+BIJLAGE IX
|
BIJLAGE IX
BIJLAGE IX
INSTRUCTIES VOOR DE RAPPORTAGE OVER GROTE BLOOTSTELLINGEN EN CONCENTRATIERISICO
|
Inhoudsopgave
|
|
|
DEEL I: ALGEMENE INSTRUCTIES
|
|
1.
|
Structuur en conventies
|
|
2.
|
Afkortingen
|
|
|
DEEL II: INSTRUCTIES IN VERBAND MET DE TEMPLATES
|
|
1.
|
Reikwijdte en niveau van de LE-rapportage
|
|
2.
|
Opzet van de LE-templates
|
|
3.
|
Begripsbepalingen en algemene instructies voor de LE-rapportage
|
|
4.
|
C 26.00 — Template met betrekking tot LE-limieten
|
|
4.1.
|
Instructies voor bepaalde rijen
|
|
5.
|
C 27.00 — Identificatie van de tegenpartij (LE1)
|
|
5.1.
|
Instructies voor bepaalde kolommen
|
|
6.
|
C 28.00 — Blootstellingen in de niet-handelsportefeuille en de handelsportefeuille (LE2)
|
|
6.1.
|
Instructies voor bepaalde kolommen
|
|
7.
|
C 29.00 — Nadere gegevens over de blootstellingen met betrekking tot individuele cliënten binnen groepen verbonden cliënten (LE3
|
|
7.1.
|
Instructies voor bepaalde kolommen
|
DEEL I: ALGEMENE INSTRUCTIES
1.
Structuur en conventies
1. Het rapportagekader voor grote blootstellingen (Large Exposures — „LE”) bestaat uit vier templates die respectievelijk de volgende informatie bevatten:
(a)
limieten voor grote blootstellingen;
(b)
identificatie van de tegenpartij (LE1-template);
(c)
blootstellingen in de niet-handelsportefeuille en de handelsportefeuille (LE2-template);
(d)
nadere gegevens over de blootstellingen met betrekking tot individuele cliënten binnen groepen verbonden cliënten (LE3-template);
2. De instructies bevatten verwijzingen naar wetgeving en nadere informatie over de gegevens die in elke template moeten worden gerapporteerd.
3. De instructies en de validatieregels volgen de in de volgende punten beschreven conventies voor het labelen van de kolommen, rijen en cellen van de templates.
4. In de instructies en validatieregels wordt de volgende conventie algemeen gevolgd: {Template;Rij;Kolom}. Een asterisk geeft aan dat de validatie geldt voor alle gerapporteerde rijen.
5. In het geval van validaties binnen een template, waarbij alleen gegevenspunten uit die template worden gebruikt, verwijzen de notaties niet naar een template: {Rij;Kolom}.
6. ABS(waarde): de absolute waarde zonder teken. Ieder bedrag dat tot een grotere blootstelling leidt, wordt als positieve waarde gerapporteerd. Daarentegen wordt elk bedrag dat tot een lagere blootstelling leidt, als negatieve waarde gerapporteerd. Als er een minteken (-) voor het label van een post staat, wordt er voor die post geen positieve waarde gerapporteerd.
2.
Afkortingen
7. Voor de toepassing van deze bijlage wordt Verordening (EU) nr. 575/2013 „VKV” genoemd.
DEEL II: INSTRUCTIES IN VERBAND MET DE TEMPLATES
1.
Reikwijdte en niveau van de LE-rapportage
1. Voor individuele rapportage over grote blootstellingen met betrekking tot cliënten of groepen verbonden cliënten overeenkomstig artikel 394, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 („VKV”) maken de instellingen gebruik van de templates LE1, LE2 en LE3.
2. Voor geconsolideerde rapportage over grote blootstellingen met betrekking tot cliënten of groepen verbonden cliënten overeenkomstig artikel 394, lid 1, VKV maken de moederinstellingen in een lidstaat gebruik van de templates LE1, LE2 en LE3.
3. Iedere overeenkomstig artikel 392 VKV bepaalde grote blootstelling wordt gerapporteerd, ook die welke niet in aanmerking worden genomen voor de naleving van de in artikel 395 VKV vastgelegde LE-limiet.
4. Voor geconsolideerde rapportage over de twintig grootste blootstellingen met betrekking tot cliënten of groepen verbonden cliënten overeenkomstig artikel 394, lid 1, tweede alinea, VKV gebruiken de moederinstellingen in een lidstaat die onderworpen zijn aan deel 3, titel II, hoofdstuk 3, VKV, de templates LE1, LE2 en LE3. De blootstellingswaarde die wordt verkregen wanneer het bedrag in kolom 320 („Vrijgestelde bedragen”) van template LE2 in mindering wordt gebracht op het bedrag in kolom 210 („Totaal”) van dezelfde template, is het bedrag dat wordt gebruikt om die twintig grootste blootstellingen te bepalen.
