+BIJLAGE XXIII

BIJLAGE XXIII




BIJLAGE XXIII

INSTRUCTIES VOOR HET INVULLEN VAN DE LOOPTIJDKLASSENTEMPLATE VAN BIJLAGE XXII

DEEL I: ALGEMENE INSTRUCTIES

DEEL II: INSTRUCTIES VOOR BEPAALDE RIJEN

DEEL I: ALGEMENE INSTRUCTIES

1. Om de looptijdmismatch van de activiteiten van een instelling („looptijdklassen”) in de template van bijlage XXII in beeld te brengen, volgen de instellingen de instructies van deze bijlage.

2. Het monitoringinstrument voor looptijdklassen heeft betrekking op contractuele stromen en voorwaardelijke uitstromen. De contractuele stromen uit hoofde van juridisch bindende overeenkomsten en de resterende looptijd vanaf de rapportagedatum worden gerapporteerd overeenkomstig de bepalingen van deze juridische overeenkomsten.

3. De instellingen tellen instromen niet dubbel.

4. In de kolom „initiële stand” wordt de stand van posten op de rapportagedatum gerapporteerd.

5. Alleen de blanco witte cellen van de template in bijlage XXII worden ingevuld.

6. De afdeling van de looptijdklassentemplate getiteld „Uitstromen en instromen” heeft betrekking op toekomstige contractuele kasstromen uit hoofde van alle posten binnen en buiten de balanstelling. Alleen uit- en instromen ingevolge op de rapportagedatum geldige contracten worden gerapporteerd. Rente-uitstromen en -instromen uit alle instrumenten binnen en buiten de balanstelling niet zijnde garanties worden opgenomen in alle betrokken posten van de afdelingen „uitstromen” en „instromen”, in het desbetreffende tijdsinterval waarin zij vervallen. Rentebetalingen en ontvangsten die vervallen na vijf jaar te rekenen vanaf de rapportagereferentiedatum, worden niet opgenomen in de looptijdklassen.

7. De afdeling van de looptijdklassentemplate getiteld „Neutraliserende capaciteit” (Counterbalancing Capacity) geeft de stand weer van de onbezwaarde activa of andere financieringsbronnen die op de rapportagedatum voor de instelling juridisch en praktisch beschikbaar zijn om potentiële contractuele tekorten te dekken. Alleen uit- en instromen ingevolge op de rapportagedatum geldige contracten worden gerapporteerd.

8. Kasuitstromen en -instromen in de afdeling „uitstromen” respectievelijk „instromen” worden op brutobasis met een plusteken gerapporteerd. Te betalen en te ontvangen bedragen worden respectievelijk in de afdelingen „uitstroom” en „instroom” gerapporteerd.

9. Voor de afdeling van de looptijdklassentemplate getiteld „Neutraliserende capaciteit” worden uit- en instromen op nettobasis gerapporteerd met een plusteken als het een instroom betreft en een minteken als het een uitstroom betreft. Voor kasstromen worden opeisbare bedragen gerapporteerd. Effectenstromen worden tegen actuele marktwaarde gerapporteerd. Voor stromen uit hoofde van krediet- en liquiditeitslijnen worden de contractueel beschikbare bedragen gerapporteerd.

10. Contractuele stromen worden volgens hun resterende looptijd over de tweeëntwintig tijdsintervallen verdeeld, waarbij het bij dagen om kalenderdagen gaat.

11. Alle contractuele stromen worden gerapporteerd, inclusief alle materiële kasstromen uit hoofde van niet-financiële activiteiten zoals belastingen, bonussen, dividenden en rente. Kasstromen uit niet-financiële activiteiten worden gerapporteerd in het desbetreffende tijdsinterval waarin zij vervallen. Deze kasstromen worden niet opgenomen in de looptijdklassen wanneer zij vervallen na vijf jaar te rekenen vanaf de rapportagereferentiedatum.

12. Om conservatief te werk te gaan bij het bepalen van de contractuele looptijden van stromen, zorgen de instellingen voor het volgende:

a) 

indien de mogelijkheid bestaat om een betaling uit te stellen of een vervroegde betaling te ontvangen, wordt deze mogelijkheid geacht te worden gebruikt indien dit voor de instelling tot een vervroegde uitstroom of een verlate instroom zou leiden;

b) 

indien de mogelijkheid om uitstromen uit de instelling te vervroegen uitsluitend een beslissing van de instelling is, wordt deze mogelijkheid alleen geacht te worden gebruikt wanneer de marktverwachting is dat de instelling dit daadwerkelijk zal doen. De mogelijkheid wordt geacht niet te worden gebruikt indien dit voor de instelling zou leiden tot vervroegde instromen of verlate uitstromen. Elke kasuitstroom die door een dergelijke instroom contractueel in werking zou treden — zoals bij pass through-financiering — wordt gerapporteerd op dezelfde datum als deze instroom;

c) 

deposito’s die de volgende dag vervallen, met inbegrip van direct opvraagbare en niet-vervallende deposito’s, worden als eendagsdeposito gerapporteerd in kolom 0020. Daarnaast worden die transacties zonder contractueel bepaalde vervaldatum in kolom 0025 gerapporteerd;

d) 

open of omgekeerde retrocessieovereenkomsten („repo’s”) en soortgelijke transacties die door elk van beide partijen op om het even welke dag kunnen worden opgezegd, worden geacht binnen één dag te vervallen tenzij de opzegtermijn langer dan één dag is; in dat geval worden zij overeenkomstig de opzegtermijn in het desbetreffende tijdsinterval gerapporteerd;

e) 

retailtermijndeposito’s met een mogelijkheid tot vervroegde opvraging worden geacht te vervallen in de periode waarin de vervroegde opvraging van het deposito niet zou leiden tot een boete overeenkomstig artikel 25, lid 4, punt b), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61;

f) 

indien de instelling voor een bepaalde post (of gedeelte daarvan) niet in staat is een schema voor minimale contractuele betalingen vast te stellen, wordt deze post (of het gedeelte daarvan) in kolom 0220 gerapporteerd als langer dan vijf jaar.

13. [leeg]

14. Vervallende valuta („FX”) swaps geven de vervallende notionele waarde van cross-currency swaps, valutaforwardtransacties en niet-afgewikkelde contante valutaovereenkomsten in de toepasselijke tijdsintervallen van de template weer.

15. Kasstromen uit niet-afgewikkelde transacties worden, in de korte periode vóór de afwikkeling, in de passende rijen en intervallen gerapporteerd.

16. Voor posten waarvoor de instelling geen onderliggende bedrijfsactiviteit heeft (bijvoorbeeld indien zij geen deposito’s van een bepaalde categorie heeft), wordt niets ingevuld.

17. Posten waarvan de vervaldatum is verstreken en posten waarvoor de instelling reden heeft om aan te nemen dat zij niet worden betaald, worden niet gerapporteerd.

18. Indien de ontvangen zekerheid wordt herverpand in een transactie die vervalt na de transactie waarbij de instelling de zekerheid heeft ontvangen, wordt in de afdeling „neutraliserende capaciteit” in het desbetreffende tijdsinterval een effectenuitstroom ten belope van de reële waarde van de ontvangen zekerheid gerapporteerd overeenkomstig de vervaldatum van de transactie die tot de ontvangst van de zekerheid heeft geleid.

19. Indien overeenkomstig artikel 16 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 de direct opvraagbare deposito’s die de rapporterende kredietinstelling bij de centrale instelling aanhoudt, als liquide activa worden behandeld, worden de direct opvraagbare deposito’s in de looptijdklassen behandeld als een contractuele interbancaire instroom.

20. Intragroepsposten hebben geen invloed op de rapportage op geconsolideerde basis.

21. Het niet-opvraagbare deel van de reserves bij een centrale bank wordt niet in de template gerapporteerd.

DEEL II: INSTRUCTIES VOOR BEPAALDE RIJEN



Rij

Verwijzingen naar wetgeving en instructies

0010 t/m 0380

1 UITSTROMEN

Het totale bedrag van de kasuitstromen wordt in de volgende subcategorieën gerapporteerd:

0010

1.1 Verplichtingen voortvloeiend uit uitgegeven effecten (indien niet behandeld als retaildeposito’s)

Kasuitstromen uit hoofde van door de rapporterende instelling uitgegeven schuldtitels,

d.w.z. eigen uitgiften.

0011

1.1.0.1 Waarvan: intragroeps of IPS

Het in lijn 1.1 gerapporteerde bedrag aan uitstromen waarbij de tegenpartij een moeder- of dochterinstelling is van de kredietinstelling of een andere dochterinstelling van dezelfde moederinstelling of met de kredietinstelling verbonden is door een betrekking in de zin van artikel 22, lid 7, van Richtlijn 2013/34/EU, of een lid is van hetzelfde institutionele protectiestelsel, als bedoeld in artikel 113, lid 7, van Verordening (EU) nr. 575/2013, dan wel de centrale instelling of een aangesloten instelling van een netwerk of coöperatieve groep als bedoeld in artikel 10 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

0020

1.1.1 Vervallen ongedekte obligaties

Het in lijn 1.1 gerapporteerde bedrag van de kasuitstromen uit hoofde van uitgegeven effecten, zijnde door de rapporterende instelling aan derden uitgegeven ongedekte schuld.

0030

1.1.2. Gereglementeerde gedekte obligaties

Het in lijn 1.1 gerapporteerde bedrag van de kasuitstromen uit hoofde van uitgegeven effecten, zijnde obligaties die in aanmerking komen voor de behandeling bedoeld in artikel 129, lid 4 of 5, van Verordening (EU) nr. 575/2013, of artikel 52, lid 4, van Richtlijn 2009/65/EG.

