+VERORDENING (EU) 2023/1542 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 12 juli 2023 inzake batterijen en afgedankte batterijen, tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG en Verordening (EU) 2019/1020 en tot intrekking van Richtlijn 2006/66/EG (Voor de EER relevante tekst)
---+HOOFDSTUK I Algemene bepalingen
------+Artikel 1 Onderwerp en toepassingsgebied
---------+Artikel 1 1.
---------+Artikel 1 2.
---------+Artikel 1 3.
---------+Artikel 1 4.
---------+Artikel 1 5.
---------+Artikel 1 6.
------+Artikel 2 Doelstellingen
------+Artikel 3 Definities
---------+Artikel 3 1.
---------+Artikel 3 2.
------+Artikel 4 Vrij verkeer
---------+Artikel 4 1.
---------+Artikel 4 2.
------+Artikel 5 Vereisten ten aanzien van duurzaamheid, veiligheid, etikettering en informatie voor batterijen
---------+Artikel 5 1.
---------+Artikel 5 2.
---+HOOFDSTUK II Duurzaamheids- en veiligheidseisen
------+Artikel 6 Beperkingen voor stoffen
---------+Artikel 6 1.
---------+Artikel 6 2.
---------+Artikel 6 3.
---------+Artikel 6 4.
---------+Artikel 6 5.
------+Artikel 7 Koolstofvoetafdruk van batterijen voor elektrische voertuigen, oplaadbare industriële batterijen en batterijen voor lichte vervoermiddelen
---------+Artikel 7 1.
---------+Artikel 7 2.
---------+Artikel 7 3.
---------+Artikel 7 4.
---------+Artikel 7 5.
------+Artikel 8 Gehalte aan gerecycled materiaal in industriële batterijen, batterijen voor elektrische voertuigen, batterijen voor lichte vervoermiddelen en start-, verlichtings- en ontstekingsbatterijen
---------+Artikel 8 1.
---------+Artikel 8 2.
---------+Artikel 8 3.
---------+Artikel 8 4.
---------+Artikel 8 5.
---------+Artikel 8 6.
------+Artikel 9 Prestatie- en duurzaamheidseisen voor draagbare batterijen voor algemeen gebruik
---------+Artikel 9 1.
---------+Artikel 9 2.
---------+Artikel 9 3.
------+Artikel 10 Prestatie- en duurzaamheidseisen voor oplaadbare industriële batterijen, batterijen voor lichte vervoermiddelen en batterijen voor elektrische voertuigen
---------+Artikel 10 1.
---------+Artikel 10 2.
---------+Artikel 10 3.
---------+Artikel 10 4.
---------+Artikel 10 5.
---------+Artikel 10 6.
------+Artikel 11 Mogelijkheid tot afzondering en vervanging van draagbare batterijen en batterijen voor lichte vervoermiddelen
---------+Artikel 11 1.
---------+Artikel 11 2.
---------+Artikel 11 3.
---------+Artikel 11 4.
---------+Artikel 11 5.
---------+Artikel 11 6.
---------+Artikel 11 7.
---------+Artikel 11 8.
---------+Artikel 11 9.
------+Artikel 12 Veiligheid van stationaire batterijsystemen voor energieopslag
---------+Artikel 12 1.
---------+Artikel 12 2.
---------+Artikel 12 3.
---+HOOFDSTUK III Etiketterings-, markerings- en informatievereisten
------+Artikel 13 Etikettering en markering van batterijen
---------+Artikel 13 1.
---------+Artikel 13 2.
---------+Artikel 13 3.
---------+Artikel 13 4.
---------+Artikel 13 5.
---------+Artikel 13 6.
---------+Artikel 13 7.
---------+Artikel 13 8.
---------+Artikel 13 9.
---------+Artikel 13 10.
------+Artikel 14 Informatie over de conditie en de verwachte levensduur van batterijen
---------+Artikel 14 1.
---------+Artikel 14 2.
---------+Artikel 14 3.
---------+Artikel 14 4.
---------+Artikel 14 5.
---+HOOFDSTUK IV Conformiteit van batterijen
------+Artikel 15 Vermoeden van conformiteit van batterijen
---------+Artikel 15 1.
---------+Artikel 15 2.
---------+Artikel 15 3.
------+Artikel 16 Gemeenschappelijke specificaties
---------+Artikel 16 1.
---------+Artikel 16 2.
---------+Artikel 16 3.
------+Artikel 17 Conformiteitsbeoordelingsprocedures
---------+Artikel 17 1.
---------+Artikel 17 2.
---------+Artikel 17 3.
---------+Artikel 17 4.
------+Artikel 18 EU-conformiteitsverklaring
---------+Artikel 18 1.
---------+Artikel 18 2.
---------+Artikel 18 3.
---------+Artikel 18 4.
---------+Artikel 18 5.
------+Artikel 19 Algemene beginselen van de CE-markering
------+Artikel 20 Voorschriften en voorwaarden voor het aanbrengen van de CE-markering
---------+Artikel 20 1.
---------+Artikel 20 2.
---------+Artikel 20 3.
---------+Artikel 20 4.
---------+Artikel 20 5.
---+HOOFDSTUK V Aanmelding van conformiteitsbeoordelingsinstanties
------+Artikel 21 Aanmelding
------+Artikel 22 Aanmeldende autoriteiten
---------+Artikel 22 1.
---------+Artikel 22 2.
---------+Artikel 22 3.
---------+Artikel 22 4.
------+Artikel 23 Eisen voor aanmeldende autoriteiten
---------+Artikel 23 1.
---------+Artikel 23 2.
---------+Artikel 23 3.
---------+Artikel 23 4.
---------+Artikel 23 5.
---------+Artikel 23 6.
------+Artikel 24 Informatieverplichting voor aanmeldende autoriteiten
------+Artikel 25 Eisenvooraangemelde instanties
---------+Artikel 25 1.
---------+Artikel 25 2.
---------+Artikel 25 3.
---------+Artikel 25 4.
---------+Artikel 25 5.
---------+Artikel 25 6.
---------+Artikel 25 7.
---------+Artikel 25 8.
---------+Artikel 25 9.
---------+Artikel 25 10.
---------+Artikel 25 11.
------+Artikel 26 Vermoeden van conformiteit van aangemelde instanties
------+Artikel 27 Dochterondernemingen van en uitbesteding door aangemelde instanties
---------+Artikel 27 1.
---------+Artikel 27 2.
---------+Artikel 27 3.
---------+Artikel 27 4.
------+Artikel 28 Verzoek om aanmelding
---------+Artikel 28 1.
---------+Artikel 28 2.
---------+Artikel 28 3.
------+Artikel 29 Aanmeldingsprocedure
---------+Artikel 29 1.
---------+Artikel 29 2.
---------+Artikel 29 3.
---------+Artikel 29 4.
---------+Artikel 29 5.
---------+Artikel 29 6.
------+Artikel 30 Identificatienummers en lijsten van aangemelde instanties
---------+Artikel 30 1.
---------+Artikel 30 2.
------+Artikel 31 Wijzigingen van de aanmelding
---------+Artikel 31 1.
---------+Artikel 31 2.
------+Artikel 32 Betwisting van de bekwaamheid van aangemelde instanties
---------+Artikel 32 1.
---------+Artikel 32 2.
---------+Artikel 32 3.
---------+Artikel 32 4.
------+Artikel 33 Operationele verplichtingen van aangemelde instanties
---------+Artikel 33 1.
---------+Artikel 33 2.
---------+Artikel 33 3.
---------+Artikel 33 4.
---------+Artikel 33 5.
------+Artikel 34 Beroep tegen besluiten van aangemelde instanties
------+Artikel 35 Informatieverplichting voor aangemelde instanties
---------+Artikel 35 1.
---------+Artikel 35 2.
------+Artikel 36 Uitwisseling van ervaringenen goede praktijken
------+Artikel 37 Coördinatie van aangemelde instanties
---+HOOFDSTUK VI Andere verplichtingen van marktdeelnemers dan die welke worden bepaald in de hoofdstukken VII en VIII
------+Artikel 38 Verplichtingen van fabrikanten
---------+Artikel 38 1.
---------+Artikel 38 2.
---------+Artikel 38 3.
---------+Artikel 38 4.
---------+Artikel 38 5.
---------+Artikel 38 6.
---------+Artikel 38 7.
---------+Artikel 38 8.
---------+Artikel 38 9.
---------+Artikel 38 10.
---------+Artikel 38 11.
------+Artikel 39 Verplichtingen van leveranciers van batterijcellen en batterijmodules
------+Artikel 40 Verplichtingen van gemachtigden
---------+Artikel 40 1.
---------+Artikel 40 2.
---------+Artikel 40 3.
---------+Artikel 40 4.
------+Artikel 41 Verplichtingen van importeurs
---------+Artikel 41 1.
---------+Artikel 41 2.
---------+Artikel 41 3.
---------+Artikel 41 4.
---------+Artikel 41 5.
---------+Artikel 41 6.
---------+Artikel 41 7.
---------+Artikel 41 8.
------+Artikel 42 Verplichtingen van distributeurs
---------+Artikel 42 1.
---------+Artikel 42 2.
---------+Artikel 42 3.
---------+Artikel 42 4.
---------+Artikel 42 5.
---------+Artikel 42 6.
------+Artikel 43 Verplichtingen van fulfilmentdienstverleners
------+Artikel 44 Gevallen waarin de verplichtingen van fabrikanten van toepassing zijn op importeurs en distributeurs
------+Artikel 45 Verplichtingen van marktdeelnemers die batterijen die zijn voorbereid voor hergebruik, voorbereid voor herbestemming, herbestemd of geherfabriceerd, in de handel brengen of in gebruik nemen
---------+Artikel 45 1.
---------+Artikel 45 2.
------+Artikel 46 Identificatie van marktdeelnemers
---------+Artikel 46 1.
---------+Artikel 46 2.
---+HOOFDSTUK VII Verplichtingen van marktdeelnemers wat betreft beleid van passende zorgvuldigheid inzake batterijen
------+Artikel 47 Toepassingsgebied van dit hoofdstuk
------+Artikel 48 Beleid van passende zorgvuldigheid inzake batterijen
---------+Artikel 48 1.
---------+Artikel 48 2.
---------+Artikel 48 3.
---------+Artikel 48 4.
---------+Artikel 48 5.
---------+Artikel 48 6.
---------+Artikel 48 7.
---------+Artikel 48 8.
------+Artikel 49 Beheersysteem van de marktdeelnemer
---------+Artikel 49 1.
---------+Artikel 49 2.
------+Artikel 50 Verplichtingen inzake risicobeheer
---------+Artikel 50 1.
---------+Artikel 50 2.
---------+Artikel 50 3.
---------+Artikel 50 4.
------+Artikel 51 Externe verificatie van het beleid van passende zorgvuldigheid inzake batterijen
---------+Artikel 51 1.
---------+Artikel 51 2.
------+Artikel 52 Bekendmaking van informatie over beleid van passende zorgvuldigheid inzake batterijen
---------+Artikel 52 1.
---------+Artikel 52 2.
---------+Artikel 52 3.
---------+Artikel 52 4.
------+Artikel 53 Erkenning van regelingen inzake passende zorgvuldigheid
---------+Artikel 53 1.
---------+Artikel 53 2.
---------+Artikel 53 3.
---------+Artikel 53 4.
---------+Artikel 53 5.
---------+Artikel 53 6.
---------+Artikel 53 7.
---------+Artikel 53 8.
---+HOOFDSTUK VIII Beheer van afgedankte batterijen
------+Artikel 54 Bevoegde autoriteit
---------+Artikel 54 1.
---------+Artikel 54 2.
---------+Artikel 54 3.
---------+Artikel 54 4.
------+Artikel 55 Producentenregister
---------+Artikel 55 1.
---------+Artikel 55 2.
---------+Artikel 55 3.
---------+Artikel 55 4.
---------+Artikel 55 5.
---------+Artikel 55 6.
---------+Artikel 55 7.
---------+Artikel 55 8.
---------+Artikel 55 9.
---------+Artikel 55 10.
---------+Artikel 55 11.
---------+Artikel 55 12.
---------+Artikel 55 13.
------+Artikel 56 Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
---------+Artikel 56 1.
---------+Artikel 56 2.
---------+Artikel 56 3.
---------+Artikel 56 4.
---------+Artikel 56 5.
------+Artikel 57 Organisatie voor producentenverantwoordelijkheid
---------+Artikel 57 1.
---------+Artikel 57 2.
---------+Artikel 57 3.
---------+Artikel 57 4.
---------+Artikel 57 5.
---------+Artikel 57 6.
---------+Artikel 57 7.
---------+Artikel 57 8.
------+Artikel 58 Goedkeuring inzake de nakoming van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
---------+Artikel 58 1.
---------+Artikel 58 2.
---------+Artikel 58 3.
---------+Artikel 58 4.
---------+Artikel 58 5.
---------+Artikel 58 6.
---------+Artikel 58 7.
------+Artikel 59 Inzameling van afgedankte draagbare batterijen
---------+Artikel 59 1.
---------+Artikel 59 2.
---------+Artikel 59 3.
---------+Artikel 59 4.
---------+Artikel 59 5.
---------+Artikel 59 6.
---------+Artikel 59 7.
------+Artikel 60 Inzameling van afgedankte batterijen voor lichte vervoermiddelen
---------+Artikel 60 1.
---------+Artikel 60 2.
---------+Artikel 60 3.
---------+Artikel 60 4.
---------+Artikel 60 5.
---------+Artikel 60 6.
---------+Artikel 60 7.
---------+Artikel 60 8.
------+Artikel 61 Inzameling van afgedankte start-, verlichtings- en ontstekingsbatterijen, afgedankte industriële batterijen en afgedankte batterijen voor elektrische voertuigen
---------+Artikel 61 1.
---------+Artikel 61 2.
---------+Artikel 61 3.
---------+Artikel 61 4.
------+Artikel 62 Verplichtingen van distributeurs
---------+Artikel 62 1.
---------+Artikel 62 2.
---------+Artikel 62 3.
---------+Artikel 62 4.
---------+Artikel 62 5.
---------+Artikel 62 6.
------+Artikel 63 Statiegeldsystemen voor batterijen
------+Artikel 64 Verplichtingen van eindgebruikers
---------+Artikel 64 1.
---------+Artikel 64 2.
------+Artikel 65 Verplichtingen van exploitanten van verwerkingsinrichtingen
---------+Artikel 65 1.
---------+Artikel 65 2.
------+Artikel 66 Deelname van overheidsinstanties voor afvalbeheer
---------+Artikel 66 1.
---------+Artikel 66 2.
------+Artikel 67 Deelname van vrijwillige-inzamelpunten
---------+Artikel 67 1.
---------+Artikel 67 2.
------+Artikel 68 Beperkingen inzake de overhandiging van afgedankte draagbare batterijen en afgedankte batterijen voor lichte vervoermiddelen
---------+Artikel 68 1.
---------+Artikel 68 2.
------+Artikel 69 Verplichtingen voor de lidstaten betreffende inzamelingsdoelstellingen voor afgedankte draagbare batterijen en afgedankte batterijen voor lichte vervoermiddelen
---------+Artikel 69 1.
---------+Artikel 69 2.
---------+Artikel 69 3.
---------+Artikel 69 4.
---------+Artikel 69 5.
------+Artikel 70 Verwerking
---------+Artikel 70 1.
---------+Artikel 70 2.
---------+Artikel 70 3.
---------+Artikel 70 4.
---------+Artikel 70 5.
------+Artikel 71 Doelstellingen voor recyclingrendement en materiaalterugwinning
---------+Artikel 71 1.
---------+Artikel 71 2.
---------+Artikel 71 3.
---------+Artikel 71 4.
---------+Artikel 71 5.
---------+Artikel 71 6.
------+Artikel 72 Overbrenging van afgedankte batterijen
---------+Artikel 72 1.
---------+Artikel 72 2.
---------+Artikel 72 3.
---------+Artikel 72 4.
------+Artikel 73 Voorbereiding voor hergebruik of voorbereiding voor herbestemming van afgedankte batterijen voor lichte vervoermiddelen, afgedankte industriële batterijen en afgedankte batterijen voor elektrische voertuigen
---------+Artikel 73 1.
---------+Artikel 73 2.
---------+Artikel 73 3.
---------+Artikel 73 4.
------+Artikel 74 Informatie over het voorkomen en beheren van afgedankte batterijen
---------+Artikel 74 1.
---------+Artikel 74 2.
---------+Artikel 74 3.
---------+Artikel 74 4.
---------+Artikel 74 5.
---------+Artikel 74 6.
---------+Artikel 74 7.
------+Artikel 75 Minimumeisen voor rapportage aan de bevoegde autoriteiten
---------+Artikel 75 1.
---------+Artikel 75 2.
---------+Artikel 75 3.
---------+Artikel 75 4.
---------+Artikel 75 5.
---------+Artikel 75 6.
---------+Artikel 75 7.
---------+Artikel 75 8.
---------+Artikel 75 9.
------+Artikel 76 Rapportage aan de Commissie
---------+Artikel 76 1.
---------+Artikel 76 2.
---------+Artikel 76 3.
---------+Artikel 76 4.
---------+Artikel 76 5.
---+HOOFDSTUK IX Digitaal batterijpaspoort
------+Artikel 77 Batterijpaspoort
---------+Artikel 77 1.
---------+Artikel 77 2.
---------+Artikel 77 3.
---------+Artikel 77 4.
---------+Artikel 77 5.
---------+Artikel 77 6.
---------+Artikel 77 7.
---------+Artikel 77 8.
---------+Artikel 77 9.
---------+Artikel 77 10.
------+Artikel 78 Technisch ontwerp en werking van het batterijpaspoort
---+HOOFDSTUK X Markttoezicht van de Unie en vrijwaringsprocedure van de Unie
------+Artikel 79 Procedure op nationaal niveau voor batterijen die een risico vormen
---------+Artikel 79 1.
---------+Artikel 79 2.
---------+Artikel 79 3.
---------+Artikel 79 4.
---------+Artikel 79 5.
---------+Artikel 79 6.
---------+Artikel 79 7.
---------+Artikel 79 8.
------+Artikel 80 Vrijwaringsprocedure van de Unie
---------+Artikel 80 1.
---------+Artikel 80 2.
---------+Artikel 80 3.
---------+Artikel 80 4.
------+Artikel 81 Conforme batterijen die een risico vormen
---------+Artikel 81 1.
---------+Artikel 81 2.
---------+Artikel 81 3.
---------+Artikel 81 4.
---------+Artikel 81 5.
---------+Artikel 81 6.
------+Artikel 82 Gezamenlijke activiteiten
------+Artikel 83 Formelenon-conformiteit
---------+Artikel 83 1.
---------+Artikel 83 2.
------+Artikel 84 Non-conformiteit met de verplichtingen inzake passende zorgvuldigheid
---------+Artikel 84 1.
---------+Artikel 84 2.
---+HOOFDSTUK XI Groene overheidsopdrachten en procedure voor de wijziging van beperkingen voor stoffen
------+Artikel 85 Groene overheidsopdrachten
---------+Artikel 85 1.
---------+Artikel 85 2.
---------+Artikel 85 3.
------+Artikel 86 Procedure inzake beperkingen voor stoffen
---------+Artikel 86 1.
---------+Artikel 86 2.
---------+Artikel 86 3.
---------+Artikel 86 4.
---------+Artikel 86 5.
---------+Artikel 86 6.
---------+Artikel 86 7.
---------+Artikel 86 8.
---------+Artikel 86 9.
---------+Artikel 86 10.
---------+Artikel 86 11.
------+Artikel 87 Advies van de comités van het Agentschap
---------+Artikel 87 1.
---------+Artikel 87 2.
---------+Artikel 87 3.
---------+Artikel 87 4.
---------+Artikel 87 5.
---------+Artikel 87 6.
------+Artikel 88 Voorlegging van een advies aan de Commissie
---------+Artikel 88 1.
---------+Artikel 88 2.
---------+Artikel 88 3.
---+HOOFDSTUK XII Gedelegeerde bevoegdheden en comitéprocedure
------+Artikel 89 Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
---------+Artikel 89 1.
---------+Artikel 89 2.
---------+Artikel 89 3.
---------+Artikel 89 4.
---------+Artikel 89 5.
---------+Artikel 89 6.
------+Artikel 90 Comitéprocedure
---------+Artikel 90 1.
---------+Artikel 90 2.
---------+Artikel 90 3.
---------+Artikel 90 4.
---+HOOFDSTUK XIII Wijzigingen
------+Artikel 91 Wijzigingen van Verordening (EU)2019/1020
------+Artikel 92 Wijziging van Richtlijn 2008/98/EG
---+HOOFDSTUK XIV Slotbepalingen
------+Artikel 93 Sancties
------+Artikel 94 Evaluatie
---------+Artikel 94 1.
---------+Artikel 94 2.
---------+Artikel 94 3.
---------+Artikel 94 4.
---------+Artikel 94 5.
---------+Artikel 94 6.
------+Artikel 95 Intrekking en overgangsbepalingen
------+Artikel 96 Inwerkingtreding en toepassing
---------+Artikel 96 1.
---------+Artikel 96 2.
---+BIJLAGE I
---+BIJLAGE II
---+BIJLAGE III
---+BIJLAGE IV
---+BIJLAGE V
---+BIJLAGE VI
---+BIJLAGE VII
---+BIJLAGE VIII
---+BIJLAGE IX
---+BIJLAGE X
---+BIJLAGE XI
---+BIJLAGE XII
---+BIJLAGE XIII
---+BIJLAGE XIV
---+BIJLAGE XV
English - European Union - Environment -