5. Voor geconsolideerde rapportage over de tien grootste blootstellingen met betrekking tot instellingen en over de tien grootste blootstellingen met betrekking tot schaduwbankentiteiten die buiten het gereglementeerde kader bankactiviteiten verrichten, overeenkomstig artikel 394, lid 2, punten a) tot en met d), VKV gebruiken de moederinstellingen in een lidstaat de templates LE1, LE2 en LE3. De in kolom 210 („Totaal”) van template LE2 berekende blootstellingswaarde is het bedrag aan de hand waarvan deze twintig grootste blootstellingen worden bepaald.
6. Voor geconsolideerde rapportage over blootstellingen met een waarde die groter is dan of gelijk aan 300 miljoen EUR, maar kleiner dan 10 % van het tier 1-kapitaal van de instelling overeenkomstig artikel 394, lid 1, laatste zin, VKV gebruiken de moederinstellingen in een lidstaat de templates LE1, LE2 en LE3. De in kolom 210 („Totaal”) van template LE2 berekende blootstellingswaarde is het bedrag aan de hand waarvan deze blootstellingen worden bepaald.
7. De gegevens over de grote blootstellingen en de desbetreffende grootste blootstellingen alsmede de gegevens over blootstellingen met een waarde die groter is dan of gelijk aan 300 miljoen EUR, maar kleiner dan 10 % van het tier 1-kapitaal van de instelling met betrekking tot groepen verbonden cliënten en individuele cliënten die niet tot een groep verbonden cliënten behoren, worden gerapporteerd in template LE2 (waarbij een groep verbonden cliënten wordt gerapporteerd als één blootstelling).
8. De instellingen rapporteren in template LE3 gegevens over de blootstellingen met betrekking tot individuele cliënten die behoren tot de groepen verbonden cliënten; deze worden gerapporteerd in template LE2. De in template LE2 gerapporteerde gegevens over een blootstelling met betrekking tot een individuele cliënt moeten niet opnieuw worden verstrekt in template LE3.
2.
Opzet van de LE-templates
9. De kolommen van template LE1 bevatten de informatie ter identificatie van individuele cliënten of groepen verbonden cliënten waaraan een instelling is blootgesteld.
10. De kolommen van de templates LE2 en LE3 bevatten de volgende informatieblokken:
(a)
de blootstellingswaarde vóór toepassing van vrijstellingen en vóór inaanmerkingneming van de gevolgen van de kredietrisicolimitering, met inbegrip van de directe blootstelling, de indirecte blootstelling en additionele blootstellingen in verband met transacties waarbij er een blootstelling is met betrekking tot onderliggende activa;
(b)
het effect van de vrijstellingen en van de kredietrisicolimiteringstechnieken;
(c)
de voor de toepassing van artikel 395, lid 1, VKV berekende blootstellingswaarde na toepassing van vrijstellingen en na inaanmerkingneming van het effect van de kredietrisicolimitering.
3.
Begripsbepalingen en algemene instructies voor de LE-rapportage
11. „Groep verbonden cliënten” is omschreven in artikel 4, lid 1, punt 39, VKV.
12. „Instellingen” is omschreven in artikel 4, lid 1, punt 3, VKV.
13. Blootstellingen met betrekking tot „burgerlijke vennootschappen” worden gerapporteerd. Daarbij tellen de instellingen de kredietbedragen van de burgerlijke vennootschap op bij de schulden van elke partner. In het geval van quota worden de blootstellingen met betrekking tot burgerlijke vennootschappen verdeeld over, of toegerekend aan de partners overeenkomstig hun respectieve quota. Bepaalde constructies (bijv. gezamenlijke rekeningen, groepen erfgenamen, stromanleningen) die in feite neerkomen op burgerlijke vennootschappen, moeten op dezelfde wijze worden gerapporteerd.
14. Actiefposten en posten buiten de balanstelling worden gehanteerd zonder risicogewichten of risicograden overeenkomstig artikel 389 VKV. Met name worden geen kredietomrekeningsfactoren toegepast op posten buiten de balanstelling.
15. „Blootstellingen” zijn omschreven in artikel 389 VKV.
(a)
„blootstellingen” zijn alle actiefposten en posten buiten de balanstelling in de niet-handelsportefeuille en de handelsportefeuille, met inbegrip van de in artikel 400 VKV beschreven posten, maar met uitsluiting van de posten die vallen onder artikel 390, lid 6, punten a) tot en met d), VKV.
(b)
„indirecte blootstellingen” zijn blootstellingen die zijn toegewezen aan de garantiegever of de verschaffer van de zekerheid en niet aan de rechtstreekse kredietnemer overeenkomstig artikel 403 VKV. De definities hier mogen in geen enkel mogelijk opzicht van de definities in de basishandeling verschillen.
