+RICHTLIJN (EU) 2024/1203 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 11 april 2024 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht en tot vervanging van de Richtlijnen 2008/99/EG en 2009/123/EG
---+Artikel 1 Onderwerp
---+Artikel 2 Definities
------+Artikel 2 1.
------+Artikel 2 2.
---+Artikel 3 Strafrechtelijke delicten
------+Artikel 3 1.
------+Artikel 3 2.
------+Artikel 3 3.
------+Artikel 3 4.
------+Artikel 3 5.
------+Artikel 3 6.
------+Artikel 3 7.
------+Artikel 3 8.
---+Artikel 4 Uitlokking, medeplichtigheid en poging
------+Artikel 4 1.
------+Artikel 4 2.
---+Artikel 5 Sancties tegen natuurlijke personen
------+Artikel 5 1.
------+Artikel 5 2.
------+Artikel 5 3.
---+Artikel 6 Aansprakelijkheid van rechtspersonen
------+Artikel 6 1.
------+Artikel 6 2.
------+Artikel 6 3.
---+Artikel 7 Sancties tegen rechtspersonen
------+Artikel 7 1.
------+Artikel 7 2.
------+Artikel 7 3.
------+Artikel 7 4.
---+Artikel 8 Verzwarende omstandigheden
---+Artikel 9 Verzachtende omstandigheden
---+Artikel 10 Bevriezing en confiscatie
---+Artikel 11 Verjaringstermijnen
------+Artikel 11 1.
------+Artikel 11 2.
------+Artikel 11 3.
------+Artikel 11 4.
---+Artikel 12 Rechtsmacht
------+Artikel 12 1.
------+Artikel 12 2.
------+Artikel 12 3.
---+Artikel 13 Onderzoeksmiddelen
---+Artikel 14 Bescherming van personen die strafrechtelijke milieudelicten melden of medewerking verlenen aan het onderzoek daarnaar
---+Artikel 15 Publicatie van informatie met het oog op het openbaar belang en toegang tot de rechter voor het betrokken publiek
---+Artikel 16 Preventie
---+Artikel 17 Middelen
---+Artikel 18 Opleiding
---+Artikel 19 Coördinatie en samenwerking tussen bevoegde instanties binnen een lidstaat
---+Artikel 20 Samenwerking tussen de lidstaten en de Commissie, en instellingen, organen, bureaus of agentschappen van de Unie
---+Artikel 21 Nationale strategie
------+Artikel 21 1.
------+Artikel 21 2.
---+Artikel 22 Statistische gegevens
------+Artikel 22 1.
------+Artikel 22 2.
------+Artikel 22 3.
------+Artikel 22 4.
------+Artikel 22 5.
---+Artikel 23 Uitvoeringsbevoegdheden
------+Artikel 23 1.
------+Artikel 23 2.
---+Artikel 24 Comitéprocedure
------+Artikel 24 1.
------+Artikel 24 2.
------+Artikel 24 3.
---+Artikel 25 Evaluatie, verslaglegging en herziening
------+Artikel 25 1.
------+Artikel 25 2.
------+Artikel 25 3.
---+Artikel 26 Vervanging van Richtlijn 2008/99/EG
---+Artikel 27 Vervanging van Richtlijn 2009/123/EG
---+Artikel 28 Omzetting
------+Artikel 28 1.
------+Artikel 28 2.
---+Artikel 29 Inwerkingtreding
---+Artikel 30 Adressaten
|
English -
European Union -
Environment -
RICHTLIJN (EU) 2024/1203 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 11 april 2024 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht en tot vervanging van de Richtlijnen 2008/99/EG en 2009/123/EG
RICHTLIJN (EU) 2024/1203 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 11 april 2024
inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht en tot vervanging van de Richtlijnen 2008/99/EG en 2009/123/EG
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 1 Onderwerp
|
Artikel 1
Bij deze richtlijn worden minimumvoorschriften met betrekking tot de bepaling van strafrechtelijke delicten en sancties vastgesteld teneinde het milieu doeltreffender te beschermen middels de preventie en bestrijding van milieudelicten, alsook met betrekking tot maatregelen ter voorkoming en bestrijding van milieucriminaliteit en ter effectieve handhaving van het milieurecht van de Unie.
