+VERORDENING (EU) 2023/2405 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 18 oktober 2023 inzake het waarborgen van een gelijk speelveld voor duurzaam luchtvervoer (ReFuelEU Luchtvaart) (Voor de EER relevante tekst)
---+Artikel 1 Onderwerp
---+Artikel 2 Toepassingsgebied
------+Artikel 2 1.
------+Artikel 2 2.
------+Artikel 2 3.
------+Artikel 2 4.
---+Artikel 3 Definities
---+Artikel 4 Percentages op Unieluchthavens beschikbare duurzame luchtvaartbrandstoffen
------+Artikel 4 1.
------+Artikel 4 2.
------+Artikel 4 3.
------+Artikel 4 4.
------+Artikel 4 5.
------+Artikel 4 6.
------+Artikel 4 7.
---+Artikel 5 Tankverplichting voor luchtvaartuigexploitanten
------+Artikel 5 1.
------+Artikel 5 2.
------+Artikel 5 3.
------+Artikel 5 4.
------+Artikel 5 5.
------+Artikel 5 6.
------+Artikel 5 7.
------+Artikel 5 8.
------+Artikel 5 9.
------+Artikel 5 10.
------+Artikel 5 11.
---+Artikel 6 Verplichtingen voor Unieluchthavenbeheerders om de toegang tot duurzame luchtvaartbrandstoffen te faciliteren
------+Artikel 6 1.
------+Artikel 6 2.
------+Artikel 6 3.
------+Artikel 6 4.
------+Artikel 6 5.
---+Artikel 7 Bevorderen van de waterstof- en elektriciteitsvoorziening op Unieluchthavens
------+Artikel 7 1.
------+Artikel 7 2.
------+Artikel 7 3.
---+Artikel 8 Rapportageverplichtingen voor luchtvaartuigexploitanten
------+Artikel 8 1.
------+Artikel 8 2.
------+Artikel 8 3.
---+Artikel 9 Het claimen van het gebruik van duurzame luchtvaartbrandstoffen door luchtvaartuigexploitanten
------+Artikel 9 1.
------+Artikel 9 2.
------+Artikel 9 3.
---+Artikel 10 Rapportageverplichtingen voor luchtvaartbrandstofleveranciers
---+Artikel 11 Bevoegde autoriteit
------+Artikel 11 1.
------+Artikel 11 2.
------+Artikel 11 3.
------+Artikel 11 4.
------+Artikel 11 5.
------+Artikel 11 6.
------+Artikel 11 7.
------+Artikel 11 8.
---+Artikel 12 Handhaving
------+Artikel 12 1.
------+Artikel 12 2.
------+Artikel 12 3.
------+Artikel 12 4.
------+Artikel 12 5.
------+Artikel 12 6.
------+Artikel 12 7.
------+Artikel 12 8.
------+Artikel 12 9.
------+Artikel 12 10.
---+Artikel 13 Verzameling en bekendmaking van gegevens
------+Artikel 13 1.
------+Artikel 13 2.
---+Artikel 14 Milieulabelsysteem
------+Artikel 14 1.
------+Artikel 14 2.
------+Artikel 14 3.
------+Artikel 14 4.
------+Artikel 14 5.
------+Artikel 14 6.
------+Artikel 14 7.
------+Artikel 14 8.
------+Artikel 14 9.
------+Artikel 14 10.
------+Artikel 14 11.
------+Artikel 14 12.
---+Artikel 15 Flexibiliteitsmechanismen
------+Artikel 15 1.
------+Artikel 15 2.
---+Artikel 16 Comitéprocedure
------+Artikel 16 1.
------+Artikel 16 2.
------+Artikel 16 3.
---+Artikel 17 Rapportage en evaluatie
------+Artikel 17 1.
------+Artikel 17 2.
------+Artikel 17 3.
------+Artikel 17 4.
------+Artikel 17 5.
------+Artikel 17 6.
------+Artikel 17 7.
---+Artikel 18 Inwerkingtreding
---+BIJLAGE I In artikel 4 bedoelde percentages duurzame luchtvaartbrandstoffen
---+BIJLAGE II Model voor rapportage door luchtvaartuigexploitanten
English - European Union - Environment - Aviation -