16. De blootstellingen aan groepen verbonden cliënten worden berekend overeenkomstig artikel 390, lid 1, VKV.
17. „Verrekeningsovereenkomsten” mogen in aanmerking worden genomen bij het bepalen van het effect van de blootstellingswaarde van grote blootstellingen overeenkomstig artikel 390, leden 3, 4 en 5, VKV. De blootstellingswaarde van in bijlage II bij de VKV genoemde derivatencontracten en van rechtstreeks met een cliënt gesloten kredietderivatencontracten wordt bepaald overeenkomstig deel 3, titel II, hoofdstuk 6, VKV waarbij het effect van schuldvernieuwingscontracten en andere verrekeningsovereenkomsten in aanmerking wordt genomen voor de toepassing van de methoden van deel 3, titel II, hoofdstuk 6, afdelingen 3, 4 en 5, VKV. De blootstellingswaarde van retrocessietransacties, transacties inzake verstrekte of opgenomen effecten- of grondstoffenleningen, transacties met afwikkeling op lange termijn en margeleningstransacties kan worden bepaald overeenkomstig deel 3, titel II, hoofdstuk 4 of 6, VKV. Overeenkomstig artikel 296 VKV wordt de blootstellingswaarde van één juridische verplichting voortvloeiende uit de overeenkomst inzake productoverschrijdende contractuele verrekening met een tegenpartij van de rapporterende instelling gerapporteerd onder „Overige verplichtingen” in de LE-templates.
18. De „blootstellingswaarde” wordt berekend overeenkomstig artikel 390 VKV.
19. Het effect van de volledige of gedeeltelijke toepassing van vrijstellingen en in aanmerking komende technieken voor kredietrisicolimitering bij het berekenen van blootstellingen voor de toepassing van artikel 395, lid 1, VKV wordt gespecificeerd in de artikelen 399 tot en met 403 VKV.
20. Instellingen rapporteren blootstellingen uit hoofde van omgekeerde retrocessieovereenkomsten overeenkomstig artikel 402, lid 3, VKV. Mits aan de criteria van artikel 402, lid 3, VKV is voldaan, rapporteren de instellingen de grote blootstellingen met betrekking tot elke derde voor het bedrag waarop de tegenpartij bij de transactie aanspraak kan maken jegens die derde, en niet voor het bedrag van de blootstelling met betrekking tot de tegenpartij.
4.
C 26.00 — Template met betrekking tot LE-limieten
4.1. Instructies voor bepaalde rijen
|
Rijen
|
Verwijzingen naar wetgeving en instructies
|
|
010
|
Niet-instellingen
Artikel 395, lid 1, artikel 458, lid 2, punt d), ii), artikel 458, lid 10, en artikel 459, punt b), VKV.
Het bedrag van de limiet die van toepassing is op andere tegenpartijen dan instellingen, wordt gerapporteerd. Dit bedrag is 25 % van het tier 1-kapitaal, dat wordt gerapporteerd in rij 015 van template C 01.00 van bijlage I, tenzij er een restrictiever percentage van kracht is wegens de toepassing van nationale maatregelen overeenkomstig artikel 458 VKV of de gedelegeerde handelingen die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 462 met betrekking tot de in artikel 459, punt b), VKV bedoelde vereisten.
|
|
020
|
Instellingen
Artikel 395, lid 1, artikel 458, lid 2, punt d), ii), artikel 458, lid 10, en artikel 459, punt b), VKV.
Instellingen rapporteren het bedrag van de limiet die van toepassing is op tegenpartijen die een instelling zijn. Overeenkomstig artikel 395, lid 1, VKV is dat bedrag als volgt:
— als de 25 % van het tier 1-kapitaal meer bedraagt dan 150 miljoen EUR (of een overeenkomstig artikel 395, lid 1, derde alinea, VKV door de bevoegde autoriteit bepaalde lagere limiet dan 150 miljoen EUR), moet 25 % van het tier 1-kapitaal worden gerapporteerd;
— als 150 miljoen EUR (of een overeenkomstig artikel 395, lid 1, derde alinea, VKV door de bevoegde autoriteit bepaalde lagere limiet) groter is dan 25 % van het tier 1-kapitaal van de instelling, moet 150 miljoen EUR (of de door de bevoegde autoriteit bepaalde lagere limiet) worden gerapporteerd. Als de instelling in termen van haar tier 1-kapitaal een lagere limiet heeft bepaald, als vereist bij artikel 395, lid 1, tweede alinea, VKV, wordt die limiet gerapporteerd.
Deze limieten kunnen strenger zijn bij de toepassing van nationale maatregelen overeenkomstig artikel 395, lid 6, of artikel 458 VKV of de gedelegeerde handelingen die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 462 met betrekking tot de in artikel 459, punt b), VKV bedoelde vereisten.
|
|
030
|
Instellingen (%)
Artikel 395, lid 1, en artikel 459, punt a), VKV
Het te rapporteren bedrag is de absolute limiet (gerapporteerd in rij 020), uitgedrukt als percentage van het tier 1-kapitaal.
|
|
040
|
Mondiaal systeemrelevante instellingen (MSI’s)
Artikel 395, lid 1, VKV.
Het bedrag van de limiet die van toepassing is op tegenpartijen die als MSI of niet-EU-MSI aangemerkte instellingen of groepen zijn, wordt gerapporteerd. Overeenkomstig artikel 395, lid 1, VKV is die limiet als volgt:
— een MSI gaat geen blootstelling jegens een andere als MSI of niet-EU-MSI aangemerkte instelling of groep aan waarvan de waarde, na inaanmerkingneming van het effect van de kredietrisicolimitering 15 % van haar tier 1‐kapitaal overschrijdt.
|
5.
