+Artikel 325 tervicies Definities en algemene bepalingen
---+Artikel 325 tervicies 1.
---+Artikel 325 tervicies 2.
---+Artikel 325 tervicies 3.
|
Artikel 325 tervicies Definities en algemene bepalingen
-
1. Overzicht
| Titel |
Regelgeving |
|
Artikel 325 tervicies 1.
|
Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
|
a)
|
„shortblootstelling” : blootstelling waarbij de wanbetaling van een uitgevende instelling of groep van uitgevende instellingen in een winst voor de instelling resulteert, ongeacht het type instrument of transactie dat tot het ontstaan van de blootstelling aanleiding geeft;
|
|
b)
|
„longblootstelling” : blootstelling waarbij de wanbetaling van een uitgevende instelling of groep van uitgevende instellingen in een verlies voor de instelling resulteert, ongeacht het type instrument of transactie dat tot het ontstaan van de blootstelling aanleiding geeft;
|
|
c)
|
bruto „jump to default”-bedrag (bruto JTD-bedrag) : de geraamde omvang van de op een bepaalde blootstelling behaalde winst of het op een bepaalde blootstelling geleden verlies waartoe de wanbetaling van de debiteur aanleiding zou geven;
|
|
d)
|
netto „jump to default”-bedrag (netto JTD-bedrag) : de geraamde omvang van de winst of het verlies waartoe de wanbetaling van de debiteur voor een bepaalde instelling aanleiding zou geven nadat de bruto JTD-bedragen met elkaar zijn verrekend;
|
|
e)
|
„loss given default” of LGD : het verlies bij wanbetaling van de debiteur op een door deze debiteur uitgegeven instrument, uitgedrukt als percentage van het notionele bedrag van het instrument;
|
|
f)
|
wanbetalingsrisicogewicht : het percentage dat de geraamde kans op wanbetaling van elke debiteur volgens de kredietwaardigheid van die debiteur weergeeft.
|
|
|
Artikel 325 tervicies 2.
|
De eigenvermogensvereisten voor het wanbetalingsrisico zijn van toepassing op schuld- en aandeleninstrumenten, op derivaten die deze instrumenten als onderliggende waarde hebben, en op derivaten waarvan de uitbetalingen of reële waarde worden beïnvloed door het in gebreke blijven van een andere debiteur dan de tegenpartij van het derivaat zelf. Instellingen gaan voor elk van de volgende typen instrumenten over tot de afzonderlijke berekening van eigenvermogensvereisten voor wanbetalingsrisico: niet-securitisaties, niet in de ACHP opgenomen securitisaties en in de ACHP opgenomen securitisaties. De uiteindelijke eigenvermogensvereisten voor het wanbetalingsrisico die moeten worden toegepast door een instelling zijn de som van die drie componenten.
|
|
Artikel 325 tervicies 3.
|
Bij verhandelde krediet- en aandelenderivaten die niet-securitisatie-instrumenten zijn, worden de JTD-bedragen per individueel bestanddeel bepaald door een doorkijkbenadering toe te passen.
|
,
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|