Instellingen berekenen de opslagfactor van de risicocategorie „overige risico's” voor de hedging set „j” als volgt:
waarbij:
|
|
=
|
de opslagfactor van de risicocategorie „overige risico's” voor de hedging set „j”;
|
|
єj
|
=
|
de factorcoëfficiënt voor toezichtsdoeleinden voor de hedging set „j”, bepaald overeenkomstig artikel 280; en
|
|
SFOther
|
=
|
de factor voor toezichtsdoeleinden voor de risicocategorie „overige risico's” met een waarde gelijk aan 8 %;
|
|
|
=
|
het effectieve notionele bedrag van de hedging set „j”, berekend als volgt:
waarbij:
|
l
|
=
|
de index die de risicopositie aangeeft.
|
|