+VERORDENING (EU) 2024/1252 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 11 april 2024 tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020 (Voor de EER relevante tekst)
---+HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
------+Artikel 1
---------+Artikel 1 1.
---------+Artikel 1 2.
------+Artikel 2
---+HOOFDSTUK 2 STRATEGISCHE EN KRITIEKE GRONDSTOFFEN
------+Artikel 3
---------+Artikel 3 1.
---------+Artikel 3 2.
---------+Artikel 3 3.
------+Artikel 4
---------+Artikel 4 1.
---------+Artikel 4 2.
---------+Artikel 4 3.
---+HOOFDSTUK 3 VERSTERKING VAN DE GRONDSTOFFENWAARDEKETEN VAN DE UNIE
------+AFDELING 1 Benchmarks
---------+Artikel 5
------------+Artikel 5 1.
------------+Artikel 5 2.
------------+Artikel 5 3.
------+AFDELING 2 Strategische projecten
---------+Artikel 6
------------+Artikel 6 1.
------------+Artikel 6 2.
------------+Artikel 6 3.
---------+Artikel 7
------------+Artikel 7 1.
------------+Artikel 7 2.
------------+Artikel 7 3.
------------+Artikel 7 4.
------------+Artikel 7 5.
------------+Artikel 7 6.
------------+Artikel 7 7.
------------+Artikel 7 8.
------------+Artikel 7 9.
------------+Artikel 7 10.
------------+Artikel 7 11.
------------+Artikel 7 12.
------------+Artikel 7 13.
---------+Artikel 8
------------+Artikel 8 1.
------------+Artikel 8 2.
------------+Artikel 8 3.
------------+Artikel 8 4.
------------+Artikel 8 5.
------+AFDELING 3 Vergunningsprocedure
---------+Artikel 9
------------+Artikel 9 1.
------------+Artikel 9 2.
------------+Artikel 9 3.
------------+Artikel 9 4.
------------+Artikel 9 5.
------------+Artikel 9 6.
------------+Artikel 9 7.
------------+Artikel 9 8.
------------+Artikel 9 9.
---------+Artikel 10
------------+Artikel 10 1.
------------+Artikel 10 2.
------------+Artikel 10 3.
------------+Artikel 10 4.
------------+Artikel 10 5.
---------+Artikel 11
------------+Artikel 11 1.
------------+Artikel 11 2.
------------+Artikel 11 3.
------------+Artikel 11 4.
------------+Artikel 11 5.
------------+Artikel 11 6.
------------+Artikel 11 7.
------------+Artikel 11 8.
------------+Artikel 11 9.
------------+Artikel 11 10.
---------+Artikel 12
------------+Artikel 12 1.
------------+Artikel 12 2.
------------+Artikel 12 3.
------------+Artikel 12 4.
------------+Artikel 12 5.
------------+Artikel 12 6.
---------+Artikel 13
------------+Artikel 13 1.
------------+Artikel 13 2.
---------+Artikel 14
------------+Artikel 14 1.
------------+Artikel 14 2.
------+AFDELING 4 Randvoorwaarden
---------+Artikel 15
------------+Artikel 15 1.
------------+Artikel 15 2.
---------+Artikel 16
------------+Artikel 16 1.
------------+Artikel 16 2.
---------+Artikel 17
------------+Artikel 17 1.
------------+Artikel 17 2.
------------+Artikel 17 3.
------------+Artikel 17 4.
---------+Artikel 18
------------+Artikel 18 1.
------------+Artikel 18 2.
------+AFDELING 5 Exploratie
---------+Artikel 19
------------+Artikel 19 1.
------------+Artikel 19 2.
------------+Artikel 19 3.
------------+Artikel 19 4.
------------+Artikel 19 5.
------------+Artikel 19 6.
------------+Artikel 19 7.
---+HOOFDSTUK 4 MONITORING EN BEPERKING VAN RISICO’S
------+Artikel 20
---------+Artikel 20 1.
---------+Artikel 20 2.
---------+Artikel 20 3.
---------+Artikel 20 4.
---------+Artikel 20 5.
------+Artikel 21
---------+Artikel 21 1.
---------+Artikel 21 2.
---------+Artikel 21 3.
------+Artikel 22
---------+Artikel 22 1.
---------+Artikel 22 2.
---------+Artikel 22 3.
------+Artikel 23
---------+Artikel 23 1.
---------+Artikel 23 2.
---------+Artikel 23 3.
---------+Artikel 23 4.
---------+Artikel 23 5.
---------+Artikel 23 6.
---------+Artikel 23 7.
---------+Artikel 23 8.
------+Artikel 24
---------+Artikel 24 1.
---------+Artikel 24 2.
---------+Artikel 24 3.
---------+Artikel 24 4.
---------+Artikel 24 5.
---------+Artikel 24 6.
------+Artikel 25
---------+Artikel 25 1.
---------+Artikel 25 2.
---------+Artikel 25 3.
---------+Artikel 25 4.
---------+Artikel 25 5.
---------+Artikel 25 6.
---------+Artikel 25 7.
---------+Artikel 25 8.
---------+Artikel 25 9.
---------+Artikel 25 10.
---+HOOFDSTUK 5 DUURZAAMHEID
------+AFDELING 1 Circulariteit
---------+Artikel 26
------------+Artikel 26 1.