VERORDENING (EU) 2023/2405 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 18 oktober 2023 inzake het waarborgen van een gelijk speelveld voor duurzaam luchtvervoer (ReFuelEU Luchtvaart) (Voor de EER relevante tekst)

VERORDENING (EU) 2023/2405 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 18 oktober 2023

inzake het waarborgen van een gelijk speelveld voor duurzaam luchtvervoer (ReFuelEU Luchtvaart)

(Voor de EER relevante tekst)

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

1. Overzicht

,
Titel Regelgeving
Artikel 1 Onderwerp

Artikel 1

Onderwerp

Deze verordening voorziet in geharmoniseerde regels voor het gebruik en de levering van duurzame luchtvaartbrandstoffen.

Artikel 2 Toepassingsgebied
Artikel 3 Definities

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1) 

“Unieluchthaven”: een luchthaven zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van Richtlijn 2009/12/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 1 ) waar tijdens de vorige rapportageperiode het passagiersverkeer hoger was dan 800 000 passagiers of het vrachtverkeer hoger dan 100 000 ton, en die niet gelegen is in een ultraperifeer gebied, zoals vermeld in artikel 349 VWEU;

2) 

“Unieluchthavenbeheerder”: met betrekking tot een Unieluchthaven, de luchthavenbeheerder zoals gedefinieerd artikel 2, punt 2, van Richtlijn 2009/12/EG of, indien de betrokken lidstaat het beheer van de gecentraliseerde infrastructuurvoorzieningen voor brandstofdistributiesystemen heeft voorbehouden aan een andere instantie overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Richtlijn 96/67/EG van de Raad ( 2 ), die andere instantie;

3) 

“luchtvaartuigexploitant”: een persoon die tijdens de vorige rapportageperiode minstens 500 commerciële passagiersvluchten of 52 commerciële vrachtvluchten heeft uitgevoerd vanaf Unieluchthavens of, als die persoon niet kan worden geïdentificeerd, de eigenaar van het luchtvaartuig;

4) 

“commerciële vlucht”: een vlucht die wordt uitgevoerd met het oog op het vervoer van passagiers, vracht of post tegen een vergoeding of huurprijs, met inbegrip van commerciële zakenvluchten;

5) 

“route”: een tijdens een vlucht afgelegde route, rekening houdend met de plaatsen van vertrek en bestemming van de vlucht;

6) 

“luchtvaartbrandstof”: drop-inbrandstof die wordt geproduceerd voor direct gebruik door luchtvaartuigen;

7) 

“duurzame luchtvaartbrandstoffen”: luchtvaartbrandstoffen die bestaan uit:

a) 

synthetische luchtvaartbrandstoffen;

b) 

biobrandstoffen voor de luchtvaart, of

c) 

brandstoffen op basis van hergebruikte koolstof;

8) 

“biobrandstoffen voor de luchtvaart”: luchtvaartbrandstoffen die bestaan uit:

a) 

“geavanceerde biobrandstoffen” zoals gedefinieerd in artikel 2, tweede alinea, punt 34), van Richtlijn (EU) 2018/2001;

b) 

“biobrandstoffen” zoals gedefinieerd in artikel 2, tweede alinea, punt 33), van Richtlijn (EU) 2018/2001, geproduceerd uit de in deel B van bijlage IX bij die richtlijn vermelde grondstoffen, of

c) 

“biobrandstoffen” zoals gedefinieerd in artikel 2, tweede alinea, punt 33), van Richtlijn (EU) 2018/2001, met uitzondering van biobrandstoffen die worden geproduceerd uit “voedsel- en voedergewassen” zoals gedefinieerd in artikel 2, tweede alinea, punt 40), van die richtlijn, en die voldoen aan de criteria inzake duurzaamheid en reductie van de levenscyclusemissies van artikel 29 van die richtlijn en zijn gecertificeerd overeenkomstig artikel 30 van die richtlijn;

9) 

“luchtvaartbrandstoffen op basis van hergebruikte koolstof”: luchtvaartbrandstoffen die “brandstoffen op basis van hergebruikte koolstof” zijn zoals gedefinieerd in artikel 2, tweede alinea, punt 35), van Richtlijn (EU) 2018/2001, die voldoen aan de in artikel 29 bis, lid 2, van die richtlijn bedoelde drempelwaarde voor de reductie van de levenscyclusemissies en zijn gecertificeerd overeenkomstig artikel 30 van die richtlijn;

