+VERORDENING (EU) Nr. 260/2012 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 maart 2012 tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009 (Voor de EER relevante tekst)
---+Artikel 1 Onderwerp en toepassingsgebied
------+Artikel 1 1.
------+Artikel 1 2.
------+Artikel 1 3.
---+Artikel 2 Definities
---+Artikel 3 Bereikbaarheid
------+Artikel 3 1.
------+Artikel 3 2.
------+Artikel 3 3.
---+Artikel 4 Interoperabiliteit
------+Artikel 4 1.
------+Artikel 4 2.
------+Artikel 4 3.
------+Artikel 4 4.
------+Artikel 4 5.
---+Artikel 5 Vereisten voor overmakings- en automatischeafschrijvingsstransacties
------+Artikel 5 1.
------+Artikel 5 2.
------+Artikel 5 3.
------+Artikel 5 4.
------+Artikel 5 5.
------+Artikel 5 6.
------+Artikel 5 7.
------+Artikel 5 8.
---+Artikel 5 bis Instantovermakingstransacties
------+Artikel 5 bis 1.
------+Artikel 5 bis 2.
------+Artikel 5 bis 3.
------+Artikel 5 bis 4.
------+Artikel 5 bis 5.
------+Artikel 5 bis 6.
------+Artikel 5 bis 7.
------+Artikel 5 bis 8.
---+Artikel 5 ter Kosten in verband met overmakingen en verificatie van de begunstigde
------+Artikel 5 ter 1.
------+Artikel 5 ter 2.
------+Artikel 5 ter 3.
---+Artikel 5 quater Verificatie van de begunstigde in het geval van overmakingen
------+Artikel 5 quater 1.
------+Artikel 5 quater 2.
------+Artikel 5 quater 3.
------+Artikel 5 quater 4.
------+Artikel 5 quater 5.
------+Artikel 5 quater 6.
------+Artikel 5 quater 7.
------+Artikel 5 quater 8.
------+Artikel 5 quater 9.
---+Artikel 5 quinquies Screening van betalingsdienstgebruikers door betalingsdienstaanbieders die instantovermakingen aanbieden om te controleren of het een aan gerichte financiële beperkende maatregelen onderworpen persoon of entiteit betreft
------+Artikel 5 quinquies 1.
------+Artikel 5 quinquies 2.
------+Artikel 5 quinquies 3.
---+Artikel 6 Einddata
------+Artikel 6 1.
------+Artikel 6 2.
------+Artikel 6 3.
------+Artikel 6 4.
---+Artikel 7 Geldigheid van mandaten en recht op terugbetaling
------+Artikel 7 1.
------+Artikel 7 2.
---+Artikel 8 Afwikkelingsvergoedingen voor automatischeafschrijvingstransacties
------+Artikel 8 1.
------+Artikel 8 2.
------+Artikel 8 3.
---+Artikel 9 Toegankelijkheid van betalingen
------+Artikel 9 1.
------+Artikel 9 2.
---+Artikel 10 Bevoegde autoriteiten
------+Artikel 10 1.
------+Artikel 10 2.
------+Artikel 10 3.
------+Artikel 10 4.
---+Artikel 11 Sancties
------+Artikel 11 1.
------+Article 11 1a.
------+Article 11 1b.
------+Article 11 1c.
------+Article 11 1d.
------+Artikel 11 2.
---+Artikel 12 Buitengerechtelijke klachten- en verhaalprocedures
------+Artikel 12 1.
------+Artikel 12 2.
------+Artikel 12 3.
---+Artikel 13 Delegatie van bevoegdheden
---+Artikel 14 Uitoefening van de delegatie
------+Artikel 14 1.
------+Artikel 14 2.
------+Artikel 14 3.
------+Artikel 14 4.
------+Artikel 14 5.
---+Artikel 15 Herziening
------+Artikel 15 1.
------+Artikel 15 2.
------+Artikel 15 3.
------+Artikel 15 4.
------+Artikel 15 5.
------+Artikel 15 6.
---+Artikel 16 Overgangsbepalingen
------+Artikel 16 1.
------+Artikel 16 2.
------+Artikel 16 3.
------+Artikel 16 4.
------+Artikel 16 5.
------+Artikel 16 6.
------+Artikel 16 7.
------+Artikel 16 8.
------+Artikel 16 9.
---+Artikel 17 Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 924/2009
---+Artikel 18 Inwerkingtreding
---+BIJLAGE
English - European Union - Financial Industry - Banking -

VERORDENING (EU) Nr. 260/2012 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 14 maart 2012 tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009 (Voor de EER relevante tekst)

VERORDENING (EU) Nr. 260/2012 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 14 maart 2012

tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009

(Voor de EER relevante tekst)

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
Artikel 1 Onderwerp en toepassingsgebied
Artikel 2 Definities

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1.