------------+Artikel 26 2.
------------+Artikel 26 3.
------------+Artikel 26 4.
------------+Artikel 26 5.
------------+Artikel 26 6.
------------+Artikel 26 7.
---------+Artikel 27
------------+Artikel 27 1.
------------+Artikel 27 2.
------------+Artikel 27 3.
------------+Artikel 27 4.
------------+Artikel 27 5.
------------+Artikel 27 6.
------------+Artikel 27 7.
------------+Artikel 27 8.
---------+Artikel 28
------------+Artikel 28 1.
------------+Artikel 28 2.
------------+Artikel 28 3.
------------+Artikel 28 4.
------------+Artikel 28 5.
------------+Artikel 28 6.
------------+Artikel 28 7.
------------+Artikel 28 8.
------------+Artikel 28 9.
------------+Artikel 28 10.
------------+Artikel 28 11.
------------+Artikel 28 12.
---------+Artikel 29
------------+Artikel 29 1.
------------+Artikel 29 2.
------------+Artikel 29 3.
------------+Artikel 29 4.
------------+Artikel 29 5.
------------+Artikel 29 6.
------------+Artikel 29 7.
------+AFDELING 2 Certificering en milieuvoetafdruk
---------+Artikel 30
------------+Artikel 30 1.
------------+Artikel 30 2.
------------+Artikel 30 3.
------------+Artikel 30 4.
------------+Artikel 30 5.
------------+Artikel 30 6.
------------+Artikel 30 7.
------------+Artikel 30 8.
------------+Artikel 30 9.
---------+Artikel 31
------------+Artikel 31 1.
------------+Artikel 31 2.
------------+Artikel 31 3.
------------+Artikel 31 4.
------------+Artikel 31 5.
------------+Artikel 31 6.
------------+Artikel 31 7.
------------+Artikel 31 8.
------------+Artikel 31 9.
------------+Artikel 31 10.
------------+Artikel 31 11.
------+AFDELING 3 Vrij verkeer, conformiteit en markttoezicht
---------+Artikel 32
------------+Artikel 32 1.
------------+Artikel 32 2.
---------+Artikel 33
------------+Artikel 33 1.
------------+Artikel 33 2.
------------+Artikel 33 3.
---------+Artikel 34
---+HOOFDSTUK 6 GOVERNANCE
------+Artikel 35
---------+Artikel 35 1.
---------+Artikel 35 2.
------+Artikel 36
---------+Artikel 36 1.
---------+Artikel 36 2.
---------+Artikel 36 3.
---------+Artikel 36 4.
---------+Artikel 36 5.
---------+Artikel 36 6.
---------+Artikel 36 7.
---------+Artikel 36 8.
---------+Artikel 36 9.
---------+Artikel 36 10.
------+Artikel 37
---------+Artikel 37 1.
---------+Artikel 37 2.
---------+Artikel 37 3.
---------+Artikel 37 4.
---+HOOFDSTUK 7 GEDELEGEERDE BEVOEGDHEDEN EN COMITÉPROCEDURE
------+Artikel 38
---------+Artikel 38 1.
---------+Artikel 38 2.
---------+Artikel 38 3.
---------+Artikel 38 4.
---------+Artikel 38 5.
---------+Artikel 38 6.
------+Artikel 39
---------+Artikel 39 1.
---------+Artikel 39 2.
---------+Artikel 39 3.
---+HOOFDSTUK 8 WIJZIGINGEN
------+Artikel 40
------+Artikel 41
------+Artikel 42
------+Artikel 43
---+HOOFDSTUK 9 SLOTBEPALINGEN
------+Artikel 44
---------+Artikel 44 1.
---------+Artikel 44 2.
---------+Artikel 44 3.
---------+Artikel 44 4.
---------+Artikel 44 5.
---------+Artikel 44 6.
------+Artikel 45
---------+Artikel 45 1.
---------+Artikel 45 2.
---------+Artikel 45 3.
------+Artikel 46
---------+Artikel 46 1.
---------+Artikel 46 2.
---------+Artikel 46 3.
---------+Artikel 46 4.
---------+Artikel 46 5.
---------+Artikel 46 6.
---------+Artikel 46 7.
------+Artikel 47
------+Artikel 48
---------+Artikel 48 1.
---------+Artikel 48 2.
---------+Artikel 48 3.
------+Artikel 49
---------+Artikel 49 1.
---------+Artikel 49 2.