0040

1.1.3 Vervallen securitisaties

Het in lijn 1.1 gerapporteerde bedrag van de kasuitstromen uit hoofde van uitgegeven effecten, zijnde securitisatietransacties met derden, overeenkomstig artikel 4, lid 1, punt 61, van Verordening (EU) nr. 575/2013.

0050

1.1.4 Overige

Het in lijn 1.1 gerapporteerde bedrag van de kasuitstromen uit hoofde van uitgegeven effecten dat niet onder de hierboven gerapporteerde subcategorieën valt.

0065

1.2 Verplichtingen voortvloeiend uit gedekte leningstransacties en kapitaalmarktgerelateerde transacties, zekergesteld door (tegenpartij is geen centrale bank):

Totaalbedrag van alle kasuitstromen uit hoofde van gedekte leningstransacties en kapitaalmarktgerelateerde transacties waarbij de tegenpartij geen centrale bank is, zoals omschreven in artikel 192 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

Opmerking: Hier worden alleen kasstromen gerapporteerd; effectenstromen betreffende gedekte leningstransacties en kapitaalmarktgerelateerde transacties worden in de afdeling „neutraliserende capaciteit” gerapporteerd.

0066

1.2.0.1 waarvan: intragroeps of IPS

Het in post 1.2 gerapporteerde bedrag aan uitstromen waarbij de tegenpartij een moeder- of dochterinstelling is van de kredietinstelling of een andere dochterinstelling van dezelfde moederinstelling of met de kredietinstelling verbonden is door een betrekking in de zin van artikel 22, lid 7, van Richtlijn 2013/34/EU, of een lid is van hetzelfde institutionele protectiestelsel, als bedoeld in artikel 113, lid 7, van Verordening (EU) nr. 575/2013, dan wel de centrale instelling of een aangesloten instelling van een netwerk of coöperatieve groep als bedoeld in artikel 10 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

0075

1.2.1 Verhandelbare activa van niveau 1

Het in post 1.2 gerapporteerde bedrag van de kasuitstromen dat wordt zekergesteld door verhandelbare activa die aan de vereisten van de artikelen 7, 8 en 10 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 zouden voldoen indien zij niet als zekerheid voor de desbetreffende transactie waren gebruikt.

Aandelen of rechten van deelneming in icb’s in de zin van artikel 15 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 die als activa van niveau 1 kwalificeren, worden overeenkomstig de onderliggende activa in de onderstaande subcategorieën gerapporteerd.

0085

1.2.1.1 Niveau 1 met uitsluiting van gedekte obligaties

Het bedrag van de in post 1.2.1 gerapporteerde kasuitstromen dat wordt zekergesteld door activa die geen gedekte obligaties zijn.

0095

1.2.1.1.1 Niveau 1 — centrale bank

Het bedrag van de in post 1.2.1.1 gerapporteerde kasuitstromen dat wordt zekergesteld door activa die vorderingen zijn op of gegarandeerd worden door centrale banken.

0105

1.2.1.1.2 Niveau 1 (kredietkwaliteitscategorie 1)

Het bedrag van de in post 1.2.1.1 gerapporteerde kasuitstromen dat niet in post 1.2.1.1.1 wordt gerapporteerd en dat wordt zekergesteld door activa die vorderingen vertegenwoordigen op of worden gegarandeerd door de uitgevende instelling of garant waaraan door een aangewezen EKBI kredietkwaliteitscategorie 1 is toegekend.

0115

1.2.1.1.3 Niveau 1 (kredietkwaliteitscategorie 2 of 3)

Het bedrag van de in post 1.2.1.1 gerapporteerde kasuitstromen die niet in post 1.2.1.1.1 worden gerapporteerd, en dat wordt zekergesteld door activa die vorderingen vertegenwoordigen op of worden gegarandeerd door de uitgevende instelling of garant waaraan door een aangewezen EKBI kredietkwaliteitscategorie 2 of 3 is toegekend.

0125

1.2.1.1.4 Niveau 1 (kredietkwaliteitscategorie 4+)

Het bedrag van de in post 1.2.1.1 gerapporteerde kasuitstromen die niet in post 1.2.1.1.1 worden gerapporteerd, en dat wordt zekergesteld door activa die vorderingen vertegenwoordigen op of worden gegarandeerd door de uitgevende instelling of garant door een aangewezen EKBI kredietkwaliteitscategorie 4 of lager is toegekend.

0135

1.2.1.2 Gedekte obligaties van niveau 1 (kredietkwaliteitscategorie 1)

Het bedrag van de in post 1.2.1 gerapporteerde kasuitstromen dat wordt zekergesteld door activa die gedekte obligaties zijn. Opmerking: Overeenkomstig artikel 10, lid 1, punt f), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 komen alleen gedekte obligaties met kredietkwaliteitscategorie 1 in aanmerking als activa van niveau 1.

0145

1.2.2 Verhandelbare activa van niveau 2A

Het in post 1.2 gerapporteerde bedrag van de kasuitstromen dat wordt zekergesteld door verhandelbare activa die aan de vereisten van de artikelen 7, 8 en 11 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 zouden voldoen indien zij niet als zekerheid voor de desbetreffende transactie waren gebruikt.

Aandelen of rechten van deelneming in icb’s in de zin van artikel 15 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 die als activa van niveau 2A kwalificeren, worden overeenkomstig de onderliggende activa in de onderstaande subcategorieën gerapporteerd.

0155

1.2.2.1 Bedrijfsobligaties van niveau 2A (kredietkwaliteitscategorie 1)

Het bedrag van de in post 1.2.2 gerapporteerde kasuitstromen dat wordt zekergesteld door bedrijfsobligaties waaraan door een aangewezen EKBI kredietkwaliteitscategorie 1 is toegekend.

0165

1.2.2.2 Gedekte obligaties van niveau 2A (kredietkwaliteitscategorie 1 of 2)

Het bedrag van de in post 1.2.2 gerapporteerde kasuitstromen dat wordt zekergesteld door gedekte obligaties waaraan door een aangewezen EKBI kredietkwaliteitscategorie 1 of 2 is toegekend.

0175

1.2.2.3 Publieke sector van niveau 2A (kredietkwaliteitscategorie 1 of 2)

Het bedrag van de in post 1.2.2 gerapporteerde kasuitstromen dat wordt zekergesteld door activa die vorderingen zijn op of gegarandeerd worden door centrale overheden, centrale banken, regionale overheden, lokale autoriteiten of publiekrechtelijke lichamen. Opmerking: Overeenkomstig artikel 11, lid 1, punten a) en b), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 moeten alle publiekesectoractiva van niveau 2A kredietkwaliteitscategorie 1 of 2 hebben.

0185

1.2.3 Verhandelbare activa van niveau 2B

Het in post 1.2 gerapporteerde bedrag van de kasuitstromen dat wordt zekergesteld door verhandelbare activa die aan de vereisten van de artikelen 7, 8 en 12 of 13 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 zouden voldoen indien zij niet als zekerheid voor de desbetreffende transactie waren gebruikt.

Aandelen of rechten van deelneming in icb’s in de zin van artikel 15 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 die als activa van niveau 2B kwalificeren, worden overeenkomstig de onderliggende activa in de onderstaande subcategorieën gerapporteerd.

0195

1.2.3.1 Door activa gedekte effecten (ABS) van niveau 2B (kredietkwaliteitscategorie 1)

Het bedrag van de in post 1.2.3 gerapporteerde kasuitstromen dat wordt zekergesteld door effecten die door activa worden gedekt (ABS), inclusief RMBS. Opmerking: Overeenkomstig artikel 13, lid 2, punt a), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 moeten alle door activa gedekte effecten die kwalificeren als niveau 2B, kredietkwaliteitscategorie 1 hebben.

0205

1.2.3.2 Gedekte obligaties van niveau 2B (kredietkwaliteitscategorie 1-6)

Het bedrag van de in post 1.2.3 gerapporteerde kasuitstromen dat door gedekte obligaties wordt gedekt.

0215

1.2.3.3 Bedrijfsobligaties van niveau 2B (kredietkwaliteitscategorie 1-3)

Het bedrag van de in post 1.2.3 gerapporteerde kasuitstromen dat door bedrijfsschuldpapier wordt gedekt.

0225

1.2.3.4 Aandelen van niveau 2B

Het bedrag van de in post 1.2.3 gerapporteerde kasuitstromen dat door aandelen wordt gedekt.

0235

1.2.3.5 Publieke sector van niveau 2B (kredietkwaliteitscategorie 3-5)

Het bedrag van de in post 1.2.3 gerapporteerde kasuitstromen dat gedekt wordt door activa van niveau 2B die niet in de posten 1.2.3.1 tot en met 1.2.3.4 zijn gerapporteerd.

0245

1.2.4 Overige verhandelbare activa

Het bedrag van de in post 1.2 gerapporteerde kasuitstromen dat wordt zekergesteld door verhandelbare activa die niet in de posten 1.2.1, 1.2.2 of 1.2.3 zijn gerapporteerd.

0251

1.2.5 Overige activa

Het bedrag van de in post 1.2 gerapporteerde kasuitstromen dat wordt zekergesteld door verhandelbare activa die niet in de posten 1.2.1, 1.2.2, 1.2.3 of 1.2.4 zijn gerapporteerd.

