1. Onverminderd de verantwoordelijkheid van clearingleden voor het dragen van verliezen die verder gaan dan de trapsgewijze dekking van verliezen bij wanbetaling, kan de bevoegde autoriteit van een CTP, indien deze CTP zich door een andere gebeurtenis dan een wanbetaling in herstel bevindt en de in haar herstelplan opgenomen regelingen en maatregelen ter vermindering van de waarde van de door de CTP aan niet in gebreke zijnde clearingleden te betalen winsten heeft toegepast, en afwikkeling daardoor is vermeden, de CTP ertoe verplichten de clearingleden voor hun verlies te vergoeden door middel van betalingen in contanten, of, waar passend, de CTP ertoe verplichten instrumenten met een vordering op de toekomstige winsten van de CTP uit te geven. De mogelijkheid om niet in gebreke zijnde clearingleden te vergoeden, is niet van toepassing op hun contractuele verliezen tijdens de fasen van wanbetalingsbeheer of herstel.
Het bedrag van de betalingen in contanten of de waarde van de instrumenten met een vordering op de toekomstige winsten van de CTP die zijn uitgegeven aan elk getroffen niet in gebreke zijnd clearinglid, staat in verhouding tot zijn verlies dat zijn contractuele verplichtingen overschrijdt. De instrumenten met een vordering op de toekomstige winsten van de CTP geven de houder ervan het recht jaarlijks betalingen van de CTP te ontvangen totdat het verlies zo mogelijk volledig, onder voorbehoud van een passend maximaal aantal jaren na de uitgiftedatum, is goedgemaakt. Indien de niet in gebreke zijnde clearingleden de extra verliezen aan hun cliënten hebben doorgerekend, zijn de niet in gebreke zijnde clearingleden verplicht de van de CTP ontvangen betalingen aan hun cliënten door te rekenen, voor zover de vergoede verliezen verband houden met posities van cliënten. Een passend maximaal aandeel van de jaarlijkse winst van de CTP wordt gebruikt voor betalingen met betrekking tot die instrumenten.