VERORDENING (EU) 2023/1542 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 12 juli 2023 inzake batterijen en afgedankte batterijen, tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG en Verordening (EU) 2019/1020 en tot intrekking van Richtlijn 2006/66/EG (Voor de EER relevante tekst)

VERORDENING (EU) 2023/1542 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 12 juli 2023

inzake batterijen en afgedankte batterijen, tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG en Verordening (EU) 2019/1020 en tot intrekking van Richtlijn 2006/66/EG

(Voor de EER relevante tekst)

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
HOOFDSTUK I Algemene bepalingen HOOFDSTUK I Algemene bepalingen
HOOFDSTUK II Duurzaamheids- en veiligheidseisen HOOFDSTUK II Duurzaamheids- en veiligheidseisen
HOOFDSTUK III Etiketterings-, markerings- en informatievereisten HOOFDSTUK III Etiketterings-, markerings- en informatievereisten
HOOFDSTUK IV Conformiteit van batterijen HOOFDSTUK IV Conformiteit van batterijen
HOOFDSTUK V Aanmelding van conformiteitsbeoordelingsinstanties HOOFDSTUK V Aanmelding van conformiteitsbeoordelingsinstanties
HOOFDSTUK VI Andere verplichtingen van marktdeelnemers dan die welke worden bepaald in de hoofdstukken VII en VIII HOOFDSTUK VI Andere verplichtingen van marktdeelnemers dan die welke worden bepaald in de hoofdstukken VII en VIII
HOOFDSTUK VII Verplichtingen van marktdeelnemers wat betreft beleid van passende zorgvuldigheid inzake batterijen HOOFDSTUK VII Verplichtingen van marktdeelnemers wat betreft beleid van passende zorgvuldigheid inzake batterijen
HOOFDSTUK VIII Beheer van afgedankte batterijen HOOFDSTUK VIII Beheer van afgedankte batterijen
HOOFDSTUK IX Digitaal batterijpaspoort HOOFDSTUK IX Digitaal batterijpaspoort
HOOFDSTUK X Markttoezicht van de Unie en vrijwaringsprocedure van de Unie HOOFDSTUK X Markttoezicht van de Unie en vrijwaringsprocedure van de Unie
HOOFDSTUK XI Groene overheidsopdrachten en procedure voor de wijziging van beperkingen voor stoffen HOOFDSTUK XI Groene overheidsopdrachten en procedure voor de wijziging van beperkingen voor stoffen
HOOFDSTUK XII Gedelegeerde bevoegdheden en comitéprocedure HOOFDSTUK XII Gedelegeerde bevoegdheden en comitéprocedure
HOOFDSTUK XIII Wijzigingen HOOFDSTUK XIII Wijzigingen
HOOFDSTUK XIV Slotbepalingen HOOFDSTUK XIV Slotbepalingen
BIJLAGE I




BIJLAGE I

▼M3



Kolom 1

Benaming van de stof of de groep van stoffen

Kolom 2

Beperkingsvoorwaarden

1.  Kwik CAS-nr. 7439-97-6 EG-nr. 231-106-7 en de verbindingen daarvan

Batterijen, al dan niet aanwezig en ingebouwd in apparaten, lichte vervoermiddelen of andere voertuigen, mogen maximaal 0,0005  gewichtsprocent kwik bevatten (uitgedrukt in metallisch kwik).

2.  Cadmium CAS-nr. 7440-43-9 EG-nr. 231-152-8 en de verbindingen daarvan

1.  Draagbare batterijen, al dan niet aanwezig en ingebouwd in apparaten, lichte vervoermiddelen of andere voertuigen, mogen maximaal 0,002  gewichtsprocent cadmium bevatten (uitgedrukt in metallisch cadmium).

2.  Batterijen voor elektrische voertuigen en start-, verlichtings- en ontstekingsbatterijen die zijn ingebouwd in voertuigen, met inbegrip van voertuigen voor speciale doeleinden, van de categorieën M1 en N1, zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2018/858, mogen maximaal 0,01  gewichtsprocent cadmium (uitgedrukt in metallisch cadmium) in homogeen materiaal bevatten.

3.  Punt 2 is niet van toepassing op batterijen voor elektrische voertuigen die worden gebruikt als reserveonderdelen voor elektrische voertuigen, met inbegrip van voertuigen voor speciale doeleinden, van de categorieën M1 en N1 zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2018/858, die vóór 31 december 2008 in de handel zijn gebracht.

3.  Lood CAS-nr. 7439-92-1 EG-nr. 231-100-4 en de verbindingen daarvan

1.  Met ingang van 18 augustus 2024 mogen draagbare batterijen, al dan niet aanwezig en ingebouwd in apparaten, maximaal 0,01  gewichtsprocent lood bevatten (uitgedrukt in metallisch lood).

2.  De in punt 1 bedoelde beperking is pas van toepassing op draagbare zink-luchtknoopcellen met ingang van 18 augustus 2028.

3.  Draagbare batterijen die zijn ingebouwd in voertuigen, met inbegrip van voertuigen voor speciale doeleinden, van de categorieën M1 en N1, zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2018/858, mogen maximaal 0,1  gewichtsprocent lood (uitgedrukt in metallisch lood) in homogeen materiaal bevatten.

4.  Punt 3 is niet van toepassing op draagbare batterijen die zijn ingebouwd in of worden gebruikt als reserveonderdelen voor voertuigen, met inbegrip van voertuigen voor speciale doeleinden, van de categorieën M1 en N1 zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2018/858, waarvoor typegoedkeuring is verleend vóór 1 januari 2024.

5.  Batterijen voor elektrische voertuigen die zijn ingebouwd in voertuigen, met inbegrip van voertuigen voor speciale doeleinden, van de categorieën M1 en N1, zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2018/858, mogen maximaal 0,1  gewichtsprocent lood (uitgedrukt in metallisch lood) in homogeen materiaal bevatten.

 

6.  Punt 5 is niet van toepassing op:

a)  batterijen voor elektrische voertuigen die worden gebruikt in hoogspanningssystemen (2) die zijn ingebouwd in of worden gebruikt als reserveonderdeel voor voertuigen van de categorieën M1 en N1, zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2018/858, en waarvoor vóór 1 januari 2019 typegoedkeuring is verleend;

b)  batterijen voor elektrische voertuigen die niet onder punt a) van dit punt vallen en die zijn ingebouwd in of worden gebruikt als reserveonderdeel voor voertuigen, met inbegrip van speciale doeleinden, van de categorieën M1 en N1, zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2018/858, en waarvoor typegoedkeuring is verleend vóór 1 januari 2024.

