Indien de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst redenen heeft om aan te nemen dat een verzekerings-, herverzekerings- of nevenverzekeringstussenpersoon die uit hoofde van de vrijheid van dienstverlening op haar grondgebied werkzaamheden uitoefent, de bij deze richtlijn vastgestelde verplichtingen niet nakomt, stuurt zij deze bevindingen door naar de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst.
Nadat de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst de uit hoofde van de eerste alinea van dit lid ontvangen informatie heeft beoordeeld, neemt zij in voorkomend geval bij de eerste gelegenheid passende maatregelen om de situatie te verhelpen. Zij stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst op de hoogte van dergelijke getroffen maatregelen.
Indien de verzekerings-, herverzekerings- of nevenverzekeringstussenpersoon, ondanks de door de lidstaat van herkomst getroffen maatregelen of omdat die maatregelen ontoereikend blijken te zijn of niet voorhanden zijn, blijft handelen op een wijze die duidelijk strijdig is met de belangen van een groot aantal consumenten van de lidstaat van ontvangst of met het goed functioneren van de verzekerings- of de herverzekeringsmarkten, kan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst, na de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst daarvan op de hoogte te hebben gebracht, passende maatregelen nemen om verdere onregelmatigheden te voorkomen met inbegrip van, voor zover zulks volstrekt noodzakelijk is, het de tussenpersoon beletten op het grondgebied van de lidstaat van ontvangst nieuwe activiteiten te ontplooien.
Voorts mag de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst of de lidstaat van ontvangst de zaak overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) nr. 1094/2010 naar de EIOPA doorverwijzen en om haar bijstand verzoeken. In dit geval kan de EIOPA handelen overeenkomstig de haar bij dat artikel toegekende bevoegdheden.