|
|
Artikel 2 Definities
|
|
|
Artikel 3 Strafrechtelijke delicten
|
|
|
Artikel 4 Uitlokking, medeplichtigheid en poging
|
|
|
Artikel 5 Sancties tegen natuurlijke personen
|
|
|
Artikel 6 Aansprakelijkheid van rechtspersonen
|
|
|
Artikel 7 Sancties tegen rechtspersonen
|
|
|
Artikel 8 Verzwarende omstandigheden
|
Artikel 8
Verzwarende omstandigheden
Voor zover de volgende omstandigheden geen deel uitmaken van de bestanddelen van de in artikel 3 bedoelde strafrechtelijke delicten, nemen de lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat in verband met de desbetreffende in de artikelen 3 en 4 bedoelde strafrechtelijke delicten een of meer van de volgende omstandigheden, overeenkomstig het nationale recht, als verzwarend kunnen worden beschouwd:
a)
het delict heeft vernietiging of onomkeerbare dan wel langdurige aanzienlijke schade aan een ecosysteem tot gevolg gehad;
b)
het delict is gepleegd in het kader van een criminele organisatie in de zin van Kaderbesluit 2008/841/JBZ van de Raad (
23
);
c)
bij het delict werden door de dader valse of vervalste documenten gebruikt;
d)
het delict werd door een overheidsfunctionaris gepleegd bij de uitvoering van zijn of haar taken;
e)
de dader is al eerder definitief veroordeeld voor delicten van dezelfde aard als de in artikel 3 of artikel 4 bedoelde delicten;
f)
het delict heeft aanzienlijk financieel voordeel opgeleverd, zou naar verwachting aanzienlijk financieel voordeel opleveren of heeft aanzienlijke uitgaven voorkomen, direct of indirect, voor zover dergelijke voordelen of uitgaven kunnen worden vastgesteld;
g)
de dader vernietigde bewijsmateriaal of intimideerde getuigen of klagers;
h)
het delict is gepleegd in een gebied dat als speciale beschermingszone is geclassificeerd op grond van artikel 4, lid 1, of artikel 4, lid 2, van Richtlijn 2009/147/EG, of in een gebied dat als speciale beschermingszone is aangemerkt overeenkomstig artikel 4, lid 4, van Richtlijn 92/43/EEG of een gebied dat is aangeduid als gebied van communautair belang overeenkomstig artikel 4, lid 2, van Richtlijn 92/43/EEG.
De in punt a) van dit artikel bedoelde verzwarende omstandigheid is niet van toepassing op de strafrechtelijke delicten die vallen onder artikel 3, lid 3.
|
|
Artikel 9 Verzachtende omstandigheden
|
Artikel 9
Verzachtende omstandigheden
De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat in verband met de desbetreffende in de artikelen 3 en 4 bedoelde strafrechtelijke delicten een of meer van de volgende omstandigheden, overeenkomstig het nationale recht, als verzachtend kunnen worden beschouwd:
a)
de dader herstelt de natuur in de oorspronkelijke toestand wanneer een dergelijk herstel geen verplichting is uit hoofde van Richtlijn 2004/35/EG, of onderneemt vóór het begin van een strafrechtelijk onderzoek stappen om de impact en omvang van de schade tot een minimum te beperken of de schade te verhelpen;
b)
de dader verstrekt de bestuurlijke of gerechtelijke autoriteiten informatie die zij niet anderszins hadden kunnen verkrijgen, en met behulp waarvan zij:
i)
andere daders kunnen identificeren of voor het gerecht brengen;
ii)
bewijsmateriaal kunnen opsporen.
|
|
Artikel 10 Bevriezing en confiscatie
|
Artikel 10
Bevriezing en confiscatie
De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de opsporing, identificatie, bevriezing en confiscatie van de hulpmiddelen die zijn gebruikt bij en de opbrengsten van de in de artikelen 3 en 4 genoemde strafrechtelijke delicten mogelijk te maken.