„overmaking” : een binnenlandse of grensoverschrijdende betalingsdienst voor het crediteren van de betaalrekening van een begunstigde met een betalingstransactie of een reeks betalingstransacties van een betaalrekening van een betaler door de betalingsdienstaanbieder die de betaalrekening van de betaler beheert, op basis van een door de betaler gegeven instructie;

▼M2

1 bis)

„instantovermaking” : een overmaking die onmiddellijk wordt uitgevoerd, 24 uur per etmaal en op elke kalenderdag;

1 ter)

„betalingsinitiatiekanaal” : een methode, apparaat of procedure waarmee betalers betalingsopdrachten bij hun betalingsdienstaanbieder kunnen plaatsen voor een overmaking, met inbegrip van onlinebankieren, een mobiele bankapplicatie, een geldautomaat, of op enige andere wijze in de bedrijfsgebouwen van de betalingsdienstaanbieder;

1 quater)

„betalingsinitiatiedienstaanbieder” : betalingsinitiatiedienstaanbieder zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 18), van Richtlijn (EU) 2015/2366 van het Europees Parlement en de Raad ( 2 );

1 quinquies)

„naam van de begunstigde” : voor een natuurlijk persoon, de naam en achternaam, en voor een rechtspersoon, de handelsnaam of de officiële naam;

1 sexies)

„gerichte financiële beperkende maatregel” : bevriezing van de activa van een persoon, orgaan of entiteit, of een verbod om geldmiddelen of economische middelen direct of indirect aan of ten gunste van een persoon, orgaan of entiteit beschikbaar te stellen op grond van beperkende maatregelen die overeenkomstig artikel 215 VWEU zijn vastgesteld;

1 septies)

„identificatiecode voor juridische entiteiten” : of “LEI” (Legal Entity Identifier): aan een rechtspersoon overeenkomstig ISO-norm 17442 toegewezen alfanumerieke referentiecode;

▼B

2.

„automatische afschrijving” : een binnenlandse of grensoverschrijdende betalingsdienst voor debiteringen van de betaalrekening van een betaler, waarbij een betalingstransactie wordt geïnitieerd door de begunstigde op basis van een door de betaler verstrekte instemming;

3.

„betaler” : hetzij een natuurlijk of een rechtspersoon die houder is van een betaalrekening en een betalingsopdracht vanaf die betaalrekening toestaat, hetzij, als er geen betaalrekening van de betaler is, een natuurlijke of rechtspersoon die een betalingsopdracht geeft naar de betaalrekening van een begunstigde;

4.

„begunstigde” : een natuurlijk of een rechtspersoon die een betaalrekening heeft en die de beoogde ontvanger is van de geldmiddelen waarop een betalingstransactie betrekking heeft;

▼M2

5.

„betaalrekening” : een betaalrekening als gedefinieerd in artikel 4, punt 12), van Richtlijn (EU) 2015/2366;

▼B

6.

„betalingssysteem” : een systeem voor de overmaking van geld met formele en gestandaardiseerde regelingen en gemeenschappelijke voorschriften voor de verwerking, clearing of afwikkeling van betalingstransacties;

7.

„betalingsschema” : een enkel geheel van tussen betalingsdienstaanbieders overeengekomen voorschriften, praktijken, standaarden en/of uitvoeringsrichtsnoeren voor betalingstransacties over de hele Unie en binnen lidstaten dat losstaat van een infrastructuur die of betalingssysteem dat de werking ervan ondersteunt;

8.

„betalingsdienstaanbieder” : een aanbieder van betalingsdiensten, die valt onder de in artikel 1, lid 1, van Richtlijn 2007/64/EG bedoelde categorieën en de in artikel 26 van Richtlijn 2007/64/EG bedoelde natuurlijke of rechtspersonen, met uitzondering van de instanties vermeld in artikel 2 van Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen ( 3 ) waaraan ontheffing is verleend op grond van artikel 2, lid 3, van Richtlijn 2007/64/EG;

9.