10) 

“batch”: een hoeveelheid duurzame luchtvaartbrandstoffen die kan worden geïdentificeerd aan de hand van een nummer en kan worden getraceerd;

11) 

“levenscyclusemissies”: in kooldioxide-equivalenten uitgedrukte emissies van duurzame luchtvaartbrandstoffen, rekening houdende met de in kooldioxide-equivalenten uitgedrukte emissies van energieproductie, vervoer, distributie en gebruik aan boord, ook tijdens de verbranding, berekend overeenkomstig de op grond van artikel 28, lid 5, of artikel 31, lid 5, van Richtlijn (EU) 2018/2001 vastgestelde methoden of het toepasselijke Unierecht;

12) 

“synthetische luchtvaartbrandstoffen”: luchtvaartbrandstoffen die “hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong” zijn, zoals gedefinieerd in artikel 2, tweede alinea, punt 36), van Richtlijn (EU) 2018/2001, die voldoen aan de in artikel 29 bis, lid 1, van die richtlijn bedoelde drempelwaarden voor de reductie van de levenscyclusemissies en zijn gecertificeerd overeenkomstig artikel 30 van die richtlijn;

13) 

“koolstofarme synthetische luchtvaartbrandstoffen”: luchtvaartbrandstoffen van niet-biologische oorsprong, waarvan de energie-inhoud afkomstig is van niet-fossiele koolstofarme waterstof en die voldoen aan de drempelwaarde van 70 % voor de reductie van de levenscyclusemissies en de methoden om de reductie van de levenscyclusemissies te meten overeenkomstig het toepasselijke Unierecht;

14) 

“conventionele luchtvaartbrandstoffen”: luchtvaartbrandstoffen die worden geproduceerd op basis van fossiele niet-hernieuwbare koolwaterstofbronnen;

15) 

“koolstofarme waterstof voor de luchtvaart”: waterstof voor gebruik in luchtvaartuigen, waarvan de energie-inhoud afkomstig is van niet-fossiele niet-hernieuwbare bronnen en die voldoet aan de drempelwaarde van 70 % voor de reductie van de levenscyclusemissies en de methoden om de emissiereductie gedurende de levenscyclus te beoordelen overeenkomstig het toepasselijke Unierecht;

16) 

“hernieuwbare waterstof voor de luchtvaart”: waterstof voor gebruik in luchtvaartuigen die op grond van artikel 2, tweede alinea, punt 36), van Richtlijn (EU) 2018/2001 kan worden beschouwd als “hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong” en die voldoet aan de in artikel 29 bis, lid 1, van die richtlijn bedoelde drempelwaarde voor de reductie van de levenscyclusemissies en is gecertificeerd overeenkomstig artikel 30 van die richtlijn;

17) 

“waterstof voor de luchtvaart”: hernieuwbare of koolstofarme waterstof voor de luchtvaart;

18) 

“koolstofarme luchtvaartbrandstoffen”: synthetische koolstofarme luchtvaartbrandstoffen of koolstofarme waterstof voor de luchtvaart;

19) 

“luchtvaartbrandstofleverancier”: een brandstofleverancier zoals gedefinieerd in artikel 2, tweede alinea, punt 38), van Richtlijn (EU) 2018/2001, die luchtvaartbrandstof of waterstof voor de luchtvaart levert aan een Unieluchthaven;

20) 

“brandstofafhandelaar”: een verlener van grondafhandelingsdiensten die tank- en leegpompverrichtingen organiseert en uitvoert, met inbegrip van de opslag van brandstof en de controle van de kwaliteit en kwantiteit van de brandstofleveringen, voor luchtvaartuigexploitanten op Unieluchthavens als bedoeld in de bijlage bij Richtlijn 96/67/EG;

21) 

“hoofdvestiging”: het hoofdkantoor of de statutaire zetel van een leverancier van luchtvaartbrandstoffen in de lidstaat waar de voornaamste financiële en operationele controle over de luchtvaartbrandstofleverancier wordt uitgeoefend;

22) 

“rapportagejaar”: een periode van één jaar waarin de in de artikelen 8 en 10 bedoelde verslagen moeten worden ingediend, beginnend op 1 januari en eindigend op 31 december;

