+Artikel 199 5.
|
Artikel 199 5.
De instellingen kunnen kortlopende vorderingen uit hoofde van handelstransacties of transacties met een oorspronkelijke looptijd van ten hoogste een jaar als toelaatbare zekerheid gebruiken. Toelaatbare kortlopende vorderingen omvatten geen kortlopende vorderingen uit hoofde van securitisaties, subdeelnemingen of kredietderivaten, noch vorderingen op verbonden partijen. Indien een publiekrechtelijke ontwikkelingskredietinstelling zoals gedefinieerd in artikel 429 bis, lid 2, van deze verordening een stimuleringslening zoals gedefinieerd in artikel 429 bis, lid 3, van deze verordening verstrekt aan een andere instelling of aan een financiële instelling die een vergunning heeft om in bijlage I, punt 2 of 3, bij Richtlijn 2013/36/EU vermelde activiteiten uit te voeren en die aan de voorwaarden van artikel 119, lid 5, van de onderhavige verordening voldoet, en indien die andere instelling of financiële instelling die stimuleringslening direct of indirect doorgeeft aan een uiteindelijke debiteur en de vordering van de stimuleringslening als zekerheid aan de publiekrechtelijke ontwikkelingskredietinstelling cedeert, mag de publiekrechtelijke ontwikkelingskredietinstelling de gecedeerde vordering als toelaatbare zekerheid gebruiken, ongeacht de oorspronkelijke looptijd van de gecedeerde vordering.
1. Overzicht
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|