„betalingsdienstgebruiker” : een natuurlijk of rechtspersoon die in de hoedanigheid van betaler of begunstigde van een betalingsdienst gebruikmaakt;

10.

„betalingstransactie” : een door de betaler of de begunstigde geïnitieerde handeling waarbij geldmiddelen worden overgemaakt tussen betaalrekeningen in de Unie, ongeacht of er onderliggende verplichtingen tussen de betaler en de begunstigde bestaan;

11.

„betalingsopdracht” : een door een betaler of begunstigde aan zijn betalingsdienstaanbieder gegeven instructie om een betalingstransactie uit te voeren;

12.

„afwikkelingsvergoeding” : een vergoeding die voor automatischeafschrijvingstransacties tussen de betalingsdienstaanbieder van de betaler en van de begunstigde wordt betaald;

13.

„MIF” : een multilaterale afwikkelingsvergoeding (multilateral interchange fee) die het voorwerp is van een akkoord tussen meer dan twee betalingsdienstaanbieders;

14.

„BBAN” : een identificatienummer van een betaalrekening, dat een individuele betaalrekening bij een betalingsdienstaanbieder ondubbelzinnig identificeert in een lidstaat en dat alleen voor binnenlandse betalingstransacties kan worden gebruikt, terwijl dezelfde betaalrekening wordt geïdentificeerd door middel van IBAN voor grensoverschrijdende betalingstransacties;

15.

„IBAN” : een identificatienummer van een internationale betaalrekening, dat een individuele betaalrekening ondubbelzinnig identificeert in een lidstaat, en waarvan de elementen zijn omschreven door de Internationale Organisatie voor Normalisatie (International Standard Organisation — ISO);

16.

„BIC” : een bedrijfsidentificatiecode die een betalingsdienstaanbieder ondubbelzinnig identificeert, en waarvan de elementen zijn omschreven door de ISO;

17.

„ISO 20022 XML-norm” : een norm voor de ontwikkeling van elektronische financiële berichten zoals gedefinieerd door de ISO, die de fysieke weergave van de betalingstransacties in XML-syntax omvat, overeenkomstig de sectorvoorschriften en uitvoeringsrichtsnoeren van Uniebrede schema’s voor betalingstransacties die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen;

18.

„betalingssysteem voor grote bedragen” : een betalingssysteem met als hoofddoel de verwerking, clearing of afwikkeling van enkelvoudige betalingstransacties van hoge prioriteit en urgentie en van voornamelijk grote bedragen;

19.

„afwikkelingsdatum” : datum waarop de verplichtingen met betrekking tot de overschrijving van geldmiddelen tussen de betalingsdienstaanbieder van de betaler en de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde worden nagekomen;

20.

„inning” : onderdeel van een automatischeafschrijvingstransactie die begint bij de initiatie ervan door de begunstigde en eindigt door de normale debitering van de betaalrekening van de betaler;

21.

„mandaat” : de uitdrukking van instemming en machtiging die de betaler aan de begunstigde en (rechtstreeks of onrechtstreeks via de begunstigde) aan de betalingsdienstaanbieder van de betaler geeft om de begunstigde in staat te stellen een inning te initiëren voor het debiteren van de door de betaler aangewezen betaalrekening en de betalingsdienstaanbieder van de betaler in staat te stellen deze instructies uit te voeren;

▼M2

22.

„retailbetalingssysteem” : een betalingssysteem dat hoofdzakelijk bedoeld is voor de verwerking, clearing of afwikkeling van overmakingen of automatische afschrijvingen die voornamelijk kleine bedragen betreffen, en dat geen betalingssysteem voor grote bedragen is;

▼B

23.

„micro-onderneming” : een onderneming die op het tijdstip van sluiting van het betalingsdienstencontract een onderneming is als gedefinieerd in artikel 1 en artikel 2, leden 1 en 3, van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie ( 4 );

24.

„consument” : een natuurlijk persoon die in het kader van betalingsdienstencontracten, handelt voor doeleinden die buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit vallen;

25.

„R-transactie” : een betalingstransactie die niet juist kan worden uitgevoerd door een betalingsdienstaanbieder of die een uitzonderingsverwerking tot gevolg heeft, onder andere door een gebrek aan geldmiddelen, herroeping, een foutief bedrag of foutieve datum, een ontbrekend mandaat of een verkeerde of opgeheven rekening;

26.

