder onderpand termijn;
— productspecifieke curve;
— entiteitspecifieke curve;
|
|
0330
|
Risicovrije rendementscurve (interne risicomaatstaven EVE)
Instellingen rapporteren de risicovrije rendementscurve die voor interne doeleinden is gebruikt bij het disconteren van de interne EVE-risicomaatstaf:
— interbancair met onderpand;
— interbancair zonder onderpand overnight;
— interbancair zonder onderpand termijn;
— productspecifieke curve;
— entiteitspecifieke curve;
|
|
0340
|
Verandering materiële aannames (EVE)
Instellingen geven aan of materiële aannames die ten grondslag liggen aan de berekening van de standaardschok voor toezichtdoeleinden in EVE SOT-maatstaven, zijn veranderd sinds de laatste rapportage:
|
|
0350
|
Verandering materiële aannames (NII)
Instellingen geven aan of materiële aannames die ten grondslag liggen aan de berekening van de standaardschok voor toezichtdoeleinden in NII SOT-maatstaven, zijn veranderd sinds de laatste rapportage:
|
|
0360
|
Renteondergrens na schok (NII/EVE)
Overeenkomstig artikel 3, lid 7, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/856 geven instellingen aan of de looptijdafhankelijke renteondergrens na schok bindend is voor enigerlei gerapporteerde specifieke valuta:
|
1. Overzicht
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- Builddate: 01.09.2024 00:00:00 -Doknr: CELEX:32021R0451
- EULAW_DA -
EULAW_DA
|