0252

1.2a Verplichtingen voortvloeiend uit gedekte leningstransacties en kapitaalmarktgerelateerde transacties, zekergesteld door (tegenpartij is centrale bank):

Totaalbedrag van alle kasuitstromen uit hoofde van gedekte leningstransacties en kapitaalmarktgerelateerde transacties waarbij de tegenpartij een centrale bank is, zoals omschreven in artikel 192 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

Opmerking: Hier worden alleen kasstromen gerapporteerd; effectenstromen betreffende gedekte leningstransacties en kapitaalmarktgerelateerde transacties worden in de afdeling „neutraliserende capaciteit” gerapporteerd.

0253

1.2.a.1 Verhandelbare activa van niveau 1

Het in post 1.X gerapporteerde bedrag van de kasuitstromen dat wordt zekergesteld door verhandelbare activa die aan de vereisten van de artikelen 7, 8 en 10 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 zouden voldoen indien zij niet als zekerheid voor de desbetreffende transactie waren gebruikt.

Aandelen of rechten van deelneming in icb’s in de zin van artikel 15 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 die als activa van niveau 1 kwalificeren, worden overeenkomstig de onderliggende activa in de onderstaande subcategorieën gerapporteerd.

0254

1.2.a.2 Verhandelbare activa van niveau 2A

Het in post 1.X gerapporteerde bedrag van de kasuitstromen dat wordt zekergesteld door verhandelbare activa die aan de vereisten van de artikelen 7, 8 en 11 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 zouden voldoen indien zij niet als zekerheid voor de desbetreffende transactie waren gebruikt.

Aandelen of rechten van deelneming in icb’s in de zin van artikel 15 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 die als activa van niveau 2A kwalificeren, worden overeenkomstig de onderliggende activa in de onderstaande subcategorieën gerapporteerd.

0255

1.2.a.3 Verhandelbare activa van niveau 2B

Het in post 1.X gerapporteerde bedrag van de kasuitstromen dat wordt zekergesteld door verhandelbare activa die aan de vereisten van de artikelen 7, 8 en 12 of 13 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 zouden voldoen indien zij niet als zekerheid voor de desbetreffende transactie waren gebruikt.

Aandelen of rechten van deelneming in icb’s in de zin van artikel 15 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 die als activa van niveau 2B kwalificeren, worden overeenkomstig de onderliggende activa in de onderstaande subcategorieën gerapporteerd.

0256

1.2a.4 Overige verhandelbare activa

Het bedrag van de in post 1.2a gerapporteerde kasuitstromen dat wordt zekergesteld door verhandelbare activa die niet in de posten 1.2a.1, 1.2a.2 of 1.2a.3 zijn gerapporteerd.

0257

1.2a.5 Overige activa

Het bedrag van de in post 1.X gerapporteerde kasuitstromen dat wordt zekergesteld door activa die niet in de posten 1.2a.1, 1.2a.2, 1.2a.3 of 1.2a.4 zijn gerapporteerd.

0260

1.3 Niet in 1.2 gerapporteerde verplichtingen voortvloeiend uit ontvangen deposito’s (met uitsluiting van als zekerheid ontvangen deposito’s)

Kasuitstromen die voortvloeien uit alle ontvangen deposito’s met uitzondering van in post 1.2 gerapporteerde uitstromen en als zekerheid ontvangen deposito’s. Kasuitstromen die voortvloeien uit derivatentransacties worden in post 1.4 of 1.5 gerapporteerd.

Deposito’s worden gerapporteerd volgens hun vroegst mogelijke contractuele vervaldatum. Deposito’s die onmiddellijk kunnen worden opgenomen zonder opzegtermijn („direct opvraagbare deposito’s”) of niet-vervallende deposito’s worden in het interval „overnight” gerapporteerd.

0261

1.3.0.1 Waarvan: intragroeps of IPS

Het in post 1.3 gerapporteerde bedrag aan uitstromen waarbij de tegenpartij een moeder- of dochterinstelling is van de kredietinstelling of een andere dochterinstelling van dezelfde moederinstelling of met de kredietinstelling verbonden is door een betrekking in de zin van artikel 22, lid 7, van Richtlijn 2013/34/EU, of een lid is van hetzelfde institutionele protectiestelsel, als bedoeld in artikel 113, lid 7, van Verordening (EU) nr. 575/2013, dan wel de centrale instelling of een aangesloten instelling van een netwerk of coöperatieve groep als bedoeld in artikel 10 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

0270

1.3.1 Stabiele retaildeposito’s

Het in post 1.3 gerapporteerde bedrag van de kasuitstromen dat voortvloeit uit retaildeposito’s overeenkomstig artikel 411, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 en artikel 24 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.

0280

1.3.2 Overige retaildeposito’s

Het in post 1.3 gerapporteerde bedrag van de kasuitstromen dat voortvloeit uit retaildeposito’s overeenkomstig artikel 411, lid 2, van Verordening (EU) 575/2013, andere dan die welke in post 1.3.1 zijn gerapporteerd.

0290

1.3.3 Operationele deposito’s

Het in post 1.3 gerapporteerde bedrag van de kasuitstromen dat voortvloeit uit operationele deposito’s overeenkomstig artikel 27 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.

0300

1.3.4 Niet-operationele deposito’s van kredietinstellingen

Het in post 1.3 gerapporteerde bedrag van de kasuitstromen dat voortvloeit uit deposito’s van kredietinstellingen, andere dan die welke in post 1.3.3 zijn gerapporteerd.

0310

1.3.5 Niet-operationele deposito’s van andere financiële cliënten

Het in post 1.3 gerapporteerde bedrag van de kasuitstromen dat voortvloeit uit deposito’s van financiële cliënten overeenkomstig artikel 411, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013, andere dan die welke in de posten 1.3.3 en 1.3.4 zijn gerapporteerd.

0320

1.3.6 Niet-operationele deposito’s van centrale banken

Het in post 1.3 gerapporteerde bedrag van de kasuitstromen dat voortvloeit uit niet-operationele deposito’s van centrale banken.

0330

1.3.7 Niet-operationele deposito’s van niet-financiële vennootschappen

Het in post 1.3 gerapporteerde bedrag van de kasuitstromen dat voortvloeit uit niet-operationele deposito’s van niet-financiële vennootschappen.

0340

1.3.8 Niet-operationele deposito’s van andere tegenpartijen

Het in post 1.3 gerapporteerde bedrag van de kasuitstromen dat voortvloeit uit deposito’s die niet in de posten 1.3.1 tot en met 1.3.7 zijn gerapporteerd.

0350

1.4 Vervallende valutaswaps

Totaalbedrag van de kasuitstromen uit hoofde van het vervallen van valutaswaptransacties zoals de uitwisseling van hoofdsommen aan het eind van het contract.

0360

1.5 Uit hoofde van derivaten te betalen bedragen andere dan die gerapporteerd in 1.4

Totaalbedrag van de kasuitstromen uit hoofde van posities inzake te betalen bedragen uit derivaten in het kader van de in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 575/2013 genoemde contracten, met uitzondering van de uitstromen uit hoofde van vervallende valutaswaps, die in post 1.4 moeten worden gerapporteerd.

Het totaalbedrag geeft de afwikkelingsbedragen weer, inclusief de niet-afgewikkelde margin calls vanaf de rapportagedatum.

Het totaalbedrag geeft de som van 1) en 2) als volgt weer, voor de verschillende tijdsintervallen:

1.  kas- en effectenstromen met betrekking tot derivaten waarvoor een zekerhedenovereenkomst van kracht is die een volledige of toereikende zekerheidsstelling van de tegenpartijblootstellingen vereist, worden niet opgenomen in de looptijdklassentemplates; alle stromen van contanten, effecten, contante zekerheden en zekerheden in de vorm van effecten met betrekking tot deze derivaten worden niet in de templates opgenomen. Deze uitsluiting geldt niet voor de volgende categorieën:

a)  voor neutraliserend vermogen (CBC) in aanmerking komende activa die op de rapportagereferentiedatum reeds zijn ontvangen of verstrekt in de context van door zekerheden gedekte derivaten (d.w.z. in de kolom „stand” van afdeling 3 van de looptijdklassen indien niet-bezwaard en voor bezwaring beschikbaar).

b)  Kas- en effectenstromen in de context van margin calls („stromen van zekerheden in de vorm van contanten of effecten”) die te zijner tijd betaalbaar zijn, maar nog niet zijn afgewikkeld. Deze laatste worden weergegeven in de posten 1.5 „kasuitstromen met betrekking tot derivaten” en 2.4 „kasinstromen met betrekking tot derivaten” in geval van contante zekerheden en in afdeling 3 „neutraliserende capaciteit” in geval van zekerheden in de vorm van effecten.

c)  Derivaten met fysieke afwikkeling (bv. een fysiek afgewikkelde gold forward) indien er voor deze derivaten een volledige of afdoende zekerheidsstelling is. Voor deze derivaten wordt, naast de punten a) en b), ook de afwikkelingsstroom bij definitieve afwikkeling (normaal gesproken rond de vervaldag) gerapporteerd. De verwachte kasstroom wordt in het passende tijdsinterval opgenomen in lijn 1.5 „kasuitstromen met betrekking tot derivaten” in het geval van een kasuitstroom en in lijn 2.4 „kasinstromen met betrekking tot derivaten” in het geval van een kasinstroom. Als het fysiek afgewikkelde activum als CBC kwalificeert in afdeling 3, moet deze stroom in deze afdeling worden opgenomen in het passende tijdsinterval en de passende rij. Bij een uitstroom is dit een negatief bedrag en bij een instroom een positief bedrag;