23) 

“rapportageperiode”: de periode van 1 januari tot en met 31 december van het jaar dat voorafgaat aan het rapportagejaar;

24) 

“jaarlijks vereiste luchtvaartbrandstof”: de hoeveelheid luchtvaartbrandstof die in bijlage IV bij Verordening (EU) nr. 965/2012 van de Commissie ( 3 )“brandstof voor de vlucht” en “brandstof voor het taxiën” wordt genoemd en die nodig is om de onder deze verordening vallende vluchten van een luchtvaartuigexploitant vanaf een bepaalde Unieluchthaven uit te voeren gedurende een rapportageperiode;

25) 

“jaarlijkse niet-getankte hoeveelheid”: het verschil tussen de jaarlijks vereiste luchtvaartbrandstof en de hoeveelheid brandstof die werkelijk door de luchtvaartuigexploitant is getankt vóór vertrek van zijn onder deze verordening vallende vluchten vanaf een Unieluchthaven, gedurende een rapportageperiode;

26) 

“totale jaarlijkse niet-getankte hoeveelheid”: de som van de jaarlijkse niet-getankte hoeveelheden van een luchtvaartuigexploitant op alle Unieluchthavens gedurende een rapportageperiode;

27) 

“broeikasgasreductieregeling”: een regeling waarbij voordelen worden toegekend aan luchtvaartuigexploitanten voor het gebruik van duurzame luchtvaartbrandstoffen.

Artikel 4 Percentages op Unieluchthavens beschikbare duurzame luchtvaartbrandstoffen
Artikel 5 Tankverplichting voor luchtvaartuigexploitanten
Artikel 6 Verplichtingen voor Unieluchthavenbeheerders om de toegang tot duurzame luchtvaartbrandstoffen te faciliteren
Artikel 7 Bevorderen van de waterstof- en elektriciteitsvoorziening op Unieluchthavens
Artikel 8 Rapportageverplichtingen voor luchtvaartuigexploitanten
Artikel 9 Het claimen van het gebruik van duurzame luchtvaartbrandstoffen door luchtvaartuigexploitanten
Artikel 10 Rapportageverplichtingen voor luchtvaartbrandstofleveranciers

Artikel 10

Rapportageverplichtingen voor luchtvaartbrandstofleveranciers

Uiterlijk op 14 februari van elk rapportagejaar, en voor het eerst in 2025, rapporteren luchtvaartbrandstofleveranciers de volgende informatie met betrekking tot de rapportageperiode in kwestie, in de in artikel 31 bis van Richtlijn (EU) 2018/2001 bedoelde Uniedatabank:

a) 

de hoeveelheid luchtvaartbrandstoffen die in elke Unieluchthaven is geleverd, uitgedrukt in ton;

b) 

de hoeveelheid duurzame luchtvaartbrandstoffen die in elke Unieluchthaven zijn geleverd, voor elk type duurzame luchtvaartbrandstof, zoals toegelicht in punt c), uitgedrukt in ton;

c) 

het omzettingsproces, de kenmerken en oorsprong van de voor de productie gebruikte grondstoffen en de levenscyclusemissies van elk type duurzame luchtvaartbrandstof dat in Unieluchthavens wordt geleverd;

d) 

het gehalte aan aromaten en naftalenen in volumeprocent en het massapercentage zwavel in de geleverde luchtvaartbrandstof per batch, per Unieluchthaven en op Unieniveau, met vermelding van het totale volume en de totale massa van elke batch en van de testmethode die is toegepast om het gehalte van elke stof op batchniveau te meten;

e) 

de energie-inhoud van conventionele luchtvaartbrandstof en duurzame luchtvaartbrandstof die in elke Unieluchthaven wordt geleverd, voor elk type brandstof.

De lidstaten beschikken over het nodige wettelijke en administratieve kader op nationaal niveau om ervoor te zorgen dat de door luchtvaartbrandstofleveranciers in die Uniedatabank ingevoerde informatie nauwkeurig is, en is geverifieerd en gecontroleerd overeenkomstig artikel 31 bis van Richtlijn (EU) 2018/2001.

