+24. De vaststelling of de instelling waarschijnlijk niet aan de wettelijke liquiditeitsvereisten …
|
24. De vaststelling of de instelling waarschijnlijk niet aan de wettelijke liquiditeitsvereisten …
De vaststelling of de instelling waarschijnlijk niet aan de wettelijke liquiditeitsvereisten zal kunnen voldoen of haar schulden en andere passiva zal kunnen betalen wanneer deze opeisbaar worden, wordt gebaseerd op objectieve elementen, onder andere: - a. substantiële nadelige ontwikkelingen die van invloed zijn op de ontwikkeling van de liquiditeitspositie van de instelling en op de houdbaarheid van haar financieringsprofiel, en haar naleving van de minimumliquiditeitsvereisten als bepaald in Verordening (EU) nr. 575/2013 en de additionele vereisten die zijn opgelegd uit hoofde van artikel 105 van die verordening of uit hoofde van nationale minimumliquiditeitsvereisten.
- b. een significante niet-tijdelijke nadelige ontwikkeling van de liquiditeitsbuffer en het compenserend vermogen van de instelling. Bij de beoordeling van de dynamiek van het compenserend vermogen wordt, waar relevant, gekeken naar:
- - zeer waarschijnlijke liquiditeitsinstromen, met inbegrip van ontvangen gecommitteerde krediet- en liquiditeitslijnen;
- - alle verwachte contractuele inkomende stromen;
- - het vermogen om financieringen te verlengen (met inbegrip van looptijden en type van de instrumenten van de nieuwe financiering);
- - de toegang tot langetermijnfinanciering;
- - elke buitengewone en grote verlaging of beëindiging van liquiditeitslijnen van tegenpartijen;
- c. een niet-tijdelijke stijging van de financieringskosten van de instelling tot een onhoudbaar niveau, in het bijzonder tot uitdrukking komend in een toename van de kosten (bijvoorbeeld weerspiegeld in spreads) van gedekte en ongedekte financiering vergeleken met vergelijkbare instellingen;
- d. een significante nadelige ontwikkeling van de actuele en toekomstige verplichtingen van de instelling. Bij de beoordeling van de ontwikkeling van de verplichtingen van de instelling wordt, waar relevant, gekeken naar:
- - verwachte en uitzonderlijke liquiditeitsuitstromen, met inbegrip van verzoeken van tegenpartijen van de instelling om bijstorting van marge en/of vervroegde aflossing van passiva en toenemende tekenen van een potentiële bankrun;
- - verwachte en uitzonderlijke zekerheidsvereisten, alsmede de ontwikkeling van waarderingscorrecties op als zekerheid aanvaarde activa door centrale tegenpartijen en andere tegenpartijen;
- - alle voorwaardelijke verplichtingen, met inbegrip van verplichtingen die voortkomen uit verleende krediet- en liquiditeitslijnen;
- e. de positie van de instelling in de betalings-, clearing- en afwikkelingssystemen en alle aanwijzingen dat de instelling moeite heeft om aan haar verplichtingen te voldoen, met inbegrip van het uitvoeren van betalingen in betalings-, clearing- en afwikkelingssystemen; of
- f. ontwikkelingen die de reputatie van de instelling waarschijnlijk ernstig zullen schaden, in het bijzonder significante verlagingen van de rating door een of meer ratingbureaus als deze leiden tot substantiële uitgaande stromen, onvermogen om financiering te verlengen of activering van contractuele triggers op basis van de externe ratings.
1. Overzicht
1.1 Referenties
1.2 Geïdentificeerde eisen
1.3 Gerelateerde standaarden
2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
- EBA - Published by the European Banking Authority at https://www.eba.europa.eu/
|