7.  Start-, verlichtings- en ontstekingsbatterijen die zijn ingebouwd in voertuigen, met inbegrip van voertuigen voor speciale doeleinden, van de categorieën M1 en N1, zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2018/858, mogen maximaal 0,1  gewichtsprocent lood (uitgedrukt in metallisch lood) in homogeen materiaal bevatten.

 

8.  Punt 7 is niet van toepassing op:

a)  start-, verlichtings- en ontstekingsbatterijen die worden gebruikt in 12 V-toepassingen in voertuigen, met inbegrip van voertuigen voor speciale doeleinden, van de categorieën M1 en N1 zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2018/858; (3)

b)  start-, verlichtings- en ontstekingsbatterijen die worden gebruikt in 24 V-toepassingen in voertuigen voor speciale doeleinden, van de categorieën M1 en N1 zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2018/858 (4);

c)  start-, verlichtings- en ontstekingsbatterijen die worden gebruikt in andere dan die onder punten a) en b), van dit punt vallende toepassingen in voertuigen, met inbegrip van voertuigen voor speciale doeleinden, van de categorieën M1 en N1, zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2018/858, en waarvoor de typegoedkeuring is verleend vóór 1 januari 2024.

4.  Zeswaardig chroom CAS-nr. 18540-29-9 EG-nr. 606-053-1 en de verbindingen daarvan

Batterijen die zijn ingebouwd in voertuigen, met inbegrip van voertuigen voor speciale doeleinden, van de categorieën M1 en N1, zoals gedefinieerd in Verordening (EU) 2018/858, mogen maximaal 0,1  gewichtsprocent zeswaardig chroom, uitgedrukt in metallisch zeswaardig chroom, in homogeen materiaal bevatten.

(1)   

Richtlijn 2014/35/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen (PB L 96 van 29.3.2014, blz. 357, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2014/35/oj).

(2)   

Systemen met een spanning van > 75 V gelijkstroom als voorzien in artikel 1 van Richtlijn 2014/35/EU van het Europees Parlement en de Raad (1).

(3)   

Deze vrijstelling wordt opnieuw bekeken in 2030.

(4)   

Deze vrijstelling wordt opnieuw bekeken in 2030.

▼B

BIJLAGE II




BIJLAGE II

KOOLSTOFVOETAFDRUK

1.   Reikwijdte

Deze bijlage bevat essentiële elementen over de methode voor de berekening van de koolstofvoetafdruk.

De methode voor de berekening en verificatie van de koolstofvoetafdruk die moet worden vastgesteld door middel van een op grond van artikel 7 vastgestelde gedelegeerde handeling, bouwt voort op de in deze bijlage opgenomen essentiële elementen, voldoet aan de recentste versie van de door de Commissie ontwikkelde methode voor de milieuvoetafdruk van producten (Product Environmental Footprint — PEF) en de desbetreffende regels voor de milieuvoetafdruk van een productcategorie (Product Environmental Footprint Category Rules — PEFCR’s), en is in overeenstemming met de internationale overeenkomsten en technische/wetenschappelijke vorderingen op het gebied van levenscyclusanalyse.

De berekening van de koolstofvoetafdruk gedurende de levenscyclus is gebaseerd op de materiaalstaat, de energie en de hulpstoffen die in een specifieke fabricagefaciliteit worden gebruikt voor het produceren van een specifiek batterijmodel. Met name de elektronische componenten, bijvoorbeeld de batterijmanagement- en veiligheidssystemen, en de kathodematerialen moeten nauwkeurig worden geïdentificeerd aangezien die verantwoordelijk kunnen zijn voor de belangrijkste bijdrage aan de koolstofvoetafdruk van de batterij.

2.   Definities

Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:

a) 

“activiteitsgegevens”: gegevens die betrekking hebben op de processen die samengaan met het modelleren van de levenscyclusinventarisaties (LCI), waarbij de samengevoegde LCI-resultaten van de procesketens die de activiteiten van een proces vertegenwoordigen, worden vermenigvuldigd met de bijbehorende activiteitsgegevens en vervolgens gecombineerd om de koolstofvoetafdruk van het betreffende proces te berekenen;

b) 

“materiaalstaat”: de lijst van grondstoffen, delen van samenstellen, tussenproducten, subcomponenten en onderdelen, en de daarvan benodigde hoeveelheden voor de fabricage van de batterij;

c) 

“bedrijfsspecifieke gegevens”: de direct bij een of meer inrichtingen gemeten of verzamelde gegevens (locatiespecifieke gegevens) die representatief zijn voor de activiteiten van het bedrijf; ook “primaire gegevens” genoemd;

d) 

“functionele eenheid”: de kwalitatieve en kwantitatieve aspecten van de functies, diensten, of beide, van de batterij;

e) 

“levenscyclus”: de reeks van opeenvolgende en onderling verbonden fasen van een productsysteem, van de verwerving van grondstoffen of de opwekking uit natuurlijke hulpbronnen tot de definitieve verwijdering (ISO 14040:2006 of een gelijkwaardige norm);

f) 

“levenscyclusinventarisatie (LCI)”: de verzameling elementaire, afval- en productstromen in een gegevensverzameling voor de levenscyclusinventarisatie;

g) 

“gegevensverzameling voor de levenscyclusinventarisatie (LCI)”: een document of bestand met informatie over de levenscyclus van een bepaald product of een andere referentiebron, bijvoorbeeld de website of het proces, met beschrijvende metagegevens en kwantitatieve levenscyclusinventarisatiegegevens, die een gegevensverzameling over een eenheidsproces, een deels samengevoegde of een geheel samengevoegde gegevensverzameling zouden kunnen omvatten;

h) 

“referentiestroom”: de maat van de outputs van processen in een gegeven productsysteem die vereist is om de door de functionele eenheid uitgedrukte functie te vervullen (naar ISO 14040:2006 of een gelijkwaardige norm);

i) 

“secundaire gegevens”: gegevens die niet rechtstreeks zijn verzameld uit, of gemeten aan de hand van, een specifiek proces, of binnen de toeleveringsketen van het bedrijf, of geschat door dat bedrijf, maar die afkomstig zijn van een levencyclusinventarisdatabank van een derde partij of een andere bron; die gegevens bestrijken onder meer gemiddelde sectorgegevens, bijvoorbeeld gepubliceerde productiegegevens, overheidsstatistieken en gegevens van bedrijfsverenigingen, alsook literatuuronderzoek, technische studies en octrooien, en kunnen ook gebaseerd zijn op financiële gegevens, en proxy-gegevens en andere generieke gegevens bevatten; het kan ook gaan om primaire gegevens die een horizontale samenvoegingsstap doorlopen;

j) 

“systeemgrens”: de aspecten die worden opgenomen in of worden uitgesloten van de levenscyclusfase.

Daarnaast bevatten de geharmoniseerde regels voor de berekening van de koolstofvoetafdruk van batterijen aanvullende definities die nodig zijn voor de interpretatie ervan.

3.   Functionele eenheid en referentiestroom

De functionele eenheid is vastgesteld als 1 kWh (kilowattuur) van de totale energie die tijdens de levensduur van de batterij door het batterijsysteem wordt geleverd, uitgedrukt in kWh. De totale energie is gebaseerd op het aantal cycli vermenigvuldigd met de hoeveelheid geleverde energie per cyclus.

De referentiestroom is het batterijgewicht dat nodig is om een specifieke functie te vervullen en wordt gemeten in kilogram batterij per kWh van de totale hoeveelheid energie die de batterij tijdens haar levensduur levert. Alle kwantitatieve input- en outputgegevens die door de fabrikant worden verzameld voor het bepalen van de koolstofvoetafdruk, worden aan de hand van de referentiestroom berekend.

In afwijking van de eerste alinea wordt voor back-upbatterijen die als primaire functie hebben om de continuïteit van een stroombron te waarborgen, de functionele eenheid gedefinieerd als de mogelijkheid om op elk moment gedurende de levensduur van de batterij één kWmin (kilowattminuut) reservevermogen te leveren. Zo ook is de referentiestroom voor back-upbatterijen het batterijgewicht dat nodig is om de desbetreffende functie te vervullen en wordt gemeten in kilogram batterij per kWmin back-upvermogen gedeeld door de levensduur van de batterij in jaren. Alle kwantitatieve input- en outputgegevens die door fabrikanten van back-upbatterijen worden verzameld voor het bepalen van de koolstofvoetafdruk, worden aan de hand van die referentiestroom berekend.

In uitzonderlijke gevallen, zoals voor batterijen voor hybride niet-plug-invoertuigen, kan in de methode een andere functionele eenheid worden bepaald.

4.   Systeemgrens

De volgende levenscyclusfasen en de daarbij betrokken processen vallen binnen de systeemgrenzen:



Levenscyclusfase

Betrokken processen

Verwerving en voorbewerking van grondstoffen

Dit omvat de winning en andere relevante verwerving, voorbewerking en het vervoer van actieve materialen, tot aan de fabricage van de batterijcellen en batterijcomponenten (actieve materialen, separator, elektrolyt, behuizingen, actieve en passieve batterijcomponenten), en de elektrische of elektronische componenten).

Vervaardiging van het hoofdproduct

Assemblage van batterijcellen en assemblage van batterijen met de batterijcellen en de elektrische of elektronische componenten

Distributie

Vervoer naar het verkooppunt

Recycling aan het einde van de levensduur

Inzameling, demontage en recycling

De volgende bij de levenscyclusfasen betrokken processen vallen niet binnen de systeemgrenzen:

— 
de fabricage van apparatuur voor de assemblage en recycling van batterijen, aangezien de koolstofvoetafdruk volgens de PEFCR’s voor oplaadbare batterijen met een hoog specifiek vermogen voor mobiele toepassingen te verwaarlozen is;
— 
het assemblageproces van batterijen waarbij gebruik wordt gemaakt van systeemonderdelen van de fabrikant van de originele uitrusting (original equipment manufacturer — OEM); dit proces valt grotendeels samen met de mechanische assemblage en behoort tot de OEM-uitrusting of wordt uitgevoerd aan de voertuigassemblagelijn; het verbruik van energie en materiaal voor dat specifiek proces is verwaarloosbaar in vergelijking met het fabricageproces van OEM-onderdelen.

De gebruiksfase wordt niet meegenomen bij de berekening van de koolstofvoetafdruk over de gehele levenscyclus aangezien fabrikanten daar geen rechtstreekse invloed op kunnen uitoefenen, tenzij wordt aangetoond dat zij in de ontwerpfase keuzen maken als gevolg waarvan zij alsnog een niet te verwaarlozen bijdrage aan de koolstofvoetafdruk leveren.

5.   Het gebruik van bedrijfsspecifieke en secundaire gegevensverzamelingen

Vanwege het hoge aantal batterijcomponenten en de complexiteit van de fabricageprocessen, beperkt de marktdeelnemer, voor zover gerechtvaardigd, het gebruik van bedrijfsspecifieke gegevens tot de analyse van processen en componenten van de batterijspecifieke onderdelen.

Met name de activiteitsgegevens die betrekking hebben op de anode, de kathode, de elektrolyt, de separator en de behuizing verwijzen naar een specifiek batterijmodel dat in een specifieke fabricagefaciliteit is geproduceerd. Zo worden er dus geen gestandaardiseerde activiteitsgegevens gebruikt. De batterijspecifieke activiteitsgegevens worden gebruikt in combinatie met de desbetreffende secundaire gegevensverzamelingen conform de PEF).

Aangezien de koolstofvoetafdrukverklaring specifiek verwijst naar een bepaald batterijmodel dat in een bepaalde fabricagefaciliteit is geproduceerd, is het niet toegestaan steekproeven te nemen van gegevens die zijn verzameld in andere fabricagefaciliteiten die hetzelfde batterijmodel produceren.

In het geval van een wijziging van de materiaalstaat of de energiemix die voor het produceren van een batterijmodel wordt gebruikt, wordt de koolstofvoetafdruk voor dat batterijmodel opnieuw berekend.

De middels een gedelegeerde handeling als bedoeld in artikel 7, lid 1, vast te stellen geharmoniseerde regels omvatten de gedetailleerde modellering van de volgende levenscyclusfasen:

— 
verwerving en voorbewerking van grondstoffen;
— 
productie;
— 
distributie;
— 
eigen elektriciteitsproductie;
— 
einde van de levenscyclus.

6.   Koolstofvoetafdruk-effectbeoordeling

De koolstofvoetafdruk van een batterij wordt berekend aan de hand van de levenscyclus-effectbeoordeling in de categorie “klimaatverandering” conform de aanbeveling in het verslag uit 2019 van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek, getiteld “Suggestions for updating the Product Environmental Footprint (PEF) method”.

De resultaten worden als karakteriseringsresultaten weergegeven zonder normalisatie en weging. De lijst van te gebruiken karakteriseringsfactoren vindt u op het European Platform on Life Cycle Assessment (LCA).

7.   Compensaties

Compensaties worden berekend ten opzichte van een referentiepunt dat het hypothetische scenario vertegenwoordigt voor wat de emissies zouden zijn geweest zonder de mitigatiemaatregelen die de compensaties genereren.

Compensaties worden niet opgenomen in de koolstofvoetafdrukverklaring, maar mogen wel apart worden vermeld als aanvullende milieu-informatie en voor communicatiedoeleinden worden gebruikt.

8.   Koolstofvoetafdrukprestatieklassen

Afhankelijk van de verdeling van de waarden in de koolstofvoetafdrukverklaringen voor in de handel gebrachte batterijen en met het oog op het mogelijk maken van marktdifferentiatie van in artikel 7, lid 1, bedoelde categorieën batterijen, wordt er een zinvol aantal prestatieklassen vastgesteld, waarbij categorie A de beste klasse is met de laagste koolstofvoetafdruk gedurende de gehele levenscyclus.