---+BIJLAGE I Strategische grondstoffen
---+BIJLAGE II Kritieke grondstoffen
---+BIJLAGE III Beoordeling van de erkenningscriteria voor strategische projecten
---+BIJLAGE IV Criteria voor certificeringsregelingen
---+BIJLAGE V Milieuvoetafdruk
|
English -
European Union -
Environment -
VERORDENING (EU) 2024/1252 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 11 april 2024 tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020 (Voor de EER relevante tekst)
VERORDENING (EU) 2024/1252 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
van 11 april 2024
tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020
(Voor de EER relevante tekst)
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
|
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
|
|
HOOFDSTUK 2 STRATEGISCHE EN KRITIEKE GRONDSTOFFEN
|
HOOFDSTUK 2 STRATEGISCHE EN KRITIEKE GRONDSTOFFEN
|
|
HOOFDSTUK 3 VERSTERKING VAN DE GRONDSTOFFENWAARDEKETEN VAN DE UNIE
|
HOOFDSTUK 3 VERSTERKING VAN DE GRONDSTOFFENWAARDEKETEN VAN DE UNIE
|
|
HOOFDSTUK 4 MONITORING EN BEPERKING VAN RISICO’S
|
HOOFDSTUK 4 MONITORING EN BEPERKING VAN RISICO’S
|
|
HOOFDSTUK 5 DUURZAAMHEID
|
HOOFDSTUK 5 DUURZAAMHEID
|
|
HOOFDSTUK 6 GOVERNANCE
|
HOOFDSTUK 6 GOVERNANCE
|
|
HOOFDSTUK 7 GEDELEGEERDE BEVOEGDHEDEN EN COMITÉPROCEDURE
|
HOOFDSTUK 7 GEDELEGEERDE BEVOEGDHEDEN EN COMITÉPROCEDURE
|
|
HOOFDSTUK 8 WIJZIGINGEN
|
HOOFDSTUK 8 WIJZIGINGEN
|
|
HOOFDSTUK 9 SLOTBEPALINGEN
|
HOOFDSTUK 9 SLOTBEPALINGEN
|
|
BIJLAGE I Strategische grondstoffen
|
BIJLAGE I
Strategische grondstoffen
Afdeling 1
Lijst van strategische grondstoffen
De volgende grondstoffen worden van strategisch belang geacht:
a)
bauxiet/aluminiumoxide/aluminium
n)
zeldzame aardmetalen voor permanente magneten (Nd, Pr, Tb, Dy, Gd, Sm en Ce)
Afdeling 2
Methode voor de selectie van strategische grondstoffen
1. Het strategisch belang wordt bepaald op basis van de relevantie van een grondstof voor de groene en digitale transitie en voor defensie- en ruimtevaarttoepassingen, overeenkomstig de volgende criteria:
a)
het aantal strategische technologieën dat een grondstof als input gebruikt;
b)
de hoeveelheid grondstof die nodig is om de desbetreffende strategische technologieën te produceren;
c)
de verwachte wereldwijde vraag naar de desbetreffende strategische technologieën.
2. De verwachte toename van de vraag (DF/C,τ) wordt als volgt berekend:
waarbij:
DFτ = de jaarlijkse wereldwijde verwachte vraag naar een grondstof in het referentiejaar τ;
GSτο = de jaarlijkse wereldwijde productie van een grondstof in de referentieperiode τ0.
3. Om te bepalen hoe moeilijk het is de productie op te voeren, wordt ten minste rekening gehouden met:
a)
de huidige wereldwijde jaarlijkse productieschaal van een grondstof;
b)
de verhouding tussen de voorraden en productie van een grondstof, op basis van de gekende voorraden van economisch winbare geologische grondstofbronnen en de huidige wereldwijde jaarlijkse productie;
c)
de aanlooptijd voor nieuwe projecten ter vergroting van het leveringsvermogen, wanneer betrouwbare informatie beschikbaar is.
|
|
BIJLAGE II Kritieke grondstoffen
|
BIJLAGE II
Kritieke grondstoffen
Afdeling 1
Lijst van kritieke grondstoffen
De volgende grondstoffen worden van kritiek belang geacht:
c)
bauxiet/aluminiumoxide/aluminium
q)
zware zeldzame aardmetalen
r)
lichte zeldzame aardmetalen
Afdeling 2
Berekening van het economisch belang en het voorzieningsrisico
1. Het economisch belang (EI) van de beoordeelde grondstof wordt als volgt berekend:
waarbij:
s verwijst naar de sectoren op het niveau van de tweecijfercode van de NACE;
As = het aandeel van de beoordeelde grondstof in het eindgebruik in een sector op het niveau van de tweecijfercode van de NACE (Uniewaarden indien deze beschikbaar zijn, anders wereldwijde aandelen);
Qs = de toegevoegde waarde van de desbetreffende sector op het niveau van de tweecijfercode van de NACE, uitgedrukt als een aandeel van de totale economie;
SIEI = de substitutie-index met betrekking tot het economisch belang.
2. De substitutie-index van de beoordeelde grondstof met betrekking tot het economisch belang (SIEI) wordt als volgt berekend, op basis van de meest relevante industriële toepassingen ervan:
waarbij:
i = een afzonderlijk substituut;
a = een afzonderlijke toepassing van de grondstof;
SPPi,a; EI = de prestatieparameter voor het economisch belang van elk substituut i, vergeleken met de beoordeelde grondstof, op basis van technische prestaties, waaronder functionaliteit, en kostenprestaties, voor elke toepassing a;
Sharea = het aandeel van de grondstoffen in een eindtoepassing;
Sub_sharei,a = het onderaandeel van elk substituut in elke toepassing.