„grensoverschrijdende betalingstransactie” : een betalingstransactie geïnitieerd door een betaler of door een begunstigde, waarbij de betalingsdienstaanbieder van de betaler en de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde zich in verschillende lidstaten bevinden;

27.

„binnenlandse betalingstransactie” : een betalingstransactie geïnitieerd door een betaler of door een begunstigde, waarbij de betalingsdienstaanbieder van de betaler en de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde zich in dezelfde lidstaat bevinden;

28.

„referentie” : een natuurlijke of rechtspersoon namens wie de betaler een betaling verricht of de begunstigde een betaling ontvangt.

Artikel 3 Bereikbaarheid
Artikel 4 Interoperabiliteit
Artikel 5 Vereisten voor overmakings- en automatischeafschrijvingsstransacties
Artikel 5 bis Instantovermakingstransacties
Artikel 5 ter Kosten in verband met overmakingen en verificatie van de begunstigde
Artikel 5 quater Verificatie van de begunstigde in het geval van overmakingen
Artikel 5 quinquies Screening van betalingsdienstgebruikers door betalingsdienstaanbieders die instantovermakingen aanbieden om te controleren of het een aan gerichte financiële beperkende maatregelen onderworpen persoon of entiteit betreft
Artikel 6 Einddata
Artikel 7 Geldigheid van mandaten en recht op terugbetaling
Artikel 8 Afwikkelingsvergoedingen voor automatischeafschrijvingstransacties
Artikel 9 Toegankelijkheid van betalingen
Artikel 10 Bevoegde autoriteiten
Artikel 11 Sancties
Artikel 12 Buitengerechtelijke klachten- en verhaalprocedures
Artikel 13 Delegatie van bevoegdheden

Artikel 13

Delegatie van bevoegdheden

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 14 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlage te wijzigen, teneinde rekening te houden met de technische vooruitgang en de ontwikkelingen op de markt.

Artikel 14 Uitoefening van de delegatie
Artikel 15 Herziening
Artikel 16 Overgangsbepalingen
Artikel 17 Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 924/2009

Artikel 17

Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 924/2009

Verordening (EG) nr. 924/2009 wordt als volgt gewijzigd:

1) 

In artikel 2 wordt punt 10 vervangen door:

„10.

„geldmiddelen” : bankbiljetten en muntstukken, giraal geld en elektronisch geld als gedefinieerd in artikel 2, lid 2, van Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het bedrijfseconomisch toezicht op de werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld ( *1 ).

2) 

In artikel 3 wordt lid 1 vervangen door:

„1.  
De kosten die een betalingsdienstaanbieder de gebruiker van betalingsdiensten voor grensoverschrijdende betalingen aanrekent, zijn dezelfde als de kosten welke die betalingsdienstaanbieder gebruikers van betalingsdiensten aanrekent voor overeenkomstige binnenlandse betalingen van dezelfde waarde en in dezelfde valuta.”.
3) 

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

a) 

lid 2 wordt geschrapt;

b) 

lid 3 wordt vervangen door:

„3.  
De betalingsdienstaanbieder mag extra kosten aanrekenen naast de overeenkomstig artikel 3, lid 1, aan de betalingsdienstgebruiker aangerekende kosten, wanneer die gebruiker de betalingsdienstaanbieder de opdracht geeft een grensoverschrijdende betaling uit te voeren zonder het IBAN mede te delen en, waar passend en overeenkomstig Verordening (EU) nr. 260/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009 ( *2 ), de betreffende BIC voor de betaalrekening in de andere lidstaat. Die extra kosten zijn passend en in overeenstemming met de reële kosten. Zij worden overeengekomen door de betalingsdienstaanbieder en de betalingsdienstgebruiker. De betalingsdienstaanbieder stelt de betalingsdienstgebruiker in kennis van het bedrag van de extra kosten, ruimschoots voordat de betalingsdienstgebruiker door een dergelijke overeenkomst is gebonden.
4) 

In artikel 5 wordt lid 1 vervangen door:

„1.  
De lidstaten schaffen op 1 februari 2016 alle voor betalingsdienstaanbieders geldende, op betalingen gebaseerde nationale rapportageverplichtingen af voor betalingsbalansstatistieken met betrekking tot betalingstransacties van hun klanten.”.
5) 

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

a) 

in lid 1 wordt de datum „1 november 2012” vervangen door „1 februari 2017”;

b) 

in lid 2 wordt de datum „1 november 2012” vervangen door „1 februari 2017”;

c) 

in lid 3 wordt de datum „1 november 2012” vervangen door „1 februari 2017”.