Bij de vaststelling van de drempelwaarde voor iedere prestatieklasse, evenals de bandbreedte van elke prestatieklasse, wordt uitgegaan van de verdeling van de geleverde prestaties van de in artikel 7, lid 1, bedoelde categorieën batterijen die in de voorgaande drie jaar in de handel zijn gebracht, de verwachte technologische vorderingen en andere technische factoren.

9.   Maximale koolstofdrempelwaarden

Op basis van de gegevens die aan de hand van de koolstofvoetafdrukverklaringen zijn verzameld en de relatieve distributie van de koolstofvoetafdrukprestatieklassen van de in de handel gebrachte batterijmodellen, en rekening houdend met de wetenschappelijke en technische vooruitgang op dat gebied, stelt de Commissie maximale drempelwaarden vast voor de koolstofvoetafdruk tijdens de levensduur van in artikel 7, lid 1, bedoelde categorieën batterijen, na uitvoering van een specifieke effectbeoordeling om die drempelwaarden te bepalen.

Bij het voorstellen van de in de eerste alinea bedoelde maximale drempelwaarden voor de koolstofvoetafdruk tijdens de levensduur houdt de Commissie rekening met de relatieve verdeling van de waarden van de koolstofvoetafdruk van in de handel gebrachte batterijen, de mate van voortgang bij het terugdringen van de koolstofvoetafdruk van in de handel gebrachte batterijen, en de daadwerkelijke en potentiële bijdrage van die drempelwaarden voor de koolstofvoetafdruk tijdens de levensduur aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie om tegen 2050 klimaatneutraliteit te bereiken, alsook met haar doelstellingen inzake duurzame mobiliteit.

BIJLAGE III




BIJLAGE III

ELEKTROCHEMISCHE PRESTATIE- EN DUURZAAMHEIDSPARAMETERS VAN DRAAGBARE BATTERIJEN VOOR ALGEMEEN GEBRUIK

Deel A

Parameters voor niet-oplaadbare batterijen

1. Minimale gemiddelde duur: de minimale gemiddelde duur van ontlading die een steekproef van batterijen haalt bij gebruik onder specifieke omstandigheden, zoals temperatuur en relatieve vochtigheidsgraad.

2. Vertraagde ontlading: de relatieve afname van de minimale gemiddelde duur, met de oorspronkelijk gemeten minimale gemiddelde duur als referentiepunt, na een bepaalde periode en onder specifieke omstandigheden, zoals temperatuur en relatieve vochtigheidsgraad.

3. Lekbestendigheid: bestendigheid tegen het onbedoeld vrijkomen van elektrolyt, gas of andere materialen.

Deel B

Parameters voor oplaadbare batterijen

1. Nominale capaciteit: de capaciteitswaarde van een batterij, onder specifieke omstandigheden, zoals temperatuur en relatieve vochtigheid, en aangegeven door de fabrikant.

2. Ladingcapaciteitsretentie ( 7 ): de capaciteit die een batterij kan leveren nadat ze onder specifieke omstandigheden, zoals temperatuur en relatieve vochtigheid, gedurende een bepaalde tijd is opgeslagen, zonder dat ze wordt opgeladen en uitgedrukt als percentage van de nominale capaciteit.

3. Ladingcapaciteitsherstel: de capaciteit die een batterij kan leveren nadat ze onder specifieke omstandigheden, zoals temperatuur en relatieve vochtigheid, gedurende een bepaalde tijd is opgeslagen, en daarna is opgeladen en uitgedrukt als percentage van de nominale capaciteit.

4. Cyclusvastheid: het aantal laad- en ontladingscycli dat een batterij onder specifieke omstandigheden, zoals temperatuur en relatieve vochtigheid, kan ondergaan voordat de capaciteit onder een gespecificeerde fractie van de nominale capaciteit daalt.

5. Lekbestendigheid: bestendigheid tegen het onbedoeld vrijkomen van elektrolyt, gas of andere materialen.

BIJLAGE IV




BIJLAGE IV

VEREISTEN MET BETREKKING TOT DE ELEKTROCHEMISCHE PRESTATIES EN DE DUURZAAMHEID VAN BATTERIJEN VOOR LICHTE VERVOERMIDDELEN, INDUSTRIËLE BATTERIJEN MET EEN CAPACITEIT VAN MEER DAN 2 KWH EN BATTERIJEN VOOR ELEKTRISCHE VOERTUIGEN

Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:

1) 

“Nominale capaciteit”: het totale aantal ampère-uren (Ah) dat een volledig opgeladen batterij kan leveren onder referentieomstandigheden.

2) 

“Capaciteitsverlies”: de afname die zich in de loop van de tijd en als gevolg van gebruik voordoet van de hoeveelheid lading die een batterij op basis van de nominale spanning kan leveren ten opzichte van de oorspronkelijke nominale capaciteit.

3) 

“Vermogen”: de hoeveelheid energie die een batterij gedurende een bepaalde periode onder referentieomstandigheden kan leveren.

4) 

“Vermogensverlies”: de afname die zich in de loop van de tijd en als gevolg van gebruik voordoet van de hoeveelheid vermogen die een batterij op basis van de nominale spanning kan leveren.

5) 

“Interne weerstand”: de weerstand die de elektrische stroom binnen een cel of een batterij ondervindt onder referentieomstandigheden. Die bestaat uit twee componenten, namelijk de elektrische weerstand en de ionische weerstand. De som van beide is de totale effectieve weerstand, met inbegrip van de inductieve/capacitieve eigenschappen.

6) 

“Round-tripefficiëntie”: de verhouding tussen de netto-energieopbrengst van een batterij tijdens een ontlaadcyclustest en de hoeveelheid energie die nodig is om het oorspronkelijke laadniveau te herstellen met behulp van een standaardoplaadbeurt.

Deel A

Parameters met betrekking tot elektrochemische prestaties en duurzaamheid:

1. nominale capaciteit (in Ah) en capaciteitsverlies (in %);

2. vermogen (in W) en vermogensverlies (in %);

3. interne weerstand (in Ω) en toename van de interne weerstand (in %);

4. indien van toepassing, round-tripefficiëntie en verlies daarvan (in %);

5. de verwachte levensduur van de batterij onder de referentieomstandigheden waar de batterij voor is ontworpen, uitgedrukt in cycli, behalve voor niet-cyclische toepassingen, en kalenderjaren.

Deel B

Elementen ter toelichting van de metingen ten behoeve van de in deel A vermelde parameters

1. toegepaste ontlaadsnelheid en laadsnelheid;

2. verhouding tussen het nominale batterijvermogen (W) en de energie van de batterij (Wh);

3. ontladingsdiepte tijdens de ontladingscyclustest;

4. vermogen van 80 % bij een laadstatus van 20 %;

5. alle met de gemeten parameters uitgevoerde berekeningen, indien van toepassing.

BIJLAGE V




BIJLAGE V

VEILIGHEIDSPARAMETERS

1.   Thermische schokwisseltest

Het doel van deze test is de veranderingen van de staat van de batterij te beoordelen als gevolg van het krimpen en uitzetten van celcomponenten bij blootstelling aan extreme temperaturen en plotselinge temperatuurveranderingen, alsook de mogelijke gevolgen van dergelijke veranderingen. Tijdens een thermische schokwisseltest wordt de batterij blootgesteld aan twee temperatuuruitersten waarbij elk uiterste gedurende een bepaalde tijd wordt aangehouden.

2.   Externe beveiliging tegen kortsluiting

Het doel van deze test is de veiligheidsprestaties van de batterij te beoordelen bij een externe kortsluiting. De test kan de activering van de kortsluitbeveiliging beoordelen alsook de mate waarin de cellen bestand zijn tegen de spanning, zonder dat zich een gevaarlijke situatie voordoet (zoals thermische wegloop (thermal runaway), explosies, brand). De belangrijkste risicofactoren zijn warmteontwikkeling op celniveau en elektrische vonkvorming, die het schakelsysteem of de isolatieweerstand kunnen aantasten.

3.   Overlaadbeveiliging

Het doel van deze test is de veiligheidsprestaties van de batterij bij overladen te beoordelen. De belangrijkste veiligheidsrisico’s die zich voordoen bij het overbeladen zijn de ontleding van de elektrolyt, de kathode en de anode, exothermische ontleding van de vaste elektrolytlaag, beschadiging van de separator en afzetting van lithiummetaal, waardoor er zelfverhitting in de batterij kan ontstaan en thermische wegloop. De factoren die van invloed zijn op de resultaten van de test omvatten ten minste de laadcapaciteit en het uiteindelijk behaalde laadniveau. De beveiliging kan bestaan uit een spanningsregelaar (onderbreking bij overschrijding van de maximale laadspanning) of laadstroomregelaar (onderbreking bij overschrijding van de maximale laadstroom).

4.   Overontlaadbeveiliging

Het doel van deze test is de veiligheidsprestaties van de batterij bij overontlading te beoordelen. Veiligheidsrisico’s die samengaan met overontlading bestaan onder meer uit ompolen met oxidatie van de stroomcollector aan de anode tot gevolg (koper) en afzettingen op de kathode. Zelfs een geringe mate van overontlading kan tot de vorming van dendrieten en uiteindelijk tot kortsluiting leiden.

5.   Beveiliging tegen te hoge temperaturen

Deze test heeft tot doel de gevolgen van het uitvallen van de temperatuurregeling te beoordelen alsook de uitval van andere beveiligingsfuncties bij interne oververhitting tijdens het gebruik.

6.   Bescherming tegen thermische kettingreactie (thermal propagation)

Het doel van deze test is de veiligheidsprestaties van de batterij bij een thermische kettingreactie te beoordelen. Thermische wegloop in één cel kan een kettingreactie veroorzaken binnen de hele batterij die uit talrijke cellen kan bestaan. Dat kan ernstige gevolgen hebben, onder meer in de vorm van het vrijkomen van grote hoeveelheden gas. De test is mede gebaseerd op de tests die in ontwikkeling zijn voor vervoerstoepassingen door ISO en het mondiaal technisch reglement van de VN.

7.   Mechanische schade als gevolg van externe invloeden

Voor deze tests worden één of meer situaties nagebootst om na te gaan in welke mate een batterij blijft werken voor het doel waarvoor ze is ontworpen wanneer de batterij per ongeluk aan mechanische belasting wordt blootgesteld. Als criteria voor het nabootsen van die situaties geldt dat realistische gebruiksscenario’s moeten worden gebruikt.

8.   Interne kortsluiting

Het doel van deze test is de veiligheidsprestaties van de batterij te beoordelen bij een interne kortsluiting. Het zich voordoen van interne kortsluitingen, een van de grootste punten van zorg voor fabrikanten van batterijen, kan leiden tot het vrijkomen van gassen, thermische wegloop, en vonkvorming waardoor de uit de cel vrijgekomen dampen van het elektrolyt kunnen ontbranden. Dergelijke interne kortsluitingen kunnen worden veroorzaakt door fabricagefouten, de aanwezigheid van onzuiverheden in de cellen of de dendritische afzetting van lithium, en zijn de oorzaak van de meeste veiligheidsincidenten op het terrein. Er zijn verschillende scenario’s mogelijk waarin interne kortsluiting een rol speelt (zoals het elektrisch contact van de kathode/anode, de aluminium stroomcollector/koperen stroomcollector, de aluminium stroomcollector/anode) die ieder een andere contactweerstand hebben.

9.   Thermische blootstelling

Tijdens deze test wordt de batterij blootgesteld aan verhoogde temperaturen (bij IEC 62619 is dit een temperatuur van 85 °C) die exotherme ontleding en thermische wegloop in de cel tot gevolg kunnen hebben.

10.   Brandtest

Het explosiegevaar wordt beoordeeld door de batterij aan vuur bloot te stellen.

11.   Vrijkomen van gassen

Batterijen kunnen aanzienlijke hoeveelheden potentieel gevaarlijk materiaal bevatten, zoals licht ontvlambare elektrolyten, corrosieve en toxische componenten. Bij blootstelling aan bepaalde omstandigheden kan de integriteit van de batterij in gevaar komen, waarbij gevaarlijke gassen kunnen vrijkomen. Daarom is het belangrijk om de uitstoot van gassen uit stoffen, die tijdens tests uit de batterij vrijkomen, te identificeren: voor alle veiligheidsparameters onder de punten 1 tot en met 10 geldt dat naar behoren rekening wordt gehouden met het risico op het vrijkomen van giftige gassen uit niet-waterige elektrolyten.

BIJLAGE VI




BIJLAGE VI

ETIKETTERINGS-, MARKERINGS- EN INFORMATIEVEREISTEN

Deel A: Algemene informatie over batterijen

Het batterij-etiket bevat de volgende informatie over de batterij:

1. 

informatie betreffende de identiteit van de fabrikant overeenkomstig artikel 38, lid 7;

2. 

de categorie van de batterij en informatie ter identificatie van de batterij overeenkomstig artikel 38, lid 6;

3. 

de plaats van fabricage (geografische locatie van een fabricagefaciliteit van batterijen);

4. 

de datum van fabricage (maand en jaar);

5. 

het gewicht;

6. 

de capaciteit;

7. 

de chemische samenstelling;

8. 

andere in de batterij aanwezige gevaarlijke stoffen dan kwik, cadmium of lood;

9. 

bruikbaar blusmiddel;

10. 

in de batterij aanwezige kritieke grondstoffen met een concentratie van meer dan 0,1 gewichtsprocent.

Deel B: Symbool voor de gescheiden inzameling van batterijen

image

Deel C: QR-code

De QR-code heeft een hoog contrast ten opzichte van de achtergrondkleur en is van een zodanige afmeting dat de code goed leesbaar is met algemeen beschikbare QR-lezers, zoals de lezers in draagbare toestellen.