3. Het voorzieningsrisico (SR) van de beoordeelde grondstof wordt als volgt berekend:
waarbij:
GS verwijst naar de wereldwijde jaarlijkse productie van de beoordeelde grondstof;
EU_sourcing verwijst naar de daadwerkelijke betrekking van grondstoffen naar de Unie, d.w.z. de productie binnen de Unie plus de invoer naar de Unie vanuit derde landen of vanuit landen of gebieden overzee (LGO’s);
HHI = de Herfindahl-Hirschman-index (gebruikt als indicatie voor de concentratie van het aanbod in verscheidene landen);
WGI = een index die gebaseerd is op de gewogen wereldwijde governance-indicatoren van de Wereldbank (gebruikt als indicatie voor het bestuur van een land);
tc = de handelsparameter voor aanpassing van de WGI, die wordt berekend op basis van mogelijke uitvoerheffingen (die kunnen worden verlicht door een geldende handelsovereenkomst), fysieke uitvoerquota of uitvoerverboden die door een land c zijn opgelegd;
EoLRIR = het inputpercentage voor recycling aan het einde van de levensduur, d.w.z. het aandeel secundaire inputmaterialen (gerecycled uit schroot) in de totale input van grondstoffen (primair en secundair);
SISR = de substitutie-index met betrekking tot het voorzieningsrisico;
IR = de invoerafhankelijkheid.
4. De invoerafhankelijkheid (IR) van grondstoffen wordt als volgt berekend:
5. De Herfindahl-Hirschman-index (HHIWGI) van de beoordeelde grondstof wordt als volgt berekend:
waarbij:
c staat voor de landen die de beoordeelde grondstof leveren;
Sc = het aandeel van land c in het wereldwijde aanbod (GS of EU_sourcing) van de beoordeelde grondstof;
WGIc = een index voor land c die gebaseerd is op de gewogen wereldwijde governance-indicatoren van de Wereldbank;
tc = de handelsparameter van een land voor aanpassing van de WGI, die wordt berekend op basis van mogelijke uitvoerbelastingen (die kunnen worden verlicht door een geldende handelsovereenkomst), fysieke uitvoerquota of uitvoerverboden die door een land c zijn opgelegd.
6. De substitutie-index van de beoordeelde grondstof met betrekking tot het voorzieningsrisico (SRSR) wordt als volgt berekend:
waarbij:
i = een afzonderlijk substituut;
a = een afzonderlijke toepassing van het mogelijke substituut;
SPPi; SR = de prestatieparameter met betrekking tot het voorzieningsrisico van elk substituut i, gebaseerd op de wereldwijde productie, kriticiteit en het economische belang ervan (primair product, nevenproduct, bijproduct);
Sharea = het aandeel van het mogelijke substituut in een eindtoepassing;
Sub-sharei,a = het onderaandeel van elk substituut in elke toepassing.
7. Indien structurele of statistische veranderingen de meting van het economisch belang en het voorzieningsrisico horizontaal voor alle beoordeelde materialen belemmeren, worden de bijbehorende waarden gecorrigeerd om die veranderingen te verrekenen.
De berekeningen van de formules in deze afdeling worden gebaseerd op het gemiddelde van de recentste vijf jaar waarvoor gegevens beschikbaar zijn. Er wordt rekening gehouden met de prioriteit, kwaliteit en beschikbaarheid van gegevens.
|
|
BIJLAGE III Beoordeling van de erkenningscriteria voor strategische projecten
|
BIJLAGE III
Beoordeling van de erkenningscriteria voor strategische projecten
1. Bij de beoordeling of een project in de Unie aan de criteria van artikel 6, lid 1, punt a), voldoet, wordt rekening gehouden met:
a)
de vraag of het project bijdraagt aan het halen van de in artikel 5, lid 2, punt a), vastgestelde benchmarks;
b)
de vraag of het project bijdraagt tot behoud of versterking van de capaciteiten van de Unie ten opzichte van het jaarlijkse verbruik in de Unie van strategische grondstoffen, waarbij rekening wordt gehouden met de verwachte toename van het verbruik in de Unie;
c)
de vraag of het project bijdraagt aan het versterken van het vermogen van de Unie om innovatieve grondstoffen te produceren die als substituut kunnen dienen voor strategische grondstoffen in een of meer strategische technologieën, waarbij maatregelen worden genomen om een vergelijkbare of lagere milieuvoetafdruk te bereiken dan het geval is voor de strategische grondstof die wordt vervangen.
De bijdrage van een project aan de desbetreffende capaciteitsbenchmark wordt beoordeeld aan de hand van het ondernemingsplan van het project, de ondersteunende technische informatie in de aanvraag en de geraamde doorlooptijd van het project.
2. Bij de beoordeling of een project in een derde land of in een LGO aan de criteria van artikel 6, lid 1, punt a), voldoet, wordt het volgende in aanmerking genomen:
a)
of het project bijdraagt aan het halen van de in artikel 5, lid 2, punt b), vastgestelde benchmarks of tot het behoud van de veerkracht van de voorziening van strategische grondstoffen van de Unie;
b)
of met het toepasselijke rechtskader of andere voorwaarden wordt gewaarborgd dat de handel en investeringen met betrekking tot het project niet worden verstoord, met name rekening houdend met de vraag of de Unie een strategisch partnerschap als bedoeld in artikel 37 of een handelsovereenkomst met een hoofdstuk over grondstoffen met het desbetreffende derde land of LGO is aangegaan, en of het toepasselijke rechtskader of de andere voorwaarden in overeenstemming zijn met het gemeenschappelijk handelsbeleid van de Unie;
c)
de mate waarin ondernemingen afnameovereenkomsten met de projectontwikkelaar hebben gesloten om de in het kader van de desbetreffende projecten in de Unie geproduceerde strategische grondstoffen te gebruiken of te verwerken, of bereid zijn dergelijke overeenkomsten te sluiten;
d)
of het project in overeenstemming is met de doelstellingen van de Unie inzake ontwikkelingssamenwerking en buitenlands beleid.