C 27.00 — Identificatie van de tegenpartij (LE1)
5.1. Instructies voor bepaalde kolommen
|
Kolom
|
Verwijzingen naar wetgeving en instructies
|
|
010-070
|
Identificatie van de tegenpartij:
De instellingen rapporteren de identificatiegegevens van tegenpartijen waarvoor informatie wordt ingediend in een van de templates C 28.00 t/m C 29.00. De identificatiegegevens van de groep van verbonden cliënten worden niet gerapporteerd tenzij in het nationale rapportagesysteem een unieke code voor de groep van verbonden cliënten beschikbaar is.
Overeenkomstig artikel 394, lid 1, derde alinea, VKV, rapporteren de instellingen de identificatiegegevens van de tegenpartij waaraan ze blootstellingen hebben met een waarde die groter is dan of gelijk aan 300 miljoen EUR, maar kleiner dan 10 % van hun tier 1-kapitaal.
Overeenkomstig artikel 394, lid 1, punt a), VKV, rapporteren de instellingen de identificatiegegevens van de tegenpartij waaraan ze een grote blootstelling hebben in de zin van artikel 392 VKV.
Overeenkomstig artikel 394, lid 2, punt a), VKV, rapporteren de instellingen de identificatiegegevens van de tegenpartij waaraan ze de grootste blootstellingen hebben (in de gevallen waarin de tegenpartij een instelling of een schaduwbankentiteit is).
|
|
011
|
Code
De code als deel van een identificatiecode van de rij moet uniek zijn voor elke gerapporteerde entiteit. Voor instellingen en verzekeringsondernemingen is die code de LEI-code. Voor andere entiteiten is de code de LEI-code of, indien die niet beschikbaar is, een nationale code. De code is uniek en wordt consequent gebruikt in de verschillende templates en in de tijd. De code heeft steeds een waarde.
|
|
015
|
Soort code
De instellingen identificeren de in kolom 010 gerapporteerde soort code als „LEI-code” of „niet-LEI-code”.
De soort code wordt steeds gerapporteerd.
|
|
021
|
Naam
Bij rapportage van een groep verbonden cliënten moet de naam steeds overeenkomen met die van de groep. In alle overige gevallen moet de naam overeenkomen met de individuele tegenpartij.
Voor een groep verbonden cliënten is de gerapporteerde naam die van de moederonderneming of, wanneer de groep verbonden cliënten geen moederonderneming heeft, de handelsnaam van de groep.
|
|
035
|
Nationale code
Wanneer instellingen in de kolom „Code” de LEI-code rapporteren als identificatiecode, mogen zij ter aanvulling de nationale code rapporteren.
|
|
040
|
Vestigingsplaats van de tegenpartij
De ISO-code 3166-1-alfa-2 van het land van oprichting van de tegenpartij wordt gebruikt (inclusief pseudo-ISO-codes voor internationale organisaties; zie de laatste uitgave van het „Balance of Payments Vademecum” van Eurostat).
Voor groepen verbonden cliënten wordt geen vestigingsplaats gerapporteerd.
|
|
050
|
Sector van de tegenpartij
Aan elke tegenpartij wordt één sector toegewezen volgens de FINREP-indeling van economische sectoren van bijlage V, deel 1, punt 42, waarbij overige financiële vennootschappen als volgt worden onderverdeeld in beleggingsondernemingen en andere financiële vennootschappen:
i) centrale banken;
ii) overheden;
iii) kredietinstellingen;
iv) beleggingsondernemingen als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 2, VKV;
v) overige financiële ondernemingen (met uitsluiting van beleggingsondernemingen);
vi) niet-financiële ondernemingen;
vii) huishoudens.
Voor groepen verbonden cliënten wordt geen sector gerapporteerd.
|
|
060
|
NACE-code
De economische sector wordt aangegeven met een NACE-code (Nomenclature statistique des Activités économiques dans la Communauté Européenne = statistische classificatie van economische activiteiten in de Europese Unie).
Deze kolom is alleen van toepassing op de tegenpartijen „overige financiële ondernemingen” (met uitsluiting van beleggingsondernemingen) en „niet-financiële ondernemingen”. NACE-codes worden gebruikt voor „niet-financiële ondernemingen” met gegevens op één niveau (bv. „F — Bouwnijverheid”) en voor „overige financiële ondernemingen (met uitsluiting van beleggingsondernemingen)” met gegevens op twee niveaus, waarbij afzonderlijk informatie wordt verstrekt over verzekeringsactiviteiten (bv. „K65 — Verzekeringen, herverzekeringen en pensioenfondsen, exclusief verplichte sociale verzekeringen”).
De economische sectoren „overige financiële ondernemingen (met uitsluiting van beleggingsondernemingen)” en „niet-financiële ondernemingen” worden afgeleid van de FINREP-indeling van tegenpartijen.