BIJLAGE VII




BIJLAGE VII

PARAMETERS VOOR HET BEPALEN VAN DE CONDITIE EN VERWACHTE LEVENSDUUR VAN BATTERIJEN

Deel A

Parameters voor het bepalen van de conditie van batterijen voor elektrische voertuigen, batterijsystemen voor stationaire energieopslag en batterijen voor lichte vervoermiddelen:

Voor batterijen voor elektrische voertuigen:

staat van gecertificeerde energie (State of Certified Energy — SOCE).

Voor batterijsystemen voor stationaire energieopslag en batterijen voor lichte vervoermiddelen:

1. 

de resterende capaciteit;

2. 

waar mogelijk, het resterend vermogen;

3. 

waar mogelijk, de resterende round-tripefficiëntie;

4. 

de evolutie van zelfontlaadsnelheden;

5. 

waar mogelijk, de weerstand in ohm.

Deel B

Parameters voor het bepalen van de verwachte levensduur van batterijsystemen voor stationaire energieopslag en batterijen voor lichte vervoermiddelen:

1. 

de datum van fabricage van de batterij en, waar passend, de datum van ingebruikneming;

2. 

het energierendement;

3. 

het capaciteitsrendement;

4. 

het traceren van schadelijke voorvallen, zoals het aantal diepe ontladingen, de tijd die is doorgebracht bij extreme temperaturen, de mate waarin is opgeladen bij extreme temperaturen;

5. 

het aantal volledig gelijkwaardige ontladingscycli.

BIJLAGE VIII




BIJLAGE VIII

CONFORMITEITSBEOORDELINGSPROCEDURES

Deel A

MODULE A — INTERNE PRODUCTIECONTROLE

1.   Beschrijving van de module

Met “interne productiecontrole” wordt de conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarbij de fabrikant de verplichtingen in de punten 2, 3 en 4 nakomt en op eigen uitsluitende verantwoordelijkheid garandeert en verklaart dat de betrokken batterijen aan de in de artikelen 6, 9, 10, 12, 13 en 14 vastgelegde toepasselijke eisen voldoen.

2.   Technische documentatie

De fabrikant stelt de technische documentatie op. Aan de hand van die documentatie moet kunnen worden beoordeeld of de batterij aan de in punt 1 bedoelde eisen voldoet; die documentatie omvat een adequate analyse en beoordeling van de risico’s.

In de technische documentatie worden de toepasselijke eisen vermeld; zij heeft, voor zover relevant voor de beoordeling, betrekking op het ontwerp, de fabricage en de werking van de batterij. De technische documentatie bevat, indien van toepassing, ten minste de volgende elementen:

a) 

een algemene beschrijving van de batterij en van het beoogde gebruik;

b) 

de conceptuele ontwerp- en fabricagetekeningen en schema’s van componenten, delen van samenstellen en circuits;

c) 

de beschrijvingen en toelichtingen die nodig zijn voor het begrijpen van de in punt b) bedoelde tekeningen en schema’s en van de werking van de batterij;

d) 

een model van het overeenkomstig artikel 13 vereiste etiket;

e) 

een lijst met de in artikel 15 bedoelde geharmoniseerde normen die geheel of gedeeltelijk zijn toegepast, waarbij wordt aangegeven welke delen zijn toegepast, een lijst met de in artikel 16 bedoelde gemeenschappelijke specificaties die geheel of gedeeltelijk zijn toegepast, waarbij wordt aangegeven welke delen zijn toegepast, en een lijst met andere relevante technische specificaties die voor meet- of berekeningsdoeleinden zijn toegepast;

f) 

indien de in punt e) bedoelde geharmoniseerde normen en gemeenschappelijke specificaties niet zijn toegepast of niet beschikbaar zijn, een beschrijving van de oplossingen die zijn vastgesteld om te voldoen aan de in de artikelen 6, 9, 10, 12, 13 en 14 vastgelegde toepasselijke eisen of om te controleren of de batterijen aan die eisen voldoen;

g) 

de resultaten van gemaakte ontwerpberekeningen en van de uitgevoerde onderzoeken, en de gebruikte technische of schriftelijke bewijsstukken, en

h) 

de testverslagen.

3.   Fabricage

De fabrikant neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het fabricageproces en het toezicht daarop ervoor zorgt dat de batterijen in overeenstemming zijn met de in punt 2 bedoelde technische documentatie en met de in punt 1 bedoelde toepasselijke eisen.

4.   CE-markering en EU-conformiteitsverklaring

De fabrikant brengt de CE-markering aan op elke afzonderlijke batterij die voldoet aan de in punt 1 bedoelde toepasselijke eisen, of, indien dat vanwege de aard van de batterij niet mogelijk of niet opportuun is, op de verpakking en op de documenten die de batterij vergezellen.

De fabrikant stelt overeenkomstig artikel 18 voor ieder batterijmodel een EU-conformiteitsverklaring op en houdt die verklaring, samen met de technische documentatie, tot tien jaar na het in de handel brengen van de laatste batterij van het betreffende model ter beschikking van de nationale autoriteiten. In de EU-conformiteitsverklaring wordt het desbetreffende batterijmodel beschreven.

Een kopie van de EU-conformiteitsverklaring moet op verzoek aan de nationale autoriteiten worden verstrekt.

5.   Gemachtigde van de fabrikant

De in de punt 4 vervatte verplichtingen van de fabrikant kunnen namens de fabrikant en onder de verantwoordelijkheid van de fabrikant worden vervuld door de gemachtigde van de fabrikant, op voorwaarde dat die verplichtingen in het mandaat zijn gespecificeerd.

Deel B

MODULE D1 — KWALITEITSBORGING VAN HET PRODUCTIEPROCES

1.   Beschrijving van de module

Met kwaliteitsborging van het productieproces wordt de conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarbij de fabrikant de verplichtingen in de punten 2, 4 en 7 nakomt en op eigen uitsluitende verantwoordelijkheid, onverminderd de verplichtingen van andere marktdeelnemers overeenkomstig deze verordening, garandeert en verklaart dat de betrokken batterijen voldoen aan de in de artikelen 7 en 8 vastgelegde toepasselijke eisen, of, naar keuze van de fabrikant, aan alle toepasselijke eisen vastgelegd in de artikelen 6 tot en met 10 en de artikelen 12, 13 en 14.

2.   Technische documentatie

De fabrikant stelt de technische documentatie op. Aan de hand van de technische documentatie moet kunnen worden beoordeeld of de batterij aan de in punt 1 bedoelde relevante eisen voldoet; zij omvat een adequate analyse en beoordeling van de risico’s.

In de technische documentatie worden de toepasselijke eisen vermeld; zij heeft, voor zover relevant voor de beoordeling, betrekking op het ontwerp, de fabricage en de werking van de batterij. De technische documentatie bevat, indien van toepassing, ten minste de volgende elementen:

a) 

een algemene beschrijving van de batterij en van het beoogde gebruik;

b) 

de conceptuele ontwerp- en fabricagetekeningen en schema’s van componenten, delen van samenstellen en circuits;

c) 

de beschrijvingen en toelichtingen die nodig zijn voor het begrijpen van de in punt b) bedoelde tekeningen en schema’s en van de werking van de batterij;

d) 

een model van het overeenkomstig artikel 13 vereiste etiket;

e) 

een lijst van de in artikel 15 bedoelde geharmoniseerde normen, de in artikel 16 bedoelde gemeenschappelijke specificaties, of beide, die zijn toegepast en, in geval van gedeeltelijk toegepaste geharmoniseerde normen, gemeenschappelijke specificaties, of beide, een vermelding van de delen die zijn toegepast;

f) 

een lijst met andere relevante technische specificaties die voor meet- of berekeningsdoeleinden zijn gebruikt en beschrijvingen van de oplossingen die zijn gekozen om aan de in de artikelen 6 tot en met 10 en de artikelen 12, 13 en 14 vastgelegde toepasselijke eisen te voldoen of om te controleren of batterijen aan die eisen voldoen indien geharmoniseerde normen, gemeenschappelijke specificaties, of beide, niet zijn toegepast of niet beschikbaar zijn;

g) 

de resultaten van gemaakte ontwerpberekeningen en van de uitgevoerde onderzoeken, en de gebruikte technische of schriftelijke bewijsstukken;

h) 

een onderzoek dat ten grondslag ligt aan de in artikel 7, lid 1, bedoelde waarden voor de koolstofvoetafdruk en de in artikel 7, lid 2, bedoelde koolstofvoetafdrukprestatieklasse, met daarin de berekeningen die zijn gemaakt volgens de methode die is uiteengezet in de op grond van artikel 7, lid 1, vierde alinea, punt a), vastgestelde gedelegeerde handeling en de bewijzen en informatie op basis waarvan de inputgegevens voor die berekeningen worden bepaald;

i) 

een onderzoek dat ten grondslag ligt aan het in artikel 8 bedoelde gehalte gerecycled materiaal, met daarin de berekeningen die zijn gemaakt volgens de methode die is uiteengezet in de op grond van artikel 8, lid 1, tweede alinea, vastgestelde gedelegeerde handeling en de bewijzen en informatie op basis waarvan de inputgegevens voor die berekeningen worden bepaald, en

j) 

de testverslagen.

3.   Beschikbaarheid van de technische documentatie

De fabrikant houdt tot tien jaar na het in de handel brengen van de batterij de technische documentatie ter beschikking van de nationale autoriteiten.

4.   Fabricage

De fabrikant past op de productie, de eindproductcontrole en het testen van de betrokken batterijen een goedgekeurd kwaliteitssysteem als bedoeld in punt 5 toe, waarop overeenkomstig punt 6 toezicht wordt uitgeoefend.

5.   Kwaliteitssysteem

1. De fabrikant dient voor de betrokken batterijen bij een aangemelde instantie van zijn keuze een aanvraag in tot beoordeling van zijn kwaliteitssysteem.

De aanvraag omvat:

a) 

de naam en het adres van de fabrikant en, indien de aanvraag wordt ingediend door de gemachtigde van de fabrikant, ook diens naam en adres;

b) 

een schriftelijke verklaring dat er geen gelijkluidende aanvraag bij een andere aangemelde instantie is ingediend;

c) 

alle relevante informatie voor de bedoelde batterijcategorie;

d) 

de in punt 5.2 bedoelde documentatie over het kwaliteitssysteem;

e) 

de in punt 2 bedoelde technische documentatie.

2. Het kwaliteitssysteem waarborgt dat de batterijen in overeenstemming zijn met de in de artikelen 6 tot en met 10 en de artikelen 12, 13 en 14 vastgelegde toepasselijke eisen.

Alle door de fabrikant vastgestelde gegevens, eisen en bepalingen moeten systematisch en geordend worden gebundeld in een document met schriftelijk vastgelegde beleidsmaatregelen, procedures en instructies. Met de documentatie van het kwaliteitssysteem moeten het mogelijk maken de kwaliteitsprogramma’s, -plannen, -handboeken en -dossiers eenduidig te interpreteren.

De documentatie van het kwaliteitssysteem bevat met name een behoorlijke beschrijving van:

a) 

de kwaliteitsdoelstellingen, de organisatiestructuur en de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de bedrijfsleiding met betrekking tot de productkwaliteit;

b) 

de procedures voor het documenteren en monitoren van de parameters en gegevens die nodig zijn voor de berekening en actualisering van het gehalte gerecycled materiaal als bedoeld in artikel 8 en, indien van toepassing, de waarden en prestatieklasse van de koolstofvoetafdruk als bedoeld in artikel 7;

c) 

de corresponderende te gebruiken technieken, processen en systematische acties voor fabricage, kwaliteitscontrole en kwaliteitsborging;

d) 

de onderzoeken, berekeningen, metingen en tests die vóór, tijdens en na de fabricage worden verricht en de frequentie waarmee dat zal gebeuren;

e) 

de kwaliteitsdossiers, zoals controleverslagen en berekeningen, meet- en testgegevens, ijkgegevens, rapporten betreffende de kwalificatie van het betrokken personeel;

f) 

de middelen om toezicht uit te oefenen op het bereiken van de vereiste productkwaliteit en het doeltreffende functioneren van het kwaliteitssysteem.

3. De aangemelde instantie beoordeelt het kwaliteitssysteem om na te gaan of dat voldoet aan de in punt 5.2 bedoelde eisen.

Zij veronderstelt dat aan die eisen wordt voldaan indien de elementen van het kwaliteitssysteem voldoen aan de desbetreffende specificaties van de relevante geharmoniseerde norm.

Het auditteam heeft ervaring met kwaliteitsmanagementsystemen; ten minste één lid van het team heeft bovendien ervaring met beoordelingen van het betrokken productgebied en de betrokken producttechnologie en is op de hoogte van de in de artikelen 6 tot en met 10 en de artikelen 12, 13 en 14 vastgelegde toepasselijke eisen.

De audit moet een inspectiebezoek aan de fabrikant omvatten.

Het auditteam evalueert de in punt 2 bedoelde technische documentatie om te controleren of de fabrikant zich bewust is van de in de artikelen 6 tot en met 10 en de artikelen 12, 13 en 14 vastgelegde toepasselijke eisen en de vereiste onderzoeken, berekeningen, metingen en tests kan verrichten om te waarborgen dat de batterij aan die eisen voldoet. Het auditteam controleert de betrouwbaarheid van de gegevens die worden gebruikt voor de berekening van het gehalte gerecycled materiaal als bedoeld in artikel 8 en, indien van toepassing, de waarden en prestatieklasse van de koolstofvoetafdruk als bedoeld in artikel 7, alsook de correcte toepassing van de desbetreffende berekeningsmethode.

Nadat de aangemelde instantie het kwaliteitssysteem heeft beoordeeld, stelt zij de fabrikant in kennis van haar besluit. In die kennisgeving moeten de conclusies van de audit worden opgenomen, evenals de redenen voor dat besluit.

4. De fabrikant verbindt zich ertoe de verplichtingen die voortvloeien uit het goedgekeurde kwaliteitssysteem na te komen en ervoor te zorgen dat het systeem passend en doeltreffend blijft.

5. De fabrikant brengt de aangemelde instantie die het kwaliteitssysteem heeft goedgekeurd op de hoogte van elke voorgenomen wijziging van het kwaliteitssysteem.