2.  Voor in- en uitstromen in de vorm van contanten en effecten met betrekking tot derivaten waarvoor geen zekerhedenovereenkomst van kracht is of slechts gedeeltelijke zekerheidsstelling vereist is, wordt een onderscheid gemaakt tussen contracten waarvoor optionaliteit geldt en andere contracten:

a)  stromen met betrekking tot op opties gelijkende derivaten worden alleen opgenomen als de uitoefenprijs onder de marktprijs ligt bij een call of boven de marktprijs bij een put („in the money”). Voor deze stromen kunnen de beide volgende elementen als een benaderende maatstaf dienen:

i)  de actuele marktwaarde of de netto contante waarde van het contract wordt als instroom in lijn 2.4 van de looptijdklasse „kasinstromen met betrekking tot derivaten” opgenomen op de laatste uitoefendatum van de optie indien de bank het recht heeft om de optie uit te oefenen;

ii)  de actuele marktwaarde of de netto contante waarde van het contract wordt als uitstroom in lijn 1.5 van de looptijdklasse „kasuitstromen met betrekking tot derivaten” opgenomen op de vroegste uitoefendatum van de optie indien de tegenpartij van de bank het recht heeft om de optie uit te oefenen;

b)  stromen met betrekking tot andere contracten dan die uit punt a) worden opgenomen door het extrapoleren van de bruto contractuele stromen van contanten in de betrokken tijdsintervallen in de posten 1.5 „kasuitstromen met betrekking tot derivaten” en 2.4 „kasinstromen met betrekking tot derivaten” en de contractuele stromen van liquide effecten in de neutraliserende capaciteit (Counterbalancing Capacity) van de looptijdklassen, onder gebruikmaking van de actuele impliciete marktforwardkoersen die van toepassing zijn op de rapportagedatum wanneer de bedragen nog niet zijn vastgesteld.

Een en ander betekent het volgende:

Wat derivaten uit punt 1 betreft, de teruggave van zekerheden die reeds zijn ontvangen of betaald, wordt niet gerapporteerd in de looptijdklassen.

Wat derivaten uit punt 2 betreft, de teruggave van zekerheden die reeds zijn ontvangen of betaald, wordt gerapporteerd in afdeling 3 van de looptijdklassen. De teruggave van reeds ontvangen (betaalde) zekerheden komt tot uiting in een negatieve (positieve) mutatie in het tijdsinterval dat met de looptijd van het derivaat overeenstemt. Een positieve mutatie wordt alleen opgenomen indien deze bij teruggave als neutraliserende capaciteit zou kwalificeren. Indien het bij de teruggave van reeds ontvangen (betaalde) zekerheden om contante zekerheden gaat, wordt de teruggave van zekerheden in het passende tijdsinterval gerapporteerd in rij 1.6 „overige uitstromen” (rij 2.6 „overige instromen”).

Wat deze rij betreft, wordt een situatie waarin met een tegenpartij uitgewisselde zekerheden niet volledig gelijk is aan de waardeveranderingen in het derivaat, nog steeds behandeld als afdoende zekergesteld indien de afwijking het minimumbedrag van de overdracht (MTA) niet overschrijdt.

0370

1.6 Overige uitstromen

Totaalbedrag van alle andere, niet in de posten 1.1, 1.2, 1.3, 1.4 of 1.5. gerapporteerde kastuitstromen. Voorwaardelijke uitstromen worden hier niet gerapporteerd.

0380

1.7 Totale uitstromen

De som van de in de posten 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.5 en 1.6 gerapporteerde uitstromen.

0390 t/m 0700

2 INSTROMEN

0390

2.1 Opeisbare gelden uit gedekte leningstransacties en kapitaalmarktgerelateerde transacties, zekergesteld door:

Totaalbedrag van de kasinstromen uit hoofde van gedekte leningstransacties en kapitaalmarktgerelateerde transacties zoals omschreven in artikel 192 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

Hier worden alleen kasstromen gerapporteerd; effectenstromen betreffende gedekte leningstransacties en kapitaalmarktgerelateerde transacties worden in de afdeling „neutraliserende capaciteit” gerapporteerd.

0391

2.1.0.1 Waarvan: intragroeps of IPS

Het in post 2.1 gerapporteerde bedrag aan instromen waarbij de tegenpartij een moeder- of dochterinstelling is van de kredietinstelling of een andere dochterinstelling van dezelfde moederinstelling of met de kredietinstelling verbonden is door een betrekking in de zin van artikel 22, lid 7, van Richtlijn 2013/34/EU, of een lid is van hetzelfde institutionele protectiestelsel, als bedoeld in artikel 113, lid 7, van Verordening (EU) nr. 575/2013, dan wel de centrale instelling of een aangesloten instelling van een netwerk of coöperatieve groep als bedoeld in artikel 10 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

0400

2.1.1 Verhandelbare activa van niveau 1

Het in post 2.1 gerapporteerde bedrag van de kasinstromen dat wordt zekergesteld door verhandelbare activa overeenkomstig de artikelen 7, 8 en 10 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.

Aandelen of rechten van deelneming in icb’s in de zin van artikel 15 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 die als activa van niveau 1 kwalificeren, worden overeenkomstig de onderliggende activa in de onderstaande subcategorieën gerapporteerd.

0410

2.1.1.1 Niveau 1 met uitsluiting van gedekte obligaties

Het bedrag van de in post 2.1.1 gerapporteerde kasinstromen dat wordt zekergesteld door activa die geen gedekte obligaties zijn.

0420

2.1.1.1.1 Niveau 1 — centrale bank

Het bedrag van de in post 2.1.1.1 gerapporteerde kasinstromen dat wordt zekergesteld door activa die vorderingen zijn op of gegarandeerd worden door centrale banken.

0430

2.1.1.1.2 Niveau 1 (kredietkwaliteitscategorie 1)

Het bedrag van de in post 2.1.1.1 gerapporteerde kasinstromen dat niet in post 2.1.1.1.1 wordt gerapporteerd en dat wordt zekergesteld door activa die vorderingen vertegenwoordigen op of worden gegarandeerd door de uitgevende instelling of garant door een aangewezen EKBI kredietkwaliteitscategorie 1 is toegekend.

0440

2.1.1.1.3 Niveau 1 (kredietkwaliteitscategorie 2 of 3)

Het bedrag van de in post 2.1.1.1 gerapporteerde kasinstromen dat niet in post 2.1.1.1.1 wordt gerapporteerd en dat wordt zekergesteld door activa die vorderingen vertegenwoordigen op of worden gegarandeerd door de uitgevende instelling of garant waaraan door een aangewezen EKBI kredietkwaliteitscategorie 2 of 3 is toegekend.

0450

2.1.1.1.4 Niveau 1 (kredietkwaliteitscategorie 4+)

Het bedrag van de in post 2.1.1.1 gerapporteerde kasinstromen dat niet in post 2.1.1.1.1 wordt gerapporteerd en dat wordt zekergesteld door activa die vorderingen vertegenwoordigen op of worden gegarandeerd door de uitgevende instelling of garant waaraan door een aangewezen EKBI kredietkwaliteitscategorie 4 of lager is toegekend.

0460

2.1.1.2 Gedekte obligaties van niveau 1 (kredietkwaliteitscategorie 1)

Het bedrag van de in post 2.1.1 gerapporteerde kasinstromen dat wordt zekergesteld door activa die gedekte obligaties zijn. Opmerking: Overeenkomstig artikel 10, lid 1, punt f), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 komen alleen gedekte obligaties met kredietkwaliteitscategorie 1 in aanmerking als activa van niveau 1.

0470

2.1.2 Verhandelbare activa van niveau 2A

Het in post 2.1 gerapporteerde bedrag van de kasinstromen dat wordt zekergesteld door verhandelbare activa overeenkomstig de artikelen 7, 8 en 11 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.

Aandelen of rechten van deelneming in icb’s in de zin van artikel 15 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 die als activa van niveau 2A kwalificeren, worden overeenkomstig de onderliggende activa in de onderstaande subcategorieën gerapporteerd.

0480

2.1.2.1 Bedrijfsobligaties van niveau 2A (kredietkwaliteitscategorie 1)

Het bedrag van de in post 2.1.2 gerapporteerde kasinstromen dat wordt zekergesteld door bedrijfsobligaties waaraan door een aangewezen EKBI kredietkwaliteitscategorie 1 is toegekend.

0490

2.1.2.2 Gedekte obligaties van niveau 2A (kredietkwaliteitscategorie 1 of 2)

Het bedrag van de in post 2.1.2 gerapporteerde kasinstromen dat wordt zekergesteld door gedekte obligaties waaraan door een aangewezen EKBI kredietkwaliteitscategorie 1 of 2 is toegekend.

0500

2.1.2.3 Publieke sector van niveau 2A (kredietkwaliteitscategorie 1 of 2)

Het bedrag van de in post 2.1.2 gerapporteerde kasinstromen dat wordt zekergesteld door activa die vorderingen zijn op of gegarandeerd worden door centrale overheden, centrale banken, regionale overheden, lokale autoriteiten of publiekrechtelijke lichamen. Opmerking: Overeenkomstig artikel 11, lid 1, punten a) en b), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 moeten alle publiekesectoractiva van niveau 2A kredietkwaliteitscategorie 1 of 2 hebben.

0510

2.1.3 Verhandelbare activa van niveau 2B

Het in post 2.1 gerapporteerde bedrag van de kasinstromen dat wordt zekergesteld door verhandelbare activa overeenkomstig de artikelen 7, 8 en 12 of 13 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.

Aandelen of rechten van deelneming in icb’s in de zin van artikel 15 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 die als activa van niveau 2B kwalificeren, worden overeenkomstig de onderliggende activa in de onderstaande subcategorieën gerapporteerd.

0520

2.1.3.1 ABS van niveau 2B (kredietkwaliteitscategorie 1)

Het bedrag van de in post 2.1.3 gerapporteerde kasinstromen met als zekerheid effecten die door activa worden gedekt (ABS), inclusief RMBS.

