1. Indien een of meer van de afwikkelingsautoriteiten van dochterondernemingen het oneens zijn met het groepsafwikkelingsplan en de afwikkelbaarheidsbeoordeling, volgen de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau en de afwikkelingsautoriteiten van dochterondernemingen die het niet oneens zijn ingevolge artikel 13, lid 7, van Richtlijn 2014/59/EU alle in de artikelen 70, 71 en 72 beschreven relevante stappen voor het opstellen, bereiken en meedelen van het gezamenlijk besluit over het groepsafwikkelingsplan en de afwikkelbaarheidsbeoordeling.