6) 

Artikel 8 wordt geschrapt.

Artikel 18 Inwerkingtreding

Artikel 18

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

BIJLAGE




BIJLAGE

TECHNISCHE VEREISTEN (ARTIKEL 5)

1. Naast de essentiële voorschriften in artikel 5 zijn de volgende technische vereisten van toepassing op overmakings- en automatischeafschrijvingstransacties:

a) 

De identificator van de betaalrekening als bedoeld in artikel 5, lid 1, onder a) en c), moet IBAN zijn.

b) 

De norm voor berichtenformaten als bedoeld in artikel 5, lid 1, onder b) en d), moet de norm ISO 20022 XML zijn.

c) 

Het veld voor de transactiemededeling moet ruimte bieden voor 140 karakters. Betalingsschema’s mogen ruimte voor meer karakters toestaan, behalve als de apparatuur die gebruikt wordt voor het overdragen van de informatie, technisch beperkt is wat het aantal karakters betreft, in welk geval dit technische maximum van de apparatuur geldt.

d) 

De informatie in de transactiemededeling en alle andere gegevenselementen die overeenkomstig de punten 2 en 3 van deze bijlage worden verstrekt, moeten volledig en ongewijzigd door de hele betalingsketen van de ene betalingsdienstaanbieder aan de andere worden doorgegeven.

e) 

Zodra de vereiste gegevens in elektronische vorm beschikbaar zijn, moeten de betalingstransacties een volautomatische, elektronische verwerking in alle procesfasen van de hele betalingsketen mogelijk maken („straight through processing” van begin tot einde), waardoor het hele betalingsproces elektronisch kan verlopen zonder dat gegevens opnieuw hoeven te worden ingevoerd of dat manuele interventie nodig is. Dit moet ook gelden, voor zover mogelijk, voor de uitzonderlijke behandeling van overmakings- en automatischeafschrijvingstransacties.

f) 

Betalingsregelingen moeten geen minimumwaarde vastleggen voor het bedrag van de betalingstransactie vanaf hetwelk overmakingen en automatische afschrijvingen mogelijk zijn, maar er geldt geen verplichting betalingstransacties te verwerken met een nulbedrag.

g) 

Betalingsschema’s worden niet verplicht overmakingen en automatische afschrijvingen ten bedrage van meer dan 999 999 999,99  EUR uit te voeren.

2. Naast de in punt 1 genoemde vereisten zijn de volgende vereisten van toepassing op overmakingstransacties.

a) 

De in artikel 5, lid 2, onder a), bedoelde gegevenselementen zijn de volgende:

i) 

de naam van de betaler en/of het IBAN van de betaalrekening van de betaler;

ii) 

het bedrag van de overmaking;

iii) 

het IBAN van de betaalrekening van de begunstigde;

iv) 

indien beschikbaar, de naam van de begunstigde;

v) 

de eventuele informatie in de transactiemededeling.

b) 

De in artikel 5, lid 2, onder b), bedoelde gegevenselementen zijn de volgende:

i) 

de naam van de betaler;

ii) 

het IBAN van de betaalrekening van de betaler;

iii) 

het bedrag van de overmaking;

iv) 

het IBAN van de betaalrekening van de begunstigde;

v) 

de eventuele informatie in de transactiemededeling;

vi) 

de identificator van de begunstigde;

vii) 

eventueel de naam van de referentie van de begunstigde;

viii) 

het eventuele doel van de overmaking;

ix) 

de eventuele categorie van het doel van de overmaking.

c) 

Voorts moeten de volgende verplichte gegevenselementen worden verstrekt door de betalingsdienstaanbieder van de betaler aan de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde:

i) 

de BIC van de betalingsdienstaanbieder van de betaler (tenzij anders overeengekomen door de bij de betalingstransactie betrokken betalingsdienstaanbieders);

ii) 

de BIC van de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde (tenzij anders overeengekomen door de bij de betalingstransactie betrokken betalingsdienstaanbieders);

iii) 

de identificator van het betalingsschema;

iv) 

de afwikkelingsdatum van de overmaking;

v) 

het door de betalingsdienstaanbieder van de betaler opgegeven referentienummer van het overmakingsbericht.

d) 

De in artikel 5, lid 2, onder c), bedoelde gegevenselementen zijn de volgende:

i) 

de naam van de betaler;

ii) 

het bedrag van de overmaking;

iii) 

de eventuele informatie in de transactiemededeling.