Het Agentschap en de bevoegde autoriteiten hebben toegang tot die Uniedatabank. Het Agentschap maakt gebruik van de informatie in die Uniedatabank, zodra de informatie op lidstaatniveau is geverifieerd, overeenkomstig artikel 31 bis van Richtlijn (EU) 2018/2001.

Artikel 11 Bevoegde autoriteit
Artikel 12 Handhaving
Artikel 13 Verzameling en bekendmaking van gegevens
Artikel 14 Milieulabelsysteem
Artikel 15 Flexibiliteitsmechanismen
Artikel 16 Comitéprocedure
Artikel 17 Rapportage en evaluatie
Artikel 18 Inwerkingtreding

Artikel 18

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2024.

De artikelen 4, 5, 6, 8 en 10 zijn evenwel van toepassing met ingang van 1 januari 2025.

BIJLAGE I In artikel 4 bedoelde percentages duurzame luchtvaartbrandstoffen




BIJLAGE I

In artikel 4 bedoelde percentages duurzame luchtvaartbrandstoffen

a) 

Vanaf 1 januari 2025, elk jaar, een minimumpercentage van 2 % duurzame luchtvaartbrandstoffen.

b) 

Vanaf 1 januari 2030, elk jaar, een minimumpercentage van 6 % duurzame luchtvaartbrandstoffen, waarvan:

i) 

voor de periode van 1 januari 2030 tot en met 31 december 2031: een gemiddeld percentage over de periode van 1,2 % synthetische luchtvaartbrandstoffen, waarvan elk jaar een minimumpercentage van 0,7 % synthetische luchtvaartbrandstoffen;

ii) 

voor de periode van 1 januari 2032 tot en met 31 december 2034: een gemiddeld percentage over de periode van 2,0 % synthetische luchtvaartbrandstoffen, waarvan elk jaar een minimumpercentage van 1,2 % synthetische luchtvaartbrandstoffen van 1 januari 2032 tot en met 31 december 2033 en waarvan een minimumpercentage van 2,0 % synthetische luchtvaartbrandstoffen van 1 januari 2034 tot en met 31 december 2034.

c) 

Vanaf 1 januari 2035, elk jaar, een minimumpercentage van 20 % duurzame luchtvaartbrandstoffen, waarvan een minimumpercentage van 5 % synthetische luchtvaartbrandstoffen.

d) 

Vanaf 1 januari 2040, elk jaar, een minimumpercentage van 34 % duurzame luchtvaartbrandstoffen, waarvan een minimumpercentage van 10 % synthetische luchtvaartbrandstoffen.

e) 

Vanaf 1 januari 2045, elk jaar, een minimumpercentage van 42 % duurzame luchtvaartbrandstoffen, waarvan een minimumpercentage van 15 % synthetische luchtvaartbrandstoffen.

f) 

Vanaf 1 januari 2050, elk jaar, een minimumpercentage van 70 % duurzame luchtvaartbrandstoffen, waarvan een minimumpercentage van 35 % synthetische luchtvaartbrandstoffen.

BIJLAGE II Model voor rapportage door luchtvaartuigexploitanten




BIJLAGE II

Model voor rapportage door luchtvaartuigexploitanten

Model voor rapportage door luchtvaartuigexploitanten over het tanken van luchtvaartbrandstoffen



Unieluchthaven

ICAO-code van de Unieluchthaven

Jaarlijks benodigde luchtvaartbrandstof (ton)

Werkelijk getankte luchtvaartbrandstof (ton)

Jaarlijkse niet-getankte hoeveelheid (ton)

Totale jaarlijkse niet-getankte hoeveelheid (ton)

Jaarlijks getankte hoeveelheid voor brandstofveiligheidsvoorschriften (ton)

 

 

 

 

 

 

 

Model voor rapportage door vliegtuigexploitanten over aankopen van duurzame luchtvaartbrandstoffen



Totaal aantal uitgevoerde vluchten

Totaal aantal vlieguren

Brandstofleverancier

Aangekochte hoeveelheid (ton)

Omzettingsproces

Kenmerken

Oorsprong van de grondstof

Levenscyclusemissies

 

 

 

 

 

 

 

 

1.1 Referenties

1.2 Geïdentificeerde eisen

1.3 Gerelateerde standaarden

2. Geïdentificeerde eisen

Eisen
Bron Eis

3. Gerelateerde standaarden

Standaarden
Bron Eis