0530

2.1.3.2 Gedekte obligaties van niveau 2B (kredietkwaliteitscategorie 1-6)

Het bedrag van de in post 2.1.3 gerapporteerde kasinstromen dat door gedekte obligaties wordt gedekt.

0540

2.1.3.3 Bedrijfsobligaties van niveau 2B (kredietkwaliteitscategorie 1-3)

Het bedrag van de in post 2.1.3 gerapporteerde kasinstromen dat door bedrijfsschuldpapier wordt gedekt.

0550

2.1.3.4 Aandelen van niveau 2B

Het bedrag van de in post 2.1.3 gerapporteerde kasinstromen dat door aandelen wordt gedekt.

0560

2.1.3.5 Publieke sector van niveau 2B (kredietkwaliteitscategorie 3-5)

Het bedrag van de in post 2.1.3 gerapporteerde kasinstromen dat gedekt wordt door activa van niveau 2B die niet in de posten 2.1.3.1 tot en met 2.1.3.4 zijn gerapporteerd.

0570

2.1.4 Overige verhandelbare activa

Het bedrag van de in post 2.1 gerapporteerde kasinstromen dat wordt zekergesteld door verhandelbare activa die niet in de posten 2.1.1, 2.1.2 of 2.1.3 zijn gerapporteerd.

0580

2.1.5 Overige activa

Het bedrag van de in post 2.1 gerapporteerde kasinstromen dat wordt zekergesteld door verhandelbare activa die niet in de posten 2.1.1, 2.1.2, 2.1.3 of 2.1.4 zijn gerapporteerd.

0590

2.2 Niet in post 2.1 gerapporteerde opeisbare gelden voortvloeiend uit leningen en voorschotten aan:

Kasinstromen uit leningen en voorschotten.

Kasinstromen worden op de laatste contractuele datum voor terugbetaling gerapporteerd. Voor revolverende faciliteiten wordt de bestaande lening geacht te worden doorgerold en resterende saldi worden behandeld als gecommitteerde faciliteiten.

0600

2.2.1 Retailcliënten

Het in post 2.2 gerapporteerde bedrag van de kasinstromen dat voortvloeit uit natuurlijke personen of kmo’s overeenkomstig artikel 411, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013.

0610

2.2.2 Niet-financiële vennootschappen

Het in post 2.2 gerapporteerde bedrag van de kasinstromen dat voortvloeit uit niet-financiële vennootschappen.

0620

2.2.3 Kredietinstellingen

Het in post 2.2 gerapporteerde bedrag van de kasinstromen dat voortvloeit uit kredietinstellingen.

0621

2.2.3.1 Waarvan: intragroeps of IPS

Het in post 2.2.3 gerapporteerde bedrag aan instromen waarbij de tegenpartij een moeder- of dochterinstelling is van de kredietinstelling of een andere dochterinstelling van dezelfde moederinstelling of met de kredietinstelling verbonden is door een betrekking in de zin van artikel 22, lid 7, van Richtlijn 2013/34/EU, of een lid is van hetzelfde institutionele protectiestelsel, als bedoeld in artikel 113, lid 7, van Verordening (EU) nr. 575/2013, dan wel de centrale instelling of een aangesloten instelling van een netwerk of coöperatieve groep als bedoeld in artikel 10 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

0630

2.2.4 Overige financiële cliënten

Het in post 2.2 gerapporteerde bedrag van de kasinstromen dat voortvloeit uit financiële cliënten overeenkomstig artikel 411, lid 1, van Verordening (EU) 575/2013, andere dan die welke in post 2.2.3 zijn gerapporteerd.

0640

2.2.5 Centrale banken

Het in post 2.2 gerapporteerde bedrag van de kasinstromen dat voortvloeit uit centrale banken. Deze post omvat geen opvraagbare kasreserves die in post 3.2 worden gerapporteerd.

0650

2.2.6 Overige tegenpartijen

Het in post 2.2 gerapporteerde bedrag van de kasinstromen dat voortvloeit uit tegenpartijen die niet onder de afdelingen 2.2.1 tot en met 2.2.5 vallen.

0660

2.3 Vervallende valutaswaps

Totaalbedrag van de contractuele kasinstromen uit hoofde van het vervallen van valutaswaptransacties zoals de uitwisseling van hoofdsommen aan het eind van het contract.

Dit geeft de vervallende notionele waarde van cross-currency swaps, contante valutatransacties en valutaforwardtransacties in de toepasselijke tijdsintervallen van de template weer.

0670

2.4. Te ontvangen bedragen uit derivaten, andere dan in 2.3 gerapporteerd

Totaalbedrag van de contractuele kasinstromen uit hoofde van posities inzake te ontvangen bedragen uit derivaten in het kader van de in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 575/2013 genoemde contracten, met uitzondering van de instromen uit hoofde van vervallende valutaswaps, die in post 2.3 moeten worden gerapporteerd.

Het totaalbedrag omvat de afwikkelingsbedragen, inclusief de niet-afgewikkelde margin calls vanaf de rapportagedatum.

Het totaalbedrag geeft de som van 1) en 2) als volgt weer, voor de verschillende tijdsintervallen:

1.  kas- en effectenstromen met betrekking tot derivaten waarvoor een zekerhedenovereenkomst van kracht is die een volledige of toereikende zekerheidsstelling van de tegenpartijblootstellingen vereist, zijn van de looptijdklassentemplate uitgesloten, en alle stromen van contanten, effecten, contante zekerheden en zekerheden in de vorm van effecten met betrekking tot deze derivaten zijn van de template uitgesloten. Deze uitsluiting geldt niet voor de volgende categorieën:

(a)  voor neutraliserend vermogen (CBC) in aanmerking komende activa die op de rapportagereferentiedatum reeds zijn ontvangen of verstrekt in de context van door zekerheden gedekte derivaten (d.w.z. in de kolom „stand” van afdeling 3 van de looptijdklassen indien niet-bezwaard en voor bezwaring beschikbaar).

(b)  Kas- en effectenstromen in de context van margin calls („stromen van zekerheden in de vorm van contanten of effecten”) die te zijner tijd betaalbaar zijn, maar nog niet zijn afgewikkeld. Deze laatste worden weergegeven in de lijnen 1.5 „kasuitstromen met betrekking tot derivaten” en 2.4 „kasinstromen met betrekking tot derivaten” in geval van contante zekerheden, en in afdeling 3 „neutraliserende capaciteit” in geval van zekerheden in de vorm van effecten.

(c)  Derivaten met fysieke afwikkeling (bv. een fysiek afgewikkelde gold forward) indien er voor deze derivaten een volledige of afdoende zekerheidsstelling is. Voor deze derivaten wordt, naast de punten a) en b), ook de afwikkelingsstroom bij definitieve afwikkeling (normaal gesproken rond de vervaldag) gerapporteerd. De verwachte kasstroom wordt in het passende tijdsinterval opgenomen in lijn 1.5 „kasuitstromen met betrekking tot derivaten” in het geval van een kasuitstroom en in lijn 2.4 „kasinstromen met betrekking tot derivaten” in het geval van een kasinstroom. Als het fysiek afgewikkelde activum als CBC kwalificeert in afdeling 3, moet deze stroom in deze afdeling worden opgenomen in het passende tijdsinterval en de passende rij. Bij een uitstroom is dit een negatief bedrag en bij een instroom een positief bedrag;

2.  voor in- en uitstromen in de vorm van contanten en effecten met betrekking tot derivaten waarvoor geen zekerhedenovereenkomst van kracht is of slechts gedeeltelijke zekerheidsstelling vereist is, wordt een onderscheid gemaakt tussen contracten waarvoor optionaliteit geldt en andere contracten:

a)  stromen met betrekking tot op opties gelijkende derivaten worden alleen opgenomen als zij „in the money” zijn. Voor deze stromen kunnen de beide volgende elementen als een benaderende maatstaf dienen:

i)  de actuele marktwaarde of de netto contante waarde van het contract wordt als instroom in lijn 2.4 van de looptijdklasse „kasinstromen met betrekking tot derivaten” opgenomen op de laatste uitoefendatum van de optie indien de bank het recht heeft om de optie uit te oefenen;

ii)  de actuele marktwaarde of de netto contante waarde van het contract wordt als uitstroom in lijn 1.5 van de looptijdklasse „kasuitstromen met betrekking tot derivaten” opgenomen op de vroegste uitoefendatum van de optie indien de tegenpartij van de bank het recht heeft om de optie uit te oefenen;

b)  stromen met betrekking tot andere contracten dan die uit punt a) worden opgenomen door het extrapoleren van de bruto contractuele stromen van contanten in de betrokken tijdsintervallen in de posten 1.5 „kasuitstromen met betrekking tot derivaten” en 2.4 „kasinstromen met betrekking tot derivaten” en de contractuele stromen van effecten in de neutraliserende capaciteit (Counterbalancing Capacity) van de looptijdklassen, onder gebruikmaking van de actuele impliciete marktforwardkoersen die van toepassing zijn op de rapportagedatum wanneer de bedragen nog niet zijn vastgesteld.

Een en ander betekent het volgende:

Wat derivaten uit punt 1 betreft, de teruggave van zekerheden die reeds zijn ontvangen of betaald, wordt niet gerapporteerd in de looptijdklassen.