De aangemelde instantie beoordeelt de voorgestelde wijzigingen en beslist of het gewijzigde kwaliteitssysteem blijft voldoen aan de in punt 5.2 bedoelde eisen, dan wel of een nieuwe beoordeling noodzakelijk is.

De aangemelde instantie brengt de fabrikant op de hoogte van haar beslissing. In die kennisgeving moeten de conclusies van het onderzoek worden opgenomen, evenals de met redenen omklede beoordelingsbeslissing.

6. Toezicht onder verantwoordelijkheid van de aangemelde instantie

1. 

Het toezicht heeft tot doel te controleren of de fabrikant naar behoren voldoet aan de verplichtingen die voortvloeien uit het goedgekeurde kwaliteitssysteem.

2. 

De fabrikant verleent de aangemelde instantie voor inspectiedoeleinden toegang tot de fabricage-, controle-, test- en opslagruimten, en verstrekt haar alle nodige informatie, met name:

a) 

de in punt 5.2 bedoelde documentatie van het kwaliteitssysteem;

b) 

de in punt 2 bedoelde technische documentatie;

c) 

de kwaliteitsdossiers, zoals controleverslagen en berekeningen, meet- en testgegevens, ijkgegevens en rapporten betreffende de kwalificatie van het betrokken personeel.

3. 

De aangemelde instantie verricht periodieke audits om te controleren of de fabrikant het kwaliteitssysteem onderhoudt en toepast, en verstrekt de fabrikant een auditverslag. Tijdens dergelijke audits controleert de aangemelde instantie ten minste de betrouwbaarheid van de gegevens die worden gebruikt voor de berekening van het gehalte gerecycled materiaal als bedoeld in artikel 8 en, indien van toepassing, de waarden en prestatieklasse van de koolstofvoetafdruk als bedoeld in artikel 7, alsook de correcte toepassing van de desbetreffende berekeningsmethode.

4. 

De aangemelde instantie kan bovendien onaangekondigde bezoeken aan de fabrikant brengen. Bij die bezoeken kan de aangemelde instantie zo nodig onderzoeken, berekeningen, metingen en tests verrichten of laten verrichten om te controleren of het kwaliteitssysteem goed functioneert. De aangemelde instantie verstrekt de fabrikant een verslag van het bezoek en, indien tests zijn verricht, een testverslag.

7. CE-markering en EU-conformiteitsverklaring

1. 

De fabrikant brengt de CE-markering en onder de verantwoordelijkheid van de in punt 5.1 bedoelde aangemelde instantie, het identificatienummer van die laatste aan op elke afzonderlijke batterij die voldoet aan de in punt 1 bedoelde toepasselijke eisen, of, indien dat vanwege de aard van de batterij niet mogelijk of niet gerechtvaardigd is, op de verpakking en op de documenten die de batterij vergezellen.

2. 

De fabrikant stelt overeenkomstig artikel 18 voor ieder batterijmodel een EU-conformiteitsverklaring op en houdt die verklaring tot tien jaar na het in de handel brengen van de laatste batterij van het betreffende model ter beschikking van de nationale autoriteiten. In de EU-conformiteitsverklaring wordt het desbetreffende batterijmodel beschreven.

Een kopie van de EU-conformiteitsverklaring moet op verzoek aan de nationale autoriteiten worden verstrekt.

8. Beschikbaarheid van documentatie van het kwaliteitssysteem

De fabrikant houdt gedurende een periode van tien jaar nadat de batterij in de handel is gebracht, de volgende gegevens ter beschikking van de nationale autoriteiten:

a) 

de in punt 5.2 bedoelde documentatie van het kwaliteitssysteem;

b) 

de in punt 5.5 bedoelde wijzigingen, zoals die zijn goedgekeurd;

c) 

de in de punten 5.5, 6.3 en 6.4 bedoelde beslissingen en verslagen van de aangemelde instantie.

9. Informatieverplichtingen van de aangemelde instantie

Elke aangemelde instantie brengt de autoriteit die haar heeft aangemeld op de hoogte van de verleende of ingetrokken goedkeuringen voor kwaliteitssystemen en verstrekt die autoriteit op gezette tijden of op verzoek een lijst van geweigerde, geschorste of anderszins beperkte goedkeuringen voor kwaliteitssystemen.

Elke aangemelde instantie brengt de andere aangemelde instanties op de hoogte van de door haar geweigerde, ingetrokken, geschorste of anderszins beperkte goedkeuringen voor kwaliteitssystemen alsook, op verzoek, van de door haar verleende goedkeuringen voor kwaliteitssystemen.

10. Gemachtigde van de fabrikant

De in de punten 3, 5.1, 5.5, 7 en 8 vervatte verplichtingen van de fabrikant kunnen namens de fabrikant en onder de verantwoordelijkheid van de fabrikant worden vervuld door de gemachtigde van de fabrikant, op voorwaarde dat die verplichtingen in het mandaat zijn gespecificeerd.

Deel C

MODULE G — CONFORMITEIT OP BASIS VAN EENHEIDSKEURING

1.   Beschrijving van de module

Met conformiteit op basis van eenheidskeuring wordt de conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarbij de fabrikant de in de punten 2, 3 en 5 vastgelegde verplichtingen nakomt en op eigen uitsluitende verantwoordelijkheid, onverminderd de verplichtingen van andere marktdeelnemers overeenkomstig deze verordening, garandeert en verklaart dat de betrokken batterij, die is onderworpen aan de bepalingen van punt 4, in overeenstemming is met de in de artikelen 7 en 8 genoemde toepasselijke vereisten, of, naar keuze van de fabrikant, met alle in de artikelen 6 tot en met 10 en de artikelen 12, 13 en 14 vastgelegde toepasselijke eisen.

2.   Technische documentatie

1. De fabrikant stelt de technische documentatie samen en stelt die ter beschikking van de in punt 4 bedoelde aangemelde instantie. Aan de hand van de technische documentatie moet kunnen worden beoordeeld of de batterij aan de relevante in punt 1 bedoelde eisen voldoet; zij omvat een adequate analyse en beoordeling van de risico’s.

In de technische documentatie worden de toepasselijke eisen vermeld; zij heeft, voor zover relevant voor de beoordeling, betrekking op het ontwerp, de fabricage en de werking van de batterij.

De technische documentatie bevat, indien van toepassing, ten minste de volgende elementen:

a) 

een algemene beschrijving van de batterij en van het beoogde gebruik;

b) 

de conceptuele ontwerp- en fabricagetekeningen en schema’s van componenten, delen van samenstellen en circuits;

c) 

de beschrijvingen en toelichtingen die nodig zijn voor het begrijpen van de in punt b) bedoelde tekeningen en schema’s en van de werking van de batterij;

d) 

een model van het overeenkomstig artikel 13 vereiste etiket;

e) 

een lijst met de in artikel 15 bedoelde geharmoniseerde normen, de in artikel 16 bedoelde gemeenschappelijke specificaties, of beide, die zijn toegepast en, in geval van gedeeltelijk toegepaste geharmoniseerde normen, gemeenschappelijke specificaties, of beide, een vermelding van de delen die zijn toegepast;

f) 

een lijst met andere relevante technische specificaties die voor meet- of berekeningsdoeleinden zijn gebruikt en beschrijvingen van de oplossingen die zijn gekozen om aan de in punt 1 genoemde toepasselijke eisen te voldoen of om te controleren of batterijen conform zijn aan die eisen voldoen indien geharmoniseerde normen, gemeenschappelijke specificaties, of beide, niet zijn toegepast of niet beschikbaar zijn;

g) 

de resultaten van gemaakte ontwerpberekeningen en van de uitgevoerde onderzoeken, en de gebruikte technische of schriftelijke bewijsstukken;

h) 

een onderzoek dat ten grondslag ligt aan de in artikel 7 bedoelde waarde en klasse van de koolstofvoetafdruk, met daarin de berekeningen die zijn gemaakt volgens de methode die is uiteengezet in de op grond van artikel 7, lid 1, vierde alinea, punt a), vastgestelde gedelegeerde handeling en de bewijzen en informatie op basis waarvan de inputgegevens voor die berekeningen worden bepaald;

i) 

een onderzoek dat ten grondslag ligt aan het in artikel 8 bedoelde gehalte gerecycled materiaal, met daarin de berekeningen die zijn gemaakt volgens de methode die is uiteengezet in de op grond van artikel 8, lid 1, tweede alinea, vastgestelde gedelegeerde handeling en de bewijzen en informatie op basis waarvan de inputgegevens voor die berekeningen worden bepaald, en

j) 

de testverslagen.

2. De fabrikant houdt tot tien jaar na het in de handel brengen van de batterij de technische documentatie ter beschikking van de nationale autoriteiten.

3. Fabricage

De fabrikant neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het fabricageproces en het toezicht daarop ervoor zorgen dat de gefabriceerde batterij in overeenstemming is met de in punt 1 bedoelde toepasselijke eisen waarborgen.

4. Verificatie

1. 

Een door de fabrikant gekozen aangemelde instantie voert passende onderzoeken, berekeningen, metingen en tests uit, als beschreven in de in artikel 15 bedoelde desbetreffende geharmoniseerde normen, de in artikel 16 bedoelde gemeenschappelijke specificaties of vergelijkbare tests, of beide, om de conformiteit van de batterij met de in punt 1 bedoelde toepasselijke eisen te controleren, of laat die uitvoeren. Bij ontstentenis van een dergelijke geharmoniseerde norm, gemeenschappelijke specificatie, of beide, beslist de betrokken aangemelde instantie over de uit te voeren passende onderzoeken, berekeningen, metingen en tests.

De aangemelde instantie geeft een conformiteitscertificaat af voor de verrichte onderzoeken, berekeningen, metingen en tests, en brengt haar identificatienummer aan op de goedgekeurde batterij of laat dat onder haar verantwoordelijkheid aanbrengen.

2. 

De fabrikant houdt tot tien jaar na het in de handel brengen van de batterij de conformiteitscertificaten ter beschikking van de nationale autoriteiten.

5. CE-markering en EU-conformiteitsverklaring

De fabrikant brengt de CE-markering en onder de verantwoordelijkheid van de in punt 4 bedoelde aangemelde instantie, het identificatienummer van die laatste aan op elke afzonderlijke batterij die voldoet aan de in punt 1 bedoelde toepasselijke eisen, of, indien dat vanwege de aard van de batterij niet mogelijk of niet opportuun is, op de verpakking en op de documenten die de batterij vergezellen.

De fabrikant stelt overeenkomstig artikel 18 voor iedere batterij een EU-conformiteitsverklaring op en houdt die verklaring tot tien jaar na het in de handel brengen van de batterij ter beschikking van de nationale autoriteiten. In de EU-conformiteitsverklaring wordt het desbetreffende batterijmodel beschreven.

Een kopie van de EU-conformiteitsverklaring moet op verzoek aan de nationale autoriteiten worden verstrekt.

6. Gemachtigde van de fabrikant

De in de punten 2.2, 4.2, en 5 vervatte verplichtingen van de fabrikant kunnen namens de fabrikant en onder de verantwoordelijkheid van de fabrikant worden vervuld door de gemachtigde van de fabrikant, op voorwaarde dat die verplichtingen in het mandaat zijn gespecificeerd.

BIJLAGE IX




BIJLAGE IX

EU-CONFORMITEITSVERKLARING Nr.* …

* (identificatienummer van de aangifte)

1. Batterijmodel (product, categorie en partij- of serienummer):

2. Naam en adres van de fabrikant en, indien van toepassing, de gemachtigde van de fabrikant:

3. Deze conformiteitsverklaring wordt afgegeven onder de uitsluitende verantwoordelijkheid van de fabrikant.

4. Voorwerp van de verklaring (beschrijving van de batterij en identificatie aan de hand waarvan de batterij kan worden getraceerd, en die, waar passend, een afbeelding van de batterij kan bevatten).

5. Het in punt 4 beschreven voorwerp is in overeenstemming met de desbetreffende harmonisatiewetgeving van de Unie: … (verwijzing naar de andere toegepaste handeling van de Unie).

6. Vermelding van de toegepaste relevante geharmoniseerde normen of van de gebruikte gemeenschappelijke specificaties of van de andere technische specificaties waarop de conformiteitsverklaring betrekking heeft:

7. De aangemelde instantie … (naam, adres, nummer) heeft … (werkzaamheden beschrijven) uitgevoerd en het certificaat/de certificaten verstrekt: … (details, inclusief de datum en, waar van toepassing, gegevens over de geldigheidsduur en -voorwaarden van het certificaat).

8. Aanvullende informatie

Ondertekend voor en namens:

(plaats en datum van afgifte):

(naam, functie) (handtekening)

BIJLAGE X




BIJLAGE X

LIJST VAN GRONDSTOFFEN EN RISICOCATEGORIEËN

1. Grondstoffen:

a) 

kobalt;

b) 

natuurlijk grafiet;

c) 

lithium;

d) 

nikkel;

e) 

op in de punten a) tot en met d) genoemde grondstoffen gebaseerde chemische verbindingen die nodig zijn voor de fabricage van de actieve materialen in batterijen.

2. Categorieën van sociale en milieurisico’s:

a) 

milieu, klimaat en gezondheid van de mens, rekening houdend met directe, geïnduceerde, indirecte en cumulatieve effecten, met inbegrip van:

i) 

lucht, met inbegrip van luchtverontreiniging zoals broeikasgasemissies;

ii) 

water, waaronder de zeebodem en het mariene milieu, met inbegrip van waterverontreiniging, watergebruik, waterhoeveelheden (overstromingen of droogten) en toegang tot water;

iii) 

bodem, met inbegrip van bodemverontreiniging, bodemerosie, landgebruik en bodemdegradatie;

iv) 

biodiversiteit, met inbegrip van schade aan habitats, in het wild levende dieren, flora en ecosystemen, waaronder ecosysteemdiensten;

v) 

gevaarlijke stoffen;

vi) 

geluid en trillingen;

vii) 

veiligheid van fabricagefaciliteiten;

viii) 

energieverbruik;

ix) 

afval en residuen;

b) 

mensenrechten, arbeidsrechten en arbeidsverhoudingen, met inbegrip van:

i) 

gezondheid en veiligheid op het werk;

ii) 

kinderarbeid;

iii) 

dwangarbeid;

iv) 

discriminatie;

v) 

vakbondsvrijheden;

c) 

gemeenschapsleven, met inbegrip van dat van inheemse volken.

