+Artikel 15 Individuele en geconsolideerde rapportage over de hefboomratio
---+Artikel 15 1.
---+Artikel 15 2.
---+Artikel 15 3.
---+Artikel 15 4.
---+Artikel 15 5.
---+Artikel 15 6.

Artikel 15 Individuele en geconsolideerde rapportage over de hefboomratio

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
Artikel 15 1.
Om informatie over de hefboomratio overeenkomstig artikel 430, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 575/2013 op individuele en op geconsolideerde basis te rapporteren, verstrekken instellingen de in bijlage X gespecificeerde informatie, overeenkomstig de instructies in bijlage XI, met een driemaandelijkse frequentie. Alleen grote instellingen verstrekken template 48.00 van bijlage X.
Artikel 15 2.

De in bijlage X, template 40.00, cel {r0410;c0010}, gespecificeerde informatie wordt alleen gerapporteerd door:

a) 

grote instellingen die MSI’s zijn of effecten hebben uitgegeven die tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, met een halfjaarlijkse frequentie;

b) 

andere grote instellingen dan MSI’s die geen beursgenoteerde instellingen zijn, met een jaarlijkse frequentie;

c) 

andere instellingen dan grote instellingen en kleine en niet-complexe instellingen die effecten hebben uitgegeven die tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, met een jaarlijkse frequentie.

Artikel 15 3.
Instellingen berekenen de hefboomratio op de rapportagereferentiedatum overeenkomstig artikel 429 van Verordening (EU) nr. 575/2013.
Artikel 15 4.

Instellingen rapporteren de in bijlage XI, deel II, punt 13, bedoelde informatie indien aan ten minste een van de volgende voorwaarden is voldaan:

a) 

het in bijlage XI, deel II, punt 5, bedoelde derivatenaandeel is groter dan 1,5 %;

b) 

het in bijlage XI, deel II, punt 5, bedoelde derivatenaandeel overschrijdt 2 %.

Indien een instelling alleen aan de voorwaarde van punt a) voldoet, zijn de instap- en uitstapcriteria van artikel 4, lid 3, van toepassing.

Indien een instelling zowel aan de voorwaarde van punt a) als aan die van punt b) voldoet, begint zij die informatie te rapporteren voor de referentiedatum na de rapportagereferentiedatum waarop zij de drempel heeft overschreden.

Artikel 15 5.
Instellingen waarvoor de in bijlage XI, deel II, punt 8, omschreven totale notionele waarde van derivaten groter is dan 10 000 miljoen EUR, rapporteren de in bijlage XI, deel II, punt 13, bedoelde informatie, zelfs indien hun derivatenaandeel niet aan de voorwaarden van lid 4 van dit artikel voldoet.

Voor de toepassing van dit lid zijn de uitstapcriteria van artikel 4, lid 3, niet van toepassing. Bij overschrijding van de drempel op een bepaalde rapportagereferentiedatum beginnen instellingen informatie te rapporteren vanaf de eerstvolgende rapportagereferentiedatum.

Artikel 15 6.

Instellingen moeten de in bijlage XI, deel II, punt 14, bedoelde informatie rapporteren indien aan ten minste een van de volgende voorwaarden is voldaan:

a) 

het in bijlage XI, deel II, punt 9, bedoelde volume kredietderivaten is groter dan 300 miljoen EUR;

b) 

het in bijlage XI, deel II, punt 9, bedoelde volume kredietderivaten overschrijdt 500 miljoen EUR.

Indien een instelling alleen aan de voorwaarde van punt a) voldoet, zijn de instap- en uitstapcriteria van artikel 4, lid 3, van toepassing. Indien een instelling zowel aan de voorwaarde van punt a) als aan die van punt b) voldoet, begint zij die informatie te rapporteren voor de referentiedatum na de rapportagereferentiedatum waarop zij de drempel heeft overschreden.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • Builddate: 01.09.2024 00:00:00 -Doknr: CELEX:32021R0451
  • EULAW_ET -

    EULAW_ET