Voor groepen verbonden cliënten wordt geen NACE-code gerapporteerd.
|
|
070
|
Soort tegenpartij
Artikel 394, lid 2, VKV
Van de tien grootste blootstellingen met betrekking tot instellingen en de tien grootste blootstellingen met betrekking tot schaduwbankentiteiten wordt de soort tegenpartij aangegeven met een „I” voor instellingen en met een’S” voor schaduwbankentiteiten die buiten het gereglementeerde kader bankactiviteiten verrichten.
|
6.
C 28.00 — Blootstellingen in de niet-handelsportefeuille en de handelsportefeuille (LE2)
6.1. Instructies voor bepaalde kolommen
|
Kolom
|
Verwijzingen naar wetgeving en instructies
|
|
010
|
Code
Als voor een groep van verbonden cliënten op nationaal niveau een unieke code beschikbaar is, wordt deze code gerapporteerd als de code van de groep van verbonden cliënten. Indien er op het nationale niveau geen unieke code voorhanden is, wordt de code van de moederonderneming in C 27.00 gerapporteerd.
In de gevallen waarin de groep verbonden cliënten geen moederonderneming heeft, is de gerapporteerde code die van de individuele entiteit die door de instelling als meest significant binnen de groep verbonden cliënten wordt beschouwd. In alle overige gevallen moet de code overeenkomen met de individuele tegenpartij.
De codes worden consequent gebruikt in de tijd.
De samenstelling van de code hangt af van het nationale rapportagesysteem, tenzij er in de EU een eenvormig coderingssysteem beschikbaar is.
|
|
020
|
Groep of individuele cliënt
De instellingen rapporteren blootstellingen met betrekking tot individuele cliënten met een „1”, en blootstellingen met betrekking tot groepen verbonden cliënten met een „2”.
|
|
030
|
Transacties waarbij er een blootstelling is met betrekking tot onderliggende activa
Artikel 390, lid 7, VKV
Bij blootstellingen met betrekking tot de gerapporteerde tegenpartij vanwege een transactie waarbij er een blootstelling is met betrekking tot onderliggende activa, vermelden de instellingen het equivalent van „Ja” overeenkomstig door de nationale bevoegde autoriteiten voorgeschreven nadere technische specificaties; in andere gevallen wordt het equivalent van „Neen” vermeld.
|
|
040-180
|
Oorspronkelijke blootstellingen
De artikelen 24, 389, 390 en 392 VKV.
In dit kolommenblok rapporteren de instellingen de oorspronkelijke blootstellingen van directe blootstellingen, indirecte blootstellingen en additionele blootstellingen die voortvloeien uit transacties waarbij er een blootstelling is met betrekking tot onderliggende activa.
Overeenkomstig artikel 389 VKV worden actiefposten en posten buiten de balanstelling gehanteerd zonder risicogewichten of risicograden. Met name worden geen kredietomrekeningsfactoren toegepast op posten buiten de balanstelling.
In deze kolommen wordt de oorspronkelijke blootstelling gerapporteerd, d.w.z. de blootstellingswaarde zonder inaanmerkingneming van waardeaanpassingen en voorzieningen, die in kolom 210 in mindering worden gebracht.
De definitie en berekening van de blootstellingswaarde worden beschreven in de artikelen 389 en 390 VKV. Overeenkomstig artikel 24 VKV worden de actiefposten en de posten buiten de balanstelling gewaardeerd volgens het kader voor financiële verslaggeving waaraan de instelling onderworpen is.
In deze kolommen worden van het tier 1-kernkapitaal afgetrokken posten of aanvullende tier 1-bestanddelen opgenomen die geen blootstelling zijn in de zin van artikel 390, lid 6, punt e). Deze blootstellingen worden afgetrokken in kolom 200.
Blootstellingen waarvan sprake in artikel 390, lid 6, punten a) tot en met d), VKV, worden niet in deze kolommen opgenomen.
De oorspronkelijke blootstellingen omvatten alle actiefposten en posten buiten de balanstelling. Voor de toepassing van artikel 395, lid 1, VKV worden de vrijstellingen van artikel 400 VKV in kolom 320 in mindering gebracht.
Blootstellingen in zowel de niet-handelsportefeuille als de handelsportefeuille worden opgenomen.
De overeenkomstig artikel 390, lid 3, punt b), VKV berekende nettopositie wordt gerapporteerd als directe blootstelling en opgenomen in de kolom (060, 070 of 080) die overeenstemt met de belangrijkste soort instrument.
De belangrijkste soort instrument wordt bepaald op basis van de waarde van de nettopositie in elke soort instrument.