De bijdrage van een project tot de in punt a) bedoelde benchmarks wordt beoordeeld aan de hand van het ondernemingsplan van het project, de ondersteunende technische informatie in de aanvraag, de geraamde doorlooptijd van het project en het aandeel van de output van het project dat valt onder bestaande of potentiële afnameovereenkomsten als bedoeld in punt c). Onder meer contractuele overeenkomsten, intentieverklaringen of memoranda van overeenstemming kunnen met betrekking tot punt c) als bewijsmateriaal dienen.
3. Bij de beoordeling of een project aan de criteria van artikel 6, lid 1, punt b), voldoet, wordt rekening gehouden met:
a)
de kwaliteit van de uitgevoerde haalbaarheidsstudies over het ontwikkelingspotentieel van het project;
b)
de vraag of de te gebruiken technologie zich in de relevante omgeving heeft bewezen.
4. De in punt 3, a), bedoelde haalbaarheidsstudies worden ontworpen om:
a)
te beoordelen of een voorgesteld project waarschijnlijk succesvol zal zijn door technologische en milieuoverwegingen in aanmerking te nemen;
b)
mogelijke technische en andere problemen te identificeren die zich bij de uitvoering van het project zouden kunnen voordoen.
Om te kunnen bevestigen dat het project haalbaar is, kunnen aanvullende studies vereist zijn.
5. Bij de beoordeling of projecten in de Unie voldoen aan het criterium van artikel 6, lid 1, punt c), wordt rekening gehouden met een algemene beoordeling van de overeenstemming van een project met het relevante Unierecht of nationale recht en met relevant aanvullend bewijsmateriaal, alsook met de locatie van het project.
Bij de beoordeling of projecten in derde landen of in LGO’s aan het criterium van artikel 6, lid 1, punt c), voldoen, wordt rekening gehouden met de naleving van het toepasselijke nationaal recht, indien dat nationaal recht voldoende zekerheid biedt over de naleving van het criterium of elementen ervan, en met de volgende internationale instrumenten:
a)
de tripartiete beginselverklaring van de IAO betreffende multinationale ondernemingen en sociaal beleid;
b)
de OESO-richtsnoeren voor passende zorgvuldigheid voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, met name de richtsnoeren met betrekking tot het bestrijden van corruptie;
c)
de OESO-richtsnoeren voor passende zorgvuldigheid voor verantwoorde toeleveringsketens van mineralen uit conflict- en hoogrisicogebieden;
d)
de OESO-richtsnoeren voor passende zorgvuldigheid voor zinvolle betrokkenheid van belanghebbenden in de winningssector, onder meer waar wordt verwezen naar de beginselen van de Verklaring van de Verenigde Naties over de rechten van inheemse volkeren;
e)
de OESO-beginselen van corporate governance;
f)
de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen inzake verantwoord ondernemerschap;
g)
de leidende beginselen inzake bedrijfsleven en mensenrechten van de VN;
h)
prestatienorm 5 van de IFC inzake landverwerving en vrijwillige hervestiging.
6. Projectontwikkelaars kunnen ook aantonen dat zij aan het criterium van artikel 6, lid 1, punt c), voldoen door:
a)
te bewijzen dat het desbetreffende project afzonderlijk is gecertificeerd door een of meer regelingen die zijn erkend op grond van artikel 30, lid 2, en samen de in bijlage IV, punt 2, vermelde eisen bestrijken, of
b)
zich ertoe te verbinden een certificatie van het desbetreffende project te verkrijgen in het kader van een of meer regelingen die zijn erkend op grond van artikel 30, lid 2, en samen de in bijlage IV, punt 2, vermelde eisen bestrijken, en voldoende bewijs te verstrekken dat bij de uitvoering van het desbetreffende project aan de criteria voor die certificering kan worden voldaan.
7. Bij de beoordeling of een project in de Unie aan de criteria van artikel 6, lid 1, punt d), voldoet, wordt het volgende in aanmerking genomen:
a)
of ondernemingen uit verschillende lidstaten aan het project deelnemen;
b)
of mogelijke afnemers ook in meer dan één lidstaat zijn gevestigd;
c)
de effecten op de beschikbaarheid van strategische grondstoffen voor downstreamgebruikers in meer dan één lidstaat.
