|
+Artikel 85 1. |
Artikel 85 1.De instellingen bepalen het bedrag aan in aanmerking komend tier 1‐kapitaal van een dochteronderneming dat in het geconsolideerde eigen vermogen wordt opgenomen, door het onder a) bedoelde bedrag, vermenigvuldigd met het onder b) bedoelde percentage, af te trekken van het in aanmerking komend tier 1‐kapitaal van die onderneming, en wel als volgt:
a)
het tier 1-kapitaal van de dochteronderneming, verminderd met het laagste van de volgende twee bedragen:
i)
het bedrag van het tier 1-kapitaal van de dochteronderneming dat nodig is om aan het volgende te voldoen:
1)
indien de dochteronderneming een onderneming is als bedoeld in artikel 81, lid 1, punt a), van deze verordening maar geen beleggingsonderneming of beleggingstussenholding is, de som van het in artikel 92, lid 1, punt b), van deze verordening vastgelegde vereiste, de in de artikelen 458 en 459 van deze verordening bedoelde vereisten, de in artikel 104 van Richtlijn 2013/36/EU bedoelde specifieke eigenvermogensvereisten en het in artikel 128, punt 6, van die richtlijn gedefinieerde gecombineerde buffervereiste, of eventuele lokale toezichtsvereisten in derde landen, voor zover daaraan met tier 1-kapitaal moet worden voldaan;
2)
indien de dochteronderneming een beleggingsonderneming of een beleggingstussenholding is, de som van het in artikel 11 van Verordening (EU) 2019/2033 vastgelegde vereiste, de in artikel 39, lid 2, punt a), van Richtlijn (EU) 2019/2034 bedoelde specifieke eigenvermogensvereisten, of eventuele lokale toezichtsvereisten in derde landen, voor zover daaraan met tier 1-kapitaal moet worden voldaan;
ii)
het bedrag van het geconsolideerde tier 1-kapitaal dat op die dochteronderneming betrekking heeft en dat op geconsolideerde basis nodig is om te voldoen aan de som van het in artikel 92, lid 1, punt b), van deze verordening vastgelegde vereiste, de in de artikelen 458 en 459 van deze verordening bedoelde vereisten, de specifieke eigenvermogensvereisten van artikel 104 van Richtlijn 2013/36/EU en het in artikel 128, punt 6, van die richtlijn gedefinieerde gecombineerde buffervereiste, of eventuele lokale toezichtsvereisten in derde landen, voor zover daaraan met tier 1-kapitaal moet worden voldaan;
b)
het in aanmerking komend tier 1-kapitaal van de dochteronderneming, uitgedrukt als een percentage van alle tier 1-kernkapitaalbestanddelen en aanvullend-tier 1‐bestanddelen van die onderneming. In afwijking van de eerste alinea, punt a), kan de bevoegde autoriteit een instelling toestaan een van de in punt a), i) of ii), bedoelde bedragen in mindering te brengen, zodra die instelling ten genoegen van de bevoegde autoriteit heeft aangetoond dat het extra bedrag van het tier 1-kapitaal beschikbaar is om verliezen op geconsolideerd niveau te absorberen. 1. Overzicht
1.1 Referenties1.2 Geïdentificeerde eisen1.3 Gerelateerde standaarden2. Geïdentificeerde eisen
3. Gerelateerde standaarden
|