Ingeval verschillende uit verrekeningsovereenkomsten voortvloeiende blootstellingen één blootstelling vormen, wordt die ene blootstelling voor de uitsplitsing van de blootstelling naar financieel instrument toegewezen aan het financiële instrument behorende bij de voornaamste in de verrekeningsovereenkomst opgenomen actiefpost (zie ook het inleidende gedeelte).
|
|
040
|
Totale oorspronkelijke blootstelling
De instellingen rapporteren de som van directe blootstellingen en indirecte blootstellingen, alsmede de additionele blootstellingen die voortvloeien uit de blootstelling met betrekking tot transacties waarbij er een blootstelling is met betrekking tot onderliggende activa.
|
|
050
|
Waarvan: wanbetaling
Artikel 178 VKV
De instellingen rapporteren het deel van de totale oorspronkelijke blootstelling ten aanzien waarvan zich een wanbetaling heeft voorgedaan.
|
|
060-110
|
Directe blootstellingen
Onder directe blootstellingen worden de blootstellingen op basis van „rechtstreekse kredietnemers” verstaan.
|
|
060
|
Schuldinstrumenten
Verordening (EU) nr. 1071/2013 („ECB/2013/33”) bijlage II, deel 2, tabel, categorieën 2 en 3
Schuldinstrumenten omvatten schuldtitels, en leningen en voorschotten.
De instrumenten in deze kolom zijn die welke zijn aangemerkt als „Leningen met een oorspronkelijke looptijd tot en met één jaar/langer dan één jaar en tot en met vijf jaar/langer dan vijf jaar”, of als „schuldbewijzen”, overeenkomstig ECB/2013/33.
In deze kolom worden retrocessietransacties, transacties inzake verstrekte of opgenomen effecten- of grondstoffenleningen (effectenfinancieringstransacties) en margeleningstransacties opgenomen.
|
|
70
|
Aandeleninstrumenten
ECB/2013/33, bijlage II, deel 2, tabel, categorieën 4 en 5
De instrumenten in deze kolom zijn die welke zijn aangemerkt als „Aandelen” of als „Aandelen of rechten van deelneming in beleggingsfondsen” overeenkomstig ECB/2013/33.
|
|
080
|
Derivaten
Artikel 272, lid 2, VKV en bijlage II VKV.
De in deze kolom te rapporteren instrumenten omvatten de in bijlage II VKV genoemde derivaten en transacties met afwikkeling op lange termijn in de zin van artikel 272, lid 2, VKV.
Aan tegenpartijkredietrisico blootgestelde kredietderivaten worden in deze kolom opgenomen.
|
|
090-110
|
Posten buiten de balanstelling
Bijlage I VKV.
De in deze kolommen te rapporteren waarde is de nominale waarde vóór aftrek van specifieke kredietrisicoaanpassingen en zonder toepassing van omrekeningsfactoren.
|
|
090
|
Leningverplichtingen
Bijlage I, punt 1, c), en h), punt 2, b), ii), punt 3, b), i), en punt 4, a), VKV.
Leningverplichtingen zijn vaste toezeggingen om krediet te verstrekken tegen vooraf bepaalde voorwaarden, behalve die welke derivaten zijn omdat ze netto in contanten of middels levering of uitgifte van een ander financieel instrument kunnen worden voldaan.
|
|
100
|
Financiële garanties
Bijlage I, punt 1, a), b) en f), VKV.
Financiële garanties zijn overeenkomsten waarbij de garantiegever bepaalde betalingen moet verrichten om de garantiehouder een verlies te vergoeden dat ontstaat wanneer een bepaalde debiteur verzuimt een overeenkomstig de oorspronkelijke of gewijzigde voorwaarden van een schuldinstrument verschuldigde betaling te verrichten. Kredietderivaten die niet in de kolom „derivaten” zijn opgenomen, worden in deze kolom gerapporteerd.
|
|
110
|
Overige verplichtingen
Overige verplichtingen zijn de posten in bijlage I bij de VKV die niet zijn opgenomen in de voorgaande categorieën. De blootstellingswaarde van één enkele juridische verplichting voortvloeiende uit de overeenkomst inzake productoverschrijdende contractuele verrekening met een tegenpartij van de instelling wordt in deze kolom gerapporteerd.
|
|
120-170
|
Indirecte blootstellingen
Artikel 403 VKV
Overeenkomstig artikel 403 VKV volgt een kredietinstelling de substitutiebenadering als een blootstelling met betrekking tot een cliënt door een derde is gegarandeerd of met door een derde uitgegeven zekerheden is gedekt.
In dit kolommenblok rapporteren de instellingen de bedragen van de directe blootstellingen die opnieuw aan de garantiegever of de verschaffer van zekerheden worden toegewezen, op voorwaarde dat aan de laatste een gelijk of lager risicogewicht zou worden toegekend dan het risicogewicht dat overeenkomstig deel 3, titel II, hoofdstuk 2, VKV voor de cliënt zou worden toegepast. Bij blootstellingen die met door een derde uitgegeven zekerheden zijn gedekt, biedt artikel 403, lid 3, VKV een alternatieve behandeling.
De beschermde oorspronkelijke referentieblootstelling (directe blootstelling) wordt in mindering gebracht op de blootstelling met betrekking tot de oorspronkelijke kredietnemer in de kolommen „In aanmerking komende kredietrisicolimiteringstechnieken”. Via het substitutie-effect leidt de indirecte blootstelling tot een verhoogde blootstelling met betrekking tot de garantiegever of de verschaffer van zekerheden. Dit geldt ook voor binnen een groep verbonden cliënten verstrekte garanties.