Wat derivaten uit punt 2 betreft, de teruggave van zekerheden die reeds zijn ontvangen of betaald, wordt gerapporteerd in afdeling 3 van de looptijdklassen. De teruggave van reeds ontvangen (betaalde) zekerheden komt tot uiting in een negatieve (positieve) mutatie in het tijdsinterval dat met de looptijd van het derivaat overeenstemt. Een positieve mutatie wordt alleen opgenomen indien deze bij teruggave als neutraliserende capaciteit zou kwalificeren. Indien het bij de teruggave van reeds ontvangen (betaalde) zekerheden om contante zekerheden gaat, wordt de teruggave van zekerheden in het passende tijdsinterval gerapporteerd in rij 1.6 „overige uitstromen” (rij 2.6 „overige instromen”).

Wat deze rij betreft, wordt een situatie waarin met een tegenpartij uitgewisselde zekerheden niet volledig gelijk is aan de waardeveranderingen in het derivaat, nog steeds behandeld als afdoende zekergesteld indien de afwijking het minimumbedrag van de overdracht (MTA) niet overschrijdt.

0680

2.5 Vervallend papier in eigen portefeuille

Het bedrag van de instromen uit hoofde van vervallen eigen beleggingen in obligaties, gerapporteerd volgens de resterende contractuele looptijd ervan. Deze post omvat kasinstromen uit vervallende effecten die onder de neutraliserende capaciteit worden gerapporteerd. Zodra een effect vervalt, wordt het onder de neutraliserende capaciteit als effectenuitstroom en dus hier als kasinstroom gerapporteerd.

0690

2.6 Overige instromen

Totaalbedrag van alle andere, niet in de posten 2.1, 2.2, 2.3, 2.4 of 2.5. gerapporteerde kastinstromen. Voorwaardelijke uitstromen worden hier niet gerapporteerd.

0691

2.6.1 Waarvan: intragroeps of IPS

Het in post 2.6 gerapporteerde bedrag aan instromen waarbij de tegenpartij een moeder- of dochterinstelling is van de kredietinstelling of een andere dochterinstelling van dezelfde moederinstelling of met de kredietinstelling verbonden is door een betrekking in de zin van artikel 22, lid 7, van Richtlijn 2013/34/EU, of een lid is van hetzelfde institutionele protectiestelsel, als bedoeld in artikel 113, lid 7, van Verordening (EU) nr. 575/2013, dan wel de centrale instelling of een aangesloten instelling van een netwerk of coöperatieve groep als bedoeld in artikel 10 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

0700

2.7 Totale instromen

De som van de in de posten 2.1, 2.2, 2.3, 2.4, 2.5 en 2.6 gerapporteerde instromen.

0710

2.8 Netto contractueel verschil

Totale in post 2.7 gerapporteerde instromen minus totale in post 1.7 gerapporteerde uitstromen

0720

2.9 Gecumuleerd netto contractueel verschil

Gecumuleerd netto contractueel verschil vanaf de rapportagedatum tot aan de bovengrens van een betrokken tijdsinterval.

0730-1080

3 NEUTRALISERENDE CAPACITEIT

De „neutraliserende capaciteit” (Counterbalancing Capacity) van de looptijdklassen bevat informatie over de ontwikkeling van de door een instelling gehouden activa van verschillende liquiditeitsgraad, waaronder verhandelbare activa en voor de centrale bank toelaatbare activa, alsmede de contractueel aan de instelling gecommitteerde faciliteiten.

Bij rapportage op geconsolideerd niveau over toelaatbaarheid voor de centrale bank wordt uitgegaan van de regels inzake toelaatbaarheid voor de centrale bank die voor elke geconsolideerde instelling gelden in het rechtsgebied waar die instelling haar statutaire zetel heeft.

Indien de neutraliserende capaciteit op verhandelbare activa betrekking heeft,

rapporteren de instellingen activa die verhandeld worden op brede, diepe en actieve repo- of contante markten die door een laag niveau van concentratie worden gekenmerkt.

In de kolommen van de neutraliserende capaciteit gerapporteerde activa omvatten alleen onbezwaarde activa die de instelling te allen tijde te gelde kan maken om tijdens de tijdhorizon contractuele verschillen tussen kasinstromen en -uitstromen te dekken. Voor deze doeleinden is de definitie van onbezwaarde activa van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van de Commissie van toepassing. De activa worden niet gebruikt om kredietverbeteringen te verschaffen bij gestructureerde transacties of om operationele kosten (zoals huur en salarissen) te dekken, en worden beheerd met het duidelijke en enige doel om als bron van voorwaardelijke financiering te worden gebruikt.

Activa die de instelling als zekerheid bij omgekeerde repotransacties en effectenfinancieringstransacties (SFT’s) heeft ontvangen, kunnen als onderdeel van de neutraliserende capaciteit worden beschouwd als zij bij de instelling worden gehouden, niet zijn herbeleend en wettelijk en contractueel beschikbaar zijn voor gebruik door de instelling.

Wanneer de instelling in de posten 3.1 tot en met 3.7 „prepositioned” activa rapporteert, rapporteert zij, om dubbeltelling te vermijden, de daarmee samenhangende capaciteit van deze faciliteiten niet in post 3.8.

De instellingen rapporteren activa indien deze aan de omschrijving van een rij voldoen en op de rapportagedatum beschikbaar zijn, als een initiële stand in kolom 0010.

De kolommen 0020 tot en met 0220 bevatten contractuele stromen in de neutraliserende capaciteit. Indien een instelling een repotransactie is aangegaan, wordt het betrokken activum weer als een effecteninstroom in het looptijdsegment opgenomen wanneer de repotransactie vervalt. De kasuitstroom uit hoofde van de vervallende repotransactie wordt dus in het desbetreffende looptijdsegment van de kasuitstroom in post 1.2 gerapporteerd. Indien een instelling een omgekeerde repotransactie is aangegaan, wordt het betrokken activum weer als een effectenuitstroom in het looptijdsegment opgenomen wanneer de repotransactie vervalt. De kasinstroom uit hoofde van de vervallende repotransactie wordt dus in het desbetreffende looptijdsegment van de kasinstroom in post 2.1 gerapporteerd. Zekerhedenswaps worden gerapporteerd als contractuele in- en uitstromen van effecten in de afdeling neutraliserende capaciteit overeenkomstig het desbetreffende looptijdsegment waarin deze swaps vervallen.

Voor neutraliserende capaciteit (CBC) in aanmerking komende activa die op de rapportagereferentiedatum reeds zijn ontvangen of verstrekt in de context van derivaten (d.w.z. in de kolom „stand” van afdeling 3 van de looptijdklassen indien niet-bezwaard en voor bezwaring beschikbaar).

Wat betreft derivaten met een volledige of afdoende zekerheidsstelling, de teruggave van zekerheden die reeds zijn ontvangen of betaald, wordt niet gerapporteerd in de looptijdklassen.

Wat betreft derivaten met een gedeeltelijke zekerheidsstelling, de teruggave van zekerheden die reeds zijn ontvangen of betaald, wordt gerapporteerd in afdeling 3 van de looptijdklassen. De teruggave van reeds ontvangen (betaalde) zekerheden komt tot uiting in een negatieve (positieve) mutatie in het tijdsinterval dat met de looptijd van het derivaat overeenstemt. Een positieve mutatie wordt alleen opgenomen indien deze bij teruggave als neutraliserende capaciteit zou kwalificeren.

Een verandering in het contractueel beschikbare bedrag van de in post 3.8 gerapporteerde krediet- en liquiditeitslijnen wordt als een stroom in het relevante tijdsinterval gerapporteerd. Indien een instelling een overnightdeposito bij een centrale bank heeft, wordt het bedrag van het deposito als een initiële stand in post 3.2 gerapporteerd.

Vervallende effecten in de neutraliserende capaciteit worden gerapporteerd op basis van hun contractuele looptijd. Wanneer een effect vervalt, wordt het verwijderd uit de activacategorie waarin het oorspronkelijk is gerapporteerd, en behandeld als een uitstroom van effecten; de daaruit resulterende kasinstroom wordt in post 2.5 gerapporteerd.

Alle effectenwaarden worden in het betrokken interval tegen actuele marktwaarden gerapporteerd.

In post 3.8 worden alleen contractueel beschikbare bedragen gerapporteerd.

Om dubbeltelling te vermijden, worden kasinstromen niet geregistreerd in post 3.1 of 3.2 van de neutraliserende capaciteit.

Posten in de neutraliserende capaciteit worden in de volgende subcategorieën gerapporteerd:

0730

3.1 Munten en bankbiljetten

Totaalbedrag aan contanten (munten en bankbiljetten)

0740

3.2 Opvraagbare reserves bij centrale banken

Totaalbedrag van de reserves bij centrale banken overeenkomstig artikel 10, lid 1, punt b), iii), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 dat maximaal overnight opvraagbaar is.

Effecten zijnde vorderingen op of gegarandeerd door centrale banken worden hier niet gerapporteerd.

Dit bedrag wordt alleen gerapporteerd in de kolom „initiële stand”, maar niet als instroom van centrale banken in post 2.2.5.

0750

3.3 Verhandelbare activa van niveau 1

De marktwaarde van verhandelbare activa overeenkomstig de artikelen 7, 8 en 10 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.

Aandelen of rechten van deelneming in icb’s in de zin van artikel 15 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 die als activa van niveau 1 kwalificeren, worden overeenkomstig de onderliggende activa in de onderstaande subcategorieën gerapporteerd.

0760

3.3.1 Niveau 1 met uitsluiting van gedekte obligaties

Het in post 3.3 gerapporteerde bedrag dat geen betrekking heeft op gedekte obligaties.

0770

3.3.1.1 Niveau 1 — centrale bank

Het in post 3.3.1 gerapporteerde bedrag van de activa die vorderingen zijn op of gegarandeerd worden door centrale banken.