De lidstaten die gebonden zijn door Richtlijn 2014/42/EU van het Europees Parlement en de Raad (
24
) nemen de in de eerste alinea bedoelde maatregelen overeenkomstig die richtlijn.
|
|
Artikel 11 Verjaringstermijnen
|
|
|
Artikel 12 Rechtsmacht
|
|
|
Artikel 13 Onderzoeksmiddelen
|
Artikel 13
De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat er doeltreffende en evenredige onderzoeksmiddelen ter beschikking staan voor het onderzoeken of vervolgen van de in de artikelen 3 en 4 genoemde strafrechtelijke delicten. Waar passend omvatten die middelen speciale onderzoeksmiddelen, zoals die welke worden ingezet bij de bestrijding van georganiseerde criminaliteit of andere ernstige criminaliteit.
|
|
Artikel 14 Bescherming van personen die strafrechtelijke milieudelicten melden of medewerking verlenen aan het onderzoek daarnaar
|
Artikel 14
Bescherming van personen die strafrechtelijke milieudelicten melden of medewerking verlenen aan het onderzoek daarnaar
Onverminderd Richtlijn (EU) 2019/1937 nemen de lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat alle personen die in de artikelen 3 en 4 van deze richtlijn bedoelde strafrechtelijke delicten melden, bewijsmateriaal verstrekken of anderszins samenwerken met bevoegde autoriteiten, toegang hebben tot ondersteunings- en bijstandsmaatregelen in het kader van strafprocedures, overeenkomstig het nationale recht.
|
|
Artikel 15 Publicatie van informatie met het oog op het openbaar belang en toegang tot de rechter voor het betrokken publiek
|
Artikel 15
Publicatie van informatie met het oog op het openbaar belang en toegang tot de rechter voor het betrokken publiek
De lidstaten zorgen ervoor dat personen die worden getroffen of waarschijnlijk worden getroffen door de in de artikelen 3 en 4 van deze richtlijn bedoelde strafrechtelijke delicten, en personen die een voldoende belang hebben bij of stellen dat inbreuk is gemaakt op een recht, alsook niet-gouvernementele organisaties die milieubescherming bevorderen en voldoen aan de vereisten uit hoofde van het nationale recht, passende procedurele rechten hebben in procedures betreffende die delicten, indien dergelijke procedurele rechten voor het betrokken publiek in de lidstaat bestaan in procedures betreffende andere strafrechtelijke delicten, bijvoorbeeld als civiele partij. De lidstaten zorgen er in dergelijke gevallen in overeenstemming met hun nationale recht ook voor dat de informatie over de voortgang van de procedures wordt gedeeld met het betrokken publiek, wanneer dat gebeurt in procedures met betrekking tot andere strafrechtelijke delicten.
|
|
Artikel 16 Preventie
|
Artikel 16
De lidstaten nemen passende maatregelen, onder meer in de vorm van voorlichtings- en bewustmakingscampagnes die gericht zijn op alle relevante belanghebbenden in de overheids- en privésector, en onderzoeks- en educatieprogramma’s, die tot doel hebben strafrechtelijke milieudelicten terug te dringen en het risico van milieucriminaliteit te verkleinen. Waar nuttig werken de lidstaten met zulke belanghebbenden samen.
|
|
Artikel 17 Middelen
|
Artikel 17
De lidstaten zorgen ervoor dat nationale instanties die strafrechtelijke milieudelicten vaststellen, onderzoeken, vervolgen of berechten, beschikken over voldoende gekwalificeerde medewerkers en over voldoende financiële, technische en technologische middelen voor een doeltreffende uitoefening van hun taken in het kader van de uitvoering van deze richtlijn. De lidstaten beoordelen, rekening houdend met de constitutionele tradities en structuur van hun rechtsstelsel, alsook met andere nationale omstandigheden, of het nodig is het specialisatieniveau van die autoriteiten op het gebied van het milieustrafrecht te vergroten, overeenkomstig het nationale recht.
|
|
Artikel 18 Opleiding
|
Artikel 18
Onverminderd de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en verschillen in de organisatie van de rechterlijke macht in de Unie nemen de lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat rechters, aanklagers, politie en medewerkers van justitie en van bevoegde instanties die betrokken zijn bij strafrechtelijke procedures en onderzoeken geregeld gespecialiseerde opleidingen over de doelen van deze richtlijn ontvangen, met betrekking tot de doelstellingen van deze richtlijn en afgestemd op de functies van die rechters, aanklagers, politie- en justitieel personeel en personeel van de bevoegde instanties.