De instellingen rapporteren het oorspronkelijke bedrag van de indirecte blootstellingen in de kolom die behoort bij de soort gegarandeerde of door zekerheden gedekte directe blootstelling. Is de gegarandeerde directe blootstelling bijvoorbeeld een schuldinstrument, dan wordt het aan de garantiegever toegewezen bedrag aan „Indirecte blootstelling” gerapporteerd in de kolom „Schuldinstrumenten”.
Blootstellingen in verband met credit-linked notes worden eveneens in dit kolommenblok gerapporteerd, overeenkomstig artikel 399 VKV.
|
|
120
|
Schuldinstrumenten
Zie kolom 060.
|
|
130
|
Aandeleninstrumenten
Zie kolom 070.
|
|
140
|
Derivaten
Zie kolom 080.
|
|
150-170
|
Posten buiten de balanstelling
De in deze kolommen te rapporteren waarde is de nominale waarde vóór aftrek van specifieke kredietrisicoaanpassingen en toepassing van omrekeningsfactoren.
|
|
150
|
Leningverplichtingen
Zie kolom 090.
|
|
160
|
Financiële garanties
Zie kolom 100.
|
|
170
|
Overige verplichtingen
Zie kolom 110.
|
|
180
|
Additionele blootstellingen die voortvloeien uit transacties waarbij er een blootstelling is met betrekking tot onderliggende activa
Artikel 390, lid 7, VKV
Additionele blootstellingen die voortvloeien uit transacties waarbij er een blootstelling is met betrekking tot onderliggende activa
|
|
190
|
(-) Waardeaanpassingen en voorzieningen
De artikelen 34, 24, 110 en 111 VKV
Waardeaanpassingen en voorzieningen in het desbetreffende kader voor financiële verslaggeving (Richtlijn 86/635/EEG of Verordening (EG) nr. 1606/2002) die van invloed zijn op de waardering van blootstellingen, worden bepaald overeenkomstig de artikelen 24 en 110 VKV.
Waardeaanpassingen en voorzieningen in verband met de brutoblootstelling in kolom 040 worden in deze kolom gerapporteerd.
|
|
200
|
(-) Blootstellingen die in mindering zijn gebracht op het tier 1-kernkapitaal of aanvullende tier 1-bestanddelen
Artikel 390, lid 6, punt e), VKV
De in de diverse kolommen van de „Totale oorspronkelijke blootstelling” opgenomen, op het tier 1-kernkapitaal of op aanvullende tier 1-bestanddelen in mindering gebrachte blootstellingen worden gerapporteerd.
|
|
210-230
|
Blootstellingswaarde vóór toepassing van vrijstellingen en kredietrisicolimitering
Artikel 394, lid 1, punt b), VKV
De instellingen rapporteren de blootstellingswaarde vóór inaanmerkingneming van het effect van de kredietrisicolimitering, indien van toepassing.
|
|
210
|
Totaal
De in deze kolom te rapporteren blootstellingswaarde is het bedrag dat wordt gebruikt om te bepalen of een blootstelling een grote blootstelling is in de zin van artikel 392 VKV.
Dit bedrag omvat de oorspronkelijke blootstelling na aftrek van de waardeaanpassingen en voorzieningen en het bedrag van de op het tier 1-kernkapitaal of op aanvullende tier 1-bestanddelen in mindering gebrachte blootstellingen.
|
|
220
|
Waarvan: niet-handelsportefeuille
Het bedrag van de niet-handelsportefeuille uit de totale blootstelling vóór vrijstellingen en kredietrisicolimitering
|
|
230
|
% van het tier 1-kapitaal
De artikelen 392 en 395 VKV
Het te rapporteren bedrag is het percentage van de blootstellingswaarde vóór toepassing van vrijstellingen en kredietrisicolimitering in verband met het tier 1-kapitaal van de instelling, zoals omschreven in artikel 25 VKV.
|
|
240-310
|
(-) In aanmerking komende technieken voor kredietrisicolimitering
Artikel 399 en de artikelen 401, 402 en 403 VKV. Technieken voor kredietrisicolimitering als omschreven in artikel 4, lid 1, punt 57, VKV.
De in deel 3, titel II, hoofdstukken 3 en 4, VKV erkende technieken voor kredietrisicolimitering worden gebruikt overeenkomstig de artikelen 401, 402 en 403 VKV.