0780

3.3.1.2 Niveau 1 (kredietkwaliteitscategorie 1)

Het in post 3.3.1 gerapporteerde bedrag dat niet onder post 3.3.1.1 valt en dat bestaat uit activa die vorderingen vertegenwoordigen op of worden gegarandeerd door de uitgevende instelling of garant waaraan door een aangewezen EKBI kredietkwaliteitscategorie 1 is toegekend.

0790

3.3.1.3 Niveau 1 (kredietkwaliteitscategorie 2 of 3)

Het in post 3.3.1 gerapporteerde bedrag dat niet in post 3.3.1.1 wordt gerapporteerd en dat bestaat uit activa die vorderingen vertegenwoordigen op of worden gegarandeerd door de uitgevende instelling of garant waaraan door een aangewezen EKBI kredietkwaliteitscategorie 2 of 3 is toegekend.

0800

3.3.1.4 Niveau 1 (kredietkwaliteitscategorie 4+)

Het in post 3.3.1 gerapporteerde bedrag dat niet in post 3.3.1.1 wordt gerapporteerd en dat bestaat uit activa die vorderingen vertegenwoordigen op of worden gegarandeerd door de uitgevende instelling of garant door een aangewezen EKBI kredietkwaliteitscategorie 4 of lager is toegekend.

0810

3.3.2 Gedekte obligaties van niveau 1 (kredietkwaliteitscategorie 1)

Het in post 3.3 gerapporteerde bedrag dat betrekking heeft op gedekte obligaties. Opmerking: Overeenkomstig artikel 10, lid 1, punt f), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 komen alleen gedekte obligaties met kredietkwaliteitscategorie 1 in aanmerking als activa van niveau 1.

0820

3.4 Verhandelbare activa van niveau 2A

De marktwaarde van verhandelbare activa overeenkomstig de artikelen 7, 8 en 11 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.

Aandelen of rechten van deelneming in icb’s in de zin van artikel 15 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 die als activa van niveau 2A kwalificeren, worden overeenkomstig de onderliggende activa in de onderstaande subcategorieën gerapporteerd.

0830

3.4.1 Bedrijfsobligaties van niveau 2A (kredietkwaliteitscategorie 1)

Het in post 3.4 gerapporteerde bedrag dat bestaat uit bedrijfsobligaties waaraan door een aangewezen EKBI kredietkwaliteitscategorie 1 is toegekend.

0840

3.4.3 Gedekte obligaties van niveau 2A (kredietkwaliteitscategorie 1 of 2)

Het in post 3.4 gerapporteerde bedrag dat bestaat uit gedekte obligaties waaraan door een aangewezen EKBI kredietkwaliteitscategorie 1 of 2 is toegekend.

0850

3.4.4 Publieke sector van niveau 2A (kredietkwaliteitscategorie 1 of 2)

Het in post 3.4 gerapporteerde bedrag dat bestaat uit activa die vorderingen zijn op of gegarandeerd worden door centrale overheden, centrale banken, regionale overheden, plaatselijke autoriteiten of publiekrechtelijke lichamen. Opmerking: Overeenkomstig artikel 11, lid 1, punten a) en b), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 moeten alle publiekesectoractiva van niveau 2A kredietkwaliteitscategorie 1 of 2 hebben.

0860

3.5 Verhandelbare activa van niveau 2B

De marktwaarde van verhandelbare activa overeenkomstig de artikelen 7, 8 en 12 of 13 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.

Aandelen of rechten van deelneming in icb’s in de zin van artikel 15 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 die als activa van niveau 2B kwalificeren, worden overeenkomstig de onderliggende activa in de onderstaande subcategorieën gerapporteerd.

0870

3.5.1 ABS van niveau 2B (kredietkwaliteitscategorie 1)

Het in post 3.5 gerapporteerde bedrag dat bestaat uit door activa gedekt effecten (ABS), inclusief RMBS. Opmerking: Overeenkomstig artikel 13, lid 2, punt a), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 hebben alle door activa gedekte effecten die kwalificeren als niveau 2B, kredietkwaliteitscategorie 1.

0880

3.5.2 Gedekte obligaties van niveau 2B (kredietkwaliteitscategorie 1-6)

Het in post 3.5 gerapporteerde bedrag dat betrekking heeft op gedekte obligaties.

0890

3.5.3 Bedrijfsobligaties van niveau 2B (kredietkwaliteitscategorie 1-3)

Het in post 3.5 gerapporteerde bedrag dat betrekking heeft op bedrijfsschuldpapier.

0900

3.5.4 Aandelen van niveau 2B

Het in post 3.5 gerapporteerde bedrag dat betrekking heeft op aandelen.

0910

3.5.5 Publieke sector van niveau 2B (kredietkwaliteitscategorie 3-5)

Het in post 3.5 gerapporteerde bedrag dat bestaat uit activa van niveau 2B die niet in de posten 3.5.1 tot en met 3.5.4 zijn gerapporteerd.

0920

3.6 Overige verhandelbare activa

De marktwaarde van verhandelbare activa die niet in de posten 3.3, 3.4 en 3.5 zijn gerapporteerd.

Effecten en effectenstromen uit andere verhandelbare activa in de vorm van intragroepsactiva worden niet in de neutraliserende capaciteit gerapporteerd. Desondanks worden kasstromen in verband met dergelijke activa in het desbetreffende deel van afdeling 1 en 2 van de template gerapporteerd.

0930

3.6.1 Centrale overheid (kredietkwaliteitscategorie 1)

Het in post 3.6 gerapporteerde bedrag dat bestaat uit activa die vorderingen zijn op of gegarandeerd worden door een centrale overheid en waaraan door een aangewezen EKBI kredietkwaliteitscategorie 1 is toegekend.

0940

3.6.2 Centrale overheid (kredietkwaliteitscategorie 2-3)

Het in post 3.6 gerapporteerde bedrag dat bestaat uit activa die vorderingen zijn op of gegarandeerd worden door een centrale overheid en waaraan door een aangewezen EKBI kredietkwaliteitscategorie 2 of 3 is toegekend.

0950

3.6.3 Aandelen

Het in post 3.6 gerapporteerde bedrag dat betrekking heeft op aandelen.

0960

3.6.4. Gedekte obligaties

Het in post 3.6 gerapporteerde bedrag dat betrekking heeft op gedekte obligaties.

0970

3.6.5 ABS

Het in post 3.6 gerapporteerde bedrag dat betrekking heeft op ABS.

0980

3.6.6 Overige verhandelbare activa

Het in post 3.6 gerapporteerde bedrag dat bestaat uit overige verhandelbare activa die niet in de posten 3.6.1 tot en met 3.6.5 en post 3.7a zijn gerapporteerd.

0990

3.7 Niet-verhandelbare activa toelaatbaar voor een centrale bank

De boekwaarde van niet-verhandelbare activa die een toelaatbare zekerheid voor normale liquiditeitsoperaties van de centrale bank vormen waartoe de instelling op haar consolidatieniveau direct toegang heeft.

Voor activa in een valuta die in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/233 van de Commissie (1) is opgenomen als valuta waarvoor de centrale bank zeer nauw omschreven toelaatbaarheidscriteria hanteert, laten de instellingen dit veld open. Effecten en effectenstromen uit andere niet-verhandelbare activa in de vorm van intragroepsactiva worden niet in de neutraliserende capaciteit gerapporteerd. Desondanks worden kasstromen uit dergelijke activa in het desbetreffende deel van afdeling 1 en 2 van de template gerapporteerd.

0991

3.7a Voor centrale banken toelaatbare eigen uitgiften

Door de instelling uitgegeven gedekte schuldinstrumenten die voor een centrale bank toelaatbaar zijn en die op de balans van de instelling staan en waartoe de instelling op haar consolidatieniveau directe toegang heeft.

1000

3.8 Ongebruikte ontvangen gecommitteerde faciliteiten

Totaalbedrag van de ongebruikte gecommitteerde faciliteiten die aan de rapporterende instelling zijn toegekend. Daartoe behoren contractueel onherroepbare faciliteiten. De instellingen rapporteren een verminderd bedrag wanneer de potentiële behoeften aan zekerheden om deze faciliteiten te gebruiken, de beschikbaarheid van zekerheden overstijgen.

Om dubbeltelling te vermijden, worden faciliteiten niet gerapporteerd in post 3.8 indien voor een niet-gebruikte faciliteit reeds prepositioning van activa als zekerheid door de rapporterende instelling heeft plaatsgevonden en de activa reeds zijn gerapporteerd in de posten 3.1 tot en met 3.7. Hetzelfde geldt voor gevallen waarin misschien prepositioning van activa als zekerheid door de rapporterende instelling nodig is om deze op te nemen, zoals in dit veld gerapporteerd.

1010

3.8.1 Faciliteiten van niveau 1

Het in post 3.8 gerapporteerde bedrag dat een faciliteit van de centrale bank is in de zin van artikel 19, lid 1, punt b), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.

1020

3.8.2 Faciliteiten voor beperkt gebruik van niveau 2B

Het in post 3.8 gerapporteerde bedrag dat faciliteiten zijn in de zin van artikel 14 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.

1030

3.8.3 IPS-faciliteiten van niveau 2B

Het in post 3.8 gerapporteerde bedrag dat liquiditeitsfinanciering is in de zin van artikel 16, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.

1040

3.8.4 Overige faciliteiten

Het in post 3.8 gerapporteerde bedrag dat niet in de posten 3.8.1 tot en met 3.8.3 is gerapporteerd.