|
|
Artikel 19 Coördinatie en samenwerking tussen bevoegde instanties binnen een lidstaat
|
Artikel 19
Coördinatie en samenwerking tussen bevoegde instanties binnen een lidstaat
De lidstaten nemen de nodige maatregelen om te komen tot passende regelingen voor coördinatie en samenwerking op strategisch en operationeel niveau tussen al hun bevoegde instanties die betrokken zijn bij de preventie en de bestrijding van strafrechtelijke milieudelicten. Met dergelijke regelingen moet ten minste het volgende worden beoogd:
a)
waarborgen van gezamenlijke prioriteiten en zienswijzen ten aanzien van het verband tussen strafrechtelijke en bestuursrechtelijke handhaving;
b)
uitwisselen van informatie voor strategische en operationele doeleinden, binnen de grenzen van het toepasselijk Unierecht en nationaal recht;
c)
raadpleging bij individuele onderzoeken, binnen de grenzen van het toepasselijke Unierecht en nationale recht;
d)
uitwisselen van beste praktijken;
e)
bijstand verlenen aan Europese netwerken van functionarissen die werken aan zaken die van belang zijn voor de bestrijding van strafrechtelijke milieudelicten en aanverwante overtredingen.
De in de eerste alinea bedoelde mechanismen kunnen de vorm aannemen van gespecialiseerde coördinatieorganen, memoranda van overeenstemming tussen bevoegde instanties, nationale handhavingsnetwerken en gezamenlijke opleidingsactiviteiten.
|
|
Artikel 20 Samenwerking tussen de lidstaten en de Commissie, en instellingen, organen, bureaus of agentschappen van de Unie
|
Artikel 20
Samenwerking tussen de lidstaten en de Commissie, en instellingen, organen, bureaus of agentschappen van de Unie
Wanneer wordt vermoed dat strafrechtelijke milieudelicten een grensoverschrijdend karakter hebben, overwegen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten in kwestie de informatie met betrekking tot die delicten door te geven aan relevante bevoegde instanties.
Onverminderd de regels inzake grensoverschrijdende samenwerking en wederzijdse rechtshulp in strafzaken, werken de lidstaten, Eurojust, Europol, het Europees Openbaar Ministerie, het Europees Bureau voor fraudebestrijding en de Commissie binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden samen bij de bestrijding van de in de artikelen 3 en 4 bedoelde strafrechtelijke delicten. Daartoe verstrekt Eurojust waar passend de technische en operationele bijstand die de bevoegde nationale autoriteiten nodig hebben om de coördinatie van hun onderzoeken te vergemakkelijken. De Commissie kan waar passend voorzien in bijstand.
|
|
Artikel 21 Nationale strategie
|
|
|
Artikel 22 Statistische gegevens
|
|
|
Artikel 23 Uitvoeringsbevoegdheden
|
|
|
Artikel 24 Comitéprocedure
|
|
|
Artikel 25 Evaluatie, verslaglegging en herziening
|
|
|
Artikel 26 Vervanging van Richtlijn 2008/99/EG
|
Artikel 26
Vervanging van Richtlijn 2008/99/EG
Richtlijn 2008/99/EG wordt vervangen voor de door deze richtlijn gebonden lidstaten, onverminderd de verplichtingen van die lidstaten betreffende de datum van omzetting van die richtlijn in nationaal recht. Voor de door deze richtlijn gebonden lidstaten gelden verwijzingen naar Richtlijn 2008/99/EG als verwijzingen naar deze richtlijn. Niet door deze richtlijn gebonden lidstaten blijven gebonden door Richtlijn 2008/99/EG.
|
|
Artikel 27 Vervanging van Richtlijn 2009/123/EG
|
Artikel 27
Vervanging van Richtlijn 2009/123/EG
Richtlijn 2009/123/EG wordt vervangen ten aanzien van de door deze richtlijn gebonden lidstaten, onverminderd de verplichtingen van die lidstaten met betrekking tot de datum van omzetting van die richtlijn.
Wat de door deze richtlijn gebonden lidstaten betreft, gelden verwijzingen naar die bepalingen van Richtlijn 2005/35/EG die zijn toegevoegd of vervangen door Richtlijn 2009/123/EG als verwijzingen naar deze richtlijn.
Niet door deze richtlijn gebonden lidstaten blijven gebonden door Richtlijn 2005/35/EG als gewijzigd bij Richtlijn 2009/123/EG.
|
|
Artikel 28 Omzetting
|
|
|
Artikel 29 Inwerkingtreding
|
Artikel 29
Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
|
|
Artikel 30 Adressaten
|
Artikel 30
Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|