3. De internationale instrumenten ter dekking van de in punt 2 bedoelde risico’s omvatten:

a) 

de tien beginselen van het Global Compact van de Verenigde Naties;

b) 

de “Guidelines for Social Life Cycle Assessment of Products” van het UNEP;

c) 

het Verdrag inzake biologische diversiteit, met name COP-besluit VIII/28 — Voluntary guidelines on Biodiversity-Inclusive impact assessment;

d) 

de Overeenkomst van Parijs;

e) 

de acht fundamentele IAO-verdragen zoals gedefinieerd in de IAO-verklaring betreffende de fundamentele beginselen en rechten op het werk;

f) 

alle andere internationale milieuverdragen die bindend zijn voor de Unie of haar lidstaten;

g) 

de IAO-Verklaring inzake de fundamentele beginselen en rechten op het werk;

h) 

het Internationaal Statuut van de Rechten van de Mens, met inbegrip van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten.

4. De internationaal erkende instrumenten inzake passende zorgvuldigheid die van toepassing zijn op de in hoofdstuk VII van deze verordening bedoelde eisen voor passende zorgvuldigheid:

a) 

het Internationaal Statuut van de Rechten van de Mens, met inbegrip van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten;

b) 

de leidende beginselen inzake bedrijfsleven en mensenrechten van de VN;

c) 

de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen;

d) 

de tripartiete beginselverklaring van de IAO betreffende multinationale ondernemingen en sociaal beleid;

e) 

de OESO-richtsnoeren voor passende zorgvuldigheid voor maatschappelijk verantwoord ondernemen;

f) 

de OESO-richtsnoeren voor passende zorgvuldigheid voor verantwoorde toeleveringsketens van mineralen uit door conflicten getroffen gebieden en risicogebieden.

BIJLAGE XI




BIJLAGE XI

BEREKENING VAN DE INZAMELINGSPERCENTAGES VOOR AFGEDANKTE DRAAGBARE BATTERIJEN EN AFGEDANKTE BATTERIJEN VOOR LICHTE VERVOERMIDDELEN

1. Producenten van de desbetreffende categorie batterijen of, indien zij zijn aangesteld overeenkomstig artikel 57, lid 1, organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, en de lidstaten, berekenen het inzamelingspercentage als het percentage dat wordt verkregen door het gewicht van de afgedankte batterijen, die respectievelijk overeenkomstig de artikelen 59, 60 en 69 in een bepaald kalenderjaar in een lidstaat zijn ingezameld, te delen door het gemiddelde gewicht van die batterijen die producenten hetzij rechtstreeks voor de eindgebruiker op de markt aanbieden, hetzij leveren aan derde partijen om ze voor de eindgebruiker op de markt aan te bieden in die lidstaat gedurende de voorafgaande drie kalenderjaren. Het inzamelingspercentage wordt berekend voor draagbare batterijen overeenkomstig artikel 59, en voor batterijen voor lichte vervoermiddelen overeenkomstig artikel 60.



Jaar

Gegevensverzameling

Berekening

Rapportagevereiste

Jaar 1

Omzet in jaar 1 (S1)

 

 

 

Jaar 2

Omzet in jaar 2 (S2)

 

 

 

Jaar 3

Omzet in jaar 3 (S3)

 

 

 

Jaar 4

Omzet in jaar 4 (S4)

Inzameling in jaar 4 (C4)

Inzamelingspercentage (CR4) = 3*C4/(S1+S2+S3)

CR4

Jaar 5

Omzet in jaar 5 (S5)

Inzameling in jaar 5 (C5)

Inzamelingspercentage (CR5) = 3*C5/(S2+S3+S4)

CR5

Enz.

Enz.

Enz.

Enz.

 

2. Producenten van de desbetreffende categorie batterijen of, indien zij zijn aangesteld overeenkomstig artikel 57, lid 1, organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, en de lidstaten, berekenen de jaarlijkse omzet van de batterijenverkoop aan eindgebruikers in een bepaald jaar als het gewicht van de op hun grondgebied in het betreffende jaar voor de eerste keer op de markt aangeboden draagbare batterijen, met uitzondering van de batterijen die het grondgebied van die lidstaat dat jaar vóór hun verkoop aan eindgebruikers hebben verlaten. Die omzet wordt afzonderlijk berekend voor draagbare batterijen en batterijen voor lichte vervoermiddelen.

3. Voor iedere batterij geldt dat slechts de eerste keer dat de batterij in een lidstaat op de markt is aangeboden, wordt meegeteld.

4. De in de punten 1 en 2 bedoelde berekening wordt gebaseerd op verzamelde gegevens of statistisch significante ramingen op basis van verzamelde gegevens.

BIJLAGE XII




BIJLAGE XII

VOORSCHRIFTEN VOOR OPSLAG EN VERWERKING, WAARONDER RECYCLING

Deel A: Voorschriften voor opslag en verwerking

1. De verwerking houdt minimaal het wegnemen in van alle vloeistoffen en zuren.

2. Verwerking en opslag, tijdelijke opslag daaronder begrepen, in verwerkingsinrichtingen, waaronder recyclinginrichtingen, vinden plaats op locaties met ondoorlaatbare oppervlakken en passende weerbestendige afdekkingen of in daarvoor geschikte recipiënten.

3. Afgedankte batterijen in verwerkingsinrichtingen, waaronder recyclinginrichtingen, worden zodanig opgeslagen dat ze niet worden gemengd met geleidende of brandbare materialen.

4. Er moeten speciale voorzorgs- en veiligheidsmaatregelen worden getroffen voor de verwerking van afgedankte lithiumbatterijen tijdens de verwerking, sortering en opslag. Die maatregelen omvatten bescherming tegen blootstelling aan:

a) 

overmatige hitte zoals hoge temperaturen, brand of direct zonlicht;

b) 

water, zoals neerslag en overstromingen;

c) 

breken of andere fysieke schade.

Afgedankte lithiumbatterijen worden opgeslagen in dezelfde richting als waarin zij gewoonlijk geïnstalleerd worden, d.i. nooit omgekeerd, en in goed geventileerde ruimten en zij worden bedekt met hoogspanningsbestendig rubber. Opslagfaciliteiten voor afgedankte lithiumbatterijen worden gemarkeerd met een waarschuwingsteken.

5. Kwik wordt bij verwerking gescheiden in een identificeerbare stroom, die veilig wordt geïmmobiliseerd en verwijderd en die geen nadelige effecten kan hebben voor de gezondheid van de mens of voor het milieu.

6. Cadmium wordt bij verwerking gescheiden in een identificeerbare stroom, waaraan een veilige bestemming wordt gegeven en die geen nadelige effecten kan hebben voor de gezondheid van de mens of voor het milieu.

Deel B: Doelstellingen inzake recyclingrendement

1. Uiterlijk op 31 december 2025 moet de recycling ten minste de volgende doelstellingen inzake recyclingrendement halen:

a) 

recycling van 75 % van het gemiddelde gewicht van lood-zuurbatterijen;

b) 

recycling van 65 % van het gemiddelde gewicht van lithiumbatterijen;

c) 

recycling van 80 % van het gemiddelde gewicht van nikkel-cadmiumbatterijen;

d) 

recycling van 50 % van het gemiddelde gewicht van andere afgedankte batterijen.

2. Uiterlijk op 31 december 2030 moet de recycling ten minste de volgende doelstellingen inzake recyclingrendement halen:

a) 

recycling van 80 % van het gemiddelde gewicht van lood-zuurbatterijen;

b) 

recycling van 70 % van het gemiddelde gewicht van lithiumbatterijen.

Deel C: Doelstellingen inzake materiaalterugwinning

1. Uiterlijk op 31 december 2027 moet alle recycling ten minste de volgende doelstellingen inzake materiaalterugwinning halen:

a) 

90 % voor kobalt;

b) 

90 % voor koper;

c) 

90 % voor lood;

d) 

50 % voor lithium;

e) 

90 % voor nikkel.

2. Uiterlijk op 31 december 2031 moet alle recycling ten minste de volgende doelstellingen inzake materiaalterugwinning halen:

a) 

95 % voor kobalt;

b) 

95 % voor koper;

c) 

95 % voor lood;

d) 

80 % voor lithium;

e) 

95 % voor nikkel.

BIJLAGE XIII




BIJLAGE XIII

IN HET BATTERIJPASPOORT OP TE NEMEN INFORMATIE

1.   PUBLIEK TOEGANKELIJKE INFORMATIE OVER HET BATTERIJMODEL

Een batterijpaspoort bevat de volgende, voor het publiek toegankelijke informatie over het batterijmodel:

a) 

de informatie over batterijen als bedoeld in bijlage VI, deel A;

b) 

de materiaalsamenstelling van de batterij, met inbegrip van de chemische samenstelling ervan, andere in de batterij aanwezige gevaarlijke stoffen dan kwik, cadmium of lood, en in de batterij aanwezige kritieke grondstoffen;

c) 

de informatie over de koolstofvoetafdruk als bedoeld in artikel 7, leden 1 en 2;

d) 

informatie over het op verantwoorde wijze betrekken van grondstoffen zoals aangegeven in het verslag over het beleid van passende zorgvuldigheid inzake batterijen, als bedoeld in artikel 52, lid 3;

e) 

informatie over het gehalte aan gerecycled materiaal zoals vervat in de documentatie als bedoeld in artikel 8, lid 1;

f) 

het aandeel hernieuwbare inhoud;

g) 

de nominale capaciteit (in Ah);

h) 

de minimale spanning, nominale spanning en maximale spanning, indien relevant met temperatuurbereik;

i) 

het oorspronkelijk vermogen (in watt) en grenswaarden, indien relevant met temperatuurbereik;

j) 

de verwachte levensduur van de batterij uitgedrukt in cycli, alsook de gebruikte referentietest;

k) 

de capaciteitsdrempel voor volledige ontlading (uitsluitend voor batterijen voor elektrische voertuigen);

l) 

de temperaturen waartegen de batterij bestand is wanneer zij niet in gebruik is (referentietest);

m) 

de periode gedurende welke de commerciële garantie voor de kalenderlevensduur van toepassing is;

n) 

de initiële round-tripefficiëntie en bij 50 % van de ontladingscyclus;

o) 

de interne weerstand van de batterijcellen en het batterijpak;

p) 

de “C-rate” (constante laadstroom) van de betreffende ontladingscyclustest;

▼C5

q) 

de markeringsvereisten van artikel 13, leden 4 en 5;

▼B

r) 

de EU-conformiteitsverklaring als bedoeld in artikel 18;

s) 

de in artikel 74, lid 1, punten a) tot en met f), bedoelde informatie over de preventie en het beheer van afgedankte batterijen.

2.   INFORMATIE OVER HET BATTERIJMODEL DIE UITSLUITEND TOEGANKELIJK IS VOOR PERSONEN MET EEN GERECHTVAARDIGD BELANG EN VOOR DE COMMISSIE

Een batterijpaspoort bevat de volgende informatie over het batterijmodel die uitsluitend toegankelijk is voor personen met een gerechtvaardigd belang en de Commissie:

a) 

gedetailleerde gegevens met betrekking tot de samenstelling, met inbegrip van de in de kathode, de anode en de elektrolyt gebruikte materialen;

b) 

de nummers van de onderdelen en de contactgegevens voor het verkrijgen van vervangende onderdelen;

c) 

demontage-informatie, met in ieder geval:

— 
een explosietekening van het batterijsysteem/batterijpak met de locatie van de batterijcellen;
— 
de demontagevolgorde;
— 
het soort en aantal ongedaan te maken bevestigingen;
— 
het voor demontage vereiste gereedschap;
— 
waarschuwingen indien sprake is van risico op beschadiging van onderdelen;
— 
het aantal gebruikte cellen en de indeling;
d) 

veiligheidsmaatregelen.

3.   INFORMATIE DIE UITSLUITEND TOEGANKELIJK IS VOOR AANGEMELDE INSTANTIES, MARKTTOEZICHTAUTORITEITEN EN DE COMMISSIE

Een batterijpaspoort bevat de volgende informatie over het batterijmodel die uitsluitend toegankelijk is voor aangemelde instanties, markttoezichtautoriteiten en de Commissie:

— 
de gerapporteerde resultaten van de test waaruit conformiteit blijkt met de vereisten die zijn vastgelegd in deze verordening of op grond daarvan vastgestelde gedelegeerde of uitvoeringshandelingen.

4.   INFORMATIE EN GEGEVENS OVER EEN INDIVIDUELE BATTERIJ DIE UITSLUITEND TOEGANKELIJK ZIJN VOOR PERSONEN MET EEN GERECHTVAARDIGD BELANG

Een batterijpaspoort bevat de volgende specifieke informatie en gegevens over een individuele batterij, die uitsluitend toegankelijk zijn voor personen met een gerechtvaardigd belang:

a) 

de waarden voor de in artikel 10, lid 1, bedoelde prestatie- en duurzaamheidsparameters wanneer de batterij in de handel wordt gebracht en wanneer de status ervan wordt gewijzigd;

b) 

informatie over de conditie van de batterij op grond van artikel 14;

c) 

informatie over de status van de batterij, gedefinieerd als “oorspronkelijk”, “herbestemd”, “hergebruikt”, “geherfabriceerd” of “afgedankt”;

d) 

informatie en gegevens die het gevolg zijn van het gebruik ervan, met inbegrip van het aantal laad- en ontladingscycli en negatieve gebeurtenissen, zoals ongevallen, alsook periodiek geregistreerde informatie over de omgevingsomstandigheden wat de werking betreft, met inbegrip van de temperatuur, en over het laadniveau.