8. Bij de beoordeling of een project in een derde land aan de criteria van artikel 6, lid 1, punt e), voldoet, wordt rekening gehouden met de mate waarin het project in het desbetreffende derde land bijdraagt tot:
a)
het versterken van meer dan één stadium van de grondstoffenwaardeketen in het desbetreffende land of de omliggende regio;
b)
het bevorderen van particuliere investeringen in de binnenlandse grondstoffenwaardeketen;
c)
het realiseren van bredere economische of maatschappelijke voordelen, onder meer het scheppen van werkgelegenheid.
|
|
BIJLAGE IV Criteria voor certificeringsregelingen
|
BIJLAGE IV
Criteria voor certificeringsregelingen
1. Een erkende certificeringsregeling moet aan de volgende criteria voldoen:
a)
zij staat onder transparante, eerlijke en niet-discriminerende voorwaarden open voor alle marktdeelnemers die aan de vereisten van de regeling willen en kunnen voldoen en is onderworpen aan multistakeholdergovenance;
b)
de verificatie en monitoring van de naleving is objectief en gebaseerd op internationale, Unie- of nationale normen, vereisten en procedures, en wordt onafhankelijk van de desbetreffende marktdeelnemer uitgevoerd;
c)
zij omvat voldoende vereisten en procedures om de bekwaamheid en onafhankelijkheid van de verantwoordelijke verificateurs te waarborgen;
d)
zij omvat vereisten om een controleverslag op te stellen op het niveau van de locatie.
2. De vereisten voor certificering omvatten ten minste:
a)
vereisten waarmee ecologisch duurzame praktijken, waaronder milieubeheer en beperking van de milieueffecten, worden gewaarborgd in de volgende milieurisicocategorieën:
i)
lucht, met inbegrip van luchtverontreiniging zoals broeikasgasemissies;
ii)
water, met inbegrip van de zeebodem en het mariene milieu, waterverontreiniging, watergebruik, waterhoeveelheden (waarbij rekening wordt gehouden met overstromingen of droogten) en toegang tot water;
iii)
bodem, met inbegrip van bodemverontreiniging, bodemerosie, landgebruik en bodemdegradatie;
iv)
biodiversiteit, met inbegrip van schade aan habitats, in het wild levende dieren, flora en ecosystemen, waaronder ecosysteemdiensten;
vii)
veiligheid van installaties;
b)
vereisten waarmee maatschappelijk verantwoorde praktijken, waaronder eerbiediging van de mensenrechten en arbeidsrechten, met inbegrip van het gemeenschapsleven van inheemse volkeren, worden gewaarborgd;
c)
vereisten waarmee de integriteit en transparantie van ondernemingen worden gewaarborgd, waaronder vereisten voor een goede omgang met financiële, milieu- en maatschappelijke kwesties en beleid om corruptie en omkoping tegen te gaan.
|
|
BIJLAGE V Milieuvoetafdruk
|
BIJLAGE V
Milieuvoetafdruk
Deel I
Definities
Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:
a)
“activiteitsgegevens”: gegevens die betrekking hebben op de processen die samengaan met het modelleren van de levenscyclusinventarisaties (LCI), waarbij de samengevoegde LCI-resultaten van de procesketens die de activiteiten van een proces vertegenwoordigen, elk worden vermenigvuldigd met de bijbehorende activiteitsgegevens en vervolgens worden gecombineerd om de milieuvoetafdruk van het desbetreffende proces te berekenen;
b)
“materiaalstaat”: de lijst van grondstoffen, delen van samenstellen, tussenproducten, subcomponenten en onderdelen, en de hiervan benodigde hoeveelheden voor de vervaardiging van het product waarop de studie betrekking heeft;
c)
“bedrijfsspecifieke gegevens” of “primaire gegevens”: de direct bij een of meer inrichtingen gemeten of verzamelde gegevens (locatiespecifieke gegevens) die representatief zijn voor de activiteiten van de onderneming;
d)
“effectbeoordelingsmethode”: het protocol om gegevens uit inventarisgegevens van de levenscyclus kwantitatief om te zetten in bijdragen aan een onderzocht milieueffect;
e)
“effectcategorie”: een klasse van het hulpbronnengebruik of milieueffect waarop de levenscyclusgegevens betrekking hebben;
f)
“levenscyclus”: de opeenvolgende en onderling verbonden stadia van een productsysteem, van de verwerving van grondstoffen of de opwekking uit natuurlijke hulpbronnen tot de definitieve verwijdering (ISO 14040:2006);
g)
“levenscyclusinventarisatie” of “LCI”: de verzameling elementaire, afval- en productstromen in een gegevensverzameling voor de levenscyclusinventarisatie;
h)
“gegevensverzameling voor de levenscyclusinventarisatie”: een document of dossier met informatie over de levenscyclus van een bepaald product of een andere referentiebron, zoals de website of het proces, met beschrijvende metagegevens en kwantitatieve levenscyclusinventarisatiegegevens; het kan hierbij gaan om een gegevensverzameling over een eenheidsproces, een deels samengevoegde of een geheel samengevoegde gegevensverzameling;
i)
“secundaire gegevens”: gegevens die niet afkomstig zijn uit een specifiek proces binnen de toeleveringsketen van het bedrijf dat het onderzoek naar de milieuvoetafdruk uitvoert, te weten gegevens die niet rechtstreeks door het bedrijf zijn verzameld, gemeten of geschat, maar die afkomstig zijn van een gegevensverzameling voor de levenscyclusinventarisatie van een derde partij of een andere bron, met inbegrip van gemiddelde sectorgegevens — zoals gepubliceerde productiegegevens, overheidsstatistieken en gegevens van bedrijfsverenigingen — literatuuronderzoek, technische studies en octrooien, en die bovendien gebaseerd kunnen zijn op financiële gegevens en proxy-gegevens en andere generieke gegevens kunnen bevatten alsook primaire gegevens die een horizontale samenvoegingsstap doorlopen;
j)
“systeemgrens”: de aspecten die worden opgenomen in of worden uitgesloten van het levenscyclusonderzoek.