Technieken voor kredietrisicolimitering kunnen op drie manieren gevolgen hebben voor het LE-stelsel: een substitutie-effect; een volgestorte kredietprotectie anders dan een substitutie-effect, en behandeling als onroerend goed.
|
|
240-290
|
(-) Substitutie-effect van in aanmerking komende kredietrisicolimiteringstechnieken
Artikel 403 VKV
Het in deze kolommen te rapporteren bedrag aan volgestorte en niet-volgestorte kredietprotectie komt overeen met de blootstellingen die zijn gegarandeerd door een derde of gedekt met door een derde verschafte zekerheden, waarbij de instelling het deel van de blootstelling dat is gegarandeerd en/of gedekt door de marktwaarde van erkende zekerheden, behandelt alsof dat is aangegaan jegens de garantiegever of de verschaffer van zekerheden.
|
|
240
|
(-) Schuldinstrumenten
Zie kolom 060.
|
|
250
|
(-) Aandeleninstrumenten
Zie kolom 070.
|
|
260
|
(-) Derivaten
Zie kolom 080.
|
|
270-290
|
(-) Posten buiten de balanstelling
De waarde van deze kolommen is zonder toepassing van omrekeningsfactoren.
|
|
270
|
(-) Toegezegde leningen
Zie kolom 090.
|
|
280
|
(-) Financiële garanties
Zie kolom 100.
|
|
290
|
(-) Overige verplichtingen
Zie kolom 110.
|
|
300
|
(-) Volgestorte kredietprotectie anders dan substitutie-effect
Artikel 401 VKV
De instellingen rapporteren de bedragen aan volgestorte kredietprotectie, zoals omschreven in artikel 4, lid 1, punt 58, VKV, die op de blootstellingswaarde in mindering worden gebracht als gevolg van de toepassing van artikel 401 VKV.
Overeenkomstig artikel 401, lid 1, VKV worden volatiliteitsaanpassingen toegepast op de blootstellingswaarde en worden deze gerapporteerd als toename van de blootstellingswaarde.
|
|
310
|
(-) Onroerend goed
Artikel 402 VKV
De instellingen rapporteren de bedragen die in mindering worden gebracht op de blootstellingswaarde als gevolg van de toepassing van artikel 402 VKV.
|
|
320
|
(-) Vrijgestelde bedragen
Artikel 400 VKV
De instellingen rapporteren de van het LE-stelsel vrijgestelde bedragen.
|
|
330-350
|
Blootstellingswaarde na toepassing van vrijstellingen en kredietrisicolimitering
Artikel 394, lid 1, punt d), VKV
De instellingen rapporteren de blootstellingswaarde na inaanmerkingneming van het effect van de vrijstellingen en kredietrisicolimitering berekend voor de toepassing van artikel 395, lid 1, VKV.
|
|
330
|
Totaal
Deze kolom vermeldt het bedrag dat in aanmerking wordt genomen om te voldoen aan de in artikel 395 VKV bepaalde limiet voor grote blootstellingen.
|
|
340
|
Waarvan: niet-handelsportefeuille
De instellingen rapporteren de totale blootstelling na toepassing van vrijstellingen en na inaanmerkingneming van het effect van kredietrisicolimitering behorend bij de niet-handelsportefeuille.
|
|
350
|
% van het tier 1-kapitaal
De instellingen rapporteren het percentage van de blootstellingswaarde na toepassing van vrijstellingen en kredietrisicolimitering in verband met het tier 1-kapitaal van de instelling, zoals omschreven in artikel 25 VKV.
|
7.
C 29.00 — Nadere gegevens over de blootstellingen met betrekking tot individuele cliënten binnen groepen verbonden cliënten (LE3)
7.1. Instructies voor bepaalde kolommen
|
Kolom
|
Verwijzingen naar wetgeving en instructies
|
|
010-360
|
De instellingen rapporteren in template LE3 de gegevens van de individuele cliënten die behoren tot de groepen verbonden cliënten die voorkomen in de rijen van template LE2.
|
|
010
|
Code
De kolommen 010 en 020 zijn een samengestelde identificatiecode van de rij, en moeten samen uniek zijn voor elke rij in de tabel.
De code van de individuele tegenpartij die tot de groepen van verbonden cliënten behoort, wordt gerapporteerd.
De codes worden consequent gebruikt in de tijd.
|
|
020
|
Groepscode
De kolommen 010 en 020 zijn een samengestelde identificatiecode van de rij, en moeten samen uniek zijn voor elke rij in de tabel.
Als voor een groep van verbonden cliënten op nationaal niveau een unieke code beschikbaar is, wordt deze code gerapporteerd. Indien er op het nationale niveau geen unieke code voorhanden is, wordt de code ten behoeve van de rapportering van blootstellingen aan de groep van verbonden cliënten in C 28.00 (LE2) gerapporteerd.
Indien een cliënt tot diverse groepen verbonden cliënten behoort, wordt hij gerapporteerd als lid van alle groepen verbonden cliënten.
|
|
030
|
Transacties waarbij er een blootstelling is met betrekking tot onderliggende activa
Zie kolom 030 van template LE2.
|
|
050-360
|
Wanneer in template LE2 financiële instrumenten aan de hele groep verbonden cliënten worden toegerekend, worden ze toegewezen aan de individuele tegenpartijen in template LE3 overeenkomstig de economische criteria van de instelling.
De overige instructies zijn gelijk aan die voor template LE2.
|
1. Overzicht
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- Builddate: 01.09.2024 00:00:00 -Doknr: CELEX:32021R0451
- EULAW_HR -
EULAW_HR
|