1050

3.8.4.1 Van tegenpartijen binnen een groep

Het in post 3.8.4 gerapporteerde bedrag waarbij de tegenpartij een moeder- of dochterinstelling is van de kredietinstelling of een andere dochterinstelling van dezelfde moederinstelling of met de kredietinstelling verbonden is door een betrekking in de zin van artikel 22, lid 7, van Richtlijn 2013/34/EU, of een lid is van hetzelfde institutionele protectiestelsel, als bedoeld in artikel 113, lid 7, van Verordening (EU) nr. 575/2013, dan wel de centrale instelling of een aangesloten instelling van een netwerk of coöperatieve groep als bedoeld in artikel 10 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

1060

3.8.4.2 Van andere tegenpartijen

Het in post 3.8.4 gerapporteerde bedrag dat niet in post 3.8.4.1 is opgenomen.

1070

3.9 Nettowijziging neutraliserende capaciteit

Hier wordt de nettowijziging gerapporteerd van blootstellingen met betrekking tot de posten 3.2, 3.3, 3.4 en 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8 die, respectievelijk, centrale banken, effectenstromen en toegezegde kredietlijnen in een bepaald tijdsinterval vertegenwoordigen.

1080

3.10 Gecumuleerde neutraliserende capaciteit

Gecumuleerd bedrag van de neutraliserende capaciteit vanaf de rapportagedatum tot aan de bovengrens van een betrokken tijdsinterval.

1090-1140

4 VOORWAARDELIJKE UITSTROMEN

De rubriek „voorwaardelijke uitstromen” van de looptijdklassen bevat informatie over voorwaardelijke uitstromen.

1090

4.1 Uitstromen uit hoofde van gecommitteerde faciliteiten

Kasuitstromen die voortvloeien uit gecommitteerde faciliteiten. De instellingen rapporteren het maximumbedrag dat in een bepaalde periode als uitstroom kan worden opgenomen. Voor revolverende kredietfaciliteiten wordt alleen het bedrag gerapporteerd dat de bestaande lening overschrijdt.

1091

4.1.0.1 waarvan: Intragroeps of IPS

Het in post 4.1 gerapporteerde bedrag aan voorwaardelijke uitstromen waarbij de tegenpartij een moeder- of dochterinstelling is van de kredietinstelling of een andere dochterinstelling van dezelfde moederinstelling of met de kredietinstelling verbonden is door een betrekking in de zin van artikel 22, lid 7, van Richtlijn 2013/34/EU, of een lid is van hetzelfde institutionele protectiestelsel, als bedoeld in artikel 113, lid 7, van Verordening (EU) nr. 575/2013, dan wel de centrale instelling of een aangesloten instelling van een netwerk of coöperatieve groep als bedoeld in artikel 10 van Verordening (EU) nr. 575/2013.

1100

4.1.1 Gecommitteerde kredietfaciliteiten

Het in post 4.1 gerapporteerde bedrag dat voortvloeit uit gecommitteerde kredietfaciliteiten overeenkomstig artikel 31 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.

1110

4.1.1.1 Door de ontvanger als niveau 2B beschouwd

Het in post 4.1.1 gerapporteerde bedrag dat wordt beschouwd als liquiditeitsfinanciering in de zin van artikel 16, lid 2, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.

1120

4.1.1.2 Overige

Het in post 4.1.1 gerapporteerde bedrag dat niet in post 4.1.1.1 is opgenomen.

1130

4.1.2 Liquiditeitsfaciliteiten

Het in post 4.1 gerapporteerde bedrag dat voortvloeit uit gecommitteerde kredietfaciliteiten overeenkomstig artikel 31 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61.

1131

4.1a Uitstromen uit hoofde van niet-gecommitteerde faciliteiten

Niet-gecommitteerde krediet- en liquiditeitsfaciliteiten overeenkomstig artikel 23, lid 1, punten a), b), d) en e), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61. De instellingen rapporteren als uitstroom het maximumbedrag dat in een bepaalde periode kan worden opgenomen, gerapporteerd in het interval dat overeenstemt met de vroegste beschikbaarheid ervan. In deze rij worden geen garanties gerapporteerd.

1140

4.2 Uitstromen als gevolg van ratingverlagingstriggers

Instellingen rapporteren hier het effect van een wezenlijke verslechtering van hun kredietkwaliteit die een verlaging van hun externe kredietbeoordeling met ten minste drie stappen inhoudt.

Positieve bedragen vertegenwoordigen voorwaardelijke uitstromen en negatieve bedragen vertegenwoordigen een verlaging van de oorspronkelijke verplichting.

Als het effect van de ratingverlaging een vervroegde aflossing van uitstaande verplichtingen is, worden de desbetreffende verplichtingen gerapporteerd met een minteken in een looptijdklasse waar zij in post 1 worden gerapporteerd en tegelijkertijd met een plusteken in een looptijdklasse wanneer de verplichting opeisbaar wordt, indien de effecten van de ratingverlaging op de rapportagedatum van toepassing worden.

Als het effect van de ratingverlaging een margin calls is, wordt de marktwaarde van de te stellen zekerheid gerapporteerd met een plusteken in een looptijdklasse wanneer het vereiste opeisbaar wordt, indien de effecten van de ratingverlaging op de rapportagedatum van toepassing worden.

Als het effect van de ratingverlaging een verandering is van de rechten tot herbelening van de effecten die van tegenpartijen als zekerheden ontvangen zijn, wordt de marktwaarde van de betrokken effecten gerapporteerd met een plusteken in een looptijdklasse wanneer de effecten niet langer beschikbaar zijn voor de rapporterende instelling, indien de effecten van de ratingverlaging op de rapportagedatum van toepassing worden.

1150-1290

PRO-MEMORIEPOSTEN

1230

13 Voor centrale bank beleenbare HQLA — Verhandelbare activa

Het in de posten 3.3, 3.4 en 3.5 gerapporteerde bedrag dat een toelaatbare zekerheid vormt voor normale liquiditeitsoperaties van de centrale bank waartoe de instelling op haar consolidatieniveau direct toegang heeft.

Voor activa in een valuta die in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/233 van de Commissie is opgenomen als een valuta waarvoor de centrale bank zeer nauw omschreven toelaatbaarheidscriteria hanteert, laten de instellingen dit veld open.

1241

14 In 3.6 gerapporteerde activa die geen voor een centrale bank beleenbare HQLA zijn

Het in post 3.6 gerapporteerde totaalbedrag dat een toelaatbare zekerheid vormt voor normale liquiditeitsoperaties van de centrale bank waartoe de instelling op haar consolidatieniveau direct toegang heeft.

Voor activa in een valuta die in de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/233 van de Commissie is opgenomen als een valuta waarvoor de centrale bank zeer nauw omschreven toelaatbaarheidscriteria hanteert, laten de instellingen dit veld open.

1270

17 Gedragsgebaseerde uitstromen van deposito’s

Het in post 1.3 gerapporteerde bedrag, opnieuw verdeeld over de tijdsintervallen volgens de gedragsgebaseerde looptijd, op basis van de gebruikelijke gang van zaken die ten behoeve van het liquiditeitsrisicobeheer van de rapporterende instelling wordt gebruikt. „Gebruikelijke gang van zaken” betekent in dit verband een situatie waarin ervan wordt uitgegaan dat geen liquiditeitsstress optreedt.

De verdeling weerspiegelt de starheid van de deposito’s.

Deze post houdt geen rekening met aannames uit het ondernemingsplan en bevat dus geen informatie over nieuwe bedrijfsactiviteiten.

De toewijzing aan de tijdsintervallen gebeurt volgens de fijnmazigheid die voor interne doeleinden wordt gehanteerd. Niet alle tijdsintervallen hoeven dus te worden ingevuld.

1280

18 Gedragsgebaseerde instromen van leningen en voorschotten

Het in post 2.2 gerapporteerde bedrag, opnieuw verdeeld over de tijdsintervallen volgens de gedragsgebaseerde looptijd, op basis van de gebruikelijke gang van zaken die ten behoeve van het liquiditeitsrisicobeheer van de rapporterende instelling wordt gebruikt. „Gebruikelijke gang van zaken” betekent in dit verband een situatie waarin ervan wordt uitgegaan dat geen liquiditeitsstress optreedt.

Deze post houdt geen rekening met aannames uit het ondernemingsplan en dus ook niet met nieuwe bedrijfsactiviteiten.

De toewijzing aan de tijdsintervallen gebeurt volgens de fijnmazigheid die voor interne doeleinden wordt gehanteerd. Niet alle tijdsintervallen hoeven dus te worden ingevuld.

1290

19 Gedragsgebaseerde opvragingen van gecommitteerde faciliteiten

Het in post 4.1 gerapporteerde bedrag, opnieuw verdeeld over de tijdsintervallen volgens het gedragsgebaseerde niveau van de opvragingen en de daaruit resulterende liquiditeitsbehoeften, op basis van de gebruikelijke gang van zaken die ten behoeve van het liquiditeitenrisicobeheer van de rapporterende instelling wordt gebruikt. „Gebruikelijke gang van zaken” betekent in dit verband een situatie waarin ervan wordt uitgegaan dat geen liquiditeitsstress optreedt.

Deze post houdt geen rekening met aannames uit het ondernemingsplan en dus ook niet met nieuwe bedrijfsactiviteiten.

De toewijzing aan de tijdsintervallen gebeurt volgens de fijnmazigheid die voor interne doeleinden wordt gehanteerd. Niet alle tijdsintervallen hoeven dus te worden ingevuld.

(1)   

http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX%3A32015R0233

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis
  • Builddate: 01.09.2024 00:00:00 -Doknr: CELEX:32021R0451
  • EULAW_ET -

    EULAW_ET