De regels voor de berekening van de milieuvoetafdruk van een kritieke grondstof omvatten aanvullende definities die nodig zijn voor de interpretatie ervan.
Deel II
Reikwijdte
Deze bijlage bevat essentiële elementen over de methode voor de berekening van de milieuvoetafdruk van kritieke grondstoffen.
De regels voor de berekening van de milieuvoetafdruk van een bepaalde kritieke grondstof moeten voortbouwen op de essentiële elementen van deze bijlage, waarbij rekening moet worden gehouden met wetenschappelijk onderbouwde beoordelingsmethoden en relevante internationale normen op het gebied van levenscyclusbeoordeling.
De berekening van de milieuvoetafdruk van een kritieke grondstof is gebaseerd op de materiaalstaat, de energie, de productiemethoden en de hulpstoffen die in de productiefaciliteit voor het vervaardigen van een kritieke grondstof worden gebruikt.
Bij het vaststellen van de regels voor de berekening van de milieuvoetafdruk van een bepaalde kritieke grondstof, tracht de Commissie overeenstemming met regels voor de berekening van de milieuvoetafdruk van halffabricaten en eindproducten die gebruikmaken van die kritieke grondstoffen te waarborgen.
Deel III
Opgegeven eenheid
De opgegeven eenheid is 1 kg van de desbetreffende soort kritieke grondstof.
In de regels voor de berekening van de milieuvoetafdruk van een bepaalde kritieke grondstof kan een hogere of lagere opgegeven eenheid, uitgedrukt in kg, worden vastgesteld, waarbij in voorkomend geval rekening wordt gehouden met de aard of het gebruik van de desbetreffende kritieke grondstof.
Alle kwantitatieve input- en outputgegevens die door de fabrikant worden verzameld voor het bepalen van de koolstofvoetafdruk, worden aan de hand van deze opgegeven eenheid berekend.
Deel IV
Systeemgrens
1. Winning, concentratie en raffinage zijn de drie stadia van de levenscyclus die binnen de systeemgrens van primaire kritieke grondstoffen moeten vallen, samen met de volgende processen, indien relevant voor de desbetreffende kritieke grondstof:
a)
upstreamprocessen, waaronder de winning van ertsen voor de productie van grondstoffen, de productie en de levering, inclusief het vervoer, van chemische stoffen, hulpprocessen, de productie en de levering, inclusief het vervoer, van brandstoffen, de productie en de levering van elektriciteit, en het vervoer van materialen in voertuigen die geen eigendom van de organisatie zijn en niet worden beheerd door de organisatie;
b)
het vervoer van ertsen, concentraten en grondstoffen in voertuigen die eigendom zijn van of worden beheerd door de organisatie;
c)
de opslag van ertsen, concentraten en grondstoffen;
d)
het verbrijzelen en schoonmaken van ertsen;
e)
de productie van grondstofconcentraten;
f)
de onttrekking van metalen met chemische, fysische of biologische middelen;
h)
de conversie van metalen;
i)
het schoonmaken van slak;
j)
de raffinage van metalen;
k)
de elektrolyse van metalen;
l)
het gieten of verpakken van metalen;
m)
de behandeling van verbruikt materiaal en slak;
n)
alle bijbehorende hulpprocessen, zoals voor afvalwaterbehandeling ter plaatse, waaronder voor proceswaterbehandeling, koelwater en afstromend oppervlaktewater; systemen voor de besparing van gas, onder meer voor primaire en secundaire afgassen; boilers, waaronder voor de voorbehandeling van het voedingswater; en interne logistiek.
2. Binnen de systeemgrens van secundaire kritieke grondstoffen, waarbij het levenscyclusstadium van recycling wordt bepaald, vallen de volgende processen, voor zover relevant voor de desbetreffende gerecyclede grondstof:
a)
upstreamprocessen, waaronder de productie van inputgrondstoffen (schroot en nieuwe concentraten), de productie en de levering (het vervoer) van chemische stoffen, hulpprocessen, de productie en de levering (het vervoer) van brandstoffen, de productie en de levering van elektriciteit, en het vervoer van materialen in voertuigen die geen eigendom van de organisatie zijn;
b)
het vervoer van concentraten en schroot in voertuigen die eigendom zijn van of worden beheerd door de organisatie;
c)
de opslag van schroot, concentraten en grondstoffen;
d)
de voorbehandeling van secundaire grondstoffen;
f)
de conversie van metalen;
g)
de raffinage van metalen;
h)
de elektrolyse van metalen;
i)
het gieten of verpakken van metalen;
j)
de behandeling van verbruikt materiaal;
k)
alle bijbehorende hulpprocessen, zoals voor afvalwaterbehandeling ter plaatse, waaronder voor proceswaterbehandeling, koelwater en afstromend oppervlaktewater; systemen voor de besparing van gas, onder meer voor primaire en secundaire afgassen; boilers, waaronder voor de voorbehandeling van het voedingswater; en interne logistiek.
3. De gebruiksfase en de fase aan het einde van de levensduur worden van de berekening van de milieuvoetafdruk uitgesloten, aangezien de verantwoordelijke marktdeelnemer daar geen rechtstreekse invloed op heeft. Andere processen kunnen worden uitgesloten als zij niet significant bijdragen tot de milieuvoetafdruk van een kritieke grondstof.