3. Naast de in punt 1 genoemde vereisten zijn de volgende vereisten van toepassing op automatischeafschrijvingstransacties.

a) 

De in artikel 5, lid 3, onder a), i), bedoelde gegevenselementen zijn de volgende:

i) 

het soort automatische afschrijving (terugkerende, eenmalige, eerste, laatste of herroeping);

ii) 

de naam van de begunstigde;

iii) 

het IBAN van de betaalrekening van de begunstigde die voor de inning moet worden gecrediteerd;

iv) 

indien beschikbaar, de naam van de betaler;

v) 

het IBAN van de betaalrekening van de betaler die voor de inning moet worden gedebiteerd;

vi) 

de unieke referentie van het mandaat;

vii) 

de datum van ondertekening van het mandaat, indien het mandaat van de betaler is verleend na 31 maart 2012;

viii) 

het bedrag van de inning;

ix) 

de unieke referentie van het mandaat zoals deze is vermeld door de oorspronkelijke begunstigde die het mandaat heeft gegeven, indien het mandaat door een andere begunstigde is overgenomen dan de begunstigde die het mandaat heeft gegeven;

x) 

de identificator van de begunstigde;

xi) 

de identificator van de oorspronkelijke begunstigde die het mandaat heeft gegeven, indien het mandaat door een andere begunstigde is overgenomen dan de begunstigde die het mandaat heeft gegeven;

xii) 

de eventuele informatie in de transactiemededeling van de begunstigde aan de betaler;

xiii) 

het eventuele doel van de inning;

xiv) 

de eventuele categorie van het doel van de inning.

b) 

De in artikel 5, lid 3, onder b), bedoelde gegevenselementen zijn de volgende:

i) 

de BIC van de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde (tenzij anders overeengekomen door de bij de betalingstransactie betrokken betalingsdienstaanbieders);

ii) 

de BIC van de betalingsdienstaanbieder van de betaler (tenzij anders overeengekomen door de bij de betalingstransactie betrokken betalingsdienstaanbieders);

iii) 

de naam van de referentie van de betaler (als deze voorkomt in het gedematerialiseerde mandaat);

iv) 

de identificator van de referentie van de betaler (als deze voorkomt in het gedematerialiseerde mandaat);

v) 

de naam van de referentie van de begunstigde (als deze voorkomt in het gedematerialiseerde mandaat);

vi) 

de identificator van de referentie van de begunstigde (als deze voorkomt in het gedematerialiseerde mandaat);

vii) 

de identificator van het betalingsschema;

viii) 

de afwikkelingsdatum van de inning;

ix) 

de door de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde opgegeven referentie van de inning;

x) 

het soort mandaat;

xi) 

het soort automatische afschrijving (terugkerende, eenmalige, eerste, laatste of herroeping);

xii) 

de naam van de begunstigde;

xiii) 

het IBAN van de betaalrekening van de begunstigde die voor de inning moet worden gecrediteerd;

xiv) 

indien beschikbaar, de naam van de betaler;

xv) 

het IBAN van de betaalrekening van de betaler die voor de inning moet worden gedebiteerd;

xvi) 

de unieke referentie van het mandaat;

xvii) 

de datum van ondertekening van het mandaat, indien het mandaat door de betaler is verleend na 31 maart 2012;

xviii) 

het bedrag van de inning;

xix) 

de unieke referentie van het mandaat zoals deze is vermeld door de oorspronkelijke begunstigde die het mandaat heeft verleend (als het mandaat door een andere begunstigde is overgenomen dan de begunstigde die het mandaat heeft verleend);

xx) 

de identificator van de begunstigde;

xxi) 

de identificator van de oorspronkelijke begunstigde die het mandaat heeft verleend (als het mandaat door een andere begunstigde is overgenomen dan de begunstigde die het mandaat heeft verleend);

xxii) 

de eventuele informatie in de transactiemededeling van de begunstigde aan de betaler.

c) 

De in artikel 5, lid 3, onder c), bedoelde gegevenselementen zijn de volgende:

i) 

de unieke referentie van het mandaat;

ii) 

de identificator van de begunstigde;

iii) 

de naam van de begunstigde;

iv) 

het bedrag van de inning;

v) 

de eventuele informatie in de transactiemededeling;

vi) 

de identificatiecode van het betalingsschema.

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis