|
+Artikel 336 4. |
Artikel 336 4.Andere in aanmerking komende posten zijn:
a)
lange en korte posities in activa waarvoor geen kredietbeoordeling door een aangewezen EKBI beschikbaar is en die aan alle volgende voorwaarden voldoen:
i)
zij worden door de betrokken instelling als voldoende liquide beschouwd;
ii)
de beleggingskwaliteit van de activa is volgens de eigen beoordeling van de instelling ten minste gelijkwaardig aan die van de in tabel 1, tweede rij, bedoelde activa;
iii)
zij zijn genoteerd op ten minste één gereglementeerde markt in een lidstaat of aan een beurs in een derde land, mits deze beurs erkend is door de bevoegde autoriteiten van de relevante lidstaat;
b)
lange en korte posities in activa uitgegeven door instellingen die aan de in deze verordening beschreven eigenvermogensvereisten onderworpen zijn en die door de betrokken instelling als voldoende liquide worden beschouwd en waarvan de beleggingskwaliteit volgens de eigen beoordeling van de instelling ten minste gelijkwaardig is aan die van de in tabel 1, tweede rij, bedoelde activa;
c)
effecten uitgegeven door instellingen waarvan de kredietkwaliteit geacht wordt gelijk te zijn aan of hoger te zijn dan de kredietkwaliteit van instellingen die ondergebracht zijn in kredietkwaliteitscategorie 2 in het kader van de standaardbenadering voor het kredietrisico van blootstellingen ten aanzien van instellingen, en die onderworpen zijn aan een toezicht- en regelgevingskader dat vergelijkbaar is met dat van deze verordening en Richtlijn 2013/36/EU. Instellingen die gebruik maken van punt a) of db beschikken over een in documentatie vastgelegde methode om te beoordelen of de activa aan de in die punten gestelde vereisten voldoen, en brengen deze methode ter kennis van de bevoegde autoriteiten. 1. Overzicht
1.1 Referenties1.2 Geïdentificeerde eisen1.3 Gerelateerde standaarden2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|