Deel V
Effectcategorieën
In de berekeningsregels wordt bepaald welke effectcategorieën bij de berekening van de milieuvoetafdruk moeten worden gebruikt. Die keuze wordt gebaseerd op de hotspotanalyse die wordt uitgevoerd overeenkomstig op internationaal niveau ontwikkelde wetenschappelijk verantwoorde methoden en met inachtneming van:
a)
het relatieve belang van de verschillende effecten, met inbegrip van hun relatieve belang voor het behalen van de klimaat- en milieudoelstellingen van de Unie;
b)
de behoeften van downstreamondernemingen die de milieuvoetafdruk van de kritieke grondstoffen die zij gebruiken, willen meedelen.
Deel VI
Gebruik van bedrijfsspecifieke en secundaire gegevensverzamelingen
In de berekeningsregels wordt het gebruik van bedrijfsspecifieke of secundaire gegevensverzamelingen voor alle relevante processen en materialen gespecificeerd. Als berekeningsregels de keuze mogelijk maken tussen bedrijfsspecifieke en secundaire gegevensverzamelingen, overweegt de Commissie om het gebruik van de bedrijfsspecifieke gegevensverzameling te stimuleren.
Het gebruik van bedrijfsspecifieke gegevens is ten minste vereist voor de processen waarop de verantwoordelijke exploitant rechtstreeks invloed heeft en die het sterkste bijdragen tot de desbetreffende effectcategorieën.
De bedrijfsspecifieke activiteitsgegevens worden gebruikt in combinatie met de desbetreffende secundaire gegevensverzamelingen conform de milieuvoetafdrukmethode. In de berekeningsregels wordt gespecificeerd of monsterneming is toegestaan, overeenkomstig de criteria van op internationaal niveau ontwikkelde wetenschappelijk verantwoorde methoden.
In het geval van een wijziging van de materiaalstaat of energiemix die voor het produceren van een soort kritieke grondstoffen wordt gebruikt, is een nieuwe berekening van de milieuvoetafdruk nodig.
Bij het vaststellen van berekeningsregels, onder meer voor de broeikasgasemissies die worden gegenereerd door de voor de productie van kritieke grondstoffen gebruikte elektriciteit, zorgt de Commissie voor consistentie met ander relevant Unierecht en voor afstemming op dat recht, tenzij het gerechtvaardigd is dat niet te doen.
De in een gedelegeerde handeling uit te werken berekeningsregels omvatten de gedetailleerde modellering van de volgende stadia van de levenscyclus:
a)
het stadium van winning, concentratie en raffinage van primaire grondstoffen;
b)
het stadium van verwerving en bewerking van secundaire grondstoffen.
Deel VII
Effectbeoordelingsmethoden
De milieuvoetafdruk wordt berekend met wetenschappelijk verantwoorde effectbeoordelingsmethoden waarin rekening is gehouden met ontwikkelingen op internationaal niveau voor relevante effectcategorieën met betrekking tot klimaatverandering, water, lucht, bodem, hulpbronnen, landgebruik en giftigheid.
De resultaten worden als karakteriseringsresultaten weergegeven, zonder normalisatie en weging.
Deel VIII
Milieuvoetafdrukprestatieklassen
Afhankelijk van de verdeling van de waarden van de milieuvoetafdrukverklaringen van producten die op de interne markt in de handel zijn gebracht en met het oog op het mogelijk maken van marktdifferentiatie, wordt een zinvol aantal prestatieklassen vastgesteld, waarbij categorie A de beste klasse is met de minste effecten gedurende de gehele levenscyclus. Bij de vaststelling van de drempelwaarde voor iedere prestatieklasse, evenals de bandbreedte van elke prestatieklasse, wordt uitgegaan van de verdeling van de geleverde prestaties van de desbetreffende kritieke grondstoffen die in de voorgaande drie jaar in de handel zijn gebracht, de verwachte technologische vooruitgang en andere vast te stellen technische factoren.
De Commissie beoordeelt het aantal prestatieklassen en de bijbehorende drempelwaarden elke drie jaar opnieuw om te waarborgen dat deze representatief blijven voor de realiteit van de markt en de verwachte marktontwikkelingen.
Deel IX
Conformiteitsbeoordeling
In de regels voor berekening en verificatie wordt aangegeven welke van de in bijlage II bij Besluit nr. 768/2008/EG beschreven modules, indien nodig aangepast aan het desbetreffende materiaal, de toepasselijke conformiteitsbeoordelingsprocedure is.
Bij het aanwijzen van de toepasselijke conformiteitsbeoordelingsprocedure houdt de Commissie rekening met:
a)
de vraag of de betrokken module geschikt is voor het soort materiaal en in verhouding staat tot het nagestreefde algemene belang;
b)
de aard van de risico’s van het product en de mate waarin conformiteitsbeoordeling met het soort en de omvang van het risico overeenstemt;
c)
indien betrokkenheid van een derde partij vereist is, de noodzaak van een keuzemogelijkheid voor de fabrikant tussen modules voor kwaliteitsborging en voor productcertificatie, zoals beschreven in bijlage II bij Besluit nr. 768/2008/EG.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|