BIJLAGE XIV




BIJLAGE XIV

MINIMUMEISEN VOOR DE OVERBRENGING VAN GEBRUIKTE BATTERIJEN

1. Om een onderscheid te maken tussen gebruikte en afgedankte batterijen, wanneer de houder, dat wil zeggen de natuurlijke of rechtspersoon die de gebruikte batterijen of de afgedankte batterijen in bezit heeft, beweert gebruikte batterijen te willen overbrengen of over te brengen en geen afgedankte batterijen, wordt die houder voorgeschreven te beschikken over het volgende om die bewering te staven:

a) 

een kopie van de factuur en het contract met betrekking tot de verkoop of de eigendomsoverdracht van de batterijen, waarin wordt verklaard dat de batterijen bestemd zijn voor onmiddellijk hergebruik en helemaal functioneel zijn;

b) 

een bewijs van beoordeling of test, in de vorm van een kopie van de bescheiden, zoals het testcertificaat, keuringsbewijs, voor elke batterij of fractie daarvan in de zending, alsook het protocol dat alle gespecificeerde informatie over de registratie overeenkomstig punt 3 bevat;

c) 

een verklaring van de houder dat de zending geen materiaal of apparatuur omvat die een afvalstof is zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 1, van Richtlijn 2008/98/EG, en

d) 

passende bescherming tegen beschadiging tijdens het vervoer en het in- en uitladen, met name door voldoende verpakking en passende stapeling van de lading.

2. Punt 1, a) en b), en punt 3 zijn niet van toepassing wanneer dat wordt aangetoond door gedocumenteerd bewijs dat de overbrenging plaatsvindt in het kader van een overdrachtovereenkomst tussen ondernemingen en dat:

a) 

de gebruikte batterij wordt teruggestuurd naar de producent of naar een derde die in diens naam handelt voor reparatie onder garantie met het oog op hergebruik, of

b) 

indien de gebruikte batterij voor professioneel gebruik is, deze wordt verzonden naar de producent of naar een derde die in diens naam handelt of naar faciliteiten van een derde in landen waar Besluit C(2001)107/def. van de OESO-Raad betreffende het toezicht op de grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen bestemd voor handelingen ter nuttige toepassing van toepassing is, met als doel om te worden opgeknapt of gerepareerd, krachtens een geldig contract, met het oog op hergebruik, of

c) 

indien de defecte gebruikte batterij voor professioneel gebruik en defect is, deze naar de producent of naar een derde die in naam van de producent handelt wordt verzonden, voor analyse van de onderliggende oorzaak, krachtens een geldig contract, wanneer zo'n analyse alleen kan worden uitgevoerd door de producent of derden die in naam van de producent handelen.

3. Om aan te tonen dat de overgebrachte batterijen uit gebruikte en niet uit afgedankte batterijen bestaan, voert de houder de volgende stappen uit voor het testen en registreren:

stap 1: testen
a) 

de batterij wordt getest op de conditie ervan en de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen wordt beoordeeld;

b) 

de uitkomsten van de beoordeling en het in punt a) bedoelde testen worden geregistreerd.

stap 2: registreren
a) 

het etiket wordt stevig, maar niet onlosmakelijk, bevestigd hetzij op de gebruikte batterij zelf, indien de gebruikte batterij onverpakt is, hetzij op de verpakking, op zodanige wijze dat het kan worden gelezen zonder dat de verpakking moet worden verwijderd;

b) 

het etiket bevat de volgende informatie:

— 
naam van de batterij of de fractie ervan;
— 
identificatienummer van de batterij of de fractie ervan, indien van toepassing;
— 
productiejaar, indien beschikbaar;
— 
naam en adres van het bedrijf dat verantwoordelijk is voor het testen van de conditie;
— 
soorten tests die worden gedaan voor stap 1;
— 
resultaat van de tests die worden gedaan voor stap 1, met inbegrip van de datum van de test.

4. Naast de op grond van de punten 1, 2 en 3 voorgeschreven documenten dient elke lading, bv. container or vrachtwagen, gebruikte batterijen vergezeld te gaan van:

a) 

een betreffend vervoersdocument, en

b) 

een verklaring over de verantwoordelijkheid door de aansprakelijke persoon.

5. Bij ontbreken van bewijs dat een voorwerp een gebruikte batterij is en geen afgedankte batterij, in de vorm van de op grond van de punten 1, 2, 3 en 4 vereiste passende documenten, en van passende bescherming tegen beschadiging tijdens het vervoer en het in- en uitladen, met name door voldoende verpakking en passende stapeling van de lading, waarvoor de houder die het vervoer organiseert verantwoordelijk is, wordt het voorwerp als afvalstof beschouwd en wordt ervan uitgegaan dat de lading een illegale overbrenging omvat. In zulke gevallen wordt met de lading omgegaan overeenkomstig de artikelen 24 en 25 van Verordening (EG) nr. 1013/2006.

BIJLAGE XV




BIJLAGE XV

CONCORDANTIETABEL



Richtlijn 2006/66/EG

Deze verordening

Artikel 1

Artikel 1

Artikel 1, eerste alinea, punt 1

Artikel 1, lid 1

Artikel 1, eerste alinea, punt 2

Artikel 1, lid 1

Artikel 1, tweede alinea

—

Artikel 2

Artikel 1, leden 3, 4 en 5

Artikel 2, lid 1

Artikel 1, leden 3 en 4

Artikel 2, lid 2

Artikel 1, lid 5

Artikel 2, lid 2, punt a)

Artikel 1, lid 5, punt a)

Artikel 2, lid 2, punt b)

Artikel 1, lid 5, punt b)

Artikel 3

Artikel 3

Artikel 3, punt 1

Artikel 3, lid 1, punt 1)

Artikel 3, punt 2

Artikel 3, lid 1, punt 2)

Artikel 3, punt 3

Artikel 3, lid 1, punt 9)

Artikel 3, punt 4

—

Artikel 3, punt 5

Artikel 3, lid 1, punt 12)

Artikel 3, punt 6

Artikel 3, lid 1, punt 13)

Artikel 3, punt 7

Artikel 3, lid 1, punt 50)

Artikel 3, punt 8

Artikel 3, lid 2, punt a)

Artikel 3, punt 9

—

Artikel 3, punt 10

Artikel 3, lid 1, punt 53)

Artikel 3, punt 11

Artikel 3, lid 1, punt 26)

Artikel 3, punt 12

Artikel 3, lid 1, punt 47)

Artikel 3, punt 13

Artikel 3, lid 1, punt 65)

Artikel 3, punt 14

Artikel 3, lid 1, punt 16)

Artikel 3, punt 15

Artikel 3, lid 1, punt 22)

Artikel 3, punt 16

—

Artikel 3, punt 17

—

Artikel 4

Artikel 6

Artikel 4, lid 1

Bijlage I

Artikel 4, lid 1, punt a)

Bijlage I, vermelding 1

Artikel 4, lid 1, punt b)

Bijlage I, vermelding 2

Artikel 4, lid 2

—

Artikel 4, lid 3

—

Artikel 4, lid 3, punt a)

—

Artikel 4, lid 3, punt b)

—

Artikel 4, lid 3, punt c)

—

Artikel 4, lid 4

—

Artikel 5

—

Artikel 6

Artikel 4

Artikel 6, lid 1

Artikel 4, lid 1

Artikel 6, lid 2

—

Artikel 7

Artikel 2

Artikel 8

Artikelen 59 en 62, en artikelen 64 tot en met 67

Artikel 8, lid 1

Artikel 59

Artikel 8, lid 1, eerste alinea, punt a)

Artikel 59, lid 1, punt a) Artikel 59, lid 1, punt b)

Artikel 8, lid 1, eerste alinea, punt b)

Artikel 62

Artikel 8, lid 1, eerste alinea, punt c)

Artikel 61, lid 1 Artikel 62, lid 1

Artikel 8, lid 1, eerste alinea, punt d)

Artikel 59, lid 2, punt a), ii) Artikel 61, lid 1, punt c)

Artikel 8, lid 1, tweede alinea

Artikel 59, lid 5

Artikel 8, lid 2

Artikel 59, lid 1, en artikel 59, lid 2

Artikel 8, lid 2, punt a)

Artikel 59, lid 1, en artikel 59, lid 2

Artikel 8, lid 2, punt b)

Artikel 59, lid 2

Artikel 8, lid 2, punt c)

—

Artikel 8, lid 3

Artikel 61

Artikel 8, lid 4

Artikel 61

Artikel 9

—

Artikel 10

Artikelen 59, 60 en 69

Artikel 10, lid 1

—

Artikel 10, lid 1, tweede alinea

Artikel 75, lid 4

Artikel 10, lid 2

Artikelen 59 en 60

Artikel 10, lid 2, punt a)

—

Artikel 10, lid 2, punt b)

Artikel 59, lid 3, en artikel 60, lid 3

Artikel 10, lid 3

Artikel 69, lid 2, en artikel 76, lid 1, tweede alinea

Artikel 10, lid 4

—

Artikel 11

Artikel 11

Artikel 11, eerste alinea

Artikel 11, lid 1

Artikel 11, tweede alinea

Artikel 11, lid 3

Artikel 12

Artikel 70

Artikel 12, lid 1

Artikel 70, lid 2

Artikel 12, lid 1, eerste alinea, punt a)

Artikel 59, lid 1, punt f), artikel 60, lid 1, punt f), en artikel 61, lid 3, punt c)

Artikel 12, lid 1, eerste alinea, punt b)

Artikel 71, lid 1

Artikel 12, lid 1, tweede alinea

—

Artikel 12, lid 1, derde alinea

—

Artikel 12, lid 2

Artikel 71, lid 4

Artikel 12, lid 3

Artikel 70, lid 3

Artikel 12, lid 4

Artikel 71, leden 2 en 3

Artikel 12, lid 5

Artikel 75, lid 5, punt c), en artikel 76, lid 1, punt d)

Artikel 12, lid 6

Artikel 71, lid 4

Artikel 13

—

Artikel 13, lid 1

—

Artikel 13, lid 2

—

Artikel 14

Artikel 70, lid 1

Artikel 15

Artikel 72

Artikel 15, lid 1

Artikel 72, lid 1

Artikel 15, lid 2

Artikel 72, lid 3

Artikel 15, lid 3

Artikel 72, lid 4

Artikel 16

Artikel 56

Artikel 16, lid 1

Artikel 56, leden 1 en 4

Artikel 16, lid 1, punt a)

Artikel 56, lid 4, punt a)

Artikel 16, lid 1, punt b)

Artikel 56, lid 4, punt a)

Artikel 16, lid 2

—

Artikel 16, lid 3

Artikel 56, lid 1, punt c)

Artikel 16, lid 4

Artikel 74, lid 5

Artikel 16, lid 5

—

Artikel 16, lid 6

—

Artikel 17

Artikel 55

Artikel 18

Artikel 57, lid 2, punt c)

Artikel 18, lid 1

—

Artikel 18, lid 2

—

Artikel 18, lid 3

—

Artikel 19

Artikel 59, lid 1, artikel 60, lid 1, artikel 61, lid 1, artikel 62 en de artikelen 64 tot en met 67

Artikel 19, lid 1

Artikel 59, lid 2, artikel 60, lid 2, artikel 61, lid 1, en de artikelen 62, 65, 66 en 67

Artikel 19, lid 2

Artikel 57, lid 2, punt c)

Artikel 20

Artikel 74

Artikel 20, lid 1

Artikel 74, lid 1

Artikel 20, lid 1, punt a)

Artikel 74, lid 1, punt f)

Artikel 20, lid 1, punt b)

Artikel 74, lid 1, punt b)

Artikel 20, lid 1, punt c)

Artikel 74, lid 1, punt c)

Artikel 20, lid 1, punt d)

Artikel 74, lid 1, punt b)

Artikel 20, lid 1, punt e)

Artikel 74, lid 1, punt e)

Artikel 20, lid 2

Artikel 74

Artikel 20, lid 3

Artikel 74, lid 4

Artikel 21

Artikel 20 Artikel 13, bijlage VI, delen A, B en C

Artikel 21, lid 1

Artikel 13, lid 4

Artikel 21, lid 2

Artikel 13, lid 2

Artikel 21, lid 3

Artikel 13, lid 5

Artikel 21, lid 4

Artikel 13, lid 4

Artikel 21, lid 5

Artikel 13, lid 4

Artikel 21, lid 6

—

Artikel 21, lid 7

—

Artikel 22 bis

—

Artikel 23

Artikel 94

Artikel 23, lid 1

Artikel 94, lid 1

Artikel 23, lid 2

Artikel 94, lid 2

Artikel 23, lid 2, punt a)

—

Artikel 23, lid 2, punt b)

Artikel 94, lid 2, eerste alinea, punt e)

Artikel 23, lid 2, punt c)

Artikel 71, leden 5 en 6

Artikel 23, lid 3

Artikel 94, lid 2, tweede alinea

Artikel 23 bis

Artikel 89

Artikel 23 bis, lid 1

Artikel 89, lid 1

Artikel 23 bis, lid 2

Artikel 89, lid 2

Artikel 23 bis, lid 3

Artikel 89, lid 3

Artikel 23 bis, lid 4

Artikel 89, lid 5

Artikel 23 bis, lid 5

Artikel 89, lid 6

Artikel 24

Artikel 90

Artikel 24, lid 1

Artikel 90, lid 1

Artikel 24, lid 2

Artikel 90, lid 3

Artikel 24, lid 2, tweede alinea

Artikel 90, lid 3, tweede alinea

Artikel 25

Artikel 93

Artikel 26

—

Artikel 27

—

Artikel 28

Artikel 95

Artikel 29

Artikel 96

Artikel 30

—

Bijlage I

Bijlage XI

Bijlage II

Bijlage VI, deel B

Bijlage III

Bijlage XII

Bijlage III, deel A

Bijlage XII, deel A

Bijlage III, deel B

Bijlage XII, deel B

Bijlage IV

Artikel 55

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis